De tulp in beeld

De tulp in beeld Op tal van schilderijen en prenten staan tulpen afgebeeld, en dat al eeuwenlang. Daarmee is de tulp de meest geschilderde bloem, die zelfs de roos in populariteit verslaat. Dit artikel volgt de ontwikkeling van deze bloembol van schaars artikel tot nationale trots. Ook de weergave van tulpen in de loop der tijden, zowel kunstzinnig als botanisch, wordt gevolgd. De oude prenten en schilderijen blijken ook nu nog te inspireren en aan te zetten tot nieuwe vormen van kunst.

De eerste afbeeldingen

De eerste afbeeldingen van tulpen dateren uit de 12e eeuw en komen uit Turkije, een land dat de tulp vanuit oostelijke buurlanden geïmporteerd had en waar de tulp in het wild groeide. Vanaf dan tot aan de 15e eeuw is het tulpenmotief daar op diverse kunst- en kunstnijverheidsobjecten te vinden.

De Ottomaanse sultan Süleyman (1520 – 1566) liet de tulp kweken vanwege haar schoonheid en de belangstelling voor deze bloembol was gewekt. Europa raakte in de ban van de tulp toen de Vlaamse edelman De Busbecq (1522 – 1592) met toestemming van Süleyman in 1554 wat zaden en bollen in Oostenrijk introduceerde. Vanaf dan ontstaan de eerste Europese – botanische – tulpenprenten, getekend op papier of als houtsnede op papier gedrukt. De Zwitser Conrad Gesner was de eerste om dat in 1556 te doen. Een schilder uit Antwerpen, Maarten de Vos, schilderde in 1577 het oudst bekende olieverfschilderij met een tulpenafbeelding.

Via een vriend van De Busbecq werd de tulp in de Noordelijke Nederlanden geïntroduceerd. Die vriend is Carolus Clusius, die als de grondlegger van de Nederlandse tulpenteelt beschouwd wordt. Na een verblijf in Oostenrijk werd hij tot prefect van de Hortus Botanicus in Leiden benoemd en daar plantte hij de verkregen tulpenbollen, waarna de bol ook in Nederland aan een opmars begon. Clusius is tevens de tekenaar van de eerste Nederlandse tulpenprenten: tweeëntwintig ervan werden in 1593 in boekvorm uitgebracht.

Gewild artikel

Lange tijd bleef de tulpenbol een schaars artikel, dat op kleine schaal gekweekt, geruild of verhandeld werd. Naast hun sierlijkheid werden tulpen ook gewaardeerd om hun geneeskrachtige eigenschappen. Met name de zandgronden in Noord-Holland (Haarlem en Alkmaar) bleken geschikt voor de tulpen- en andere bollenteelt en de kwekers daar wisten allerlei nieuwe soorten te ontwikkelen.

Al snel zien met name de rijke Amsterdamse (VOC-)kooplieden de tulp als statussymbool en hun hebzucht drijft de prijzen op, al zorgt hun gedrag ook voor de ontwikkeling van de teelt en handel. De Amsterdammer professor Tulp – bekend van onder andere het schilderij van Rembrandt De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp – ontleent zijn naam aan het wapen met tulp dat hij in 1622 koos.

Uiteindelijk leidt de vaak speculatieve handel in tulpenbollen rond 1634 tot de bekende tulpenmanie. Want hoewel er steeds meer tulpen worden gekweekt, blijft het een schaars goed door de enorme vraag. Dit veroorzaakt een prijsopdrijving die duurt tot 1636 – 1637, waarna de prijzen door verkeerde speculaties inzakken. Toch blijft de tulpenbol populair en prijzig in aanschaf; bollen worden nog geruime tijd per stuk geveild tegen een behoorlijk hoge stukprijs.

Stillevens en prenten

Ook in de kunst en kunstnijverheid duikt het tulpenmotief overal op; daarnaast zijn er zelfs allerlei spotprenten die de tulpengekte als onderwerp hebben. Een schilderij dat de draak steekt met de tulpengekte is De allegorie op tulpomania, geschilderd door Jan Breughel II (Antwerpen 1601 – 1678). Het werk bespot de tulpenhandelaren; in plaats van hen als mensen te schilderen, heeft Breughel hen als apen afgebeeld. Apen voeren de onderhandelingen over de prijs, wegen bollen af, tellen het geld en stellen de prijslijst op. Er is zelfs een aap afgebeeld die een hoop tulpenbollen onderplast, duidelijker spotlust is bijna niet mogelijk!

