InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Oorlog > Modern Israël: WO II en einde Britse Mandaat

Modern Israël: WO II en einde Britse Mandaat

Modern Israël: WO II en einde Britse Mandaat Tijdens de Tweede Wereldoorlog mochten slechts weinig Joden Palestina binnenkomen. De Britten handhaafden een strikt beleid. Tussen juli 1934 en september 1939 wisten 15.000 'illegale' immigranten Palestina binnen te komen. In 1940 kwamen nog 10.643 Joden Palestina binnen. In 1941 waren dat nog maar 4.592 en in 1942 slechts 4.206. Ook de land aankopen werden beperkt. Alleen in de Kustvlakte werd nog wat land aankoop toegestaan in 1940. In het overgrote deel van Palestina werd dat verboden. Joden die zijn vermoord in Europa: Polen: 2.600.000; Rusland: 750.000; Roemenië 750.000; Hongarije: 402.000; Tsjecho-Slowakije: 277.000; Duitsland 180.000; Nederland: 106.000; Litouwen: 104.000; Frankrijk 83.000; Letland: 70.000; Oostenrijk 65.000; Griekenland: 65.000; Joegoslavië: 60.000; Bulgarije: 40.000; België: 28.000; Italië: 9.000; Denemarken: 100.

Palestina WOII – Britten in Midden Oosten

Palestina tijdens Wereldoorlog II. De Britten waren zeker van hun zaak in het Midden Oosten. Maar in Europa boekten de Nazi's succes. Dit lukte ook in Noord-Afrika en Syrië. Toch was de Britse positie niet hopeloos. Italië was in Libië niet sterk. De Britten versloegen hen in de winter van 1940-1941. Maar het succes duurde niet lang. De Duitsers drongen de Britten terug tot Alexandrië. Als deze stad zou vallen, zouden het Suezkanaal, Palestina en Syrië ook onhoudbaar worden.

Britten kregen weinig steun van Arabische bondgenoten

De Britten kregen weinig steun van Arabische bondgenoten. Zelfs toen Alexandrië gebombardeerd werd wilden de Egyptenaren Italië niet de oorlog verklaren. De Egyptenaren waren zelfs van plan met de As-mogendheden te collaboreren. Koning Farouk zag de Duitsers als bevrijders en leverde hen informatie over het Britse leger. In Irak werd een anti-Britse overheid geïnstalleerd o.l.v. premier Rashid Ali. De regering vroeg om Duitse bescherming. Die gaf Adolf Hitler ook. De Britten waren zo genoodzaakt om de Iraakse regering omver te werpen. Ook Vichy Syrië werd aangevallen door de Britten.

Moefti pro-Duits

De Moefti was een bewonderaar van Adolf Hitler. De Moefti moest, toen de Britten de Iraakse regering hadden getorpedeerd, van Irak naar Iran en later naar Turkije vluchten. Vanuit Ankara nam hij een Duits vliegtuig naar Rome om te worden ontvangen door Mussolini. Er werd afgesproken dat de As-mogendheden (Duitsland en Italië) zouden helpen bij de eliminatie van het Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Vanuit Rome vertrok de Moefti naar Berlijn alwaar hij een ontmoeting had met Adolf Hitler. Hitler wilde geen Arabisch land bezetten maar alleen het Palestijnse Jodendom uitroeien. De Moefti zou de officiële woordvoerder worden voor de Arabische wereld. Hij riep moslims op om zich tegen de geallieerden te verzetten. In Joegoslavië rekruteerde hij Bosnische moslims die onder Duits bevel aan het Russisch front vochten.

Joden bleven Groot Brittannië loyaal

Weizmann gaf vier dagen vóór de oorlog in een brief aan Chamberlain te kennen dat de Britten op Joodse steun konden rekenen. David Ben Goerion wilde tegen de Britten strijden, maar hij kreeg geen steun van de Jewish Agency Executive.

De Jewish Agency mobiliseerde de bronnen van de Jisjoev voor oorlogsdoeleinden. Er werden antitankmijnen, wapenonderdelen, tankmotoren, e.d. geproduceerd. Zo'n 63% van de Joodse arbeidskrachten hielden zich bezig met defensie. Dit zou de basis gaan worden voor de Joodse economie na de oorlog in Palestina.

De Va'ad Leumi wist 136.000 Joodse mannen en vrouwen voor de nationale dienst te ronselen. Het ging niet alleen om vechten tegen de Nazi's, maar ook om de Britten te herinneren aan de Zionistische zaak. Men hoopte onder eigen vlag te vechten maar de Britten stonden dit niet toe. Ze waren bang dat dit tot een nieuwe Arabische opstand zou leiden. Maar toen Churchill in Groot Brittannië aan de macht kwam ging de Britse regering akkoord met de vorming van een Joods leger. Toen Lord Lloyd evenwel plotseling stierf en werd vervangen door Lord Moyne, stelde Churchill het plan van een Joods leger weer uit. In de tussentijd vormden Joden kleinere Palestijnse eenheden. Engeland wilde echter gemengde Arabische Joodse compagnieën die naar het westelijk front gezonden zouden worden. De Jewish Agency vond het een belediging maar ging toch akkoord. Joden werden naar Frankrijk gestuurd voor reparatie en onderhoudswerk. Nadat Frankrijk door Duitsland was verslagen gingen de Joden weer terug naar Palestina om als grondpersoneel voor de RAF te werken. In augustus 1942 mochten 18.000 Joden hun eigen Joodse bataljons vormen.

