InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Kunst > De vorstelijke portretten van Anthonie Van Dyck

De vorstelijke portretten van Anthonie Van Dyck

De vorstelijke portretten van Anthonie Van Dyck Anthonie of Antoon van Dyck (1599 - 1641), Vlaams wonderkind, leerling en collega van Peter Paul Rubens, oogstte met name veel bewondering met zijn barokke portretten; overigens niet altijd tot genoegen van de kunstenaar. Elegantie en verfijning waren zijn handelsmerk, waardoor zijn opdrachtgevers - waaronder vorsten, aristocraten en kerkelijk leiders - zich uitstekend in de portretten konden vinden. Het werk van Van Dyck werd in Europa lange tijd als maatgevend voor portretschilders beschouwd.

Jeugd in Antwerpen

Zijn vader was een welgestelde koopman van textiel, maar wel de zoon van een kunstenaar. Ook de familie van moederszijde telde enkele kunstenaars. De op 22 maart 1599 in Antwerpen geboren Anthonie van Dyck, de zevende telg van zijn ouders, was dus niet de enige met artistieke aanleg binnen de familie. Op jonge leeftijd, hij was pas tien jaar, ging Anthonie al in de leer bij belangrijke schilders in zijn geboortestad. Na een periode van verval, het was de periode van de Tachtigjarige Oorlog, werden de Zuidelijke Nederlanden op dat moment bestuurd door nieuwbenoemde landvoogden. Hun komst in 1599 en het bereikte Twaalfjarig Bestand in 1609, zorgden voor een langzaam herstel van de Antwerpse economie. De vernietiging van kerkelijke kunst, teweeg gebracht door de Reformatie, werd door de Contrareformatie weer enigszins teniet gedaan. Het katholieke Antwerpen werd opnieuw een belangrijk centrum voor het maken van religieuze kunstwerken, bestemd voor zowel de binnenlandse als de buitenlandse markt. Geschilderde altaarstukken bijvoorbeeld waren ook in het buitenland zeer gewild en werden om die reden geëxporteerd. Het leverde de makers ervan geen windeieren op: veel kunstenaars in de stad verkeerden in goede doen.

Toen Anthonie twaalf jaar oud was, werd hij leerling in het schildersatelier van Hendrick van Balen (1575 - 1632). Van Balen was een schilder die naar Italië had gereisd; zijn Antwerpse atelier genoot aanzien. Anthonie werkte vier jaar bij zijn leermeester en was op zestienjarige leeftijd al in staat zelfstandig een leerling op te leiden. In 1615 verliet hij het atelier van Van Balen, om tegen betaling bij zijn beroemde stadgenoot, de kunstschilder en diplomaat Peter Paul Rubens (1577 - 1640), te gaan werken. Op het zelfportret dat hij in deze periode schilderde, heeft hij zichzelf afgebeeld met de zelfverzekerdheid van een wonderkind. In 1618 werd Van Dyck een zelfstandig kunstenaar, die als zodanig in het Antwerpse Lucasgilde wordt opgenomen. Hij werkte toen al een tijd zelfstandig in een eigen atelier, dat hij deelde met zijn vriend Jan Brueghel de Jonge. Daarnaast bleef hij leerling en belangrijk medewerker van Rubens.

Het hierboven beschreven zelfportret, waarbij Van Dyck over zijn rechter schouder kijkt, mag niet verward worden met een ander jeugdportret van Van Dyck. Dit laatste portret, waarbij de kunstenaar over zijn linker schouder richting toeschouwer kijkt en dat in bezit van het Antwerpse Rubenshuis is, werd lange tijd toegeschreven aan zijn leermeester Rubens. Toch bestond hierover wel enige twijfel: waarom zou de grote Rubens, die enkel portretten in opdracht schilderde, zich ertoe zetten een portret van zijn jonge leerling te schilderen?

In juli 2012 is met behulp van een nieuwe onderzoekstechniek, X-Ray Fluorenscense, meer duidelijkheid over de maker van het portret ontstaan. Alles wijst erop dat het ook bij dit schilderij om een zelfportret van de jonge Anthonie van Dyck gaat. Een definitieve bevestiging hiervan wordt in het najaar van 2012 verwacht.

