Volkeren en Afrikaans

Afrikaanse volkeren; de negride volkeren van Afrika

In Afrika zijn veel verschillende volkeren te vinden. Elk volk met een ander uiterlijk, en andere gewoonten. In dit artikel zijn de meeste bekende negride volkeren van Afrika stuk voor stuk beschreven.


Een van de meest opvallende kenmerken van vele volkeren bestaat uit hun huidskleur. In Europa vinden we mensen met een zeer lichte huidskleur; de blanken. In Aziė wonen volkeren met een geelachtige huid: de mongolide volkeren; in Zuidoost-Aziė vinden we vele mensen met een bruine huid.

In Afrika, in het bijzonder ten zuiden van de Sahara, hebben de bewoners een zeer donkere, bijna zwarte huid. Naar het latijnse woord voor 'zwart', dat 'niger' luidt, worden deze mensen 'negers' genoemd. Men spreekt dan ook wel van 'negride' volkeren.

Naar de kleur van de huid van deze negerbevolking wordt Afrika dan ook wel het 'Zwarte Werelddeel' genoemd.

Een kleiner aantal dan men zou verwachten

Van de gekleurde Afrikaanse bevolking behoort lang niet iedereen tot de negride volkeren. Zeer velen hebben namelijk ook een beetje Arabisch of Europees bloed, waardoor zij dan ook niet hiertoe gerekend worden; ook de zwarte bevolking van Amerika wordt om dezelfde reden niet tot de negriden gerekend. Het aantal in Afrika wonende negriden wordt geschat op ongeveer 180 miljoen.

Men onderscheidt vier belangrijke groepen: de Europidengroep woont in Noord-Afrika. De neo-Negriden vinden we in de rest van Afrika, uitgezonderd het uiterste Zuidwesten. Deze neo-Negriden bewonen de savannes. De Pale-Negriden wonen in het zelfde gebied, maar dan in de oerwouden. De vierde groep is die van de dwergvolkeren, die verspreid in de oerwouden leven en in het dorre Zuidwest-Afrika. Hieronder vinden we een nadere verdeling:

  • De Europidengroep: Dit zijn over het algemeen vrij grote, slanke en krachtige mensen. Voorbeelden: Nubiėrs, Ethiopiden en Toearegs.
  • Neo-Negriden: Deze groep verdeelt men weer in Nilotiden, Bantoetiden en Soedaniden. De Nilotiden moeten we zoeken in het stroomgebied van de Boven-Nijl. Ze zijn lang, mager en zeer donker van huidskleur. De Bantoetiden, ook 'Kaffers' genoemd, vinden we in Zuid- en Oost-Afrika. De Soedaniden in West- en Midden-Afrika. Van deze mensen stammen de Amerikaanse negers af.
  • Pale-Negriden: Deze bosbewoners hebben in lichamelijk opzicht wat primitiever kenmerken dan de neo-Negriden en zijn bijvoorbeeld zwaarder behaard.
  • De Dwergvolkeren: Deze mensen, die tot de oudste bevolking van Afrika behoren, werden door de andere volkeren verdrongen naar de meest ontoegankelijke streken. Men verdeelt ze in Pygmiden, Saniden en Khoiniden. De Pygmiden, doorgaans 'Pygmeeėn' genoemd, wonen in de centrale oerwouden. Ze worden maar 120 tot 150 centimeter lang; ze hebben korte, kromme benen en een opvallend brede neus. De Saniden kennen we beter als 'Bosjesmannen'. Zij bewonen de droge streken van Zuidwest-Afrika. Ze zijn klein en mager; hun lichamelijke kenmerken duiden op een vermenging met Aziatische volkeren, reden waarom men ze ook wel 'mongolied-negriden' noemt; gelige huidkleur, hoge jukbeenderen en spleetogen. De Khoiniden ten slotte worden meestal 'Hottentotten' genoemd. Ze zijn de grootste van de dwergvolkeren; hun woongebied is Zuid-Afrika.

De Watoesi

Van de Nilotiden vormen de Watoesi het voornaamste volk. Zij vestigden reeds vele eeuwen geleden een bloeiende beschaving. Het zijn zeer rijzig en slank gevormde mensen; ze hebben harmonische, ovale gezichten met scherpe, knappe gelaatstrekken. De rijke mannen van de Watoesi kleden zich in lange witte gewaden die met kleurige randen zijn afgezet; deze gewaden lijken sterk op die van de oud-Romeinse senatoren.

De Watoesi, die in Oost-Afrika wonen, werden lang geleden door Ethiopische stammen uit het Abessijns Hoogland verdreven, waarop zij zich in het Nijldal vestigden. Daar onderwierpen ze de inheemse bewoners, de vredelievende Bahoetoe, die in het vervolg als horigen de velden en het vee van de Watoesi moesten verzorgen. Op het ogenblik van hun onderwerping hielden de Bahoetoe echter nog helemaal geen vee! In sommige na de Tweede Wereldoorlog zelfstandig geworden Afrikaanse landen hebben de Bahoetoe wraak genomen voor de eeuwenlange onderdrukking; tijdens bloedige strooptochten werden de lange Watoesi de voeten afgehakt 'om ze net zo klein te maken' als de Bahoetoe.

De Pygmeeėn

De toeristen die tegenwoordig met grote aantallen naar Zaļre (Kongo) komen, kennen als vast onderdeel van hun reisprogramma een bezoek aan de Pygmeeėn. Maar de fraai uitgedoste 'dwergen' die voor de toeristen dansen, zijn al lang geen echte Pygmeeėn meer, maar half-Pygmiden die zich met Bantoes hebben vermengd.

