Taal en Alfabet

De invloed van de Griekse taal

Dit is een artikel over het ontstaan van het Grieks en het Griekse alfabet. Ook kunt u hier lezen wat we hier nog van terugzien in onze samenleving. Aan bod komen bijvoorbeeld Griekse letters en woorden in de Nederlandse taal, in de wetenschap en in de religie.


Geschiedenis van de Griekse taal

Het Grieks is een Indo-Europese taal. Dit houdt in dat het Grieks van dezelfde taal afstamt als bijvoorbeeld het Nederlands, het Frans en het Russisch. Je kunt dit bijvoorbeeld zien aan het woord μητηρ in het Grieks, mother in het Engels, moeder in het Nederlands, en mère in het Frans. Het is echter niet duidelijk of Indo-Europees ook daadwerkelijk ergens gesproken werd; dit is een theorie van taalkundigen.

De Achaeërs brachten het Grieks rond 1700 voor Christus naar Griekenland. De belangrijkste gesproken dialecten waren Ionisch-Attisch, Dorisch en Aeolisch Grieks. Ionisch werd gesproken op de eilanden in zuidelijk Klein-Azië, Dorisch in de Peloponnesus, op Kreta en de zuidelijke Cycladen, en het Aeolisch in Thessalië, Boeotië en in noordelijk Klein-Azië.

Lineair B is het eerste schrift voor deze taal. Het is opgebouwd uit circa 90 tekens, die allemaal staan voor een open lettergreep, zoals ‘ta’ of ‘po’, of voor een klinker. Daarom wordt dit een syllabisch schrift genoemd; voor elke lettergreep is een apart symbool. Ook vind je in dit schrift zogenaamde ideogrammen, dit zijn beeldtekens waarvan de betekenis bepaald wordt door het afgebeelde voorwerp. Lineair B is ontdekt door de archeoloog Sir Arthur Evans, en ontcijferd door de architect Michael Ventris. De ontcijfering ging met behulp van de gegevens van Alice Kober. Zij had een aantal tabellen opgesteld om Lineair B te ontcijferen. Michael Evans werkte hierop verder. Tot voor de tijd dat het ontcijferd werd, nam men aan dat Lineair B Minoïsch was.
Filoloog John Chadwick bestempelde de ontcijfering van Michael Ventris als kloppend. De oudste vorm van Grieks die met dit schrift verbonden is, is Myceens.

In Athene sprak men Attisch Grieks. In dit dialect is het grootste deel van de literatuur geschreven. Het Attisch kent, net als het Duits, vier naamvallen: de nominativus, de genitivus, de dativus en de accusativus.
De nominativus is het onderwerp, de genitivus is een bepaling met ‘van’, de dativus is het meewerkend voorwerp en de accusativus is het lijdend voorwerp. Dankzij deze naamvallen is de woordvolgorde in het Grieks veel flexibeler dan bij ons. Als je in het Nederlands tegen iemand zegt “Aan hem een cadeau ik geef.” zou je raar aangekeken worden, maar in het Grieks is dit heel normaal omdat de woordvolgorde er niet toe doet voor de betekenis van de zinsdelen. Hier zorgt de naamval namelijk al voor. Doordat je woorden in elke volgorde kan zetten die je wil, is het Grieks een hele mooie taal voor gedichten. Je kunt op deze manier veel meer met het metrum doen.

De grammatica is hierdoor echter wel een stuk gecompliceerder. Er wordt veel gewerkt met uitgangen. De werkwoorden hebben geen persoon; je ziet aan de uitgang van het werkwoord over welke persoon het gaat. Zowel het lidwoord als het zelfstandig naamwoord wordt verbogen.

Schrijvers zoals Herodotus schreven in het Ionisch. Dit is omdat het Ionisch veel zangeriger klonk, het had namelijk meer klinkers. In het Ionisch werden opeenvolgende klinkers meestal niet tot één lettergreep gemaakt, en dit gebeurde in het Attisch wel.

