InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > De haarfijne schilderkunst van Gerrit Dou

De haarfijne schilderkunst van Gerrit Dou

De haarfijne schilderkunst van Gerrit Dou De schilderijen van Gerrit (Gerard) Dou (1613 - 1675) hebben veel weg van een fotografische momentopname van de werkelijkheid. Zijn werk oogt, dankzij de enorme collectie penselen van de kunstenaar en zijn secure manier van werken, uiterst gedetailleerd en verfijnd. Toch gaat de vergelijking met een foto mank. Hoe realistisch de schilderijen ook lijken, Dou wist de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Zijn genrestukken, weergaven van schijnbaar alledaagse activiteiten, symboliseren dikwijls bedrog en verleiding. Ze waarschuwen de kijker voor die valkuil en de gevolgen ervan en werden daardoor - én door de bekwame penseelvoering - uitermate geliefd.

Jeugd en opleiding

Vader Dou was een Friese glazenier en glasgraveur, die zich in Leiden had gevestigd. Zijn zoon Gerrit, geboren in 1613, werd geacht in zijn vaders voetsporen te treden en kreeg zijn opleiding in het atelier van zijn vader. Maar hoewel Gerrit in 1625 werd opgenomen in het glazeniersgilde, verlangde hij naar een bestaan als kunstschilder. Zijn vader gaf uiteindelijk gehoor aan die wens door zijn zoon op veertienjarige leeftijd bij Rembrandt van Rijn (1606 - 1669) in de leer te laten gaan. In 1628 was Gerrit Dou de eerste leerling van de slechts een paar jaar oudere Rembrandt, die in zijn geboortestad Leiden een atelier deelde met zijn vriend en collega-kunstenaar Jan Lievens (1607 - 1674).

Rembrandt had zijn leerperiode nog maar kort ervoor afgerond in het Amsterdamse atelier van Pieter Lastman. Als schilder in opleiding leerde Dou penselen en verf maken voor zijn leermeester en uiteraard de beginselen van de schilderkunst. Hij raakte vertrouwd met de werkwijze en thematiek van Rembrandt en in mindere mate met die van Lievens.
Rembrandt zelf schilderde in die periode, onder invloed van zijn leertijd in Amsterdam, op een verfijnde wijze en met gebruikmaking van sterke licht-donker contrasten. Hoewel Rembrandt de verfijning later los zou laten, wist Dou die techniek steeds verder te vervolmaken. Toen zijn leermeester tegen 1632 naar Amsterdam vertrok om daar zijn schilderscarrière verder te ontwikkelen, bleef Dou in Leiden achter. Hij startte als meester een eigen atelier, vermoedelijk aan het Kort Rapenburg waar zijn ouderlijk huis stond.

Meester

Dou schilderde onder meer portretten in opdracht. De door hem geportretteerden werden op klein formaat uitermate gedetailleerd en verfijnd afgebeeld tegen een vaak sobere achtergrond. Een boogvenster of gordijn kon dienen om de blik van de kijker het schilderij binnen te voeren.
Leiden was de eerste Hollandse universiteitsstad, waardoor veel geleerden zich in de stad hadden gevestigd. Naast het portretteren van bijvoorbeeld die beter gesitueerde burgers schilderde Dou ook stillevens en trompe-l’oeil-stukken (geschilderde afbeeldingen die bedrieglijk echt lijken) met een verwijzing naar de wetenschap en onderzoek. Ook in dit genre wist hij meesterlijk gebruik te maken van de minder-is-meergedachte. Door gebruik te maken van vergankelijkheidssymboliek gaf Dou zijn schilderijen gelaagdheid.

Gerrit Dou was al snel een succesvolle kunstschilder, die met name geroemd werd om zijn gladde en verfijnde manier van schilderen. Uiteindelijk werd hij zelfs beroemder dan zijn collega’s en tijdgenoten Rembrandt en Vermeer. En waar Rembrandt zijn aanvankelijk verfijnde schilderstechniek meer en meer inruilde voor een veel ruwere manier van schilderen, bleef Dou werken aan een verdere perfectionering ervan. Het gebruik van het licht-donker contrast beheerste hij, net als zijn leermeester, tot in de puntjes.
Hij zou panisch geweest zijn voor rondzwevend stof, dat zijn werk mogelijk zou bederven. Daarom beschermde hij de schilderijen waar hij in zijn atelier aan werkte met parasols tegen neerdalend stof. Verder beschikte Dou over een enorm assortiment aan penselen, waarvan sommige met slechts één of twee haren. Een gedeelte van die verzameling maakte hij zelf, waarbij zijn eerdere opleiding in het atelier van Rembrandt hem goed van pas kwam. Bont of een harige vacht wist hij met zo’n fijn penseel haarfijn weer te geven.
Om secuur en gedetailleerd te kunnen werken op een klein formaat gebruikten Dou en zijn volgelingen bij het schilderen een loep. Hun werkwijze werd door tijdgenoten omschreven als ‘net’, zowel vanwege de gladde verflaag als de secure aanpak. Die serieuze manier van werken contrasteerde met de dolle capriolen die de jonge Gerrit als glazenier op de ladder uithaalde.

