Volkeren en Aziatisch

Aziatische volkeren; de Mongolen

De Mongolen zijn de oorspronkelijke bewoners van het Aziatische land Mongolië. In dit artikel zal aandacht worden besteed aan de Mongolen. Hoe ze leven, welke godsdiensten er in dat land zijn, welke kleding er gedraagd wordt enzovoort. Bij vragen en/of opmerkingen kunt u onderaan het artikel een reactie plaatsen.


'Deze mensen hebben brede gezichten, platte neuzen, spleetogen, een door de zon verbrande huid, gedrongen lichamen en kromme benen...'. Zo beschreef een Europese ontdekkingsreiziger in de 14e eeuw de mannen die hij in Mongolië had ontmoet. Het woord 'Mongol-hol' betekent zoveel als 'Hij die dapper is'; het is de naam die dit volk zichzelf gegeven heeft. Uit de oude beschrijvingen weten we, dat de gebruiken, de kleding en de levenswijze van de Mongolen de laatste zes eeuwen nauwelijk zijn veranderd.

Terwijl in de moderne wereld de snelheden die vervoersmiddelen kunnen bereiken met de dag toenemen, is in Mongolië het paard nog het snelste middel van vervoer; er is niet e ens een spoorbaan. Van de auto willen de meeste Mongolen niets weten; ze geven de voorkeur aan de traditionele kamelenkaravaan voor het vervoer van goederen.

Een zeer geïsoleerd land

Samen met Tibet kan men Mongolië beschouwen als een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Aan alle zijden wordt het land door bergen en woestijnen ingesloten en is daarmee afgescheiden van de buurlanden China en de Sowjet-unie. Mongolië, dat lange tijd geheel aan China toebehoorde, is tegenwoordig in tweeën gedeeld. De ene helft maakt deel uit van de Chinese Volksrepubliek, hoewel het zelfbestuur heeft. Het andere deel is de Mongoolse Volksrepubliek, die sedert 1921 zelfstandig is.

In dit laatste land wonen amper anderhalf miljoen mensen, terwijl het toch een zeer groot land is. Voor de Westers georiënteerde mens is Mongolië dan ook een zeer ongastvrij land. Er is weinig water te vinden; 's zomers verdort het land door de felle zonnestralen en 's winters is het land bedekt door een dikke laag sneeuw en ijs. Het temperatuurverschil tussen de seizoenen is enorm: van 35 graden Celcius in de zomer tot 40 graden Celcius onder nul in de winter! Gelukkig is Mongolië niet helemaal een woestijn. In voorjaar en zomer groeit er op de uitgestrekte vlakten voldoende gras voor het vee.

Een volk van herders

Het voornaamste middel van bestaan in Mongolië is de veeteelt. Iedere familie bezit paarden, kamelen, geiten, schapen en yaks. De Mongoolse paarden zijn klein, maar uitzonderlijk sterk. Ze galopperen niet, maar gaan in gestrekte draf en kunnen dat vele tientallen kilometers volhouden. De Mongolen worden bij wijze van spreken in het zadel geboren; het zijn dan ook wellicht de behendigste ruiters ter wereld.

's Winters worden de paarden bij de kamelen in de weide gezet. De kamelen woelen met hun hoeven de sneeuw los en leggen zo het gras bloot waarvan al het vee kan profiteren. De jonge dieren worden, zodra ze de juiste leeftijd hebben bereikt, gevangen met een lasso aan een stok en vervolgens getemd.

Een huis van vilt

De meeste Mongolen leven nomadisch en huizen in tenten. Vele nomadische herdersvolken bekleden hun tenten met dierlijke huiden. Merkwaardig genoeg doen de Mongolen dat niet: hun tenten zijn vervaardigd uit vilt, dat bestaat uit geperste wol en andere vachtharen van het vee. De Mongolen besteden zeer veel tijd aan de vervaardiging van het vilt; het gevolg is dat er een materiaal ontstaat dat volledig weerbestendig en waterdicht is. Het vilt blijkt een voortreffelijke isolator te zijn, en in de tenten is het spoedig warm.

