InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Maria Sibylla – Een ongebruikelijke passie, boekbespreking

Maria Sibylla – Een ongebruikelijke passie, boekbespreking

Maria Sibylla – Een ongebruikelijke passie, boekbespreking Kunstenares en wetenschapper Maria Sibylla Merian (1647 – 1717) combineerde tekenen en schilderen met de bestudering van insecten. Niet erg gebruikelijk in die tijd, en al helemaal niet voor een vrouw. De roman die auteur Inez van Dullemen aan haar wijdde, beschrijft het leven van deze opmerkelijke vrouw, die na haar vijftigste van Amsterdam naar Suriname reisde, om zich daar in de jungle aan haar passie voor de entomologie over te geven.
Maria Sibylla - Een ongebruikelijke passie
Inez van Dullemen
De Bezige Bij, Amsterdam 2001
259 pagina’s

Auteur Inez van Dullemen

De schrijfster Inez van Dullemen is in 1925 in Amsterdam geboren en heeft een uitgebreid oeuvre op haar naam staan. Haar debuut, getiteld Ontmoeting met de ander, stamt uit 1949. Ontmoetingen met anderen gaan ook de rode draad in haar verdere werk vormen. De reizen die de auteur in de jaren ’80 maakte en de levensbeschrijvingen van historische personen geven hier een verdere invulling aan. Het besproken boek is een overtuigende uitwerking van de wisselwerking tussen de thema’s historische ontmoetingen en reizen.

De vorm van het boek

Het boek beschrijft in romanvorm, naast het leven van de historische hoofdpersoon Maria Sibylla Merian, tevens het bijna volledig gefingeerde leven van de Afrikaanse Kwasiba, die later bij Sibylla in dienst komt. Ook de jongste dochter van Sibylla, Dorothea Maria Merian, speelt een belangrijke rol in het verhaal. Gebeurtenissen worden dan ook weergegeven vanuit het perspectief van deze drie personen. De auteur gebruikt hierbij niet alleen een verteller, maar schakelt ook over op geschreven brieven en overpeinzingen in de ik-vorm. Hierdoor raakt de lezer meer betrokken bij de hoofdpersonen.

De roman geeft het leven van Maria Sibylla Merian chronologisch weer vanaf haar jonge jaren tot aan haar overlijden. Het leven van Kwasiba begint met een flashback, verteld in de ik-vorm, en verloopt verder eveneens min of meer chronologisch.
Hoewel het een levensbeschrijving betreft, is hier geen sprake van een biografie. Het boek is eerder een vie romancée, waarbij de auteur wel gebruik maakt van de belangrijkste historische feiten, maar ook veel zelf invult. Dit heeft vermoedelijk ook te maken met het feit dat er inmiddels meer over het leven van de hoofdpersoon bekend dan ten tijde van de boekverschijning.
De combinatie van fictie en historische feiten maakt het boek prettig leesbaar. De beschrijving van de diverse milieus is overtuigend. De wederwaardigheden van Kwasiba zijn, naar de mening van de infoteur, een ietwat overbodige toevoeging.

Het boek is opgesplitst in drie getitelde delen, die ieder weer uit genummerde hoofdstukken bestaan. Het eerste deel is in zijn geheel gewijd aan Maria Sibylla, het tweede grotendeels aan het leven van Kwasiba en haar ontmoeting met de kunstenares. Het derde hoofdstuk staat in het teken van de Morpho achilles. Een korte epiloog sluit het boek af.
Het motto luidt heel toepasselijk: Natura artis magistra (de natuur is de leermeesteres van de kunst). Het boek is opgedragen aan de echtgenoot van de auteur (de theatermaker Erik Vos): Voor Erik, with my love.