Naast deelname in het Britse leger hadden de Joden een eigen militaire rol met de Hagana. Het hield zich zowel bezig met de oorlog als clandestiene trainingsactiviteiten. De Britten arresteerden de beste officieren van de Hagana, zoals Moshe Dayan en Moshe Carmel. Toen het de Britten in de oorlog slecht ging door de Blitz Krieg werden ze soepeler t.a.v. de Hagana. De Hagana ging de Britten helpen bij het saboteren van bruggen en tunnels in Libanon, Syrië, Turkije en Iran. Maar de beste Joodse strijders zaten in het Britse leger. Alleen veteranen van de commandotroepen van Jitschak Sade en de Special Night Squads waren actief. Er was noodzaak voor een permanente gemobiliseerde Joodse strijdkracht. Die kwam er met de Palmach (Plugot Machaz – Aanval Compagnieën). Eén van de doelen was de Jisjoev te beschermen tegen Arabische aanvallen zodra de Britten uit Palestina zouden vertrekken. Ook zouden legers van de As-mogendheden aangevallen worden mochten die Palestina zouden binnenvallen. Commandant van de Palmach was Jitschak Sade. Toen de situatie in de Levant verslechterde voor de Britten werd de hulp van de Hagana (Palmach) ingeschakeld. Er werden verschillende acties (zoals in Syrië) uitgevoerd met wisselend succes. De Palmach kreeg van de Hagana haar eigen bases in kibboetsiem Ginnosar en Beth Oren voor extra training. Britse officieren gingen Palmach eenheden in een special task force organiseren om de Nazi dreiging te weerstand. Er werd een enclave gemaakt in de Karmel vanwaaruit aanvallen tegen Nazi troepen konden worden uitgevoerd. De Britten keurden het plan goed. Duits en Arabisch sprekende Joden werden geselecteerd voor spionage en sabotage werk. Maar het Karmel Plan kwam nooit tot uitvoering. De Nazi's o.l.v. Rommel bereikten Palestina niet en werden verslagen door Montgomery's Eight Army. De Britten sloten de Palmach bases en namen de wapens van de Palmach weer in beslag. Toen de Palmach in een overheidsarsenaal inbrak om de wapens terug te eisen werd de Hagana weer illegaal verklaard. De Joodse defensie ging weer ondergronds. Ze had veel geleerd van hoe een gewoon Europees leger functioneerde en wat haar kracht en beperking was. Palmach commandanten werden geleerd om op eigen initiatief te handelen. Ook verrassings- en preventieve aanvallen waren belangrijk.

Palestina WOII – redden van Joden

Palestina tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de Jisjoev was het redden van Joden in het buitenland even kritiek als het overleven van het Joods Nationaal Tehuis. Na de White Paper van 1939 vond er illegale immigratie plaats van Joden uit Europa naar Palestina. De Duitsers moedigden dit aan maar de Britten zagen het als een Vijfde Colonne omdat het de veiligheid van Palestina zou ondermijnen. Joden mochten geen land kopen en konden slechts vijf procent van Westelijk Palestina bewonen.

Illegale Joodse immigranten weggebracht naar Mauritius – drama met schip Patria

In november 1940 arriveerden zo'n 1900 illegale Joodse immigranten in Palestina. De Britten waren van plan de vluchtelingen naar het eiland Mauritius in de Indische Oceaan te brengen om ze daar gedurende de oorlog te interneren. De Hagana trachtte dit te voorkomen door een klein gat in het schip Patria te maken m.b.v. een kleine explosie om zo de passagiers gedwongen uit het schip te laten halen. Maar de explosie op 25 november 1940 zorgde ervoor dat het schip meteen zonk. Er kwamen 240 Joden en een tiental Britse politiemannen om. Een maand later kwam het schip SS Atlantic in Haifa aan met 1600 Joodse vluchtelingen uit Europa. Zij werden meteen naar Mauritius doorgevaren. Een paar weken later meerde de SS Salvador aan in Haifa met 350 uitgeputte Joden. Ze kregen het bevel terug te keren naar Bulgarije. Maar het schip kapseisde onderweg en er waren slechts 70 overlevenden. De Britten maakten de blokkade steeds strenger zodat immigratie vanuit zee werd stopgezet.

Drama met de SS Struma

Toch zou er nog een schip proberen Palestina te bereiken. Dit was de SS Struma. Op het schip zaten 769 vluchtelingen. De motor van het schip functioneerde niet goed. De Joden vroegen de Turkse regering om asiel maar dit werd afgewezen. Het schip bleef in de haven van Istanboel waar de passagiers honger leden en in paniek waren. Het Jewish Agency vroeg de Britten de Joden tijdelijk toegang te verschaffen tot Palestina waarna ze verder getransporteerd zouden kunnen worden naar Mauritius. De Britten weigerden. De Turken gaven opdracht de SS Struma weg te slepen. Vijf mijlen van de kust zonk het schip. Er kwamen 428 mannen, 296 vrouwen en 70 kinderen om.

Eerste berichten over massamoorden in Duitsland

De Duits Joodse schrijver Thoma Mann kwam op de BBC radio met de eerste onbevestigde berichten van massamoorden door de Nazi's. Dit was gedurende december 1941 en januari 1942. In augustus 1942 werd Washington op de hoogte gebracht van gaskamers en crematoria door de Poolse regering in ballingschap. Spoedig volgenden er meer berichten. Het State Department legde een ban op verdere berichtgeving via diplomatieke kanalen. Joodse verzoeken om redding werden zowel door Washington als Londen afgewezen omdat geld in handen van de vijand zou kunnen vallen of omdat Duitsland en haar bondgenoten dan wettelijk verlicht zouden worden om al hun inwoners te steunen. Ook andere pogingen om Joden in veiligheid te brengen werden door Washington en Londen geblokkeerd. In april 1943 werd wel een conferentie in Bermuda gehouden om oplossingen te vinden voor het vluchtelingenprobleem. Er werden verschillende eilanden voorgesteld zoals Brits Guinea, Mindamao en Sesua (Dominicaanse Republiek). Palestina werd echter buiten beeld gehouden. De Britten stonden nog wel toe dat een paar duizend Joodse kinderen uit de Sovjet Unie Palestina binnen konden komen.

Hongaarse Joden

Op 19 maart 1944 bezetten de Nazi's Hongarije. Joel Brand van het Hongaars Joodse Redding Comité regelde een ontmoeting met Adolf Eichmann. Eichmann deed een voorstel: de 800.000 Hongaarse Joden zouden Hongarije vrij kunnen verlaten als de geallieerden 10.000 vrachtwagens, 1000 ton koffie en 1000 ton zeep zouden leveren. De Britten werkten hier niet aan mee en in juli 1944 werden 434.000 Hongaarse Joden naar Auschwitz gebracht en vermoord. De rest werd gered toen het Rode Leger Hongarije binnentrok.

