InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Componist

Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Componist

Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Componist Ludwig van Beethoven kende een zeer moeizame jeugd door het overmatige drankgebruik van zijn vader en groeide hierdoor op tot een schuchter en somber mens. Ondanks de vele tegenslagen die hij op privégebied kreeg te verwerken ging het hem zakelijk gezien voor de wind en kon hij meerdere keren in zijn leven rekenen op de bescherming van diverse rijke edelen. Rond zijn dertigste kreeg Ludwig problemen met zijn gehoor waardoor hij uiteindelijk volledig doof werd en afhankelijk was van pen en papier om met mensen te communiceren. Naast zijn slechte gezondheid, met name in de laatste jaren van zijn leven, kende Ludwig ook weinig geluk in de liefde en bleef hij zijn hele leven vrijgezel.

Inhoud


De jeugdjaren van Beethoven

Ludwig van Beethoven had geen gemakkelijke jeugd gezien het drankmisbruik van zijn vader en hij kreeg een zeer gebrekkige opleiding omdat zijn toekomst volledig in het teken van de muziek diende te staan. Na het overlijden van zijn moeder nam Ludwig de zorg over zijn twee broertjes op zich en kreeg daarbij veel steun van zijn goede vriend Stephan von Breuning. Zijn muzikale genie was enorm en op twaalfjarige leeftijd werd zijn eerste compositie gepubliceerd waarna de Duitse stad Bonn al snel te klein voor hem werd.

Geschiedenis van de familie van Beethoven

De geschiedenis van de familie van Beethoven begon met de verhuizing van (opa) Lodewyk van Beethoven (1712-1733) en diens vrouw Maria Joseph Poll-Ball (circa 1714-1775) vanuit Mechelen naar de Duitse stad Bonn. In Bonn werd hun zoon Johann (1740-1792) geboren die een weinig gelukkige jeugd had aangezien zijn moeder alcoholiste was. Om Johann zo veel mogelijk bij zijn moeder weg te houden nam Lodewyk zijn zoon mee op reis door de Zuidelijke Nederlanden waarbij de kleine Johann optrad als cantor*. Na jaren van reizen vond Johann een vaste aanstelling als tenorzanger aan het hof van de Keulse aartsbisschop en trad in 1767 – op zevenentwintigjarige leeftijd – in het huwelijk met Maria Magdalena Keverich (1746-1787).

Helaas bleek het huwelijk tussen Johann en Maria weinig gelukkig aangezien Johann niet alleen de muzikale genen van zijn vader had geërfd maar ook de drankverslaving van zijn moeder. Mede door zijn drankgebruik had Johann regelmatig last van woede-uitbarstingen die Maria in de loop der jaren veranderden in een stille en teruggetrokken vrouw die zelden lachtte. Ondanks dat het huwelijk weinig gelukkig was was Maria meerdere keren zwanger, maar van de vele kinderen die zij baarde bleven alleen drie zoons – Ludwig (1770-1827), Kasper Anton Karl (1774-1815) en Nicolaus Johann (1776-1848) – in leven.

* Een Cantor was een zanger – ook wel voorzanger of leider genoemd – van de zang in de kerk. Het woord cantor was afgeleid van het Latijnse woord cantare dat zingen betekent.

Ludwig van Beethoven op dertienjarige leeftijd, schilder onbekend / Bron: Kunsthistorisches Museum, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Ludwig van Beethoven op dertienjarige leeftijd, schilder onbekend / Bron: Kunsthistorisches Museum, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Muzikale genen
Net als zijn vader en opa bleek ook de kleine Ludwig over een enorm muzikaal talent te beschikken en speelde al op jonge leeftijd met gemak diverse stukken op de piano uit zijn hoofd. Het talent van zijn oudste zoon was ook vader Johann opgevallen en hij besloot zich persoonlijk met de muzikale opleiding van Ludwig te bemoeien in de volle overtuiging van zijn oudste zoon net zo'n wonderkind te maken als de jonge componist Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Helaas betekenden de lessen van vader Johann dat Ludwig te pas en te onpas uit bed werd gehaald om voor zijn vader en (veelal) dronken vrienden piano te spelen als ze uit het café kwamen. Het tirannieke gedrag van vader Johann zorgde er voor dat Ludwig zou opgroeien tot een somber en wantrouwend mens met slechte sociale vaardigheden. Naast de muzieklessen van zijn vader volgde Ludwig ook nog een opleiding aan het zogenaamde 'Tiroconium' (de lagere school voor Latijn) die hij op negenjarige leeftijd afrondde en waarna er meteen een einde kwam aan zijn schoolopleiding aangezien vader Johann van mening was dat Ludwig de rest van zijn tijd alleen maar aan muziek diende te besteden.

