InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Modern Israël: Joods nationalisme - terugkeer Palestina

Modern Israël: Joods nationalisme - terugkeer Palestina

Modern Israël: Joods nationalisme - terugkeer Palestina De geschiedenis van de moderne staat Israël begint bij het Joods nationalisme dat haar oorsprong kende in Oost-Europa en niet in West-Europa. Er wordt gekeken naar de voorlopers van het Zionisme en naar de invloed van het Europees nationalisme. Palestina was vluchtplaats voor Joden uit Rusland en de eerste goed georganiseerde Zionistische beweging heette Chovevei Zion. Zij vormden de eerste Zionisten die terugkeerden naar Israël. De eerste grote groep Joden volgt tijdens de Eerste Alijah gesteund door weldoeners zoals baron Rothschild.

Oorsprong Politiek Zionisme in Oost-Europa

Dat het Politiek Zionisme haar oorsprong had in Oost-Europa en niet in West-Europa werd veroorzaakt door het feit dat in het Westen de Joden te maken kregen met de Verlichting en hierdoor burgerrechten kregen. In Oost-Europa was zulks niet het geval en was de hunkering naar vrijheid in een eigen staat veel groter waardoor hier het Politiek Zionisme ontstond (hoewel de religieuze Joden dat liever zagen met de komst van de Messias).

Burgerrechten voor Joden in Frankrijk (en West-Europa)

Op 9 februari 1807 kwamen Joodse Rabbijnen bijeen. Het waren 71 man die de moderne versie van de Sanhedrin vormden. Het nieuwe Sanhedrin was op bevel van Napoleon Bonaparte opgericht. Hij wilde dat de Joden de verantwoordelijkheid van het burgerschap op zich namen op de traditionele Joodse manier.

In 1791 emancipeerden de Joden in Frankrijk. Dit was te danken aan de opkomst van het rationalisme (niet vanwege tolerantie van het christendom t.a.v. het Jodendom; die was er nog steeds niet), waarbij het oude regime omver werd geworpen. De revolutionaire regering en Napoleon konden niet accepteren dat overblijfselen van het bestuur in stand bleven, inclusief de Joodse getto's. Maar Napoleon eiste er wel wat voor terug van de Joden. Hij wilde dat Rabbinale jurisdictie in Joodse civiele en juridische zaken een zaak van het verleden zouden zijn en dat ze alle hoop op verlossing en terugkeer naar Palestina vaarwel zouden zeggen. De Rabbijnen van het Sanhedrin gingen hiermee akkoord. De Rabbinale wetten zouden alleen toegepast worden op religieuze zaken. Franse Joden vormden niet langer een Joodse natie en ze zouden niet meer dromen van een terugkeer naar Palestina. Deze toezeggingen hadden grote invloed op de rest van de Joden in West-Europa. Joden werden trouwe burgers in de landen waar ze woonden. Er werd alleen nog over Israël gesproken in messiaanse termen aan het einde der tijden.

Oost-Europese Joden kenden geen vrijheid

Terwijl de Joden in West-Europa emancipeerden, bleven de Oost-Europese Joden in verdrukking leven. Er woonden 3 miljoen Joden in Oost-Europa, 75% van het wereld Jodendom in 1850. De meesten van hen woonden in Rusland. Zij maakten 4% uit van de bevolking van het Romanov Rijk. Joden werden met typische Middeleeuwse stereotypen bekeken: als godmoordenaars, vergiftigers van bronnen, onbetrouwbare handelaren, etc. Zij waren samengedreven in de zogeheten 'Pale Settlement'. Daar hielden de Joden zich vast aan hun religieuze en gemeenschappelijke tradities, zoals kasjroet, Joodse godsdienst en het Jiddisch taalgebruik. Zion vormde hun bindend element: alle Rabbijnse en Bijbelse literatuur was daar opgericht. Dichters, filosofen, en mystici spraken altijd over het smachten van het Joodse Volk naar het Land Israël. Op de negende van de Joodse maand Av rouwden de Joden om het verlies van de Tempel vele eeuwen terug alsof ze er zelf getuigen van waren geweest. Drie maal per dag baden de Joden voor het herstel van Jeruzalem. Ook de Joodse feesten werden gevierd met Israël in gedachten en het hart.

Toch probeerden de Oost-Europese Joden de zaak niet te forceren. In de zeventiende en achttiende eeuw hadden ze te maken gehad met valse messiassen die diepe wonden hadden achtergelaten bij de Joodse gemeenschap. Alleen de komst van de echte Messias zou de Joden doen terugkeren naar het Land Israël meenden de religieuze Joden. Er zouden aanvankelijk maar weinig Joden zich bezig gaan houden met het Politiek Zionisme waarbij de Joden zelf het heft in handen zouden gaan nemen en niet zouden afwachten tot de komst van de Messias. Dit waren vooral niet-religieuze Joden. Dit wil overigens niet zeggen dat religieuze Joden helemaal niet naar Palestina gingen. Al in de zestiende en zeventiende eeuw waren er groepen religieuze Joden die naar Israël waren gegaan. Tevens woonden er nog steeds religieuze Joodse gemeenschappen in Palestina die min of meer waren blijven bestaan tijdens de tweeduizend jaar durende ballingschap van de Joden.

