InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De geschiedenis van het Zionisme

De geschiedenis van het Zionisme

De geschiedenis van het Zionisme Zionisme is de Joodse nationale bevrijdingsbeweging. 'Zionisme' is ontleend aan de naam 'Zion' (een heuvel in Jeruzalem). Sjivat Tsion is één van de traditionele termen voor de terugkeer van Joodse ballingen. Zionisme is niet een eenzijdige ideologie. Het bevat bijvoorbeeld Socialistische Zionisten zoals Ber Borochov, Religieuze Zionisten zoals de rabbijnen Kook en Reines, Revisionistische (Nationalistische) Zionisten zoals Jabotinski en Cultureel Zionisten zoals Asher Ginsberg (Aha Ha'am). Zionistische ideeën evolueerden door de tijd heen en werden beïnvloed door omstandigheden alsook sociale en culturele bewegingen die populair waren in Europa, zoals het socialisme, nationalisme en kolonialisme en verschillende gedachtengoeden van de intellectuelen. Daarom is geen enkele persoon, groep, publicatie of verklaring geldig als de 'officiële' Zionistische ideologie.

Wanneer het begon. Liefde voor Zion in Jodendom

Zionisme was een natuurlijk product van het Joodse volk. Het begon niet pas met de oprichting van de Zionistische beweging in 1897. Joden hadden in het Land Israël gewoond sinds ongeveer 1200 voor de gewone jaartelling. Omdat Israël op het kruispunt van het Midden Oosten en de Middellandse Zee ligt is het vele malen veroverd. De Joden waren echter de enigen die er een nationaal land hadden.

Tora

In de Tora is het Land Israël aan de Joden beloofd. De Tenach -het Oude Testament- beschrijft de geschiedenis van de joden en hun land en hun verbondenheid ermee. De Bijbel is de ruggengraat van de Joodse cultuur en later ook van de Westelijke christelijke cultuur. Zelfs de Islamieten beschouwen de Tora als heilig. Toen de Romeinen Palestina veroverden en de meeste Joden in ballingschap terechtkwamen bleef de band met het land bewaard in de Tora (Bijbel) en in de gebeden die dagelijks oproepen tot de herbouw van Jeruzalem. Het werd ook uitgedrukt in de geschriften van middeleeuwse dichters.

Chaloet (diaspora)

In de diaspora werd religie het medium voor het handhaven van de Joodse cultuur en de Joodse banden tot het oude land. Joden baden verschillende keren per dag voor de herbouw van de Tempel, vierden landbouw feesten en vroegen om regen volgens de seizoenen van het oude Israël. De rituele planten van Soekot werden vanuit het Heilige Land geïmporteerd met gevaar voor eigen leven. Een Heilige Land traditie bleef bestaan in de diaspora in gedachte en op schrift. Deze traditie wordt 'proto-nationalisme' genoemd, omdat er geen nationalisme was in de moderne zin van het woord in die tijden. Het was niet slechts religieuze hoop of hoop voor messiaanse verlossing, maar het bestond ook uit het verlangen naar het land Israël. Het is bewaard gebleven in de gedichten van Jehoeda Halevi, een Spaans Joodse dokter, dichter en filosoof die zelf naar het Heilige Land emigreerde en daar in 1141 stierf.

Palestina

Er was niet alleen geestelijke verbinding, ook was er fysieke aanwezigheid van Joden in Palestina. Dit ging zelfs door na de Bar Kochba revolutie in het jaar 135, toen grote groepen Joden het land verlieten. Onder moslim overheersing woonden er voor de komst van de kruisvaarders zo'n 300.000 Joden. De kruisvaarders doodden de meeste Joden of dwongen hen in ballingschap. Slechts 1000 gezinnen bleven achter toen de moslim Saladin Palestina veroverde. De Joodse gemeenschap nam in aantal wisselend toe en af door verschillende veroveringen en economische moeilijkheden. Er kwamen Joden uit liefde voor Israël en soms aangemoedigd door verschillende Turkse overheersers om in Tiberias en Hebron te gaan wonen. Op verschillende tijden waren er aanzienlijke Joodse gemeenschappen in Tiberia, Safed, Hebron en Jeruzalem. Ook woonden er Joden in Nabloes en Gaza. In de stad Peki'in hebben altijd Joden gewoond.

Rabbijnse of messiaanse oproepen

Van tijd tot tijd vestigden kleine groepen Joden zich in het Land Israël in antwoord op rabbijnse of messiaanse oproepen of vanwege vervolgingen in Europa. In 1700 bereikten gelovige Joden onderleiding van rabbijnen Palestina. Bijvoorbeeld rabbijn Jehoeda Hehasid en zijn volgelingen die zich in Jeruzalem vestigden. Zij werden echter door Arabieren vermoord. Rabbijnen Loezatto en Ben-Attar leidden een relatief grote immigratie in 1740. Andere groepen kwamen uit Litouwen en Turkije en andere landen in Oost-Europa.

Voor de meeste Joden bleef de verbinding met het oude land echter grotendeels cultureel en spiritueel. Terugkeer naar het thuisland was een hypothetische gebeurtenis dat zou gebeuren met de komst van de Masjiach op een onbekend tijdstip in de verre toekomst. Europese Joden leefden in getto's en waren niet voorbereid om in Palestina te wonen. De meeste van de gemeenschappen die werden gesticht ondervonden economische rampspoed, aardbevingen, rellen of uitbreken van ziektes. In het midden van de 19de eeuw leefden zo'n 17.000 Joden in Palestina van liefdadigheid (Haloekka donaties).

Het effect van de Emancipatie op Zionisme

De Franse Revolutie en de opkomst van Napoleon versnelde de emancipatie van de Europese Joden die niet langer in de getto's van de Europese steden hoefden te wonen en burgers werden als iedereen anders. Uiteindelijk bereikte de vrijheid Oost Europa en Rusland. De verlichting van de 18de eeuw en de emancipatie van de 19de eeuw was een grote schok voor de Joodse cultuur en identiteit. Joden splitsten zich op in verschillende groepen gedurende de 19de eeuw.

Tevergeefse assimilatie

De 'ultra-orthodoxe' (charedische) Joden bleven trouw aan de getto-cultuur die de mogelijkheid uitsloot van vermenging met de moderne maatschappij en modern onderwijs. Een tweede groep probeerde geheel in de Europese maatschappij te assimileren, bekeerden zich tot het christendom en verloren hun Joodse identiteit. Een derde groep geloofden dat zij konden integreren als moderne burgers, met gelijke rechten en toch hun Joodse geloof handhaven, terwijl afstand nemend van iedere culturele of groep getrouwheid aan het Jodendom. Als gevolg daarvan werd hun Jodendom als een onderdeel van de Protestantse religie. Zij vonden verschillende eufemismen voor hun identiteit, zoals Hebreeuwers of Germanen van het Mozaïstische geloof. Deze groep richtte het Liberale (Reform) Jodendom op. Ze dachten dat ze geaccepteerd zouden worden als gelijken. Echter het werd duidelijke gedurende de negentiende eeuw dat assimilatie niet wenselijk was. Misschien was het zelfs onmogelijk omdat anti-Joodse gevoelens niet afnamen. De Joodse-christenen en de Reform-Joden werden in toenemende mate gediscrimineerd. In de negentiende eeuw ontstond ook de term antisemitisme.

Proto-Zionisme

Na de Franse Revolutie begon de vage spirituele banden van het Joodse Volk naar Israël uitdrukking te vinden in meer concrete, maar niet altijd praktische manieren. In 1808 bereikten Mitnagdistische Litouwse Joden (streng orthodoxe joden -tegenstanders van de Chassidisch religieuze joden) Palestina en kochten daar land op om een agrarische nederzetting te beginnen. In 1836 vroeg rabbijn Tsvi Hirsh Kalischer aan Anschel Rotschild om Palestina te kopen of op zijn minst de Tempelberg. In 1839-1840 bezocht Sir Mozes Montefiori Palestina en onderhandelde met de Khedive van Egypte om Joodse nederzettingen toe te staan en land te kopen. De onderhandelingen leidden tot niets, behalve een uitbraak van Jodenhaat in Damascus. Rabbijn Kalischer en rabbijn Jehoeda Alkalai drongen aan op stappen om de verlossing te bespoedigen door vestiging in het Heilige Land.

Brits Zionisme

Het idee van een Joodse herstel nam ook de fantasie bij Britse intellectuelen voor religieuze en praktische redenen. Het werd vernieuwd in de theologie van de Plymouth Brethren. Men dacht dat een Joodse kolonie in Palestina het land zou stabiliseren en zou doen opleven. Joods nationalisme kwam ook voor bij schrijvers zoals Lord Byron, Benjamin Disraeli, George Eliot en Walter Scott.

Christelijk Zionisme

Puriteinse steun voor het herstel van de Joden werd naar de Verenigde Staten overgebracht met de komst van de Puriteinen. Dit idee werd geassimileerd in de hoofdstroom van VS ideeën en cultuur en werd gesteund door presidenten te beginnen met John Adams. In recente geschiedenis is het ook het project geworden van fundamentele christenen.