Geschilderde tulpen waren goedkoper dan de echte exemplaren en bovendien vertoont een afbeelding het hele jaar door bloei, in tegenstelling tot de echte tulpen, die maar een korte periode bloeien. Dat is de reden dat ook de vraag naar stillevens met tulpen toenam. Opvallend is dat in Haarlem, toch het centrum van de bollenteelt, alleen Hans Bollongier (1600 - 1675) zich intensief met het schilderen van bloemstillevens bezighield. Hij schilderde zijn bloemen altijd dikker dan de achtergrond, waardoor zijn bloemstillevens iets van een reliëf hebben.

Op de olieverfschilderijen uit deze periode werden vaak de gevlamde exemplaren afgebeeld, de meest exotische en kostbare tulpen. De oorspronkelijke tulpen uit Centraal-Azië waren egaal van kleur, hooguit had de rand een andere kleur.
In het begin van de 17e eeuw vertoonden veel tulpen een gevlamd patroon op de bloembladeren, veroorzaakt door een virus in de bloembol; tulpen opgekweekt uit zaad waren nog steeds egaal van kleur. Dit verkleuren van de tulp noemt men kleurbreken.

Het is ook de periode dat er door kunstenaars tulpenboeken worden gemaakt, zowel op verzoek van verzamelaars als van kwekers en handelaren van tulpensoorten. Zij hebben behoefte aan documentatie, een soort catalogus, gezien de korte bloeitijd van de tulp. De afbeeldingen waren daarom uitermate natuurgetrouw, zodat kopers wisten wat voor bloem zij konden verwachten. In 1612 werd het eerste tulpenboek uitgebracht; rond 1630 zijn het vooral leerlingen van Rembrandt in Amsterdam en van Frans Hals in Haarlem die uitblinken in het vervaardigen van tulpentekeningen. Zij geven de bloemen zo nauwgezet weer, dat er eerder sprake is van tulpportretten.

Overigens werden de geportretteerde tulpen niet alleen op papier vastgelegd. Zo is er in Hoorn, destijds één van de centra van de tulpenteelt, een serie tegels met tulpafbeeldingen gevonden. Elke tulp is over een hoogte van twee tegels geschilderd, waarbij de kwaliteit van de schildering niet onderdoet voor de natuurgetrouwe weergave uit de tulpenboeken. Zij vormden vermoedelijk de inspiratiebron voor de afbeeldingen op de tegels, die op speciaal verzoek van één opdrachtgever moeten zijn vervaardigd. De tegels zijn te vinden in de collectie van het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo.
Als decoratief element werd de tulp ook gebruikt door Herman Doomer (1595 - 1650), een meubelmaker die een fraai Tulpenkabinet heeft gemaakt. Dit kabinet uit circa 1635-'50 is gemaakt van en ingelegd met cederhout, ebbenhout, parelmoer en ivoor. De buitenste deuren tonen een tulpenafbeelding opgebouwd uit de ingelegde materialen. Eenmaal geopend worden vier beschilderde paneeltjes met vier verschillende tulpen zichtbaar.

Tulpenboeken

Wanneer een aantal van die tekeningen gebundeld werd uitgegeven, spreekt men van een tulpenboek. De meeste zijn geschilderd in een combinatie van aquarelverf en gouache - beide zijn waterverdunbare verfsoorten - de eerste transparant, de tweede dekkend.

Beroemd is het tulpenboek van Jacob Marrel (ca. 1613 – 1681) uit 1637 - 1639. Vernieuwend aan zijn werk is dat hij niet één tulp per blad afbeeldde, maar in tegenstelling tot zijn collega’s twee en soms zelfs drie soorten per prent combineerde en soms bij de tulpen een insect, vlinder of schelp schilderde. In de tulpenboeken komen in de loop der tijd diverse typen tulpentekeningen voor, variërend van één enkele tulp per tekenblad tot meerdere, al dan niet verstrengelde bloemen, afgebeeld met bijvoorbeeld vlinders of insecten.

De tulpenboeken vormden op hun beurt een bron van inspiratie voor de makers van een bloemstilleven. Wanneer er geen tulpen verkrijgbaar waren, baseerden zij zich op de natuurgetrouwe prenten. Zo konden zij op het doek bloemen uit verschillende bloeiperiodes met elkaar combineren of veel meer tulpen afbeelden dan ze konden betalen.

Ook zij begonnen kleine diertjes als insecten toe te voegen en schilderden aangetaste bladeren of verleppende bloemen. Hiermee verwezen zij naar de vergankelijkheid, niet alleen van de tulp maar ook van rijkdom en het bestaan. Met name na het instorten van de tulpenmarkt is dit een verwijzing die het publiek aan het denken zette. Zo'n symbolische verwijzing naar de vergankelijkheid noemt men een vanitas. Naast de handel in tulpen werden ook de bloemstillevens waarop ze stonden afgebeeld een veelgevraagd exportartikel.