De voorlopers van het Zionisme

Het Joods nationalisme kwam vooral voort uit de messiaanse droom. Eén van de eerste zionisten was een orthodoxe rabbijn, Rabbijn Juda Alkalai, afkomstig uit Semlin vlakbij Belgrado. In 1839 publiceerde hij het boek Darchei Noam (Plezierige Paden). Hierin zinspeelde hij op de noodzaak van de vestiging van Joodse kolonies in het Heilige Land als voorbode op de Verlossing. Zo stond het ook in de Kabbala, schrijft Alkalai in zijn boek Shema Yisraeel.

Rabbijn Juda Alkalai: Mincha Jehoeda – Het offer van Juda

In zijn boekje 'Minchat Jehoeda' (1893) schreef Alkalai: 'Er staat in de Bijbel: “Keer terug, O Eeuwige, de tienduizenden van de families van Israël.”...Maar waar rust de Goddelijke Aanwezigheid op? Op stokken en stenen? Daarom, als het begin stadium in de verlossing van onze zielen, moeten we op z'n minst de terugkeer van 22.000 mensen naar het Heilige Land bewerkstelligen. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor een afdeling van de Goddelijke Aanwezigheid onder ons; daarna zal Hij ons zegenen en geheel Israël straalt van Zijn gunst.'

Alkalai vestigde zich uiteindelijk ook zelf in Israël. Vlak voor zijn dood in 1878 organiseerde hij een kleine groep volgelingen. Eén daarvan is Simon Loeb Herzl, de grootvader van Theodor Herzl. Zowel Alkalai als Theodor Herzl zochten steun bij invloedrijke westerse Joden.

Rabbijn Zvi Hirsch Kalisher

Een tijdgenoot van Alkalai was Rabbijn Zvi Hirsch Kalisher. Hij schreef het werk Emoena Jeshar (een eerlijk geloof) en Drishat Zion (de zoektocht naar Zion). Hij formuleerde drie principes m.b.v. Bijbelse teksten en Talmoedische responsa:
  1. De verlossing van de Joden, zoals voorspeld door de profeten, kan op eigen kracht plaatsvinden. Het is niet noodzakelijk dat de eerst Messias komt.
  2. Kolonisatie van Palestina moet zonder vertraging plaatsvinden.
  3. Heropleving van offers in het Heilige Land is toegestaan.

Wanneer vrome en geleerde Joden in Jeruzalem komen wonen zal de Verlossing snel plaatsvinden. Kalisher was voorstander van praktisch messianisme: zowel kolonisatie als Torastudie. De Alliante Israélite Universelle, een Frans-Joodse filantropische instelling, ging een Joods agrarische school subsidiëren: Mikwe Israël.

Weinig succes vanwege emancipatie Joden en verzet Joodse orthodoxie

De rabbijnen Alkalai en Kalisher hadden niet veel succes vanwege de Joodse emancipatie in Europa en de vijandigheid van de Joodse orthodoxie om de Verlossing te bespoedigen. Bovendien kregen de Joden het in Rusland beter; zij gingen integreren in de Russische maatschappij. De Joden worstelden zich los van de religieuze leiders. Ze werden seculieren.

Haskala

Deze periode staat bekend als de Haskala. De seculieren legden geen nadruk op de traditionele messiaanse hunkering naar Zion. Toch zouden vele seculieren later de hoofdstroom gaan worden van de Zionistische ideologie. De Haskala literatuur legde de nadruk op fysieke arbeid dat later de basis zou vormen van Arbeid Zionisme. Ook zorgde de Haskala dat de Hebreeuwse taal nieuw leven werd ingeblazen dat daarvoor alleen maar in de synagoge en de religieuze scholen werd gebruikt. De Haskala wilde voorkomen dat Joden Russen werden zonder kennis van de eigen cultuur. Maar Zion werd een soort mythische idylle.

Verzet tegen Haskala

Toch kwam er verzet tegen de Haskala. Eén van de tegenstanders was de Wit-Russische Jood Perez Smolenskin. Hij was één van de grote Hebreeuwse schrijvers die wezen op de gevaren van de Haskala. Hij was bang dat de Joden hun band met het verleden zouden afsnijden. De tijd was gekomen voor de heropstanding van het Joodse volk als een nationale entiteit. Alle methoden waren geoorloofd, inclusief de kolonisatie van het Land Israël.

Europees nationalisme/Russische Mei Wetten

Het Joods nationalisme werd sterk beïnvloed door Europees nationalisme. Voorbeelden voor de Joden waren landen zoals Italië, Polen en Hongarije. Eén van de mensen die er door beïnvloed werd was Mozes Hess, een orthodoxe Jood die langzaamaan minder religieus werd en meer aandacht kreeg voor het utopisch socialisme. Hij raakte in de ban van het Italiaanse nationalisme. Hij betoogde dat wat de Italianen konden bereiken de Joden ook konden bereiken.

