InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De fietsrepubliek; Pete Jordan

De fietsrepubliek; Pete Jordan

De fietsrepubliek; Pete Jordan Het is soms verleidelijk om te denken dat we in een bananenrepubliek wonen, maar feitelijk wonen we in een fietsrepubliek en dat al vanaf het einde van de 19e eeuw. De fietsrepubliek is een vermakelijk en onderhoudend boek van de Amerikaan Pete Jordan, die zijn hart aan fietsend Amsterdam verloor. Hij dook in de geschiedenis en dist in zijn boek heel wat aardige feiten op over het anarchistische fietsvolkje dat al meer dan een eeuw door Amsterdam crosst. Er wordt in heel wat landen en vooral ook wereldsteden op grote schaal gefietst. Bijvoorbeeld in China, waar fietsers de meest onaannemelijke ladingen op hun stalen ros of wat ervoor door moet gaan vervoeren. Volgens de Chinese overheid is de fietser zelfs de grote vervuiler, omdat de massa fietsers het autoverkeer ophouden, waardoor de auto's dan noodgedwongen stilstaan en allerlei uitlaatgassen uitstoten. Maar nergens in de wereld geniet de fietser de status aparte, die de Amsterdamse fietser geniet: je van niets of niemand iets aantrekken, zeker niet van de wet. Onverschrokken trapt hij (of zij) langs de grachten, met regelmatig een verontwaardigde blik of een welgemeend "klootzak" aan het adres van een stoutmoedige automobilist. De Amerikaan Pete Jordan kwam in 2002 in het kader van zijn universitaire studie stedenbouwkunde naar Amsterdam en bestudeerde met name de aspecten van dit Amsterdamse fietsverkeer. Maar hij raakte zo begeesterd door de ware fietsspirit van de onverschrokken Amsterdammer dat hij in de geschiedenis dook en een prachtig boekje schreef over de cultuurgeschiedenis van het fietsen in Amsterdam, vanaf het prille begin aan het einde van de 19e eeuw tot heden. Jordan fietst ons behendig van het ene decennium naar het andere met allerlei vermakelijke gegevens, citaten en anecdoten. En uiteraard vergelijkt hij de ontwikkeling van het fietsen in Amerika met die van het fietsen in Amsterdam. Het boek De fietsrepubliek verscheen in 2013 bij Uitgeverij Podium, ISBN 9 789057 595417.

Het begin van het fietstijdperk

Bron: L. Prang & Co, Wikimedia Commons (Publiek domein)Bron: L. Prang & Co, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Het fietsen begon zo'n beetje rond 1890 met fietsen met een hoog zadel en massieve banden voor de echte enthousiastelingen. Maar nog geen tien jaar later werd het zogenaamde veiligheidsrijwiel geïntroduceerd: een laag zadel, twee wielen van gelijke grootte en luchtbanden. Daarna begon een niet te stuiten groei van de handel in fietsen. Omdat het fietsen een nieuw fenomeen was en niet met de paplepel werd ingegoten, ontstonden er tal van indoorrijwielscholen. Eén van die ondernemingen was Velox (1898-1936), een complex vlakbij het Rijksmuseum, bestaande uit een wielerhal met houten vloer van 1500 vierkante meter, een tribune, een rustkamer, kleedkamers, een restaurant, een fietsenwinkel en een rijwielreparateur. Omdat de fietsen, de lessen e.d. relatief duur waren, was het fietsen in deze periode voornamelijk voorbehouden aan welgestelden.

De nieuwe manieren van transport - het fietsen, het autorijden, maar ook de introductie van de tram - zorgden voor chaos in het verkeer. Dat leidde in 1906 tot een actie van de toenmalige burgemeester van Amsterdam om het fietsen in een aantal straten van Amsterdam te verbieden. Dat pikten de fietsers niet en drie maanden later werd het verbod alweer ingetrokken . "Er zit in het genus Amsterdammers een lamlendige oppositiegeest tegen al wat verordening heet". Vanaf 1912 werd het verkeer op zekere plekken geregeld door verkeerspolitie, maar overal waar dit niet het geval was heerste (en heerst) anarchie.