Rol van de Sefardische Joden

Door toeval in de geschiedenis namen de Europese (Asjkenazische) Joden de leiding in het vormen van het zionisme. De Sefardische en Arabische Joden hadden echter een hechtere band met het Heilige Land en met de Hebreeuwse taal dan de Asjkenazische Joden. Ze hadden ook invloed op het Zionisme vanaf het begin. De uit Sarajevo afkomstige Juda ben Solomon Hai Alkalai wordt beschouwd als één van de grote voorlopers van het moderne Zionisme. Alkalai geloofde dat terugkeer naar het Land Israël een voorwaarde was voor de verlossing van het Joodse Volk. Alkalai beïnvloedde de eerder genoemde rabbijn Kalischer. Een achterneef van Juda Alkalai, David Alkalai, stichtte en leidde de Zionistische beweging in Servië en Joegoslavië en woonde het Eerste Zionistische Congres in Bazel bij (1897).

Eerste zionisten en begin hedendaagse Israël

De moderne formulering van het Zionisme werd gescheiden van religieuze aspiraties (m.u.v. het Religieus Zionisme). De 19de eeuwse verlichting stond Joden toe de getto's te verlaten. Sommigen werden christen en assimileerden. Anderen verlieten hun Joodse geloof, maar begrepen dat ze Joden bleven. Volgens de Joodse religie is iedereen die een Joodse moeder heeft Jood. Zionisten zagen net als het Jodendom de Joden als een Volk: Am Jisraeel.

Een volk zonder land

De Joden waren een volk zonder land en zouden politiek krachteloos blijven als zij niet een eigen thuisland zouden hebben. Ze zouden overal gasten zijn en geen thuis hebben, volgens de Zionistische ideologie. Het ontbreken van een huis was de oorzaak van het 'Joodse Probleem', en het zou veregerd worden door de opkomst van nationalisme en landen in de 19de eeuw. Dit verklaarde waarom, paradoxaal, anti-Joodse sentimenten duidelijker werden in het 'verlichte' Europa dan het in vorige eeuwen was geweest.

Mozes Hess: een stichter van seculier Zionisme

Mozes Hess, een min of meer seculiere Jood en socialist, was waarschijnlijk de eerste die deze ideeën in zoveel woorden verklaarde in zijn boek Rome en Jeruzalem, gepubliceerd in 1862, waarin opgeroepen werd voor een Joods nationale beweging vergelijkbaar met de Italiaanse risorgimento nationalistische beweging. Deze en soortgelijke sentimenten werden overgenomen door verschillende kleine Joodse groepen in Oost Europa, Groot Brittannië en de Verenigde Staten.

Proto-Zionisme en de Eerste Alija

De eerste groepen immigranten die naar het land kwamen om er een Joodse staat op te richten staan bekend als de 'Eerste Alija'. 'Alija' betekent letterlijk 'naar boven gaan' en wordt gebruikt als term voor emigratie naar Israël. Beginnend in 1870 richtten religieuze en niet-religieuze Joden verschillende studiegroepen en gemeenschappen op voor het kopen van land in Palestina en vestigden zich daar. In 1870 stichtte de Alliance Israeliet, een niet-Zionistische organisatie, de Mikwe Jisraeel agrarische school op in de buurt van Beit Dagan.

In 1882 werden de BILU (een acroniem voor Beit Ja'akov Lechoe Wenelcha - Huis van Jakob laat ons gaan) en Chibbat Tsion (Liefde voor Zion) en Chovevei Tsion groepen opgericht. Zij werden geïnspireerd door de kracht van het anti-Joodse geweld dat in Rusland in 1881 plaatsvond. Chibbat Tsion begon als een netwerk van onafhankelijke ondergrondse studiegroepen die uiteindelijk grotere groepen vormden de Chovevei Tsion. Deze en soortgelijke groepen vestigden een aantal van de eerste Joodse nederzettingen zoals Jesod Hamaalah, Rosh Pina, Gedera, Rishon Le Tzion, Nes Tziyonna en Rehovot op land gekocht van Arabieren met geld van Joodse filantropisten, zoals Rothschild. Joel Solomon leidde een groep van orthodoxe Joden uit Jeruzalem om Petach Tikva in 1878 te stichten.

De nederzettingen werden gekenmerkt door wijngaarden en sinaasappelboomgaarden. De meeste pioniers waren religieuze Joden hoewel het religieuze establishment niets moest hebben van het Zionisme. In totaal kwamen 25.000 Oost-Europese Joden tijdens de Eerste Alijah naar Israël. Veel van hen keerden echter terug vanwege ziekte, armoede en werkloosheid.

Heropleving van de Hebreeuwse taal

De heropleving van de Hebreeuwse taal kwam door Eliezer ben Jehoeda. Hij kwam in 1881 in Palestina. Met de hulp van Nissim Bechar begon hij Hebreeuwse lessen te geven. Later kwam hij met de Hatzvi krant en zette een taalraad op.

Leon Pinsker en Chovevei Tsion

Geïnspireerd door het antisemitische geweld in Rusland formuleerde Leon Pinsker het moderne idee van het Zionisme in een klein pamflet: Auto-emancipatie (1982). Pinsker geloofde dat antisemitisme onvermijdelijk was zolang Joden gasten waren in alle landen en schreef dat de enige redding voor Joden was door zichzelf te bevrijden en zich in een land te vestigen. Hij dacht aan Argentinië of een ander land. Westerse Joden vonden het maar niets. Maar in Rusland vonden de Joden het prachtig hoewel ze zich in Palestina vestigden. In 1884 werd Pinsker hoofd van de Chovevei Tsion beweging. Pinsker steunde het 'politiek Zionisme' die zich via de grootmachten sterk maakten voor een eigen land. Hij werd echter tegengewerkt door de Russische regering. Daarop richtte hij zijn energie in het geleidelijk kopen van land en nederzettingen van kleine groepen in Palestina.

De eerste pioniers ondervonden talloze culturele en economische moeilijkheden. De totale bevolking van Palestina was in 1880 ongeveer 450.000. Jeruzalem was een kleine stad met 25.000 inwoners, waarvan iets meer dan de helft Joods. Petach Tikwa faalde eerst maar werd later opnieuw opgericht. De Ottomaanse regering tolereerde de pioniers nauwelijks en legde beperkingen op aan de immigratie.

Theodor Herzl en de stichting van het Zionisme

In het laatste deel van de 19de eeuw werd Zionisme getransformeerd van een cultureel kenmerk van Jodendom naar een sociale beweging. De geschriften van de proto-Zionisten gaven het een ideologie. De bijdrage van Theodor Herzl was het omvormen van het Zionisme in een politieke organisatie.

Dreyfus affaire

De Dreyfus affaire, die zich in 1893 ontwikkelde, maakte West-Europese Joden zich bewust van hun nationale identiteit en in het bijzonder bij een jonge Weense jourmalist, Theodor Herzl (1860 -1904) en zijn vriend Max Nordau. Herzls pamflet Der Judenstaat (de Joodse staat), werd in 1896 gepubliceerd. Herzls plan om een Joodse Staat te vormen verschafte het praktische programma van het Zionisme en leidde tot het eerste Zionistische Congres in Bazel (Zwitserland) in augustus 1897.

Na het eerste Bazel congres schreef Herzl in zijn dagboek: "Als ik het Bazel congres in één woord samenvat, zal het dit zijn: 'In Bazel vond ik de Joodse Staat. Als ik dit hardop zeg vandaag, zal het beantwoord worden met een algemeen gelach. Als het niet in 5 jaar zal zijn, zal iedereen het zeker binnen 50 jaar weten.'"

Altneuland

In 1902 publiceerde Herzl een utopisch roman om de Joodse Staat te populariseren, Altneuland. Zich afspelend in Eretz Jisraeel (het Land Israël) is Altneuland een pluralistisch multiculturele visie van een moderne staat met gelijke rechten voor Arabieren. De roman besluit met: "Als je wilt is het geen droom."

Diplomatie

Herzl veronderstelde dat diplomatieke activiteit de belangrijkste methode zou zijn om het Joodse thuisland te verkrijgen. Hij riep op voor de georganiseerde transfer van Joodse gemeenschappen naar de nieuwe staat. Op de lokatie van de staat zei Herzl: "We zullen nemen wat ons wordt gegeven en wat wordt geselecteerd door de publieke opinie."

Herzl trachte steun te krijgen van de Sultan van Turkije voor de stichting van een Joodse Staat in Palestina dat toen bestuurd werd door het Ottomaanse rijk. Voor dit doel ontmoette hij de Duitse keizer Wilhelm II in Istanboel en Palestina, alsook de Sultan, maar deze ontmoetingen leidden tot niets.

Herzl onderhandelde met de Britten over de mogelijkheid de Joden op Cyprus te vestigen, de Sinaï-woestijn, de El Arish regio en Oeganda. Na de Kishinev pogroms bezocht Herzl Rusland in juli 1903. Hij probeerde de Russische overheid over te halen de Zionisten te helpen Joden van Rusland naar Palestina te brengen. Op het Zesde Zionistische Congres stelde Herzl voor in Oeganda te vestigen, een aanbod van de Britten, als een tijdelijk 'nachtasiel'. Het voorstel ondervond scherpe tegenstand vooral van de Russische Joden die Herzal dacht te helpen. Het voorstel werd verworpen. In zijn verzoek naar een politieke oplossing ontmoette Herzl de koning van Italië, de enthousiast was, en de Paus, die tegen was. Een kleine groep, de Joodse Territorialistische Organisatie (Territoriale Zionisten) geleid door Israël Zangwill, splitste zich af van van de Zionistische beweging in 1905 en trachtte een Joods Land te vestigen waar maar mogelijk was. De organisatie werd in 1925 ontbonden.

