InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Modern Israël: De Suez Crisis 1956

Modern Israël: De Suez Crisis 1956

Modern Israël: De Suez Crisis 1956 In de periode 1955-1956 nam het aantal terroristische aanslagen tegen Israël vanuit Gaza en de Sinaï toe. Egypte blokkeerde de Golf van Akaba zodat de haven van Eilat niet bereikt kon worden door schepen. Israël beschouwde dit als een oorlogsverklaring en lanceerde op 29 oktober 1956 een aanval op de Sinaï. Tegelijkertijd vielen Frankrijk en Groot-Brittannië Port Saïd aan omdat Egypte het Suezkanaal had genationaliseerd. Onder druk van de VN en de VS trok Israël haar troepen in maart 1957 uit de Sinaï terug. De VN stationeerde 3300 troepen in Gaza, bij Sharm el Sheik en langs de grens met de Sinaï. Egypte bleef echter het Suezkanaal blokkeren voor Israëlische scheepvaart en vanuit Gaza bleven Fadayeen aanvallen op Israël uitvoeren. Egypte had binnen 48 uur nadat Israël haar troepen had teruggetrokken weer soldaten in Gaza gestationeerd.

Suez crisis - Gamal Abd al-Nasser

In de periode 1952-1970 werd de geschiedenis van de Arabische wereld grotendeels gedomineerd door de Egyptische president Gamal Abd al-Nasser. Hij was de zoon van een postbode in het noorden van Egypte. Sinds zijn jeugd was hij actief tegen de Britten en behoorde hij tot de neo-fascistische Groene Shirts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij met de nazi's gecollaboreerd. Op 23 juli 1952 pleegde hij met andere militairen een coup en verdreef het Farouk regime.

Sociale revolutie in Egypte

Met het aan de macht komen van Gamal Abd al-Nasser begon de sociale revolutie in Egypte. Landeigendommen van meer dan 200 acres werden onteigend. De titels "bey" en "pasha" werden afgeschaft. Corrupte en oneerlijke ambtenaren werden uit hun kantoor gezet. In juni 1953 werd de republiek Egypte uitgeroepen. Pas in de daarop volgende maanden begonnen de officieren van het leger een radicalere en meer onderdrukkend programma uit te voeren. De constitutie werd afgeschaft, de politieke partijen ontbonden en er werden regelmatig politieke arrestaties verricht.

Nasser aan de macht

Er was het eerste anderhalf jaar een interne machtsstrijd gaande tussen majoor-generaal Mohammed Naguib en Gamal Abd al-Nasser. In maart 1954 trok Nasser uiteindelijk de macht naar zich toe en verving Naguib als premier. Later werd Nasser president.

De agenda van Nasser

De voornaamste doeleinden van Nassers agenda waren: het beëindigen van de Britse bezetting en de strijd tegen armoede en sociale stagnatie. Tegen deze tijd wilden zowel de Britten als de Egyptenaren verzoening. Er werd onderhandeld over de Suez en de Soedan. In juli 1954 werd een volledig akkoord bereikt over Britse evacuatie van het Kanaal gebied. Dit proces werd in 20 maanden afgerond. Het Britse vertrek werd in Egypte en de hele Arabische wereld luid bejubeld. Maar de binnenlandse problemen kon Nasser niet oplossen. Hij veranderde zijn programma door de nadruk te leggen op de strijd tegen imperialisme in het hele Midden-Oosten. Nasser verzette zich tegen het Bagdad Pact waar Groot-Brittannië en de VS lid van waren. Nasser zag dit als een terugkeer van de westerse machten in het Midden-Oosten. Nasser zag zichzelf als leider van de Arabische wereld die bedreigd werd.

Wapenaankopen door Egypte

Omdat Nasser geen moderne wapens van het Westen kon krijgen wendde hij zich tot de Sovjet Unie. Deze werkte mee omdat het ook tegen westerse invloed in het Midden-Oosten was. Nasser werd toegestaan om voor 320 miljoen dollar moderne wapens uit Tsjecho-Slowakije te kopen. Egypte kon de wapens rentevrij kopen over een periode van 12 jaar in ruil voor katoen. De hoeveelheid wapens die Egypte aanschafte was ongekend voor het Midden-Oosten: 200 tanks, 150 stuks artillerie, 120 MIG gevechtstoestellen, 50 bommenwerpers, 20 transportvliegtuigen, 2 torpedojagers, 2 onderzeeërs, 15 mijnenvegers, plus honderden voertuigen en duizenden moderne geweren en machinegeweren. De wapens werden direct geleverd. Ook Syrië ging zich sterk bewapenen met 100 tanks, 100 MIGs gevechtstoestellen, honderden stuks artillerie en gepantserde voertuigen. Instructeurs uit de Sovjet Unie en Tsjecho-Slowakije trainden het Egyptische en Syrische leger met de nieuwe wapens.

Egypte en de Pan-Arabische campagne

In oktober 1955 tekende Nasser een defensieverdrag met Damascus. In april 1955 tekenden Saoedi Arabië en Jemen een vijfjarig trilateraal militair verbond met Egypte. Met Jordanië lukte het aanvankelijk niet om een akkoord te sluiten. Jordanië wilde zich aansluiten bij het Bagdad Pact. Daarop veroorzaakten pro-Nasser aanhangers rellen waardoor het Jordaanse kabinet in december 1955 viel. Twee maanden later zette koning Hoessein generaal Glubb het land uit. Nasser intensifeerde zijn propaganda aan de Mau Mau rebellen in Kenia en aan de islamitische minderheden in Eritrea en Ethiopisch Somalië. Ook in het Franse Maghreb voerde Nasser campagne. Eind 1955 zond Egypte wapens naar FNL nationalisten in Algerije.

Israël en Nasser

Drie weken na de kolonels' revolutie in Egypte trachtte premier David Ben Goerion om relaties met Egypte aan te gaan. Egypte verbond hieraan een aantal eisen:
  • het vroeg 120 miljoen pond voor compensatie van de vluchtelingen;
  • het wilde een aantal wijzigingen aan de Israëlische-Egyptische grens;
  • het wilde dat Egypte via de Negev verbonden werd met Jordanië.

Israël wilde hiermee akkoord gaan mits de Arabische boycot en blokkade werd beëindigd. Maar Nasser wilde geen vrede maken met Israël, zelfs niet als de Joden akkoord zouden gaan met het nakomen van alle VN-resoluties inzake verdeling en vluchtelingen. Egypte was mede vijandig tegenover Israël omdat in de regering van Nasser ex-Nazi's zaten.

Egyptische sabotage campagne tegen Israël

In 1954 nam Egypte het leiderschap van Jordanië over wat betreft guérilla aanvallen op Israël. Fedayeen infiltreerden vanuit Gaza in Israël. Ze bliezen wegen, bruggen en waterleidingen op. Ook werd vee en apparatuur gestolen. Het zuiden van Israël liep gevaar en veel Joodse bewoners trokken weg. Israël voerde vergeldingsacties uit op Gaza. In de zomer van 1955 kreeg Egypte haar eerste vracht wapens uit Tsjecho-Slowakije binnen.

