InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > Kopstukken of topstukken: Museum Socialistische Kunst, Sofia

Kopstukken of topstukken: Museum Socialistische Kunst, Sofia

Kopstukken of topstukken: Museum Socialistische Kunst, Sofia Net voor de herfst 2011 opende het Museum voor Socialistische Kunst in de Bulgaarse hoofdstad Sofia zijn deuren. Objecten uit de depots van de National Art Gallery hebben hier een nieuw onderkomen gevonden en tonen de bezoeker kunst uit de socialistische jaren 1944 – 1989. Twee museumzalen met schilderijen en een beeldentuin tonen een selectie van hetgeen het Socialistisch realisme in Bulgarije heeft voortgebracht. Het museum en zijn collectie maakten een discussie over het politie verleden los.

Omstreden

De opening van een nieuw museum past in de plannen van het gemeentebestuur van Sofia om het museumbestand in de stad uit te breiden. Al eerder in 2011 opende in dat kader Sofia Arsenal, Museum voor Hedendaagse Kunst, zijn deuren. De opening van het Museum voor Socialistische Kunst, een dependance van de National Art Gallery, stuitte echter op nogal wat verzet. Zelfs de naamgeving ervan verliep niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk zou de naam Museum voor Totalitaire Kunst luiden, maar uiteindelijk viel de keus op Museum voor Socialistische Kunst. Niet iedereen is tevreden met deze afzwakking; de nieuwe naam maakt pijnlijk duidelijk hoe moeizaam het democratische proces in Bulgarije verloopt, en de invloed van de oude garde daarop. Die zit, met een knipoog naar hun versteende voorgangers in de beeldentuin van het museum, nog altijd gebeiteld.

Dat het schuurt tussen de machthebbers, het socialistische verleden en de kunst werd midden juni 2011 nog eens aangetoond. Het monument ter ere van het Rode Leger, opgericht in 1954 door de Bulgaarse Communistische Partij, dat nog altijd in het centrum van Sofia staat, had een metamorfose ondergaan. De grijze soldaten van het bas-reliëf waren ‘s nachts getransformeerd tot felgekleurde striphelden en andere figuren, zoals Batman, Superman en de Kerstman. Niet iedereen kon de transformatie waarderen en drie dagen later, in het holst van de nacht, werd het monument dan ook op last van de autoriteiten van alle kleur ontdaan. Naar de anonieme daders wordt sindsdien gezocht.

Ook vraagt een deel van de Bulgaarse bevolking zich af in hoeverre het museum in staat is objectief over het socialistische verleden te informeren, zonder datzelfde verleden te verheerlijken. De propagandistische kunst van destijds zou kunnen worden ingezet om de politieke achtergrond van de huidige politici te rechtvaardigen. Het museum toont in elk geval wel werk van diverse gevierde kunstenaars uit die periode. De artistieke waarde van hun werk overstijgt de socialistische boodschap. Hoe zij het hebben ervaren om te werken onder en voor een overheid, die hen strikte richtlijnen oplegde, komt in het museum nergens aan de orde. Toch is het de bedoeling om jongere generaties objectief te informeren over het socialistische verleden van hun land. Daarbij is het de tevens de bedoeling grote aantallen buitenlandse toeristen te trekken. Of beide doelstellingen gehaald worden, valt te bezien.

Dat Bulgarije nog altijd worstelt met zijn verleden, blijkt mede uit het feit dat het land hekkensluiter is met het exposeren van zijn socialistische kunst. Voormalige Oostbloklanden als Hongarije, Tsjechië, Polen gingen hier al eerder toe over. Overigens zijn er buiten de museummuren op tal van plekken in Bulgarije monumenten te vinden die nog aan het socialistische verleden herinneren.