Rome en Jeruzalem (1862) – Mozes Hess

In het boek 'Rome en Jeruzalem' (1862) schreef Mozes Hess dat Joodse arbeid alleen maar in het moederland kan plaatsvinden wil er sprake zijn van 'correct socialisme'. Hij wilde dat andere regeringen en Joodse filantropen zouden helpen bij de oprichting van de Joodse staat. Het boek van Hess was een ideologische profetie. Toch werd het boek aanvankelijk niet goed verkocht in 1862. Pas vijftig jaar later werd het in het Engels vertaald. In 1962 werd Hess alsnog erkend als authentiek visionair en werd zijn stoffelijk overschot van Duitsland naar Israël overgebracht en kreeg hij een staatsbegrafenis.

Antipathie jegens Joden

De etnische theorieën van Hess zinspeelden niet alleen op de verschillen tussen naties en volkeren, maar ook op de fundamentele antipathie tussen hen. Vooral tussen de Duitsers en de Joden boterde het niet. Hess zei dat Joden altijd vreemden zullen blijven onder de naties. Dit werd bevestigd door het Russisch nationalisme dat er voor zorgde dat het Zionisme zich transformeerde van een intellectuele theorie in een overlevingsbeweging.

Alexander III

In de jaren 60 en 70 van de negentiende eeuw ontstond in Rusland het Slavofilisme: een fusie van Byzantijnse Orthodoxie en Groot Russisch nationalisme. Dit was in de periode van het Tsaristisch rijk. Tsaar Alexander III onderdrukte het volk meedogenloos nadat zijn vader was vermoord. Hij beschouwde etnische minderheden als gevaar voor de autocratie. Niet-Russische volkeren werden gediscrimineerd. Hieronder vielen de Joden. Zij werden als de meest gevaarlijke beschouwd. Hun aantal werd geschat op vijf miljoen en ze woonden voornamelijk in de Pale of Settlement, een gebied dat 20% van Europees Rusland vormde.

De Mei Wetten

Joden werden beschouwd als de gangmakers van de revolutie. Daarom werden er officiële pogroms georganiseerd in het Joodse achterland van Rusland en de Oekraïne. Op 3 mei 1882 nam Alexander III een nieuwe serie anti-Joodse maatregelen: de Mei Wetten. Deze maatregelen bleven van kracht tot de Maart Revolutie van 1917. Joden mochten niet naar andere gebieden verhuizen buiten de Pale of Settlement. Ze werden van het platteland verdreven naar de achterbuurten van de steden. Joden werden geweerd op middelbare scholen en universiteiten. Het hele Joodse leven werd ondermijnd, zowel door onderdrukking als door de industriële crisis. Bijna 40% werd afhankelijk van liefdadigheid van bloedverwanten die in het buitenland woonden. Konstantin Pobedonostsev, de adviseur van de Tsaar, rekende uit dat een derde van de Joden zou sterven, een derde het land zou verlaten en een derde zou opgaan in de omringende volkeren (Oostenrijks Galicië en Roemenië).

Naar de Verenigde Staten

De Mei Wetten en de pogroms van 1881-1882 en de naweeën vernietigden de Joodse hoop op gelijkheid onder de heerschappij van de Tsaar. Joden zochten hun hoop in het Joods socialisme dat omarmd werd door honderdduizenden Joden. Maar de meerderheid zag alleen maar een uitweg door het land te verlaten. De meest geliefde bestemming was de Verenigde Staten.

Leon Pinsker & Chovevei Zion

De Mei Wetten in Rusland lieten de Joden in hun streven naar gelijkheid gedesillusioneerd achter. Veel Joden vertrokken richting de Verenigde Staten. Anderen, zoals Moshe Lilienblum, zagen alleen Palestina als goede mogelijkheid. Zelfs Smolenskin, de grote figuur van de Haskala, riep op voor massa emigratie naar Palestina. De belangrijkste figuur van de eerste zionisten (Chovevei Zion = geliefden van Zion) zou Leon Pinsker worden.

Leon Pinsker

Leon Pinsker kwam uit een 'verlichte' Joodse familie in Odessa. Odessa functioneerde als het zenuwcentrum van de Haskala. Leo Pinsker was legerarts in het Russisch leger en kreeg waardering voor zijn strijd tegen de cholera epidemie. Tijdens de hervormingsperiode van Tsaar Alexander II had hij nog hoop op gelijke rechten voor de Joden. In 1871 was er echter een anti-Joodse uitbraak in Odessa. Pinsker raakte gedesillusioneerd en in 1881 vertrok hij uit Rusland richting Centraal en West-Europa. In 1882 schreef hij het essay 'Selbstemanzipation'. Hierin betoogde hij dat Joden nooit gerespecteerd zouden worden omdat er geen sprake was van nationale gelijkheid. De oplossing lag gelegen in de vestiging van een eigen Joodse staat maar dat hoefde niet per se Palestina te zijn. Het kon ook ergens in de Verenigde Staten of Turkije zijn. Voor het eerst had iemand de Jodenhaat geanalyseerd als een diep complex sociaal fenomeen. Pinsker werd door andere belangrijke Joden bewonderd. Pinsker richtte een nationale beweging op: Chovevei Zion.