Suez crisis - Israël geïsoleerd

Israël voelde zich in de jaren '50 geïsoleerd. Het was bezorgd over de Amerikaanse pogingen om Arabische deelname te winnen in een Midden-Oosten defensie pact. De VS deed ook een oproep aan Israël om een aantal Arabische vluchtelingen op te nemen. Verder verkochten de VS wapens aan Arabische landen en veroordeelden de VS Israëlische vergeldingsacties tegen Fedayeen. Wel bracht het Johnston Plan een element van constructieve samenwerking tussen Israël en de VS begin 1954. Maar israël maakte zich datzelfde jaar zorgen over een oproep van de VS om de Joodse immigratie te beperken.

Territoriale concessies

Om de Egyptische wapentransactie met de Sovjet Unie te voorkomen probeerden Londen en Washington Israël onder druk te zetten territoriale concessies te doen. Ondertussen ging Moskou zich vijandiger gedragen ten aanzien van Israël door de Joodse staat in de Veiligheidsraad steeds te veroordelen en David Ben Goerion te beschuldigen van het maken van voorbereidingen om oorlog te voeren tegen de Arabische landen. De VS en Groot-Brittannië trokken zich uit het Triparte Declaration van 1950.

Israël moet voor haar eigen nationale veiligheid zorgen

Israël realiseerde zich dat ze voor haar eigen nationale veiligheid geheel op zichzelf was aangewezen. De rol van het leger was hierbij cruciaal. Na de oorlog van 1948-1949 had de staat vijf jaar gekregen om de bevolking, economie en het leger op te bouwen. Toen eenmaal de 1949 bestandslijnen waren ondertekend kon Israël plannen maken voor de lange termijn. Het leger moest het vooral hebben van de reservisten. Yigael Yadin werd in 1949 aangesteld als opperbevelhebber.

Oprichting van de IDF

De IDF werd in 1949 opgericht en baseerde zich op de Zwitserse benadering, de Britse en Amerikaanse parktijken. In september 1948 werd de Defensie Dienst Wet aangenomen. De gewapende troepen waren onderverdeeld in gewone dienstplichtigen en reservisten. In de gewone dienstplicht zaten mannen en vrouwen die de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt. De mannen moesten 26 maanden in dienst en de vrouwen 20 maanden. De mannen zaten in gevechtseenheden en de vrouwen meer in de administratieve beroepen zoals ambtenaren, typisten, chauffeurs, leraren en sociale werkers. Na de gewone dienstplicht werden de soldaten reservisten. Dat gold voor mannen tot 45 jaar en ongetrouwde vrouwen tot 35 jaar. Mannen tot 40 jaar moesten elk jaar 1 maand in dienst, oudere mannen slechts 2 weken. In juni 1953 werd een wet aangenomen waarbij alle mannen tussen de 45 en 49 jaar civiele dienstplicht hadden. In latere jaren werd die dienstplicht en reservedienst zelfs langer. Ogenschijnlijk was iedere Israëliër een soldaat hetzij actief als reservist.

Het ministerie van defensie

Het ministerie van defensie stond vanaf het begin van de onafhankelijkheid o.l.v. premier David Ben Goerion. Hij drukte een grote stempel op de groei en ontwikkeling van het leger. Hij deed veel op eigen houtje en informeerde het kabinet en de Knesset vaak achteraf. Hij wilde de IDF omvormen tot een geoliede, professionele, apolitieke machine. Ben Goerion was van 1947 tot 1963 (m.u.v. 1,5 jaar tussen 1953 en 1955) premier en minister van defensie. Ben Goerion wist te voorkomen dat de Palmach, die een socialistische ideologie kende, een politieke revolutie zou ontketenen. Aan de andere kant zorgde Ben Goerion ervoor dat de beste waarden van de traditionele ideologie gehandhaafd bleven in het leger, vooral het egalitarisme van de Palmach. Volgens Ben Goerion had het leger meerdere functies: het beschermen van de staat, het geven van onderwijs, en het dienen als pionierscentrum voor de Israëlische jeugd. De defensieve troepen werden getransformeerd in een 'burgeracademie'. Zo kregen de nieuwkomers les in Hebreeuws en andere gerelateerde onderwerpen. Het ging vooral om Oriëntaalse Joden die een achterstand hadden op het gebied van onderwijs. Nachal soldaten zetten de traditie van Palmach voort: soldaat en tegelijkertijd boer. Nachal soldaten kwamen uit bestaande kibboetsiem en moshaviem en uit socialistische jeugdbewegingen in de steden. De Nachal soldaten waren reeds voor indiensttreding actief in de Gadna, een paramilitaire organisatie die nadruk legde op sport, fysieke training, handenarbeid en hobby's, padvinderij. Op het moment dat ze in dienst moesten waren de jongeren al erg goed georiënteerd in wat ze wilden.

Suez crisis - de Lavon affaire

Volgend op de wapenstilstand van 1949 verslechterde de kwaliteit van het legerpersoneel. Dit werd veroorzaakt door de grote immigratiegolven, de culturele achterstand van de Oriëntaalse Joden, en het gebrek aan kennis van Hebreeuws van de meeste nieuwkomers. Degenen die Hebreeuws kenden werden opgenomen door de technische diensten, de rest ging naar de gevechtseenheden. In december 1953 werd Moshe Dayan opperbevelhebber van de IDF. Hij herorganiseerde het leger door de beste soldaten in gevechtseenheden te plaatsen. Daarnaast verzwaarde hij het programma van alle leden van de generale staf. Officieren kregen de opdracht voorop in de strijd te gaan. In 1956 was de IDF omgevormd tot een sterk leger gespecialiseerd in korte gevechten.

Nadruk op de aanval

Moshe Dayan legde de nadruk op de aanvalskracht van de IDF. Er werden aanvallen uitgevoerd op vijandelijk terrein. De oorzaak hiervoor lag gelegen in de zwakker Israëlische economie en de beperkte omvang en nauwe breedte van het land. Er werden verrrassingsaanvallen uitgevoerd die soms roekeloos waren om het moraal van de vijand te breken. Dit alles had ook te maken met het karakter van Dayan. Hij was in Israël geboren en barstte van het zelfvertrouwen. Hij kon zich niet voorstellen dat Israël ooit vernietigd zou worden. Zelfs de Zesdaagse Oorlog die later plaatsvond zou hij niet zien als overlevingsstrijd. Dayan wist dat Israël zou winnen met of zonder bondgenoten. Hij voerde met zijn leger strafexpedities uit tegen Arabische dorpen waar infiltranten zich schuilhielden en af en toe tegen Arabische militaire posten. De strafexpedities verhoogden het moraal en de training van de IDF en hadden invloed op de Jordaniërs en Syriërs. Wel keerde de wereldopinie zich tegen Israël en veroordeelden de VN de acties.