Alleen in de uitgestrekte oerwouden leven nog wel - schuwe - Pygmeeėn-stammen van zuiver ras, zoals de Bamboeti en de Akka. Tot voor kort leefden deze mensen nog voor een deel in het Stenen Tijdperk: ze kenden geen metalen en ze weefden geen stoffen. metalen voorwerpen en textiel kopen ze tegenwoordig van Arabische handelaren.

De levenswijze is echter gedurende duizenden jaren dezelfde gebleven: de vrouwen verzamelen nog steeds vruchten en wortelen, terwijl de mannen op jacht gaan. Met groepjes durven ze het zelfs tegen gevaarlijke roofdieren op te nemen.

De Zoeloe

De Zoeloe zijn een bekende stam van de Bantoetiden. Ze leven in Zuidoost-Afrika. Van oudsher hielden de Zoeloe zich bezig met de akkerbouw en de veeteelt. Maar na de blanke overheersing van zuidelijk Afrika zijn de Zoeloe meer en meer de (goedkope) werkkrachten van de blanken geworden. Ze doen bijvoorbeeld het zeer zware werk in de goud- en diamantmijnen.

Het leven van deze stam is de laatste eeuw sterk veranderd. Waar eens hun akkers en weiden lagen, zijn nu steden verrezen. Het zijn in het bijzonder de Zoeloe die door de blanke Zuid-Afrikanen 'Kaffers' werden genoemd; deze naam komt echter oorspronkelijk uit het Arabisch: 'kafir' betekent 'ongelovige'.

De Ethiopiden

De Ethiopiden behoren tot de Europiden-groep. Het bekendste volk van de Ethiopiden bestaat uit de Abessijnen, die reeds gedurende de Oudheid een hoge trap van beschaving bereikten. Waarschijnlijk was hun land het bijbelse land 'Sjeba', waarvan de koningin de Joodse koning Salomo bezocht. Zoals we in de bijbel kunnen lezen, bleef het bezoek niet zonder gevolgen en baarde de koningin van Sjeba een zoon van Salomo.

De keizers van Abessiniė hebben altijd beweerd dat zij rechtstreeks van koning Salomo afstammen. De Abessijnen werden al vroeg in de geschiedenis christenen; zij belijden het zogenaamde 'koptische' christendom.

Nauw verwant aan de Abessijnen zijn de Malagasi, die op het eiland Madagascar wonen. Zij zijn overigens niet de enige bewoners van dit land, dat tegenwoordig 'Malagasiė' wordt genoemd; er leeft ook een minderheid Bantoetiden.

Bosjesmannen en Hottentotten

In Zuidwest-Afrika, Angola en in de Kalahari Woestijn wonen de Bosjesmannen en de Hottentotten. Het zijn jagers, voedselverzamelaars en herders. Ze maken uit plantaardige vezels fraaie stoffen, maar kleden zich ook wel in leer. Ze kennen de kunst van het smelten van metalen; het zijn dan ook bekwame smeden.

Zure melk wordt door beide groepen als een lekkernij beschouwd. Van honing en suiker uit suikerriet bereiden ze een alcoholische drank.

Van de beide groepen zijn de Bosjesmannen de meest primitieve. Hun voornaamste jachtwapen bestaat uit pijl en boog. De vrouwen verzamelen voor het voedsel wormen en insecten, die in Westerse ogen niet direct een aantrekkelijk maal vormen, maar een die toch rijk aan eiwitten en vitaminen is.

De kleine Bosjesmannen hebben in een ver verleden grote delen van Afrika bewoond, maar zijn daar gaandeweg verdreven door nieuwkomers. Ze hebben zich in de dorre streken weten aan te passen; ze kunnen het dan ook langdurig zonder water stellen. De Bosjesmannen zijn wat primitiever en langzamer reagerend dan de Hottentotten. Vermoedelijk zo'n 7000 jaar geleden moet er een groep Aziaten naar Afrika zijn overgestoken. Deze mensen vermengden zich met negride bewoners, en zo ontstonden de Bosjesmannen, die nog steeds gemengde Afrikaanse en Aziatische lichaamskenmerken hebben.

De Batwa

Afgezien van de Pygmeeėn, Bosjesmannen en Hottentotten leeft er nóg een dwergachtig volk in Afrika: de Batwa, die misschien aan de Pygmeeėn verwant zijn. Ze leven juist ten zuiden van de centrale oerwouden en hun aantal bedraagt nog slechts enige duizenden. Het aantal Pygmeeėn bedraagt naar schatting ruim 50.000

Landbouw en veeteelt

De meeste zwarte bewoners van Afrika zijn van oorsprong landbouwer. Ze bewerkten eeuwenlang het land met zeer primitieve middelen en ook hun methoden van veefokken waren verre van optimaal. De blanken, die eigenlijk pas halverwege de 19e eeuw belangstelling kregen voor het Zwarte Werelddeel, hebben moderne landbouw- en veeteeltmethoden ingevoerd. Toch zijn de opbrengsten over het algemeen nog vrij laag.

Andere volkeren

Bekijk hier ook de informatie over andere volkeren. Om de informatie te zien, klik dan op het volk.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Volkeren (Kunst en Cultuur) op 07-09-2008, laatst gewijzigd op 08-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Afrikaanse volkeren; de negride volkeren van Afrika"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.