InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Modern Israël: Herzl en het Politiek Zionisme

Modern Israël: Herzl en het Politiek Zionisme

Modern Israël: Herzl en het Politiek Zionisme Theodor Herzl deed in 1894 verslag van de Dreyfuss Affaire en was er van overtuigd dat de Joden een eigen land moeten hebben. Hij kwam in 1896 met het boek 'Der Judenstaat.' Dit boek had grote invloed op het Russische Jodendom. Bulgaarse Joden zagen hem in 1897 als de Messias. In datzelfde jaar werd Chovevei Zion door Theodor Herzl nieuw leven in geblazen en vond in Bazel het Eerste Zionistische Congres plaats. Later volgden er nog meer congressen. In 1901 ontmoette Theodor Herzl de Turkse sultan. Herzl vond Paus Pius X onsympathiek richting het idee van een Joods Nationaal Tehuis.

Theodor Herzl en der Judenstaat

Theodor Herzl werd in 1860 in Boedapest geboren. Hij was een liberale Jood en jurist. Ook schreef hij toneelstukken en literaire essays. In 1887 werd hij feuilleton redacteur van de Wiener Allgemein Zeitung en later werd hij in Parijs correspondent voor de Neue Frei Presse. Hij ging zich steeds meer bezighouden met het Joodse vraagstuk. De Dreyfus affaire bracht het Zionistische idee in zijn gedachte. Uiteindelijk schreef hij het document 'Der Judenstaat.'

Der Judenstaat

Theodor Herzl begon een dagboek bij te houden. Uiteindelijk leidde dit tot een boek van een half miljoen woorden. Het was een literaire prestatie. Hij was ondertussen feuilleton redacteur van de Neue Freie Presse geworden en kon zo terugkeren vanuit Parijs naar huis en Zionistische onderhandelingen houden. Hij raadpleegde Dr. Moritz Güdemann, de Opperrabbijn van Wenen, en liet hem zijn pennenvruchten (Adres aan de Rothschilds) lezen. Deze adviseerde hem het document te publiceren. Herzl overlegde met dr. Max Nordau die eveneens geboeid was. Deze verwees hem naar Israel Zangwill in Londen, een bekende romanschrijver. Ook die was enthousiast. Herzl keerde terug naar Wenen en maakte van het 'Adres aan de Rothschild' een 65-pagina tellende essay: der Judenstaat (de Joodse staat).

Ondertitel en voorwoord

De ondertitel luidde: 'Een poging tot een moderne oplossing voor de Joodse kwestie.' In zijn voorwoord schreef Herzl dat het idee van het pamflet een oude is: het is het herstel van de Joodse Staat. De wereld heeft de Joodse Staat nodig; daarom zal die opgericht worden.

Joodse kwestie

In het eerste hoofdstuk gaat hij in op de Jodenhaat die niet weg gewenst kan worden. De Joodse kwestie is noch sociaal noch religieus. ”Het is een nationaal vraagstuk, en om het op te lossen moeten we, voor al het andere het transformeren in een politiek vraagstuk om te worden beantwoord in de raad van de beschaafde volkeren.”

Centrale thema

Vervolgens ontwikkelde Herzl het centrale thema. ”We zijn een volk – één volk. We hebben oprecht geprobeerd te integreren met de nationale gemeenschappen waarin we wonen, waarbij we slechts trachten het geloof van onze voorvaderen te handhaven. Het werd ons niet toegestaan.”

“Er is slechts één oplossing mogelijk: een eigen land.”
Het politieke principe zal de basis verschaffen, technologie de middelen, en de Joodse traditie de drijvende kracht.

Volgens Herzl zou Europa meewerken met het Joodse vertrek.

Breuk met geleidelijke Joodse infiltratie

Er zou een breuk moeten komen met geleidelijke Joodse infiltratie zoals uitgevoerd in Argentinië en Palestina. Eerst moet de internationale gemeenschap collectieve Joodse kolonisatie erkennen. Palestina is de eerste keuze.