Reddingswerk door de Hagana

De Hagana slaagde erin een paar duizend Joden uit het Midden Oosten via Irak en Transjordanië Palestina binnen te smokkelen. Er werden reddingskampen opgezet langs Bedoeïenen karavaanroutes waarbij Arabieren werden omgekocht om de vermomde Joodse passagiers te transporteren. Ook werden er clandestiene reddingsoperaties in Noord-Italië en de Balkan uitgevoerd. De Hagana stelde de Britten voor om Joden in Europese landen waar ze gewoond hadden met parachutes te droppen om als geheim agenten of organisatoren van verzet te opereren. De Joden werden door de Britten in een speciaal kamp in Caïro getraind. Eén van de beroemdste agenten was Chana Szenes, een Hongaarse Jodin. Ze werd gevangen genomen door de Hongaarse politie en gemarteld door de Gestapo en daarna gedood. Een andere Jodin, Chaviva Reik, hielp mee een Joodse ondergrondse eenheid in Slowakije op te zetten en richtte ook een doorgangskamp op. Ook zij werd uiteindelijk gedood. Hetzelfde lot overkwam Enzo Sereni in Italië.

Engels-Zionistische diplomatie gedurende de oorlog

Zionisten probeerden methoden te vinden het vluchtelingenprobleem op te lossen. H.S. John Philby, een Brit en vriend van Ibn Saoed, kwam met het idee om heel Palestina aan de Joden te schenken en om voor 20 miljoen Pond de Palestijnse Arabieren in het koninkrijk Saoedi Arabië te vestigen. De Zionisten waren sceptisch maar bereid het idee te onderzoeken. Ibn Saoed was voorzichtig geïnteresseerd. Dit gold ook voor de Britse premier Churchil. Maar uiteindelijk ging Ibn Saoed niet akkoord. Toch was Churchill bereid om de toekomst van Palestina opnieuw te onderzoeken. Het Morisson Comité kwam met een nieuw verdelingsplan van Palestina. Het plan was gunstig voor de Joden maar Churchill wilde dat het pas na de oorlog zou worden uitgevoerd. De Zionisten zagen in dat Churchill een loyale vriend was. Dat kwam ook tot uiting in Zionistische deelname bij de strijd in Europa. De Joodse Brigade ging samen met de British Eight Army in Italië strijden. Deze ervaring zou samen met het Hagana reservoir van getrainde strijders later van pas komen in de strijd tegen de Britten en de Arabieren in Palestina. Maar Weizmann en andere gematigde krachten beschouwden de Brigade als een betekenisvolle verandering van het Britse beleid in de Jisjoev.

Palestina WOII – Joodse militanten (Lechi)

De verwachting dat de Britten hun beleid zouden wijzigen was prematuur. De vriendschap van Churchill met de Zionisten werd ondermijnd door het pro-Arabische element binnen het ministerie van buitenlandse zaken. Het oorlogskabinet van de Britten besloot om pas ná de oorlog een beslissing te nemen over Palestina. Ondertussen kregen de Joden het in Europa heel moeilijk, bleven de grenzen van Palestina voor de Joden dicht en nam de VS weinig Joodse vluchtelingen op.

David Ben Goerion pleit voor Joodse staat

Ben Goerion keek aanvankelijk tot mei 1940 naar compromissen om het Palestijnse vraagstuk op te lossen. Hij nam een verdeling als uitgangspunt voor discussies en zelfs de mogelijkheid van een beperkte binationale staat. Maar door de Joodse tragedie in Europa pleitte hij vanaf 1942 voor Zionistische soevereiniteit in Palestina. In de VS werd in New York (9-11 mei 1942) een conferentie gehouden waarin de grieven van de Joden tegen de Britten geventileerd werden. In het Biltmore Program werd gepleit voor een Joodse gemenebest in Palestina.

Privé nam David Ben Goerion nog een extremer standpunt in: heel Palestina onder Joods zelfbestuur. Zo nodig zou geweld mogen worden gebruikt om dit doel te bereiken. Maar de Zionisten waren geen grote internationale macht. Bovendien verschilde het standpunt van Ben Goerion met die van Weizmann hoewel in 1937 Weizmann nog een staat wilde die heel Palestina omvatte. Maar later dacht Weizmann meer in termen van een ononderbroken stroom van Joodse immigranten die langzaam een meerderheid zou worden en een autonome entiteit in Palestina zouden vestigen. Ben Goerion zag het 'Biltmore Program' meer als een mandaat voor een onmiddellijke oprichting van de Joodse staat zodat honderdduizenden Joden in korte tijd Palestina binnen konden komen. De Zionist Actions Committee accepteerde op 19 november 1942 het 'Biltmore Program' met overweldigende meerderheid. Weizmann raakte door de overwinning van Ben Goerion steeds verder uit beeld.

Groei van de Jisjoev

Tussen de twee wereldoorlogen groeide de Jisjoev van 85.000 (10% van de bevolking) tot 560.000 in 1946 (32% van de bevolking). Tussen 1939 en 1947 werden 94 nieuwe dorpen opgericht (de helft ervan tijdens de Tweede Wereldoorlog). In totaal waren er nu 328 nederzettingen met 116.000 inwoners. Het aantal Joodse industriële arbeiders groeide tussen 1937-1943 van 20.000 naar 46.000. De industriële omzet groeide van 7,9 miljoen Pond in 1937 tot 37,5 miljoen Pond in 1943. De Britten negeerden de Joodse bijdrage aan de economie van Palestina en wilden de levensstandaard van de Arabieren verhogen. Ben Goerion en zijn collega's reageerden woedend. De Arabieren hadden niets gedaan om de Britten te steunen. Joodse ondergrondse organisaties gingen nu infiltreren in verschillende Britse militaire bases en namen lichte wapens en munitie in bezit. De Britten traden hard op en veroordeelden Joodse smokkelaars tot lange gevangenisstraffen. De Joodse fanatiekelingen wilden niet langer de Zionistische discipline accepteren nu Joden in Europa werden uitgeroeid en de Britten de grenzen van Palestina sloten voor Joodse vluchtelingen.