Het Attisch en het Ionisch zijn samengevoegd tot het Koinè-Grieks (veralgemeend Grieks), Alexander de Grote speelde hierin een grote rol. Als zijn hele leger deze taal sprak, konden zij makkelijker communiceren. De bewoners van de bezette gebieden leerde ook Kionè-Grieks. De oude dialecten stierven uit. Zelfs de Romeinse veroveraars spraken het liefst Kionè-Grieks, en de boeken uit het Nieuwe Testament werden in deze taal geschreven. In de Hellenistische periode was het een wereldtaal. Het wordt de taal van het vroege christendom, en later van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Imperium. Omdat zoveel mensen Kionè-Grieks spraken, moest de grammatica makkelijker worden gemaakt. In de klassieke periode verdwenen daarom de dualis-vormen. Dualis (tweevoud) is een vorm van (voor)naamwoorden die verwijzen naar zaken die in tweetallen voorkomen, of naar woorden em woordgroepen die hiermee congrueren. De dativus en de optativus raakten steeds meer in onbruik. De optativus is één van de persoonlijke wijzen van het werkwoord; de wensende wijs. Een voorbeeld hiervan is “moge hij lopen”.

Later, in het Byzantijns Grieks, vervallen ook de infinitieven. Ook worden de futurum-, perfectum- en plusquamperfectum-vormen niet meer gebruikt. Deze vormen worden sterk vereenvoudigd omschreven met hulpwerkwoorden. Er werden veel leenwoorden opgenomen vanuit het Latijn (van de Romeinse veroveringen tot de val van Rome), het Italiaans (tijdens de Venetiaanse bezetting), het Turks (tijdens de Turkse bezetting van 1453 tot 1830), het Frans en het Engels (in de moderne tijden). Wanneer de Turken Griekenland veroveren, is Grieks geen taal meer van wetenschap en cultuur. De Byzantijnse intellectuelen vluchten naar het Westen en droegen hier onder andere bij aan het ontstaan van de Renaissance.
Het Grieks leeft hierna nog vierhonderd jaar als de spreektaal van een arme bevolking die niet in staat wordt geacht om zichzelf te regeren.

Rond 1830 zijn de Grieken verlost van de Ottomanen en willen zij alles wat aan de islam doet denken weg hebben. Zo verdwijnen ook de Turkse invloeden in de taal - op dat moment de dimotikí (glossa) - en de regering besluit terug te gaan naar de “geleerdentaal” uit de Byzantijnse tijd – de katharèvousa (glossa). De dimotikí wordt echter gehanteerd als spreektaal; alleen in bestuurlijke, kerkelijke en wetenschappelijke schrijftaal wordt de katharèvousa gebruikt.

Hierdoor zijn er in het Modern Grieks twee taalidiomen; de geleerde en archaïsche katharèvousa en de vlotte en simpele dimotikí. De katharèvousa wordt alleen nog gebruikt door de Grieks-Orthodoxe liturgie, in tegenstelling tot de de dimotikí, de taal van de media en de literatuur.

Ontstaan van het Griekse alfabet

Het Griekse alfabet is rond de 9e eeuw voor Christus ontwikkeld vanuit het Fenicische schrift. Dit schrift komt weer van het spijkerschrift, en het spijkerschrift van het pictografische schrift.

Het pictografische schrift was het allereerste schrift en werd rond 3300 voor Christus ontwikkeld in het huidige Oost-Irak. Het bestond uit plaatjes die men in steen kerfde. Elk plaatje stond symbool voor een woord of getal. Later werd het schrift gebruikt als een soort rebus. Elk plaatje stond voor één lettergreep. Het was echter voor de meeste mensen erg moeilijk om te schrijven. Hierdoor ontstond het beroep schrijver.

Dit kostte echter veel werk, dus begon deze zelfde bevolking rond 3200 voor Christus een nieuw schrift te ontwikkelen: het spijkerschrift. Dit werd op plakken klei geschreven met een stukje riet. Het moest de omlijning van een pictogram voorstellen. Net als het pictografische schrift werd het spijkerschrift veel gebruikt voor dingen als betalingsbewijzen, ontvangstbewijzen en contracten. Er werd dus in beide schriften vooral met cijfers gewerkt. Er is echter ook literatuur gevonden vanaf 2400 voor Christus. Uit het spijkerschrift ontstond het Ugaritisch.
Dit begon al wat meer op een alfabet te lijken. Het bestond uit 30 tekens. Het Elamitisch begon zich op dezelfde manier te ontwikkelen.