Ludwig zelf baalde overigens flink van het feit dat hij alleen maar een aantal jaren lager onderwijs had gevolgd aangezien hij op latere leeftijd veel moeite had met lezen, schrijven en rekenen. Door vele boeken te lezen wist hij zijn taalvaardigheid aardig bij te spijkeren, maar met zijn rekenvaardigheid kwam het uiteindelijk nooit meer goed.

Muzikale opleiding

In het jaar dat Ludwig zijn opleiding aan de lagere school afrondde, verhuisde de bekende Duitse componist Christian Gottlob Neefe (1748-1798) naar Bonn en was bereid – op verzoek van Johann – om de jonge Ludwig muziekles te geven. Ook Neefe zag al snel in wat een enorm talent de jonge Ludwig van Beethoven had en schreef na de eerste lessen een lovend stuk over zijn leerling in het Cramers Magazin der Musik'. Op elfjarige leeftijd was Ludwig in staat om het (lastige) 'Das Wohltemperierteklavier' van de componist Johan Sebastian Bach (1685-1750) foutloos uit zijn hoofd te spelen en een jaar later publiceerde hij – met hulp van Neefe – zijn compositie de 'Dresslervariaties' (WoO 63). Weer een jaar later – Ludwig was toen pas dertien – werd zijn tweede werk de 'Kurfürsten sonata' (WoO 47) gepubliceerd en Ludwigs ster was rijzende.

Naar aanleiding van zijn twee gepubliceerde werken kreeg Ludwig in 1784 de officiële functie als vervanger van Neefe – als organist aan het hof – aangeboden en ontving daarvoor een riant salaris van 150 florijnen per jaar plus een reis naar Wenen om les te nemen bij de bekende componist Wolfgang Amadeus Mozart. Ludwig was door het dolle heen en vertrok vol enthousiasme naar Wenen maar ontving bij aankomst daar het bericht dat zijn moeder ernstig ziek was en keerde direct huiswaarts. Vermoedelijk kwam het door Ludwigs overhaastte vertrek nooit tot een ontmoeting met zijn grote voorbeeld Mozart, maar hij was wel op tijd thuis om afscheid te nemen van zijn moeder. Na het overlijden van Maria raakte vader Johann volledig de weg kwijt en weigerde voor Ludwigs jongere broertjes Kaspar en Johann te zorgen waardoor Ludwig deze zware taak op zeventienjarige leeftijd op zich nam.

Familie von Breuning

Gelukkig stond Ludwig er in deze moeilijke periode niet alleen voor en vond hij veel steun bij zijn goede vriend Stephan von Breuning (1774-1827), die hij 1783 had leren kennen via hun gezamenlijke vriend Franz Gerhard Wegeler (1765-1848). Ludwig was na het overlijden van zijn moeder vaak bij Stephan en zijn familie thuis te vinden en Stephans moeder besloot haar muziekkamer aan Ludwig beschikbaar te stellen. Ludwig kon hierdoor ongestoord componeren en had tevens de beschikking over een piano en besloot – als dank – de jongere broer en zus van Stephan – Lorenzo (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) en Eleonore (1771-1841) – pianoles te geven. Samen met Eleonore en Lorenzo nam Ludwig ook nog vioolles bij de bekende Duitse vioollist Franz Anton Ries (1755-1846) die zich al snel over Ludwig ontfermde als een vader.