Boeksamenvatting

I Maria Sibylla
Al op jonge leeftijd raakt Maria Sibylla Merian in de ban van wat er groeit en bloeit. Het boek opent ermee dat zij, in de nadagen van de tulpenkoorts, in haar geboortestad Frankfurt am Main een kostbare tulp uit de tuin van een adellijke familie steelt, met de bedoeling die thuis in het atelier van haar stiefvader Jacob Marrel na te schilderen.
Tot afgrijzen van haar moeder Johanna beperkt Sibylla zich in haar liefhebberijen niet tot tekenen en schilderen, maar toont zij tevens een wetenschappelijke belangstelling voor rupsen, vlinders en insecten. Op de zolder van haar ouderlijk huis heeft ze een groot aantal levende exemplaren ondergebracht om grondig te bestuderen. Een nogal aparte liefhebberij, zeker voor die tijd.
De kunstzinnige en wetenschappelijke aanleg van de jonge Sibylla leveren wel iets op. Haar oudere halfbroer Caspar Merian en haar stiefvader brengen haar met succes de fijne kneepjes van de schilderkunst bij, zelf ontdekt zij hoe de levenscyclus van rups tot vlinder verloopt.

Anders dan andere meisjes in haar omgeving volgt Sibylla onderwijs. Tijdens de drie jaar dat zij naar school gaat, leert zij lezen, schrijven en rekenen. Daar blijft het bij voor een meisje. Nu is het zaak te wachten tot zich een geschikte echtgenoot aandient.
Als ze achttien jaar is, biedt die zich aan: Johann Andreas Graff, een oud-leerling uit het atelier van haar stiefvader, thans architectuurtekenaar en klaploper. Het wordt geen verbintenis uit liefde, maar een huwelijk om praktische redenen.

Het paar verhuist naar Neurenberg en krijgt een dochtertje: Johanna Helena. De relatie tussen de echtgenoten is complex. Hij brengt nauwelijks geld in en is overspelig, in geestelijk opzicht veracht zij hem terwijl ze hem in lichamelijk opzicht niet kan weerstaan. Hierdoor groeit het paar uit elkaar en stort Maria Sibylla zich opnieuw op de vlinders en de schilderkunst. Zij geeft les en publiceert haar werk.
Dankzij of ondanks vruchtafdrijvende drankjes wordt zij pas na tien jaar huwelijk een tweede maal zwanger. De geboorte van dochter Dorothea Maria stelt vader Johann, die op een zoon gerekend had, teleur en kan het stukgelopen huwelijk niet redden.

Dan komen er brieven van halfbroer Caspar uit het Friese Wieuwerd, waar hij zich heeft bekeerd tot het geloof van de labadisten, dat gebaseerd is op onthechting en terugtrekking uit de wereld. Caspar probeert Sibylla over te halen met haar dochters naar hun commune in Friesland te komen en zich bij hen aan te sluiten. Na een aanvankelijke aarzeling gaat ze op zijn voorstel, dat een ontsnappingsmogelijkheid aan haar huwelijkse staat biedt, in en reist ze met haar dochters – daarbij alles achterlatend – af naar Slot Waltha, waar de ‘Kinderen van het Licht’ zich gevestigd hebben.
Het sobere bestaan daar is echter allerminst licht, maar desondanks bevalt het Maria Sibylla. Minder goed bevalt de komst van haar echtgenoot, die haar op komt eisen. Zijn pogingen lopen op niets uit; na verloop van tijd neemt zij haar vaders naam Merian weer aan en doet zij zich voor als weduwe.

Sibylla begint te twijfelen aan het communeleven. Ze verlangt terug naar haar kunstzinnige en wetenschappelijke activiteiten, haar steun en toeverlaat Caspar sterft en haar jongste dochter krijgt er wel erg weinig onderwijsbagage voor haar verdere leven mee; de oudste dochter is inmiddels verloofd. De knoop wordt doorgehakt: moeder en dochters verruilen het Friese platteland voor Amsterdam.
Amsterdam bruist en verleidt, zeker na de jaren van afzondering. Opnieuw pakt Maria Sibylla haar kunstzinnige activiteiten op, bijgestaan door haar beide dochters, totdat Johanna na verloop van tijd met haar verloofde naar Suriname vertrekt.
Het verblijf in Amsterdam is in alle opzichten succesvol: ze begeeft zich er in de hoogste kringen, staat midden in het leven en kunstzinnig en financieel gaat het haar voor de wind. Toch knaagt er iets… Het tekenen en schilderen van uitheemse vlinders en insecten, bloemen en objecten volstaat niet, ze in hun eigen omgeving ervaren is haar wens. Daarom vertrekt Sibylla, als ze de vijftig al gepasseerd is, met Dorothea naar Suriname.

