Volkeren en Afrikaans

Afrikaanse volkeren; de Zoeloe

De Zoeloe is een zeer bijzonder volk uit Afrika. Ook heeft dit volk een bijzondere, bloeddorstige geschiedenis waar velen van nu nog over gruwelen. In dit artikel leest u alles over de Zoeloe, van geloof tot leefgewoonten, van uiterlijk tot medicijnmannen.


Het Zuidafrikaanse volk van de Zoeloe heeft zich in in de 19e eeuw een gevreesde naam verworven. De Zoeloe-krijgers stonden bekend als de bloeddorstigste en meest onbevreesde stam van heel Afrika. Het begon omstreeks 1820: onder leiding van het opperhoofd Tsjaka trokken enorme Zoeloe-legers door Zuid-Afrika en vermoordden iedereen die hun pad kruiste. Een uitgestrekt gebied werd veroverd. Alleen de jongemannen van overwonnen stammen werden gespaard en gedwongen tot het Zoeloe-leger toe te treden. Zo werden de Zoeloes steeds machtiger.

Aan de zegetoch kwam pas een eind gedurende het laatste kwart van de 19e eeuw, toen deze krigjers zich de 'bezittingen' van de blanke kolonisten trachtten toe te eigenen. In een reeks van 'Kaffer-oorlogen' werden de Zoeloes door de Zuidafrikaanse Boeren bedwongen en teruggedreven in een klein gebied. Vooral gedurende de 20e eeuw is de leefwijze van de Zoeloes sterk veranderd. Het verhaal in dit artikel moet voornamelijk geplaatst worden in de 19e eeuw.

Veehouders - nederzettingen

De Zoeloes worden geregeerd door een opperhoofd die absolute macht heeft; we kunnen dus wel spreken van een 'koning'.

De Zoeloe-stammen zijn verdeeld in 'clans', aan het hoofd waarvan clanoudsten staan; hun functie is erfelijk. De Zoeloes zijn van oudsher veehouders. Ze wonen in dorpen die men 'kralen' noemt. Een kraal is eigenlijk een grote veehouderij, afgezet met palen, waarbinnen zowel de dieren als de mensen wonen.

Alle hutten staan rond dat van het clanhoofd. Deze hutten zijn zeer eenvoudig van constructie. Zodra het omringende land geen voedsel meer te bieden heeft, wordt de kraal verlaten. De clan trekt verder, en bij nieuwe weidegronden wordt een nieuwe kraal gebouwd. Een Zoeloehut bestaat uit een koepelvormig hekwerk van takken, waarover lang gras wordt gelegd. Er zijn geen vensters in de hutten. De ingang is een half-ovale opening, die slechts 80 centimeter hoog is. De hut telt geen vertrekken en bestaat dus uit één grote, ronde ruimte.

De kleding

Van de huiden van runderen en antilopen maken de Zoeloes lendendoeken, mantels en sandalen. De vrouwen dragen op hun lendenschort vaak een versiering van glazen kralen. Clanhoofden en ook de familie van de koning kan men herkennen aan een mantel van leewehuid en een schitterende hoofdtooi.

De ongetrouwde Zoeloe-meisjes dragen het kroeshaar kort; de getrouwde vrouwen hebben lang haar, dat als een kegel wordt opgestoken. Deze kegelvormige haardracht zit zó gewikkeld in elkaar, dat het maken ervan langer dan een dag kan duren.

De mannen dragen om het korte haar een kleurige band, waaraan men de familie kan herkennen waaruit ze afkomstig zijn.

Veeboeren en landbouwers

Op de plaats waar de Zoeloes zich tijdelijk vestigen, weiden ze niet alleen hun vee, maar doen ze ook aan eenvoudige akkerbouw. Terwijl de zorg voor de kudde mannenwerk is, wordt het zware werk op de velden door de vrouwen verricht. Het Zoeloe-voedsel bestaat overwegend uit granen, vlees en melk. Maar de runderen worden alleen bij bijzondere gelegenheden geslacht, bijvoorbeeld bij huwelijken en begrafenissen.