Pinchas Lavon wordt minister van defensie

In november 1953 trok David Ben Goerion zich terug als premier en minister van defensie. Hij was uitgeput door de druk van de afgelopen jaren. Pinchas Lavon volgde Ben Goerion op als minister van defensie maar was een trouwe aanhanger van Ben Goerion. Onder Lavon werden de vergeldingsacties geïntensiveerd. Maar hij maakte een fout door zich persoonlijk te bemoeien met het militaire commando. De relaties tussen Dayan en Lavon verliepen binnen enkele weken stroef. Dayan hield informatie achter voor Lavon. Dit leidde tot een ramp voor de Israëlische inlichtingendienst in Egypte.

De Lavon affaire

In 1951 arriveerde een Israëlische geheime agent, Avram Dar, in Caïro onder een Brits alias. Hij maakte contact met een groep jonge Egyptische Joden die zich in het geheim bezighielden met emigratie activiteiten. Avram Dar rekruteerde een aantal van hen voor undercover training. Israël had deze Joden hard nodig omdat Groot-Brittannie het Kanaal gebied van de Suez ging verlaten. Israël wilde dit voorkomen door aanslagen te plegen op Amerikaanse en Britse gebouwen in Egypte om zo de "onverantwoordelijkheid" van het Nasser regime aan te tonen.

In juli 1954 explodeerden in Caïro en Alexandrië een aantal zelfgemaakte bommen. Er was slechts lichte schade en er vielen geen gewonden. Eén van de bommen ontplofte per ongeluk in de zak van één van de Joodse spionnen. Deze werd gearresteerd en zijn huis doorzocht waarbij veel bewijs werd gevonden. Andere leden van de ondergrondse groep werden ook gearresteerd en voor de rechter gebracht. Premier Sharett was aanvankelijk woedend over wat Joden in Egypte was aangedaan todat hij discreet geïnformeerd werd over de feiten door de israëlische inlichtingendienst. Er was meer dan alleen schade voor de Israëlische inlichtingendienst in Egypte. Ook verloor Israël haar goede reputatie bij Groot-Brittannië en de VS. Daarnaast ontstond er een interne strijd tussen minister Lavon en zijn collega's. Hoewel Lavon aan Sharett verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van de operatie werd dit door kolonel Benjamin Gibli, hoofd van de militaire inlichtingendienst, tegengesproken. Onderzoekscommissies trokken evenwel niet de conclusie dat Lavon van de affaire afwist.Ondertussen had Lavon Shimon Peres, directeur-generaal van het ministerie van defensie, en Gibli ontslagen. Maar Sharett steunde Peres en dus diende Lavon in februari 1955 zijn ontslag in.

David Ben Goerion keert terug

Ondertussen keerde David Ben Goerion terug als minister van defensie. Hij was iet langer bereid om de Egyptische vijandelijkheden toe te staan, waaronder de afsluiting van het Suezkanaal voor Israëlische schepen, de blokkade van de Golf van Akaba, en de aanvallen van door Egypte gestuurde fedayeen. Op 28 februari 1955 voerde de IDF een aanval uit op de Egyptische hoofdkwartieren in Gaza. Er werden een aantal gebouwen opgeblazen en 38 Egyptische soldaten gedood. De aanval was niet alleen bedoeld als vergelding maar ook om duidelijk te maken dat Israël superieur was. Maar Nasser zag dit als een ideaal voorwendsel voor de Tsjechische wapendeal.

Halverwege 1955 voerde Egypte de terroristische aanslagen tegen Israël op. Israël kwam met tegenaanvallen in Gaza alsook met aanvallen tegen bases van fedayeen in Jordanië. In het voorjaar van 1956 speculeerden VN-waarnemers dat Israël een grote aanval zou gaan uitvoeren om te voorkomen dat Egypte Russische wapens kreeg. Op 22 oktober 1956 gaf Ben Goerion aan opperbevelhebber Dayan de opdracht voorbereidingen te treffen om de Straat van Tiran te veroveren. Er werd een elite task force van paratroepen en infanterie soldaten opgezet onder leiding van kolonel Chaim Bar Lev. Ben Goerion, die in november 1956 ook weer premier was geworden, vroeg het kabinet toestemming voor een preventieve campagne. Maar de ministers waren tegen. Opperbevelhebber Dayan protesteerde tegen het besluit van het kabinet omdat de tijd tegen Israël werkte. Egypte zou spoedig de Sovjet wapens krijgen waardoor de balans in het Midden-Oosten zou verschuiven. Ben Goerion wist dat de Israëlische aanval er vroeg of laat zou komen.

Suez crisis - Israël zoekt bondgenoten

Eind 1955 arriveerden de eerste wapens uit het Oostblok in Egypte. De enorme hoeveelheid wapens die Egypte had aangeschaft veroorzaakte een grote psychologische schok in Israël waar men zich "tegen de muur aangedrukt" voelde. Veel vrijwilligers gingen loopgraven graven als voorbereiding op een oorlog. Er werd geld ingezameld om wapens te kopen. De Israëlische overheid gaf een derde van de overheidsuitgaven uit aan bewapening. Het ging om 7,2% van het BNP. Tegen 1955 had Israël 200 tanks en 200 vliegtuigen. Maar het meeste wapentuig was onvoldoende qua kwaliteit en kwantiteit. Israël zocht bondgenoten die wapens wilden leveren.

Israëls zoektocht naar bondgenoten

Israël had niet alleen moeite om moderne wapens te verkrijgen maar had het ook lastig om territoriale garanties te verkrijgen. De VS zagen geen noodzaak wapens te leveren aan Israël omdat volgens hen 1,7 miljoen Joden zich niet konden verdedigen tegen 40 miljoen Arabieren. Volgens de VS moest Israël maar hulp vragen aan de VN.

Frankrijk gaat wapens leveren

Uiteindelijk vond Israël in Frankrijk een bondgenoot die wapens wilde leveren. Zowel de socialisten als de conservatieven in Frankrijk waren pro-Joods. Er waren wetenschappelijke contacten tussen Israël en Frankrijk. In het geheim stond Frankrijk toe dat Israëlische wetenschappers toegang hadden tot de Franse nucleaire installaties. Generaal Dayan werd door het Franse ministerie van defensie uitgenodigd. Daarnaast verslechterde de relatie tussen Frankrijk en Egypte vanwege de Egyptische steun aan de Algerijnse FLN rebellen waardoor de band tussen Frankrijk en Israël nog beter werd. In december 1954 keurde de Franse regering een levering van twaalf Ouragon gevechtsvliegtuigen aan Israël goed.