Twee organen

Er moeten twee organen gevormd worden:
  1. ”Vereniging van de Joden” (wettelijke vertegenwoordiging van het idee)
  2. “Joodse Compagnie” (met een kapitaal van 50 miljoen pond verschaft door kapitaalkrachtige Joden)

Emigratie + staat

De Joodse emigratie naar Palestina zou decennia lang duren. Zodra er eenmaal een Joodse staat zou zijn zouden de Joden deze ontwikkelen naar de laatste wetenschappelijke, technologische en sociale principes:
  • privé initiatief bemoedigen om publiek belang te dienen;
  • vrouwen gelijke rechten;
  • Hebreeuws of Jiddisch als voertaal

Tot slot

Der Judenstaat werd op 14 februari 1896 gepubliceerd (vertalingen in het Engels en Frans zouden spoedig volgen). Opvallend is overigens dat Herzl niet dezelfde achtergrond had als andere Zionisten zoals Pinsker of Lilienblum. Herzl schreef minder vanuit Joodse tradities en folklore. Hij maakte geen onderscheid tussen de 'Joodse' Jood uit Rusland en de geassimileerde Jood uit West-Europa.

Ook in andere opzichten was het Zionisme van Herzl anders. Der Judenstaat was een document voor een breed publiek. Bovendien zocht hij steun bij leidende Europese machten.

Theodor Herzl en het Zionistisch Congres

Veel mensen maakten het document 'Der Judenstaat' belachelijk en noemde Herzl de ”Joodse Jules Verne.” Zelfs Opperrabbijn Güdemann die Herzl trouw was geweest vond het een slecht document. Toch waren er ook positieve reacties zoals van de Zionistische studentenvereniging Kadima in Wenen. David Wolffsohn introduceerde Herzl bij de leden van Chovevei Zion. Herzl leerde zo de geschriften van Pinsker en Hess kennen. Spoedig volgde het Eerste Zionistische Congres.

Ontmoeting met Sultan Abdul Hamid

Met de hulp van de Poolse aristocraat Philip Michael de Nevlinski, vertrok Theodor Herzl op 15 juni 1896 naar het Ottomaanse hof in Constantinopel. Daar hadden ze een ontmoeting met Sultan Abdul Hamid II. Herzl stelde aan de sultan voor dat invloedrijke Joodse financiers de chronische economische armoede van de Ottomaanse regering zouden verlichten in ruil voor een contract voor Joodse kolonisatie in Palestina. Maar de Sultan was niet geïmponeerd. Herzl was niet teleurgesteld maar zag zijn droom slechts uitgesteld.

Hij reisde naar Londen maar daar vonden de Engelse Joden zijn plan te vergezocht. Daarna vertrok hij naar Parijs om Baron Edmond de Rothschild te ontmoeten, maar die was tegen een Joodse staat.

Herzl en Chovevei Zion

Ondertussen kwamen exemplaren van Der Judenstaat in Rusland en Centraal Europa terecht waar Herzls naam en legende groeiden. Chaim Weizmann schreef in zijn autobiografie dat het idee van Herzl weliswaar niet nieuw was, maar dat het wel indruk maakte omdat Herzl uit het Westen kwam. Leden van Chovevei Zion wilden dat Herzl hun nieuwe leider werd. Ze noemde hem de 'nieuwe Mozes.' En in Bulgarije (Sofia) werd hij zelfs gezien als de Messias. Herzl schreef naar Jacob de Haas in Londen: “Er is slechts één antwoord op deze situatie: laten we onze menigten organiseren.”

Zionistisch Congres

Willi Bambus en Thedore Zlocisti stelden Herzl voor om een 'algemene Zionisten dag' te organiseren. Deze mondde uiteindelijk uit in een Zionistisch Congres. Er werd verschillende maanden overleg gevoerd met West-Europese Zionisten, maar toen er een officiële uitnodiging kwam voor een congres in München reageerden de Westerse Joden woedend. Duits Joodse kranten noemden de Zionistische vergadering verraad aan het Duitse vaderland en een gevaar voor het Jodendom. De Bnai Brith afdeling van München dwong de Joodse gemeenschap de samenwerking met Herzl te staken. Duitse Rabbijnen schreven een brief waarin ze stelden dat een Joodse nationale staat in Palestina tegen de Messiaanse beloften van het Jodendom gaat zoals geschreven in de Bijbel en latere religieuze geschriften. Bovendien verplicht het Jodendom Joodse toewijding aan het vaderland waar ze wonen.

Uiteindelijk werd de plek van het Congres verschoven naar Bazel. Er kwamen 204 afgevaardigden opdraven uit 15 landen waaronder de VS, Algerije, Palestina en West- en Oost-Europa. De sessie begon op 29 augustus 1897. Herzl had er voor gezorgd dat grote kranten in Europa correspondenten hadden gezonden om verslag te doen van het Congres.

