InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs

Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs

Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs Het boek Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs voert de lezers door het leven en werk van de in het voormalig Nederlands-Indië geboren schrijfster, die niet alleen heel wat bestsellers op haar naam heeft staan, maar zowel met haar werk als met haar privé-leven de nodige opschudding veroorzaakte. Dit artikel is een samenvatting van de biografie die Frank Okker over de schrijfster maakte.

Indische meisjesjaren

De ouders van Magdalena Hermina Lulofs (Madelon), Claas Lulofs en Saar Dijckmeester, kwamen beiden uit een gegoede familie. Net voor het vertrek van Claas als ambtenaar Binnenlands Bestuur naar Nederlands-Indië in 1896 trouwden ze. De geboorte van hun eerste kind vond plaats in een soort kraamhotel in Soerabaja tijdens een nacht vol herrie op 24 juni 1899. Vanwege een maansverduistering probeerden de Chinese bewoners ter plaatse met veel tumult de boze geesten te verdrijven. Madelon beschouwde haar geboorte in dit hotel als een voorteken voor haar reislustige leven. Ook van tumult zou ze in haar verdere leven niet verschoond blijven.

Kort hierna verhuisde het gezin naar de westkust van Atjeh, een onrustig gebied waar haar vader het nodige doorstaat. Op zijn ervaringen zal zijn dochter later twee historische romans baseren. In Manindjau op West-Sumatra, waar het gezin door een controleursbenoeming van haar vader vervolgens belandde, ontstond de liefde van Madelon, bijgenaamd Toet, voor de Indische natuur en bevolking. Maar ook voelde ze hier dat ze deel uitmaakte van twee verschillende landen: Nederland en Indië, waardoor ze uiteindelijk nergens echt thuis hoorde. Het zou een terugkerend thema in haar boeken worden.

Het gebied werd steeds onrustiger en Madelon ervoer de angst die daarmee gepaard gaat. In 1908 vertrok het gezin, uitgebreid met drie jongens en een meisje, met verlof naar Europa. Een broertje kwam tijdens het verlof te overlijden, waardoor de moeizame relatie van haar ouders zwaar op de proef gesteld werd.
Bij terugkeer in Indië is de standplaats van vader Claas Batavia, maar het gezin vestigt zich in Buitenzorg. Hier haalt Madelon in 1912 haar toelatingsexamen voor de middelbare school in Deventer. Een ziekte van haar moeder is de reden dat ze al in 1915 terugkeert naar Indië. Haar opleiding krijgt een vervolg aan de nonnenschool in Buitenzorg, met piano- en schilderlessen en conversatielessen in de vreemde talen. Verder leidt ze het leven van een meisje uit de hogere kringen in de tropen.

Huwelijk: van ambtenaarsdochter naar plantersvrouw

Madelon is haar bijnaam Toet ontgroeid, die is ingeruild voor Lon(ny). Ze kan beter met haar vader dan met haar moeder overweg. Er is nog een man in haar leven gekomen: Hein Doffegnies, een vriend uit Deventer, heeft zijn opwachting in Indië gemaakt. In augustus 1918 trouwt Madelon met hem. Het stel vertrekt naar Deli op Sumatra, waar Hein als assistent op een rubberplantage is aangenomen. De omstandigheden op de plantage staan model voor haar latere roman Rubber.
Opnieuw is er die spagaat tussen twee werelden, ditmaal de ambtelijke wereld van haar vader en de ondernemerswereld van haar echtgenoot. Toch wordt ze in de loop der jaren meer plantersvrouw dan ambtenaarsdochter.

Jonge moeder en beginnend auteur

Op 18 mei 1919 bevalt Madelon van dochter Mary Maud, anderhalf jaar later wordt Christine geboren. Haar huwelijk is echter niet wat het zou moeten zijn, geestelijk gaapt er een kloof tussen Madelon en haar echtgenoot. Na diverse eerdere pogingen zet ze zich weer aan het schrijven, met als resultaat enkele strijdlustige gedichten, die tot onvrede van haar man in een plantersblad worden gepubliceerd.
Om hem te ontvluchten, scheept Madelon zich in maart 1921 met haar twee dochters in voor een bezoek aan haar moeder, die inmiddels in Australië woont, terwijl haar vader als resident op Nieuw-Guinea woont. In Australië treft het hele gezin Lulofs elkaar voor het laatst. Eenmaal terug in Nieuw-Guinea maakt Claas Lulofs een eind aan zijn leven.

