InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Mensen > Mary Brückel-Beiten en Beb Vuyk: smaakmakers

Mary Brückel-Beiten en Beb Vuyk: smaakmakers

Mary Brückel-Beiten en Beb Vuyk: smaakmakers Zowel Mary Brückel-Breiten als Beb Vuyk lieten Nederland kennismaken met de Indische en Indonesische keuken. Hun voorgangster, mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden had dan wel in 1902 het Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek geschreven, maar dat was inmiddels behoorlijk verouderd. In het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog waren Indische gerechten nog nauwelijks bekend. Dit artikel beschrijft hoe de beide dames de Hollandse smaak wisten te prikkelen.

Mary Brückel-Beiten (1904 – 1992)

Mary Brückel-Beiten, geboren in voormalig Nederlands-Indië – nu Indonesië - en daar opgegroeid, kwam uit een welgesteld gezin. En hoewel zij als meisje uit een vermogende familie in Nederlands-Indië niet vaak zelf gekookt zal hebben, was zij degene die Nederland warm wist te krijgen voor de Indonesische keuken. Tijdens de bezetting door de Japanners in de Tweede Wereldoorlog werd zij geïnterneerd in één van de burgerkampen; daar wist zij met schaarse middelen haar twee zoons en zichzelf in leven te houden.

Meer over het leven van Mary Brückel-Beiten is te lezen in het artikel Beb Vuyk en Mary Brückel-Beiten: vrouwen met lef.

Eetcultuur

Na de oorlog vestigden zij en haar gezin zich in Den Haag. Hier leerde zij zichzelf uiteindelijk Indisch koken, wat niet altijd van een leien dakje ging. In die tijd waren immers lang niet alle kruiden, specerijen en ingrediënten verkrijgbaar zoals dat tegenwoordig het geval is. Mary Brückel-Beiten wilde Nederland vertrouwd maken met de Indische cultuur en, omdat de liefde via de maag gaat, met de Indische keuken. Naast de beperkte verkrijgbaarheid van producten liep ze tegen nog een probleem aan: wantrouwen – ‘wat de boer niet kent, dat eet hij niet’ – ten opzichte van die vreemde gerechten. Om beide problemen het hoofd te bieden ontwikkelde Mary een heel eigen concept: de Hollandse rijsttafel voor de Hollandse huisvrouw. Dit werd dan ook de titel van haar eerste kookboek uit 1953. Voor een groot aantal producten bedacht Mary Brückel-Beiten een alternatief: kokosmelk werd bijvoorbeeld ingeruild voor gewone melk, de Javaanse bruine suiker (goela djawa) maakte plaats voor bruine basterdsuiker. Overigens is de rijsttafel een Hollandse vinding, al wordt vaak gedacht dat het een typisch Indonesisch verschijnsel is. De Nederlanders in het koloniale Nederlands-Indië hebben het fenomeen bedacht. Van De 'Hollandse' rijsttafel werden 20.000 exemplaren verkocht; het boek beleefde twaalf drukken. Het is nu nog sporadisch tweedehands verkrijgbaar.

Kookdemonstraties

Het succes van het boek ging vergezeld van kookdemonstraties overal in het land; aanvankelijk via haar contacten binnen de Nederlandse Vereniging voor Huisvrouwen, later toonden ook de Bond van Plattelandsvrouwen en andere vrouwenverenigingen belangstelling.

In 1954 verscheen van Mary Brückel-Beiten’s hand – heel geëmancipeerd – het Kookboek voor mannen, vol traditionele Hollandse gerechten, maar met ruimte voor ‘exotische’ uitstapjes. Haar culinaire activiteiten bleven niet onopgemerkt en Mary werd het boegbeeld van de voedingsmiddelenfabrikanten van oosterse producten. Om aan de vraag naar haar rijsttafeldemonstraties te voldoen ging Mary vanaf 1965 met een speciaal daarvoor uitgeruste auto op tournee; ervoor ging ze geregeld bepakt en bezakt per trein op kooktournee. Na afloop van een kookdemonstratie konden de gerechten geprobeerd worden; Mary en haar assistentes maakte van tevoren thuis de hiervoor benodigde porties klaar.