In zijn toespraak pleitte Herzl voor een nieuw permanent en 'officiële' organisatie die direct en krachtig kon omgaan met de Joodse kwestie. Daarna sprak Max Nordau die het falen van de emancipatie van de Joden analyseerde. De Zionistische Organisatie werd opgericht met aan het hoofd Theodor Herzl. Na drie dagen discussiëren werd het congres afgesloten met het Hebreeuws volkslied 'HaTikva' geschreven door Naphtali Herz Imber.

De grootste waarde van het Congres voor Herzl was zijn contact met de Oost-Europese Joden. De Chovevei Zion groepen sloten zich aan bij de Zionistische Organisatie. Binnen de Zionistische Organisatie vormde Herzl de “Vereniging van Joden” en hij was vastbesloten de “Joodse Compagnie” op te richten die het Joodse Koloniale Beheer werd genoemd.

In augustus 1898 werd het Tweede Zionistische Congres gehouden, nu met 349 afgevaardigden. Vooral de Russische delegatie was groot. Er kwam tijdens het Congres niet alleen gedetailleerde informatie over de Joden in de Diaspora aan de orde, maar ook informatie over de Joden in Palestina. Kolonisatie en industrialisatie in Palestina moesten verbeterd worden en ook moesten diplomatieke pogingen ondernomen worden om een contract van Joodse kolonisatie in Palestina te verkrijgen.

Theodor Herzl, der Kaiser, de Sultan

Herzl realiseerde zich dat een contract nodig was voor Joodse kolonisatie in Palestina. Het Ottomaanse Rijk werd geleidelijk betrokken bij Duitse investeringen in de Berlijn-Bagdad spoorlijn. Als de Turken een contract zouden afleveren dan moest bemiddeld worden via Kaiser Wilhelm II. Het Zionisme kon met haar Duits sprekende leiders een Duits cultureel element in de Oriënt introduceren. De Duitsers moesten voor de Zionisten een protectoraat vormen.

Ontmoeting met Kaiser Wilhelm II

Op 18 oktober 1898 had Theodor Herzl een ontmoeting met Keizer Wilhelm II in Constantinopel. Herzl ontvouwde zijn plannen voor een contract van Joodse kolonisatie in Palestina. Hij benadrukte de voordelen die een Duits protectoraat moest bieden voor zowel Turkije als Duitsland. De keizer reageerde positief en zei dat hij de kwestie met de Turkse sultan zou bespreken. De keizer zou een gecontracteerde maatschappij onder Duits protectoraat aan de Sultan voorstellen.

Herzl ging samen met een kleine groep Zionisten naar Palestina. Hij bezocht Mikve Israël en Rishon LeZion. Hij prees de gulheid van Baron de Rothschild ondanks de armoede waarin de Joden leefden. Op 12 november 1898 had Herzl een tweede ontmoeting met de keizer ditmaal in Jeruzalem. De keizer was dit keer behoudender in zijn enthousiasme. Hij beperkte zich tot het geven van complimenten aan de Joodse dorpen die hij had bezocht. Hij veronderstelde dat de Joden voldoende geld hadden om het land te irrigeren. Veel leverde het gesprek Herzl niet op.

Objectief bezien begreep Herzl de aarzeling van keizer Wilhelm in het naar voren brengen van het onderwerp van een Zionistische protectoraat met sultan Abdoel Hamid. Herzl vermoedde, en dat bleek ook juist te zijn, dat de Duitse minister van buitenlandse zaken Büwel het obstakel was.

Ontmoeting met sultan Abdoel Hamid

Herzl liet de moed niet zakken en probeerde zijn aandacht te richten op de sultan. Ondertussen vroeg hij Nordau, professor Gottheil uit New York en Max Bodenheimer om een concept contract op te stellen naar het model van de Rhodes Compagnie en Nieuw Guinea Compagnie.

Binnen de Zionistische beweging begon men echter ongeduldig te worden. De situatie voor de Joden in Rusland en Roemenië was ondraaglijk geworden. Er stroomden tienduizenden Joden Centraal en West Europa binnen op zoek naar asiel. Ook de Neue Freie Presse tikte Herzl op zijn vingers omdat zijn journalistieke werk er onder ging lijden. Het vierde Zionistische Congres in Londen in augustus 1900 was verwarrend. En later schreef Herzl in zijn dagboek dat hij geen resultaat zou behalen.

