InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > Judith Leyster belicht

Judith Leyster belicht

Judith Leyster belicht Het jaar 2009 was het herdenkingsjaar van onder andere Calvijn en Darwin. De twee heren werden respectievelijk in 1509 en 1809 geboren. Ook was er – zij het minder uitgebreid – aandacht voor de 400ste geboortedag van een vrouw: Judith Leyster, de kunstschilder die in 1609 geboren werd en het als eerste vrouw in de Westerse wereld tot meesterschilder bracht. Dit artikel belicht – voor zover mogelijk – Judith Leyster, haar werk, haar tijd en haar omgeving.

Ontwikkelingen in de schilderkunst

Met de opkomst van de Italiaanse Renaissance verschoof het accent in de schilderkunst van religieuze naar meer wereldse onderwerpen, en er kwam meer aandacht voor het individu. Ook vatte de mening post dat zowel jongens als meisjes van adellijke afkomst kennis van de kunsten moesten nemen, al lag dit in de praktijk voor de dames wat ingewikkelder dan voor de mannen.

Schilderkunst was een discipline die voornamelijk voorbehouden was aan mannen, al waren er ook af en toe vrouwen op dit terrein actief. Het waren vooral dochters van kunstenaars die door hun vader werden opgeleid, vaak samen met hun broers. Zij mochten – na de introductie ervan – niet deelnemen aan de lessen modelschilderen, omdat het ‘levend naaktmodel’ niet voor damesogen geschikt zou zijn. Daarom moesten vrouwen op zoek naar andere onderwerpen, of hun modellen uit de eigen huiselijke kring kiezen. Op reis gaan met het doel andere culturen of de kunst ter plaatse te leren kennen was voor een vrouw alleen evenmin nauwelijks haalbaar. Om een gewenst opleidingsniveau te bereiken, konden vrouwen het beste lessen bij erkende kunstenaars nemen.

Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop

Een van de weinige bekende Noord-Nederlandse vrouwelijke kunstenaars uit de zestiende eeuw was Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop (Utrecht 1520 – Kampen 1598). Haar vader Gerrit Lichtenberg was de zoon van een schilder, èn behoorde tot een oud Utrechts adellijk geslacht. Mechtelt trouwde met Egbert toe Boecop, verhuisde met hem naar Kampen en kreeg zes kinderen. Zelfs na haar huwelijk ging zij door met schilderen.

De Piëta met Maria Magdalena, 1546De Piëta met Maria Magdalena, 1546
Over de opleiding van Mechtelt is niet veel bekend. Wellicht was zij een leerling van de beroemde Jan van Scorel (1495 – 1562). Als vrouwelijke kunstenaar was zij niet bij een gilde aangesloten en kon ze geen betaalde kunstopdrachten aannemen; het schilderen bleef, net als bij veel van haar tijdgenotes, beperkt tot liefhebberij. Wel wijkt haar werk af van wat in deze periode gebruikelijk is. De meeste vrouwen schilderden namelijk werk in een klein formaat. Het kleinste werk van Mechtelt daarentegen, De Piëta met Maria Magdalena uit 1546, meet al ongeveer 95 x 131 cm, haar twee grootste werken met als thema Het laatste Avondmaal (1574) meten maar liefst 185 x 200 cm. Een ander werk van haar hand is Aanbidding van de herders uit 1572.

Professionele vrouwelijke kunstenaars

De eerder genoemde beperkingen leidden ertoe dat vrouwelijke kunstenaressen – in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s – over het algemeen geen historiestukken met Bijbelse en mythologische thema’s schilderden. Dit genre genoot groot aanzien, omdat het als het resultaat van creativiteit en verbeeldingskracht beschouwd werd, iets waar dames niet over geacht werden te beschikken. De vrouwen beperkten zich in hun schilderwerk tot minder gewaarde onderwerpen als portretten en zelfportretten, landschappen, bloem- en andere stillevens en het schilderen van dieren.