Pasar Malam en meer

Zoals gezegd wilde Mary Brückel-Beiten de Hollanders meer bieden dan de Indische keuken. Daarom kwam zij ook met het initiatief voor de eerste pasar malam in Den Haag in 1959. De eerste drie jaar was ze nauw betrokken bij wat nu Tong Tong Fair heet. Na een afwezigheid van een aantal jaar was ze in 1966 opnieuw van de partij en vanaf 1968 gaf ze er haar kookdemonstraties. Het Cultuurpaviljoen van de Tong Tong Fair heeft de straat voor het Kooktheater naar Mary Brückel-Beiten vernoemd.

Mary's inspanningen en initiatieven kregen nog een vervolg. In 2010 stonden in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem verhalen van immigranten centraal. Onder de noemer Nieuwe Buren vonden diverse presentaties plaats. Een ervan was te zien in een bijzonder gebouwtje, het Indisch achtererf, waar bezoekers (opnieuw) kennis konden maken met Mary Brückel-Beiten. In de kleine expositie Van aardappels naar rijsstafel. Mary Brückel-Beiten en de Indische eetcultuur in Nederland werd haar rol op culinair gebied opnieuw uitgelicht.

Andere kookboeken van haar hand:
  • De Hollandse en Indische rijsttafel, 1970
  • Chinees/Indisch, 1977
  • Chinees en Indisch (met Tineke de Lang-van Vught), 1989

Andere bijdragen aan de introductie van de Indische eetcultuur in Nederland

De bijdrage van Mary Brückel-Beiten aan de ontwikkeling van de Nederlandse smaak en de rol die producenten van oosterse voedingsmiddelen speelden bij de introductie van de Indische keuken in Nederland zijn aan de orde gekomen. Daarnaast zijn nog twee belangrijke factoren die eraan hebben gedragen dat de Indische keuken in Nederland meer en meer ingeburgerd raakte.

De terugkeer van tal van militairen en bestuursambtenaren na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland moet op dit gebied niet worden onderschat. Al deze mensen waren immers vertrouwd met de Indonesische keuken en wilden ook in het moederland van de pittige gerechten kunnen genieten.

Een eveneens grote bijdrage aan het succes van de Indische keuken in Nederland werd geleverd door de vele Chinees-Indische restaurants, eigenlijk de eerste buitenlandse restaurants in Nederland. Veel restauranteigenaren hadden zelf in Indonesië gewoond en wisten de Indonesische keuken prima aan te passen aan de Nederlandse smaak. Door slim in te spelen op de Hollandse zuinigheid en vooral voor een laag bedrag een grote portie eten op te dienen, maakten zij het voor de Nederlanders aantrekkelijk af en toe een uitstapje naar de Chinees-Indische keuken te maken.

Toen het Groot Indonesisch Kookboek van Beb Vuyk in 1973 verscheen, was Nederland rijp voor meer oorspronkelijke Indonesische gerechten.

Beb Vuyk (1905 – 1991)

Elizabeth Vuyk werd niet in Nederlands-Indië geboren, maar in Rotterdam. Tot haar vijfentwintigste woonde ze in Nederland, daarna vertrok ze, aangetrokken door en benieuwd naar het land van haar Madoerese grootmoeder, naar Nederlands-Indië. Daar zou ze als docente voedingsleer twee jaar werken op West-Java. Haar huwelijk bracht haar daarna korte tijd naar een afgelegen theeplantage op Midden-Java en daarna kwam ze op het geïsoleerd gelegen Molukse eiland Buru terecht. Door zowel economische als politieke ontwikkelingen keerde ze in 1940, met haar twee zoons, terug naar Java om daar als journaliste te gaan werken.

Ook Beb Vuyk maakte de Japanse bezetting mee en werd in verschillende kampen op Java geïnterneerd. In tegenstelling tot Mary Brückel-Beiten ging zij na afloop van de oorlog slechts voor korte tijd naar Nederland terug. Zodra het er veilig was, keerde zij met haar gezin weer terug naar Indonesië, om zich pas in 1958 blijvend in Nederland te vestigen.

Meer over het leven van Beb Vuyk is te lezen in het artikel Beb Vuyk en Mary Brückel-Beiten: vrouwen met lef.

Groot Indonesisch kookboek

In Nederland neemt Beb – na haar journalistieke werk in Indonesië – het schrijven van literatuur weer op. In 1973 verschijnt echter geen literair maar een culinair werk van haar hand: het Groot Indonesisch Kookboek. Dit is het eerste kookboek dat de complete Indonesische keuken in al zijn facetten laat zien. Het in 1902 verschenen Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek van J.M.J. Catenius-van der Meijden – met maar liefst 1.381 recepten een standaardwerk - was toen al te veel verouderd om nog bruikbaar te zijn. De Indische kookboeken van Mary Brückel-Beiten voorzagen in een behoefte, maar waren niet volledig.