II Kwasiba
Terwijl Sibylla op weg is vrijwillig haar dagelijkse leventje te verruilen voor een onzekere toekomst in Suriname, is ook de Nigeriaanse Kwasiba op weg daarheen. Haar Afrikaanse leven verliep voorspoedig, totdat ze kort na haar intrek bij haar geliefde in zijn dorp werd overmeesterd door slavenhandelaren. Die leverden haar, na een lange en barre tocht te voet, aan boord van een overvol slavenschip af.
De overtocht is verschrikkelijk, zeker voor Kwasiba, die in verwachting is. Al haar hoop is op de geboorte van haar kind gevestigd, het enige dat haar nog bindt aan haar vorige leven.

Maria Sibylla en Dorothea, die tijdens de overtocht verliefd is geworden op de scheepsarts, maken al spoedig kennis met het Surinaamse leven. Ook Kwasiba is in Suriname aangeland en wordt gekocht door een slavenbezitter. De Merians reizen verder het binnenland in, waar zij onderdak op een suikerrietplantage vinden. Hier valt Sibylla’s oog voor het eerst op de nog altijd zwangere Kwasiba en maken moeder en dochter kennis met het zware bestaan van de slaven.
Om meer vrijheid te hebben nemen de Merians hun intrek in een afgelegen opzienerswoning. Sibylla neemt drie slaven in dienst: de indiaan Aniotok en een negerslaaf die haar bij haar onderzoekswerkzaamheden behulpzaam moeten zijn, en een oudere vrouw voor de huishoudelijke taken. Het onderzoek naar inheemse rups-, vlinder- en plantensoorten kan beginnen; moeder en dochter werken er hard aan en maken lange dagen.

Kwasiba bevalt van een zoon, ze droomt ervan dat hij later als vrij man terugkeert naar haar geboorteland. Dan komt haar kind om het leven, waarna Kwasiba het verdoofd van verdriet bij zich houdt. Zo treft Sibylla haar aan en samen begraven ze het kind.
Hierna wil Kwasiba zichzelf verhangen, ze wordt echter betrapt en bestraft. En weer is Sibylla daar, die haar als slavin aankoopt.

Ook Dorothea heeft het zwaar te verduren met het leven in afzondering en het harde werken. En dan blijft ze ook nog voor het eerst in haar leven zonder haar moeder achter; die vertrekt in gezelschap van haar slaven over de Surinamerivier naar een nederzetting van – opnieuw – labadisten: Providentia. Hier hoopt ze de Morpho achilles te vinden, een extreem grote vlinder, die zich nauwelijks vertoont.

III De morpho achilles
Na de uitputtende tocht over de rivier arriveren Maria Sibylla en haar gezelschap tenslotte bij Providentia. Materiaal en moreel is de labasistencommune in verval geraakt. Sibylla wil zich zo snel mogelijk uit hun buurt huisvesten. Ze krijgt een eigen armoedig onderkomen en is al snel omringd met de door haar gevangen rupsen en vlinders. Voor het overige is ze aangewezen op en afhankelijk van met name Kwasiba en Aniotok. Welke ontberingen ze er ook door leidt, Sibylla heeft enkel oog voor de haar omringende natuur en haar obsessie de Morpho achilles te vangen.

Die duikt op een dag eindelijk op. Juist op het moment dat Sibylla hem in haar net wil vangen, wordt ze door een gifslang gebeten. Door ingrijpen van Aniotok blijft ze in leven, maar verkeert ze wel in levensgevaar. Doodziek wordt ze door de inheemse bevolking, Aniotok en Kwasiba verpleegd. Gelukkig voor Sibylla weerstaat Kwasiba de verleiding om met de slaaf Masukute ontsnappen en blijft zij voor haar meesteres zorgen. De beide vrouwen zijn op een vreemde, geheimzinnige wijze met elkaar verbonden.