De collectie

De collectie van het museum bestaat deels uit materiaal dat opnieuw van stal gehaald is. Een deel van de verzameling werd na de val van het communisme als overbodig of politiek omstreden van zijn sokkel gehaald, om vervolgens in de opslag te verdwijnen. Nu heeft het museum zich tot taak gesteld deze objecten te verzamelen, te beheren en conserveren, en natuurlijk te exposeren. In totaal worden ruim honderdvijftig kunstwerken uit de periode 1944 – 1989 getoond. Verder is er een videoruimte, waar bezoekers beeldmateriaal uit het socialistische tijdperk kunnen bekijken. Een koffieruimte en een souvenirwinkeltje maken eveneens deel uit van het complex.

Binnen, verdeeld over twee zalen en soms tegen een achtergrond van gesloten plastic lamellen, zijn zestig schilderijen en vijfentwintig beelden te zien, bewaakt door diverse zaalwachters. De overzichtelijke beeldentuin bestaat uit gazons, doorsneden door rechte tegelpaden. Staan de beelden direct aan het pad, dan zijn de bordjes met de titel, de gegevens van de kunstenaar en het jaar van ontstaan goed leesbaar. Voor kunstwerken die midden op het grasveld staan moet meer moeite worden gedaan; het is niet duidelijk of het grasveld daarvoor betreden mag worden.

Een historisch overzicht en een context ontbreken, waardoor de bezoekers niet veel informatie krijgen aangereikt; wellicht laat de museumdirectie de beelden voor zich spreken om hiermee de discussie niet verder aan te wakkeren. Een paneel tegenover de kassa met wat beknopte informatie over de totstandkoming van het museum, de uitbreidingsplannen met andere kunstcomponenten en een verwijzing naar de topstukken uit de beeldentuin vormt, op de naambordjes bij de kunstwerken na, de enige uitleg. De informatie die voorhanden is, wordt in zowel het Bulgaars (cyrillisch schrift) als in het Engels gegeven.

De buitenexpositie: de beeldentuin

Velichko Minekov, 1928: Rachenitsa (Bulgaarse volksdans), 1972Velichko Minekov, 1928: Rachenitsa (Bulgaarse volksdans), 1972
In de tuin is de grote, glanzendrode vijfpuntige ster, die ooit op het hoofdkwartier van de partij troonde, een blikvanger. Daarnaast springen diverse standbeelden door hun intimiderende afmetingen direct in het oog. Het zijn met name de politieke kopstukken, die letterlijk zo of in hun volle lengte, al dan niet op sokkel, in steen of metaal zijn weergegeven. De Russen Lenin en Stalin bijvoorbeeld, of de eerste Bulgaarse communistische leider Georgy Dimitrov en de laatste dictator Todor Zhivkov en zijn gemalin; allemaal zijn ze even realistisch weergegeven.

Wat bescheidener van afmeting en daarmee intiemer zijn de sculpturen die activiteiten van bijvoorbeeld – individueel of groepsgewijs weergegeven – (land)arbeiders, Partizanen, soldaten of folkoredansers tonen. De beelden voldoen veelal aan de eisen van het Socialistisch realisme, al neigen enkele uit de laatste jaren van het bewind meer naar het abstracte.

De binnenruimte: met name schilderkunst

Een trap voert naar twee zalen met onder andere houten sculpturen, minder bestand tegen de weersinvloeden van buiten, en een aantal andere fraaie beelden. De geëxposeerde schilderijen zijn veelal met olieverf geschilderd; daarnaast zijn er diverse werken op papier (houtskool, krijt, aquarel) te zien. De thematiek is overeenkomstig de richtlijnen van het Socialistisch realisme van destijds.

Een aantal schilderijen is – passend bij de soms zware thematiek – geschilderd in sombere bruingrijs tinten. Andere zijn opvallend kleurig. Hier blijkt dat niet alleen de idealen van het communisme worden getoond; ook de tekortkomingen zijn zichtbaar op afbeeldingen met daklozen, internering in een strafkamp, ondervraging en foltering.

Een vorm van kritiek op het systeem is ook te zien op een spotprent, waarop een weldoorvoed, dikingepakt kind met blozende wangen een leren schooltas torst. Deze spruit van de partijelite wordt beschimpt door twee knokige, in lompen gehulde straatschoffies; de schijnbaar egalitaire samenleving pakt in de praktijk blijkbaar niet voor iedereen hetzelfde uit.