In het atelier van Rubens werkte Van Dyck aanvankelijk vooral aan religieuze en historische voorstellingen. Ook begon hij met het schilderen van zijn eerste portretten in opdracht. Het werk van de leerling laat zich daarbij soms moeilijk van dat van zijn leermeester onderscheiden. Van Dyck kon schilderen als Rubens, maar hanteerde daarnaast ook een eigen werkwijze. Vaak nam hij een compositie van Rubens als uitgangspunt, om daar vervolgens een eigen draai aan te geven. Ook de gedetailleerde tekeningen, die hij als voorstudie maakte en die dan op het schildersdoek werden overgenomen, kon hij tijdens het schilderen nog naar hartenlust wijzigen. Het typeert de vrijheid die Van Dyck zich tijdens het schilderen veroorloofde.

Reizen naar Engeland en Italië, terugkeer naar Antwerpen

In 1620 ging Anthonie van Dyck op reis. De route voerde hem naar het Engelse hof, waar hij korte tijd blijft. In 1621 reisde hij door naar Italië, waar Van Dyck met name werd beïnvloed door het werk van de kunstschilders Titiaan en Corregio. Hij doorkruisde een groot deel van het land en werd een geliefd portrettist van de Italiaanse aristocratie, met name van die in Genua. Ook in Antwerpen, waar Van Dyck in 1627 naartoe terugkeerde, werd hij met portretopdrachten overladen. Dikwijls zijn dit elegante halfportretten, waarbij de opdrachtgevers op voorname wijze staan afgebeeld. Stadhouderes-aartshertogin Isabella benoemde hem tot hofschilder en Van Dyck schilderde ook haar portret. Verder werkte hij aan opdrachten van religieuze voorstellingen.

Hoewel Antwerpen ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog een vijand is van de Verenigde Provinciën, bezocht Van Dyck ook twee keer ons land, waar hij stadhouder Frederik Hendrik, Amalia van Solms en hun zoon Willem portretteerde. Zijn werkwijze daarbij is nog vrijer dan voorheen: zijn voorbereidende tekeningen bestaan enkel uit geschetste contouren, die dan op het doek worden uitgezet. Wijzigingen tijdens het schilderen moeten daarbij niet uitgesloten worden; het definitieve portret ontstond pas tijdens het schilderen.

Terug naar Engeland: hof- en portretschilder

Koningin Henriëtta Maria, 1632 / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)Koningin Henriëtta Maria, 1632 / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)
In 1632 ondernam Van Dyck opnieuw een reis naar het Engelse hof, om er ditmaal - met korte onderbrekingen - tot zijn dood te blijven. Hier ontstonden zijn belangrijkste portretten. Hij schilderde de aristocratie en werd benoemd tot hofschilder van koning Karel I, diens echtgenote Henriëtta Maria en hun kinderen. Als hofschilder genoot Van Dyck veel privileges en werd hij een geridderd lid van de hofhouding.

Van Dyck wordt wel beschouwd als de grondlegger van de Engelse portretschilderkunst. Aan het Engelse hof portretteerde hij invloedrijke aristocraten op barokke wijze. Bij zijn vroege portretten fungeren een zuilengang of gordijnen dikwijls als overgang naar de achtergrond. Ze duiden tevens op de status van de geportretteerden. Kenmerkend voor de latere portretten zijn hun elegantie en de weergave van de psyche, waarbij de achtergrond vaak landschappelijk is en een contrast vormt met de uitermate weelderige kleding van de geportretteerden. Inspiratie voor de weergave van die kleding vond Van Dyck bij de zestiende-eeuwse Venetiaanse kunst, met een veelvuldig gebruik van draperieën. Alles in het portret draaide om de weergave van het sociale milieu, waarmee de opdrachtgevers hun visitekaartje afgaven en Van Dyck aan de wieg van het genre van het representatieve adelsportret staat. Zijn portretten dienden lange tijd als voorbeeld voor de Italiaanse, Franse, Nederlandse en Engelse portretschilderkunst.