De druk van de Oost-Europese Joden op Palestina als Joods Thuisland, plus het falen van alternatieven, handhaafde de focus van de Zionistische beweging op Palestina.

De Tweede Alija en Socialistisch Zionisme

De 'politiek Zionistische' benadering die probeerde een Joods Thuisland te verkrijgen via koloniale machten, faalde in het begin resultaten te boeken. Ondertussen leidde praktische vestiging tot een stijging van de Joodse bevolkingsgroei in Palestina van 25.000 in 1882 tot ongeveer 100.000 vlak voor WO I. In 1904 begon de Tweede Alija. Tegelijkertijd begon het Socialistisch Zionisme op te leven. Duizenden nieuwe immigranten wijdden zich aan arbeidsethiek en socialistische idealen.

Socialistische Zionisten

Hun Zionisme werd gekenmerkt door de ideeën van mensen zoals Ber Borochov en A.D. Gordon. Hapoel Hatzair (de jonge werkers) werd opgericht door Gordon. Poalei Tsion (werkers van Zion) en later Hashomer Hatzai (de jonge bewaker) werden geïnspireerd door Bochorov. De Poalei Tsion werd niet geïnspireerd door het anti-semitisme. De Diaspora zorgde voor slechte sociale omstandigheden die Joden economisch inferieur en politiek hulpeloos maakten. De normale organisatie van een maatschappij was een pyramide met een kleine top aan intellectuelen en de grote massa aan werkers. De Diaspora had een omgekeerde piramide gevormd zonder Joodse boeren en arbeiders. Zelf-bevrijding zou komen door proletarisering van de Joden in hun thuisland. Tegelijkertijd riep Gordon op voor een Joodse terugkeer naar de grond en maakte van arbeid een 'religie'.

Moeite met realisatie idealen

De nieuwe immigranten hadden moeilijkheden met het verwezenlijken van de idealen. De Joodse onervaren boeren hadden moeite te concurreren met de Arabische boeren. De Arabieren waren harde werkers en waren bereid om voor veel lagere lonen te werken. De plantage eigenaren hadden een kolonialistische mentaliteit en konden niet overweg met de socialistische ideeën van de Joodse immigranten. Ze gaven de voorkeur aan de Arabische boeren. De Socialistische Zionistische beweging kwam op voor de Joden. Dit leidde tot gebrek aan solidariteit met en discriminatie van de Arabieren. Tegelijkertijd was 'verovering van arbeid' een centraal onderdeel van de Arbeids Zionistische ideologie, als een middel om het Joodse volk op te bouwen. De boycot van Arabisch werk, slechts gedeeltelijk succesvol, werd als een noodzakelijk kwaad uitgevoerd omdat de vestiging van Joden als een klasse van koloniale plantage eigenaren slechter bleek dan het alternatief. In 1934 zei David Ben Goerion tegen de Palestijnse leider Musa Alami, dat ze geen situatie wilden zoals in Zuid-Afrika waar de blanken de overheersers waren en de zwarten de arbeiders. Als de Joden landheren zouden worden dan zou het niet hun echte thuisland worden. Realistisch gezien moest het echter geen probleem zijn omdat de Joden slechts 15% van de bevolking uitmaakten en geen echt gevaar vormden voor de Arabische arbeidsmarkt. Slechts een paar duizend Joden waren betrokken bij 'de verovering van arbeid'. Veel Arabieren vonden nog werk in de Joodse nederzettingen. 'De verovering van arbeid' werd pas belangrijk eindjaren 1930 toen de Arabieren in opstand kwamen en staakten en de Joodse immigratie toenam.. Daarnaast namen de Arabieren zelf geen Joden aan. Over deze discriminatie werd geen woord vuil gemaakt.

De Tweede Alija

De Tweede Alija gebeurde onder uiterst moeilijk omstandigheden. Ziekte, armoede en Turkse vervolging hielden het aantal immigranten laag. Zionisten van buitenlandse nationaliteit, vooral Russen werden door de Turken als vijanden gezien en werden gedwongen het land te verlaten. Epidemieën teisterden het land. Alleen de sterkste overleefden de armoede en de ziektes. Zij werden de ruggengraat van het leiderschap van de Joodse Staat.

Revisionistisch Zionisme

Revisionistisch Zionisme is een nationalistische groepering binnen de Zionistische beweging. De ideologie werd ontwikkeld door Ze'ev Jabotinsky die een 'revisie' van het 'praktisch Zionisme' van David Ben Goerion en de zijne bepleitte. Het praktisch Zionisme hield in onafhankelijke vestiging in heel het Land Israël. Jabotinsky richtte zich meer op het 'politiek Zionisme' van de stichter Theodor Herzl. Aanvankelijk steunden ze de Britten maar later vochten ze er tegen.

Jabotinsky en Revisionistisch Zionisme

Na WO I werd Jabotinsky gekozen voor de eerste wetgevende vergadering in de Jisjoev (Palestina) en in 1921 werd hij gekozen tot de Uitvoerende Raad van de Zionistische Organisatie (later bekend als de Zionistische Wereld Organisatie). Hij verliet de laatste groep in 1923 en stichtte de Revisionistische Partij op. In 1925 vormde Jabotinsky de Revisionistische Zionitische Alliantie binnen de Zionistische Wereld Organisatie en pleitte voor samenwerking met de Britten in het vormen van een Joodse Staat in het hele Mandaatgebied Palestina aan beide zijden van de Jordaan. Voor dit doel pleitte Jabotinski voor massale Joodse immigratie vanuit Europa en de vorming van een tweede Joodse Legioen.

Toen in 1935 de Zionistische Wereld Organisatie Jabotinsky's programma niet accepteerde, vormde hij met zijn volgelingen de Nieuwe Zionistische Organisatie. In 1946 sloot deze organisatie zich weer aan bij de Zionistische Wereld Organisatie (ZWO). Er waren drie groepen in de ZWO: de algemeen Zionisten, de aanhangers van Jabotinsky en de Socialistische Zionisten. Ondanks de grote invloed van Jabotinsky in de ZWO had hij maar weinig invloed in de Jisjoev. Daar waren de Socialistische Zionisten sterk onder de kibboetsiem (collectieve nederzettingen), de moshaviem (coöperatieve nederzettingen). De Algemeen Zionisten, die later samengingen met de Revisionistische Zionisten, waren sterk onder de midden klasse. In de diaspora hadden de Revisionisten verschillende politieke partijen en jeugdgroepen, zoals Beitar. Er waren drie ideologische strommingen: de centristen, de Irgoen en de Messianen.

Revisionistisch Zionisme: Ideologie

Ideologische gezien pleitte het Revisionistisch Zionisme voor de vorming van een Joodse Staat aan beide zijden van de rivier de Jordaan (dus zowel de Westelijke Jordaanoever als Jordanië (de Oostelijke Jordaanoever)). Jordanië was van het Mandaatgebied Jordanië gescheiden in 1922 in antwoord op Arabische wrok ten aanzien van de Balfour Verklaring. Het was een cadeautje van de Britten aan het Hashemietisch Vorstendom van koning Abdoela. De centristen pleitten voor een Britse liberale democratische vorm in heel Palestina. Net zoals Irgoen steunde het Joodse nederzettingen op beide zijden van de rivier de Jordaan. Overigens waren er ook binnen de Socialistische Zionisten stemmen, zoals Ben Goerions Mapai Partij die pleitten voor Joodse nederzettingen in heel het Land Israël. In veel gevallen verschilde men van mening hoe dit bereikt moest worden. Jabotinsky wilde de hulp van de Britten verkrijgen, terwijl de Irgoen (en Lechi) het land onafhankelijk van de Britten wilden veroveren. De Irgoen was tegen het delen van de macht met de Arabieren. Jabotinsky was ambivalent op dit gebied. In sommige geschriften steunde hij het deporteren van Arabieren als een vorm van zelfverdediging in andere geschriften pleitte hij voor deelname van de Arabieren in de liberale democratische maatschappij. In weer andere werken schreef hij dat Joodse nederzettingen overal gevestigd moesten worden terwijl de Arabieren moesten worden genegeerd. De meeste Zionistische groeperingen waren om tactische redenen voor een gedeeltelijke deportatie van de Arabische bevolking uit het Mandaatgebied Palestina om een Joodse meerderheid te verzekeren.

Overigens moet wel aangetekend worden dat alle Arabieren voor deportatie van Joden waren, zelfs ten tijde van WO II toen Joden probeerden te ontsnappen aan het nazi-regime. De Moefti van Jeruzalem had contact met Hitler en stelde zelfs voor om gaskamers in Palestina te laten bouwen.

Religieus Zionisme

Religieus Zionisme (Mizrachi) is een ideologie die Zionisme en Jodendom met elkaar combineert door het Zionisme te baseren op de principes van de Tora, Talmoed en andere Heilige Geschriften. Vaak behoren modern orthodoxe joden tot deze stroming. De belangrijkste ideoloog was de Rabbijn Abraham Izaak Kook. Hoewel hij Charedisch (ultra-orthodox) was -de charedische joden waren tegen het Zionisme- rechtvaardigde hij het Zionisme.