Ondanks alle problemen thuis wist Ludwig het ene na het andere werk te componeren waardoor hij steeds meer bekendheid kreeg in Bonn. Toen de toenmalige keizer van het Heilige Roomse Rijk, Jozef II (1741-1790), in 1790 overleed kreeg Ludwig de eervolle taak een cantate* te voor de eredienst te componeren. De cantate werd zeer goed ontvangen en Ludwig besloot dat het tijd werd om het kleine en bekrompen Bonn achter zich te laten en zijn geluk te gaan beproeven in het centrum van de klassieke muziek: Wenen. Helaas gooide het overlijden van zijn vader roet in het eten en werd Ludwig gedwongen om zijn verhuizing uit te stellen.

* Een cantate – ook wel Cantata naar het Italiaanse woord voor 'zangstuk' – was een compositie voor één of meerdere zangers plus een begeleiding van diverse instrumenten. Een cantate bestond vaak uit meerdere delen en was het belangrijkste muzikale werk tijdens een kerkelijke eredienst.

Verhuizing naar Wenen

Na aankomst in Wenen nam Ludwig muzieklessen bij diverse componisten en wist hij al snel naam te maken. Nadat Napoleon ook Duitsland binnenviel, liet Ludwig zijn jongere broertjes overkomen naar Wenen en Ludwig zelf kwam kort daarna onder bescherming van prins Lichnowsky te staan wat hem een vast inkomen opleverde. Ondanks dat het leven hem op zakelijk gebied voor de wind ging kende Ludwig in deze periode ook diverse tegenslagen, zo bleef zijn liefde meerdere keren onbeantwoord en kampte hij met problemen met zijn gehoor.

Het geboortehuis van Ludwig van Beethoven in de Duitse stad Bonn / Bron: Sir James, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Het geboortehuis van Ludwig van Beethoven in de Duitse stad Bonn / Bron: Sir James, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Onrust & debuut
De reis van Bonn naar Wenen was niet gemakkelijk voor Ludwig aangezien de Franse generaal Napoleon Bonaparte (1769-1821) Oostenrijk was binnengevallen. Ludwig werd dan ook gedwongen om door meerdere vijandelijke linies heen te reizen en bereikte in 1792 de Oostenrijkse hoofdstad. Direct na zijn aankomst in Wenen ging Ludwig in de leer bij de bekende Oostenrijkse componist Joseph Haydn (1732-1809) maar de samenwerking eindigde voor beide heren in een grote teleurstelling. Ludwig was van mening dat hij bij Haydn niets leerde en Haydn was op zijn beurt van mening dat Ludwig te arrogant was in de omgang én hij begreep de 'woede' in de muziek van zijn leerling niet. Om zijn tijd in Wenen niet verspillen besloot Ludwig te stoppen met zijn lessen bij Haydn en nam in plaats daarvan les bij de Oostenrijkse componist en organist Johann Albrechtsberger (1736-1809) en de Italiaanse muziekpedagoog, componist en dirigent Antonio Salieri (1750-1825).

Ludwig speelde veel en werkte hard en werd al snel bekend om zijn virtuoze pianospel. Hij was een veel gevraagd musicus op feesten en partijen van de Weense adel en deed regelmatig mee aan muziekwedstrijden om zijn eigen composities onder de aandacht te brengen. Ook werkte hij sinds zijn aankomst in Wenen vrijwel onafgebroken aan zijn 'pianotrio's' – (opus 1); Pianotrio nr. 1 in Es, pianotrio nr. 2 in G en pianotrio nr.3 in c –, die zijn grote doorbraak moesten worden. Toen Napoleon Bonaparte het Duitse Rijnland binnenviel besloot Ludwig om zijn broertjes Kaspar – die zich sinds het overlijden van zijn vader Karl noemde – en Johann over te laten komen naar Wenen. Onder begeleiding van zijn goede vriend Stephan von Breuning arriveerde het drietal precies op tijd om Ludwigs debuut op 29 maart 1795 in het Burgtheather te Wenen bij te wonen.