Succes

Dou werd de best betaalde Hollandse kunstenaar van zijn tijd. Zijn panelen en doeken gingen voor enorme bedragen van de hand en leverden de kunstenaar een vermogen op. Ook heeft Dou een beschermheer gehad, die in ruil voor een toelage het recht kreeg als eerste op voltooide schilderijen te bieden. De zekerheid van een vast inkomen maakte het voor Dou mogelijk meer tijd dan gebruikelijk te besteden aan de verfijning van zijn schilderijen, wat de verkoopprijs ervan vervolgens weer ten goede kwam.
Aan de Europese vorstenhoven was zijn werk eveneens geliefd; verschillende vorsten en adellijken verzamelden werk van Dou. Hun vertegenwoordigers of zijzelf bezochten daarom het atelier in Leiden, dat vanaf 1640 gevestigd was aan wat nu het Galgevest is. De kunstenaar heeft zich nooit als hofschilder aan een van de hoven willen binden, vermoedelijk onder andere omdat zijn werk in de vrije verkoop meer opbracht.

Ondanks het succes dat Dou als kunstenaar had, nam de vraag naar zijn portretten af. Het langdurig model staan was voor de geportretteerden, vanwege de nauwgezette werkwijze van Dou, haast niet op te brengen. Voor een goedgelijkend portret gingen zij liever naar een kunstenaar die iets minder van hun uithoudingsvermogen vergde.
Dou legde zich ondertussen meer en meer toe op het schilderen van stillevens en genrestukken in combinatie met stillevenelementen.

Kenmerkende elementen van zijn portretten paste Dou ook toe op zijn stillevens en trompe-l’oeil-stukken. Het gebruik van een boogvenster of een gordijn, het licht-donkercontrast van zijn leermeester Rembrandt en zijn gladde techniek zette hij daarbij in. Zijn ‘kaarslichten’, intieme tafereeltjes geschilderd bij het spaarzame licht van een brandende kaars of olielamp, werden zeer geliefd.

Genrestukken

Toen Dou zich rond 1645 meer en meer op het schilderen van genrestukken - geschilderde taferelen van alledaagse activiteiten, ging richten - ging het Leiden voor de wind. Van oudsher vormde de lakennijverheid een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Door concurrentie uit Engeland waren de inkomsten echter een tijdlang verminderd. Het Beleg van Leiden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) had de situatie voor de stad en zijn bevolking er niet beter op gemaakt. Wel mocht de stad in het jaar volgend op het ontzet in 1574 de eerste universiteit van Holland stichten, wat de status van Leiden ten goede kwam. Vooral na de val van Antwerpen in 1585 bloeide Leiden geleidelijk aan verder op met de komst van goed opgeleide vluchtelingen, die het katholieke zuiden verruilden voor het protestantse noorden. Zij wisten ook de textielnijverheid weer tot bloei te brengen.

Na Amsterdam werd Leiden ten tijde van de Gouden Eeuw de belangrijkste stad van het land. Er was geld beschikbaar voor kunst en wetenschap. Niet alleen portretten, maar ook andere geschilderde voorstellingen vonden gretig aftrek. Dou wist hier goed van te profiteren. Op zijn genrestukken werden steeds vaker gewone mensen afgebeeld bij het uitvoeren van hun bezigheden van alledag, zowel bij daglicht als bij kaarslicht.