Rabbijn Abraham Izaak Kook

In 1862 publiceerde de Duitse orthodoxe rabbijn Zvi Hirsch Kalischer zijn traktaat Derishat Zion. Hierin stelde hij dat de redding van de Joden, beloofd door de profeten, slechts via zelfhulp bereikt kan worden. Een andere orthodoxe rabbijn, Abrahaam Izaak Kook, zei dat het Zionisme gerechtvaardigd is en drong erbij religieuze Joden op aan zich in Palestina te vestigen en zei tegen de seculiere Socialistische Zionisten meer aandacht te schenken aan het Jodendom. Rabbijn Kook zag het Zionisme als een deel van het Goddelijk schema dat zou resulteren in de hervestiging van het Joodse Volk in haar thuisland. Dit zou redding brengen voor de Joden en de hele wereld. Nadat wereldvrede wordt bereikt door de stichting van de Joodse Staat, zal de Masjiach (messias) komen.

Religieuze Joden geloven dat het land Israël door God aan de oude Israëlieten was gegeven. Het recht voor de Joden is voor eeuwig geldig. Ondanks dit, waren vele religieuze Joden niet enthousiast over het Zionisme voor 1930. Zij meenden dat alleen de Masjiach de Joodse Staat kan herstellen. Zij beschouwden dat het religieus verboden was om de komst van de Masjiach te bespoedigen. Zij zagen het Zionisme als een uitdrukking van ongeloof in Gods verlossing en macht en daarom als rebellie tegen God. Rabbi Kook was het daar niet mee eens. Hij zei:
"Zionisme is niet slechts een politieke beweging door seculiere Joden. Het is feitelijk een instrument van God om Zijn Goddelijke schema te bevorderen en de terugkeer van de Joden naar hun thuisland te bevorderen, het land dat Hij aan Abraham, Izaak en Jakob had beloofd. God wil dat de Kinderen van Israël naar huis terugkeren om een soevereine Joodse Staat te stichten waarin Joden zouden kunnen leven volgens de wetten van de Tora en Halacha en de mitswot van het Land Israël uitvoeren (deze plichten kunnen alleen in het Land Israël worden uitgevoerd). Bovendien is het cultiveren van het Land Israël een gebod op zichzelf en moet worden uitgevoerd. Daarom is het vestigen in Israël een religieuze plicht en helpt het Zionisme Gods wil."

Een ander probleem dat religieuze Joden hadden met het Zionisme was dat de Zionisten grotendeels seculiere Joden zijn. Vooral de kibboets werd als groot kwaad gezien, omdat daar de Joodse Wet niet nageleefd werd. Rabbijn Kook zei hierop het volgende:
"Seculiere Zionisten mogen denken dat ze het voor politieke, nationalistische of socialistische redenen doen, maar in feite was de werkelijke reden een religieuze Joodse vonk in hun ziel dat door God was ingeplant. Zonder hun kennis dragen zij bij aan het Goddelijke schema en aan het uitvoeren van een grote mitswa. De rol van de Religieuze Zionisten is hen te helpen een Joodse Staat op te richten en de religieuze vonk in een groot licht te veranderen...... Op het einde zullen zij begrijpen dat de wetten van de Tora de sleutel zijn voor ware harmonie en een 'socialistische' staat dat een licht zal zijn voor de naties en de wereld redding zal brengen."

Geschiedenis en organisaties

De eerste rabbijnen die het Zionisme steunden waren rabbijn Jehoeda Shlomo Alkalai en rabbijn Zvi Hirsch Kalischer. Zij zagen in de emancipatie van de Joden in West-Europa een eerste stap in de verlossing (Geoela) en daarom moet men de messiaanse verlossing bespoedigen door een natuurlijke verlossing door middel van: de inzameling van alle Joden, de terugkeer naar Israël, landbouw en de opleving van Hebreeuws als dagelijks taalgebruik.

De Mizrachi (merkaz rochanie=religieus centrum) werd in 1902 opgericht in Vilna. Een jeugbeweging, Bnei Akiva werd in 1929 gesticht. Mizrachi gelooft dat de Tora het centrum behoort te zijn van het Zionisme. De Mizrachi partij was de eerste Religieuze Zionistische partij. Zij zorgde ervoor dat er een ministerie van religieuze zaken kwam en drukten wetten door voor kasjroet (kosher voedsel) en het houden van de Sjabbat. Voor de oprichting van de staat hadden zij al een netwerk van religieuze scholen.

Abraham Izaak Kook werd de eerste Asjkenazische Hoofdrabbijn in Palestina in 1924. Hij probeerde het Zionisme met het Orthodoxe Jodendom te verzoenen. De Religieuze Zionisten hadden ook hun eigen vakbond: de Hapoel Hamizrachi.

Onder het Mandaat Palestina

Het succes van het Zionisme speelde zich zowel af op de grond als in de politieke arena. Op de grond werden nederzettingen opgericht, veelal kibboetsiem. In de politieke arena werd winst geboekt door de Balfour Verklaring en de erkenning van de Volkenbond op het recht van een eigen Joods Nationaal Tehuis. Toch verliep de immigratie van Joden naar Palestina moeilijk vanwege geldgebrek en vanwege Britse en Arabische weerstand.

Arthur Ruppin en Praktisch Zionisme

In 1907 kwam een jonge econoom, Arthur Ruppin, naar Palestina om de condities in de Jisjoev te bestuderen. Zijn rapport en ideeën vormden de basis voor het Zionistische actieprogramma in de komende jaren en vormden de toekomst van de Zionistische vestiging en het karakter van de staat. De kibboetsbeweging werd de ruggengraat van het Socialistische Zionisme in Palestina en verschafte politieke en militaire leiderschap. De kibboetsiem waren ideale plaatsen voor het verborgen houden van wapens en het recruiteren en trainen van troepen, alsook het organiseren van plaatselijke verdediging en het bewaken van grenzen.

Het Britse Mandaat: het eerste succes van Politiek Zionisme - de Balfour Verklaring

De Zionistische beweging gaf niet op in haar pogingen een politiek oplossing te vinden. Het Politieke Zionisme en het Praktisch Zionisme werden samengevoegd in het 'Synthetisch Zionisme' bepleit door Chaim Weizmann. Dit leidde uiteindelijk tot de Balfour Verklaring, een belofte van de Britten een Joods Nationaal Tehuis op te richten in Palestina. De Volkenbond gaf internationale steun aan het Joods Nationaal Tehuis. Weizmann werd hoofd van de Zionistische organisatie en later de eerste president van Israël. De Britten scheidden echter snel Trans-Jordanië van het Mandaat Palestina af. Dit was gedeeltelijk de basis voor een uiteindelijke splitsing in de Zionistische beweging. De Revisionistische Zionisten weigerden het verlies van Trans-Jordanië te accepteren en verlieten de Zionistische beweging. In 1923 werd ook de Golan Hoogvlakte van het Mandaatgebied gescheiden.

Zionisme in Amerika

Zionisme kwam oorspronkelijk voor bij vroeg christelijke groeperingen. Maar tegelijkertijd waren er ook Joden actief. Het project van Mordechai Manuel Noah om een Joodse 'staat' te vormen op Grand Island in New York, bleef vele jaren een eenzaam symbool van Amerikaans proto-Zionisme. Maar ook de Joodse dichteres Emma Lazarus en de Zioniste Henriëtte Szold hielden zich ermee bezig. Szold richtte de vrouwenorganisatie Hadassah op. Andere belangrijke figuren waren Brandeis en Frankfurter. Toch bleef het Zionisme in Amerika op een laag pitje. Het kwam o.a. doordat het Reform Jodendom aanvankelijk anti-Zionistisch was. Maar na 1937 kwam daar verandering in. Er werd veel geld ingezameld voor Palestina en de militaire strijd van de Joden.

Joodse immigratie onder het Mandaat

De Zionisten moesten voorzichtig handelen inzake de immigratie door gebrek aan geld en vanwege weerstand van de Britten en de Arabieren. Er kunnen tijdens de Britse Mandaat Periode drie alijot (meervoud van alija=immigratie) worden onderscheiden:
  • De derde alija: De meeste Joodse immigranten kwamen uit Oost-Europa en Rusland. Deze immigratie golf duurde van 1919 tot 1923. Ongeveer 35.000-40.000 Joden kwamen Palestina binnen.
  • De vierde alija: De immigratiegolf duurde van 1924 tot 1929/1932 en bestond voornamelijk uit Poolse Joden. Zij konden de Verenigde Staten niet in. Ongeveer 60.000-70.000 Joden kwamen het land binnen.
  • De vijfde alija: Deze duurde van 1929/1932 tot 1939 toen de Britten de immigratie aan banden legden door middel van de White Paper. Ongeveer 200.000-250.000 Joden bereikten toen Palestina. Velen van hen ontvluchtten Nazi-Duitsland. De Duitsers lieten Joden vluchten in ruil voor geld.

De Jewish Agency

Volgens de Volkenbond moest er een Joods Agentschap worden opgezet die het wereld Jodendom vertegenwoordigde. De Jewish Agency bestond zowel uit Zionistische als niet-Zionistische organisaties. De Jewish Agency moest helpen bij de oprichting van het Joods Nationaal Tehuis.

De Zionisten en de Arabieren

Toen Joden begonnen te denken aan terugkeer naar Israël in het begin van de 19de eeuw waren er ongeveer 200.000 Arabieren die in Palestina leefden. De meesten woonden geconcentreerd op de Westelijke Jordaanoever en in Galilea. Ze hadden geen nationalistische gevoelens. In westerse (Joodse) ogen was Palestina een land zonder natie. Herzl zag Palestina utopisch als een land zonder strijd en waarbij nationale en economische problemen met goede wil konden worden opgelost.