Beschermheer Lichnowsky

Ludwigs debuut was een daverend succes en ongeveer een jaar na zijn eerste optreden besloot prins Karl Alois Lichnowsky (1761-1814) zich op te werpen als Ludwigs 'beschermheer'. Ludwig nam zijn intrek in het hof van de prins in Wenen en in 1796 reisde het tweetal – op kosten van de prins – gezamenlijk naar Praag, Dresden, Leipzig en Berlijn waar Ludwig zijn muziek ten gehore bracht. In Berlijn leerde het tweetal de Franse cellist Jean-Louis Duport (1749-1819) kennen en Ludwig componeerde voor de gelegenheid zijn bekende cellosonate nr. 1 in F en nr. 2 in g (opus 5), die hij samen met Duport voor de koning van Pruisen speelde. Tussen het optreden en reizen door vond Ludwig ook nog de tijd om te componeren en schreef onder andere zijn eerste twee pianoconcerten (opus 15 en 19), de pianosonates opus 2 en 10, een lied getiteld 'Adelaïde' (opus 46), de trio's bekend als opus 9, zijn vioolsonate opus 12, het pianotrio (opus 11) en zijn pianosonate 'Pathetique' (opus 13).

In 1799 begon Ludwig met het componeren van zijn eerste symfonie (opus 21, symfonie nr. 1 in C) die hij een jaar later op de planken bracht. De symfonie werd een daverend succes en maakte hem in heel Wenen bekend. Daarnaast besloot zijn beschermheer, prins Lichnowsky, Ludwig een vaste vergoeding van 600 florijnen per jaar te geven totdat hij een vaste aanstelling zou vinden. Op deze manier kon Ludwig zonder problemen in zijn onderhoud voorzien en hield hij alle tijd over om aan zijn composities te werken. Als dank voor het genereuze gebaar van de prins componeerde Ludwig een vijftal werken ter ere van zijn beschermheer; drie pianotrio's (opus 1), negen variaties voor piano gebaseerd op het werk 'Quant'è più bello' van Giovanni Paisiello (1740-1816) (WoO 69), de eerder genoemde pianosonate Pathétique' (opus 13), Pianosonate nr. 12 in As (opus 26) en Symfonie nr. 2 in D (opus 36).

Aan de samenwerking tussen Ludwig en de prins kwam in 1806 geheel onverwachts een eind toen het tweetal tijdens een gezamenlijke reis knallende ruzie kreeg. Ludwig reisde alleen terug naar Wenen en prins Lichnowsky besloot naar aanleiding van het incident de vergoeding aan Ludwig stop te zetten.

Heiligenstädter Testament

Ondanks het enorme succes van zijn eerste symfonie zat Ludwig al langere tijd niet lekker in zijn vel. Mede door zijn moeilijke jeugd had hij vaak last van somberheid maar de sombere buien verergerden aanzienlijk toen bleek dat hij problemen had met zijn gehoor. In een lange brief – die Ludwig in 1801 schreef – aan zijn goede vriend Frans Wegeler bekende hij voor het eerst
aan iemand dat zijn gehoor langzaam afnam, maar drukte zijn vriend meteen op het hart om dit aan niemand te vertellen aangezien hij bang was dat het zijn carrière zou schaden. In 1802 reisde Ludwig – op advies van zijn arts in de hoop dat zijn gehoor zou verbeteren – naar het kuuroord Heiligenstädter, gelegen in de Duitse deelstaat Thüringen, en werd daar overvallen door een flinke depressie. Op 6 oktober 1802 schreef Ludwig een lange afscheidsbrief – vermoedelijk aan zijn broertjes Karl en Johann – maar kwam tijdens het schrijven van de brief tot het besef dat hij geen zelfmoord kon plegen aangezien hij het de mensheid 'verplicht' was hen eerst alles aan muzikaliteit dat in hem zat te schenken voor hij uit het leven zou stappen.

De brief werd kort na Ludwigs overlijden terug gevonden in zijn nalatenschap en kreeg – doordat hij was geschreven in Heiligenstädter – als spoedig de bijnaam 'het Heiligenstädter Testament'. Het feit dat Beethoven zijn zelfmoordplannen uiteindelijk niet ten uitvoer bracht betekende overigens niet dat hij zijn 'handicap' had geaccepteerd. Hij probeerde in de jaren die volgden werkelijk alles uit dat zijn gehoor mogelijk kon verbeteren, maar helaas waren al zijn pogingen tevergeefs.