Een opvallend doek is dat van een verwoest Sofia in vlammen, het resultaat van luchtaanvallen op de stad in 1944. Ook diverse schilderijen van parades, die doen denken aan vergelijkbaar werk van Monet of Ensor, trekken de aandacht. Naast de onmiskenbaar Socialistisch-realistische thematiek verraden enkele schilderijen ook internationale invloeden; die van Picasso in het geëxposeerde werk van Ivan Nenov (1902 – 1967), die van Malevich in een werk van Alexander Petrov (1916 – 1983).

De Bulgaarse geschiedenis 1944 – heden in vogelvlucht

Vanaf 1908 tot 1944 was Bulgarije een volledig onafhankelijk koninkrijk. Toen vielen de Russen binnen met de bedoeling het land, dat in de Tweede Wereldoorlog de kant van de Duitsers had gekozen, te dwingen zich tegen het fascisme te keren. Daarop verdween Bulgarije in 1946 achter het IJzeren Gordijn. Het land werd een volksrepubliek, die in de communistische pas van Rusland moest lopen.

Vanaf 1954 kreeg Todor Zhivkov steeds meer dictatoriale macht. Met de val van het communisme in 1989 kwam tevens een einde aan zijn heerschappij en aan die van de communistische éénpartijstaat. In 1990 volgden de eerste vrije verkiezingen in meer dan vijftig jaar, waarop de Volksrepubliek Bulgarije veranderde in Republiek Bulgarije. Het jaar erop kreeg het land zijn eerste niet-communistische regering sinds 1944. In 2007 trad Bulgarije toe tot de Europese Unie.

Socialistisch realisme

Veel kunstwerken in het Museum voor Socialistische Kunst voldoen aan de overheidseisen van destijds. In navolging van de Sovjet-Unie stelden de Bulgaarse communistische leiders dat kunstenaars werk dienden te maken dat voor de massa en met name arbeiders toegankelijk was en aan de werkelijkheid voldeed. Zo maakte het Socialistisch realisme als kunststroming haar entree in Bulgarije. Weken kunstenaars hiervan af, dan dreigden er strafmaatregelen.

Iva Hadshieva, 1935: Vrouwen van de coöperatieve boerderij, 1959Iva Hadshieva, 1935: Vrouwen van de coöperatieve boerderij, 1959
Kunstschilders dienden bij voorkeur historiestukken met een revolutionair karakter te maken, daarna volgden schilderijen en genrestukken waarop arbeid centraal stond in de kunsthiërarchie, vervolgens portretten en ten slotte landschappen (die vooral moesten getuigen van de oprukkende industrialisatie) en uiteindelijk stillevens.

De wieg van de kunststroming stond in het communistische Rusland, waar het Socialistisch realisme vanaf 1932 de officiële staatskunstvorm werd. Van hieruit werd dit gedachtegoed opgelegd aan de socialistische Oostbloklanden. Overigens was het vereiste realisme geen waarheidsgetrouwe, maar een geïdealiseerde weergave van de werkelijkheid; kunst in dienst van de propagandadoeleinden van de heersende communistische partij. Heldhaftig, optimistisch, realistisch, toegankelijk en vaderlandslievend: dat werd de norm waaraan kunstwerken moesten voldoen. Het experimentele en abstracte was daarbij uit den boze. Veel van de dikwijls monumentale werken tonen dan ook gelukkige taferelen uit het socialistische bestaan.

Zoals aangegeven kregen ook Bulgaarse kunstenaars met de kunstzinnige eisen van het regime te maken. In hoeverre dit hen beperkingen oplegde, kan door de werkwijze van (slechts) twee kunstenaars wellicht enigszins verduidelijkt worden.