Kolonialisme

De vroege Zionistische leiders zagen geen probleem in kolonialisme. Het was in Europa in die tijd de mode en progressief. Kolonialisme werd gezien als andere ideeën zoals socialisme en nationalisme. Later werden de Zionisten sterk beïnvloed door socialisme en schaamden zich voor kolonialisme. Zij waren zich ervan bewust dat Arabieren in Palestina woonden. Velen dachten echter dat de Arabieren zouden profiteren van de Joodse immigratie en het zouden verwelkomen. Sommigen spraken openlijk over verdrijving van Arabieren uit Palestina. Maar er waren ook Zionisten die waarschuwden voor het Arabische probleem, zoals de schrijver Achad Haam (Asher Ginsberg). Ginsberg voorspelde dat de Arabieren zich tegen de Joodse vestiging zouden gaan keren.

Arabisch verzet

Arabische oppositie tegen het Zionisme nam na 1900 toe. Dit kwam door de geboorte van het Arabisch nationalisme en Arabische politieke aspiraties in het Ottomaanse rijk gelijktijdig met het Joods nationalisme (Zionisme). De Arabische schrijver Najib Azouri schreef in zijn boek Reveil de la Nation Arab (1905) dat zich twee nationalistische stromingen ontwikkelden en dat één ervan zou winnen. Rashid Khalidi schrijft in zijn boek Palestinian Identity (1997) dat Arabieren zich verzetten tegen de aankoop van land door de Zionisten van grootgrondbezitters. De Palestijnse keuterboeren die het land huurden werden van het land gezet met een compensatieregeling. Desondanks verzetten zij zich er tegen en probeerden het land met geweld terug te krijgen. Terwijl het feitelijke aantal ontzette Palestijnse boeren laag was en zij economische voordelen kregen door toenemende werkgelegenheid vanwege Zionistische investeringen, nam de haat van de Arabieren tegen de Zionisten toe. Toen het conflict zich intensiveerde vormden de Zionisten verdediging organisaties, Hashomer, om de nederzettingen te bewaken. Deze namen de plek in van Arabische bewakers. Pogingen het land terug te nemen en ruzies met de Joodse bewakers leidden tot toenemend geweld in 1911.

Verhouding met de Arabieren tijdens Britse Mandaat

Toen de Britten in de Balfour Verklaring een Joods Nationaal Tehuis beloofden dachten vele Zionisten nog dat een conflict met de Arabieren niet onvermijdelijk was. En de meesten dachten ook niet aan verdrijving van de Arabieren. De Arabieren voelden zich echter door de Britten verraadden. Zij voelden er niet voor in een land te wonen met een Joodse meerderheid.

In 1920 en 1921 braken anti-Joodse rellen uit. Deze gingen gepaard met sterke Westerse antisemitische gevoelens. De afgezette burgemeester van Jeruzalem, Moesa Kazim El Hoesseini zei tegen Winston Churchill in 1921: "De Joden behoren onder de meest actieve aanzetters van vernietiging in vele landen...Het is bekend dat het uiteenvallen van Rusland geheel of gedeeltelijk door de Joden is veroorzaakt en een groot aandeel van het verlies van Duitsland en Oostenrijk ook hun schuld is."

In deze periode konden de Zionisten de Arabieren niet meer negeren. In 1920 werd de Haganah opgericht door de Revisionistische Zionist Jabotinsky, maar deze speelde geen belangrijke rol in het grote project van de Zionistische beweging tot na de rellen van 1930.

Ondertussen groeiden de Arabische en Joodse gemeenschap steeds verder uit elkaar. De Arabieren weigerden deel te nemen in een Palestijnse lokale regering die een gelijke vertegenwoordiging gaf aan de Joodse minderheid. Noch Joden noch Arabieren wilden gemengde scholen. Ook richtten de Zionisten de Histadroet vakbond op voor Joden. De Arabieren richtten zoiets niet op, hoewel de Histadroet pogingen deed Arabische arbeid te organiseren in 1927. Ook de Palestijnse Communistische partij probeerde zowel Arabische als Joodse arbeiders te vertegenwoordigen.

Strijd tegen Arabieren/Britten en de Holocaust

Vanaf het begin van het Britse Mandaat was er Arabische oppositie tegen het Zionisme, in de vorm van rellen en later een opstand. De belangrijkste architecten van deze oppositie was de Hoesseini clan geleid door Hajj Amin Al Hoesseini, de Groot Moefti. De Moeftie en anderen overtuigden de Palestijnen zich te verzetten tegen de Zionisten door het verspreiden van leugens dat de Zionisten de Al Aksa Moskee zouden gaan onteren. De Britten namen maatregelen tegen de Joden.

Hoe het Brits beleid anti-Zionistisch werd

De Britse regering begreep dat de Balfour Verklaring kwaad bloed zette bij de Arabieren. Daarom werd een deel van het Mandaatgebied Palestina omgevormd tot Trans-Jordanië en vaardigde het de White Paper uit waarbij de Joodse immigratie drastisch werd beperkt. De White Paper werd ingetrokken onder druk van de Zionisten, de Britse publieke opinie en de Volkenbond. Het bleef echter niet rustig in Palestina. De Moefti zocht bondgenoten met het fascistische Italië (door wie hij waarschijnlijk gefinancierd werd) en Nazi-Duitsland. De Socialistische Zionisten trachten bevriend te blijven met de Britten. Maar de Revisionistische Zionisten gingen tegen de Britten en de Arabieren vechten.

Arabische opstand in 1936

In 1935 brak een Arabische opstand uit in antwoord op de grote Joodse immigratie vanuit Europa. Er volgden drie jaar van geweld aangesticht door de Groot Moeftie Hoesseini en zijn bondgenoten. Er vielen honderden Joodse slachtoffers en naar schatting ruim vierduizend Arabieren werden gedood waarvan de meeste door de Moefti. De Britten namen draconische maatregelen. De Moeftie vluchtte naar Irak in 1937 en in 1941 naar Nazi-Duitsland. In 1937 stelden de Britten een deling van Palestina voor in het Peel-rapport. Sommige Zionisten waren tegen omdat ze geloofden in een bi-nationale Joods-Arabische staat. De Revisionistische en Religieuze Zionisten waren ook tegen omdat ze tegen het opgeven van elk stuk Palestina waren. In 1939 kwamen de Britten met de White Paper die de Joodse immigratie inperkte. De Revisionisten richtten in 1931 de Irgoen op die vanaf 1939 tegen de Britten en de Arabieren ging vechten.

Zionisme gedurende de Holocaust

De moord op zes miljoen Joden heeft onvermijdelijk zijn invloed gehad op de geschiedenis van het Zionisme. Anti-Zionisten beschuldigden de Zionisten ervan onverschillig te zijn geweest ten aanzien van de Europese Joden. In eerste instantie was dat ook zo. De Jodenvervolging in Duitsland leek niets anders dan vervolgingen die zich in eerdere eeuwen had afgespeeld. De Jisjoev was druk bezig met de strijd tegen de Arabieren en met de opbouw van een Joodse samenleving. Desondanks hebben de Zionisten met geld 200.000 Europese Joden kunnen redden vóór het begin van WO II. Tijdens WO II hebben Zionisten illegale immigraties georganiseerd omdat de Britten gewone immigratie tegenhielden.

De illegale immigratie (Alija Bet) werd door de Jewish Agency georganiseerd tussen 1939 en 1942 en opnieuw tussen 1945 en 1948. Daarnaast waren er privé-initiatieven, een initiatief van de Nazi's om Joden te deporteren en een initiatief door de VS om Europese Joden te redden. Veel schepen zonken of werden tegengehouden door de Britten of de Nazi's. Ondanks alle tegenwerkingen slaagden tienduizenden Joden erin om Palestina te bereiken.

De Zionisten wilden tegen het fascisme vechten en Europese Joden redden maar dat mocht alleen maar met toestemming van de Britten. Ongeveer 26.000 Joden en 6.000 Arabieren vochten in het Britse leger. De meesten waren actief in het Midden-Oosten. Er werd wel een Joodse Brigade opgericht die in Europa vocht. De Jewish Agency stelde een plan voor om honderden Joodse commando's in Europa te laten vechten. Maar pas na een jaar lieten de Britten slechts 40 commando's in Europa toe.

Ondertussen vochten de Irgoen en de Lechi tegen de Britten. Leden van Lechi schoten Lord Moyne, een anti-Zionist, dood in Cairo op 6 november 1944. Churchill ging zich toen tegen de Zionisten keren. Daarop besloten de Jewish Agency en Zionistische Wereld Organisatie de Irgoen en Lechi aan te pakken. De leiders van Irgoen en Lechi werden door de Hagana van de Socialistische Zionisten gevangen genomen en aan de Britten uitgeleverd.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na WO II bleven de Britten de Joodse immigratie beperken. Alle Zionistische organisaties gingen nu een ondergrondse oorlog voeren tegen de Britten als ook druk uitoefenen op de Britse regering via de VS.

Zionisme en de Holocaust

De Holocaust is een belangrijke kwestie voor anti-Zionisten. De Holocaust was de dramatische en tragische vervulling van de Zionistische claims dat Joden nooit veilig zouden zijn zonder soevereine Joodse staat. Deze profetie was niet slechts een abstracte ideologische principe. In het bijzonder de Revisionistische leider Ze'ev Jabotinsky waarschuwde de Poolse Joden voor de catastrofe. Zijn waarschuwingen gingen grotendeels onopgemerkt voorbij.