In 1923 wonen Madelon en Hein in Kisaran, waar zij kennismaken met een collega-planter: Lázló Székely (1892), een Hongaarse charmeur. Als liefhebber van kunst en cultuur kan hij het goed met Madelon vinden. Naar aanleiding van een weddenschap met hem schrijft ze haar eerste verhaal, dat direct in het weekblad Sumatra wordt gepubliceerd. Bovendien wordt ze een vaste columniste van dit blad onder het pseudoniem Christine van Eyck.

Echtscheiding

Inmiddels hebben Madelon en Székely een verhouding gekregen, die veel geroddel tot gevolg heeft. Als de situatie onhoudbaar wordt, vertrekt Madelon in 1925 met haar dochters voor een jaar naar haar familie in Australië. Wel blijft ze haar bijdragen aan Sumatra leveren.
In 1926 keert ze terug naar Kisaran, en naar Székely, die op zijn beurt met verlof naar Europa vertrekt. Zover komt het echter niet. Nog voor zijn vertrek eist Doffegnies een scheiding, waarbij hij de kinderen toegewezen krijgt.
Vanwege de scheiding stelt Székely zijn vertrek uit. Madelon en hij vertrekken kort erna naar Boedapest en trouwen er op 10 september 1926. Madelon laat haar dochters tamelijk gemakkelijk los, een kameraad is belangrijker dan kinderen. Later zullen ze zelf wel contact met haar opnemen, hoopt ze.

Na een jaar Europa keren Madelon en Lázló terug naar Deli en pakken het plantersbestaan weer op. Madelon schrijft luchtige schetsen over haar reizen en het verblijf in Hongarije, maar in 1928 schrijft ze ook een serieuzer verhaal, dat zich in Indië afspeelt.
In maart 1929 wordt dochter Cornelietje geboren, later Kotjil (Kleintje) genoemd. Het echtpaar wordt nog altijd gemeden en promotie van Lázló blijft uit. Madelon en baby Kotjil zijn zwak en moeten in de bergen van Brastagi aansterken.

Broodschrijfster

De problemen zorgen voor spanningen in de relatie. Omdat er in rubber geen toekomst zit, vertrekt het gezin nog voor de zomer van 1930 definitief naar Europa; met hun kapitaal moeten zij in het goedkope Boedapest gerieflijk kunnen leven. Hun vermogen wordt echter niet goed beheerd, waardoor zij het in één klap verliezen. Een nieuwe bron van inkomsten is dringend gewenst en dus reist Madelon naar Nederland om daar haar verhalen aan de man te brengen.
Ze legt contact met schrijver Herman Robbers (1868 – 1937), redacteur en man van gezag bij Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, een blad waarin kunst en literatuur centraal staan, en directeur van uitgeverij Elsevier. Hij publiceert in augustus 1931 één van haar verhalen onder haar naam M.H. Székely-Lulofs. In 1931 brengt hij ook haar eerste roman Rubber uit, gebaseerd op Madelon’s ervaringen met het ruwe en losbandige plantersleven op Deli en de slechte behandeling van de contractarbeiers (meer hierover in het artikel M.H. Székely-Lulofs: Rubber – Roman uit Deli, boekbespreking). Het boek wordt – ondanks de kritiek die er ook is – een bestseller in zowel binnen- als buitenland; een toneelbewerking en filmversie volgen. De gok om van schrijven een bron van inkomsten te maken, pakte goed uit.

Nog voor het eind van 1931 ligt er al een tweede manuscript klaar voor de roman Koelie, gebaseerd op een verhaal van Székely: Pa Roeki, over het onbegrip tussen Oost en West. Naast haar eigen commercieel succesvolle werk helpt Madelon haar echtgenoot met het vertalen van Hongaarse literatuur naar het Nederlands en omgekeerd.
In het voorjaar van 1933 verschijnt haar derde boek, de verhalenbundel Emigranten. Datzelfde jaar heeft ze haar derde roman De andere wereld voltooid, een boek waarin een Hollander sterft door goena-goena. Het verschijnt in februari 1934 en wordt een verkoopkanon.