Sofonisba Anguissola
Sofonisba Anguissola: Infantin Isabella Clara Eugenia, 1573 / Bron: Sofonisba Anguissola, Wikimedia Commons (Publiek domein)Sofonisba Anguissola: Infantin Isabella Clara Eugenia, 1573 / Bron: Sofonisba Anguissola, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Anders dan haar tijdgenote Mechtelt van Lichtenberg toe Boecop kon de Italiaanse Renaissanceschilder Sofonisba Anguissola (1532 – 1625) zich wel professioneel ontwikkelen tot één van de eerste bekende vrouwelijke kunstschilders. Zij kreeg als aristocratische jongedame privélessen portretschilderen en haar schilderijen, vooral haar portretten, werden al snel alom gewaardeerd. Zelfs de ‘grote’ Michelangelo toonde belangstelling voor haar werk Zij werd door Filips II van Spanje aangesteld als hofdame om zijn echtgenote onder meer in de schilderkunst te onderwijzen; ook schilderde ze verschillende hofportretten.

Door haar aanstelling kon ze goed van haar kunst te leven. Later in haar leven schilderde ze ook een aantal religieuze werken. Van haar hand zijn ongeveer vijftig werken, merendeels portretten en zelfportretten, bekend. Ze hangen verspreid over de wereld in de beroemdste musea.

Artemisia Gentileschi

Een andere grote naam is die van Artemisia Gentileschi (1593 – ca. 1653), dochter van een Italiaanse kunstschilder en min of meer een tijdgenote van Judith Leyster. Na een opleiding bij haar vader kreeg ze lessen van een bevriende kunstenaar, die haar verkrachtte. Deze traumatische gebeurtenis en de slepende rechtzaak die erop volgde, bepaalden grotendeels de thematiek in haar werk.
Artemisia Gentileschi: Judith en haar bediende met het hoofd van Holofernes / Bron: Artemisia Gentileschi, Wikimedia Commons (Publiek domein)Artemisia Gentileschi: Judith en haar bediende met het hoofd van Holofernes / Bron: Artemisia Gentileschi, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Heel opmerkelijk voor een vrouw in die tijd (de vroege Barok) schilderde ze historiestukken met veel gevoel voor dramatiek, versterkt door licht-donkercontrasten in de stijl van Caravaggio.

Hoewel zij na haar dood lange tijd in de vergetelheid raakte en haar werk aan haar leermeesters en collega-kunstenaars werd toegeschreven, kwamen zowel de kunstenares als haar werk opnieuw in de belangstelling te staan. Haar werken zijn wereldwijd in de grote musea te bewonderen.

Caravaggisten en Nederlandse Barok

Caravaggio (1573 – 1610) was de belangrijkste Italiaanse schilder uit de Barok (1600 – 1750). Zijn vernieuwing bestaat vooral uit een dramatisch lichtgebruik en een eigenzinnige weergave van traditionele thema’s. Het chiaroscuro (ook wel clair-obscur genoemd: een sterk lichtdonker contrast) in zijn werk werd later ook wel keldergatschilderkunst genoemd, omdat de afgebeelde figuren zo abrupt uit het duister opdoemen. Het verleent zijn werk een heel eigen sfeer: naast de realistische weergave van het onderwerp krijgt het werk een magisch en levendig karakter. Zijn manier van schilderen vond veel navolging, ook in Nederland.

De ‘Utrechtse Caravaggisten’ werkten in navolging van Caravaggio. Veel van hen waren naar Italië gereisd, als onderdeel van hun opleiding, waar zij onder invloed van de grote meester kwamen. Ook het werk van volgers van Caravaggio kan hen beïnvloed hebben, zoals het werk van Artemisia’s vader Orazio Gentileschi. De Utrechtse navolgers combineerden thema’s uit het dagelijks leven met de schilderwijze (vooral wat betreft lichtgebruik) van hun grote voorbeeld. Dit gold bijvoorbeeld voor het werk van Gerard van Honthorst, Hendrik ter Brugghen en Dirck van Baburen; ook Rembrandt van Rijn, weliswaar geen Utrechtse Caravaggist, maakte een perfect gebruik van het clair-obscur.