Vrouwelijke kunstenaars

Ook vrouwen hielden zich bezig met het afbeelden van tulpen; het tekenen en schilderen van bloemen werd in deze periode als een passende bezigheid voor dames beschouwd.

Beroemde vrouwelijke kunstenaressen die tulpen schilderden en tekenden zijn:
  • Judith Leyster (1609 – 1660), van haar hand is eveneens een tulpenboek bekend;
  • Margareta de Heer (ca. 1600 – 1665);
  • Rachel Ruysch (1664 – 1750);
  • Maria van Oosterwijck (1630 – 1693) en
  • Maria Sibylla Merian (1647 – 1717) en haar dochters.
Maria Sibylla Merian is de stiefdochter van Jacob Marrel. Zij wordt door haar stiefvader en een met hem bevriende kunstenaar opgeleid. Maria schildert niet alleen bloemen, maar ook veel insecten, vlinders en andere dieren, die zij ook onderzoekt en vastlegt in boeken.

Deze vrouwen waren niet alleen voortreffelijke kunstenaars, ook op wetenschappelijk gebied waren ze goed opgeleid.

Nieuwe ontwikkelingen: lithografie, fotografie

In deze jaren ontstond ook de tulpenvaas (zie ook De tulpenvaas: van eenzame hoogte tot massaproduct), speciaal voor de bloem ontworpen. Kenmerkend zijn de tuitjes die deze vazen sieren, elk bestemd voor één enkele tulp. Vooral de grote bloempiramides waren bedoeld om met de verworven rijkdom te pronken.

In de 18e eeuw heeft de Hollandse tulpenteelt een niet te evenaren toppositie ingenomen en ontwikkelt de bollenstreek zich steeds verder naarmate de eeuw vordert. Nog altijd worden er vanuit handelsoverwegingen veel tulpentekeningen gemaakt door echte kunstenaars; ze worden niet alleen in Nederland gemaakt en als tulpenboek uitgegeven, maar ook in andere landen waar tulpen gekweekt worden. In totaal zijn er zo’n vijftig tulpenboeken bekend.

Door de uitvinding van de lithografie tegen het eind van de achttiende eeuw verandert de techniek van het drukken en inkleuren van de tulpentekeningen snel; door de nieuwe ontwikkelingen neemt de vraag naar kunstprenten af. Fraaie tulpenprenten kunnen nu in grote aantallen worden gedrukt; net als de bollen zelf zijn ook zij niet meer zeldzaam.

Ook de ontwikkeling van de fotografie droeg bij aan het in beeld brengen van bloeiende tulpen- en andere bloembollensoorten. Niet alleen vanuit kunstzinnig oogpunt, maar ook om praktische redenen – net als de geschilderde voorgangers van destijds – werden de bloeiende bollen gefotografeerd om de kwekerscatalogi op te luisteren. En ook van deze bloemportretten hebben sommige met het verstrijken der jaren onbedoeld een kunstzinnig aspect gekregen.
De opnames die fotograaf Leendert Blok (1895-1986) in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw maakte voor de kwekers en handelaren in de Bollenstreek zijn, anders dan gebruikelijk in die tijd, in kleur. Vanaf 1930 maakte hij hiervoor gebruik van een zelfontwikkelde techniek: spectracolor. Eerder maakte hij gebruik van het bewerkelijke autochroom, waarmee hij diverse bolgewassen in kleur vastlegde. De catalogusbeelden, in hun verstilde kleuren, worden tegenwoordig wereldwijd als fotokunst beschouwd.

Meer tulpenkunst en -weetjes

Naast de bloemstillevens met tulpen komt ook het geschilderde landschap met een afbeelding van de bollenvelden in de mode. Vincent van Gogh was de eerste die in 1883 deze velden tot onderwerp kozen, gevolgd door Claude Monet in 1886. Hun thematiek krijgt veel navolging. In de moderne tijd komen tulpen voor in – al dan niet abstracte – composities. Zo laat ook de kunstenaar en schrijver Jan Cremer zich voor zijn grafisch werk en schilderijen inspireren door tulpen en tulpenvelden.

Speciale vermelding verdienen de tulpentekeningen van Anita Walsmit Sacks, die als botanisch illustrator bij het Nationaal Herbarium Nederland aan de Universiteit Leiden werkt. Zij treedt deels in de voetsporen van de maker van de eerste Nederlandse tulpenprent en daarmee is de cirkel rond.

De tulp is tot op de dag van vandaag onverminderd populair in binnen- en buitenland, niet alleen als één van onze nationale symbolen, maar ook als geliefd onderwerp in de kunst. De jongste provincie van ons land, Flevoland, is inmiddels het oude land voorbijgestreefd als grootste bloembollengebied van Nederland.
De diplomatieke functie van ons nationale symbool speelde ook anno 2011 een rol in de buitenlandse betrekkingen. Als reactie op het verzet van Nederland tegen toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenlanden weigerden de Roemeense autoriteiten de invoer van Nederlandse tulpen. De bloemen zouden volgens de Roemenen met een bacterie besmet zijn, reden om de importerende vrachtwagens in september bij de Roemeense grens tegen te houden. Dat het hier om een politieke wraakactie ging, lijkt echter waarschijnlijker.