Honderd jaar eerder werd het Fenicische schrift uitgevonden in Libanon. Waarschijnlijk is het Griekse hiervan afgeleid. Dit schrift bestond uit hoekige, rechte tekens, omdat dat het makkelijkst was om in steen te beitelen. Het werd van rechts naar links geschreven, net als het huidige Arabisch. Soms werd dit per regel afgewisseld: eerst van rechts naar links, dan van links naar rechts, dan weer van rechts naar links. Dit was afgeleid van de manier waarop een os ploegt. Daarom noemde men dit boustrophedon.

Het Fenicische schrift was waarschijnlijk oorspronkelijk een schrift met pictogrammen. Dit suggereert men aan de hand van de betekenis van de namen van de letters en de tekens erbij. Bijvoorbeeld in de letter ‘aleph’ (os), is ook daadwerkelijk een os met twee hoorns te herkennen als je je hoofd een kwartslag draait. Dit zie je in ons alfabet nog steeds, als je onze hoofdletter A op de kop zet. In de letter ‘samekh’ (vis), kun je een vissengraat zien.

Je kunt aan dit schrift duidelijk zien dat het van het Griekse alfabet afkomt. De namen van de letters lijken nog veel op elkaar: aleph is alfa in het Grieks, beth is bèta, gimel is gamma, enzovoort. Ook de letters zelf hebben nog wel wat van elkaar weg. Dit is bijvoorbeeld duidelijk te zien aan de gimel/gamma, daleth/delta en de kaph/kappa. Het moderne Griekse alfabet bestaat uit 24 letters. De volgorde heeft aardig wat weg van ons alfabet. Wat wel opvalt, is dat de Z in dit alfabet ergens aan het begin staat, en bij ons helemaal aan het eind. Dit komt omdat de Z een tijdje in onbruik is geweest, en toen hij weer ingevoerd werd is hij helemaal achteraan geplaatst.

Het Coptische, Latijnse en het Cyrillische alfabet zijn gebaseerd op het Griekse alfabet. Wat nieuw is aan het Griekse schrift, is dat er klinkers zijn. De Fenicische, Hebreeuwse en Egyptische schriften hadden alleen medeklinkers. Dit maakte in deze tijd nog niet veel uit; er waren wel woorden die maar één klinker verschilden, maar die hadden dan ongeveer dezelfde betekenis. In veel Indo-Europese talen was dit echter wel nodig. De Grieken hebben daarom een aantal symbolen een andere betekenis gegeven.
De ε en de η waren in het Semitisch twee verschillende h-klanken, maar het Grieks had dit niet nodig en heeft dus van de ε een E en van de η een Ee/I gemaakt. De α was een glottisslag. Dit houdt in dat je in een woord de klank even onderbreekt, zoals in het Nederlandse woord “beamen”. De υ komt van w/oe en de ayn werd een ο.

De uitspraak van de tekens van het Griekse alfabet is ontzettend veranderd door de eeuwen heen. Zo verschilden in het klassieke Grieks de uitspraak van de èta, de jota, de ypsilon en de tweeklank ‘ei’ van elkaar. Nu wordt dit allemaal als een lange i-klank uitgesproken. De oude bèta is veranderd in de wita; de b-klank werd dus een w-klank. De combinatie mu-pi wordt gebruikt als vervanging voor de b-klank. De delta is tegenwoordig een th-klank geworden, zoals in het Engelse ‘the’. Als vervanging voor de d-klank wordt daarom de combinatie nu-tau gebruikt. De gamma is van een Franse G, zoals in ‘garçon’, naar een zachte G gegaan. Voor een i- of e-klank wordt het echter een J.

Ook zijn er een aantal klanken die waarschijnlijk vroeger tweeklanken waren. De ‘ai’-klank (alfa-jota) is nu een korte E. De ‘ei’-klank (epsilon-jota) is een lange I. De ‘eu’-klank (epsilon-ypsilon) wordt ‘ev’ of ‘ef’, afhankelijk van wat erop volgt. In het klassieke Grieks werd dit uitgesproken als ‘ui’.
De ‘au’-klank (alfa-ypsilon) als ‘av’ of ‘af’, ook hier afhankelijk van wat erop volgt. Dit werd in het klassieke Grieks uitgesproken als een O.

De spiritus asper en de spiritus lenis waren vroeger ook tekens die een klank aangaven. De spiritus asper was een boogje met de holle kant naar rechts, een soort omgekeerde komma. Als deze boven een woord stond, betekende dit dat je dit geaspireerd uit moest spreken, dus met een h-klank aan het begin. De spiritus lenis was een boogje met de holle kant naar links, zoals een komma. Deze gaf aan dat het woord niet geaspireerd uitgesproken moest worden.
In het Nieuw-Grieks spreekt men de eerste letter niet meer geaspireerd uit, op een aantal uitzonderingen na kun je dit vergelijken met de h-muet in het Frans. Men gebruikt dan ook geen spiritustekens meer.