Het succes had ook een keerzijde: de vraag naar portretten van zijn hand was zo groot, dat de meester zelf meestal alleen het gelaat van de figuren schilderde. De rest liet hij over aan zijn leerlingen, waardoor het kon gebeuren dat er soms fouten in de afbeelding slopen. Zo werd de Engelse koning Karel I in 1638 afgebeeld met een wapenuitrusting die uit twee rechter handschoenen bestond. Het heeft de prijs van dit schilderij waarschijnlijk behoorlijk gedrukt.

De laatste jaren

Rond 1640 zag Van Dyck in Engeland minder toekomst. Het ging het land minder goed en bovendien zagen zijn afgunstige Engelse collega’s hem als een buitenlandse concurrent. Het jaar ervoor trouwde de kunstenaar met de Schotse Mary Ruthven, net als hijzelf katholiek, hofdame van de koningin. Daarvoor was de Engelse Margaret Lemon zijn minnares en muze. Van Dyck heeft haar onder andere afgebeeld op het schilderij Psyche en Amor. De dame in kwestie zou over het nodige temperament beschikt hebben. In een vlaag van jaloezie zou ze zelfs geprobeerd hebben Van Dyck’s duim af te bijten, om hem daarmee het schilderen onmogelijk te maken. Ondanks zijn lange verblijf in het land sprak Van Dyck slechts schamel Engels en heeft hij zich nooit definitief in Londen gevestigd. Anthonie van Dyck nam geen genoegen met alleen erkenning als portrettist. Hij wilde ook als historieschilder geroemd worden. Voor de Antwerpse kerken maakt hij werken van enorme afmeting. Verder werkt hij aan gravures met de portretten van bekende en beroemde tijdgenoten. Ook was hij een begenadigd tekenaar.

Tot van Dyck’s teleurstelling bleven echt grote historische opdrachten, zoals zijn leermeester Rubens kreeg, uit. Inmiddels had hij zich wat stijl betreft helemaal losgemaakt van zijn leermeester. Door onder meer zijn zachte en fijne penseelvoering oogt het werk van Van Dyck verfijnder en minder robuust. Toen Rubens in 1640 stierf, kreeg Van Dyck het verzoek diens atelier over te nemen. Gezien zijn toenemende onvrede met het bestaan in Engeland bereidde Van Dyck zich hierop voor, om uiteindelijk toch koers te zetten naar Parijs. Daar hoopte hij dan toch eindelijk die grote opdracht, afkomstig van de Franse koning en bedoeld voor het Louvre, in de wacht te slepen. Helaas ging de opdracht zijn neus voorbij, die werd aan Franse kunstenaars gegund.

In hetzelfde jaar gunde de Spaanse koning hem een eervolle opdracht, die eerder naar Rubens was gegaan. De dood van de schilder liet de koning met een onvoltooid werk achter. Ondanks zijn hoop op een dergelijke opdracht weigerde Van Dyck het werk van zijn collega te voltooien. Hij gaf er de voorkeur aan een eigen, nieuw werk te maken in plaats van het voltooien van een reeds bestaand; het verzoek kwam zijn eer te na. Zo belandde hij toch weer in Londen. Hier schilderde Van Dyck in 1641 het dubbelportret van Willem (III) en Mary. Inmiddels werd hij geplaagd door een zwakke gezondheid, iets waar de Engelse koning zijn lijfarts tevergeefs verandering in probeerde te laten te brengen. Het tij viel echter niet meer te keren. Kort na de geboorte van zijn eerste dochter uit het huwelijk met zijn Engelse echtgenote stierf Anthonie van Dyck; hij liet tevens een buitenechtelijke, erkende dochter in Antwerpen achter.

Nagelaten oeuvre en toeschrijving

Ondanks zijn overlijden op jonge leeftijd is het oeuvre van Van Dyck omvangrijk. De toeschrijving ervan is echter niet altijd gemakkelijk. Dit is te wijten aan de zeventiende-eeuwse werkwijze in de schildersateliers, waarbij leerlingen voor een gedeelte het werk van meester overnamen en kunstenaars elk hun eigen specialisatie bij een kunstwerk inbrachten. Het onderscheid Rubens - Van Dyck en Van Dyck - atelierleerling is daarom in een aantal gevallen moeilijk te maken.