Lechi (Vechters voor de Vrijheid van Israël)

De meest extreme Joodse ondergrondse organisatie was Lechi. Deze bestond uit nauwelijks meer dan 300 leden. Lechi was ontstaan ten tijde van de Arabische opstand van 1936-1939. De oprichter was Avraham Stern, een Poolse Jood. Hij werd beïnvloed door het Fascisme van Mussolini in Italië en zag Britse aanwezigheid in Palestina als groot struikelblok voor de toekomstige ontwikkelingen van het Joods Nationaal Tehuis. Lechi ging verder dan de Irgoen (Etsel) in haar strijd tegen de Britten. In 1941 probeerde Stern zelfs contact te leggen met Nazi-Duitsland, Otto von Hentig in Syrië, in de hoop een deal te sluiten tegen de Britten in Palestina. Een bomaanslag op een Britse inlichtingenofficier mislukte en in plaats daarvan kwamen twee Joodse politieagenten om. Een paar weken later werd Avraham Stern zelf door de politie doodgeschoten. Dit betekende overigens niet het einde van de Stern groep (Lechi). Veel leden kwamen uit Oost Europa en hadden gezien hoe heel hun families door de Nazi's vermoord waren. Eliahu Chakim, één van de aanslagplegers op Lord Moyne (zie verderop), had het schip de Patria zien zinken en kon deze tragedie nooit vergeten. Na 1942 was Lechi ervan overtuigd dat geweld de enige oplossing was om de Britten uit Palestina te verjagen. Er werden willekeurige Britse agenten doodgeschoten. Ook kwamen Lechi leden zelf om bij vuurgevechten. De Britten voerden een streng beleid uit en arresteerden veel Joden. Ook werd de doodstraf uitgevoerd. Toch ging Lechi door en schoten Lord Moyne in Caïro dood. Twee jonge Stern leden werden schuldig bevonden en opgehangen. De hele Zionistische gemeenschap, op een enkeling na, was geschokt door het geweld van Lechi. De Hagana ging zelfs tegen Etsel (Irgoen) en Lechi strijden. Maar de schade voor de Zionisten was al groot. Joden en Britten hadden geen respect meer voor elkaar.

Einde Mandaat – Joodse vluchtelingen

Maanden na de Tweede Wereldoorlog werd de balans opgemaakt. Er waren 6 miljoen Joden vermoord. Het beleid van generaal Eisenhouwer was om de Joodse overlevenden terug te sturen naar hun land van herkomst. Maar de meeste Joden kwamen uit Oost Europa en wilden niet in handen vallen van de vijandige Polen, Oekraïners, Roemenen, etc. Het antisemitisme in Oost Europa was nog volop aanwezig.

Joodse vluchtelingen naar gerenoveerde voormalige concentratiekampen

In 1946 bereikten 100.000 Joodse vluchtelingen Duitsland waar ze verbleven in gerenoveerde voormalige concentratiekampen. Ze kregen voedsel, kleding en medische verzorging van het Amerikaanse leger aangevuld door Joods filantropische bronnen. Psychologisch gezien was het verblijf in de voormalige concentratiekampen onverdraaglijk voor de Joodse vluchtelingen. Ze wilden ontsnappen. De Britten handhaafden echter nog de immigratie beperking naar Palestina. De Britse socialisten waren echter de Zionisten wel gunstig gestemd. Bij een bijeenkomst in 1944 van de Britse Labour Partij werd zelfs voorgesteld Palestina Joods te maken en de Arabische bevolking naar buurlanden over te brengen.

De Jisjoev kreeg hoop toen de Labour Partij in 1945 in Engeland de verkiezingen won. Ook was de Jisjoev inmiddels gegroeid tot 560.000 Joden in 1944. Ben Goerion ging naar Londen met het Biltmore Program zonder de eis van uiteindelijke soevereiniteit maar wel het verzoek de 100.000 Joodse vluchtelingen onmiddellijk toegang te verlenen tot Palestina. Maar George Hall, de nieuwe minister van Koloniale Zaken, verwierp het verzoek van Ben Goerion. Een paar weken later kregen slechts 2000 immigranten toestemming met een extra van 14000 elke maand mits de Arabieren hiermee akkoord zouden gaan.

Groot Brittannië wil Arabische wereld te vriend houden

In 1945 was Groot Brittannië virtueel bankroet door de oorlog. De Britten hadden op vijf continenten gestreden en hadden meer geleden onder vijandelijkheden dan andere geallieerden. Er was nauwelijks geld terwijl de Labour Partij juist een groot sociaal voorzieningen programma wilde opzetten.

Groot Brittannië wilde verzekerd zijn van olie dat belangrijk was voor de Britse industrie en veel buitenlandse valuta opleverde. De Britse oliemaatschappijen waren geconcentreerd in het Midden Oosten (Iran, Kirkukveld in Irak, Koeweit en Qatar). De oliepijpleidingen waren kwetsbaar voor sabotage. Daarom wilden de Britten de Arabieren te vriend houden.

Naast olie was ook de geopolitieke strategie voor Groot Brittannië belangrijk. De Britten wilden de Fransen uit Syrië en Libanon hebben. Ook begon de Sovjet Unie een gevaar te vormen voor de Britse militaire en economische hegemonie in het Midden Oosten. De Sovjets steunden de communisten in Griekenland en stelden harde territoriale eisen aan Turkije. Ook waren ze actief in Noord Iran. Minister van buitenlandse zaken Bevin wilde invloed van de Britten in de Perzische Golf (oliebelangen) en het zuidelijke Midden Oosten bij de Middellandse Zee beschermen. Al onder Churchill na 1942 wilden de Britten invloed uitoefenen op een Arabische confederatie. In maart 1945 werd de Arabische Liga opgericht maar was nauwelijks een instrument waar de Britten op gehoopt hadden. Een andere methode was om Britse garnizoenen in Egypte, Soedan en Irak te evacueren. De Britten hoopten dat ze mochten terugkeren ten tijde van oorlog en oorlogsdreiging.

De Palestijnse kwestie

Wat betreft het Palestijnse vraagstuk was Bevin geen onbekende. Hij stelde een nieuw comité van kabinetsministers en experts op buitenlandse zaken samen. Dit comité bracht in september 1945 een rapport uit. De groep werd sterk beïnvloed door een rapport van de Royal Institute of International Affairs van februari 1944 waarin de nadruk werd gelegd op Arabische vriendschap. De leden van de Labour Partij werden in verlegenheid gebracht door het advies van het comité en haar eigen toewijding aan het Zionisme. Het comité stelde voor om een kleine quotum van Joodse immigranten toe te staan, maar een deling van Palestina was onacceptabel. Bevins plan was om Washington te overtuigen verantwoordelijkheid te nemen m.b.t. de Joodse vluchtelingen.

Einde Mandaat – VS en Joodse vluchtelingen

De regering Roosevelt maakte zich druk om de Joodse vluchtelingen in Europa maar dit leidde niet tot verlichting van de Amerikaanse immigratie quota. Wel probeerde ze af en toe met de Britten te overleggen de White Paper te wijzigen. Ook werd Ibn Saud benaderd om een vriendelijkere houding ten aanzien van de Joodse kwestie in te nemen. Hij weigerde echter om het Philby schema te accepteren.