Ook kent het Grieks accenttekens. Er was sprake van een muzikaal accent (tekens bewust op een bepaalde toonhoogte uitspreken) en een kwantiteitsaccent (het langer of korter uitspreken van tekens). Voorbeelden zijn het accent grave (zoals het streepje op de è), het accent aigu (zoals het streepje op de é) en een accentteken dat op de tilde (~) lijkt. Er was sprake van een muzikaal accent (tekens bewust op een bepaalde toonhoogte uitspreken) en een kwantiteitsaccent (het langer of korter uitspreken van tekens). Deze tekens betekenden vroeger iets anders, maar is niet precies duidelijk. Waarschijnlijk zorgden ze voor zinsmelodie, of gaven ze meer of minder nadruk aan een lettergreep. Tegenwoordig geven ze alleen de klemtoon van een woord aan. Dit wordt sinds de laatste spellingswijziging alleen nog maar op de hoofdklemtoon gedaan, omdat het aangeven van meer niet meer nodig was.

Ontstaan van ons alfabet

Ons Latijnse alfabet is, net als het Griekse, het Arabische, het Cyrillische, het Fenicische en het Aramese alfabet, afgeleid van het Proto-Sinaïtische alfabet. Dit alfabet is het eerste consonantele (= alfabetische) schrift heeft een Egyptische afkomst. Vroeger dacht men dat de west-Semitische inwoners van Sinaï deze hiërogliefen over hadden genomen om er hun eigen schrijftaal van te maken. Laatst is echter ontdekt dat dit niet kan kloppen, omdat er in Boven-Egypte Proto-Sinaïtische inscripties zijn gevonden van 1900 voor Christus, en er bestaan Egyptische waarin wordt geschreven over Semitisch sprekende mensen in Egypte.

Het Egyptische alfabet is fonetisch. Dit is een alfabet dat bedoeld is om de uitspraak van woorden eenduidig vast te leggen. Het Semitische volk nam niet klakkeloos dit alfabet over. Ze namen een aantal afbeeldingen en de eerste letter van de betekenis werd gekozen voor de klank. Zo staat aleph, het woord voor koe en de eerste letter van het alfabet, voor de
a-klank.

Toen het Proto-Sinaïtisch zich naar Kanaän verspreidde is het langzaam overgegaan in het Fenicische schrift, waar ons schrift weer van is afgeleid. Het Fenicische schrift had minder geronde letters, maar verder leken de schriften ongeveer hetzelfde.

Oorsprong van taal in de mythologie

De oude Grieken dachten dat de taal uitgevonden was door Mnemosyne (Mνημοσύνη). Mnenosyne was één van de twaalf Titanen en Titaniden. Een Titaan of Titanide is een reusachtig, ontzettend sterk persoon. Het zijn de zonen en dochters van Uranus (de hemel) en Gaea (de aarde). Zij was de personificatie van het geheugen; ze gaf de dichters het geheugen om hun gedichten te onthouden. Het spraakvermogen van koningen en dichters zou een gift zijn van Mnenosyne. Ook zou de speciale band die dichters met haar dochters, de negen Muzen, hen met hun talent helpen.

Griekse letters in de Nederlandse taal

De Griekse letters worden nog vaak als woorden gebruikt in de Nederlandse taal.

Voorbeelden hiervan:
  • Alfa: een VWO-opleiding met vooral talen
  • Bèta: een VWO-opleiding met vooral exacte vakken
  • Gamma: gammawetenschappen zijn bijvoorbeeld sociologie en antropologie
  • Delta: Rivierdelta
  • Jota: in de uitdrukking “ik begrijp er geen jota van”.
  • Kappa: een kledingmerk
  • Pi: symbool voor het getal 3,14159265...: de omtrek van een cirkel gedeeld door de diameter
  • Phi: symbool voor de Gulden snede, een getal dat veel voorkomt in de natuur
  • Chi: in de beeldhouwkunst spreekt men van een chiastische houding (een houding in de vorm van de letter χ)
  • Sigma: standaardafwijking van de normale verdeling
  • Omega: uit de Bijbel: “Ik ben de Alfa en de Omega” (Εμαι 'Α' και 'Ω'), “Ik ben de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.”