Epiloog
Verzwakt door haar ziekte keren Maria Sibylla en Dorothea, vergezeld door Kwasiba, terug naar Amsterdam. De slavin verpietert daar, zij hoort niet in die grote stad in dat koude land.
In de herfst van 1712 krijgt Sibylla een beroerte, waarna ze haar verdere leven in een rolstoel moet zitten. Het weerhoudt haar er niet van om te tekenen en te aquarelleren. De oudste dochter vertrekt opnieuw met haar echtgenoot naar Suriname. Dorothea hertrouwt na het overlijden van haar scheepsarts met een kunstschilder en vertrekt met hem naar het Russische St. Petersburg, waar Peter de Grote 254 werken van Sibylla koopt.
Het aankoopbedrag hiervoor bereikte de verarmde Sibylla te laat: ze was net ervoor gestorven. Kwasiba blijft na het overlijden van haar meesteres onverzorgd achter en moet haar verdere leven als dienstbode in Nederland slijten.

Het leven van Maria Sibylla Merian in jaartallen

Om de gebeurtenissen uit de roman beter tegen hun historische context te kunnen afzetten, volgt een beknopt overzicht met de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Maria Sibylla Merian.

1647

Geboorte van Maria Sibylla Merian in Frankfurt am Main op 2 april, als dochter van Matthäus Merian de Oude, kunstenaar en uitgever, en Johanna Sibylla Heim.

1650

Overlijden van vader Matthäus Merian.

1651

Moeder Johanna Sibylla trouwt voor een tweede maal. Haar echtgenoot is de kunstenaar en kunsthandelaar Jacob Marrel (1614 – 1681), maker van onder meer een beroemd tulpenboek.

1665

Op 16 mei trouwt Maria Sibylla met Johann Andreas Graff (1637 – 1701), een oud-leerling uit het atelier van haar stiefvader.

1668

Geboorte van dochter Johanna Helena.

1670

Verhuizing naar Neurenberg. Sibylla geeft teken-, schilder- en borduurles, beschildert zelf stoffen en handelt in verfstoffen en schildersbenodigdheden.

1675

Het eerste deel van haar driedelig Neues Blumenbuch wordt uitgegeven.

1677

Publicatie van het tweede deel van haar driedelig Neues Blumenbuch.

1678

Geboorte van dochter Dorothea Maria.

1679

Uitgave van het eerste deel van haar Rupsenstudie, waarin onder andere de metamorfose van rups tot vlinder nauwgezet wordt beschreven en getekend.

1680

Het derde deel van haar driedelig Neues Blumenbuch wordt uitgegeven.

1681

Stiefvader Marrel sterft. Merian verhuist met haar gezin terug naar Frankfurt, waar haar moeder dan nog woont.

1683

Publicatie van het tweede deel van de Rupsenstudie.

1685

Vertrek met dochters en moeder naar de labadistencommune in het Friese Wieuwerd. Halfbroer Caspar Merian woont hier sinds 1677. Ook echtgenoot Graff verblijft hier een tijdje, in een vergeefse poging zijn echtgenote tot terugkeer te bewegen.

1688 – 1692

Sibylla werkt aan een ‘kruidenserie’ en aan haar Studieboek, een aantekenboek dat haar werkwijze verduidelijkt.

1690

Overlijden van moeder Johanna Sibylla Heim in Wieuwerd.

1691

Verhuizing met beide dochters naar Amsterdam. Sibylla handelt in verfstoffen en geprepareerde insecten, werkt verder in opdracht van hooggeplaatste personen.

1692

Ontbinding van het huwelijk met Johann Andreas Graff.

1699

Vertrek in juni met Dorothea naar Suriname.

1701

Overlijden van Johann Andreas Graff in Neurenberg.
Terugkeer van Sibylla en Dorothea naar Nederland.

1701 – 1705

Werkt aan diverse tekeningen en aan haar meesterwerk, de publicatie Metamorphosis insectorum Surinamensium.

1713

Nederlandse vertaling van het eerste deel van haar eerder in Duitsland verschenen Rupsenboek.

1714

Het tweede deel van het Rupsenboek verschijnt in een Nederlandse vertaling.
Gedeeltelijke verlamming als gevolg van een beroerte.