Chovevei Zion

Eind 1870, enkele jaren vóór de uitbraak van de pogroms onder Tsaar Alexander III, begonnen zich groepjes Zionisten te vormen. Deze kwamen bekend te staan als de Chovevei Zion (de geliefden van Zion). Ze hadden als credo: ”Er is geen verlossing voor het Volk Israël tenzij ze een eigen regering vestigt in het Land Israël. Er werden cursussen Hebreeuws en geschiedenis gedoceerd. Anderen zionisten richten koren, gymnastiek groepen of verdedigingsorganisaties op. Het moest allemaal in het geheim gebeuren want minderheidsnationalisme was illegaal in het rijk van de Tsaar. Dit leidde ertoe dat er geen centrale richting was binnen de Chovechei Zion beweging.

In 1884 organiseerde Leo Pinsker een nationale conferentie van alle Chovevei Zion organisaties. Deze werd gehouden in Kattowitz in Duits Silezië. Er kwamen 34 gedelegeerden die overeenstemming bereikten over de financiering van Joodse vestiging in Palestina als eerste prioriteit. Alleen het Land Israël kon dienen als vestigingsplaats. Leo Pinsker was eigenlijk voorstander van het versterken van de Zionistische invloed in Europa en via een Joods Congres de Joodse kwestie voor te leggen aan de regeringen van de wereld. Maar hij kreeg daar geen steun voor zodat de aandacht werd gericht op vestiging in Palestina. Toch slaagde Pinsker erin om de Chovevei Zion een coherente ideologie en organisatorisch raamwerk te bieden, de fundering van de Palestijns kolonisatie te versterken en een halve erkenning te krijgen van Rusland.

In de jaren 90 van de negentiende eeuw groeide de Chovevei Zion snel in Europa en daar buiten: in Roemenië, het Habsburgse Rijk, in Berlijn, in Engeland en in de Verenigde Staten. Dus ten tijde dat Theodor Herzl ten tonele verscheen was er al een respectabele Zionistische beweging. Dit zorgde ervoor dat Herzl veel volgelingen kreeg en dat 90% van de gedelegeerden het Eerste Zionistische Congres in 1897 in Bazel bijwoonde.

Toch bleef het Zionisme avant-garde binnen de Joodse wereld, hoewel het geen onbeduidende beweging was. De sporen van het Zionisme gingen terug tot de Joodse liturgie en de Joodse traditie. Het Zionisme versterkte zelfs de banden met de orthodoxe Joden door het aannemen van een aantal Joodse feestdagen, het vieren van heroïsche momenten uit de Joodse geschiedenis en het vieren van oogsten en seizoenen. Het Joods religieuze leiderschap kon beter naar Palestina vluchten dan naar geëmancipeerde seculiere landen in het westen. Toch werd het Zionisme ook geïnspireerd door het Europees nationalisme en nam het van de Haskala twee belangrijke principes over: de Hebreeuwse taal en de overtuiging dat het Joodse probleem logisch en dynamisch opgelost moest worden in plaats van onderdompeling in de traditionele orthodoxie.

De Joodse connectie met Palestina

In Peki'in (Galilea) woont de familie Zianati die daar onafgebroken heeft gewoond sinds de Joden in het jaar 70 uit Palestina zijn verdreven. En er nog meer Joden in voornamelijk Galilea gebleven. De Palestijnse Talmoed ontstond er. En in het jaar 1000 woonden zelfs 300.000 Joden in Palestina. Pas met de komst van de Kruisvaarders bleven slechts 1000 Joodse families in het land over. Sindsdien zijn er altijd wel Joden in Palestina geweest.

Joodse immigratie naar Palestina

Heilige Joodse stad Safed
Nadat de Kruisvaarders door de moslims in Palestina waren verdreven konden Joden weer naar het land emigreren. Ze kwamen uit Noord-Afrika en Europa (voornamelijk Spanje). Zo'n 5000 Sefardische Joden vestigden zich in het Heilige Land. De Spaanse Inquisitie leidde ertoe dat nog eens 8000 Joden Palestina binnenkwamen. Ondertussen had het Ottomaanse Rijk bezit genomen van Palestina en dat kwam de Joden aanvankelijk ten goede. Er kwamen veel Kabbalisten het land binnen in afwachting van de Eindtijd. Velen vestigden zich in Safed. In de 17de en 18de eeuw werden ze vergezeld door Asjkenazische Joden, de meesten waren chassidiem waarvan er velen de Kabbala bestudeerden. Aan het begin van de 18de eeuw woonden al 16.000 Joden in Safed. Velen bleven nog afhankelijk van liefdadigheid uit het buitenland, maar er waren ook die zelf werkten: schoenmakers, kooplui en zelfs boeren.