Griekse woorden in de Nederlandse taal

Ook hebben we veel woorden van de Grieken overgenomen. Vooral politieke woorden komen vaak uit het grieks. Het woord politiek zelf heeft ook een Griekse oorsprong. Het eerste deel van het woord komt van “polis” (stad). Dit is omdat politiek vroeger over het besturen van één stad ging. Nu gaat politiek over het hele land, maar het idee is nog hetzelfde.

Dit is niet het enige woord dat op –iek eindigt met een Griekse afkomst. Ook woorden als muziek en katholiek vinden hier hun oorsprong. Het woord katholiek komt van καθολικός, wat “algemeen” betekent. Rooms-Katholiek zou dus “De algemene kerk van Rome” betekenen.

Muziek komt van muzen, en betekent letterlijk muzenkunst. Aan dit woord kun je zien dat muziek werd gezien als geweldig, zelfs goddelijk. De Muzen waren de Griekse godinnen van de kunst en de wetenschap. Het waren de negen dochters van de Griekse oppergod Zeus en titaan Mnemosyne.

Deze negen Muzen zijn:
  • Erato (Muze van de hymne, het lied en de lyriek)
  • Euterpe (Muze van het fluitspel)
  • Kalliope (Muze van het heroïsch epos, de filosofie en de retoriek)
  • Klio (Muze van de geschiedschrijving)
  • Melpomene (Muze van de tragedie)
  • Polyhymnia (Muze van de retoriek en de gewijde liederen)
  • Terpischore (Muze van de dans en de lyrische poëzie)
  • Thalia (Muze van de komedie)
  • Urania (Muze van de sterrenkunde)

De Muzen zouden de zeventonige toonschaal hebben uitgevonden. Deze toonschaal bracht volgens hen hemelse harmonie; het werd de harmonie der sferen genoemd. Elke noot klonk als een bepaalde klinker.

Een ander bekend voorbeeld is het woord democratie. Je kunt het woord opsplitsen in “demo” en “cratie”. “Demo” komt van het Griekse dèmos (volk) en “cratie” van kratos (macht). Het betekent dus letterlijk dat de macht bij het volk ligt. Ook het woord aristocratie is op deze manier te analyseren. “Aristo” komt van Aριστεύς, en het betekent “besten”. Hier staat dus eigenlijk dat de macht bij de besten ligt. Dit is kort gezegd ook meteen de definitie van een aristocratie.

Griekse letters in de wetenschap

Ook in de wetenschap worden nog vaak Griekse letters gebruikt. Zo heb je bijvoorbeeld alfastraling; één van de meest voorkomende vormen van iosinerende straling. Om deze scheikundige reactie kort op te schrijven gebruikt men de letter α. Bètastraling is een vorm van radioactieve straling. Ook dit wordt aangeduid met de bijbehorende Griekse letter, β. Bij de letter gamma hoort een elektromagnetische straling: gammastraling. De delta wordt gebruikt bij een differentiaalrekening; een wiskundige methode voor het vaststellen van veranderingen van grootheden als er bij samenhangende grootheden differenties ontstaan. Epsilon is het teken om willekeurig kleine getallen aan te duiden. Lambda wordt gebruikt voor het aangeven van een golflengte. Pi staat voor het getal 3,14159…, dat de verhouding aangeeft tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter. Rho wordt gebruikt voor dichtheid, en omega voor de eenheid ohm (voor electrische weerstand). Met sigma duidt men een spanning aan, en met de letter tau schuifspanning in een materiaal. Tot slot is phi het getal van de Gulden Snede.

Zo zijn er nog wel meer Griekse letters die als wiskundige, scheikundige of natuurkundige tekens worden gebruikt. We zien dus alleen op school al best veel van het Grieks terug, vaak zonder dat we dat zelf doorhebben. Bijna niemand zal erbij nadenken dat pi een Griekse letter is, omdat dit woord in onze taal eigenlijk alleen wordt gekoppeld aan de wiskundige betekenis.

Griekse symbolen in de religie

In de religie komt men veel Griekse symbolen tegen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Chi-Rho: het monogram van Jezus Christus. Dit monogram bestaat uit de Latijnse P en X. Chi-Rho staat voor de eerste letters van Christus Rex (Christus Koning). In het Latijn werd dit een labarum genoemd. Dit symbool bestaat ook met de alfa en de omega als aanvulling.

