InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Geschiedenis van Steenbergen

Geschiedenis van Steenbergen

Steenbergen heeft een interessante en lange geschiedenis. De plaats was in vroeger tijden een stad die dankzij zoutwinning en handel met de rijke Vlaamse steden als Brugge, Antwerpen en Gent tot een belangrijke handelsstad werd binnen de Lage Landen. Verder is het een voormalige vestings- en garnizoensstad die door de nauwe historische banden met het Nederlandse Koninklijk Huis een belangrijke rol heeft gespeeld in de vaderlandse geschiedenis.

Etymologie van de naam Steenbergen

Wat betreft de etymologie van de naam Steenbergen bestaan een tweetal theorieën. De eerste stelt dat deze afkomstig is van de namen die zijn toegekend aan een drietal opwellingen (lokaal Welbergen genoemd) aan het einde van de Brabantse Wal, een steilrand lopend van Ossendrecht naar Steenbergen.

Deze 'stellen', die liggen binnen een driehoek tussen Steenbergen-Zuid, Welberg en Steenbergse haven, vormden tijdens de vroegste geschiedenis van Steenbergen de enige veilige plekken in het geval van een overstroming. Hier ontstond de eerste permanente bewoning van het huidige Steenbergen.

Op een van deze 'bergen', globaal de locatie waar zich nu de markt bevindt, is in de 10e eeuw een versterkte hoeve gebouwd. Dit 'steen' (een stenen huis of kasteel) zou de oorsprong zijn van de naam.

Volgens de tweede theorie is 'Steenbergen' een importnaam is, meegenomen door Vlaamse of Zuid-Brabantse kolonisten, die de oorspronkelijke naam heeft verdrongen. In de 11e en 12e eeuw bestonden er rond Antwerpen, Leuven en Zwijndrecht nederzettingen met een vergelijkbare naam; er zijn aanwijzingen dat er migratie vanuit het noorden van het huidige België naar Steenbergen plaatsvond kort voor de uitreiking van de eerste bekende keur, die sterk beïnvloed lijkt te zijn geweest door het Vlaams recht.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat mocht er sprake zijn van een importnaam, de uiteindelijke naamsoorsprong ('een opwelling met een versterkt huis') de meest voor de hand liggende blijft.

Strijen-mythe

Volgens een 16e eeuws (maar mogelijk ook begin 17e eeuws) verhaal begint in 603 de vroegste geschiedenis van Steenbergen, toen een krijgsheer met de naam Strenius een tolhuis zou hebben gebouwd aan de rivier de Striene op een van de drie historische heuvels van Steenbergen, de latere Steenbergh. Dit houdt naar alle waarschijnlijkheid verband met de Strijen-mythe, een bewuste poging tot geschiedvervalsing die paste in de politieke verwikkelingen van de Tachtigjarige Oorlog waar Nederlandse opstandelingen door middel van vervalste oorkonden de toenmalige splitsing van het Hertogdom Brabant probeerden te rechtvaardigen.

Middeleeuwen - Kerstening

Westelijk Noord-Brabant zou reeds in de 7e en 8e eeuw door missionarissen zijn bezocht die de streek hebben gekerstend; traditioneel wordt de bekering toegeschreven aan Gertrudis van Nijvel en Lambertus van Maastricht. Het duurde echter tot de 13e eeuw voordat er een (stenen) kerk werd gebouwd, die aan het einde van de 15e eeuw afgebroken werd om plaats te bieden aan de Sint-Jacobskerk.

Vroege ontwikkeling

De vroegste archeologische vondsten in Steenbergen tonen aan dat er omstreeks de 10e eeuw sprake was van bewoning op de hogergelegen gedeelten van het landschap, het zogenaamde Oudland. Het betreft hier vrijwel zeker een volledig agrarische gemeenschap wonende op het gebied dat behoorde tot de Mark Antwerpen, waarvanuit een leenman of getrouwe er versterkte hoeve bezat.