Heilige Joodse steden: Tiberias, Hebron en Jeruzalem
In de rest van Palestina woonden minder Joden. Een poging zich in Tiberias te vestigen mislukte grotendeels. Latere pogingen mislukten ook vanwege Arabische weerstand. Toch woonden er een aantal Arabisch sprekende Joden in de stad. Een andere plaats waar Joden zich vestigden was Hebron. Op het hoogtepunt in 1890 woonden daar nauwelijks 1500 Joden rond drie of vier Talmoed academies. Na de Romeinse vernietiging van Jeruzalem zetten Joden 3,5 eeuw lang geen stap meer in de stad. Onder Arabische overheersing keerden een handvol Joden terug. En zelfs ten tijde van de Kruisvaarders wisten enkele Joden zich te handhaven. Tijdens de Ottomaanse overheersing was het moeilijk voor Joden om in Jeruzalem te wonen. Zo'n 1500 Joden o.l.v. Rabbijn Juda de Chassied trachten zich in de stad te vestigen. Maar 500 van hen sneuvelden al voor ooit de stad te hebben bereikt. Van de rest wisten slechts 30 families zich voor 2,5 decennia te handhaven.

In 1837 werd Safed door een aardbeving getroffen. De meeste overlevende Joden vluchtten naar Jeruzalem en Hebron. De rest die bleef waren voornamelijk vrome Joden. In totaal leefden er rond 1837 zo'n 6000 Joden in de vier heilige steden.

Palestina in het Europese bewustzijn

Europese aandacht

Palestina kwam onder de aandacht van Europa toen Napoleon Egypte binnenviel in 1798. Ook waren er later de Russische dreiging van het Ottomaanse rijk ende Britse bezetting van Cyprus in 1878 en van Egypte in 1882. Palestina kreeg de aandacht van Europa door verbeterde communicatie, groeiend toerisme en archeologische opgravingen.

Protestantse belangstelling voor het Heilige Land

Deze ontwikkelingen gingen gepaard met de opkomst van Brits Protestants Evangelisme die een hernieuwde belangstelling had voor het Heilige Land. De Joden werden gezien als een levend bewijs van Gods waarheid. Belangrijke personen van deze evangelische stroming waren Edward Ashley en Laurence Oliphant. Zij zetten zich in voor het herstel van het Joodse Tehuis in Palestina. Er waren ook schrijvers uit de Romantische Periode die zich inzette voor de Joodse zaak: Benjamin Disraeli, Lord Byron, Sir Walter Scott en George Eliot. De Joden zelf bekeken dit overigens met enige argwaan. Toch had dit proto-Zionisme als gevolg dat Europa zich ging bemoeien met Palestina. Napoleon riep de Joden van Azië en Afrika op zich in Jeruzalem te vestigen. Later zagen de Britten de mogelijkheid in om de Joden de Britse belangen te laten dienen in het Heilige Land. Maar met de Krim Oorlog en de Libanese crisis van 1860 zagen juist christelijke proto-Zionisten in Frankrijk om een Joodse buffer staat in Palestina op te richten.

De Joodse Jisjoev in Palestina

Het Palestina van de 19de eeuw onder Ottomaanse overheersing stelde niet veel voor. Er woonden in 1840 slechts 400.000 inwoners in het land die geterroriseerd werden door Bedoeïnen roversbendes. De samenleving was agrarisch en er was weinig handel. De Joden woonden voornamelijk in de vier heilige steden: Safed, Tiberias, Hebron en Jeruzalem. Hun aantal lag rond de 5000-6000 inwoners.

Joodse nieuwkomers waren religieus

Religieuze Joden
Palestina werd belangrijker doordat het Ottomaanse Rijk afhankelijk werd van Europa. Dit stimuleerde Joodse immigratie uit Europa en in 1856 woonden 17.000 Joden in Palestina. De meeste Joodse immigranten waren religieus en een derde van hen koos Jeruzalem als woonplaats. De Arabisch sprekende Joden werden door de moslims getolereerd, maar de Asjkenazische Joden werden als vijandig beschouwd. Toch groeide de Asjkenazische gemeenschap in Jeruzalem. Langzaam kregen ze religieuze en gemeenschap rechten.

Levensomstandigheden
De levensomstandigheden in Jeruzalem waren slecht. Er was weinig hygiëne en in de zomer waren er epidemieën van o.a. tyfus. In die tijd woonden de bewoners overigens nog allemaal binnen de stadsmuren. 's Avonds gingen de stadspoorten dicht. De Asjkenaziem zochten bescherming door hun woningen rondom pleinen te bouwen. Deze kleine wijken stonden bekend als Churva. Er ontstonden verschillende gemeenschappen van waar de immigranten uit Europa kwamen. Je had de 'Klal Warschau', Klal Vilna', 'Klal Hongarije', etc.

Liefdadigheid
De Joden werden de Jisjoev Hajasjan (de oude gemeenschap) genoemd. Slechts een aantal Joden zorgden voor zichzelf. De religieuzen die zich de hele dag bezig hielden met religieuze activiteiten waren afhankelijk van Joodse liefdadigheid uit het buitenland (Challoeka). In 1856 werkten slechts 47 Joden in de handel en niet meer dan 150 waren ambachtslui.