Für Therese

In dezelfde brief waarin Ludwig bekende problemen te hebben met zijn gehoor schreef hij ook over een 'dierbaar en betoverend' meisje, vermoedelijk zijn leerling gravin Giulietta Guicciardi (1782-1856). Maar bekende ook aan zijn goede vriend dat hij zich bewust was van het feit dat het nooit tot een huwelijk zou komen aangezien het verschil in stand tussen hen beiden te groot was. Tot een romance kwam het dan ook nooit en Ludwig gebruikte zijn onbeantwoorde gevoelens om zijn prachtige 'Mondscheinsonate' (opus 27, nummer 2) te componeren. In 1805 was de liefde voor de gravin weggeëbd en kwam er een nieuwe vrouw in Ludwigs leven; Josephine Brunsvik (1779-1821). Ludwig had Josephine en haar zus Therese (1775-1861) in 1799 leren kennen toen hij hen beiden pianoles had gegeven en had daarna altijd goed contact gehouden met Josephine. Toen Ludwig in 1805 te horen kreeg dat Josephine's man was overleden besloot hij de stoute schoenen aan te trekken en biechtte zijn gevoelens voor haar op. Josephine voelde blijkbaar niet hetzelfde voor Ludwig aangezien ze het contact met hem, na zijn biecht volledig verbrak.

In 1810 werd Ludwig door zijn arts voorgesteld aan Therese Malfatti (1792-1851) en werd al snel tot over zijn oren verliefd. Dat de liefde van Ludwig serieus was bleek wel uit het feit dat hij zijn goede vriend Franz Wegeler vroeg een kopie van zijn geboorteakte toe te sturen omdat hij – zoals Ludwig zelf schreef – trouwplannen had. Helaas liep ook deze romance op niets uit omdat zowel Therese als haar ouders geen heil zagen in een verbintenis met een componist. Naar aanleiding van zijn liefde voor Therese componeerde Ludwig de bagatelle 'Für Elise' (Wo 59) die vermoedelijk 'Für Therese' heette, maar door Ludwigs slechte handschrift werd de naam op het titelblad verkeerd gelezen waardoor het stuk onder de naam 'Für Elise' de geschiedenis in ging.

Vreugde en verdriet

Naast diverse hoogtepunten zoals de ontmoeting met Bettina Brentano en de geboorte van zijn neefje Karl, kende Ludwig ook diverse dieptepunten in zijn leven zoals het verlies van zijn inkomen en de ruzie met zijn broer Karl naar aanleiding van diens huwelijk. Ondanks de tegenslagen op privégebied bleef Ludwig componeren en schreef hij in 1813 een ouverture die zijn doorbraak in geheel Oostenrijk betekende. Naar aanleiding van zijn werk werd Ludwig een graag geziene gast tijdens het Weense Congres wat er voor zorgde dat zijn naam ook in andere Europese landen bekend werd.

Veranderende verhoudingen

Kort nadat Ludwig de stoute schoenen had aangetrokken en Josephine zijn gevoelens had opgebiecht trad zijn jongere broer Karl in het huwelijk met zijn jeugdliefde Johanna Reis (circa 1786-1868), wat zorgde voor een flinke ruzie tussen beide broers. Ludwig was het totaal niets eens met de keuze van zijn broer om met Johanna te trouwen en stak zijn mening dan ook niet onder stoelen of banken. Het gevolg was dat de goede relatie die Ludwig altijd had gehad met Karl een flinke deuk opliep waar de geboorte van Ludwigs eerste neefje en Karls eerste zoon – Karl Junior (1806-1858) – helaas geen verandering in kon brengen. Daarnaast vond in dit jaar ook de ruzie met zijn beschermheer prins Lichnowsky plaats die naar aanleiding van de ruzie besloot zijn toelage aan Ludwig per direct stop te zetten, waardoor Ludwig op zoek moest naar een andere bron van inkomsten.

Twee jaar na de ruzie met prins Lichnowsky kreeg Ludwig (in 1808) een aanbod van Jérôme Bonaparte (1784-1860) – koning van Westfalen en broer van Napoleon Bonaparte – om kapel-meester te worden aan zijn hof in Duitsland, maar de Weense adel weigerde Ludwig naar Duitsland te laten gaan. Onder leiding van aartshertog Rudolph van Habsburg (1858-1889) – die een leerling van Ludwig was – besloten hij en de prinsen Franz Joseph Maximilian von Lobkowitz (1772-1816) en Frantisek Oldrich Kinsky (1726-1792) Ludwig een salaris van 4.000 florijnen per jaar te bieden op voorwaarde dat hij in Wenen bleef. Ludwig twijfelde geen moment en nam het uiterst genereuze aanbod per direct aan.