Een omstreeks het einde van de 11e eeuw ontstane 'portus' (een kleine haven rond de burcht, waarvanuit een kleine nederzetting van handelslieden die, tegen betaling, dankbaar gebruikmaken van de bescherming van de lokale heer) toont de eerste beginselen van de vroegmiddeleeuwse handel in Steenbergen.

De nederzetting, burcht en hoeveland groeien uiteindelijk aan elkaar; er wordt een eenvoudige gracht gegraven waarachter een houten palissade wordt opgericht. Van een stad is echter nog in het geheel geen sprake, de eerste treden in die richting worden pas genomen in 1267 wanneer Hendrik V van Breda toestemming geeft om de gronden om Steenbergen (dan nog aangeduid als villa) te moerneren.

Moernering of zoutwinning

Bij moernering werd moer of darink, een soort veen met een hoog zoutgehalte, gedroogd en verbrand; waarna uit de as zout gewonnen werd. De industrie bevond zich bijna uitsluitend in Zeeland, het uiterste westen van Noord-Brabant en het meest zuidelijke gebied van het huidige Zuid-Holland. Het hier gewonnen zout was een zeer waardevol goed en essentieel in het bewaren van voedsel en vormt het begin van de ontwikkeling van Steenbergen tot stad gedurende de 13e en 14e eeuw.

Het zout verkocht aan de Vlaamse steden Brugge en Gent en later Antwerpen, waar het een van de voorhavens van was. Niet alleen transporteren Steenbergse schippers zout naar deze steden, ook nemen zij deel aan de wolvaart tussen Engeland en Vlaanderen.De stad groeit gestaag en is 1355 één van de ondertekenaars van het Verbond van Brabantse Steden.

Stadsrechten

Steenbergen verkreeg in 1272 stadsrechten van Arnoud van Leuven, de Heer van Breda.Deze Antiqua Kora (of Oude Keur) is naar alle waarschijnlijkheid gebaseerd op een in keur die in 1266 door de abt van de in Gent gelegen Sint-Pietersabdij aan het Zeeuws Vlaamse Piete (wat zich tussen Biervliet en Philippine bevond maar in 1377 in de golven verdween) werd uitgevaardigd.

De Oude Keur opent als volgt:
"Allen den ghenen, die dit ieghenwoerdich ghescrifte sien, Aernout van Lovene, heere des lants van Breda ende Elyzabeth siin wijf, des selves lant ende wittchtich arfghename, ontbieden saluut met kennissen der waerheit, dat sullen kennen ghemeene, die nu leven ende na comen sullen, dat wij bij onsen eyghenen wilcore ende omme alle ons lants oerbare eene wet ende een kore, die hier ghescreven es, hebben ghegheven den lieden van Steenberghen (...)"

De keur uit 1272 gaat voornamelijk over de juridische rechten die de inwoners van Steenbergen hebben. Zo mochten de inwoners een misdrijf dat in Steenbergs gebied werd gepleegd zelf berechten en hadden de inwoners het recht om (als zij dit wensten) volgens 'Steenbergse gewoonten' berecht te worden in vreemde steden.

Latere keuren zoals die van 1308, 1337 en 1331 (die duidelijk meer invloeden van het Brabants recht tonen) betreffen voornamelijke economische verordeningen, zoals het recht om tol te heffen op de Vliet en Striene en de hoogte van de aan de heer af te dragen belastingen.

Heerlijkheid

Op 22 juni 1287 gaf de Hertog van Brabant Jan I een acte uit waarin hij uiteenzette wat er diende te gebeuren wanneer Arnoud van Leuven, Heer van Breda, kinderloos zou sterven, wat deze enkele weken na het uitbrengen van de acte ook deed.

Volgens de acte, valt het oude Land van Breda uiteen in de Baronie van Breda en het nieuwe Markgraafschap van Bergen op Zoom, waarbij het tot een eerlijke verdeling diende te komen onder leiding van de schout van Antwerpen. Na drie jaar overleg, kwam het op 6 november 1290 tot de eerste verdeling. Steenbergen wordt hierbinnen een eigen heerlijkheid die gemeenschappelijk bezit blijft van beiden heren.