De Utrechtse Caravaggisten schilderden historiestukken, maar ook veel genrestukken: meestal van muzikanten, spelers of drinkers. Een ander opvallend thema was dat van de koppelaarster. Met hun werk vormden zij een belangrijke schakel tussen de Italiaanse barokstijl van Caravaggio en die van Nederlandse schilders als Rembrandt (clair-obscur), Frans Hals (genrestukken) en Johannes Vermeer (kleurgebruik).

Genreschilderijen

Door de welvaart in de Gouden Eeuw kregen burgers de behoefte hun huizen te versieren met kunst. Naast de portretten die zij lieten maken, vroegen zij kunstenaars genrestukken te schilderen. De genreschilderkunst, die een grote bloei kende in de zeventiende eeuw, kenmerkt zich door taferelen uit het dagelijks leven, die realistisch en levensecht geschilderd werden.
Maar hoewel de werken er natuurgetrouw uitzien, zijn ze vaak niet wat ze op het eerste gezicht lijken te zijn. Onder de werkelijkheid gaat vaak een diepere betekenis schuil: de waarschuwing waartoe een verkeerde levenswandel kan leiden. De aantrekkingskracht van veel genreschilderijen is het vrolijke karakter ervan, maar tegelijkertijd houdt dit de kijker een spiegel voor die hem afstand van het (soms liederlijke) tafereel laat nemen.

Als genre binnen de schilderkunst genoten de geschilderde tafelen niet bij iedereen evenveel aanzien. Binnen het genre zelf werd bovendien nog onderscheid gemaakt tussen de meer verheven en de meer platvloerse thema’s. Grote meesters die met het genre verbonden zijn, zijn bijvoorbeeld Frans Hals, Johannes Vermeer, Adriaen van Ostade en Jan Steen.

Schildersgilde

Om schilderijen bestemd voor de verkoop te mogen produceren, golden er in het Nederland van de Gouden Eeuw allerlei bepalingen. De kunstenaar diende lid van het schildersgilde te zijn, in de meeste plaatsen was dat het St.-Lucasgilde, de beschermheilige van de kunstenaars.

Een toekomstig schilder ging eerst als gezel in de leer bij een leermeester, waarvoor zijn (of haar) ouders opleiding, materiaalgebruik, kost en inwoning betaalden. Na eenvoudige hand- en spandiensten leerde een gezel vervolgens tekenen, door eerst andermans werk en in een later stadium ook voorwerpen en uiteindelijk levende wezens af te beelden. Modeltekenen naar levend naaktmodel raakte langzaamaan, met het ontstaan van tekenacademies, in opkomst; de eerste werd opgericht in 1583 in Haarlem. Na hun tekenperiode mochten de leerlingen met penseel en palet aan de slag, en al snel mochten ze de minder belangrijke delen in een schilderij van hun meester schilderen.

Na een leerperiode van twee tot vier jaar volgden een examen en het schilderen van een meesterwerk, waarmee het gilde overtuigd werd van het vereiste niveau van de gezel. Voldeden ze aan de eisen, dan konden gezellen als meester een eigen atelier oprichten, zelf leerlingen aannemen en zelfstandig werk verkopen; vaak bleven ze echter nog in dienst van hun vroegere leermeester. Daarmee verkleinden ze het risico dat het zelf bestieren van een kostbaar atelier met zich meebracht en konden ze tevens de kosten van hun opleiding verminderen.

Judith Leyster (1609 – 1660)

Waarom ging Judith Leyster, niet afkomstig uit een schildersfamilie maar met een vader die zijdewever en brouwer/zakenman was, schilderen? Misschien was het om patronen te ontwerpen voor de stoffen uit de Haarlemse weverij van haar vader, al ging hij als zakenman failliet voor zij aan haar opleiding begon. Met zijn echtgenote moest vader Leytster (zijn kinderen vereenvoudigden de familienaam tot Leyster) noodgedwongen Haarlem verlaten, terwijl van zijn dochter bekend is dat zij vlak erna vermoedelijk in de leer ging bij de Haarlemse historie- en portretschilder Frans Pietersz. de Grebber (1572/3-1649). Hij leidde niet alleen zijn zoons op in het vak, maar ook zijn dochter Maria (1620 – 1680). Misschien is de aanwezigheid van iemand van haar eigen sekse eveneens een reden voor Judith Leyster geweest juist voor dit atelier te kiezen. Ook de specialisatie van de familie De Grebber in het schilderen van grote figuren kan hierbij de doorslag hebben gegeven.