De Holocaust in Zionistische controverse

De Holocaust bleek een ernstige waarschuwing dat Joden nooit geheel veilig zouden kunnen integreren in de Europese samenleving. Die vraag zelf werd een twistpunt na WO II, omdat er zo weinig Joden in Europa waren overgebleven en er zoveel afkeer was tegen de misdaden van de Nazi's, dat voor lange tijd het anti-semitisme geheel verdwenen leek te zijn. Niettemin bleef de Holocaust een grote verwarring voor anti-Zionistische ideologieën. Sommigen gingen de Holocaust ontkennen. Sommigen zagen de Zionisten als schuldigen van de Holocaust omdat zij niet genoeg deden om het Europese Jodendom te redden. Anderen beschuldigden de Zionisten een 'Holocaust industrie' te hebben ontwikkeld, terwijl er ook andere slachtoffers waren zoals zigeuners, geestelijke gehandicapten en homoseksuelen. Natuurlijk kon niet iedereen de ramp hebben zien aankomen ondanks de waarschuwing van Jabotinsky. Bovendien waren de Zionisten niet bij machte om zovele miljoenen Joden te redden. Het Amerikaanse Jodendom deed bovendien ook weinig tegen de Nazi-politiek en als ze het wel hadden gedaan dan was het onwaarschijnlijk dat de VS-regering er veel tegen gedaan zou hebben uit angst voor anti-semitische geluiden.

Oprichting Staat Israël veroorzaakt door de Holocaust?

Voor een buitenstaander kan het lijken dat de Staat Israël er niet zou zijn gekomen zonder de Holocaust. Anti-Zionisten beweren dat de Joden een staat werd gegeven en daarom hangt het bestaan van Israël af van de morele handelingen van Israël zoals door hen beoordeeld. Deze zelfde anti-Zionisten doen de indruk wekken dat er vóór WO II geen Joden in Palestina waren en dat na WO II de Zionisten snel honderdduizenden Joden naar Palestina brachten ten koste van de Palestijnen. Dit idee is zeker fout omdat de Zionisten c.q. Joden die daarvoor al in Palestina woonden niet gemotiveerd konden zijn door de Holocaust. Zelfs een kritische historicus als Tom Segev (in One Palestine Complete, 1990) zegt dat zelfs zonder de Holocaust de Staat Israël zou zijn opgericht en zelfs veel sterker zou zijn geweest vanwege de steun van miljoenen Europese Joden. Dus de bewering dat er zonder de Holocaust geen Israël zou bestaan klopt niet.

Goede organisatie

Van belang is te melden dat de Zionisten, ondanks hun onderlinge verschillen, goed georganiseerd waren en om die reden in staat waren een land op te bouwen. Er was organisatietalent en sociale cohesie die de kibboetsiem, de Histadroet vakbond, school systemen, agrarische landbouwscholen en andere instanties opleverden. Ook werd relatief veel geïnvesteerd door de Zionistische organisatie, waarvan zowel Joden als Arabieren profiteerden. Toen de Peel Commissie in 1937 een deling van het land voorstelde in een klein Joods gebied en een groot Arabische regio, namen de leden van de Commissie voor lief dat de Palestijnse Arabische staat economisch niet levensvatbaar zou zijn. Zij verwachtten dat de kleine Joodse Staat de Palestijnse Staat op sleeptouw zou nemen. Oorlogen worden door bepaald door economische macht. Als er oorlog zou komen tussen Joden en Arabieren dan was de uitkomst voorspelbaar. De Joden waren beter georganiseerd en economisch sterker.

Socialistisch Zionisme versus Revisionistisch Zionisme

Na de onafhankelijkheid waren de Socialistische Zionisten de leidende politiek macht in Israël tot 1977. De Zionistische beweging splitste in de jaren 1930 op. De Socialisten stonden onder leiding van David Ben Goerion en de Revisionisten stonden onder leiding van Ze'ev Jabotinsky. Ze hadden beide ondergrondse legers. Ze vochten samen tegen de Britten na WO II. Maar er waren wel onderlinge spanningen zoals de 'Sezon' in 1944-1945, de massamoord in Deir Jassin door de Revisionisten, het tot zinken brengen van de 'Altalena' (een schip vol wapens van de Irgoen) en een aantal kleinere incidenten. Pas ten tijde van de Zesdaagse Oorlog in 1967 mochten de Revisionisten deelnemen aan een regering van nationale eenheid.

De Staat Israël en Palestijnse vluchtelingen

Vanwege de druk van Joodse aanslagen op de Britten en de strijd tussen Joden en Arabieren, legde Groot Brittannië hun mandaat terug bij de Verenigde Naties in februari 1947. Een speciale commissie van de VN adviseerde een verdeling. De Arabieren waren zowel tegen een verdeling als een bi-nationale staat. Op 29 november 1947 stemde de VN voor een verdeling van Palestina in een Joodse en Palestijnse Staat. De Arabieren begonnen de Joden aan te vallen.

Onafhankelijkheidsoorlog van 1948

Toen de Arabieren met de oorlog begonnen lieten de Britten een vrijwilligersleger onder leiding van Fawzi El Kaukji Palestina binnenkomen in januari 1948. Gedurende de gevechten werd op 15 mei 1948 de Staat Israël uitgeroepen. Arabische landen, hoofdzakelijk Egypte, Syrië, Jordanië en Irak vielen daarop de nieuwe staat bijna onmiddellijk aan.

De stichting van de Staat Israël en het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk

De Palestijnse Arabieren waren niet goed georganiseerd en konden Palestina niet etnisch zuiveren van de Joden. In plaats daarvan werden zij verdreven. De Arabische landen konden dit niet tegenhouden. Sterker nog zij vroegen de Palestijnen tijdelijk te vertrekken om zo makkelijker tegen de Joden te kunnen vechten. Als gevolg van de oorlog vluchtten tussen de 600.000 en 800.000 Palestijnse Arabieren uit hun huizen. Hoewel volksverhuizingen verwerpelijk zijn, zijn ze vaak het resultaat van oorlog. Zo verdreven de Tsjechen de Sudeten Duitsers na WO II, omdat de Duitsers de staat wilden vernietigen waarin ze leefden. Hetzelfde was het geval met de Palestijnse Arabieren die de Joodse Staat wilden vernietigen. Het is absurd om te denken dat de Tsjechen van tevoren gepland hadden om de Duitsers uit te zetten sinds het begin van het Tsjechische nationalisme. Maar deze redenatie wordt wel toegepast op het Zionisme. In een burgeroorlog zoals 1948 gebruiken terroristen vaak dorpen en buurten als hun bases. Burgerslachtoffers zijn daardoor onvermijdelijk. Toen de oorlog in 1948 begon was onvermijdelijk dat één van de twee partijen zou verliezen en haar bevolking op de vlucht zou slaan. De Palestijnen noemen de oorlog de Nakba, de catastrofe.

Vluchten de Palestijnen of werden ze verdreven?

Zowel anti-Zionisten als rechtse Zionisten hebben beweerd dat de verdrijving van Arabieren in 1948 min of meer het opzettelijke resultaat van Zionistisch beleid en ideologie. Anti-Zionisten hebben dit gebruikt om het Zionisme in diskrediet te brengen, terwijl rechtse Zionisten deze bewering gebruiken om een mogelijke transfer of uitzetting van Arabieren in de toekomst te rechtvaardigen. De anti-Zionisten gebruiken hierbij vaak de slogan Zionisme=racisme. Dit klopt echter niet. Het is waar dat sommige Zionisten voor een vrijwillig uitzetting zijn, maar dat is niet hetzelfde als een gedwongen uitzetting. Vaak zijn uitspraken van Zionisten uit hun context gerukt. Zo stelde het Britse Peel plan van 1937 een transfer voor dat besproken werd door verschillende Zionistische leiders. Het werd echter geen beleid van de Zionisten of de Israëlische regering. Vaak wordt ook het Hagana plan "D" (daleth) door anti-Zionisten aangehaald als de Zionistische blauwdruk voor uitzetting van Arabieren. Het plan riep echter niet op voor massale deportatie, maar voor tijdelijke bezetting van dorpen als plan van een defensieve strategie.

Land aankoop in plaats van uitzetting

Vanaf het begin was het Zionistische plan om grond te kopen in plaats van Arabieren te verdrijven. Het kopen van land stuitte op problemen, zoals gebrek aan geld, de onwilligheid van Palestijnse landeigenaren land te verkopen, de moeilijke omstandigheden in het Midden-Oosten en het weinige grond dat kon worden aangekocht. Onder de Turkse wet pachtten de meeste Palestijnse boeren hun land van de overheid. In 1858 werd privé-land beschikbaar gesteld. Maar omdat weinigen bereid waren belasting te betalen, werd niet veel land geregistreerd. Grote stukken land werden door rijke Palestijnen gekocht op de Westelijke Jordaanoever en in Galilea. Ook de Jewish Agency kocht land op in Galilea. Tevens kwam land in het bezit van de Wakf (religieuze moslim organisatie), de Griekse katholieke kerk of andere religieuze instanties. Het meeste land was en is echter in bezit van de Grieks Orthodoxe kerk. De Zionisten pachtten dit land, bijvoorbeeld de plek waar nu de Knesset, het Israëlisch parlement, staat. De Grieks Orthodoxe kerk kon het land echter niet verkopen. De Britten reguleerden het registreren van het land zo dat land dat privé-eigendom was belastbaar werd. De personen die het land bewerkten betaalden belasting en het was voor hun gebruik. Ze konden het niet verkopen als het niet langer dan drie niet gebruikt werd. De Negev woestijn was staatsland. In totaal bezat de regering 48% van het land. De Jewish Agency slaagde erin om slechts 6% van het land te kopen. Dit was weinig, maar relatief groot als gekeken wordt naar het land dat gekocht kon worden.