Fietsendieven

Een fiets bezit je niet alleen. Door de decennia heen diende je je fiets te delen met het dievengilde. Al vanaf het begin van de 20e eeuw was dit gilde actief. Ze werden toen zwijntjesjagers genoemd (Bargoens voor fietsendieven). De toename van het aantal rijwielen ging gelijk op met de toename van het aantal fietsdiefstallen. Men zette toen zijn fiets nog meestal niet op slot. In 1928 kwam er een gemeentelijke verordening, dat iedere fietsbezitter zijn fiets op slot moest zetten op straffe van een bekeuring. Daar trokken de meeste fietsenbezitters zich ook weer niets van aan. In 1942 wordt gerept van een "criminele epidemie van ongekende omvang". Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de fietsers van de Amsterdammers geconfisqueerd door de Duitsers, maar in de jaren vijftig werden er meer fietsen gestolen dan ooit tevoren. Er ontstond een levendige handel in gestolen fietsen. Grote kans dus dat je je eigen gestolen fiets kon terugkopen op het Waterlooplein.
Behalve deze zwijntjesjagers kreeg je nu ook te maken met de joyriders, fietsendieven die een fiets stalen om van A naar B te komen en niet voor financieel gewin. In de jaren zeventig kregen we te maken met georganiseerde bendes, die 's nachts met een betonschaar talloze fietsen losknipten en ze in de laadbak van een vrachtauto gooiden. Daarna kwamen de junkies, die zich genoodzaakt zagen om steeds meer fietsen te stelen omdat de opbrengst van een gestolen fiets steeds lager werd en de prijs van het opiaat steeds hoger. Het komt erop neer - anno 2013 - dat aan de rechtmatige fietseigenaar in Amsterdam gemiddeld één fiets per jaar ontstolen wordt. Maar ja, wat is rechtmatig. Op den duur ga je zelf ook maar een gestolen vehikel kopen, dan is bij diefstal het verlies niet zo groot.

Opmerkelijke fietsgegevens door de decennia heen; de highlights

De jaren twintig en de jaren dertig

Aan het einde van de twintiger jaren daalde de aanschafprijs van een fiets flink. En daardoor daalde het aantal mensen dat per tram reisde. De tramkaartjes werden duurder, waardoor er nog minder mensen de tram namen en tengevolge waarvan de tramkaartjes nóg duurder werden. De fiets was inmiddels voor iedereen bereikbaar. In 1924 werd er een rijwielbelastingwet aangenomen. Deze impopulaire maatregel - die later weer werd afgeschaft - bracht in zijn kielzog weer de diefstal van de koperen belastingplaatjes met zich mee.

De crisis van de jaren dertig werkte als stimulans voor het fietsen. Door de concurrentie van de fiets werd een aantal tramlijnen in Amsterdam afgeschaft. Koningin Wilhelmina haalde de internationale pers door in een eenvoudig kloffie op haar fiets door Den Haag te tuffen. In de jaren dertig bestonden er nog geen fietsenrekken en vaak hadden de fietsen ook geen standaard. Tegen alles wat maar enig houvast bood, stonden kluiten fietsen gestald. Dit probleem mondde uit in het ontstaan van een nieuw soort onderneming: de fietsenstalling. Het groeiende leger koeriers, besteljongens en ambachtslieden stond bekend om hun roekeloze rijstijl. En dan had je nog de verliefde stelletjes, die romantische tochtjes maakten op de fiets waarbij ze op van alles letten behalve het verkeer. Flirten deed je ook in het zadel. Daarvan getuigt een passage in het dagboek van Anne Frank eveneens. De tandem deed zijn intrede. Prinses Juliana en Prins Bernhard zaten op zo'n ding toen zij zich verloofden. De Bollenzondag, tenslotte, was een jaarlijks familieuitje op de fiets vanuit Amsterdam naar de bollenvelden.

De fiets tijdens en na de Duitse bezetting

Na de Eerste Wereldoorlog hoopte Nederland in een volgende oorlog ook neutraal te blijven, maar er werden wel twee korpsen Militaire Wielrijders opgericht, wat in ieder geval de lachlust bij de Duitsers opwekte.
Het Amsterdamse fietsgedrag was een doorn in het oog van de Duitse bezetter. Er volgden dan ook allerlei verordeningen, die men probeerde af te dwingen met auto's met luidsprekers, geldboetes, ventieltjesroof, inbeslagname van de fiets, Duitse verkeerspolitie. Het enige positieve was de afschaffing van de zo gehate fietsbelasting. Maar de fietsers lieten zich niet snel intimideren. Doordat de import van ruwe rubber stil kwam te liggen, stegen de prijzen van de banden en dus ook van de fietsen. Bovendien werden fietsen nu ook gestolen vanwege de banden. Later reed men op de kale velgen of op houten banden. De fiets werd een steeds belangrijker vervoermiddel, omdat ook benzine voor de auto steeds schaarser werd. Zodoende ontstond de fietstaxi, die later door de Duitsers verboden werd, omdat dat niet strookte met "het gezonde en natuurlijke zedenheidsgevoel van Noord-Europeesche mensen". De taxi-tandem bleef wel ongemoeid.

In het begin van 1942 vond er een massale fietsenvordering plaats door de Duitsers, die zeer slecht slaagde door de vindingrijke sabotage van de Nederlandse fietseigenaren. In de laatste bezettingsjaren en met name gedurende de Hongerwinter was de fiets - vaak in lamentabele toestand/met of zonder banden - het vervoermiddel om het platteland op te gaan om voedsel te bemachtigen. En ook in het Verzet was de fiets onmisbaar voor het overbrengen van koeriersboodschappen e.d. Dat je een Amsterdammer/Nederlander niet erger kan treffen dan door hem zijn fiets af te pakken, blijkt uit het feit dat er nog steeds Nederlanders zijn die de fiets van hun vader of grootvader van de Duitsers willen terugvorderen.