Na haar huwelijk is Maria de Grebber verdergegaan met schilderen, misschien wel als zelfstandig kunstenaar in een eigen atelier in haar nieuwe woonplaats Enkhuizen. Van haar medeleerlinge Judith Leyster staat in elk geval vast dat zij als zelfstandig meesterschilder verder ging. Zij werd de bekendste vrouwelijke schilder uit de Gouden Eeuw en – voor zover bekend – de eerste vrouw die in de westerse wereld in 1633 door een schildersgilde werd erkend als meesterschilder.

Frans Hals: Jongeman met schedel, ca. 1627 / Bron: Frans Hals, Wikimedia Commons (Publiek domein)Frans Hals: Jongeman met schedel, ca. 1627 / Bron: Frans Hals, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Judith Leyster en Frans Hals

Of Judith Leyster wel of niet ook in de leer geweest is bij de Haarlemse meesterschilder Frans Hals blijft onduidelijk. Met de keuze voor ‘moderne figuren’ onderscheidde ze zich van haar vrouwelijke tijdgenoten en behandelde ze dezelfde onderwerpen als Hals, zichtbaar geïnspireerd door de informele sfeer in zijn werk: kinderen, drinkebroers, kunstenaars en feestvierders. Maar in plaats van zich in zijn schaduw te plaatsen, durfde ze het aan met hem te concurreren en leek ze hem, jaren jonger dan hij, zelfs met zijn eigen wapens te bevechten.

Frans Hals stond bekend om zijn losse manier van schilderen, die door zijn tijdgenoten de 'ruwe stijl' werd genoemd en door de eeuwen heen zowel bewonderd als verguisd werd. Op het eerste gezicht lijkt Judith’s werk net zo losjes geschilderd als dat van haar eventuele leermeester; toch wijkt haar werkwijze af. Waar hij handig gebruik maakte van de onderschildering en delen tamelijk open liet, schilderde Judith haar werk meer dicht; hiermee sluit het eerder aan bij de werkwijze die in het atelier van De Grebber gehanteerd werd dan bij de techniek van Hals.

Haar losse penseelvoering is voor een vrouw uit die tijd uniek te noemen. Net als Frans Hals en Rembrandt zette ze haar composities direct met penseel op, zonder een voortekening te maken.

Huwelijk met Jan Miense Molenaer

In 1636 trouwde Judith Leyster met de Haarlemse kunstschilder Jan Miense Molenaer (ca. 1610 – 1668). Kenden ze elkaar vanuit het schildersgilde, of waren ze misschien (toch) tegelijkertijd in de leer bij Frans Hals?
Van Jan Miense Molenaer staat vast dat hij werd opgeleid door Frans Hals. Jan Miense schilderde ‘moderne figuren’, dus geen mythische of Bijbelse types, maar eigentijdse personages: bijvoorbeeld muzikanten of feestvierders. Voor wat betreft de thematiek in zijn werk paste hij goed bij Judith Leyster, al missen zijn schilderijen haar durf en sporen ze wat nadrukkelijker tot goed gedrag aan.

Jan Miense Molenaer: De verloochening van Petrus, 1636 / Bron: Jan Miense Molenaer (1609 1610–1668), Wikimedia Commons (Publiek domein)Jan Miense Molenaer: De verloochening van Petrus, 1636 / Bron: Jan Miense Molenaer (1609 1610–1668), Wikimedia Commons (Publiek domein)
Na haar huwelijk kwam Judith echter niet langer toe aan het schilderen van haar figuurstukken. Wellicht wilde ze op dit terrein niet met haar echtgenoot concurreren. Het echtpaar vertrok na de huwelijksvoltrekking naar Amsterdam en kreeg in de loop der jaren vijf kinderen (waarvan er slechts twee in leven bleven). Judith behartigde de zakelijke belangen van haar man; vermoedelijk werkte ze mee in zijn atelier en ze handelde misschien in kunst. In elk geval ging het hen in financieel opzicht voor de wind, maar door de verschuiving in haar bezigheden heeft ze maar weinig schilderijen – iets meer dan twintig – op haar naam staan.