De Alfa (A) en Omega (Ω) staan symbool voor het begin en het einde. Zo staat het ook in de Bijbel: “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.”

Ook het Ichtus-symbool is een bekend symbool onder de Christenen. Ichtus is Grieks voor vis. De christenen zagen in de letters van het woord ‘Ichtus’ de kern van de bijbelse boodschap. I is de eerste letter van het woord Jezus in het Grieks (Ιησους). CH zijn de eerste letters van het woord Christus (Χριστος). TH zijn de eerste letters van het woord Theou (Θεου), wat God betekent. U staat voor Uios (Υιος), Grieks voor Zoon, en S staat voor Soter (Σωτηρ), Grieks voor Redder. Er staat dus iets als “Jezus Christus Gods Zoon is Verlosser”. Het teken werd gebruikt om te zien of een ander ook christelijk was. Het werd veel gezien in catacomben: schuilplaatsen voor christenen in het Romeinse Rijk. Tegenwoordig is het vaak achterop auto’s te zien.

Vanuit het Ichtus-symbool werd het Wagenwiel van Efeze gemaakt. De spaken van dit zijn samengesteld uit de letters van het Ichtus-teken. Het werd gebruikt om reizende christenen te laten zien dat ze daar veilig konden verblijven. Het werd vaak versierd zodat het niet herkenbaar was.

Griekse letters in namen

Waarschijnlijk denkt bijna niemand erbij na dat de naam van de bekende doe-het-zelfzaak Gamma van de Griekse letter afkomt. Als je er even naar kijkt, is het echter vrij logisch. De letter gamma (Γ) heeft de vorm van een soort gereedschap: de schrijfhaak. Het is een metalen blok en een twee keer zo lang, dunner metalen blad. Hiermee kun je hoeken van 90° tekenen of controleren. Vaak kun je een schrijfhaak ook verstellen om er een hoek van 45° te tekenen. De connectie met de letter gamma kan nu snel gelegd worden.

Ook bestaat er een kledingmerk dat vernoemd is naar een Griekse letter: Kappa. Dit merk verkoopt vooral sportkleding. Met een beetje fantasie kun je in het rechter figuurtje in het logo ( ) een K zien.

Dan is er nog de letter Sigma. Sigma is een verfmerk, een fabrikant van fotografische producten en een automerk. In geen van de gevallen is echter duidelijk waarom ze de naam Sigma hebben gekozen.

Conclusie

Het Grieks is een levende taal. Er wordt nog steeds Grieks gesproken in Griekenland en Cyprus, en er zijn Griekssprekende minderheden in Albanië, Italië, Turkije, Oekraïne, Georgië, Hongarije, Libanon, Israël en Egypte. Maar dit is niet het enige waar je aan kunt zien dat het Grieks nog leeft. Ook in andere talen komt het veel terug, zoals ik heb geprobeerd te laten zien in de rest van mijn verslag. Het Grieks komt nog zoveel terug in de huidige samenleving, dat ik niet geloof dat dat alleen met de taal te maken heeft. Ik denk dat je hieraan kunt zien dat de Grieken een zeer grote rol hebben gespeeld in de wereld. De Grieken zijn de grondleggers van aspecten in de wetenschap, de filosofie, verschillende kunstvormen zoals de komedie en de tragedie en ons huidige politieke beleid. Dit heeft een duidelijk enorme invloed op onze huidige samenleving, die elke dag nog te merken is. Als dit niet zo was geweest, waren er niet zoveel Griekse invloeden in onze taal geweest.

Zo is het bijvoorbeeld niet alleen het woord democratie dat uit het Grieks komt, onze huidige democratie is daadwerkelijk tot stand gekomen door de Grieken. De allereerste democratie was die van Athene. Het was dan wel anders dan nu – zo mochten vrouwen, slaven en armen niet meestemmen – maar het idee dat het volk misschien ook iets in te brengen zou moeten hebben is hier wel ontstaan. Men kwam met het ostracisme zodat personen die teveel macht hadden verbannen konden worden. Het ostracisme is het schervengerecht. De bevolking schreef met een scherf (ostrakon) op een stuk aardewerk wie naar hun mening het land uitgezet moest worden. Dit heeft veel weg van onze huidige stembussen. Natuurlijk heeft deze verandering een enorme impact gehad op onze samenleving, en dat komt terug in de taal.