Museum de Zwarte Tulp, gevestigd in Lisse, toont de geschiedenis van de bollenstreek en de ontwikkeling van de bloembollen: meer informatie is te vinden op de museumwebsite. Ook beschikt het museum over een collectie oude en nieuwe kunst, gerelateerd aan tulpen- en andere bollen.

Boeken- en museumtips

In augustus 2010 is voor zowel kunst- als tulpenliefhebbers het boek De geschiedenis van de tulp, gemaakt door Ron van Dongen, verschenen bij uitgeverij Fontaine & Noë. Het boek staat vol wetenswaardigheden en prachtige tulpenillustraties: van befaamde schilderijen van toen tot fraaie foto's van nu.

Het Haarlemse Frans Hals Museum heeft in het voorjaar van 2012 het beroemde zeventiende-eeuwse Tulpenboek, een belangrijk object uit de museumcollectie, gedigitaliseerd. Hierdoor kunnen museumbezoekers de meer dan veertig kwetsbare tulpentekeningen uit de periode 1640 - 1700, getekend door diverse kunstenaars, met behulp van een touchscreen bekijken.

Foto's van historische, bijzondere en bijna verdwenen tulpen worden gefotografeerd door Eric Breed. Hij maakt daarbij onder andere gebruik van de tulpencollectie van zijn vader, met daarin zelfs bollen afkomstig uit de tijd van de tulpomanie. Breeveld fotografeert zijn onderwerp met natuurlijk licht en tegen een donkere achtergrond. Het resultaat is van 27 maart t/m 19 mei 2013 te zien op de expositie Lost Tulips in 't Huys Dever in Lisse. Op de website www.tulippictures.eu is meer werk van Eric Breed te zien; het is de fotografische variant van de getekende en geschilderde tulpenboeken, bloemencatalogi en botanische prenten van weleer.

De kleur en vergankelijkheid van de tulp inspireert ook kunstenares Hilde Koenders. Met bloemenverf of een kleurinfuus geeft zij witte tulpenbladeren een kleur. Haar project Tulip Mania is een fotoserie waarbij gekleurd en gerangschikt tulpenblad een gezicht vormt.

Lees verder

© 2009 - 2020 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hans Parlevliet - Kunstschilder en illustratorHans Parlevliet, illustrator van de kinderboekenserie Kippenvel houdt zich tegenwoordig meer bezig met fijnschilderen da…
Rembrandts groepsportretten van een anatomische lesRembrandts groepsportretten van een anatomische lesRembrandts eerste groepsportret, De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp (1632), is wereldberoemd. Ruim twintig jaar la…
Stillevens in de Gouden EeuwStillevens in de Gouden EeuwStillevens werden in de zeventiende eeuw in grote getale vervaardigd. De schilder gaf de voorwerpen op een stilleven zo…
Kees Verweij, kunstschilderKees Verweij, kunstschilderKees Verweij (Amsterdam, 20 april 1900 - Haarlem 23 juli 1995) was een Nederlandse kunstschilder. Hij schilderde stillev…

Hoe autonoom is de hedendaagse kunst?mijn kijk opHoe autonoom is de hedendaagse kunst?Tot in de 19e eeuw was vrijwel alle kunst moralistisch, of hoorde dat volgens de toen geldende norm te zijn. In de heden…
Wilhelm Sasnal schildert veelzeggende verstillingWilhelm Sasnal schildert veelzeggende verstillingEen belangrijke kunstenaar van de 21e eeuw (tot nu toe) is schilder, cineast en (strip)tekenaar Wilhelm Sasnal. Het werk…
Bronnen en referenties
  • Frans Willemse: Het mysterie van de tulpenschilder: een historisch overzicht van tulpentekeningen en aquarellen van 1550 - 1750, een studie naar de vermoedelijke kunstenaar van de hele oeuvre: "De Tulpenschilder"; Museum de Zwarte Tulp, Lisse 2005.
  • Theo Stielstra: Bloemlezing – Volkskrant magazine nr. 561 02 07 2011, pp. 24-31.
  • 'Bloemenoorlog' tussen Roemenië en Nederland, de Volkskrant, 20 september 2011, p. 2.
  • Hildekoenders.nl
  • www.dehortus.nl
  • www.tulippictures.eu
  • www.museumvanloon.nl
  • www.kasteeldever.nl

Reageer op het artikel "De tulp in beeld"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: Juni 2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!