Ludwig van Beethoven op 53 jarige leeftijd, geschilder door Ferdinand Georg Waldmüller / Bron: Ferdinand Georg Waldmόller, Wikimedia Commons (Publiek domein)Ludwig van Beethoven op 53 jarige leeftijd, geschilder door Ferdinand Georg Waldmüller / Bron: Ferdinand Georg Waldmόller, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Nieuwe ontmoetingen en tegenslag
In 1810 kwam Ludwig in contact met de familie Brentano en raakte goed bevriend met Elisabeth 'Bettina' Catharina Ludovica Magdalena von Arnim - Brentano (1785-1859), haar zus Antonie Brentano (1780 - 1869) en haar man Christian 'Franz' Damian Friedrich (1784-1851). Bettina Brentano – schrijfster van beroep – stelde Ludwig voor aan de bekende Duitse toneelschrijver Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) en beide heren bleken grote bewondering te hebben voor elkaars werk. Ludwig onderhield jarenlang intensief contact met von Goethe en zette – als eerbetoon aan zijn goede vriend – diens treurspel 'Egmond' op muziek welke bekend werd als de ouverture 'Egmond' (opus 84). Na voltooiing van het werk trok Ludwig zich op aanraden van zijn arts enige tijd terug in een kuuroord gelegen in Teplitz, Bohemen, in de hoop dat de sombere buien waar hij al weer enige tijd last van had zouden verbeteren en hij onderhield zeer intensief contact met Bettina op wie hij vermoedelijk een oogje had.

Terwijl Ludwig de familie Brentano beter leerde kennen hield de Franse Napoleon Oostenrijk nog steeds bezet en als gevolg daarvan trad er een enorme geld-devaluatie op. Voor Ludwig betekende dit niet alleen dat zijn inkomen én spaargeld in één klap halveerden maar ook het faillissement van één van zijn beschermheren – prins Lobkowitz werd onder curatele gesteld – waardoor hij uiteindelijk de gang naar de rechter moest maken om zijn achterstallige betalingen alsnog te krijgen. Toen ook zijn andere beschermheer – prins Kinsky – volledig onverwacht overleed raakte Ludwig in de financiële problemen maar kon hij gelukkig meerdere malen op de hulp van zijn enig overgebleven beschermheer – Rudolph van – rekenen.

De eeuwigdurende (ge)liefde

Aan het begin van 1812 had Ludwig een afspraak met een (onbekende) vriend in Teplitz, maar kwam hij om onbekende redenen nooit opdagen. Pas in juni van dat jaar arriveerde Ludwig in de plaats Karlsbad waar hij met de familie Brentano had afgesproken om vervolgens gezamenlijk door te reizen naar het nabij gelegen Franzensbad. Na Ludwigs overlijden werd er een hartstochtelijke liefdesbrief in zijn nalatenschap gevonden die vermoedelijk de reden van zijn vertraging was en die de geschiedenisboeken inging als de brief aan de 'Unsterbliche Geliebte' oftewel 'brief aan de eeuwigdurende (ge)liefde'. Na ontdekking van de brief werden er meerdere boeken geschreven over wie de ontvangster van de brief had moeten zijn maar van alle namen die voorbij kwamen was de kans dat de brief was bedoeld voor Bettine Brentano of Josephine Brunswick het grootst. Nadat Ludwig enige tijd met de familie Brentano had doorgebracht in Franzensbad keerde de familie terug naar Wenen en Ludwig besloot eerst een bezoek te brengen aan zijn broer Johann voor hij terugkeerde naar huis.