Opbloei
Toch verbeterde de situatie geleidelijk aan in Palestina. De veiligheid nam toe. In 1869 werd de eerste weg aangelegd tussen Jaffo en Jeruzalem. De economie profiteerde van uitgaven van christenen en Joodse filantropisten en van de verbeterde landbouwmethoden. In 1881 was de Joodse bevolking in Palestina gegroeid tot 25.000. Daarvan woonden 9000 Joden in Safed, Tiberias en Hebron. Maar ook in plaatsen op het platteland trof je Joden aan. De meesten woonden echter in Jeruzalem.

Sir Moses Montefiori

Sir Moses Montefiori was er alles aan gelegen om een leefbare Joodse gemeenschap in Palestina te vestigen. Hij was een orthodox Jood en werd geïnspireerd door de quasi-messiaanse visie van het Uitverkoren volk dat zich opnieuw vestigde op Heilige Grond. Hij reisde zeven keer naar Palestina tussen 1827 en 1875. Hij realiseerde zich dat het belangrijkste probleem was dat de Joden niet zelfvoorzienend genoeg waren. Hij onderhandelde met Mehemet Ali in 1838 over de aankoop van stukken land zodat de Joden zelf hun brood konden verdienen. Maar de aankoop lukte moeilijk. Hij was meer succesvol in het verstrekken van leningen aan arme Joden. Er werden kleine stukken land aangekocht. Daarnaast stichtte Montefiori een meisjesschool in Jerzualem op, liet een windmolen bouwen om graan te malen, en bouwde armenhuizen.

Mikve Israël – eerste Joodse landbouwschool in Palestina

De Franse Jood Adolphe Crémieux richtte in 1870 de Alliance Israélite Univerzelle op. Deze stichtte de Mikve Israël, de eerste Joodse landbouwschool in Palestina.

Religieuze Joden gaan werken

De religieuze Joden die van geld afhankelijk waren uit Europa kwamen in de problemen door de Krim Oorlog waardoor Palestina geblokkeerd werd. De religieuzen realiseerden zich dat ze moesten gaan werken. Hun kinderen gingen naar de Lämel School. Het Asjkenazische rabbinaat legde echter een ban op omdat ze bang was dat de kinderen ketterse ideeën zouden krijgen door seculier onderwijs. Alleen Sefardische Joden gingen zodoende naar de Lämel School.

Toch moest er inkomen komen. Daarom kocht een groep religieuze Joden o.l.v. Joel Moshe Salomon een stuk land buiten de Oude Stad van Jeruzalem. Het werd de eerste Joodse wijk Nachlat Shiva (1869). Later kochten Joden een stuk land dat Mea Sheariem (1875) werd genoemd. In 1878 werd bij Jaffo de nederzetting Petach Tikwa opgericht. Maar de arbeid daar was zwaar vooral omdat ziekte (malaria) opdook die dodelijke slachtoffers maakte. Ook was er honger. En toen de oogst rijp was, was er geen afzetmarkt bij de Joden in Jeruzalem die de ketterse praktijken niet accepteerden. Toen er ook nog een overstroming volgde keerden de Joden teleurgesteld naar Jeruzalem terug.

Eerste Alija (eerste immigratie golf)

Tussen 1882-1903 kwamen 25.000 Joden Palestina binnen. Het wordt beschreven als de Eerste Alija; de eerste immigratie golf naar Palestina. Eigenlijk bestaat deze Alija uit twee golfjes: 1882-1884 en 1890-1891. Vele Joden waren overtuigd Zionist, maar er waren ook velen die het Tsaristisch Rusland waren ontvlucht. De meesten (95%) vestigden zich in de steden Jeruzalem, Jaffo, Hebron en Haifa.

Chovevei Zion niet effectief in begeleiding immigratie

De Chovevei Zion beweging in Europa trok weliswaar veel aanhangers maar was ineffectief als agentschap voor immigratie naar Palestina. De beweging hoopte op hulp van andere Joodse organisaties in Europa, maar deze hadden weinig interesse in het Zionisme.

Bilu – Huis van Jakob en Laurence Oliphant

In januari 1882 vormde een groep van 30 jongen mannen en vrouwen de Bilu (Het Huis van Jakob) beweging. Dit was een emigratie gemeenschap. Van de 30 jongelui gingen er 19 meteen naar Palestina, terwijl de anderen nieuwe leden gingen rekruteren om een model agrarische gemeenschap in Palestina te vestigen Ze kregen hulp van Laurence Oliphant. Hij was de auteur van 'The Land of Gilead' waarin hij uitweidde over Joodse kolonisatie onder Britse bescherming die de Britten een waardevolle enclave zouden opleveren. Dit zou mogelijk zijn als hij genoeg geld wist in te zamelen bij de Britse overheid of de Joodse filantropen. Maar beide pogingen mislukten.

