Vroegere Aziatische culturen: De opkomst van China
Ongeveer 15.000 v. Chr. trokken nomadenstammen rond over het reusachtig grote vasteland van Centraal-Azië, dat zich uitstrekt van de Stille Oceaan tot de Himalaya en van Mongolië tot de regenwouden van Zuidoost-Azië. Deze nomeden, een Mongoloïde volk met sluik zwart haar, ronde hoofden en schuinstaande ogen, kunnen de afstamelingen zijn geweest van een veel ouder volk, dat zo'n 400.000 jaar geleden in China moet hebben gewoond, zoals wordt aangeduid door de gevonden resten van de Peking-mens.Ontwikkeling vroegste Chinese samenleving
De legendarische Chinese geschiedenis begint in 2953 v. Chr. met de Drie Heersers en de Vijf Keizers en wordt voortgezet met de Xia-dynastie (2207 - 1766 v. Chr.). Een legendarische keizer was Huang-Ti (± 2650 v. Chr.). Hij wordt gezien als de grondlegger van de Chinese beschaving en standaardiseerde het Chinese karakterschrift (zie afbeelding inleiding). Blijkbaar waren al vóór 2000 v. Chr. nomadenstammen zich beginnen te vestigen in de valleien en vlakten van zowel Noord- als Zuid-China. In het zuiden, waar het door het subtropisch klimaat mogelijk was twee- of driemaal per jaar te oogsten, werd rijst verbouwd. In het noorden, in het dal van de rivier de Hoang-Ho verbouwde de bevolking tarwe en leerde men hoe zij hun oogsten door irrigatie van het land konden vergroten. De bevolking uit het noorden kan al vroeg een politieke organisatie ontwikkeld hebben, als gevolg van gezamenlijke ondernemingen bij het tegengaan van overstromingen en het bevloeien van het land. Dat zij ook geprofiteerd hebben van contacten met de oudere culturen van West-Azië wordt bevestigd door hun kennis van het verbouwen van tarwe, en doordat bronzen gereedschappen en door paarden getrokken wagens hun bekend waren.De Shang-dynastie
In deze vallei kwam de Shang-dynastie aan de macht (1766 - 1122 v. Chr.). Deze heerste over een gebied in Noord-China (zie kaartje). De Shang-vorsten oefenden daadwerkelijk gezag uit over dit rijk door het feodale stelsel van landDe Zhou-dynastie
Rond 1122 v. Chr. werd het Shang-rijk aangevallen en veroverd door de Zhou-volken, nomadenstammen uit het noordwesten. Onder de daarop volgende Zhou-dynastie werd een rijk gesmeed dat uiteindelijk een groot gedeelte van Noord-China en een stuk van het middendeel omvatte. Maar hoewel de Zhou-dynastie na de troonsbestijging met vaste hand regeerde, moesten de Zhou-vorsten de werkelijke macht over het rijk nog vóór 256 v. Chr. aan de feodale baronnen afstaan. In het begin van de 5e eeuw v. Chr. waren, door een voortdurende strijd om de macht, een aantal onafhankelijke en krijgslustige koninkrijken ontstaan, die men de Strijdende Rijken noemde: Qi, Qin (Tj'in), Wei, Han, Zhao, Chu en Yan.Wonderlijk genoeg vormden de burgertwisten en de onzekerheid van deze periode geen beletsel voor economische en culturele vooruitgang. Er werd meer land in cultuur gebracht en de voedselopbrengst steeg als gevolg van massaproduktie van gietijzeren werktuigen voor het ontbossen en het bewerken van de grond. De fabrikanten en kooplieden werden rijk door de nieuwe gietijzerindustrie en het invoeren van gemunt geld.
Ontwikkeling belangrijke filosofieën
In deze periode leefden en onderwezen een aantal van China's grootste filosofen. Confucius (ca. 551 - 479 v. Chr.), Mencius (4e eeuw) en Lao-Tse (tussen de 6e en 4e eeuw) probeerden, op verschillende manieren, te komen tot een ethische wetgeving die individuele en sociale harmonie zou doen ontstaan. Zij waren allen tegen geweld en wilden de mensheid tot deugd en welzijn opvoeden. Volgens het confucianisme moest men leven zoals men eens geleefd had in de zekerheid en gevestigde traditie van het begin van de Xiu-regering. Confucius legde bij het zoeken naar goedheid de nadruk op de verhouding 'vader-kind' tussen de heerser en zijn onderdanen. Lao-Tse echter, legde er de nadruk op dat universele liefde noodzakelijk was. Het taoïsme benadrukte eenvoud en nederigheid van de mens. Een latere groep echter, die zich de legalisten noemde, stelde dat de aard van de mens in wezen zelfzuchtig was en dat een stabiele maatschappij alleen door strenge wetgeving en strikte doorvoering hiervan kon worden bereikt. Door de grote waarde die de legalisten hechtten aan een sterke, centrale regering werd dit punt logischerwijs gekozen als grondbeginsel van een nieuw opkomende politieke macht, die van de Qin (Tj'in)-dynastie.© 2009 - 2012 Staal, gepubliceerd in Volkeren (Kunst en Cultuur) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
De Yao en het Taoïsme Mijn eerste contact met een van de meest bekende minderheidsgroepen uit Azië was met de Yao in…
Het Verre Oosten, China China is een wereldland. In het land woont een vijfde van de wereldbevolking, het is het derde gr…
Vroegere Aziatische culturen: De Japanse beschaving In het 6e millennium v. Chr. leefden er al mensen in Japan. De vroegs…
Terracottaleger voor bange keizer Qin Shi Huangdi, de eerste keizer van China (221 - 210 v.C.), was net als zijn onderdan…
Gerelateerde artikelen
Vroegere Aziatische culturen: De eerste Chinese dynastieën De heersers van Qin (spreek uit: 'Tsjin') brachten de lee…De Yao en het Taoïsme Mijn eerste contact met een van de meest bekende minderheidsgroepen uit Azië was met de Yao in…
Het Verre Oosten, China China is een wereldland. In het land woont een vijfde van de wereldbevolking, het is het derde gr…
Vroegere Aziatische culturen: De Japanse beschaving In het 6e millennium v. Chr. leefden er al mensen in Japan. De vroegs…
Terracottaleger voor bange keizer Qin Shi Huangdi, de eerste keizer van China (221 - 210 v.C.), was net als zijn onderdan…
Reageer op het artikel "Vroegere Aziatische culturen: De opkomst van China"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.