De strategische ligging en het economisch belang van Steenbergen, alsmede enkele schriftelijke onduidelijkheden in de charter, zorgen echter voor een serie van conflicten tussen de Heren van Bergen op Zoom en Breda. In 1356, 1360, 1382 en 1415 komt het tot hoogoplopende disputen, waarbij in 1382 zelfs Hertog Wenceslaus I zich verplicht ziet tussenbeide te komen om de gemoederen te bedaren. Het zou pas tot een definitieve verdeling komen toen de Heer van Breda, Johan IV van Nassau, en de heer van Bergen op Zoom, Jan II van Glymes, op 28 april 1458 een nieuwe acte van verdeling ondertekenden. Hierbij kwam de heerlijkheid Steenbergen toe aan het Huis van Nassau waar het, tot de afschaffing van de feodale rechten in 1795, aan toe zou blijven behoren.

Nieuwe Tijd

Naarmate de handel zich concentreerde in Antwerpen groeide Steenbergen steeds verder door, waarbij de 15e en eerste helft van de 16e eeuw samen de bloeitijd van Steenbergen maken. Aan deze periode van welvaart komt echter abrupt een einde met het uitbreken van de Nederlandse Opstand en de Tachtigjarige Oorlog.

Al in 1572 wordt Steenbergen geplunderd door de Watergeuzen en tot 1631 zal Steenbergen het toneel zijn van vele verwoede gevechten, vaak met desastreuze gevolgen voor de bevolking. Aan het begin van de 17e eeuw is de stad vrijwel geheel verwoest.

De Vrede van Münster zorgt voor rust, wat toelaat dat de vestingwerken worden herbouwd en verbeterd. Hierdoor weet Steenbergen, dat er tijdens de Tachtigjarige Oorlog zelden in slaagde aanvallers buiten de poorten te houden, in 1747 het Franse leger dat het naburige Bergen op Zoom in had genomen tegen te houden. De Franse tijd bracht vrijheid van godsdienst, maar het duurde zeker nog vijftig jaar vooraleer de katholieken hun achterstand hadden ingehaald. De landbouw werd hoofdmiddel van bestaan.

Bloei

De 15e en eerste helft van de 16e eeuw vormen de bloeitijd van Steenbergen als handelsstad. In deze tijd worden verschillende polders gewonnen en profiteren Steenbergse reders zowel van de zouthandel en wolvaart op Antwerpen als de doorvaart van luxe goederen van deze havenstad naar de Noordelijke Nederlanden.

Het bestuur van de stadsheerlijkheid werd in deze eeuwen gevonden in voor beiden acceptabele adellijke families, zoals bijvoorbeeld het Huis Van Bruheze. De dagelijkse macht daarentegen was in handen van de schout (de vertegenwoordiger van de landsheer) en de schepenen, halverwege de 15e eeuw komt hier de burgemeester bij. In het verloop van de 16e eeuw veranderde deze laatste functie en ontstond een systeem van twee burgemeesters. De binnenburgermeester, de beheerder van de stadsuitgaven en ontvangsten, en de buitenburgemeester die een soortgelijke rol had maar dan voor de Ommelanden.

Ook het kerkelijk leven kent een grote bloeitijd. Met de bouw van de Sint-Jacobskerk in 1510, ontworpen door de beroemde Mechelse architect Rombout Keldermans in de stijl van de Brabantse gotiek, werd de macht en rijkdom van de kerk voor iedere inwoner zichtbaar gemaakt. Het gebouw bevond zich op de locatie van de huidige Witte Kerk en is omstreeks 1830, toen het reeds vele jaren in bouwvallige staat had verkeerd, gesloopt.

