InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Diversen > Lakzegelstempels en lakzegels

Lakzegelstempels en lakzegels

Lakzegelstempels en lakzegels Al in de oudheid voorzag men documenten en brieven van zegels, om er de echtheid mee aan te tonen, of om er zeker van te zijn dat ze alleen door de geadresseerde gelezen werden. Tijdens de middeleeuwen in Europa maakte men de zegels eerst van bijenwas en later van 'zegellak’. Een stempel met een daarin gegraveerde afbeelding en/of monogram werd in de zachte was of lak gedrukt. Deze zegels waren het kenmerk van de zegelaar of van bepaalde instanties, zoals koningen, keizers, de adel, gegoede burgerij, geestelijken, notarissen, gilden en steden.

Gebruik

Tot ongeveer de 11de eeuw ondertekende men in Europa documenten en brieven meestal met een geschreven monogram (enkele letters, oftewel initialen). Daarna werden in plaats van een monogram steeds vaker zegels gebruikt. Vanaf de 16de eeuw werd het gewoonte onder het zegel een handtekening of geschreven monogram te zetten.

Het gebruik van lakzegels nam in de 19de eeuw langzaamaan af. Dit kwam o.a. door de ontwikkeling van de blinddruk, een afdruk in reliëf zonder lak of inkt, op een stuk papier of direct op een document. Met name notarissen maakten en maken hier tegenwoordig nog hun zegels mee. Verder bestonden er vanaf begin 19de eeuw enveloppen, hoewel veel brieven tot 1840 nog steeds werden samengevouwen en gesloten met een lakzegel. Voor het afsluiten van brieven en pakketten gebruikte men in die periode ook wel papieren sluitzegels.

Zegellak

In de tweede helft van de 16de eeuw namen de Portugezen ‘schellak’ mee terug vanuit Indië. Schellak is een harsachtige stof die door de schildluissoort ‘Coccos lacca’ of ‘Laccifer lacca’ wordt afgescheiden. Deze luizen leven op de takken van bepaalde boomsoorten die voorkomen in India, Nepal, Zuidwest China, Thailand en Myanmar, zoals op de ‘Ficus religiosa’. De vrouwelijke schildluizen voeden zich met het sap van de boom door het op te zuigen. Vervolgens scheiden ze via hun poriën een kleverige substantie af, dat zich rondom de luis tot omhulsel vormt en waarin de luis vervolgens haar eieren legt. De schellak wordt van de takken geschraapt, gezuiverd en gedroogd.

Aan het einde van de 16de eeuw ging men in Europa de schellak gebruiken voor het maken van zegellak om de zegels van te maken, het gebruik van bijenwas nam toen af. Behalve uit schellak bestond de zegellak uit terpentijn, krijt, soms mastiek en storax (harssoorten). Daarbij voegde men nog minerale kleurstoffen toe om een gele, blauwe, groene en bruine kleur te verkrijgen en gebrand ivoor voor zwarte zegellak. Deze zegellak werd in een mal gevormd tot staaf.

Sigillografie en sfrafilatelie

De bestudering van (historische) zegels heet zegelkunde, sigillografie, of sfragistiek, ‘sigillum’ is latijn voor ‘zegel’. Oude zegels kunnen geschiedkundige informatie verschaffen door de afbeelding, tekst en het materiaal, maar soms ook door bv. achtergebleven vingerafdrukken die met name op waszegels kunnen worden aangetroffen. Het verzamelen van lakzegels heet ‘sfrafilatelie’, en was met name in de 19de eeuw een populaire bezigheid.