De VN Verdelingsresolutie en de Israëlische legitimiteit

Sommige beargumenteren dat het logisch was dat de Palestijnen tegen de verdeling waren omdat bij de verdeling Palestijns land werd weggenomen. Echter de Zionistische leiders hadden geen plannen om Arabieren te onteigenen. De oorlog die de Arabieren zijn begonnen zorgde echter voor een andere situatie. Wanneer anti-Zionisten menen dat de vestiging van een Joodse staat sowieso illegaal was omdat het een vorm van kolonialisme is, moeten ze bedenken dat alle Arabische staten ten tijde van het kolonialisme zijn gevormd, alsook Tsjechoslowakije, Polen en andere landen. Het Arabische verzet tegen de beslissing van de VN is niet veel anders dan het Duitse verzet tegen de Volkenbond toen Hitler in 1938 Tsjechoslowakije binnenviel. De Nazi's gebruikten dezelfde soort argumenten: het verdrag van Versaille was ongeldig, Tsjechoslowakije was een kunstmatige staat en de Sudeten Duitsers hadden recht op zelfbeschikking.

Na de vestiging van de Staat Israël

De Zionistische beweging bleef functioneren na de vestiging van de Joodse Staat. Het bracht miljoenen nieuwe immigranten naar Israël; het bevorderde Hebreeuws en Joodse cultuur in het buitenland; het zette zich in voor Israël bij de VS en andere regeringen en gaf steun aan Israël ten tijde van crisis. Het Zionisme kreeg echter ook een ongunstige betekenis, geassocieerd met propaganda en patriottisme. Zionisme verandert evenwel continue met de tijd mee.

Succesverhaal

Israël was een verrassend succesverhaal dat verwarring bracht bij anti-Zionisten en sceptici. Israël versloeg zijn vijanden in 1948, nam grote aantallen immigranten op in de eerste jaren van haar bestaan en schiep een levensvatbare economie. Kwaadsprekers wezen op Israëls enorme nationale schuld. Zij benadrukten dat de nieuwe natie van Joden van over de hele wereld zou desintegreren vanwege verschillen tussen Asjkenazische Joden en Sefardische Joden of omdat de Arabieren groter in aantal zouden worden dan de Joden, of dat Israël zou worden veroverd door Arabische nationalisten. Veel problemen werden overwonnen: de integratie, de economie, de oorlogen. Geliefde instituten zoals de kibboets en de Histadroet (vakbond) wijzigden zich in de loop der tijd.

Psychologische verandering

De belangrijkste verandering door het Zionisme veroorzaakt was psychologisch van aard. Het is erg moeilijke voor te stellen hoe Joden waren vóór de oprichting van de staat, zowel in het zelfbeeld als door anderen. Niet alle veranderingen zijn positief. Vroeger hadden mensen een beeld van de 'laffe jood'. Tegenwoordig is het een beeld van kwade technologische 'super' soldaten. Terwijl Joden vroeger het intellectualisme en compromis idealiseerden, wordt nu meer kracht geïdealiseerd. Het Zionisme bande het anti-semitisme niet uit maar met de vestiging van de Staat Israël zijn wel de spelregels veranderd.

Zionisme en het moderne Israël: de eerste twee decennia

Ondanks het succes in de beginjaren bleven de Joden in de Diaspora onverschillig ten aanzien van het Zionisme. Als zij al aan Israël dachten dan dachten ze aan een plek waar ongelukkige vluchtelingen zich vestigden. De meeste immigranten waren Joden uit Arabische landen waarvan de meesten gedwongen waren te vertrekken. Tot midden jaren 1960 groeide de economie gestaag. Een afname in de immigratie (de emigratie werd zelfs groter dan de immigratie), economische neergang en politieke ontevredenheid binnen de Socialistische partij bracht een beweging van groot pessimisme. Op de achtergrond speelde de dreiging van de Arabische landen en Palestijnse terreur-groepen. In deze situatie leek Israël nauwelijks te kunnen omgaan met een militaire en diplomatieke crisis.

Zionisme en Israël na de Zesdaagse Oorlog van 1967

In 1967 nam de spanning met de Arabische landen toe. Er volgde een crisis. Er waren incidenten met Syrië over de watervoorziening, gevoed door opzettelijke valse Sovjet informatie dat Israël een invasie zou plannen in Syrië. President Nasser van Egypte sloot de Straat van Tiran af voor Israëlische schepen, eiste dat VN troepen weggingen uit de Sinaï-woestijn die er waren geplaatst na de Suez Oorlog van 1956, en dirigeerde zes divisies van het Egyptische leger de woestijn in. Na een lange periode van wachtten, besloot Israël op 5 juni 1967 Egypte aan te vallen. Israël veroverde de Sinaï woestijn en nadat Jordanië en Syrië zich in de strijd mengden ook de Westelijke Jordaanoever en de Golan Hoogvlakten.

De dramatische overwinning veranderde het beeld van Israël en het Zionisme bij de Israëliërs zelf, de Joden in de diaspora, vrienden en bondgenoten. De meeste Joden in de Diaspora waren trots. De oorlog werd gewonnen dankzij Frans oorlogstuig. De VS was toen nog geen sterke bondgenoot van Israël. Voor de Arabieren was de nederlaag groot. Het verstoorde de Pan-Arabische dromen van president Nasser.

In Israël nam het religieus Zionisme sterk toe met de verovering van Jeruzalem, Judea en Samaria. Veel Bijbelse plaatsen waren in bezit gekomen. Aanvankelijk waren de religieuze Zionisten gematigd. Maar nu werden ze rechtser. Ze zagen zich gesteld voor een 'missie' van het vestigen van nederzettingen in de nieuw veroverde gebieden.

Zionisme en de gevolgen na de Jom Kippoeroorlog van 1973

Het gevoel van onoverwinnelijkheid werd gebroken door de Jom Kippoeroorlog. Hoewel Israël zich herstelde van de verrassingsaanval en objectief bezien de Arabische landen opnieuw had verslagen, hadden de Arabieren bewezen dat Israël kwetsbaar was. Het Zionisme en Israël moesten zichzelf weer opnieuw uitvinden. De Socialistische Zionisten verloren in 1977 de verkiezingen van de Revisionistische Zionisten (de Likoed) en de Religieuze Zionisten. Dit betekende enerzijds een goed teken voor de democratie omdat de socialisten 30 jaar lang alleen hadden geregeerd. Anderzijds werd gekozen voor het materialisme in plaats van het socialisme. Voor veel mensen in Israël en in het buitenland werd Zionisme bovendien gezien als steun voor de Joden in de veroverde gebieden. De tegenstanders van het Zionisme vielen de Zionisten daarop aan.

Post-Zionisme

Begin jaren 1980 kwam er een aantal Israëlische historici en sociologen die vraagtekens gingen zetten bij de feiten van de officiële geschiedenis van Israël en het Zionisme. Zij beschuldigden het Zionisme als één van de grote schuldigen bij het ontstaan van de vijandige sfeer tussen Joden en Arabieren en het negeren van de Palestijnen. Zij stelden dat het Zionisme opzettelijk de Palestijnen hadden verdreven. zoals bleek uit 'nieuwe' feiten uit het archiefmateriaal. Die feiten waren echter allang bekend, alleen waren ze nog niet eerder in het Engels opgeschreven. Sommige historici, zoals Ilan Pappé, hadden bij het presenteren van de feiten anti-Zionistische motieven en kwamen tot negatieve conclusies. Maar ander nieuwe historici, zoals Benny Morris, kwamen met dezelfde feiten tot andere conclusies die meer pleitten voor een militant Zionisme. Dit 'post-Zionisme' was aanvankelijk een succes maar heeft niet lang stand gehouden vanwege het falen van de vredesonderhandelingen tussen de Palestijnen en de Israëliërs in 2000 en het oplaaien van het geweld. Er zijn nog maar weinig Israëliërs die in de verhalen van de post-Zionisten geloven.

Anti-Zionisme en Joods anti-Zionisme

Anti-Zionisme is door verschillende bronnen geïnspireerd. De belangrijkste bronnen waren los van het Arabisch-Joods conflict. De eerste oppositie kwam van orthodoxe, liberale en geassimileerde Joden. De tweede oppositie was antisemitisme. De derde bron was het communisme die tegen het nationalisme was. Palestijnse en Arabische propagandisten probeerden uit alle drie de bronnen voordeel te trekken. Vooral de progressieve en orthodoxe Joden die anti-Zionistisch zijn worden gebruikt als 'bewijs'.

'Bezetting'

Onder de dekmantel van het bestrijden van de 'bezetting' voerden anti-Zionisten een militante campagne tegen Israël dat een illegale staat zou zijn en tegen het Zionisme dat een illegale ideologie zou zijn. Dit kwam vooral na boven bij de uitbraak van de Tweede Intifada in 2000. Een ware propaganda-oorlog wordt sindsdien tegen Israël gevoerd. De vraag is hoe je daarop moet reageren. Rechtse Zionisten voeren een extreme tegen campagne door te stellen dat er sprake is van antisemitisme. Maar beter is om legitieme kritiek en interne debat te scheiden van anti-Zionisme en antisemitisme.