Nicolas Taneff (1892 – 1962)

Nicolas Taneff was een Bulgaarse kunstenaar, die zijn kunstopleiding in Parijs kreeg en met name landschappen en stadsgezichten schilderde. Hoewel hij veel in Bulgarije schilderde, was hij ook erg internationaal georiënteerd. Behalve in Bulgarije schilderde en exposeerde hij dan ook in tal van Europese landen. Ten tijde van de geallieerde luchtaanvallen op Sofia in 1944 woonde de apolitieke Taneff in de hoofdstad. Hij tekende en schilderde er de verwoestingen. Datzelfde jaar werd hij zonder enige vorm van proces in september gevangen gezet; een straf die tot april 1945 zou duren. Zelfs in gevangenschap klampte hij zich vast aan het tekenen; zo schetste hij zijn medegevangenen en portretteerde hij zichzelf.

Na zijn vrijlating werkte hij verder aan stadsgezichten en legde hij de sfeer in de hoofdstad op doek vast. Zijn stedelijke werk ademt de sfeer van de stad in die tijd uit, met de grimmige sporen van de bombardementen en de feestelijke sfeer van parades.
In 1947 vond Taneff, op zoek naar aansluiting bij de samenleving zonder daarmee de overheid zijn steun te betuigen, een onderwerp passend bij hetgeen van een kunstenaar in die tijd verwacht werd: hij begon aan een serie, bestaand uit grafisch werk en schilderijen, gewijd aan het mijnwerkersleven in de stad Pernik. Het jaar erna schilderde hij, toegevoegd aan een groep werkers, de bouw van de spoorlijn Lovech-Troyan.

Na een beroerte in 1949 bleef de kunstenaar verlamd. Het beperkte hem in zijn werkzaamheden, maar toch ontstond er ook daarna nog nieuw werk. Nu ging zijn belangstelling met name uit naar het circusbestaan: een ogenschijnlijk veilig onderwerp, maar wie weet, trok Taneff hiermee een lange neus naar de toenmalige machthebbers.

Het werk van Taneff is altijd in de belangstelling blijven staan. Ook na zijn dood in 1962 werd het nog regelmatig tentoongesteld. De kunstenaar ontving hiervoor in 1968 postuum de onderscheiding Kunstenaar van het Volk. De laatste grote expositie onder het communistische regime vond plaats in 1976. In juni 1989, nadat er een was gekomen aan het oude systeem, kwam de National Art Gallery in Sofia met een tentoonstelling van Taneff’s tekeningen.

Vaska Popova-Balarewa (1902 – 1979)

Vaska Popova-Balarewa volgde haar kunstopleiding in Sofia en in Rome. Zij exposeerde in beide steden en nam deel aan verschillende exposities van vrouwelijke Bulgaarse kunstenaars. Vaska Popova-Balarewa schilderde met name portretten, maar ook landschappen en stillevens. Daarnaast beoefende zij een vorm van toegepaste kunst, namelijk het bewerken van leer.

In 1946 werd zij volwaardig lid van de Bulgaarse Kunstenaarsbond, die de kunstenaars werk in opdracht liet maken. Tijdens een bijeenkomst van kunstenaars in haar huis in Sofia, sprak een collega-kunstenaar zich negatief uit over het overheidsbeleid kunstenaars te dwingen tot het Socialistisch realisme. Deze Alexander Zendov stelde hierover een brief op en stuurde die naar de premier, ongeacht wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Die bleven niet uit: zijn protest werd in het openbaar veroordeeld, de kunstenaar werd uit de communistische partij gezet en de politieke ban werd over zijn werk uitgesproken. Uit angst dat de omgang met hem ook voor hen politiek schadelijk zou zijn, ontweken zijn collega’s hem en weigerde de Bulgaarse Kunstenaarsbond Zendov nog nieuwe opdrachten te geven.

Vaska Popova-Balarewa bleef haar collega en haar eigen werk trouw, al lag ook zij niet goed bij de politieke leiders. In 1954 slaagde zij erin een portret te verkopen aan een overheidsinstelling, één van de weinige keren na de communistische machtsovername. Gewone burgers hadden eenvoudigweg niet genoeg geld om hun portret te laten schilderen of aan te schaffen, dus bleef alleen aankoop door de staat – die de kunstenaar dan goedgezind moest zijn – of door een kunstgalerie over.
Uit geldgebrek nam Vaska Popova-Balarewa haar eerdere leerbewerking weer op. Hierdoor was zij op schildergebied minder productief, al werkte zij vaak ’s nachts, als het licht minder toereikend voor schilderen was, aan haar lederwerk. Zij slaagde er in haar leerproducten via een onderafdeling van de Kunstenaarsbond aan de man te brengen en nam zij deel aan exposities op het gebied van toegepaste kunst.