State Department: Palestina onder VN-beheer

Begin 1945 begon het State Department anti-Zionistisch te worden. Het State Department zag Zionistische activiteiten als grootste bedreigingen voor vriendschappelijke relaties tussen de VS en landen uit het Nabije Oosten totdat er een oplossing was bereikt. Het State Department voerde een aantal onderzoek studies uit naar de kwestie Palestina, o.l.v. Gordon P. Merriam, en kwam tot de conclusie dat Palestina onder beheer van de Verenigde Naties moest komen. Dit zou ertoe leiden dat de Joodse immigratie en landeigendom beperkt zouden moeten blijven. President Roosevelt ondersteunde dit idee. In gesprekken met Ibn Saud kon Roosevelt hem echter niet overtuigen Palestina te gebruiken als opvang voor Joodse vluchtelingen. Roosevelt zei vervolgens dat hij niets in Palestina kon bereiken.

President Truman gevoeliger voor binnenlandse politieke druk

Harry Truman, de nieuwe Amerikaanse president, bleek gevoeliger voor binnenlandse politieke druk. En deze kwam ook van het Amerikaans Zionisme. Truman werd door Attlee en Bevin beschuldigd van steun aan Joodse immigratie ingegeven door binnenlandse politiek. Maar Truman was ook pro-Zionistisch. Op 24 juli 1945 schreef Truman aan Churchill dat hij hoopte dat de Britten de beperkingen van de White Paper zouden opgeven. Churchill kon geen antwoord geven omdat hij de verkiezingen in Groot Brittannië verloor. Truman vroeg Earl G. Harrison een studie te verrichten naar de omstandigheden van de Joodse vluchtelingen.

Onderzoek Earl G. Harrison

Earl G. Harrison kwam tot de conclusie dat minstens 100.000 Joden naar Palestina geëvacueerd moesten worden. Truman nam deze conclusie over en schreef hierover een brief naar Attlee. Attlee werd overrompeld door de brief en het duurde tweeënhalve week voor Bevin en het Kantoor van Buitenlandse Zaken met een antwoord kwamen. Hierin stond dat de Joodse vluchtelingen niet meer geleden hadden dan de niet-Joodse slachtoffers van de Nazi's. Er werd voorgesteld om de overlevenden naar Philippeville en Felade in Noord Afrika te verschepen waar kampen waren waar zo'n 35.000 personen konden worden opgevangen. Groot Brittannië was bang dat als Joodse vluchtelingen naar Palestina gebracht zouden worden het Midden Oosten in vlammen op zou gaan.

Fysiek verzet door de Zionisten

In reactie op het Brits beleid ging de Hagana samenwerken met Etsel en Lechi. Er werden Britse installaties aangevallen. Er werden overal wapens vandaan gehaald. Ook had de Hagana geheime wapenfabriekjes opgericht waarin granaten, mijnen en lichte automatische geweren werden gefabriceerd. Vooral Etsel en Lechi slaagden erin succesvolle aanvallen uit te voeren tegen de Britten. In oktober 1945 werden verschillende honderden illegale Joodse immigranten uit een Britse detentiekamp 'bevrijd'. In dezelfde maand voerden Hagana en Etsel een gezamenlijke actie uit tegen het Britse spoornetwerk op 200 verschillende plekken in het hele land waardoor Britse troepenbewegingen werden verlamd. De Hagana vernietigde ook Britse marine motorsloepen die werden gebruikt om vluchtelingenboten te onderscheppen. Verder werden sabotage acties uitgevoerd tegen Britse vliegvelden, radarstations en vuurtorens. De Britten brachten versterkingen naar Palestina. De kust blokkade van Palestina werd versterkt. Ook kwamen vergeldingsmaatregelen tegen burgers die hard ondervraagd werden. Maar de Joden hadden een goed inlichtingennetwerk en kenden alle geheimen van de regering en militaire plannen van de Britten.

Einde Mandaat – Anglo-American Committee

De Britse regering Attlee stelde een nieuw compromis voor aan president Truman. Er moest een gezamenlijk Anglo-Amerikaans Comité komen die de tragedie van de Joodse vluchtelingen moest onderzoeken en met een oplossing moest komen. Truman stelde wel als voorwaarde dat alleen Palestina het alternatief mocht zijn. De Britten wilden echter noch dat de Joden uit Europa verdreven zouden worden noch dat Palestina alleen de oplossing zou bieden.

Anglo-American Committee

De eerste ontmoeting van het comité vond plaats in Washington. Joodse en Arabische getuigen werden in New York gehoord. De Arabieren verweten dat Joodse politiek voorspraak het beleid van de VS bepaalde. De Zionisten vielen Groot Brittannië aan alsof de Engelsen voornamelijk schuldig waren aan de Joodse tragedie in Europa. In januari 1946 kwam het comité bijeen in Londen. Minister van BuZa van Groot Brittannië, Bevin, zei geen oplossing te zien in raciale staten in Palestina. Opnieuw werden Zionisten gehoord, maar ook anti-Zionisten die een bloedbad voorspelden in Palestina als er meer Joden zouden worden toegelaten. Dit werd beaamd door Britse ambtenaren in het Midden Oosten. Dezelfde visie hadden Arabieren die gehoord werden.

De Arabische gemeenschap in Palestina was in het nadeel bij de getuigenissen omdat de gemeenschap nog niet was hersteld van de Arabische onlusten die hadden plaatsgevonden tussen 1936-1939. Maar aan de vooravond van de komst van het Anglo-Amerikaans Comité in Jeruzalem ging de familie Hoesseini akkoord met het opnieuw instellen van het Arabisch Hoger Comité o.l.v. de Moefti. Het Arabisch Hoger Comité nam opnieuw een hard standpunt in en verweet de Zionisten de teloorgang van de Arabieren in Palestina. Zij eiste een stopzetting van de Joodse immigratie, afschaffing van het Mandaat, verwerping van de Balfour Verklaring, en erkenning van Palestina als soevereine staat.