In sommige literatuur met betrekking op de kerkgeschiedenis in de Lage Landen wordt vermeld dat Steenbergen in deze tijd een kapittelkerk zou hebben gehad, dit blijkt echter niet uit de beschikbare bronnen. Wel had de kerk één pastoor, zes kapelaans en vijftal priesters en kende de stad een zestal stichtingen (bestaande uit vrijwillige leken) die mogelijk deze indruk hebben gegeven.

Vestingwerken

Hoewel de stad al langer ommuurd was, wordt Steenbergen pas ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog van groot strategisch belang. Als zodanig is de stad vele malen belegerd, veroverd en heroverd. Tussen 1572, wanneer de Watergeuzen Steenbergen plunderen, en 1622 is de stad negenmaal ingenomen door wisselend Spaanse of Staatse troepen. De stad en haar bevolking hebben hier erg onder te lijden gehad. Vooral in het begin van de 17e eeuw zijn er grote verwoestingen, hongersnoden en epidemieën geweest.

Na de herovering door Prins Maurits in 1623 werden vanaf 1627 tot 1629 grote werken aan de vestingwerken uitgevoerd. Sindsdien is de stad nooit meer ingenomen. Zelfs toen de Fransen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in 1747 de regio aanvielen en Bergen op Zoom innamen hield Steenbergen stand.

Protestantisme

De innames door de Staatsen leidden tot de stichting van Nederlandse Hervormde gemeente die zorgde voor het begin van een protestantse aanwezigheid in het katholieke Steenbergen. De katholieke eredienst werd verboden en voortaan was de Sint-Jacobskerk enkel nog open voor de Hervormde Gemeente.

Na 1795 verloren de protestanten in Brabant hun dominerende maatschappelijke positie maar nog lange tijd is er sprake geweest van, soms hoogoplopende, spanningen tussen katholieke en protestantse Steenbergenaren. In de beginjaren van de 19e eeuw ging dit vooral over het gebruik van het oude kerkgebouw. Nadat in 1830 de Gummaruskerk werd gebouwd werd dit geschil grotendeels opgelost, maar tijdens de Aprilbeweging van 1853 vonden er opnieuw conflicten plaats culminerend in de ruim één uur durende demonstratieve processie van Pastoor Florens van De Heen naar Steenbergen.

De gemeente werd in het verleden gekenschetst als een vrijzinnige gemeente maar rekent zich nu tot het midden van de protestantse kerk. In 2010 bedroeg het ledental van de kerk 511 leden (waarvan 201 belijdend leden en 310 doopleden) voornamelijk afkomstig uit Steenbergen zelf, maar ook uit het naburige Sint-Philipsland en Dinteloord.

Frans-Bataafse tijd

Eind december 1794 trokken de Franse troepen van generaal Pichegru de Republiek binnen. Steenbergen valt vrijwel meteen en het plaatselijk bestuur wordt verjaagd. Op de Markt plantten de Fransen een Vrijheidsboom. Op 18 januari 1795 vluchtte de erfstadhouder Willem V naar Engeland, één dag later wordt de Bataafse Republiek uitgeroepen.

Ruim een jaar later, op 1 maart 1796 trad Bataafs-Brabant, het voormalige Staats-Brabant toe tot de nieuwe republiek. In 1798 werd er gebroken met de oude gewestelijke indeling die werden vervangen door departementen. Bataafs-Brabant werd hierbij gesplitst in twee departementen: het departement van de Dommel, dat zich uitstrekte tot aan Nijmegen, en het departement van de Schelde en Maas, waarin de Baronie van Breda en het Markgraafschap Antwerpen met Zeeland werden verenigd.

Steenbergen werd een onderdeel van Schelde en Maas-departement dat als hoofdstad Middelburg had. Het departement was echter onderverdeeld in een zevental 'ringen' (een bestuurslaag die zich vandaag de dag tussen de provinciale staten en de gemeenten in zou bevinden) met elk een eigen hoofdplaats.

Binnen deze structuur was Steenbergen de hoofdplaats van de IVe ring, welke een gebied betrof dat grotendeels overeenkomt met de huidige gemeenten Bergen op Zoom, Roosendaal, Steenbergen, Moerdijk, Halderberge, Woensdrecht en Rucphen.