De paar werken die uit haar huwelijkse periode bekend zijn, betreffen natuurstudies of stillevens. Een ervan is een fraai bloemstilleven, dat eind 2009 is ‘teruggevonden’. Het werd zeer vaardig geschilderd in 1654, wat erop duidt dat Judith Leyster na haar huwelijk nog geruime tijd doorgegaan is met schilderen. In een aantal gevallen gebruikte ze haar monogram met de vervlochten J en L, aangevuld met een komeetachtig sterretje (dat ook haar penseel als toverstokje kan voorstellen), als een afgeleide van haar naam (het oorspronkelijke Leytster betekent immers leidende ster of komeet). Het recent ontdekte bloemstilleven heeft ze gesigneerd met de naam Molenaers, een aanwijzing dat ze ook werk heeft gemaakt onder de naam van haar echtgenoot.

De schilderijen: vernieuwing en navolging

Hoewel het werk van Judith Leyster in haar eigen tijd enthousiast werd ontvangen, werd het in latere periodes enigszins gekleineerd. Haar figuren zouden te slap zijn, maar voor een vrouw die nooit in staat gesteld is lessen naaktmodel tekenen te volgen, wist ze de geportretteerden toch uitermate levendig weer te geven. De manier waarop ze haar zittende figuren afbeeldde is eveneens opvallend. Ze gaf net iets meer van het lichaam weer dan bij halffiguren gebruikelijk was, zodat ze nonchalant naar achter kunnen leunen.

Dan is er haar lichtgebruik, dat sterk aan dat van Rembrandt en de Caravaggisten doet denken door het kaarslicht en de zware slagschaduwen. Het gebruik hiervan verleent haar composities samenhang en spanning. Ze gebruikt het onder andere in haar muzikantenportretten. Later zal Johannes Vermeer (1632 – 1675) zijn genrestukken op een vergelijkbare wijze vormgeven.

Extra spannend zijn sommige door haar geschilderde onderwerpen; zo is er een schilderij, getiteld Man die vrouw geld aanbiedt, een nachtelijk tafereel van een betekenisvol kijkende man, die een stug doorbordurende dame geld aanbiedt. Dat een vrouw een dergelijk onderwerp of dat van liederlijke drinkers schilderde, was ongebruikelijk.

Man die vrouw geld aanbiedt, 1631 / Bron: Judith Leyster, Wikimedia Commons (Publiek domein)Man die vrouw geld aanbiedt, 1631 / Bron: Judith Leyster, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Ook het zelfportret dat Leyster rond 1630 schilderde – tevens haar meesterwerk om tot het gilde te worden toegelaten – wijkt af van wat gebruikelijk was (afbeelding bij de inleiding op dit artikel). Op haar ezel is de opzet van een van haar eigen schilderijen te zien, de kunstenares pauzeert even om zich lachend naar haar toeschouwers om te draaien. Ze is gekleed in fraaie, modieuze kleding, die ze in de dagelijkse schilderpraktijk echt niet gedragen zal hebben. Alles draagt eraan bij om het portret zelfverzekerdheid uit te laten stralen.

Naast het zelfportret is er slechts één ander portret dat zij schilderde bekend. Het gaat om het portret van een vrouw, die gelijkenis met de kunstenares vertoont; vermoedelijk is het haar zuster. Overigens is er gelijkenis met de kunstenares of haar zuster terug te vinden bij de vrouwen die zij in een aantal van haar figuurstukken afbeeldde. Ook de mannelijke modellen uit haar figuurstukken lijken diverse malen terug te keren in haar werk, zelfs hun kleding is op een aantal werken identiek. De twee figuren links in het schilderij Vrolijk gezelschap zijn terug te vinden in de vermoedelijke pendant De laatste druppel. De violist van het Vrolijk gezelschap wordt ‘gerecycled’ als de figuur die het werk op haar schildersezel in haar zelfportret siert.