Natuurlijk ontkwam Vaska Popova-Balarewa er niet aan om ook wat Socialistisch-realistische schilderstukken af te leveren, waarbij zij dicht bij haar eigen werk wist te blijven. Zo schilderde zij het portret van een wat oudere vrouw (Moeder Ganuscha Zlateva, 1960) op de voor haar gebruikelijke naturalistische wijze. Enkel de onderscheiding, die haar model op de borst gespeld heeft, is een verwijzing naar het Socialistisch realisme. Ook bij een geschilderd arbeidersportret (Portret van Ferdo Stoimenov, 1952) wist zij met slechts een minimale verwijzing hiernaar weg te komen. Een schilderij uit 1970, getiteld ‘Oorlog’, voldoet nog het meest aan de overheidseisen. Afgebeeld zijn een moeder en haar twee angstige kinderen.

Voor het overige ging de kunstenares op schildersgebied dus haar eigen weg, waarmee zij er min of meer van afzag haar werk in het openbaar te tonen. Wel nam zij opdrachten voor illustraties aan, waarvan zij een deel doorspeelde naar haar veroordeelde collega Zendov, om ze vervolgens onder haar eigen naam weer in te dienen. De opbrengst hiervan gaf ze aan Zendov, waardoor hij nog enige inkomsten had. Haar houding – schilderen vanuit roeping in plaats vanuit een politiek keurslijf – heeft ongetwijfeld zijn sporen nagelaten op het verdere verloop van haar schilderscarrière.

Museuminformatie

Het Museum voor Socialistische Kunst ligt een stukje buiten het centrum van Sofia, op de grens van de wijk Izgrev en de wijk Mladost Ia, vlakbij de metrohalte G.M. Dimitrov (metrorichting Mladost I). Het precieze adres is Lachezar Stanchev straat (ulitsa in het Bulgaars), nummer 7.

Gehuisvest achter een witte muur met opschrift van het Ministerie van Cultuur, wordt de entree bewaakt vanuit een portiersloge. Wie zich bij de portier meldt, wordt doorverwezen naar de verderop gelegen kassa. Het standaardtarief voor de toegang tot het museum bedraagt zes Bulgaarse leva (omgerekend ongeveer drie euro).

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag, van 10.00 uur tot 17.30 uur.
© 2011 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Een stedentrip naar de hoofdstad van Bulgarije: SofiaEen stedentrip naar de hoofdstad van Bulgarije: SofiaSofia is de hoofdstad van Bulgarije en is één van de hoogst gelegen hoofdsteden van Europa. De stad ligt in het Sofiadal…
Het Prado MuseumEen museum dat een van de grootste en intressantse collecties ter wereld bezit. Het gebouw en zijn omgeving ademen een s…
Spanje - MadridSpanje - MadridMadrid, de hoofdstad van Spanje, is een bruisende stad die zeer geliefd is bij toeristen. Tapas eten of een glaasje sang…
Musea in BoedapestDe twee belangrijkste en grootste musea in Boedapest zijn het Hongaars Nationaal Museum en de Hongaarse Nationale Galeri…
Vijf Nederlandse musea met moderne kunstBezoek eens een museum met een collectie aan moderne kunst en raak geïnspireerd tijdens een wandeling langs de kunstobje…
Bronnen en referenties
  • Ruzha Marinska: Nicolas Taneff, Sofia 2000.
  • Vaska Popova-Balarewa, Painter and Personality: edited by Christo Balarew, Context 2010.

Reageer op het artikel "Kopstukken of topstukken: Museum Socialistische Kunst, Sofia"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 07-11-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!