Het Anglo-American Comittee verhoorde ook Joodse vluchtelingen. Deze hielden een congres in München en accepteerden de uitdaging van het mobiliseren van vele immigranten naar Palestina. Er werden Zionistische activiteiten georganiseerd, zoals Hebreeuwse klassen, cursussen Joodse geschiedenis en zelfs landbouwscholen opgericht. In Palestina sprak Chaim Weizmann voor het comité. Hij gaf aan dat er geen oplossing zou zijn voor het antisemitisme zolang de Joden staatloos zouden blijven. David Ben Goerion beschreef wat de Zionisten in Palestina al bereikt hadden. Hij vond de oprichting van de Joodse staat nog belangrijker dan de opname van 100.000 Joodse vluchtelingen. De Zionisten gaven ook aan dat de Arabieren hadden geprofiteerd van Joodse economische exploitatie. Volgens Amerikaanse (Joodse) economen zou Palestina in het volgende decennium 685.000-1.250.000 immigranten kunnen opnemen. Zelfs de rivier de Jordaan zou volgens hydroloog dr. Walter Lowdermilk voldoende water kunnen leveren.

Presentatie rapport

Op 1 mei 1946 kwam het Anglo-Amerika Comité met een rapport uit. Het adviseerde dat de Joodse vluchtelingen naar Palestina zouden gaan. De Joodse immigratie mocht niet onderworpen worden aan een Arabisch veto maar mocht er ook niet toe leiden dat Joden de meerderheid zouden vormen. Vaag werd een binationale staat voorgesteld. Het rapport kreeg Amerikaanse financiële en morele steun. Londen reageerde koeltjes. Het was niet voorbereid op de komst van 100.000 Joden naar Palestina. Als het zou gebeuren dan zou er een extra Britse divisie moeten komen om de rust te handhaven. Dit zou 40 miljoen Pond gaan kosten dat er niet was. Maar de Amerikanen zetten door. Truman maakte meteen op 1 mei 1946 bekend dat 100.000 Joodse vluchtelingen naar Palestina mochten. De Britse minister van BuZa, Bevin, protesteerde hiertegen. Hij vond het onverantwoordelijk omdat Britse soldaten in deze periode gedood werden door Joodse terroristen (zoals Bevin de Joodse verzetsstrijders noemde). Attlee vond zelfs dat de Amerikanen de rekening moesten betalen. Dit betrof kosten voor transport, behuizing, onderhoud immigranten, onderdrukking van terrorisme, etc. President Truman ging hiermee akkoord. Maar Attlee wilde nog meer beraadslagingen alvorens het plan in werking te stellen. Bevin suggereerde zelfs dat de Amerikanen de 100.000 Joden naar Palestina wilde sturen om te voorkomen dat ze zich in New York zouden vestigen. De Britten waren dus feitelijk tegen het rapport.

Einde Mandaat –Joodse strijd tegen Britten

Het verwerpen van het Anglo-American Committee Report door Londen betekende één van de donkerste perioden in de naoorlogse Joodse geschiedenis. In Polen vond opnieuw een pogrom plaats tegen Joden in de zomer van 1946. Er kwamen 90.000 Poolse Joodse vluchtelingen naar de westelijke helft van Duitsland. Er kwamen ook nog eens 25.000 Joden uit de Balkan naar het westen van Duitsland. Eind 1946 zaten 250.000 Joodse vluchtelingen in kampen in Duitsland. Ondertussen verwierp ook Ben Goerion het Anglo-American Committee Report.

Joodse ondergrondse groepen vechten tegen de Britten

De strijd tussen Joden en Britten begon in 1946 erg hevig te worden. De Hagana blies elf bruggen op die Palestina met omringende landen verbonden. Tot nu toe hadden de Britten nog niet hard teruggeslagen omdat ze onder de indruk waren van de Joodse tragedie in Europa. Maar daar kwam verandering in. Op 29 juni 1946 (Black Shabbath) kwamen de Britten met een cordon en een grote zoektocht in Palestina die twee weken duurde. Heel Tel Aviv, inclusief scholen en ziekenhuizen, werden onderzocht. Veel functionarissen van de Jewish Agency werden gearresteerd en in detentiekampen geplaatst. Maar ondergrondse Joodse commandanten en wapenopslag van enige betekenis werden niet gevonden. De Jewish Agency beschouwde de aanvallen op de Britten als te gevaarlijk i.v.m. represailles. In plaats daarvan instrueerde het de Hagana zich te concentreren op illegale immigratie. Maar andere Joodse groepen zoals Lechi en Etsel wilden niet stoppen met aanvallen. Tussen september 1946 en mei 1948 werden meer dan honderd sabotage acties en dodelijke aanvallen uitgevoerd. In deze periode ging Etsel over tot het doden van Britten. Etsel (Irgoen) kwam voort uit de Hagana Beth (1931). De meeste leden waren lid van Beitar, andere jonge Revisionisten en ook extreme nationalisten van kapitalistische boerderijen en van Maccabi, de Joodse middenklasse sport beweging. Het beleid van Etsel was gebaseerd op de leringen van Ze'ev Jabotinsky: elke Jood heeft het recht zich in heel Palestina te vestigen; alleen vergelding zou Arabieren afschrikken; alleen een Joodse gewapende groepering zou een Joodse staat kunnen verzekeren.

Strijd van Etsel tegen de Britten

Vanaf het begin keurde de Jewish Agency de handelwijze van Etsel af. De Britten arresteerden veel leden van Etsel. Shlomo Ben Yosef, lid van Etsel, was de eerste Jood die in Palestina werd opgehangen (op 8 juni 1938) als straf voor een aanval op een Arabische bus. Tot de publicatie van de White Paper in mei 1939 viel Etsel geen Britten aan maar alleen Arabieren uit vergelding. Pas na de White Paper werden Britten het doelwit. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog bood Etsel de Britten steun aan. Commandant David Raziel was vrijwilliger voor het Britse leger in Irak en voerde daar een gevaarlijke missie uit. Hij werd in Bagdad opgepakt en gedood door de regering Rashid Ali. Een jaar eerder was leider Ze'ev Jabotinsky overleden. Het verlies van deze twee mannen bracht Etsel tijdelijk uit balans. Twee factoren leidden tot een opleving van Etsel: het conflict in het Midden-Oosten ebde wat weg en de kans op oorlog was afgenomen; Etsel kreeg nieuwe manschappen (Joodse deserteurs uit het Poolse leger van Generaal Wladislaw Anders dat tijdelijk in Palestina gestationeerd was). De nieuwkomers hadden vreselijke herinneringen aan Nazi-Duitsland. Ondanks de uitbreiding bestond Etsel nooit meer dan uit 2000 strijders tussen 1944 en 1948.