De runderen spelen in het leven van een Zoeloe-man een zeer belangrijke rol. Wanneer hij zich een bruid heeft gekozen, moet hij de ouders van het meisje een aantal runderen 'betalen'. Runderen vormen vanouds het voornaamste ruilmiddel. De welstand van een man wordt dan ook afgemeten aan de hand van het aantal runderen dat zijn kudde groot is. Veediefstal tussen verschillende Zoeloe-clans is geen onbekend verschijnsel.

Voortreffelijke jagers

Omdat ze niet graag het eigen vee slachten, voorzien de Zoeloes in de bhoefte aan vlees door de jacht. Al in hun jeugd worden de mannen tot jagers opgeleid.

De Zoeloe trekt zich niets aan van de 'blanke' wetten in Zuid-Afrika en vindt dat hij overal vrij mag jagen. Zijn traditionele jachtwapens zijn de assegaai (een korte speer) en de knots. De knots wordt tegen de poten van het jachtwild geslingerd, zodat deze breken. De voornaamste prooidieren zijn gazellen en antilopen.

Om deze zeer snelle dieren te kunnen verschalken, worden drijfjachten op touw gezet, waaraan niet zelden honderden mannen deelnemen.

Het wild wordt opgejaagd en bijeengedreven. Vervolgens worden de dieren emt speer of knots afgemaakt. Het lukt de prooi maar zelden om aan de geoefende jagers te ontkomen. Maar de Zoeloe-jagers vertrouwen toch niet uitsluitend op de eigen bekwaamheid bij de jacht.

Om het succes tijdens de jacht te verzekeren dragen ze amuletten en bedienen ze zich van alerlei magische bezweringen.

Medicijnmannen

De oudste mannen van een familie doen vaak dienst als medicijnman. Daarnaast beschikt iedere clan over enige belangrijke magiërs, een soort priesters. De medicijnmannen verstaan de kunst sommige ziekten te genezen met behulp van kruiden.

Stellen ze vast dat een ziekte het gevolg is van een betovering, dan trachten ze de ziekte door middel van toverformules uit te bannen. Ze bereiken ook wel resultaten door hypnose en suggestie.

De magiërs moeten zorgen voor voldoende regen op weidegronden en akkers. Ook moeten ze hun clanleden succes bezorgen tijdens de jacht en de kraal beschermen tegen onweer en hagel. De magiërs worden met veel eerbied behandeld en bij alle zaken van gewicht betrokken.

Ze dragen doorgaans allerlei merkwaardige dingen met zich mee, waaraan toverkracht wordt toegeschreven.

De begrafenis

Alleen zeer vooraanstaande Zoeloe-leden krijgen bij hun overlijden een soort uitvaart. De gewone man wordt eenvoudigweg in het oerwoud achtergelaten, hoewel dit steeds minder gebeurt. De gestorvene wordt in een bepaalde houding gebracht: knieën en ellebogen worden tegen de borst gedrukt en het hoofd komt op de knieën te rusten. Het lichaam wordt in een ondiepe kuil gezet, met het gezicht in de richting van de hut waarin hij heeft gewoond. De begraafplaatsen worden voor de meeste clanleden geheim gehouden, hoewel ze zich niet zelden binnen de kraal bevinden.

Mensen die voortijdig aan een ziekte overlijden, woren echter ver bij de kraal vandaan achtergelaten. Men is namelijk bang dat de geest van zo iemand wraak zal willen nemen op de levenden die zijn achtergebleven.

Bij de begrafenis speelt een medicijnman een belangrijke rol. Hij moet ervoor zorgen dat de geest van de dode rust vindt en niet naar de kraal terugkeert.

Godsdienst

De Zoeloes vereren de god 'Oenkoeloenkoeloe', wat 'De Zeer Oude' betekent; hij is de schepper van alles wat leeft. Ze geloven ook dat hun welzijn in belangrijke mate afhangt van de gunsten van de geesten van hun voorvaderen, aan wie ze dan ook offers brengen. Ze geloven in de wedergeboorte. Zo kan een grootvader in de gedaante van zijn kleinzoon terugkeren.

Ondanks het christendom dat tegenwoordig door vele Zoeloes wordt beleden, blijven de oude godsdienstige tradities behouden.

Andere volkeren

Bekijk hier ook de informatie over andere volkeren. Om de informatie te zien, klik dan op het volk.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Volkeren (Kunst en Cultuur) op 07-09-2008, laatst gewijzigd op 12-01-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Afrikaanse volkeren; de Zoeloe"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.