Bilu wilde een socialistische staat oprichten in Palestina

De leden van Bilu wachtten niet op de pogingen van Oliphant en verplaatsten hun hoofdkantoor van Kharkov naar Odessa. Van daaruit zeilden 17 leden naar Constantinopel. Vervolgens gingen 14 van hen verder naar Palestina. Maar voor ze vertrokken maakten ze hun doeleinden duidelijk. Ze wilden een socialistische staat oprichten in Palestina met gelijkheid voor iedereen. Elk lid moest 3 jaar dienen in een collectieve boerderij en daarna zou elk lid de rol van instructeur vervullen in een netwerk van nieuwe nederzettingen.

Mikve Israël

Eind juli 1882 bereikten de 14 leden Palestina (de haven van Jaffo). Het was niet bepaald een bemoedigende aankomst. Ze ontmoetten in de haven van Jaffo ondervoede vrome Joden die op schepen wachtten om terug te keren naar Europa. De Bilu leden gingen naar Mikve Israël, de agrarische opleidingsschool die 12 jaar eerder was opgericht door Alliance Israélite Universelle. Daar kregen ze les van Franse landbouwers die niets moesten hebben van de Zionistische fantasieën van de Bilu leden. De Bilu leden moesten 11 tot 12 uur per dag hard werken tot ze er bijna bij neervielen. Ook op een ander terrein zat het de Bilu organisatie niet mee. De immigratie naar Palestina werd door de Ottomaanse heersers beperkt en er mocht geen land meer verkocht worden aan Joden.

Financiële hulp

Zalman Levontin en Jozef Feinberg, twee Joden uit Jeruzalem, hadden geld verzameld voor land aankoop van investeerders uit Jeruzalem en Europa. Met tussenkomst van een Sefardische Jood hadden ze 400 dunams land weten te kopen nabij Jaffo. Hier werd Rishon leZion opgericht. Elf leden van Bilu gingen er werken. Maar het oogstseizoen was al voorbij en de Bilu leden voelden de dreiging van de hongerdood. Er keerden 5 leden terug naar Mikve Israël en 6 leden keerden terug naar Rusland.

Joodse nederzettingen

Ondertussen was wel een aantal Joodse nederzettingen opgericht: Petach Tikva, Zamarin (later Zichron Ja'akov), Rosh Pina, Jesod HaMa'aleh. Leden van Chovevei Zion hadden zich daar gevestigd. Deze Joden kenden niet het Bilu principe van coöperatie; het waren middenklassers waarbij ieder hun eigen stuk grond bewerkte. De boeren leden onder de vliegen, aanvallen van Bedoeïenen, de hitte en uitputting. Sommigen trokken naar de steden, anderen keerden terug naar Europa.

Baron Edmond de Rothschild

De leden van Bilu kregen hulp uit onverwachte hoek. De Rothschilds waren bekende geldschieters maar de bankdynastie was gekant tegen het Joods nationalisme en had meerdere malen verzoeken van Chovevei Zion om geld afgewezen. Toch wilde Baron Edmond de Rothschild dat de Joden een normaal leven zou kunnen leiden om te kunnen werken in Palestina. Hij gaf Bilu financiële steun maar zij hielden niet van zijn paternalisme.

Donaties door de Baron

Toen Jozef Feinberg, één van de stichters van Rishon LeZion naar Europa terugkeerde om geld bijeen te verzamelen, trok Baron Edmond de Rothschild zijn portemonnee open en schonk 30.000 francs voor het boren van een waterput bij Rishon LeZion. De Baron huurde een Franse landbouwdeskundige in om de boeren van Bilu te onderrichten. Voor 12 gezinnen regelde de baron studiemogelijkheden in Mikve Israël en beloofde hen een stuk land (dat werd later Ekron). Ook nam de baron de Joodse nederzettingen Zichron Ja'akov en Rosh Pina onder zijn hoede. De baron wilde niet dat zijn donaties bekend werden en daar hielden de mensen zich vele jaren aan. De kolonisten noemden de baron HaNadiv HaJadoea (de bekende weldoener).

Tussen 1884 en 1900 gaf Baron Edmond de Rothschild 6 miljoen dollars uit aan de aankoop van land en huizen voor de Joodse kolonisten. Ook werd geld gegeven voor training, machines, vee, waterwerken, de bouw van apotheken, synagogen en verzorgingstehuizen. Er werden vele nederzettingen geholpen: Petach Tikva, Mishmar Hjarden, Chadra, Ein Zeittim, Metoella, Chartoev.

Paternalisme

De baron ging wel bepalen hoe er in de nederzettingen gewerkt moest worden. Zo gingen subsidies niet meer naar het hoeveelheid werk maar naar omvang van de gezinnen en zelfs hun bereidheid om samen te werken met mensen overzee. Ze konden op den duur zelfs niet meer bepalen welke gewassen te bebouwen. Zo bepaalde Rothschild zelf dat er wijngaarden geteeld moesten worden in Rishon LeZion en andere nederzettingen. Ook moesten gewassen steeds weer gewisseld worden van druiven naar amandelen, van olijven naar graan. Dit vonden de boeren maar een verspilling. Ook gingen zij zich hierdoor onzeker voelen over de toekomst.