Dou was een van de eersten die activiteiten van gewone burgers schilderde. Ook de manier waarop hij dat deed was vernieuwend. Net als in zijn eerdere portretten en stillevens wist Gerrit Dou een illusie te creëren door geraffineerd gebruik te maken van een vensterboog, een nis of gordijn. Met die ‘nisstukken’ leidt hij de kijker het tafereel binnen en maakte hij die tegelijkertijd deelgenoot van de gebeurtenis. Samen met het virtuoze lichtgebruik geeft dat de voorstelling een hoge mate van intimiteit.
Niet alleen het gebruik van een nis, waaruit Dou geraffineerd de geportretteerde of wat voorwerpen liet uitsteken, zorgde voor diepte. Ook de symbolische betekenis van een ogenschijnlijk alledaagse voorstelling, die vaak stond voor bedrog en verleiding, verleende de schilderijen extra diepte. De afbeeldingen met bijvoorbeeld koopvrouwen en dienstmeisjes, marktscènes en interieurs, straatmuzikanten en kwakzalvers hadden meestal een dubbele bodem in de vorm van een wijze les of waarschuwing. Het maakte de schilderijen extra geliefd bij het publiek van destijds, dat die verborgen boodschap met gemak uit de voorstelling wist te halen.

Leidse fijnschilders

Door de perfecte en gedetailleerde weergave, ondanks de geringe afmetingen van hun werk, worden Dou, zijn leerlingen en navolgers als ‘fijnschilders’ bestempeld. Dou is daarbij de grondlegger van de Leidse fijnschilders. De meest bekwame van zijn leerlingen, die het werk van meester wist te evenaren, was Frans van Mieris de Oudere (1635 - 1681). Een andere succesvolle leerling was Gabriël Metsu.
Het werk van de Leidse fijnschilders heeft veel weg van een fotografische weergave van de werkelijkheid. Toch is die realiteit schijn: de kunstenaars zetten het moment immers naar hun hand en gaven het naar eigen inzicht weer.
In 1648 was Dou mede-initiatiefnemer, samen met onder meer Gabriël Metsu, van de oprichting van het Leidse Sint Lucasgilde, het kunstenaarsgilde.

Dou, die vrijgezel was, bleef Leiden trouw: zijn hele leven zou hij er wonen en werken. Hij leidde er, buiten zijn kunst om, een onopvallend leven. Wel kreeg hij in zijn eigen stad de nodige erkenning. Zo schreef een stad- en tijdgenoot al in 1640 een biografie over de Leidse kunstenaar. In 1665 organiseerde stadgenoot Johan de Bye ter ere van Dou een solotentoonstelling met ruim vijfentwintig schilderijen uit zijn privé-collectie in het woonhuis van een schilder aan de Breestraat.

Overigens werd Dou vooral bekend onder de Franse variant van zijn voornaam: Gerard, de naam die hij tegen het eind van zijn leven had aangenomen. In totaal produceerde Dou meer dan tweehonderd werken. Hij stierf in 1675 als een beroemd kunstenaar en een vermogend man en werd begraven in de Pieterskerk in hartje Leiden.

Zelfverzekerd kunstenaar

Portret van een lezende vrouw, 1632 / Bron: Gerrit Dou, Wikimedia Commons (Publiek domein)Portret van een lezende vrouw, 1632 / Bron: Gerrit Dou, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Hij mocht dan een onopvallend leven leiden, Dou was trots op zijn beroep; de oprichting van het Sint Lucas-gilde in zijn woonplaats wees daar al op. Hij presenteerde zichzelf in zijn werk dan ook als een zelfverzekerde en zelfbewuste kunstenaar.

Met het portret dat Dou omstreeks 1632 maakte van een lezende oude vrouw, die vaak voor de moeder van Rembrandt wordt aangezien, presenteert hij een staaltje van zijn deskundigheid. Bijzonder is dat de kijker de vrouw dicht op de huid zit, terwijl zij, door haar weergave en profil, de kijker niet lijkt op te merken. Niet alleen de oude vrouw is met veel precisie geschilderd. Ook de tekst in het Bijbelboek en de bijbehorende prent zijn goed lees- en zichtbaar. Wellicht kwam Dou’s eerdere vaardigheid als graveur hem hierbij goed van pas.

Rond 1635 schilderde Dou een stilleven met een globe, boeken en een luit in licht-donker contrasten, met weerkaatsing van het licht op de gedetailleerd weergegeven voorwerpen. Het kleurgebruik is beperkt, de gebieden op de globe zijn bijna niet te zien door de weerkaatsing van het licht. Onduidelijk is waar de voorwerpen op staan, hun omgeving lijkt weg te vallen.
De geschilderde objecten slaan een brug tussen de wetenschap en de kunst. Op een zelfportret van later datum omringt Dou zich met dezelfde voorwerpen, waarmee hij zelfverzekerd toont dat de creativiteit van de kunstenaar min of meer dezelfde status heeft als de wetenschap.