Lakzegelstempels uit de 19de eeuw / Bron: VuurvliegLakzegelstempels uit de 19de eeuw / Bron: Vuurvlieg

Lakzegelstempels

De stempels werden van verschillende materialen gemaakt. Vooral kleine stempels met een klein handvat van ongeveer 2 tot 3 cm hoog (en zonder handvat) waren geheel van metaal zoals: ijzer, lood, brons, koper, messing, zilver en een enkele keer goud.
Bij andere stempels was alleen de matrix, het gedeelte waarin de afbeelding of tekst is gegraveerd, van metaal. Het handvat van ongeveer 3 tot 10 cm hoog was of van een ander metaalsoort of van een ander materiaal, zoals: hout, ivoor, zilver, (half)edelsteen, of glas. Vervolgens bestonden er stempels met wat grotere handvaten. Deze handvaten waren gedraaid, gebeeldhouwd of versierd met een patroon, of eenvoudig zonder versiering. In de 19de eeuw kwam dit type (bureau)stempel vooral veel voor.

Bewaren

Om vervalsing van de zegels te voorkomen zorgde men dat de stempels goed werden opgeborgen. De stempel van het grootzegel werd en wordt bewaard door de ‘grootzegelbewaarder’, dit was of is een hoge ambtenaar, kanselier of minister. Kleinere stempels droeg men soms aan een koord of ketting om de nek, aan een riem of aan een ‘chatelaine’, een soort gordelhaak (meestal van zilver) waaraan men eveneens een horloge, naaigerei of schrijfgerei hing. Ook het dragen van een zegelring was een manier om een stempel veilig te bewaren. Het stempel is aan de rugzijde van de ring gegraveerd of er is een gegraveerde steen in de ring ingezet.

Met name belangrijke stempels werden nadat iemand was overleden vaak vernietigd, daarbij moesten enkele getuigen aanwezig zijn. Toch zijn er nog veel stempels bewaard gebleven en worden ze af en toe bij archeologische opgravingen gevonden.

Soorten lakzegels

Afhankelijk van de functie en de persoon die het zegel maakte, verschillen de zegels in grootte, vorm, kleur en soort afbeelding.

Grootzegel

Tijdens de middeleeuwen had het zegel van een vorst, dat diende waarborg op de belangrijkste documenten, geleidelijk aan een diameter van ongeveer 13 cm aangenomen en werd daarom ‘grootzegel’ genoemd. Na de Franse revolutie in 1789 had een staat ook een grootzegel. Ze werden meestal gemaakt van rode bijenwas en tegenwoordig met een blinddruk.

Contrazegel

Als extra waarborg drukte men aan de achterzijde van zegels soms een ‘contrazegel’, zoals bij een grootzegel. Dit was meestal wat kleiner dan het zegel waar het op bevestigd werd.

Kleinzegel

Op minder belangrijke documenten en brieven maakte men een kleinzegel. Dit heette ook wel een ‘geheimzegel’ of vanaf 1408 ‘secreetzegel’. Steden gebruikten vaak een kleinzegel met daarop het stadswapen.

Signet

Een signet is het kleinste zegel, dat men o.a. maakte met een zegelring. Het werd gebruikt om een brief mee te sluiten en als kenteken van de zegeldrager (de afzender). Ook een pakket, kist of doos voorzag men dikwijls van een signet, om verzekerd te zijn dat deze niet door onbevoegden geopend werd.

Kleur

Zegels van bijenwas waren eerst ongekleurd, later maakte men ze in verschillende kleuren, voornamelijk in rood en groen en soms in wit, zwart of blauw. Zegellak kwam en komt in dezelfde kleuren voor. De kleur die men gebruikte was afhankelijk van de zegelaar, zo werd rode bijenwas in de middeleeuwen eerst alleen gebruikt door de keizer van het Heilige Roomse Rijk.

Vorm

Rond was voor de meeste personen de gebruikelijke vorm van een zegel, maar net als de kleur hingen bepaalde vormen samen met het soort persoon dat de zegel maakte. Zo hadden vrouwen van (hoge) adel en geestelijken meestal een ovaalvormig of puntig ovaalvormig zegel. Daarnaast kwamen er o.a. vierkante, rechthoekige, zeshoekige en schildvormige zegels voor.