Revolutionair

Het Zionisme had meer het karakter van een sociale revolutionaire beweging dan van een nationalistische beweging. In de diaspora hadden de Joodse gemeenschappen een sociaal leven en organisatie aangenomen dat geschikt was voor hun sociale situatie. Zo leefden orthodoxe Joden onder leiding van rabbijnen. Andere Joden trachten te assimileren. Rabbijnen en rijke Joden controleerden de sociale en liefdadigheidsinstellingen en vertegenwoordigen 'de Joden' als een groep naar de overheid toe. Het Zionisme introduceerde nieuwe prioriteiten en sociale waarden. Daarom vertegenwoordigde het Zionisme een bedreiging voor de gevestigde Joodse sociale orde.

Joodse anti-Zionistische groepen

Er waren verschillende Joodse groeperingen die anti-Zionistisch waren. Er waren bijvoorbeeld liberale religieuze Joden uit Duitsland die sterk voor het Duits nationalisme waren. Ze schrapten zelfs verwijzingen naar het Heilige Land en Jeruzalem uit hun religieuze boeken. Orthodoxe Joden hadden moeite met het seculiere karakter van het Zionisme en vonden dat de Joden moesten wachten op de komst van de Masjiach. Ze gingen zelfs zover dat ze de Zionisten in de jaren 1930 tegenwerkten in hun pogingen Joden te bevrijden uit Nazi-Duitsland.

Na de Holocaust werden de meeste orthodoxe en liberale Joden voorstander van de Joodse Staat. Toch bleven er kleine groepen bestaan die zich tegen het Zionisme verzetten. Bekende voorbeelden zijn de Neturei Karta en linkse schrijvers zoals Noam Chomsky. Ze maken de laatste jaren erg veel gebruik van kwesties die te maken hebben met de bezetting om zo hun ideeën legitiem te maken.

Communistisch anti-Zionisme

Communisten, inclusief Joodse communisten en de Joodse Bond waren en zijn tegen het Zionisme omdat het Marxisme verondersteld dat Joden zullen verdwijnen zowel als volk als religie dat opium is voor het volk. In de Sovjet Unie trachtte Stalin het Joodse probleem op te lossen door een autonome Joodse republiek op te richten in Birobidjan. Het project werd nooit erg gesteund en werd later verlaten. Hoewel de Sovjet Unie de stichting van de Staat Israël steunde was het tegen Zionistische activiteiten en vervolgde het zowel Joden als Zionisten.

"Zionisme is racisme"

Zowel Arabische landen als het communisme bestempelen het Zionisme als een vorm van racisme. Ze beschouwen Israël als een apartheid, kolonialistische, fascistische Joodse Staat. De Zionisten geloven echter dat de Joodse rechten op het land gebaseerd zijn op oude historische religieuze banden en niet op raciale superioriteit. De basis van het idee "Zionisme is racisme" ligt bij een essay van Jean Paul Sartre uit 1960 "Racism and Colonialism as Praxis and Process," in zijn "Critique of Dialectical Reason." Dit ging over het Frans kolonialisme in Algerije dat leidde tot racisme. De Palestijnse bewegingen namen de 'nationale bevrijdingsbeweging' ideologie over van de Algierse FLN.

In 1975 nam de VN een resolutie aan waarin het Zionisme gekenmerkt werd als racisme. In 1991 werd de resolutie herroepen. Maar in 2001 werd tijdens een conferentie van non-gouvernementele organisaties in Durban (Zuid-Afrika) soort gelijke sentimenten herhaald.

Apartheid Israël

Ook de slogan Apartheid Israël is in gebruik om aan te geven dat de Joodse Staat alleen democratisch is voor Joden en niet voor Arabieren. Ook Jimmy Carter gebruikte de term Apartheid in zijn boek over Israël en de Palestijnen. De logica ontbreekt echter. In Zuid-Afrika ging het om één nationaliteit. Bij de Israëlische Joden en de Palestijnen gaat het om twee nationaliteiten. De Palestijnen willen bovendien niet integreren in de Israëlische maatschappij maar willen een eigen staat zonder Joden en daarnaast Israël vernietigen.

Anti-Zionisme/Antisemitisme + toekomst Zionisme

De vergelijking van anti-Zionisme met antisemitisme is controversieel. Anti-Zionisme dat wordt gebaseerd op de veronderstelling dat Joden geen recht hebben op zelfbeschikking, terwijl Palestijnen en andere volken dit wel hebben is discriminatie. Het is moeilijk in te zien hoe dit idee niet beschouwd kan worden als racistisch en antisemitisch. Hoe ziet de toekomst van het Zionisme eruit met steeds meer weerstand tegen het Zionisme?

Anti-Zionisme and antisemitisme

'Anti-Zionistische' geschriften rieken naar de taal van antisemitisme en de argumenten, met een paar veranderingen in woorden, kunnen vaak makkelijk getoond worden als een masker voor antisemitische sentimenten. Deze zijn politiek incorrect, maar verschuilen zich makkelijk achter een facade van anti-Zionistische terminologie. Voorbeelden:
  • 'De Joden hebben teveel macht' wordt 'De Zionisten hebben teveel macht' of 'De Israël lobby heeft teveel macht.'
  • 'Het internationaal financieel Jodendom' wordt 'Het Internationale Zionisme'.
  • 'De Wijzen van Zion' wordt 'De Zionisten'.

Er zijn honderden van dit soort uitspraken. De beelden van anti-Zionistische cartoons en tekeningen in de Arabische wereld en zelfs in Europa zijn onmiskenbaar van Nazi stereotypen gebruikt in antisemitische cartoons en propaganda thema's. Dit wil niet zeggen dat alle kritiek op Israël antisemitisch is. Men kan tegen de bezetting zijn of tegen een bepaald onrecht zonder daarbij antisemitisch te worden.

De toekomst van het Zionisme: uitdagingen

Het Politiek Zionisme is nauwelijks meer dan 100 jaar oud. Maar het werk van het Zionisme is meer dan 3000 jaar oud. Zolang er een Joods Volk bestaat zal het Zionisme blijven bestaan. Enkele uitdagingen voor de toekomst zijn:
  • Het vestigen van een onbetwiste legitieme staat Israël. Net zoals andere landen geaccepteerd zijn.
  • Het bereiken van vrede met de Arabische landen en de Palestijnen. Het Arabisch(Palestijns)-Israëlische conflict is een constante dreiging voor de resultaten van het Zionisme in Israël. Israël moet vrede sluiten met de Arabieren en Palestijnen wil het kunnen overleven omdat de Arabieren veel groter in aantal zijn.
  • Het verdedigen van de Staat Israël. Zolang er geen vrede is, is een sterk militaire apparaat noodzakelijk.
  • Het vervolmaken van de inzameling van de ballingen. Er zijn nog veel Joden die in Israël zouden willen leven maar dat niet kunnen vanwege economische, culturele of familiaire redenen. Het Zionisme moet er alles aan doen het pad te effenen.
  • Het constant verbeteren van de Israëlische samenleving. Geen enkele samenleving is perfect. Dit geldt zeker voor Israël. Een gezonde democratie en een sterke samenleving zijn ook de beste garanties voor Israëls overleving. Religieuze Zionisten zien hierin een taak weggelegd voor de Masjiach. Wanneer deze komt zal Israël ideaal zijn en zal de hele wereld in zijn geheel perfect zijn.
  • Eenheid brengen binnen het Joods Volk door middel van een breed raamwerk voor Joodse cultuur en nationale identiteit en het verschaffen van culturele leiderschap voor de Joodse gemeenschap in het buitenland. Religieuze Zionisten zullen ook hierbij de rol van de Masjiach als cruciaal beschouwen.
© 2008 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Israëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeIsraëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeSinds het begin van de Galoet (Diaspora) vanaf het jaar 70 van de gewone jaartelling bestaat het verlangen bij Joden om…
Joodse identiteit: behoren tot Am Jisraeel / het Joodse volkJoodse identiteit: behoren tot Am Jisraeel / het Joodse volkHet Joodse volk heet in het Hebreeuws 'Am Jisraeel'. De Joden werden na de ontvangst van de Tora een volk. Ze gingen in…
Noachieden: Zionisme en racisme Elie WieselIn zijn boek 'Een Jood vandaag' heeft Elie Wiesel een artikel geschreven over Zionisme en racisme. Het was naar aanleidi…
Boekrecensie: Op bezoek in... Israël  Bronja PrazdnyrecensieBoekrecensie: Op bezoek in... Israël Bronja PrazdnyIn 2005 is voor de jeugd en eigenlijk ook wel een klein beetje voor volwassenen het boekje 'Op bezoek in...Israël' van B…
Boekrecensie: Israël (regionale geografie)  drs. W. SmitrecensieBoekrecensie: Israël (regionale geografie) drs. W. SmitIn het Nederlands zijn weinig boeken geschreven over de geografie van Israël, terwijl het land zich juist uitstekend lee…
Bronnen en referenties
  • Zionism and Israel Information Center
  • Jewish virtual library

Reageer op het artikel "De geschiedenis van het Zionisme"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 03-07-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!