Toch kwam er een ontmoeting met sultan Abdul Hamid. Dit was geregeld door de 27-jarige Hongaarse Jood Arminius Vanbéry. Op 10 mei 1901 kwam Herzl samen met Wolffsohn en Oskar Marmorek aan in Constantinopel. Toch was Herzl voorzichtig in zijn verwachtingen. Op 17 mei 1901 vond dan eindelijk de ontmoeting met de sultan plaats tijdens een koninklijk banket. De sultan was vriendelijk en benadrukte zijn vriendschap met de Joden. Ook gaf hij Herzl een medaille. Herzl deed een voorstel voor het financieren van het Ottomaanse Rijk. Een syndicaat van Joden zou de obligaties kunnen opkopen in een periode voor drie jaar. In ruil zou de sultan de Joden een contract schenken voor een land kolonisatie compagnie in Palestina.

Herzl keerde terug naar Wenen. Hij zou 1,5 miljoen pond bij elkaar moeten zien te krijgen voor een contract. Maar de Rothschilds en Montefiores waren niet bereid het geld op te hoesten. Herzl was in paniek Op het Vijfde Zionistische Congres kon Herzl alleen maar zijn hoop uitspreken dat het zou lukken.

Op 14 februari 1902 had Herzl een nieuwe ontmoeting met de sultan. Herzl, die nog geen geld had, probeerde tijd te winnen. Herzl stelde de sultan voor dat de sultan initiatief zou nemen in het aanbieden van een land kolonisatie compagnie. Maar de sultan wilde alleen bescherming bieden aan Joden in zijn rijk met uitzondering van de Joden in Palestina.

Uiteindelijk kwam Herzl met 3 miljoen francs over de brug via het Jewish Colonial Trust. Maar het bleek te laat te zijn. De Turken hadden het Zionistische aanbod gebruikt als een onderhandeling troefkaart in de hoop een grote lening uit Parijs te krijgen.

Theodor Herzl en Altneuland

De Zionistische Organisatie groeide geleidelijk: meer deelnemers aan de Congressen, opleving Hebreeuwse cultuur in Oost-Europa, oprichting Jewish Colonial Trust en Jewish National Fund. Maar ook het anti-Zionisme onder de Joden nam toe. Zo waren de Joodse-Duitse intellectuelen tegen. In Frankrijk en Oostenrijk waren nauwelijks Zionisten. Engelse Joden zagen het als provocatie dat antisemitisme uitlokte. Ondertussen schreef Herzl het boek Altneuland.

Herzl veranderde van tactiek

Door de anti-Zionistische houding veranderde Herzl van tactiek. In 1898 schreef hij in zijn dagboek n.a.v. de moeilijke levensomstandigheden van Joden in Galicië dat misschien Engeland gevraagd kon worden Cyprus aan de Joden te geven. Ook dacht Herzl aan Zuid-Afrika of Amerika. Maar hij zag daar in de komende jaren vanaf.

Herzl had contact met de Britten

In 1902 verscheen Herzl voor de Royal Commission in Groot-Brittannië n.a.v. de dreiging van goedkope arbeid in Londen door de instroom van Russische Joden. Herzl pleitte voor asiel, maar stelde voor dat als de Joden niet welkom waren er een eigen land voor de Joden moest komen waar ze konden wonen.

Optie Sinaï als thuisland voor Joden

Vóór zijn getuigenis voor de Royal Commission had Herzl contact met Lord Nathaniel Rothschild. Herzl stelde hem het idee voor van Sinaï of Cyprus waar de Joden konden wonen. Rothschild wees het niet af en legde het voor aan Joseph Chamberlain, de Britse minister van Koloniale Zaken. Chamberlain wuifde het idee van Cyprus echter van de hand. Maar al-Arish in de Sinaï leek een goed idee omdat het geen integraal deel was van Egypte. Bovendien lag de Sinaï berg er vlakbij wat emotioneel belangrijk was voor de Joden.