Zoals alle tenten, worden ook die van de Mongolen gesteund door stokken. Maar van wat eenvoudige stokken zoals bij de tenten van de Lappen en de oude Indianen is toch geen sprake. De Mongolen maken van talloze stokken een geraamte dat wel wat lijkt op dat van een circustent, maar dan in het klein. De wanden bestaan uit kruiselings aan elkaar bevestigde stokken die met elkaar een uitklapbaar hekwerk vormen, zoals in het Westen wel gebruikt wordt voor het leiden van klimrozen.

Op de hekwerk-rand worden losse stokken gelegd die in het midden worden ondersteund. Over al dit houtwerk heen worden de vilten 'dekens' gespannen, waardoor een zeer hecht en windbestendig bouwsel ontstaat. Tijdens hun omzwervingen worden de tenstokken en dekens op de kamelen vervoerd. Besluit men het kamp op te slaan, dan blijkt het opzetten van een tent amper een half uur in beslag te nemen. In het midden, in de nok, is een opening waardoor de rook van het open vuur kan ontsnappen. Zelfs in de barre winter kan het in de vilten Mongoolse tent heel behaaglijk zijn.

Praktische kleding

De kleding van de Mongolen is aangepast aan het klimaat: licht in de zomer, zwaar en warm in de winter. In het koude jaargetijde dragen de mannen lange mantels van schapevellen. In de zomer trekken ze dunne katoenen stoffen aan. De vrouwen weven vollen en katoenen stoffen in vrolijke kleuren: rood, blauw en groen.

Zij dragen bijzonder ingewikkelde, eigenaardige kapsels. Als versiering worden daar vaak rode haren of valse vlechten in verwerkt, met aan de uiteinden zilveren spelden met halfedelstenen. Ze dragen ook kettingen en andere sieraden, die niet zelden uiterst kostbaar zijn. In Mongolië kan men de rijkdom van een man aflezen aan de sieraden die zijn vrouw om haar hals draagt.

De godsdienst

Tot omstreeks 1300 beleden de Mongolen het sjamanisme, een godsdienst vol tovenarij, waarbij natuurgeesten werden vereerd. In de 14e eeuw namen ze het lamaïsme aan, de vorm van het boeddhisme die ook in Tibet wordt beleden. Daarmee ontstond ook de monnikenstand, die kloosters ging bevolken.

De Mongoolse monniken vieren hun godsdienstige feesten in eigenaardige, met schilderingen en tapijten versierde tempels. Onder druk van de communistische regering van Mongolië zijn vele van de ongeveer 2700 kloosters inmiddels afgebroken en is het aantal monniken sterk afgenomen.

Ook andere godsdiensten worden van officiële zijde afgewezen. Het rooms-katholieke missiegebouw in de hoofdstad Oeland- Bator is er nog wel, maar missiewerk mag er niet meer worden verricht.

Kumiss en thee met boter

De eetgewoonten van de Mongolen zijn weinig strelend voor het Westerse verhemelte. Het hoofdvoedsel van dit volk bestaat uit vlees. De Mongolen eten halfrauw paarde- en yaksvlees, maar halen allerminst hun neus op voor honde- en rattevlees; deze dieren worden speciaal voor dit doel gefokt.

het vee wordt ook om de melk gehouden; bijna alle melk wordt tot kaas verwerkt. De meest geliefde drank is thee met boter; het recept is eenvoudig: men kookt thee (de thee wordt dus niet getrokken!) met melk, boter en zout. Het resultaat moet een gezonde drank zijn, die haalzaam werkt tegen reumatiek.

Mocht de Westerling de thee met boter al een merkwaardig drankje vinden, hij zal nog grotere moeite hebben met de kumiss. Dit is paarde- of kamelemelk die in ledere zakken aan het gisten wordt gebracht. Er ontstaat dan een soort melkwijn, een sterk alcoholische drank die onbeschrijflijk stinkt, naar bier zou smaken en ook nog zo schuimt.

Het vlees is lange tijd het hoofdvoedsel van de Mongolen geweest. De laatste decennia zijn ze er echter aan gewend ook groente, vruchten en brood bij de maaltijd te gebruiken. Alleen de kinderen en aanstaande moeders krijgen verse melk te drinken.

Andere volkeren

Bekijk hier ook de informatie over andere volkeren. Om de informatie te zien, klik dan op het volk.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Volkeren (Kunst en Cultuur) op 06-09-2008, laatst gewijzigd op 12-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Aziatische volkeren; de Mongolen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.