De royalty's van haar werk zijn goed voor een prettig leven in Hongarije, maar Madelon is ook geregeld in Nederland, waar ze haar dochters zoveel mogelijk probeert te ontmoeten. Vanaf de zomer van 1935 logeren ze een jaar lang bij hun moeder in Hongarije, na een nare tijd bij hun grootouders in Bussum. Madelon heeft niet alleen een prachtig appartement in Boedapest, maar ook een buitenhuis. Na de zomermaanden daar is er echter geen plaats voor haar dochters in het appartement in de hoofdstad. Ze worden ondergebracht bij een Duitse kostschool in de buurt.

Gebrek aan zelfvertrouwen

Een nieuwe roman blijft uit. Commercieel gezien is het werk van de schrijfster succesvol, maar de kritieken zijn niet altijd mals. Haar zelfvertrouwen laat haar, onder andere daardoor, in de steek. Székely, die eveneens een boek over zijn planterservaringen heeft geschreven, boekt daarmee wel literair succes. Madelon werkt mee aan de Nederlandse vertaling ervan.

In 1936 en komt eindelijk De Hongertocht uit, gebaseerd op historische gebeurtenissen rond een Nederlandse patrouille in Atjeh, met een dramatische afloop. Het idee voor deze roman kwam niet van de schrijfster zelf maar van de patrouillecommandant, die zijn versie van de gebeurtenissen naar buiten wilde brengen, maar dit niet goed voor elkaar kreeg. Hij schakelde Madelon in, die in het materiaal veel van haar jeugdjaren en haar vader herkende. Het bracht haar in een netelig parket; moest ze voor rehabilitatie of voor een veroordeling van de commandant schrijven? Ze lost dit op door een roman te schrijven, die de feiten uit de officiële documenten strikt volgt. Haar aanpak werkt, maar roept bij de critici gemengde reacties op.

Hierna volgt de uitgave van haar eerste ‘Hongaarse roman’ in 1937, Het laatste bedrijf, waarin een sterke vrouw zich over twee zwakkere mannen ontfermt.

Oorlogsjaren

Door de oorlogsdreiging, Székely is bovendien joods, verhuist het gezin in 1938 halsoverkop naar Nederland en belandt dan, bijna zonder bezittingen, in Santpoort. Toch is het echtpaar niet onbemiddeld; wel vertoont de relatie barstjes, onder andere door overspel van Székely. De opvoeding van de negenjarige Kotjil wordt min of meer uitbesteed.
In 1941 komt De kleine strijd uit, een luchtige, autobiografische roman, gebaseerd op de schrijfsters wel en mee met de Hongaarse dienstmeisjes. Dit boek wordt door de critici goed ontvangen en ook de verkoop ervan verloopt voorspoedig.

Székely, die net als Madelon kwakkelt met zijn gezondheid, besluit in 1941 vanwege de Duitse bezetting terug te keren naar Boedapest. Madelon krijgt te maken met een verzoek zich bij de Kultuurkamer, die de Nederlandse kunst in een nationaalsocialistisch keurslijf wil dwingen, te melden. Om haar illegale activiteiten, zoals het helpen van onderduikers, niet in gevaar te brengen, geeft zij hier uiteindelijk gehoor aan. Ondanks de oorlog is haar roman Rubber, Gummi in het Duits, daar nog altijd een verkoophit, net als Die andere Welt. Aan geld heeft ze hierdoor geen gebrek.

Met haar echtgenoot op afstand begint ze een relatie met de Hongaarse cellist Palotai, die bij haar woonruimte huurt. Ze wil de stormachtige relatie met haar echtgenoot graag inruilen voor een meer rustgevende. Székely stelt verbitterd een scheiding voor, Madelon verdenkt hem ervan dat hij haar haar geld en dochter wil afnemen. Toch voelen ze nog altijd genegenheid voor elkaar.
Székely’s omstandigheden verslechteren, maar hem opzoeken in Boedapest acht Madelon niet haalbaar. Boedapest wordt een echt oorlogsgebied, waar velen de dood vinden.