Ook de filosofie vindt zijn oorsprong grotendeels in het Grieks. Het woord filosofie komt van het Griekse filosofia (φιλοσοφία) en is een samenstelling van de woorden liefde (φιλειν = houden van, φιλος = vriend, φιλια = vriendschap) en wijsheid (σοφία). Veel filosofische theorieën komen van de Grieken, zoals die van Plato, Socrates, Pythagoras, Cicero en Aristoteles. Over deze theorieën wordt – bewust of onbewust – nog steeds in het dagelijks leven nagedacht. Het lijkt me duidelijk dat dit een grote invloed heeft.

Aan deze voorbeelden kun je zien hoeveel een taal eigenlijk over een volk zegt. Achter letters en woorden kan een hele geschiedenis verscholen zitten, die je ontzettend veel terugziet in het dagelijks gebruik zonder dat iemand erbij nadenkt. Niemand beseft dat bijvoorbeeld het woord muziek zijn oorsprong in de Griekse mythologie vindt. Dit is één van de redenen waarom taal mij interesseert, en ik denk dat het Grieks hier een heel mooi voorbeeld van is.
© 2008 - 2010 Persephone, gepubliceerd in Taal (Kunst en Cultuur) op 21-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Persephone is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De invloed van de Griekse taal"


Door Pieterhobma op 09-10-2009

Helaas tref ik wat spel- en taalfouten aan in dit overigens interessante artikel. Zou U die a.u.b. willen verbeteren?
Kionè-Grieks: m/z Koinè-Grieks ( de 1e keer staat het er wel correct!)
De Byzantijnse intellectuelen vluchten : m/z vluchtten (verleden tijd)
Je kunt aan dit schrift duidelijk zien dat het van het Griekse alfabet afkomt.: moet net andersom zijn: Je kunt aan dit schrift duidelijk zien dat het Griekse alfabet ervan is afgeleid. Of: Je kunt aan het Griekse schrift duidelijk zien dat het van het Fenicische afkomt.
Coptische: m/z Koptische
Deze tekens betekenden vroeger iets anders, maar is niet precies duidelijk. Rammelende zin, m/z: Deze tekens hadden vroeger een andere betekenis, maar welke dat was, is niet precies duidelijk.
Dit alfabet is het eerste consonantele (= alfabetische) schrift heeft een Egyptische afkomst. m/z: Dit alfabet is het eerste consonantische (= alfabetische) schrift en heeft een Egyptische afkomst. ( Consonanteel is een foutief anglicisme).
Mnenosyne: m/z Mnemosyne ( de 1e keer staat het er wel correct).
Ook zou de speciale band die dichters met haar dochters, de negen Muzen, hen met hun talent helpen. m/z: Ook zou de speciale band die dichters hebben met haar dochters, de negen Muzen, hen met hun talent helpen.
iosinerende: m/z ioniserende.
wie naar hun mening : m/z wie naar haar mening ( slaat terug op : bevolking)

Inhoudelijke kritiek/ aanvullingstips:
Cicero: was geen Grieks wijsgeer, maar een Romeins advocaat, beroemd om zijn welsprekendheid.
Later, in het Byzantijns Grieks, vervallen ook de infinitieven. Ook worden de futurum-, perfectum- en plusquamperfectum-vormen niet meer gebruikt: misschien uitleggen: infinitief = onbepaalde wijs, "hele werkwoord"; futurum, perfectum en plusquamperfectum: o.t.t.t., v.t.t. en v.v.t., niet zoals in onze taal met hulpwerkwoorden maar d.m.v. aparte uitgangen aangegeven.
Daarom noemde men dit (met de Griekse term voor deze boerenarbeid:) boustrophedon.
standaardafwijking van de normale verdeling: OK, maar veel bekender is de hoofdletter sigma voor : de som van. Kijk maar in de taakbalk van een Excel-spreadsheet! Sigma, als som der delen, kan ook de verklaring van Sigma als merknaam zijn. Zie verderop.
?Ik ben de Alfa en de Omega?: toevoegen: Jezus zegt van Zichzelf als Zoon van God: (dat verduidelijkt het)
Chi-Rho staat voor de eerste letters van Christus Rex :wellicht aanvullen: de Belgische R.K. variant op Scouting, de padvinderij heet daarom ook zo.

Veel succes!