Olivia Boteler Porter, door A. Van Dyck / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)Olivia Boteler Porter, door A. Van Dyck / Bron: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Veel musea van naam hebben werk van Anthonie van Dyck in hun collectie. In Nederland zijn dat het Amsterdamse Rijksmuseum en het Haagse Mauritshuis. In België hebben diverse kerken een altaarstuk van zijn hand in hun bezit. De Russische Catharina de Grote was een verwoed verzamelaarster van het werk van Van Dyck. Door haar toedoen beschikt de Hermitage in het Russische St. Petersburg over verschillende van zijn werken. In de Hermitage Amsterdam was een deel hiervan te zien tijdens de expositie Rubens, Van Dyck & Jordaens, Vlaamse schilders uit de Hermitage. De expositie was te bezichtigen tot en met 15 juni 2012.

In maart 2013 haalde een opmerkelijke ontdekking het nieuws. Een op internet gepubliceerde foto van, naar werd aangenomen een kopie naar Van Dyck, bleek een origineel schilderij van de hand van de meester te zijn. Het gaat om het portret van Olivia Boteler Porter, hofdame van Karel I's echtgenote Henrietta Maria. In mei 2014 wisten de Britse overheid, een kunstinstelling en donateurs de verkoop aan de VS van een zelfportret van Van Dyck, geschilderd vlak voor zijn overlijden, te verijdelen. Nog altijd wordt Van Dyck in Groot-Brittannië gezien als een van de grootste kunstenaars die ooit in het land gewerkt heeft.
Het bleef niet bij één schilderij. Ook in het voorjaar van 2014 verscheen er in de pers een bericht over een door van Dyck geschilderd portret, dat voor de som van nog geen vijfhonderd euro met name vanwege de lijst was gekocht door een Engelse priester. Verwacht wordt dat een veilingopbrengst van dit werk uitkomt op een bedrag tussen de vier- en zeshonderdduizend euro.

Op de expositie Rubens, Van Dyck en Jordaens - de Vlaamse barok in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede zijn t/m 28 september 2014 bruiklenen uit de collectie van het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te zien.
© 2012 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wonderkind en schilder Anthonie van Dyck (1599-1641)Wonderkind en schilder Anthonie van Dyck (1599-1641)De schilder Van Dyck was een wonderkind. Hij is vooral bekend geworden door zijn uiterst verfijnd geschilderde portrette…
Belgische kunstschilders met wereldwijde reputatieBelgische kunstschilders met wereldwijde reputatieBelgië kent veel beroemde kunstschilders. Vanaf de vijftiende eeuw geniet een aantal kunstschilders wereldwijd grote bek…
Heeft Rubens er een nieuw schilderij bij?In het State Museum of Fine Art in Irbit, Rusland, werd een nieuw origineel werk van Rubens ontdekt, dat oorspronkelijk…
De doedelzakspeler van Jordaens in het RubenshuisHet Rubenshuis aan de Wapper te Antwerpen stelt ‘De doedelzakspeler’ van Jacob Jordaens tentoon. Een uniek schilderij da…
Pieter - Paul Rubens: van schilder tot diplomaatPieter - Paul Rubens: van schilder tot diplomaatRubens was een schilder die hield van naakte voluptueuze lichamen en hiermee in de 17e eeuw een plaatsje veroverde in he…
Bronnen en referenties
  • www.hermitage.nl.
  • Antoon van Dyck 1599 - 1641; Christopher Brown en Hans Vlieghe, Ludion 1999.
  • Dit is een Van Dyck - Corinne van der Velden; de Volkskrant 8 juli 2012, p. 23.
  • Van Dyck niet naar VS; de Volkskrant 2 mei 2014, p. V18.
  • De Volkskrant, 3 juni 2014, p. V11.
  • www.rijksmusemtwenthe.nl
  • Afbeelding bron 1: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Anthony van Dyck, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "De vorstelijke portretten van Anthonie Van Dyck"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 04-06-2014
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!