Naoorlogse problemen

Madelon is na de oorlog erg vermagerd en weegt nog maar vijftig kilo. Ook Székely heeft de oorlog overleefd en wil naar Nederland reizen om in elk geval zijn dochter nog eenmaal te zien. Uit Indië en Australië komt het nieuws dat Madelon’s familieleden de oorlog hebben doorstaan, al is haar moeder er slecht aan toe. Ook de oudste twee dochters, die inmiddels in Canada wonen, sturen regelmatig een bericht naar hun moeder.

In afwachting van zijn reis naar Nederland, die nog geruime tijd op zich laat wachten, overlijdt Székely in Boedapest aan een hartaanval op 14 april 1946.
Nog is het leed niet geleden. Dochter Kotjil krijgt als ze zestien is een verhouding met de cellist Palotai. Het is meer dan Madelon kan verdragen. Ze overleeft een zelfmoordpoging en herstelt hiervan, de cellist pakt zijn biezen en ook de verhouding van moeder en dochter verbetert.

Madelon legt zich toe op het schrijven van artikelen, voor onder andere Elseviers Weekblad en De Groene Amsterdammer. Herdrukken van haar eerdere werk verschijnen steeds vaker bij andere uitgevers dan Elsevier, net als haar nieuwste boek, Onze bedienden in Indië, dat in een aantal schetsen de belangrijke rol, die inlandse bedienden in het leven van hun Europese meesters spelen, belicht.

In de naoorlogse jaren lopen de inkomsten van de auteur steeds verder terug. In 1948 begint ze met het recenseren van Indische literatuur en houdt ze een vurig pleidooi voor inzicht in de koloniale geschiedenis van twee kanten. Ze werkt aan een roman over de Atjeh-oorlog, gebaseerd op tal van historische bronnen, waarin ze het leven van Tjoet Nja Din, een vorstendochter die een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Nederlanders, reconstrueert. Vanwege de politionele acties op dat moment het bijna niet een uitgever voor dit werk te vinden, ook de pers negeert het boek Haar moeder prees het boek vanuit Australië wel, maar overlijdt kort daarna op 31 augustus 1949.

De laatste jaren

Madelon zet door en publiceert in 1949 een nieuw boek, een bewerkte vertaling van de roman Rimboe, die haar echtgenoot eerder schreef. Een jaar later vertrekt Kotjil naar Israël, om zich in een kibboets te vestigen. Madelon bezoekt haar in 1951, ook om te ervaren hoe het is om buiten Nederland te wonen, waar ze zich steeds minder thuis voelt. De hitte valt haar echter zwaar, dus laat ze haar oog op Canada, het land van dochter Christine, vallen. Vanwege communistische sympathieën mag ze het land echter niet in, dus zoekt ze haar heil in haar werk: een boek over Europese pioniers in Israël, een nieuwe Indische roman en een familie-epos. Ook vertaalt ze veel romans uit het Engels, Frans en Duits en maakt een bewerking van Rubber, dat door Querido wordt uitgegeven als Salamander-pocket.

De Indische roman Storm in haar hart (later Doekoen getiteld) verschijnt, waarin een Nederlandse arts in conflict komt met een oude inheemse genezeres. De botsing tussen Oost en West loopt uit op een drama. Een uitgever die de roman wil uitbrengen is er niet, dus wordt het in elf afleveringen tussen september 1952 en april 1953 in het damesweekblad Margriet gepubliceerd. Iets vergelijkbaars, alleen niet in Margriet, gebeurt met haar boek over de Israëlische pioniers. Madelon is dan tijdelijk als redactrice aan de vrouwenbijlage van Elseviers Weekblad verbonden.

Het geploeter om een inkomen bij elkaar te sprokkelen en de angst en onzekerheid over de kwaliteit van haar werk houden haar van het grotere schrijfwerk af. Ze heeft inmiddels een partner, die negen jaar jonger is, maar kan nog steeds niet aarden in Nederland. Om zonder geldzorgen te kunnen werken, sluit ze in 1958 een contract met de Margriet voor een feuilleton, Alsof het gisteren gebeurde, een familieverhaal dat zich afspeelt aan het begin van de twintigste eeuw. De werkdruk die ze zichzelf oplegt, dreigt haar op te breken en zet haar aan tot het gebruik van alcohol en slaapmiddelen.
Op 22 mei 1958, ze woont inmiddels in Amsterdam, wordt ze in een buurtwinkel onwel, rust even later thuis op de bank en overlijdt, als de dokter nog maar net gearriveerd is.