Shimon Peres

Ondertussen was Ben Goerion teruggekeerd op het ministerie van defensie en deze besloot op advies van Shimon Peres de banden met Parijs aan te halen. Peres was pas 32 jaar en zorgde ervoor dat Israëls wapenindustrie onder jurisdictie van het ministerie van defensie kwam te liggen. Verder was Peres de drijvende kracht achter Israëls nucleaire onderzoek en ontwikkeling. Ook onderhandelde Peres namens Israël met Franse defensie functionarissen. Dit leidde nog eens tot de levering van twaalf nieuwe Mystère gevechtsvliegtuigen. De VS probeerden dit tegen te houden maar dat mislukte. In maart 1956 arriveerden Israëlische piloten in Frankrijk om les te krijgen in het vliegen van de Mystères. Een aantal weken later arriveerden de gevechtsvliegtuigen in Israël. De VS zagen dat de machtsbalans in het Midden-Oosten zich wijzigde en begon Israël indirect te steunen via de NAVO en Canada.

Nationalisatie Suezkanaal door president Nasser

Groot-Brittannië en Frankrijk probeerden nog de banden met Egypte te herstellen maar dat mislukte. De definitieve breuk kwam met de financiering van de Aswan Dam in de Nijl. De Wereldbank, de VS en Groot-Brittannië zouden in eerste instantie geld lenen voor het project. Maar omdat Egypte meer wapens ging kopen van het Oostblok en ook communistisch China ging erkennen gingen de leningen niet door. In reactie daarop nationaliseerde president Nasser het Suezkanaal. Nasser werd door deze stap in Egypte en de rest van de Arabische wereld gezien als een held. Premier Eden van Groot-Brittannië riep zijn kabinet in spoedzitting bijeen. Groot-Brittannië maakte namelijk veel gebruik van het Suezkanaal. Een vierde van de Britse importen gingen via de Suez en een derde van alle schepen die door het kanaal voeren waren Brits. Ook stond het Britse prestige in de Arabische wereld op het spel. Zowel Frankrijk als Groot-Brittannië gingen hun burgers uit Egypte evacueren.

De VS waren veel minder afhankelijk van het Suezkanaal. Slechts 15% van de Amerikaanse olie importen gingen via het kanaal. De VS wilden dan ook alles in werk stellen om een gewapend conflict te voorkomen. Er werd in Londen een conferentie gehouden waarin verklaard werd dat Egypte's soevereiniteit erkend werd maar dat er internationale controle moest zijn over de waterweg. Maar president Nasser verwierp op 9 september 1956 de verklaring.

Voorbereiding op een militaire aanval

Vanaf dat tijdstip gingen Frankrijk en Groot-Brittannië zich voorbereiden op een militaire aanval. De Britten zouden bommenwerpers, gevechtsvliegtuigen en 50.000 soldaten inzetten. De Fransen zouden gevechtsvliegtuigen en 30.000 troepen inzetten. Verder zou de marine mee doen met 100 Britse oorlogsschepen en 30 Franse vaartuigen. Ook zouden 7 vrachtvliegtuigen en 20.000 voertuigen worden ingezet. De invasie zou gaan lijken op de Normandische invasie van 1944.

Het nieuws van de oorlogsvoorbereiding bereikte de VS. President Eisenhouwer schreef een scherpe brief naar premier Eden om geen geweld te gebruiken. Maar Groot-Brittannië en Frankrijk legden op 23 september 1956 de kwestie voor aan de VN Veiligheidsraad. De Sovjet Unie sprak echter haar veto uit. Frankrijk en Groot-Brittannië zagen geen andere mogelijkheid dan om in te grijpen. Het aanvalsplan werd gewijzigd door eerst bombardementen uit te voeren voordat paratroepen en amfibievoertuigen ingebracht zouden worden. Dit bracht een samenwerking met Israël in beeld.

Moshe Sharrett treedt af als minister van buitenlandse zaken

Ondertussen gingen de aanvallen van Fedayeen vanuit Gaza op Israël door. President Nasser liet steeds duidelijker blijken Israël te willen vernietigen. In Israël werd minister van buitenlandse zaken Moshe Sharrett, die voor een gematigde koers was, op 8 juni 1956 vervangen door Golda Meir. Dit maakte de weg vrij voor een Israëlische aanval op Egypte.

Suez crisis -Israël besluit mee te vechten

Frankrijk vroeg aan Israël of het bereid was mee te vechten tegen Egypte. Shimon Peres beantwoordde die vraag bevestigend. Een Israëlische grondaanval in de Sinaï zouden de Britten en Fransen de mogelijkheid geven een beperkte paratroepen aanval op het Kanaalgebied uit te voeren. Ook premier Ben Goerion ging akkoord. Israël wilde wel van Frankrijk extra wapens krijgen. Het ging om 100 middelgrote tanks, 300 half-tracks, 50 tank transporten, 300 vrachtwagens, 1000 terugstootloze geweren en een squadron Nord-Atlas transportvliegtuigen. Frankrijk ging hiermee akkoord. Israëls doel was het Egyptische leger uit de Sinaï te verlagen, de Fedayeen bases in Gaza te vernietigen en de Straat van Tiran te openen.

Israël vreest de houding van Groot-Brittannië

Premier Ben Goerion was er niet gerust op wat Groot-Brittannië zou doen indien Israël mee ging vechten tegen Egypte. Premier Eden van Groot-Brittannië vreesde dat de Israëlische deelname aan de gevechten zou leiden tot gespannen relaties tussen Groot-Brittannië en andere Arabische landen. Dit gevoel werd versterkt door Israëlische aanvallen op Jordanië waarmee Groot-Brittannië een verdrag had. Jordanië eiste een aanroeping van het Anglo-Jordaanse defensie verdrag. Groot-Brittannië waarschuwde Israël dat een Iraakse divisie op het punt stond Jordanië binnen te trekken om dat land te "beschermen". Zou Israël militaire actie ondernemen dan zou Groot-Brittannië hulp verlenen aan Jordanië. Maar uiteindelijk ging Groot-Brittannië toch akkoord met Israëlische deelname in de strijd tegen Egypte en zag af van de Jordaanse plannen.

Israëlische steden beschermen

Premier Ben Goerion was ook bang dat Egypte Israëlische steden zou gaan bombarderen. Egypte mocht geen controle krijgen over het luchtruim. Groot-Brittannië stelde daarop voor dat Israël over een breed front in de Sinaï zou aanvallen en Caïro zou bedreigen. Dit zou een echte oorlog inhouden waarbij de Geallieerden zouden ingrijpen als redders van de vrede. De Britse minister van buitenlandse zaken Selwyn Lloyd wilde zelfs willekeurige bombardementen uitvoeren op de legers van Israël en Egypte om zo de wereld te laten zien dat de Britten alleen de bedoeling hadden om het Suezkanaal te beschermen. Maar premier Ben Goerion was hier uiteraard op tegen. Hij wilde, zoals eerder gemeld, slechts het Egyptische leger uit de Sinaï en Gaza hebben en de blokkade van de Straat van Tiran beëindigen.

