InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Oorlog > Ondergang - Presser: Ariërverklaring / ambtsontheffing

Ondergang - Presser: Ariërverklaring / ambtsontheffing

De Duitsers gingen aan de slag met de ambtsontheffing van Joodse ambtenaren. De Joden hoorden hier geruchten over maar zeker weten deden ze het niet. Op 12 augustus 1940 werd een persoon bij het loodswezen afgewezen omdat diens vrouw 'niet arisch' zou zijn. Op 28 augustus 1940 zond dr. Wimmer een brief aan het college van secretarissen-generaal dat geen enkel Joods persoon als ambtenaar (ere-ambtenaar) mocht worden aangesteld. Het college reageerde met de mededelingen dat Nederland geen Jodenvraagstuk kende. Op 4 oktober 1940 kwam het eerste krantenbericht van Duitse zijde waarin stond dat er geen nieuwe Joodse ambtenaren kwamen en dan men ook niet hoger op kon klimmen.

De Ariërverklaring

Op 18 oktober 1940 zond B&W van Amsterdam circulaire 4176 aan de Hoofden der Openbare Onderwijsinstellingen. Hierin stond dat Joden niet benoemd, aangesteld en bevorderd mochten worden als ambtenaar. Er werden twee formulieren meegestuurd: A voor Ariërs en B voor niet-Ariërs. Dit stelde menig ambtenaar voor een conflict. Toch ondertekenden de "Ariërs" formulier A en de Joden formulier B.

protest van scholen

Bij een christelijke school in Den Haag hebben alle onderwijzers geweigerd om te tekenen. Het Amsterdams Lyceum heeft de Ariërverklaring nooit ingeleverd; toch werden de Joodse docenten uit hun ambt ontheven.

protest van universiteiten

De universiteiten voerden twee acties uit. De eerste actie was een verzoekschrift aan Seys-Inquart dat door circa de helft van de Nederlandse hoogleraren was ondertekend. Hierin stond dat discriminerende maatregelen geen probleem zouden oplossen maar zouden scheppen. De tweede actie was de Ariërverklaring te ondertekenen onder protest. Dit werd door 60 hoogleraren gedaan.

protest van kerken

Ook de kerken voerden protest maar niet alle kerken deden mee. Herzberg merkte op dat het protest van de kerken schoorvoetend en bedachtzaam ging. Zo stelde ds. J.J. Busket een getuigenis op tegen de Joden discriminatie. Deze werd in vele kerken voorgelezen behalve in de Gereformeerde en Christelijk Gereformeerde Kerken. Ook ontbrak de handtekening van de beide Lutherse kerkgenootschappen onder de getuigenis van ds. Busket.

Ontslagen uit overheidsdienst

Met de Ariërverklaring werden de Joden uit de overheidsdienst ontslagen. Het ging niet allemaal tegelijk. Soms leidden de ontslagen tot protest zoals bij het ontslag van de hoogleraren Van Dantzig, Waterman en Josephus Jitta in Delft. Ook in Leiden was verzet waar de professoren Meyers en David en lector Gans de universiteit moesten verlaten. Professor Cleveringa hield een toespraak uit protest. Een dag later werd hij aangehouden en zat hij acht maanden in de gevangenis. De universiteiten van Delft en Leiden werden door de Duitsers gesloten. Ook op de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Wageningen werden Joodse professoren ontslagen. Op middelbare scholen werden Joodse docenten verwijderd. Joodse ambtenaren werden vervangen door niet-Joodse ambtenaren. Vele ere-ambten bleven onvervuld. De ontslagen Joodse ambtenaren behielden wel hun salaris. Velen van hen gingen weer ander werk verrichten. Zo gingen hoogopgeleide Joden boeken schrijven of een nieuwe studie beginnen. Toch waren ook vele Joden ontgoocheld door de nieuwe situatie. Het aantal Joodse ambtenaren dat werd ontslagen was nauwelijks 1% van de 200.000 ambtenaren die er in totaal waren.

Anordnung

Op 23 december 1940 maakten de Duitsers aan mr. Frederiks, secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 maart 1931 tot mei 1945, bekend dat de Anordnung betreffende de Joden niet goed was begrepen. De Joden moesten ontslagen worden en niet alleen van de waarneming van hun functie ontheven worden. Mr. Frederiks kwam met een viertal tegenargumenten:
  1. Ontslag was geen Anordnung.
  2. Joden bleven jaargeld houden.
  3. De Duitsers hadden zelf in de pers gemeld dat het geen ontslag betrof.
  4. Anordnung beoogde alleen 'deutschfeindliche Elemente" te ecarteren.

Mr. Frederiks raadde de Duitsers af om tot ontslag over te gaan. De Duitsers zeiden: geen ontslag dan ook geen uitkering; wel ontslag dan een geringe uitkering. De Rijkscommissaris wilde in individuele gevallen een aanvulling van de uitkering overwegen.

Lees verder

© 2014 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
WOII in Nederland: bezetting, vervolging en bevrijdingWOII in Nederland: bezetting, vervolging en bevrijdingOp 10 mei 1940 kwam er, door de inval van Duitse troepen, voor Nederland een eind aan een periode van meer dan 100 jaar…
De ondergang van het schip de TitanicHet verhaal van de ondergang van de Titanic is enorm bekend geworden dankzij de gelijknamige film met Leonardo DiCaprio…
Het Bijbelboek Ezechiël‘Ik profeteerde zoals hij mij gezegd had, en de lichamen werden met adem gevuld. Ze kwamen tot leven en gingen op hun vo…
Euro minder waard: voordelen koersdaling euroEuro minder waard: voordelen koersdaling euroDe euro werd sinds haar oprichting al vrij snel beschouwd als een van 's werelds reservemunten, naast de dollar, de Zwit…
Boekenweekgeschenk door de jaren heenBoekenweekgeschenk door de jaren heenSinds 1932 wordt in Nederland het boekenweekgeschenk uitgegeven. Samen met de bekende albums van Verkade is het een geli…
Bronnen en referenties
  • Ondergang - J. Presser

Reageer op het artikel "Ondergang - Presser: Ariërverklaring / ambtsontheffing"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 09-07-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Oorlog
Special: Ondergang - Presser
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!