Chamberlain regelde een ontmoeting tussen Herzl en Lord Lansdowne, de minister van Buitenlandse Zaken. Deze stelde voor dat Lord Cromer, de Britse agent-generaal in Egypte, ging onderhandelen met de Zionisten. Herzl was opgelucht. Herzl wees Leopold Greenberg aan als onderhandelaar met Lord Cromer. De technische missie werd geleid door Leopold Kessler. Greenberg reisde alvast naar Caïro.

Optie Sinaï werd afgewezen

Lord Cromer en de Egyptische premier Boutros Ghali waren minder enthousiast over het plan. Later kwam Herzl ook in Egypte aan. Hij presenteerde het interim rapport van Kessler die had onderzocht dat al-Arish geschikt was voor Europeanen, voor de productie van tabak en katoen, irrigatie mogelijkheden met water uit de Nijl. Twee maanden later deelde Cromer mee dat de Egyptische regering het plan had afgekeurd vanwege ontoereikende irrigatie mogelijkheden. Maar dit bleek een smoes te zijn. Egypte en Cromer wilden gewoonweg geen Joodse enclave in het gebied.

Altneuland

In 1902 kwam Theodor Herzl met het boek 'Altneuland'. Het bleek een zwak boek te zijn. De figuren waren een dimensionaal en voornamelijk woordvoerders van ideologieën en programma's. De hoofdpersoon heette Friedrich Löwenberg (het alter ego van Herzl) die teleurgesteld was in de liefde en leed onder het antisemitisme. Löwenberg werd uitgenodigd door een rijke Duitse aristocraat, Kingscourt, om met diens privé jacht een wereldreis te maken. Ze kwamen in Palestina aan en werden getroffen door de armoede in het land. Ondanks de bemoedigende Zionistische ondernemingen concludeerde Löwenberg dat de Joden niet geschikt waren voor Palestina.

Twintig jaar later, in 1923, keerden ze terug naar Palestina en waren verrast over de vooruitgang. Haifa was een grote internationale havenstad geworden. De Joodse inwoners noemden Palestina – Altneuland. Het land had een nieuwe sociaal en economische orde gebaseerd op coöperatieve economie. De vrouwen hadden gelijke rechten. Alles was voor iedereen beschikbaar en het onderwijs was gratis. Arabieren en Joden leefden in vrede naast elkaar. Ook de Joden in de rest van de wereld profiteerden van het succes van Altneuland. Het boek eindigde met de woorden: “Als je wilt is het geen droom.”

Ondanks dat het boek geen commercieel succes was werd het binnen de Zionistische beweging met gejuich ontvangen. Maar critici van het boek verweten Herzl dat hij niet voorzag dat er een Hebreeuwse cultuur zou ontstaan: schoolsysteem, theater, pers, taal. Altneuland was meer een politiek en technologisch antwoord op de Joodse onderdrukking. Herzl dacht dat de Joodse cultuur in Palestina spontaan zou ontstaan. De kritiek op het boek toonde ook de scheiding tussen de praktisch Zionisten (uit Oost Europa die vooral nederzettingen stichtten) en de politiek Zionisten (voor een diplomatieke oplossing). Dit zou later nog een bedreiging gaan vormen voor de Zionistische beweging zelf.

Theodor Herzl en Achad Ha'am

De intellectuele opponent van Theodor Herzl was Asher Ginzberg die bekend stond als Achad Ha'am. Hij groeide op in een Chassidische familie in de Pale Settlement. Hij specialiseerde zich in alle talen van Europa. Op 17-jarige leeftijd trouwde hij met een meisje dat hij tijdens het huwelijk voor het eerst zag. Later ging hij in Odessa wonen dat het Joods intellectueel centrum was. Vervolgens kwam hij in Londen terecht en werkte als accountant voor Wissotzky Tea Company.

Cultureel Zionisme

Hoewel antisemitisme zijn drijfveer was om Zionist te worden legde hij nadruk op cultureel Zionisme en niet het Politiek Zionisme zoals Theodor Herzl dit deed.