Ben Goerion, Dayan en Peres gingen op 22 oktober 1956 naar Frankrijk en spraken met hun Franse collega's over de situatie. Als Israël het risico zou nemen de Sinaï binnen te trekken dan moesten Israëls steden beschermd worden. De Franse president Mollet verzekerde Ben Goerion dat dat zou gebeuren. Er werd overeengekomen dat Franse vliegtuigen de Israëlische steden en Franse oorlogsschepen de kust van Israël zouden beschermen. Op 26 oktober 1956 zou Israël haar troepen mobiliseren. Op 27 en 28 oktober 1956 zouden Franse Mystère squadrons in Israël arriveren en op 29 oktober 1956 zouden Franse oorlogsschepen voor de kust van Israël komen te liggen. Op diezelfde dag zou Israël de Sinaï binnentrekken.

Moshe Dayan zei dat de Israëlische aanval een operatie zou zijn dat geïnterpreteerd kon worden als een bedreiging voor het Suezkanaal en een rechtvaardiging voor Geallieerd ingrijpen. Het Israëlische plan werd geaccepteerd.

Het aanvalsplan

Het aanvalsplan zag er als volgt uit. Op 29 oktober 1956 zou Israël paratroepen ten oosten van het Kanaalgebied droppen. Groot-Brittannië en Frankrijk zouden Israël een ultimatum stellen en er bij Egypte op aandringen geen militaire actie te ondernemen. Israël zou het ultimatum accepteren maar zou pas instemmen met een staakt-het-vuren op een lijn van 10 mijlen ten oosten van het Kanaal. Egypte zou zeker terugslaan en de Britse en Franse luchtmachten zouden dan vervolgens Egyptische vliegvelden aanvallen en de vliegtuigen van Nasser vernietigen zodat Israël geen bombardementen op haar steden hoefde te vrezen. De Geallieerde troepen zouden vervolgens het Kanaal in bezit nemen. Frankrijk zou Israëls belangen bij de VN verdedigen.

Het contract werd ondertekend met het idee dat het nooit openbaar zou worden. De operatie kreeg de naam "Operation Kadesh". Moshe Dayan zou later schrijven dat het twijfelachtig zou zijn geweest dat Israël de campagne zou zijn begonnen indien Frankrijk en Groot-Brittannië niet mee hadden gedaan.

Suez crisis - Operatie Kadesh begint

Ondanks het geweld van de Fedayeen en de grote hoeveelheid wapens die Egypte aanschafte hield premier David Ben Goerion vol dat Israël geen preventieve aanval zou gaan uitvoeren tegen Egypte. Eind oktober 1956 werd een bericht door de Israëlische geheime dienst de wereld ingebracht met de mededeling dat Israël Jordanië zou gaan aanvallen. Dit leek geloofwaardig omdat op 24 oktober 1956 Egypte, Syrië en Jordanië een militair akkoord ondertekenden. Het leek logisch dat Israël tegen de zwakste schakel (Jordanië) een preventieve aanval zou gaan uitvoeren.

De VS proberen Israël af te houden van een aanval op Jordanië

Jordanië nam het Israëlische dreigement serieus en ging haar verdediging versterken. Toen op 27 oktober 1956 Israël haar troepen ging mobiliseren waren generaal Burns en zijn UNTSO ervan overtuigd dat Jordanië het doelwit was. De VS trachtten Israël van een aanval te weerhouden. Omdat de VS en de Veiligheidsraad hun handen echter vol hadden aan de Hongaarse Revolutie zag premier Ben Goerion zijn kans schoon om te beginnen met Operatie Kadesh. Hij maakte dit bekend aan zijn kabinet.

Israëls aanvalsstrategie

Rekening houdend met het landschap van de Sinaï ontvouwde opperbevelhebber Moshe Dayan zijn plan voor de eerste nacht op 29 oktober 1959 om een bataljon paratroepen bij de Mitla Pas te droppen op zo'n 40 mijlen van het Kanaal en 180 mijlen van de Israëlische grens. Andere bataljons van de brigade zouden langs de zuidelijke as van het schiereiland gaan en binnen 36 uur contact maken met de paratroepen. Vervolgens zou Israël het Kanaal "bedreigen" om zo een Anglo-Franse expeditie uit te lokken de Egyptische luchtmacht uit te schakelen en op hetzelfde tijdstip de Egyptenaren in verwarring brengen. Met een brigade in de Sinaï en paratroepen bij de Mitla Pas moesten de Egyptenaren bepalen of het de Israëliërs menens was. Dayan was optimistisch dat dit zou gebeuren. Maar zou het niet zo uitpakken dan kon de brigade zich alsnog terugtrekken en zou Operatie Kadesh gezien worden als een vergeldingsaanval.

Het tweede stadium van de aanval was wat orthodoxer. Na een pauze van 24 uur zou een grotere Israëlische troepenmacht vanuit de Negev naar het westen richting Ismaila aan het Kanaal trekken. Het laatste stadium zou noordelijker plaatsvinden en zou lijken op de laatste campagne van Allon tijdens de oorlog van 1948, een snelle bocht naar Rafa om de Egyptische kuststrook te amputeren. Wanneer Rafa eenmaal was gevallen zou een andere brigade de Gazastrook 'schoonvegen'. Tegelijkertijd zou een andere brigade naar de onbewoonde oostkust van de Sinaï gaan richting Sharm El-Sheikh bij de Golf van Akaba. Israël hoopte dat Egypte dan verlamd zou zijn en niet in staat zou zijn terug te slaan.

Sinaļ

Legenda
A. Gaza
B. Suezkanaal
C. al-Arish
D. Rafa
E. Mitla Pas
F. Sharm El-Sheikh
G. Ismailia

De Egyptische grondtroepen en de luchtmacht

Behalve het terrein van de Sinaï vormden de nieuw uitgerust Egyptische grondtroepen en de luchtmacht een probleem. Toch overschatte Dayan dit probleem niet. De Egyptische piloten waren slecht getraind en het onderhoudspersoneel was berucht. De soldaten renden in paniek weg bij een verrassingsaanval en het Egyptische leger was in de Sinaï erg kwetsbaar. Het overgrote deel van de Egyptische troepen waren gelegerd langs de al-Arish-Rafa-Gaza kust en rond Abu Agheila. Zij vormden geen goede verdediging tegen een Israëlische verrassingsaanval. Ze kenden ook lange en kwetsbare aanvoerlijnen. Toen de Suez crisis in juli 1956 uitbrak had de legerleiding van Egypte haar beste divisies uit de Sinaí teruggetrokken om het Kanaal te beschermen tegen een Anglo-Franse invasie. De overgebleven troepen in de Sinaï en in Gaza waren twee zwakke infanterie divisies bestaande uit niet meer dan 40.000 man.

Israël moet ogenschijnlijk bijna hele natie mobiliseren

Ook het Israëlische leger was niet sterk. Bijna de hele natie moest ogenschijnlijk gemobiliseerd worden. Maar dit systeem werkte wel effectief. Bijna 90% van de 100.000 burgers werden gemobiliseerd. Maar de uitrusting die ze hadden was incompleet. Ook moesten ze in korte tijd leren omgaan met de nieuwe Franse wapens.