1717

Op 13 januari sterft Maria Sibylla Merian.
Op haar sterfdag koopt Peter de Grote een zeer groot deel van haar werk.
Kort erna geeft Dorothea Maria het derde deel van het Rupsenboek in een Nederlandse vertaling uit. Tevens verkoopt ze de teksten en platen van de Bloemenboeken, Rupsenboeken en het Surinameboek aan een uitgever voor nieuwe uitgaven.

Rondom het werk van Maria Sibylla Merian: enkele hoogtepunten

Artis, ingang VlinderkasArtis, ingang Vlinderkas
Het werk van Maria Sibylla Merian kreeg zelfs toen zij nog tamelijk jong was veel erkenning. Niet alleen de kunstzinnige, maar ook de wetenschappelijke aspecten ervan wist men op waarde te schatten. In de loop van haar leven onderhield ze relaties met veel grote namen uit haar tijd.
Bijzonder was niet alleen de combinatie van kunst met entomologie, maar ook de nauwgezette beschrijvingen over de verschillende stadia en metamorfoses van vlinders en insecten, de bloemen waar zij op voorkomen en de bladeren waarmee zij zich voeden. De hulp van haar beide dochters, die hard met hun moeder meewerkten, moet volgens de nieuwste inzichten hierbij niet onderschat worden.

De laatste jaren staat het werk van moeder en dochters opnieuw in de belangstelling, hoewel de interesse voor het werk van Merian nooit echt tanend is geweest.
Zowel het Russiche hof (via dochter Dorothea) als het Britse hof (via dochter Johanna) heeft destijds een grote hoeveelheid van haar werk weten aan te schaffen. Daarnaast kwamen de boeken en tekeningen in het bezit van andere beroemde en invloedrijke tijdgenoten.

Hoewel aan de wetenschappelijke waarde in de negentiende eeuw getwijfeld werd, vond een herwaardering in de tweede helft van de twintigste eeuw plaats. In Nederland was naar aanleiding van haar 350ste geboortejaar een eerder in Frankfurt georganiseerde tentoonstelling te bewonderen; het Haarlemse Teylers Museum exposeerde het werk van Merian in 1998.
In 2008 volgde een expositie in het Amsterdamse Rembrandthuis, waarbij niet alleen de moeder, maar ook de rol van de meewerkende dochters centraal stond. Bij de expositie verscheen het boek Maria Sibylla Merian & Dochters – Vrouwenlevens tussen kunst en wetenschap, geschreven door Ella Reitsma (Waanders, Zwolle 2008). In tegenstelling tot de besproken roman is dit een wetenschappelijke uitgave, waarin tal van nieuwe gegevens en feiten naar voren komen.

Bij de ingang van de Vlinderkas in de Amsterdamse dierentuin Artis is een wand te vinden, die permanent in het teken van Maria Sibylla Merian en haar werk staat.

Lees verder

© 2011 - 2017 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Lymantriidae of DonsvlindersLymantriidae of DonsvlindersDe Lymantriidae of ook wel Donsvlinders of Borstelrupsvlinders zijn een familie van motten. Het is een bijzondere soort…
Koninginnenpage, koningin der vlindersVlinders brengen kleur en beweging in je tuin. Een van de mooiste vlindersoorten is de koninginnenpage. Ook de rupsen va…
De vlindertuin in LesparrouTussen Montségur en Puivert, ongeveer anderhalf uur rijden ten Zuiden van Toulouse, ligt Lesparrou. In Lesparrou is een…
Vlinder – WalstropijlstaartVlinder – WalstropijlstaartDe walstropijlstaart is een mooie nachtvlinder, die je in Nederland niet zoveel ziet. Hij is zeldzaam, maar komt bijzond…
Meer vlinders in de tuinMeer vlinders in de tuinVlinders geven tuinbezitters extra plezier in de tuin. Het is een vrolijk gezicht om vlinders van allerlei soorten en kl…
Bronnen en referenties
  • Astrid de Beer: Maria Sibylla Merian, Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, http://www.inghist.nl

Reageer op het artikel "Maria Sibylla – Een ongebruikelijke passie, boekbespreking"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 29-06-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!