Geloofsvrijheid

De geloofsvrijheid waar het Bataafse, en later Franse, bestuur voor zorgde ervoor dat het katholieke deel van de Steenbergse bevolking zich niet langer in schuilkerken hoefde op te houden. In 1831 werd de Gummaruskerk gesticht, gelegen aan de Markt. De naam van de kerk was afkomstig van een in 1707 gestichte schuilkerk in de Kleine Kerkstraat.

Negentiende EeuwOpheffing vestingIn 1827 is de vesting opgeheven, waarna Steenbergen zich kon uitbreiden. De uitbreiding verloopt echter zeer traag en vindt vooral plaats in de vorm van lintbebouwing, zoals de huidige Watertorenweg en het Doktersdreefje. Het precieze verloop van de bevolkingsgroei is onduidelijk, doordat gegevens uit de volkstellingen van 1830 en 1840 ontbreken. Wel was er sprake van groei en steeg het inwonertal van 3705 in 1795 naar 5980 in 1849.

Meekrapindustrie

In de 19e eeuw kwam de meekrapcultuur tot grote bloei. Hierbij werden de wortels van de meekrap gedroogd en verpulverd tot er een rood pigment overbleef. Het grootste gedeelte van het verfpoeder werd verkocht aan wolververijen en textieldrukkerijen, vaak in Groot-Brittannië.

In Steenbergen waren zeven stoven, elk eigendom van een 10- tot 15-tal boeren, waar de kleurstof werd vervaardigd. Rond 1870 werd er echter een manier gevonden om het pigment synthetisch na te maken, waarna de meekrapindustrie op dramatische wijze instort. In 1874 zijn er in heel Nederland nog 2.695 stoven, maar vier jaar later zijn er nog slechts 124 over.

Twintigste Eeuw

Door de gestage toename van het inwoneraantal rond 1890 breidde de stad zich uit. In 1941 kwam er echter het eerste grote uitbreidingsplan, dat zich hoofdzakelijk beperkte tot het gebied binnen de oude vestinggrachten. De uitvoering van dit plan, gestagneerd door de oorlog, kwam tot stand van 1948-1956. De volgende uitbreidingsplannen voorzagen in woningbouw ten noorden van de Molenweg, Steenbergen-Zuid en recentelijker in Steenbergen Noord-Oost en momenteel met de Waterwijk, een van de grootste uitbreidingsprojecten sinds de opheffing van de vesting.

Suikerindustrie

Vrijwel gelijktijdig met de neergang van de meekrapindustrie begon de opmars van de suikerbiet. De kweek van bieten met een hoog suikergehalt had reeds tijdens de Napoleontische oorlogen grote sprongen gemaakt, maar het was pas na de afschaffing van de slavernij dat de suikerbiet kon concurreren met het tot dan toe goedkopere rietsuiker.

In 1871 vestigde zich er een suikerfabriek op de noordwestelijke vestingwallen. Hier werden tot 1985 niet alleen de suikerbieten uit de eigen regio, maar ook grote delen van Zeeland verwerkt tot suiker. Hierna zou de fabriek zich verplaatsen naar het naastgelegen Dinteloord en is nu één van de twee overgebleven suikerfabrieken van Nederland, alsmede de grootste van Europa.

Tweede Wereldoorlog

De meidagen van 1940 zorgen voor een chaos in West-Brabant. Al op 10 mei worden de Moerdijkbruggen ingenomen. In de daaropvolgende dagen trekt het Franse leger op naar Breda, trekt het zich even later terug naar Zeeland en zijn er verschillende haarden van Nederlands verzet. Steenbergen wordt op 14 december 1940 betrekkelijk ongeschonden door het Duitse leger bezet.

Tijdens de bezetting is Steenbergen het toneel van verschillende verzetsstrijders, zoals de broers Cornelis en Marinus Delhez. In totaal telt de Erelijst van Gevallenen een tiental Steenbergenaren.