De aanval begint

Op 29 oktober 1956 om half vier 's nachts begon de Israëlische aanval. Onder de vijandelijke radar vlogen de Dakotas en de Nords richting de Mitla Pas en dropten daar de paratroepen. Om half zeven 's avonds arriveerden de paratroepen op een mijl afstand ten oosten van de Mitla Pas. Ze groeven zich in om een Egyptische luchtaanval te vermijden. De 202de Paratroepen Brigade onder leiding van kolonel Ariel Sharon trok ondertussen de Sinaï binnen. Haar doel was om verbinding te leggen met de paratroepen bij de Mitla Pas. Veel voertuigen en artillerie kwamen echter vast te zitten in het zand. Sharon en zijn manschappen lieten de spullen achter.

Aanvankelijk deed het Egyptische leger nog niets tegen de paratroepen bij de Mitla Pas. Maar toen het Egyptische leger de troepen van Sharon in de gaten kreeg werden versterkingen gebracht bij het Kanaal. Ondertussen riep president Nasser de andere Arabische landen op om tegen Israël te gaan vechten. Maar het bleek onmogelijk te zijn om binnen 24 uur een algehele oorlog te beginnen. De troepen van Sharon bereikten uiteindelijk de Mitla Pas. Franse transportvliegtuigen bevoorraadden de troepen van Sharon.

Op 30 oktober 1956 maakte premier David Ben Goerion de Israëlische aanval wereldkundig. Nu kwamen de Britten en Fransen in actie.

Suez crisis - Operatie Kadesh voltooid

Onmiddellijk na de Israëlische verklaring dat Israël begonnen was met een oorlog tegen Egypte riepen Frankrijk en Groot-Brittannië op dat Israël en Egypte hun troepen moesten terugtrekken tot 10 mijlen ten oosten en ten westen van het Kanaal. In feite kwam het erop neer dat Egypte zich moest terugtrekken en Israël zich op 10 mijlen ten oosten van het Kanaal kon nestelen. Washington zag de Anglo-Franse interventie als verraad van de speciale Atlantische relatie. Ook waren de Amerikanen geschokt dat de Fransen en Britten voor het eerst hun veto hadden uitgesproken in de Veiligheidsraad om geweld in het Midden-Oosten tegen te gaan.

Israëls antwoord aan Groot-Brittannië en Frankrijk

Op 30 oktober 1956 accepteerde minister van buitenlandse zaken Golda Meir het Anglo-Franse ultimatum mits Egypte dat ook zou doen. Maar Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië wisten dat president Nasser het ultimatum zou verwerpen. En dat gebeurde ook. President Nasser gaf zijn troepen de opdracht naar de Sinaï terug te keren.

De reactie van Egypte

De actie van de Egyptische luchtmacht tegen de Israëlische troepen was minimaal. De piloten waren slecht getraind. In luchtgevechten werd geen enkel Israëlische vliegtuig neergeschoten. Israëlische vliegtuigen konden luchtsteun geven aan de grondtroepen en hielden Egyptische gepantserde colonnes uit het westen tegen. Toch wachtte Israël op de beloofde Anglo-Franse bombardementen op Egyptische vliegvelden. Moshe Dayan maakte zich het meeste zorgen om zijn paratroepen eenheden bij de Mitla Pas. Een eenheid onder leiding van majoor Mordechai Gur werd naar de Mitla Pas gestuurd en kwam in een dodelijke val terecht. De voertuigen werden beschoten door Egyptische troepen vanuit grotten en bunkers langs de ravijn. Het duurde uren voordat de infanterie van Sharon de Pas bereikte. Er waren veel doden en gewonden gevallen aan Israëlische zijde. De paratroepen trokken zich terug en wachtten op orders om richting Sharm el-Sheikh te trekken.

Franse en Britse vliegtuigen bombarderen Egyptische vliegvelden

Op 31 oktober om zeven uur 's avonds begonnen de Geallieerden Egyptische vliegvelden bij Suez te bombarderen. Er deden 200 vliegtuigen aan mee die vanuit Malta en Cyprus waren opgestegen. Ze vernietigden de Sovjet vliegtuigen van Egypte. President Chroestjov van de Sovjet Unie adviseerde Nasser om vrede te sluiten met Frankrijk en Groot-Brittannië. Jordanië en Syrië wilden zich niet met de gevechten bemoeien. President Nasser besloot in de nacht van 31 oktober 1956 alle Egyptische troepen uit de Sinaï terug te trekken. Er werden geen luchtoperaties meer uitgevoerd en de piloten kregen de opdracht te vluchten naar bases bij de Nijl en zelfs naar andere Arabische landen. Alle verdediging was gericht op het tegenhouden van de Geallieerde invasie. Israël kon nu haar maximale plan uitvoeren.

Sinaļ

Legenda
A. Suezkanaal
B. Mitla Pas
C. al-Arish
D. Abu Agheila
E. Rafa
F. Sharm el-Sheikh

Operatie Kadesh wordt voltooid

De Zevende Gepantserde Brigade van de IDF onder leiding van brigadier Assaf Simchoni ging naar Um Cataf. Daar verloor de Brigade echter veel tanks. Er werd voor een alternatieve centrale as gekozen door de gepantserde colonne van kolonel Uri Ben-Ari. Dit lukte omdat de Egyptenaren zich terugtrokken uit de Sinaï. Op slechts 10 mijlen van het Kanaal stopte de gepantserde colonne van kolonel Uri Ben-Ari. Bij Abu Agheila besloten de Egyptenaren zich terug te trekken; zij werden van de zijkant aangevallen en waren door hun watervoorraden heen. De 3000 soldaten kregen de opdracht voor zichzelf te vechten en naar al-Arish te gaan, 52 mijlen verderop. Op 1 november 1956 ontdekte een IDF tankcolonne dat de kelen van Egyptische soldaten waren doorgesneden en hun lichamen ontkleed door Bedoeïenen.

In het noorden kreeg Brigadier Chaim Laskov de opdracht om Rafa aan te vallen. Deze stad werd verdedigd door de Vijfde Egyptische Brigade met artillerie en antitank steun. Alleen een frontale aanval was mogelijk. Er was een bombardement vanuit zee en vanuit de lucht noodzakelijk om het verzet te breken. Zowel Rafa als al-Arish werden vervolgens door de eenheid van Laskov in bezit genomen. Daarop trok de tankcolonne van Brigadier Chaim Bar Lev langs een open kustweg richting Suez. Er werden duizenden Egyptische soldaten krijgsgevangen gemaakt. De tankcolonne passeerde Rumani en was nog maar 20 mijlen verwijderd van het Kanaal. Via de centrale as waren de tanks van Ben Ari inmiddels bij het Kanaal gekomen. Ook Gaza-stad werd ingenomen door de IDF. In de nacht van 2 november 1956 was de IDF in bezit van drie communicatielijnen door de Sinaï van oost naar west en vernietigde systematisch Fedayeen bases.