Tot de trompe-l’oeil-werken die Dou schilderde behoren verschillende stillevens die in een kastje zijn geplaatst. Zij onttrokken het echte genrestuk aan het zicht, door als luiken dienst te doen. Eenmaal opengeklapt als deurtjes van een kast, toonden ze het genrestuk als kastinterieur.

De kwakzalver uit 1652 is geschilderd op het tamelijke grote formaat van 112 x 83 cm. Op dit schilderij vol symboliek is het niet alleen de kwakzalver die bedriegt, ook de op het werk afgebeelde Dou is een bedrieger. Als geen ander is hij in staat op zijn schilderijen de werkelijkheid na te bootsen. Deze vorm van bedrog kan echter, afgezet tegen dat van de kwakzalver, op instemming rekenen en in het geval van Dou zelfs op roem.
Dou heeft niet alleen zichzelf op dit werk afgebeeld. Ook de Blauwpoort in de directe nabijheid van zijn atelier is goed zichtbaar.

Vergetelheid en rehabilitatie

Ondanks zijn succes raakte Dou in de loop der jaren in de vergetelheid. Ten tijde van het Impressionisme, dat uitging van een losse schildertoets, leek het definitief met Dou te zijn gedaan. Zijn werk werd over het algemeen als te verfijnd en te kil afgedaan.

Ook in Nederland bleek de roem van Gerrit Dou vergankelijk. Pas tegen het einde van de twintigste eeuw kwam er meer aandacht voor zijn schilderijen en het werk van de Leidse fijnschilders. Dou’s vierhonderdste geboortedag in 2013 werd nauwelijks herdacht. Toch hebben de grote musea, zowel in ons land als wereldwijd, werk van Dou in hun collecties.
De weergaloze reflectie en schittering van licht, de uitermate precieze stofuitdrukking en de symboliek in het werk van Dou lijken opnieuw niet te evenaren.

De grootste museumcollectie met werk van Gerrit Dou bevindt zich in de Gemäldegalerie in het Duitse Dresden en komt uit de nalatenschap van August de Sterke (1670 - 1733). Deze keurvorst van Saksen was tevens koning van Polen en fervent verzamelaar van het werk van de Leidse fijnschilders.

Museum De Lakenhal in Leiden toont t/m 31 augustus 2014 de Amerikaanse Leiden Collection, met veertien schilderijen de grootste privé-verzameling met werk van Gerrit Dou. De bruikleen ervan stelde het museum in staat onderzoek naar de werkwijze en materiaalgebruik van Dou te doen. Het resultaat hiervan wordt in een kleine documentaire aan de museumbezoekers gepresenteerd.
Met de tentoonstelling keert Dou, die de Lakenhal in 1640 heeft zien bouwen, weer even terug naar Leiden.

Lees verder

© 2014 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Genreschilderkunst in de Gouden EeuwGenreschilderkunst in de Gouden EeuwIn de zeventiende eeuw wedijverden schilderijen met taferelen uit het alledaagse leven met landschappen en stillevens om…
Leidse Lakenfeesten, vierdaags festivalHet begin van de zomer wordt in Leiden gemarkeerd door de Lakenfeesten. Gedurende vier dagen is het een groot feest in d…
Het schildersatelier in de Gouden EeuwHet schildersatelier in de Gouden EeuwHoe werden schilders in de Gouden Eeuw opgeleid? De schilders werden doorgaans opgeleid in het atelier van een (meester)…
Gerard Ekdom, radio DJWie vaak naar de radio luistert kent Gerard Ekdom natuurlijk al. Sinds 1998 werkt Gerard Ekdom bij de radiozender 3FM. H…
Mussenbroeck, uitvinder van de Leidse fles en pyrometerPieter van Musschenbroeck (1692-1761), geboren en gestorven te Leiden, is professor geweest aan de universiteit van Duis…
Bronnen en referenties
  • Alan Chong & Wouter Kloek: Het Nederlandse Stilleven 1550 - 1720. Uitgeverij Waanders, Zwolle 1999.
  • Margriet Westerman: De schilderkunst van de Republiek 1585 - 1717. Uitgeverij Atrium, 2004.
  • http://www.dichtbij.nl/groot-leiden/regio/artikel/3416642/gerrit-dou-schilder-met-fotografisch-oog.aspx#.
  • http://www.kunstbus.nl/kunst/gerard+dou.html
  • http://www.mauritshuis.nl
  • https://www.rijksmuseum.nl
  • https://www.boijmans.nl
  • http://www.lakenhal.nl
  • Afbeelding bron 1: Gerrit Dou, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "De haarfijne schilderkunst van Gerrit Dou"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Gepubliceerd: 01-05-2014
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!