Afbeelding

Een zegel kon een afbeelding en/of een monogram bevatten en daarbij soms een randschrift, deze graveerde men in spiegelbeeld op de matrix. Het soort afbeelding (of tekst) hing af van de functie en van de persoon of instantie die het gebruikte, een aantal soorten zijn:
  • troonzegels, met een afbeelding van een vorst op een troon
  • jachtzegels, waar de zegelaar wordt afgebeeld op een paard met een valk op zijn hand.
  • wapenzegels, met een stadswapen of familiewapen
  • zegels met het portret of de gehele beeltenis van de zegelaar
  • zegels met een symbool of fantasievoorstelling
  • zegels met een religieuze afbeelding

Bevestiging

In de loop der tijd werden zegels op verschillende wijzen bevestigd. In het begin van de middeleeuwen drukte men het zegel direct op het document. Later ontstond een ander gebruik: van het onderste gedeelte van het perkament, waar men toen op schreef, sneed men een strook. De onderkant van het perkament vouwde men een stuk dubbel en maakte daarin twee gaten of sneden waar de strook doorheen getrokken werd. De strookuiteinden werden met het zegel aan elkaar bevestigd. De stroken met zegels worden ook wel ‘staarten’ genoemd. Op dezelfde manier gebruikte men in plaats van een strook ook regelmatig een koord. Soms werden meerdere zegels aan een document gehangen.

Nadat het papier in Europa sinds ongeveer de 13de eeuw bekend raakte, werd het perkament geleidelijk door papier vervangen. De was- of lakzegels drukte men nu niet meer op een strook of koord, maar op een klein stuk papier (gesneden in een bepaalde vorm) dat met insnijdingen aan het document werd bevestigd.

Was- of lakzegel maken

Om een zegel van bijenwas te maken smolt men een stuk in heet water. Zegellak werd gesmolten door er een kaarsvlam bij te houden, of met behulp van een laksmeltlepel waarin stukjes lak werden verhit. De zachte lak liet men op het document druppelen, totdat er genoeg was om het zegel in te kunnen drukken.

Voor het vervaardigen van een zegel met een strook perkament of koord ertussen, werd de strook of het koord op een stukje zachte bijenwas of gesmolten zegellak gelegd en daarbovenop kwam een ander stuk zachte was of gesmolten lak waar men vervolgens het zegel indrukte.
© 2016 - 2019 Vuurvlieg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Papyrus, perkament en papier voor schrijfwerk en drukwerkPapyrus, perkament en papier voor schrijfwerk en drukwerkHet drukken van kranten, boeken, reclamemateriaal en allerlei ander publicatiemateriaal gebeurt op verschillende soorten…
Bijenwas als bouwmateriaal en voor diverse productenBijenwas als bouwmateriaal en voor diverse productenBijenwas is een belangrijk bouwmateriaal voor bijen. Sommige onderdelen in bijenkasten bestaan voor het grootste deel ui…
Over bijen: Van was tot dompelkaarsOver bijen: Van was tot dompelkaarsBijenwas is bekend van de ouderwetse boenwas voor meubels. Maar bijenwas is ook geschikt om kaarsen van te maken. Bijenw…
Herstel- en onderhoudsmiddelen voor houten meubelenHerstel- en onderhoudsmiddelen voor houten meubelenHet oppervlak van oude en antieke meubelen is vaak niet meer helemaal egaal. Door de tijd heen zijn er krassen, vlekken,…
Boeken maken in de middeleeuwenBoeken maken in de middeleeuwenTegenwoordig zijn er miljoenen boeken over de hele wereld en wordt één boek vaak honderden keren gedrukt. Vroeger was da…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Vuurvlieg
  • ‘Handboek Antiek’, Mr. Frans Dony
  • http://www.dbnl.org/tekst/_vad003181101_01/_vad003181101_01_0267.php
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Zegel_(waarmerk)
  • http://antiquerestorers.com/Articles/jeff/shellac.htm
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootzegel
  • https://en.wikipedia.org/wiki/Seal_(emblem)
  • http://hobbyarcheologie.weebly.com/zegel-stempels.html
  • Afbeelding bron 1: Vuurvlieg
  • Afbeelding bron 2: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)
  • Afbeelding bron 3: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)

Reageer op het artikel "Lakzegelstempels en lakzegels"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Vuurvlieg
Laatste update: 27-09-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!