De jaren vijftig en de jaren zestig

Na de oorlog kwam het fietsen in de jaren vijftig weer goed op stoom. De verkeersregels werden weer massaal aan de laars gelapt. Er volgde een slappe actie, die bestond uit het uitdelen van folders door de politie met daarin een beleefd verzoek aan de fietsers om zich aan de regels te houden. Er was door de toevloed van fietsers sprake van "fietsspitsen". De ergste spits vond plaats op 5 december, wanneer iedereen om vier uur naar huis ging om St. Nicolaas te vieren. Intussen werd ook het parkeerprobleem van de fietsen steeds nijpender, wat de eerste bordjes opleverde als "verboden voor rijwielen" e.d. en een nieuwe strategie: bij het Centraal Station verschenen stoeptegels met gleuven voor het stallen van fietsen. En dan had je nog de zwerffietsen, fietsen die niemand meer wilde hebben, waardoor Amsterdam aan het einde van de jaren vijftig de allure van een fietsenkerkhof had. Je had ook een speciaal beroep: fietsenvisser; er werden flink wat fietsen in de grachten gedumpt.

In de jaren vijftig en nog meer in de jaren zestig kwam er steeds meer autoverkeer, waardoor er slechte tijden aanbraken voor de fietsende meute. Zo vermocht de abrupte afsluiting van de Leidsestraat voor het fietsverkeer de fietsgemoederen danig verhitten. Maar de bestuurders van de stad bekommerden zich nauwelijks om de problemen van de fietsers. Een kleine groep Amsterdammers kwam in het geweer: de Provo's. Zij waren het ook die het Witte Fietsenplan introduceerden, wat nooit echt van de grond kwam net zo min als de vervolgplannen daarop. In andere steden overal ter wereld zijn dergelijke projecten met gedeeld fietsgebruik wel geslaagd.

De jaren zeventig, tachtig en verder

Fietsdemonstraties, de oliecrisis en de autoloze zondag. Eind zeventiger jaren had dit tot resultaat: "Het beleid moet de komende jaren sterk worden gericht op de bevordering van het fietsklimaat. Verder de jaren tachtig en negentig in werd het klimaat in Amsterdam steeds fietsvriendelijker; wat wel bleef was het anarchistische gedrag van de fietser. Er volgden politie-acties tegen het wangedrag met een lichte vorm van succes in 2001. Ook de fietsendiefstallen werden aangepakt met tal van maatregelen: tussen 2001 en 2008 daalde het aantal fietsdiefstallen in Amsterdam met de helft. Dat had zijdelings ook te maken met de afname van het aantal heroïne-verslaafden. Bij de renovatie van het Rijksmuseum, dat in april 2013 weer heropend is, heeft de Gemeente het niet aangedurfd om de tunnel onder het Museum van fietsverkeer te vrijwaren. En dat is maar goed ook. Want voor menig buitenlander maakt die anarchistisch fietsende Amsterdammer deel uit van een openluchtmuseum, waarbij de Nachtwacht bijna verbleekt.
Inmiddels - bij schrijven 7 mei 2013 - is er geharrewar ontstaan over de opening van het fietspad onder het Rijksmuseum. Amsterdam Stadsdeel Zuid heeft besloten het fietspad van 08.00 - 18.00 uur te sluiten en alleen voor de overige tijd open te stellen. Maar de wethouder komt daartegen in het geweer.
© 2013 - 2019 Plato, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Start to Bike: Begin met fietsenStart to Bike: Begin met fietsenDat Nederlanders en Vlamingen een fietsvolk zijn is algemeen bekend. Fietsen zit ons in het bloed. Zou jij ook graag je…
Triatlon - welke afstanden bestaan er?Triatlon - welke afstanden bestaan er?Triatlon vond pas echt de weg naar het brede publiek eind jaren 70. Het is dus een jonge sport die de laatste decennia h…
Film: The Wolf of Wall Street (2013)Film: The Wolf of Wall Street (2013)Gebaseerd op een waargebeurd verhaal van Jordan Belfort, van zijn opkomst als een rijke beursmakelaar die een luxe leven…
Green Lantern: Hal JordanEr zijn 3600 Green Lanterns, elk met een eigen sector in het universum en een eigen powerring die enkel gelimiteerd is t…
Inzicht in Marketing: succesvolle strategie sportmerk NikeInzicht in Marketing: succesvolle strategie sportmerk NikeWat komt er in je op wanneer je de zin ‘Just do it’ tegenkomt? En aan welk merk denk je meteen wanneer je een swoosh-sym…
Bronnen en referenties
  • De Fietsrepubliek, Pete Jordan, Uitgeverij Podium
  • Artikel De Telegraaf, 7 mei 2013
  • Afbeelding bron 1: L. Prang & Co, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "De fietsrepubliek; Pete Jordan"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Plato
Laatste update: 07-05-2013
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!