De cruciale fase van het offensief in de Sinaï lag echter diep in het zuidoosten van het schiereiland. De Negende Brigade van Kolonel Avraham Yoffe trok hierheen. Het was heel lastig om door het maanlandschap van de Sinaï heen te trekken. Er werden paratroepen gedropt bij al-Tur. Vandaar trokken ze naar Sharm el-Sheikh alwaar ze Yoffe's Brigade versterkten. De Negende Brigade trok verder zuidwaarts. Op 4 november 1956 kwam het tot een korte confrontatie bij Dahab. De Egyptische soldaten trokken zich terug uit Ras Nassami richting Sharm el-Sheikh. Met luchtsteun wist de Negende Brigade Sharm el-Sheikh in handen te krijgen. Kort daarna trokken de manschappen van Yoffe zich al weer terug en gingen naar huis om de wintergewassen te oogsten.

Resultaat van de Sinaï campagne

De Sinaï oorlog was voorbij. Israël won de oorlog omdat de kwaliteit van haar manschappen beter was. Het eindresultaat van de 100 uren durende oorlog was 180 doden en 4 gevangenen aan Israëlische zijde. Er werden 20 vliegtuigen verloren en 2000 voertuigen raakten kapot. Ondanks dit verlies werd de gehele Sinaï en Gaza veroverd. Er werden 3 Egyptische divisies verslagen, 2000 soldaten gedood en 6000 soldaten gevangen genomen. Er werd voor meer dan 50 miljoen dollar aan oorlogsbuit in beslag genomen, inclusief 7000 ton munitie, een half miljoen liter brandstof, 100 Bren carriers, 200 stuk artillerie, 100 tanks, meer dan 1000 andere voertuigen en een Egyptische fregat.

Suez crisis - de wereld is woedend

Terwijl Israël opgelucht was over het wegnemen van de Egyptische dreiging reageerde de rest van de wereld woedend. De VS waren ook woedend op Frankrijk en Groot-Brittannië. De Amerikaanse president Eisenhouwer wees premier Ben Goerion erop dat Israëls veiligheid afhankelijk was van de VS en niet van Frankrijk en Groot-Brittannië. Ben Goerion antwoordde via ambassadeur Abba Eban die een ontmoeting had met de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Dulles. Abba Eban zei dat Israëls overwinning er voor zorgde dat Nasser al zijn krediet verspeeld had en dat er een gematigde regering in Egypte zou komen. Mogelijk zouden andere Arabische landen vrede met Israël sluiten.

Resolutie van de Verenigde Staten

Op 2 november 1956 keurde de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid een resolutie van de Verenigde Staten goed die opriep tot een staakt-het-vuren en de terugtrekking van alle bezettende troepen uit Egyptisch gebied. De Israëlische troepen hadden zich alles behalve de volgende dag teruggetrokken uit de Sinaï. Op 4 november 1956 stemde de Algemene Vergadering van de VN in met de vorming van een United Nations Emergency Force om de strijdende partijen langs het Suezkanaal en elders in de Sinaï te scheiden. Frankrijk en Groot-Brittannië konden dit bijna niet tegenhouden.

De gevechten gaan door

Op de vooravond van de stemming door de VN probeerde Frankrijk Groot-Brittannië over te halen paratroepen naar het Kanaal te sturen. Israël zou steun kunnen geven gedurende de drie dagen voordat de amfibie troepen Egypte zouden bereiken. Israël ging akkoord al-Qantara te bezetten ten oosten van het Kanaal om het gebied te beschermen voor de landing van de Franse paratroepen. Maar Londen was hierop tegen omdat het de VN de mogelijkheid zou geven de strijdende partijen te scheiden. Israël besloot op 4 november 1956 akkoord te gaan met het bestand van de VN mits Egypte dit ook zou doen. Maar de Geallieerden protesteerden bij Israël. Wat voor zin zou een interventie nog hebben als er een bestand kwam?

Op 5 november 1956 landden Britse en Franse paratroepen in Port Saïd in twee aanvalsgolven. Op 6 november 1956 begonnen Britse schepen met beschietingen. Britse en Franse commando's arriveerden en Port Saïd gaf zich aan het einde van de middag over. Toen de Brits patrouilles op slechts 25 mijlen ten zuiden van het Kanaal waren meldde Londen dat het akkoord ging met het bestand van de Verenigde Naties. De Britten reageerden op een waarschuwing van de Sovjet Unie. Maar het was niet alleen de druk van de Sovjet Unie die de Britten deed besluiten te stoppen met de gevechten. Washington meldde dat het Britse verzoek voor een lening van 1 miljard dollar van het Internationale Monetaire Fonds afhing van een bestand. Frankrijk ging ook overstag. De Geallieerden hadden de slag om het Kanaal op een paar uur na verloren.

Israël trekt zich langzaam terug

Israël bleef onbewogen. Ben Goerion zei tegen de Knesset dat hij er serieus over nadacht de Sinaï te annexeren omdat de Sinaï nooit bij Egypte had gehoord. Maar de VS dreigden de relatie met Israël op te zeggen. Zelfs de Amerikaanse Joden wilden niet dat Israël de Sinaï in bezit hield. Ben Goerion antwoordde aan Eisenhouwer dat Israël zich uit de westelijk Sinaï zou terugtrekken op het moment dat VN troepen de Kanaal regio binnen zouden trekken. Maar president Eisenhouwer waarschuwde dat als de Sovjet Unie Israël zou gaan aanvallen Israël niet hoefde te rekenen op de hulp van de Verenigde Staten. Ook Groot-Brittannië drong er bij Israël op aan zich terug te trekken in ruil voor bepaalde "garanties": een vredesverdrag, een verdedigbare grens en vrije doorgang door het Suezkanaal en de Golf van Akaba. Ook Frankrijk adviseerde Israël zich terug te trekken vanwege de Sovjet dreiging.

Israël had nog wat geleende tijd omdat de VN zich in eerste instantie concentreerde op de terugtrekking van Britse en Franse troepen uit Egypte en het openen van het Kanaal voor de toevoer van Arabische olie. Op 20 november 1956 kwamen 700 VN militairen in Egypte aan en 3000 waren onderweg. Op 22 december 1956 waren alle Britse en Franse troepen weg uit Port Saïd.

Suez crisis - Israël wil garanties

Israël wilde tijd winnen om aan de wereld te laten zien hoe belangrijk de opening van de Straat van Tiran voor Israël was. Israël voerde vanaf begin november 1956 tot begin maart 1957 een politieke campagne in de Verenigde Naties en elders. In het eerste stadium tot 11 februari 1957 werd er in de VN weinig naar Israël geluisterd. Israël moest zich eerst terugtrekken uit de Sinaï en Gaza voordat veiligheidsgaranties konden worden gegeven. Het Westen en de Arabische landen waren gevoelig voor Egyptische druk. Alleen Frankrijk steunde Israël.

Israëlische terugtrekking

Op 3 december 1956 trok de IDF zich terug tot 30 mijlen vanaf het Suezkanaal. De UNEF (United Nations Emergency Force) nam onmiddellijk posities in langs het Kanaal. Op 8 januari 1957 trokken de Israëlische troepen zich verder terug tot de al-Arish lijn in het oosten van de Sinaï. Op 15 januari 1957 maakte premier David Ben Goerion bekend dat Israël zich uit de hele Sinaï zou terugtrekken m.u.v. het gebied rondom Sharm el-Sheikh. Ook de Gazastrook bleef onder Israëlische controle.