Chovevei Zion

Toen Achad Ha'am in Odessa aankwam werd hij actief lid van Chovevei Zion. Hier gaf hij zijn kritiek op de vroegste infiltratie methoden van het Zionisme. In het artikel 'Lo zeh haderech' (Dit is niet de weg) benadrukte hij dat de basis van Joods nationale opleving in Europa zelf niet in staat was om nederzettingen in Palestina te steunen. Hij streefde naar het versterken van het ideaal van spirituele eenheid totdat de dag komt dat het realiteit wordt. Zijn lezers vroegen zich af hoe het mogelijk was om een Joodse culturele heropleving te beginnen allen op basis van een gezonde sociale en economische infrastructuur in de Jisjoev (Joodse gemeenschap in Palestina). Achad Ha'am wijzigde zijn standpunt iets. Hij gaf toe dat agrarische nederzetting inderdaad een waardevol idee was. Toch zag hij het land Israël als een noodzakelijk 'nationaal spiritueel centrum' voor het opleven van het Jodendom in de wereld. Zijn obsessie met spirituele en culturele bewustzijn begon aan te slaan zelfs bij de Praktisch Zionisten. Chaim Weizmann zag Achad Ha'am als de Ghandi van Israël.

B'nai Mosje

In 1899 richtte Achad Ha'am binnen Chovevei Zion de elite groep B'nai Mosje op. Deze ging zich bezighouden met landaankopen die later door het Joods Nationaal Fonds zou worden voortgezet. Ook publiceerde de groep nieuwsbrieven met accurate informatie over de Jisjoev (Joodse gemeenschap in Palestina). Daarnaast richtte ze de eerst Hebreeuws talige school op in Jaffa en later Hebreeuwse bibliotheken door heel Palestina. Tevens werden in Rusland een aantal seculiere Hebreeuwse scholen opgericht en de invloedrijke Achiasaf Uitgeverij Maatschappij. Na de eerste Zionistische Congressen werd B'nai Mosje ontbonden. De invloed van Herzls actieve Zionisme bleek groter te zijn.

Kritiek op het Politiek Zionisme van Herzl – de Fractie

Achad Ha'am ging zich steeds kritischer opstellen tegen op zichte van het Politiek Zionisme van Theodor Herzl. Hij had grote kritiek op het boek Altneuland van Herzl.

Veel Oost-Europese Joden steunden Achad Ha'am. 37 leden van het Zionistische Congres organiseerden de 'Fractie' die een partij werd binnen het Zionistisch Congres. De Fractie had zeker enige invloed. Tijdens het Vijfde Congres werd een resolutie aangenomen waarbij gesteld werd dat 'educatie van het Joodse volk in een nationale geest een essentieel onderdeel is van het Zionistische Programma.' Er werd een culturele commissie gekozen waarin Weizmann en Acha Ha'am zaten. In Oost-Europa kwam een Zionistisch schoolsysteem. Een Joods Universiteit bleek echter prematuur. Toch waren de doeleinden van 'spiritueel, cultureel' Zionisme van tamelijk grote invloed. Hiermee werd de centralisatie van Palestina in de geesten en harten van het Russisch Jodendom verzekerd. Omdat in 1903 duidelijk werd dat het al-Arish project was mislukt, bevestigde dit het standpunt van de Fractie dat nadruk moest worden gelegd op consolidatie van de Jisjoev (Joodse gemeenschap in Palestina).

Theodor Herzl en de Oeganda optie

Na zijn bezoek aan Cromer in Egypte en het afwijzen van het al-Arish project blijft Herzl optimistisch. Chamberlain, de Britse minister van koloniën, stelde aan Herzl voor om Joden Oeganda te schenken (later heette dit gebied overigens Kenia). Vooral het binnenland zou een aangenaam klimaat hebben voor Europeanen. Maar Herzl gaf aan dat Palestina of in de buurt van Palestina de enige optie waren. Vanwege pogroms in Rusland veranderde hij echter van gedachte.

Pogroms in Rusland

In 1903 vonden pogroms in Rusland plaats. In Kishinev werden 45 Joden gedood en meer dan 86 Joden raakten gewond. Er werden ruim 1500 Joodse huizen en winkels vernield. Toen Chamberlain opnieuw Oost-Afrika aan Leopold Greenberg voorstelde, gaf Herzl aan Chamberlain aan dat een Zionistische commissie onderzoek zou doen in Oost-Afrika. Herzl gaf Greenberg de opdracht een handvest te schrijven voor Joodse autonomie in het gebied. Nordau was niet enthousiast maar Herzl zei dat Oost-Afrika geen substituut vormde voor Palestina maar een trainingsgebied. Nordau ging toen overstag.