Op dat moment is ze al lang niet meer de gevierde auteur van weleer, maar pas in de loop van de jaren zestig ebt de herinnering aan haar werk helemaal weg, totdat in 1983 een heruitgave van Rubber verschijnt, die goed ontvangen wordt. Rond diezelfde tijd komen er ook herdrukken van een deel van haar andere werk uit, nog later gevolgd door maar liefst twee biografieën.

Over Tumult en zijn auteur

Tumult is onderverdeeld in tien hoofdstukken, met in de titel steeds drie plaatsnamen, als een traject dat afgelegd gaat worden. Het verleent de roman de vaart die zo kenmerkend is voor leven en werk van de schrijfster. Okker hanteert een chronologische volgorde in zijn levensbeschrijving; leven en werk van Madelon Székely-Lulofs worden als één geheel gepresenteerd. Hij schrijft consequent in de tegenwoordige tijd en heeft korte citaten uit brieven, gesprekken en het werk van de schrijfster in zijn biografie opgenomen. Om de tekst toegankelijk te houden, zijn noten apart achter in het boek opgenomen: maar liefst 44 pagina’s. De hoofdstukken worden gevolgd door een nawoord.

Uit het dankwoord blijkt dat ook de familie- en vriendenkring van de schrijfster veel medewerking hebben verleend. Brieven en documenten die zij leverden, worden beschreven in het bronnenoverzicht, waarin ook een primaire en secundaire bibliografie zijn opgenomen, en in de illustratieverantwoording.
Het boek sluit af met een uitgebreid persoonsregister.

Frank Okker (1951) heeft een groot aantal publicaties op zijn naam staan, onder meer over literatuur uit het voormalig Nederlands-Indië. Hij promoveerde in 2000 op een biografie van de Nederlands-Indische schrijver en journalist Willem Walraven, Dirksland tussen de doerians.

Frank Okker: Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs
Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen, 2008
303 pagina’s, geografische kaart en illustraties
ISBN 978 90 450 0610 9

Lees verder

© 2010 - 2018 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Ontmoeting met de dood - verhalen van M.H. Székely-LulofsrecensieOntmoeting met de dood - verhalen van M.H. Székely-LulofsOntmoeting met de dood is een postuum uitgebrachte verhalenbundel met een bijzondere ontstaansgeschiedenis. De verhalen…
Biografie: Peter HandkeBiografie: Peter HandkeDe Oostenrijkse schrijver Peter Handke heeft veel bijgedragen aan de naoorlogse Duitse literatuur. Zijn vooruitstrevendh…
Biografie Thea BeckmanIn 1957 debuteerde ze als schrijfster met een roman voor volwassene: Anjers voor Adèle. Ze koos als schrijversnaam de ac…
Tjoet Nja Din – de geschiedenis van een Atjehse vorstinTjoet Nja Din – de geschiedenis van een Atjehse vorstinMadelon Székely-Lulofs schreef in 1947 een geromantiseerde biografie over het leven van vorstin Tjoet Nja Din. Haar leve…
Jane Austen, haar biografieTeruggetrokken en ongehuwd schreef Jane Austen in de achttiende-eeuwse Engelse samenleving haar beroemdste werken, waari…
Bronnen en referenties
  • Frank Okker: Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs, Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen, 2008

Reageer op het artikel "Tumult – Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Herbert Francl, 06-10-2011 15:03 #1
Ik herinner me een boek van haar over de dienstbodes die zij in Budapest had; ik herinner me de titel niet meer en zie niets dat het lijkt te zijn. Is u iets bekend? Er waren leuke passages in. Reactie infoteur, 09-10-2011
Frank Okker noemt dit verhaal in zijn biografie Tumult. Wellicht valt uit de documentatie in dit boek op te maken wanneer, in welke vorm en onder welke titel het verhaal gepubliceerd werd. Het is dan misschien via een antiquariaat nog verkrijgbaar. In het voorjaar van 2011 werd een bundel 'Ongeplaatste novellen' van M.H. Székely-Lulofs uitgebracht, getiteld 'Ontmoeting met de dood'. Hierin is een vermakelijk verhaal over een Chinese kok opgenomen (ook te vinden in mijn special over Madelon Székely-Lulofs).

Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 07-10-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Special: M.H. Székely-Lulofs
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!