Aan het Groot Indonesisch Kookboek ging een eerdere publicatie vooraf, getiteld Eet een beetje heet (1965). Dit boekje verhaalt over de jaren die de auteur in de Indische archipel doorbracht, met de daarbij behorende recepten; een kookboek met een autobiografische inslag. De gerechten zijn ook voor Nederlanders en in Nederland eenvoudig te bereiden. Het zal de opmaat blijken te zijn voor het Groot Indonesisch Kookboek.

Behalve de recepten biedt het boek richtlijnen voor beginnelingen in de Indonesische keuken. Ook zet het de geschiedenis van de Indonesische keuken in Nederland uiteen, worden het benodigde keukengerei (met name de tjobèk met de oelek-oelek, te vergelijken met een stamper en vijzel, zijn onontbeerlijk) en de verschillende ingrediënten besproken.

Het boek is verdeeld in vijftien rubrieken, die elk een gerechtsoort als onderwerp hebben. Elk onderwerp wordt ook weer kort ingeleid. Naast Indonesische recepten komen ook Chinese gerechten aan de orde. De recepten lopen per rubriek van eenvoudig naar ingewikkeld. Er is aandacht voor plaatselijke verschillen in de bereidingswijze en de herkomst van de gerechten. Helaas ontbreekt een alfabetisch register; wel worden per rubriek de bijbehorende gerechten genoemd.

Culinaire Klassieker

Het kookboek van Beb Vuyk werd een klassieker (het boek is opgenomen in de serie Culinaire Klassiekers), die de tand des tijds wèl wist te doorstaan. Bovendien was het ook geschikt voor gebruik in Nederland, in een tijd dat veel ingrediënten en producten minder eenvoudig verkrijgbaar waren. Wat dat betreft is het boek iets minder met zijn tijd meegegaan; in de vele herdrukken is voorbijgegaan aan het gegeven dat veel ingrediënten inmiddels veel eenvoudiger en ook vers verkrijgbaar zijn.
De recepten in het boek zijn destijds wel aangepast aan bereiding in de magnetron.

Sinds de eerste editie zijn er anno 2009 van dit boek 125.000 exemplaren verkocht. In juni 2009 verscheen de jongste editie van het kookboek, die nauwelijks afwijkt van het origineel. Alleen de vormgeving van het boek is (weer) wat eigentijdser geworden.
Het culinaire succes bezorgde Beb Vuyk – meer dan haar literaire succes – brood op de plank. Door de opbrengst kon ze in financieel opzicht een onbezorgde oude dag tegemoetzien, al lag haar hart meer bij de literatuur.

Naast haar standaardwerk voor de Indonesische keuken schreef Beb Vuyk in 1982 Vegetarische recepten uit de Indonesische keuken. Dit boek is ook tweedehands nauwelijks nog verkrijgbaar.

Lees verder

© 2009 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Tong Tong Fair brengt Indonesië dichtbijTong Tong Fair brengt Indonesië dichtbijTong Tong Fair is de huidige naam voor het grootste, jaarlijks in Den Haag gehouden, Indonesische festival in ons land.…
Variaties op de Bloody MaryVariaties op de Bloody MaryDe Bloody Mary is een van de bekendste cocktails die er bestaat. Maar kent u ook de volgende variaties op dit drankje al…
Koningin Mary I van SchotlandKoningin Mary I van SchotlandIn 1542 verslaat Hendrik VIII van Engeland de Schotten bij Solway Moss. De koning van Schotland, James V sterft enkele w…
Creatieve cocktailsEr zijn ontzettend veel verschillende soorten cocktails met verschillende soorten ingrediënten. Een algemeen bekende coc…
Bronnen en referenties
  • De smaak van verlangen, droomrecepten en verhalen uit bezet Nederlands-Indië; Cathelijne van den Bercken, Amsterdam 2007.
  • Groot Indonesisch Kookboek; Beb Vuyk, Kosmos Uitgevers, Utrecht 2009.
  • http://www.indischhistorisch.nl/thema_eetcultuur_marybruckel-beiten.htm.

Reageer op het artikel "Mary Brückel-Beiten en Beb Vuyk: smaakmakers"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 31-03-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Mensen
Special: Indische keuken en kampperiode
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!