Het einde van de oorlog verloopt slecht voor Steenbergen. De Britse oorlogsheld Guy Gibson stort neer aan de randen van de stad, de Gummaruskerk wordt opgeblazen en tijdens de gevechten bij de bevrijding wordt Steenbergen beschoten voordat de laatste Duitsers op 4 november 1944 door het Canadese leger worden verdreven.

Infrastructuur

De infrastructuur van Steenbergen ontwikkelde zich voor een groot gedeelte van de 20ste eeuw relatief zwak. Bij het aanleggen van de spoorlijnen van Antwerpen naar Rotterdam werd in 1872 gekozen voor een traject dat over het Hollands Diep, en niet het Volkerak, liep waardoor een spoorverbinding uit bleef.

Steenbergen was rond 1900 qua openbaar vervoer dan ook grotendeels aangewezen op drie stoomtramverbindingen die eigendom waren van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij en de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij:
  • Tramlijn Oudenbosch - Steenbergen (1892-1937)
  • Tramlijn Anna Jacobapolder - Steenbergen (1900-1953)
  • Tramlijn Steenbergen - Vogelenzang (1899-1937)

Vanaf de jaren 20 kwamen er verschillende kleinschalige autobusbedrijven bij, maar pas na de Tweede Wereldoorlog begon de opmars van de auto. Gedurende de jaren 50 en 60 werden de meeste wegen en landweggetjes verhard.
© 2011 - 2019 Pernambuco, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Cilie de Nevelhekse uit Hollandscheveld - Albert SteenbergenCilie de Nevelhekse uit Hollandscheveld - Albert SteenbergenHet verhaal over de Nevelhekse Cilie en haar minnaar, de arts Allard, behoort tot de canon van de Drentse literatuur. To…
Basiliek van Oudenbosch: de Sint Pieter in het kleinBasiliek van Oudenbosch: de Sint Pieter in het klein‘Net Oudenbosch,’ zeiden de inwoners van deze plaats toen ze eens, op pelgrimage in Rome, de beroemde Sint Pieterskerk a…
recensieDe 100 beste wielrenners van de wereld, Jean NelissenIn 2000 verscheen het boek ‘De 100 beste wielrenners van de wereld’ van Jean Nelissen bij Uitgeverij L.J. Veen.
'De beuze jaeger', een Drentse legende over Sint Nicolaas?'De beuze jaeger', een Drentse legende over Sint Nicolaas?‘De beuze jaeger’ is een bekend Drents gedicht over Sint Nicolaas. Hierin wordt een verhaal verteld over drie kinderen d…
De meest noordelijke hunebedden in DrentheDe meest noordelijke hunebedden in DrentheTijdens de Late Steentijd begroef men de overledenen in op een simpele wijze onder de aarde of in hunebedden. Deze grote…
Bronnen en referenties
  • Stad en Land van Steenbergen, door K. Slootmans, Drs. F. Brekelmans, L. Merkelbach van Enkhuizen, A. Delahaye en W. van Ham.

Reageer op het artikel "Geschiedenis van Steenbergen"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Martien, 07-02-2014 11:15 #1
Hier werden tot 1985 niet alleen de suikerbieten uit de eigen regio, maar ook grote delen van Zeeland verwerkt tot suiker. Hierna zou de fabriek zich verplaatsen naar het naastgelegen Dinteloord en is nu één van de twee overgebleven suikerfabrieken van Nederland, alsmede de grootste van Europa.
Correctie: De suikerfabriek in Steenbergen is in januari 1980 gesloten en daarna afgebroken. Het grootste deel van het personeel in te werk gesteld in de suikerfabriek in Breda. De fabriek is niet verplaatst naar Dinteloord, deze bestond toen al een kleine 70 jaar. De fabrieken in Steenbergen en Breda waren eigendom van de CSM en de fabriek in Dinteloord is eigendom van Suiker Unie. Dit waren concurrenten.

Infoteur: Pernambuco
Laatste update: 25-10-2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!