Volkeren en Aziatisch

Aziatische volkeren; de Arabieren

De Arabieren wonen op het Arabische schiereiland, een eiland van ongeveer 3 miljoen vierkante kilometer groot. In dit artikel leest u alles over de bewoners van Arabië, namelijk de Arabieren.


Het Arabische schiereiland is het grootste en meteen ook het meest onherbergzame van Azië. Het is ongeveer 3 miljoen vierkante kilometer groot, maar bestaat voor bijna driekwart uit dorre woestijnen. Het klimaat is warm en droog en er groeien bijna geen planten. Toch leven er op dit ongastvrije schiereiland ruim 20 miljoen mensen. Sedert onheuglijke tijden hebben de stammen in dit gebied geleerd zich aan te passen aan de lang niet gemakkelijke levensomstandigheden.

Twee bevolkingsgroepen

De Arabieren, dus de bevolking van het Arabische schiereiland, vallen in twee grote groepen uiteen. De ene groep leeft voornamelijk van de veeteelt en leidt een nomadisch bestaan; het zijn de bedoeïenen. De andere groep woont voornamelijk in de kustgebieden en houdt zich bezig met landbouw en handel.

De eerste groep huist in tenten in de woestijn, de tweede groep woont in steden en in dorpen. Voor de eerste groep is alleen de grootte van de kudde bepalend voor de welvaart; de andere groep kent vele beroepen.

Hun uiterlijk

De Arabier heeft een middelmatige lengte, is pezig en gespierd, heeft een ovaal gezicht, een scherpe neus, donkere ogen, donkere huid, dik en zwart haar en een goede lichaamsbouw. Zijn kleding is zeer eenvoudig.

De man draagt een los gewaad van ongeverfde wol, dat door een tailleband bijeen wordt gehouden, en een zwart-wit gestreepte mantel die 'boernoes' wordt genoemd. De hoofdbedekking kan bestaan uit een reep stof die tot een tulband wordt gewikkeld, of uit een doek die van het hoofd afhangt en die op de schedel wordt vastgehouden door een band van kameelhaar.

De kleding van de vrouwen is gelijksoortig. De Arabische vrouwen dragen, zoals de moslimleer dat wilt, een sluier voor het gelaat die slechts de ogen vrij laat (de Burka). Aan hun voeten dragen de Arabieren eenvoudige sandalen.

Eenvoudige tenten

Omadt de bedoeïenen met hun vee rondtrekken, hebben ze geen vaste behuizing. Hun onderkomen bestaat uit een eenvoudige tent. Lappen van kameelhaar worden over palen gespannen; de uiteinden van de lappen laat men vaak afhangen, maar over het algemeen blijven de zijkanten open. Een verticaal gespannen doek scheidt de mannen van de vrouwen.

De grond wordt belegd met wollen tapijten, die bonte kleuren hebben. De inrichting is berekend op het allernoodzakelijkste: een paar kussens, een stookplaats, een paar manden voor levensmiddelen en andere bezittingen, dat is alles.

De stammen

Het bedoeïenenvolk is verdeeld in een groot aantal stammen. Aan het hoofd van iedere stam staat de 'sjeik', de oudste. Hij is geen alleenheerser met onbeperkte macht, maar een wijs man naar wie graag wordt geluisterd. De bedoeïenen trekken met hun vaak grote kudden door het land. Vroeger volgden de herders hun vee op de beroemde Arabische paarden, maar die spelen een steeds geringere rol; de kameel is veel belangrijker. Het vee bestaat verder uit schapen, geiten, ezels en runderen.

Deze dieren leveren niet alleen wol, huiden, vlees en melk, maar doen vaak ook nog dienst als ruil- en betaalmiddel.

De kamelen, de 'schepen van de woestijn', zijn het belangrijkste transportmiddel voor de reiziger in de woestijn. Op een snikhete dag leggen ze zwaarbekladen wel 50 kilometer af, en dat ook wanneer ze gedurende vier dagen niet hebben gedronken!

Bewoners van de kustgebieden

De ongeveer 85% van de Arabieren die in de dorpen en steden langs de kusten woont, leeft heel anders dan de bedoeïenen. De gevestigde Arabieren leven van handel, nijverheid en landbouw. Zij hebben zich vermengd met andere volkeren; de bedoeïenen hebben dat niet. De huizen in de Arabische steden zijn meestal van baksteeen en tellen vaak twee of meer verdiepingen. Zij hebben een plat dak waarop de bewoners 's avonds wat verkoeling zoeken.