Twee resoluties van de VN en Amerikaanse druk op Israël

Op 2 februari 1957 nam de Algemene Vergadering twee resoluties aan. In de eerste resolutie werd Israël opnieuw opgeroepen zich zonder uitstel terug te trekken. In de tweede resolutie werd erkend dat de terugtrekking gevolgd moest worden door actie om vrede te garanderen. Maar deze flexibiliteit werd niet gedeeld door de VS die belangen had in de Arabische wereld zoals een luchtmachtbasis in Dharan, Saoedi Arabië. De Saoedi's stonden de VS toe om de luchtmachtbasis vijf jaar langer te gebruiken mits Israël zich terugtrok uit de Sinaï en Gaza. Daarop voerden de VS de druk op Israël op en dreigden de relatie met de Joodse staat te herzien. De VS dreigden zelfs met sancties tegen Israël. Premier Ben Goerion lukte het niet om president Eisenhouwer op andere gedachten te brengen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Dulles was zich wel steeds meer bewust van Israëls veiligheid. De Amerikaanse pers en vrienden van Israël in het Congres kaartten de dubbele standaard van de internationale moraliteit aan: de Sovjet Unie werd niet gestraft vanwege Hongarije, maar Israël wel vanwege de Sinaï. De leider van de Democraten in de Senaat, Lyndon Johnson, ging het voor Israël opnemen. Ook andere politieke leiders toonden sympathie voor Israël.

Dulles kwam met een mogelijke oplossing: de UNEF moest naar Gaza toegaan. Verder zouden de VS er voor gaan zorgen dat de Golf van Akaba en de Straat van Tiran internationaal bevaarbare waterwegen zouden blijven. Maar Israël vond dat geen garantie en wilde dat UNEF voor onbepaalde tijd bij Sharm el-Sheikh zou blijven. Hetzelfde gold voor de Gazastrook. In de VS werd door de president en 26 Congresleden hierover gediscussieerd. Volgens president Eisenhouwer was terugtrekking van Israël in haar eigen belang om een financiële crisis te voorkomen. Amerikaanse leningen zouden er alleen komen als de ruzie tussen Egypte en Israël voorbij was. De Congresleiders waren niet onder de indruk van het argument van de president. David Ben Goerion en Golda Meir stuurden Abba Eban met een stel vragen naar Washington waarop de VS positief reageerde. Nu waren de VS niet langer het probleem maar VN-chef Hammerskjöld. Hij wilde geen schip met een VN vlag door de Golf van Akaba sturen. Ook wilde hij niet dat de VN het bestuur in Gaza op zich nam.

De Canadese ambassadeur bij de VN kwam met een compromisvoorstel. De invloedrijke maritieme leden van de VN zouden Israëls recht beschermen in de Golf van Akaba. In Gaza zouden bases van de UNEF komen. Het Egyptische leger zou er niet meer zijn posities innemen. Hammerskjöld vond het een goed plan. Het was de beste manier voor UNEF om "vrede en orde" te bewaren na de Israëlische terugtrekking. De VN-chef voegde daarbij ook Sharm el-Sheikh toe. Ook de VS stemden met het voorstel in. Israël keurde het plan goed. Egypte ging eveneens akkoord. Israël wilde wel voorkomen dat UNEF zich later zou terugtrekken. De VN beloofden dat terugtrekking eerst voorgelegd zou worden aan een speciaal comité van de Algemene Vergadering van de VN. Israël zei wel op te zullen treden mochten zich toch gewelddadigheden voordoen vanuit Gaza en de waterweg geblokkeerd worden.

Op 4 maart 1957 trokken Israëlische troepen zich geheel terug. De VS keurden een lening van de Wereldbank goed. Op 7 april 1957 meerde een Amerikaanse tanker in Eilat aan.

Is Operatie Kadesh succesvol voor Israël geweest?

Op 7 maart 1957 zei premier David Ben Goerion tegen de Knesset dat niet zeker was dat Egypte niet zou terugkeren naar de Gazastrook. Al twee dagen later kwam de voorspelling uit toen lokale Palestijnen de terugkeer eisten van het Egyptisch bestuur. President Nasser kwam aan de eisen van de Palestijnen tegemoet door een civiele bestuurder aan te stellen. Er kwamen geen Egyptische troepen naar Gaza. De Israëlische regering protesteerde onmiddellijk maar was het met Dulles eens dat een militaire confrontatie zinloos was.

Israëls hoop dat het regime van Nasser zou vallen vanwege Operatie Kadesh bleef onvervuld. Ook verloor Israël goodwill in Afrika en Azië omdat Israël gezien werd als handlanger van Britse en Franse imperialisten. Toch had Operatie Kadesh ervoor gezorgd dat het zelfvertrouwen van de Israëliërs was toegenomen. De operatie had geen vrede gebracht maar de IDF had haar kracht getoond. Ook waren de aanvallen van de Fedayeen uit Gaza gestopt en konden de inwoners van Joodse gemeenschappen rondom Gaza weer rustig slapen sinds 7 jaar. De Golf van Akaba bleef 11 jaar open en zo kon Israël haar relaties met de Oriënt opbouwen. Ook werd Israël een grote oliehaven tussen Iran en Europa dankzij de aanleg van pijpleidingen. De industriële infrastructuur kon worden opgebouwd wat leidde tot een indrukwekkende economische groei en diplomatieke invloed.

Lees verder

© 2014 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Suez Crisis van 1956Hoewel de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie geen directe rol speelden in de Suez Crisis, maakte ook deze crisis deel ui…
Interventie en soevereiniteit van een staatInterventie en soevereiniteit van een staatOndanks dat het einde van de Koude Oorlog betekende dat troepen werden teruggetrokken uit koloniale gebieden, bleef het…
Israëlisch-Arabisch conflict 9: UitputtingsoorlogIsraëlisch-Arabisch conflict 9: UitputtingsoorlogNa de Zesdaagse Oorlog bleven de vijandigheden van de Arabieren tegen Israël doorgaan. Langs het Suezkanaal werden bloed…
Israëlisch-Arabische oorlogen (4):Uitputtingsoorlog 1967-'70Israëlisch-Arabische oorlogen (4):Uitputtingsoorlog 1967-'70De Uitputtingsoorlog was een beperkte oorlog tussen het Israëlische leger, Egypte, de Sovjet Unie en de PLO tussen 1967-…
Egypte, geschenk van de NijlEgypte, geschenk van de NijlDe langste woestijn in de grootste Sahara. De Nijl is de enige rivier op de wereld die van Zuid naar Noord stroomt. Geol…
Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar
  • Atlas of Israel - Martin Gilbert

Reageer op het artikel "Modern Israël: De Suez Crisis 1956"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 09-07-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Modern Israël
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!