Etsel onder leiding van Menachem Begin

Menachem Begin werd de nieuwe leider van Etsel gedurende de meest gewelddadige periode van de organisatie. Hij was een Poolse Jood die in Litouwen in 1941 voor Zionistische activiteiten werd opgepakt. Hij zat ook in een Siberische werkkamp waar hij zich zowel fysieke als psychische moed toonde tegen de daar aanwezigen antisemieten. Een jaar later werd hij opgenomen in het Poolse leger van Wladislaw Anders. In Palestina deserteerde hij en vergezelde Etsel en werd uiteindelijk in december 1943 leider van de groep.

Onder leiding van Menachem Begin nam het aantal aanslagen van Etsel tegen Britse militaire installaties flink toe. Omdat de leden van Etsel gezocht werden door de Britten moesten ze ondergronds opereren. Na 'Black Shabbath' op 29 juni 1946 besloot Menachem Begin tot een spectaculaire operatie die Palestina en zelfs Groot-Brittannië op hun kop zette: het King David Hotel (het hoofdkwartier van de Britse Criminal Investigation Division CID) in Jeruzalem werd op 22 juli 1946 opgeblazen. Er kwamen 91 Britten, Arabieren en Joden om en 45 mensen raakten gewond. De Britten namen strafmaatregelen tegen de hele Joodse gemeenschap in Palestina. Ben Goerion was woedend op Etsel en drong erbij de Palestijnse Joden op aan leden van Etsel aan te geven bij de Britten. Later verijdelde Hagana een aanslag van Etsel op het Britse hoofdkwartier van de politie in Tel Aviv. Maar Etsel ging onverstoorbaar verder met aanvallen tegen de Britten.

Einde Mandaat – illegale immigratie

Hagana koos minder voor geweld tegen de Britten dan Etsel. Ze kwam met een effectieve methode om het Britse beleid in Palestina te ondermijnen: illegale immigratie. De Britten stonden vanaf 1946 (ondanks de White Paper van 1939) 18.000 Joodse immigranten per jaar toe. Maar er zaten nog vele tienduizenden Joden in vluchtelingenkampen in Europa. Zelfs vóór de oorlog waren de Zionisten en Revisionisten begonnen met illegale immigratie (Alija Beth) naar Palestina.

Shaul Avigur – Alija Beth

Het Alija Beth programma van 1938 werd geleid door Shaul Avigur. Na de oorlog opende hij een nieuw kantoor in Parijs in de buurt van de militaire hoofdkwartieren van de geallieerden. De Jewish Agency moest van Avigur alle Joodse vluchtelingen uit Europa naar Palestina brengen. De vluchtelingen werden niet alleen uit nood geholpen maar waren ook een politieke macht om druk uit te oefenen op het Britse immigratiebeleid in Palestina. Er kwamen Palestijnse Joden naar de vluchtelingenkampen en elders in Europa om te werken als afgezanten van de Jewish Agency. Joodse filantropen gaven geld voor transport, voedsel en kleding. Men kreeg medewerking van de Franse regering mogelijk gemaakt door invloedrijke Franse Joden, ex-leden van de Maquis, de Franse ondergrondse tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een paar Joden maakten deel uit van de Franse regering, zoals André Blumel, Jules Moch, Georges Bidault en Daniel Mayer. De Fransen waren ook nog boos op de Britten die tussen 1943 en 1945 de Fransen uit Levant hadden gewerkt en de Franse vloot bij Mers al-Kabir in 1941 tot zinken hadden gebracht. Ook waren er Britse agenten van de CID in Franse steden en havens bevrijd door het leger van Montgomery. Om die reden werkten de Fransen samen met Avigur in het veiligstellen van doortocht faciliteiten voor de vluchtelingen in Franse grens- en havengebieden en het aanbieden van politiek asiel voor leden van Etsel uit Palestina. In 1947-'48 zou het Franse leger zelfs helpen bij de Zionistische kwestie.

Joodse vluchtelingen naar Frankrijk

In de herfst van 1945 bracht de Joodse Brigade enkele honderden Joodse vluchtelingen vanuit Duitsland naar de Franse (en later Oostenrijkse) grens. Hier gingen ze over de bergpassen per voet en werden later naar de Franse en Italiaanse kust getransporteerd. Het ging om meer dan duizend vluchtelingen per maand.

Yehuda Arazi – organisator illegale immigratie

Yehuda Arazi regelde in Italië de geheime illegale immigratie. Hij was een voormalig officier bij de Palestijnse politie en later veteraan bij de Hagana. Hij vluchtte voor de Britten naar Europa. Bij het organiseren van de immigratie profiteerde hij optimaal van de chaos waarin Italië verkeerde na de oorlog. Hij was gekleed als Britse sergeant en wist zo grote hoeveelheden voedsel en uitrusting te bemachtigen van Britse militaire winkels. Hij regelde papieren en voorraden, transporteerde brandstof, huurde schepen en zeelui. De Italiaanse regering greep niet in omdat ze wrok koesterde tegen de Britse bezetting. De vluchtelingen stapten op haastig gerepareerde Italiaanse schepen. De Britse CID probeerde schepen te saboteren door zich te vermommen als Joden. Toch slaagden de meeste vluchtelingen erin te vertrekken. In Palestina wist de geheime dienst van de Hagana Britse interceptie plannen te bemachtigen en zo de blokkade te omzeilen. Tussen herfst 1945 en winter 1946 wisten 4000 vluchtelingen de kust van Palestina te bereiken.

Britten verscherpen blokkade Palestina

Begin 1946 verscherpten de Britten de blokkade zowel voor de kust van Palestina als bij de Middellandse Zeekust in Europa. Vluchtelingenboten werden tegengehouden voor de kust van Palestina en naar Cyprus gesleept. Kampen op Cyprus werden bewust heel sober gehouden met weinig water en voedsel om zo vluchtelingen op weg naar Palestina af te schrikken. Maar deze boden verzet en zo vielen er doden onder zowel de vluchtelingen als de Britten. Ook saboteerde de Hagana Britse schepen en hadden vluchtelingen spandoeken bij zich met teksten over de Holocaust. Foto's hiervan verschenen in Europese en Amerikaanse kranten en zorgden voor sympathie voor de Joden. Tussen 1945 en 1948 werden slechts 5 van de 63 vluchtelingenboten niet onderschept; 26.000 vluchtelingen kwamen in Cyprus terecht. De Zionisten gebruikten dit als wapen om de wereldopinie en de Britse belastingbetaler te beïnvloeden.