Twee tijdgenoten van Judith Leyster, beiden ook geslaagd als kunstenares, waren de in Vlaanderen geboren Clara Peeters (1594 – ca. 1657), die later naar de Noordelijke Nederlanden verhuisde, en Maria van Oosterwijck (1630 – 1693). Beide dames schilderden prachtige stillevens. Vooral het leven van Clara Peeters is met enige geheimzinnigheid omgeven. Net als andere dames uit haar tijd diende zij zich tot het schilderen van stillevens te beperken, omdat het oefenen met mannelijke naaktmodellen voor hen uit den boze was. In haar aanlokkelijke stillevens met rijk gedekte tafels wist Peeters zichzelf toch voor het voetlicht te brengen. Ze schilderde verborgen zelfportretten: weerspiegelingen van haar beeltenis is bijvoorbeeld een glanzende kan.
Net als bij Judith Leyster is er nu meer aandacht voor haar werk. In het najaar en de winter van 2016/2017 is er in het Madrileense Prado een solotentoonstelling aan haar gewijd met vijftien van haar werken.

Ook de kunstenaressen uit de tijd erna schilderden de voor vrouwen gangbare onderwerpen en traden niet in de voetsporen van Judith Leyster.

Monogram: de vervlochten J en L, aangevuld met de ster, vormen de naam van de schilderMonogram: de vervlochten J en L, aangevuld met de ster, vormen de naam van de schilder

Tentoonstelling

Nadat haar werk na het aanvankelijke succes ten onrechte in de vergetelheid raakte, is het werk van Judith Leyster inmiddels herontdekt. Nu er vanuit een veranderd perspectief naar gekeken wordt, kan het opnieuw op waarde worden geschat.

Naar aanleiding van haar geboortedag 400 jaar geleden, is er van 19 december 2009 tot en met 9 mei 2010 een expositie in het Haarlemse Frans Hals Museum aan het werk van Judith Leyster gewijd: Judith Leyster – De eerste vrouw die meesterschilder werd. Elf van haar schilderijen worden er tentoongesteld, waaronder haar recent ontdekte bloemstilleven.

Lees verder

© 2010 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Judith Leyster, baanbrekend meesterschilderesJudith Leyster, baanbrekend meesterschilderesAls enige vrouw, wist de kunstschilderes Judith Leyster lid te worden het schildersgilde. Dit betekende dat zij een voll…
Kunst: Atelier 408Kunst: Atelier 408Atelier 408 ligt in hartje Amsterdam, aan de Herengracht 408. Het is een bijzondere galerie, waar beginnend kunstenaars…
Kunstenaar en nu?Kunstenaar en nu? Ben je net afgestudeerd aan de kunstacademie, daar sta je dan, weg het gestructureerd werken aan je ku…
Artemisia Gentileschi, Italiaanse schilderes uit de BarokArtemisia Gentileschi was een schilderes uit de Barok en de enige vrouwelijke leerlinge van Caravaggio met wie ze samenw…
De Surinaamse Marroncultuur is nog steeds springlevendDe Surinaamse Marroncultuur is nog steeds springlevendDe Marrons uit Suriname bestaan nog steeds in een wereld die steeds groter wordt en waarbij rassenvermenging een feit is…
Bronnen en referenties
  • Judith Leyster – De eerste vrouw die meesterschilder werd; een uitgave van het Frans Hals Museum, Haarlem 2009.
  • Vol in de competitie; Wieteke van Zeil in De Volkskrant, 23 december 2009, blz. 14 – 15.
  • De schilderkunst van de Republiek; Mariët Westerman, ATRIUM i.o.v. Uitgeverij Elmar b.v., Rijswijk 2004.
  • Geschiedenis van de schilderkunst – van de Renaissance tot heden; Anna-Carola Krause, Könemann 2006.
  • Eerste vrouw solo in Prado: Maartje Bakker in De Volkskrant, 27 oktober 2016, p. V3.
  • Afbeeldingen: commons.wikimedia.org.
  • Afbeelding bron 1: Sofonisba Anguissola, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Artemisia Gentileschi, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Frans Hals, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 4: Jan Miense Molenaer (1609 1610–1668), Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 5: Judith Leyster, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Judith Leyster belicht"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 29-10-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!