Theodor Herzl ging naar Sint Petersburg. De Tzaristische politie verbood Zionistische vergaderingen, de verkoop van aandelen van Jewish Colonial Trust en sollicitatie voor het Joods Nationaal Fonds. Ook werden Zionistische leiders gearresteerd. Het hele Russische Zionisme werd bedreigd. Herzl had een ontmoeting met Von Plehve, de antisemitische minister van binnenlandse zaken. Die was goed op de hoogte van de Zionistische Beweging en benadrukte dat de regering geïnteresseerd was in het vertrek van de Joden. Maar volgens hen legde 'Achad HaAmist” meer nadruk op Joods nationalisme dan op emigratie en dat was gevaarlijk voor de homogeniteit van Rusland. Herzl gaf aan dat het Jewish Colonial Trust en het Joods Nationaal Fonds niet alleen de emigratie bevorderden maar ook tegen socialisme waren. Von Plehve was onder de indruk en zou met de Tsaar overleggen. Binnen een week werden sancties tegen het Zionisme opgeheven.

Zesde Zionistische Congres in 1903

Tijdens het Zesde Zionistische Congres in 1903 werd niet de landkaart van Palestina opgehangen, maar de landkaart van Oost-Afrika. Theodor Herzl sprak over de Oeganda optie als 'een asiel voor de nacht' en een nieuwe band met de Engelse regering. Er was wel verbazing maar aanvankelijk geen protest van de aanwezigen. Men was blij dat een grote wereldmacht de Joodse aspiraties op een eigen land erkende. Maar tijdens het debat volgden er toch protesten vooral van de Oost-Europese Joden. Uiteindelijk werd overeengekomen dat een missie naar Oost-Afrika gestuurd zou worden voor onderzoek. Daarnaast werd een Palestijnse commissie aangesteld om de omstandigheden in de Jisjoev te onderzoeken. Overigens was het niet zo dat alle Oost-Europese Joden tegen Oeganda waren en de West-Europese Joden voor. Maar de voornaamste tegenstand kwam wel uit de Pale. De belangrijkste tegenstander was de Russische Jood Ussishkin. Hij verklaarde Herzl de 'oorlog'. Herzl werd onderdruk gezet om de Oeganda optie te laten varen. Herzl ging het ook eigenlijk alleen maar om de band met Groot-Brittannië. Max Bodenheimer zei dat Engeland later wel zou helpen om van Palestina een Joodse staat te maken.

De dood van Theodor Herzl

In de lente van 1904 kreeg Herzl een lichte hartaanval. Op 1 juli 1904 raakte hij in coma en op 3 juli 1904 stierf hij op 44-jarige leeftijd. Iedereen treurde om de dood van de grote leider. Hij had de Joodse kwestie in de Europese diplomatie gebracht. Chovevei Zion had van Herzl geleerd hoe diplomatie te bedrijven. Op 6 augustus 1949 werd het stoffelijk overschot van Herzl, die in Wenen was begraven, naar Israël overgebracht. Hij werd op de Herzl-berg in Jeruzalem begraven.

Lees verder

© 2010 - 2018 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
William Hechler: eerste moderne christen-zionistWilliam Hechler: eerste moderne christen-zionistDominee William Henry Hechler was de eerste moderne christelijke zionist. Hij was een vertrouweling en steunpilaar van d…
Geschiedenis Jodendom: Moderne stromingen – ZionismeGeschiedenis Jodendom: Moderne stromingen – ZionismeOnder Theodor Herzl hield het Joods nationalisme op een filantropische en godsdienstige stroming te zijn. Het werd nu ee…
De Dreyfus-affaire: antisemitisme, zionisme en Émile ZolaDe Dreyfus-affaire: antisemitisme, zionisme en Émile ZolaDit artikel behandelt de Dreyfus-affaire, het politieke schandaal dat Frankrijk rond het eind van de negentiende eeuw in…
De laatste stappen naar de Balfour-verklaringIn de 19e eeuw gaan de religieuze opvattingen van het puriteinse protestantisme steeds meer samenvallen met de Britse po…
Israëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeIsraëls nederzettingen: doelstellingen van ZionismeSinds het begin van de Galoet (Diaspora) vanaf het jaar 70 van de gewone jaartelling bestaat het verlangen bij Joden om…
Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar
  • Atlas of Israel - Martin Gilbert

Reageer op het artikel "Modern Israël: Herzl en het Politiek Zionisme"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 18-07-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Modern Israël
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!