Jechiël Pines

Er kwam een alternatieve oplossing. In 1878 emigreerde de Russische Jood Jechiël Pines naar Palestina en bracht met hem een bescheiden bedrag geld mee, verzameld door de verschillende Chovevei Zion groepen. Met dit geld en andere fondsen richtte Pines een vakman vereniging op voor leden van Bilu in Jeruzalem in 1882. Met de rest van het geld kocht hij 2800 dunams land bij Jafne en schonk dit aan de Bilu leden. Er werd een boerderij opgericht, G'dera. Het was echter moeilijk rond te komen omdat er onvoldoende middelen waren zoals ossen en melkkoeien. Ze moesten zelfs hulpeloos toezien hoe Arabieren hun vee lieten grazen op de velden van G'dera. Voor de meeste boeren werd de situatie onhoudbaar. Alleen dankzij steun van Rothschild bleef G'dear bestaan. De kolonisten die bleven namen afstand van het idee van een coöperatieve nederzetting. Ze accepteerden net als de kolonisten in Rishon LeZion, Petach Tikva en andere dorpen de richtlijnen vanuit Parijs en gingen Arabische arbeid inhuren. Maar de oorspronkelijke leden van Bilu wilden dit niet en verlieten G'dera. Hun experiment van 'sociale rechtvaardigheid' had gefaald. Sommigen vertrokken naar de steden en anderen keerden naar Europa terug.

Ze'ev Tiomkin

De Chovevei Zion beweging opende in Jaffo een kantoor o.l.v. Ze'ev Tiomkin, een Russisch-Joodse ingenieur. Hij zorgde ervoor dat twee belangrijke kolonies, Rechovot en Chadera, uit handen kwamen van het bestuur van Rothschild. Ook G'dera kreeg financiële steun van het kantoor van Tiomkin en nieuwe kolonisten slaagden erin om groente- en graangewassen te produceren. Elders vonden immigranten werk in steden, in de handel en ambachten. Vooral Jaffo werd een belangrijk centrum. Maar het ging niet overal goed. De opleving bleek op zwakke funderingen te zijn gebouwd. Tiomkin had alles financieel te rooskleurig ingeschat: de land prijzen gingen omhoog. Het Odessa Comité van Chovevei Zion moest het kantoor van Tiomkin sluiten. Ook de landbouw in Palestina bleek zwaar te zijn: malaria, tyfus, wettelijke obstakels door de Ottomaanse autoriteiten. Eind jaren 1890 vertrokken er meer mensen uit Palestina dan dat er binnenkwamen.

Baron Rothschild in Palestina

In december 1898 arriveerde Baron Rothschild in Palestina. Hij was niet onder de indruk van de vorderingen die gemaakt werden. Hij besloot dat de boeren meer zelf verantwoordelijkheid moesten nemen. Ook richtte hij de PICA (Palestine Colonization Association) op die onafhankelijk moest opereren. Maar in werkelijkheid bleef Rothschild aan de touwtjes trekken. Hij vond dat hij de Palestijnse Jisjoev had gevormd en niemand anders.

De Jisjoev eind 19de eeuw: 50.000 Joden in Palestina

Aan het einde van de 19de eeuw woonden bijna 50.000 Joden in Palestina. De meerderheid woonde in de vier heilige steden en waren afhankelijk van Chalukka liefdadigheid uit Europa. De plattelandsbevolking telde 5000 Joden die in 20 nederzettingen woonden. De Joodse economie bleef erg afhankelijk van Arabische arbeid.

Lees verder

© 2010 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Geschiedenis Jodendom: Moderne stroming – Mozes Hess e.aGeschiedenis Jodendom: Moderne stroming – Mozes Hess e.aDe assimilatie in het westen vormde een groot gevaar voor het Jodendom. Behalve de weerstand van de orthodoxie waren er…
Israëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeIsraëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeSinds het begin van de Galoet (Diaspora) vanaf het jaar 70 van de gewone jaartelling bestaat het verlangen bij Joden om…
Nationalisme tijdens het democratiseringsprocesNationalisme tijdens het democratiseringsprocesSinds de tweede helft van de 18e eeuw, met de opkomst van het kapitalisme, bestaat er voor machthebbers de noodzaak hun…
Progressief nationalisme binnen de Europese Uniemijn kijk opProgressief nationalisme binnen de Europese UnieVandaag de dag is er binnen Europa een opkomst van het nationalisme. Deze vaderlandsliefde heeft echter een ander gezich…
David Ben-GurionDavid Ben-GurionInmiddels heeft Israël al vele premiers gehad. Toch was ooit een premier de eerste, David Ben-Gurion. Een man die een ni…
Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar
  • Atlas of Israel - Martin Gilbert

Reageer op het artikel "Modern Israël: Joods nationalisme - terugkeer Palestina"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 09-07-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Modern Israël
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!