Einde Mandaat – Morrison-Grady Report

Het Joodse geweld tegen de Britten en de illegale immigratie begon invloed te krijgen op het Britse beleid. Premier Bevin begon, onder invloed van Arthur Creech-Jones, in te zien dat het vluchtelingenprobleem alleen maar in relatie met Palestina kon worden opgelost. Het Mandaat moest geherstructureerd worden. President Truman was bereid mee te helpen aan de veranderende status van Palestina. Dr. Henry F. Grady zou een beleid uitstippelen samen met de Britten (Herbert Morrison). Joodse vluchtelingen zouden een groot deel in Europa moeten worden opgevangen. Palestina zou onderverdeeld worden in een Joodse en Arabische provincie, met de Negev en Jeruzalem onder Brits bestuur. Joden en Arabieren kregen recht op zelfbestuur maar de Britten bleven de baas over defensie, buitenlands bestuur , belasting, etc.

Joden en Arabieren weigeren mee te onderhandelen over het Morrison-Grady plan

Op basis van bovenstaande aanbevelingen werden Joodse en Arabische vertegenwoordigers uitgenodigd om in Londen op 10 september 1946 over het Morrison-Grady plan te onderhandelen. De Zionisten hadden eerder in Parijs gestemd over verdeling alleen als een geschikte format voor onderhandelingen. Daarom verwierpen zij de uitnodiging. De Arabieren verwierpen ook de uitnodiging zolang de Moefti nog een persona non grata was voor de Britten en de delegatie niet mocht leiden. Het gevolg was dat de conferentie alleen bijgewoond werd door de Britten en vertegenwoordigers van Arabische landen behalve Palestina. Het Arabische standpunt was onverzoenlijk en pleitte voor een interim Palestijnse regering onder het overgangsbestuur van de Britten. De Joden zouden onder Arabisch bestuur vallen (3 Joodse ministers van de 10) en Joodse vluchtelingen uit Europa waren niet welkom. De Britten bestudeerden het Arabische voorstel. Ondertussen namen de Arabieren maatregelen tegen het Joodse geweld in Palestina: boycot van Joodse industriële producten; het blokkeren van de verkoop van Arabisch land aan Joden; financieel steunen van Arabische paramilitaire organisaties (jeugdbewegingen zoals Najjada en Futuwwa). Deze kregen wapens uit Arabische landen. In 1946 waren er al 30.000 leden.

Op 1 oktober 1946 presenteerde premier Bevin een blauwdruk voor zelfbestuur aan de Zionistische leiders. Maar er was onenigheid over de hoeveelheid Joden die Palestina binnen mochten komen. Bevin sprak over 100.000 Joden terwijl de Zionisten miljoenen Joden voor ogen hadden. Ook de Amerikanen waren niet onder de indruk van het Morrison-Grady Report. Desondanks trachten de Britten de spanning in Palestina te doen verminderen in de hoop dat de Zionisten alsnog mee zouden doen in een tweede stadium van de London Conference. Joodse dorpen werden niet meer uitgekamd en generaal Barker, die zich antisemitisch had uitgelaten na de aanslag op het King David Hotel, werd vervangen. Ook werden leiders van de Jewish Agency en honderden anderen vrijgelaten die eerder op 'Black Sabbath' waren gearresteerd. De Zionisten besloten echter alleen naar de conferentie te komen op basis van een Joodse staat. Op hun beurt eisten de Arabieren een Arabische staat met minimale inbreng van Joden in de regering. Zij gingen naar de conferentie, de Zionisten niet. Maar achter de schermen hielden Ben Goerion en Shertok onderhandelingen met Creech-Jones. Deze laatste stelde een compromis voor: als de Joden hun politieke eisen voor vijf jaar in de ijskast zouden leggen dan zou Groot-Brittannië het White Paper en het landaankoop veto niet uitvoeren. Maar premier Bevin verwierp dit idee. Er werden nog wat andere voorstellen gedaan maar er kwam geen oplossing.

Verenigde Naties

Op 14 februari 1947 verklaarde Bevin dat hij het probleem van Palestina zou voorleggen aan de Verenigde Naties. Creech Jones zei op 25 februari 1947 dat hij het advies zou vragen van de VN hoe het Mandaat bestuurd kon worden. Bevin verwachtte (misschien hoopte) dat de VN aan Groot-Brittannië zou vragen om voor politieagent te spelen in het Heilige Land.

Geweld gaat door in Palestina

Ondertussen ging Etsel door met geweld in Palestina. Ditzelfde deed Lechi. Tegelijkertijd terroriseerde de twee Arabische paramilitaire groepen hun eigen gemeenschap. Er was grote chaos in Palestina. De Britten hadden 80.000 troepen in het land wat de Britse belastingbetaler veel geld kostte. Ondanks de veiligheidsmaatregelen was de spanning zo groot dat 2000 Britse burgerpersoneel werd teruggezonden naar Groot-Brittannië. De rest bleef achter in gesloten veiligheidszones in grote steden.

Lees verder

© 2011 - 2019 Etsel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Israëlische elite eenheden: verzet tegen Britten (1946-1948)Israëlische elite eenheden: verzet tegen Britten (1946-1948)Gedurende de jaren 1946-1948 strijden drie joodse verzetsgroepen tegen het Britse Mandaat en de Arabieren in Palestina.…
Palestijnen/Arabieren & Britten medeschuldig aan Holocaustmijn kijk opPalestijnen/Arabieren & Britten medeschuldig aan HolocaustVeel mensen beweren dat de Palestijnen de prijs moesten betalen van de Holocaust. Zou er in Europa geen Joden zijn vervo…
David Ben-GurionDavid Ben-GurionInmiddels heeft Israël al vele premiers gehad. Toch was ooit een premier de eerste, David Ben-Gurion. Een man die een ni…
Oorsprong van modern islamitische JodenhaatOorsprong van modern islamitische JodenhaatDe onbeschrijflijke haat van Iran, Hamas, Islamitische Jihad en Hezbollah tegen Joden en Israël kent zijn oorsprong in h…
Boekrecensie: De dageraad - Elie WieselrecensieBoekrecensie: De dageraad - Elie WieselDe dageraad van Elie Wiesel maakt deel uit van een trilogie (De nacht, De dageraad en De dag). In tegenstelling tot 'De…
Bronnen en referenties
  • A history of Israel (From the rise of zionism to our time) - Howard Morley Sachar
  • Atlas of Israel - Martin Gilbert

Reageer op het artikel "Modern Israël: WO II en einde Britse Mandaat"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Etsel
Laatste update: 09-07-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Oorlog
Special: Geschiedenis Modern Israël
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!