De huizen van de dorpsbewoners daarentegen zijn zeer eenvoudig en bestaan uit stukken steen, gemetseld met leem. Vaak zijn ze met kalk bestreken. Meer dan twee vertrekken tellen deze bouwsels meestal niet. In het ene vertrek leeft het gezin, terwijl in het andere het vee en de gereedschappen zijn ondergebracht. In de dorpen vindt men als huisdieren vooral schapen.

Het leven in de Arabische steden

De Arabieren die in de steden wonen, verschillen alleen al door hun uiterlijk van de bedoeïenen en de dorpelingen; hun huid is lichter en hun gelaatstrekken zijn minder scherp. Het leven in de steden is dan ook veel minder zwaar. Vele Arabische stadsbewoners dragen tegenwoordig Westerse kleding. Op hoogtijdagen gaan ze traditioneel gekleed, eleganter en kostbaarder dan de bedoeïenen. De vrouwen dragen fonkelende sieraden, zoals oorringen, armbanden en ringen van zilver en goud, kettingen van parels, barnsteen en edelstenen.

Vaak vormen deze sieraden de bruidsschat, die mede dienst doet als een soort levensverzekering die men verkoopt wanneer men in nood verkeert. De vrouwen verven gewoonlijk de wangen en zetten de wenkbrauwen dik aan. Toch zijn ook de vrouwen in de wat modernere steden niet te benijden; ze hebben weinig rechten en brengen hun dagen vrijwel onafgebroken binnenshuis door. Meisjes die de huwbare leeftijd hebben bereikt, worden door de vader of de oudste broer uitgehuwelijkt zonder dat zij zelfs hieromtrent inspraak hebben.

Het leven in de Arabische dorpen

In de dorpen wordt nog geheel volgens de eeuwenoude tradities geleefd. Binnen de stammen worden de grote standsverschillen bewaard. De sjeiks bezitten de meeste akkerlanden en hebben de boeren in dienst; die krijgen ieder voldoende land om de eigen familie te kunnen onderhouden.

De voornaamste landbouwproducten zijn dadels, tarwe en gerst, citrusvruchten en koffie. In de dorpen zijn het doorgaans de vrouwen die het zware werk verrichten; mannen zouden zich schamen wanneer ze op het land werkten.

Maaltijd van de bedoeïenen

De bedoeïenen voeden zich voornamelijk met kaas, melk, soep, en pap, gemaakt uit gerst, tarwe en maïsmeel. Ze drinken enorme hoeveelheden koffie. Alcohol raken ze, als strenge moslims, niet aan. Ze zijn dol op zoetigheid.

De Arabische torenhuizen

Een opvallend kenmerk van de huizen in het zuiden van Arabië (Jemen en Aden) zijn de indrukwekkende verdieping-woningen, die op torens lijken. De oorzaak van deze ongewone bouwstijl moet men zoeken in de zachte bodem waarop daar de steden zijn gebouwd; stevige grond was schaars, dus bouwde men een soort flatgebouwen, aaneengesloten tot machtige complexen.

De mensen die in de Arabische torenhuizen wonen, behoren doorgaans allen tot dezelfde stam en zijn dus in zekere mate aan elkaar verwant.

Huizen met een Westers gezicht

De sjeikdommen aan de Perzische Golf, dus aan de oostkust van Arabié, zijn zeer rijk aan aardolie. De regeringen van deze landen verdienen zéér v eel geld. Ze gebruiken dit onder meer om hun landen ingrijpend te moderniseren. Zo verwijzen in de woestijnen complete, hypermoderne woonwijken met een Westers 'gezicht'.

Lang niet altijd zijn deze huizen ook bewoond, eenvoudig omdat vele Arabieren weigeren erin te wonen. De Westers-ogende steden worden echter veelal om prestige-redenen door de sjeiks gebouwd, vaak met de hulp van buitenlandse deskundigen.

Andere volkeren

Bekijk hier ook de informatie over andere volkeren. Om de informatie te zien, klik dan op het volk.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Volkeren (Kunst en Cultuur) op 01-09-2008, laatst gewijzigd op 12-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Aziatische volkeren; de Arabieren"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.