Helaas verliep Ludwigs bezoek aan Johann anders dan gepland toen hij ontdekte dat zijn jongere broer al enige tijd samenwoonde met zijn huishoudster Therese Obermeyer (1787-1828) en hij riep zijn broer tot de orde. Helaas reageerde Johann anders dan Ludwig had verwacht en in plaats dat hij zijn relatie met Therese beëindigde trad hij met haar in het huwelijk. Ludwig besefte dat hij de strijd met zijn broer had verloren en keerde teleurgesteld terug naar huis. Het huwelijk tussen Johann en Therese was overigens weinig gelukkig – mede door Therese's opvliegende karakter – en bleef dan ook kinderloos. Bij terugkomst in Wenen nam Ludwig in november 1812 afscheid van de familie Brentano die terugkeerde naar Frankfurt en het was de laatste keer dat Ludwig Bettina – zijn mogelijk eeuwigdurende geliefde – in levende lijve zag.

Opera Fidelio en Karls nalatenschap

Op verzoek van uitvinder en artiest Johann Nepomuk Maelzel (1772-1838) componeerde Ludwig een symfonie getiteld 'Wellingtons Sieg oder die Schlacht bei Vittoria' (opus 91) die zijn doorbraak in geheel Wenen en ver daarbuiten betekende. Mede door het stuk werd Ludwig tijdens het Weense Congres* meerdere malen gevraagd de muzikale begeleidingen tijdens de feestelijkheden te verzorgen waarna zijn naam ook in andere Europese landen bekendheid kreeg. Naast zijn optredens voor de heren van het Weens Congres werkt Ludwig ook aan een bewerking van zijn allereerste opera Leonore (opus 138). Hij schreef een geheel nieuwe ouverture en bracht het stuk nog hetzelfde jaar op de planken onder de naam 'Fidelio' (opus 72). Tijdens de première van Ludwigs opera waren er diverse buitenlandse vorsten en staatshoofden aanwezig die – net als het overige publiek – laaiend enthousiast waren over het stuk.

In november 1815 overleed Ludwigs jongere broer Karl aan de gevolgen van tuberculose en na de bekendmaking van zijn testament verklaarde Ludwig zijn schoonzus Johanna de oorlog. Volgens Karls laatste wil kregen zowel Johanna als Ludwig de voogdij over zijn zoon Karl Junior, maar Ludwig was het hier niet mee eens aangezien hij Johanna ongeschikt achtte als moeder. Hij vocht de voogdij aan met als doel zijn schoonzus uit de ouderlijke macht te laten zetten en werd in januari 1816 door de rechter in het gelijk gesteld. De tien jaar oude Karl werd bij zijn moeder weggehaald, tijdelijk op een internaat geplaatst en kwam vanaf september officieel bij Ludwig wonen. Door de strijd met Johanna had Ludwig vrijwel geen tijd gehad om te componeren en schreef hij in 1815 maar twee cellosonates (opus 102) en een liederencyclus getiteld 'An die ferne Geliebte' (opus 98).

* Het Weens Congres was een bijeenkomst van diverse Europese vorsten en staatshoofden naar aanleiding van de val van Napoleon en zijn verbanning naar het Italiaanse eiland Elba.

De oude Beethoven

De voogdijstrijd om de kleine Karl duurde uiteindelijk tot 1821 voor er definitief een einde aan kwam, maar het getouwtrek om de jongen had zijn weerslag gehad op Ludwigs gezondheid. Hij kampte niet alleen met het probleem dat hij volledig doof was geworden maar werd ook meerdere malen ziek wat hem er overigens niet van weerhield om gewoon door te werken. Ludwig wist zich in de kijker van de heren van het Weens Congres te spelen en begeleide menig muzikale avond wat hem ook bekendheid buiten Oostenrijk opleverde maar ondanks zijn successen op zakelijk vlak ging het hem privé niet echt voor de wind. De relatie tussen Ludwig en zijn neefje Karl was dusdanig slecht dat de jongen zichzelf van het leven probeerde te beroven en uiteindelijk naar Iglau vertrok als militair.

Voogdijstrijd

Rond 1813 was Ludwig zo doof geworden dat hij niet meer in staat was een gewoon gesprek met mensen te voeren en daardoor zijn toevlucht zocht tot pen en papier. De schriften die Ludwig vol schreef kwamen na zijn dood bekend te staan als de 'Konversationshefte' – letterlijk vertaald 'conversatie boeken' en gaven een bijzondere inkijk in zijn leven. Uit de 'gesprekken' in de schriften bleek dat Johanna de strijd om haar zoon nog niet had opgegeven en Ludwig moest een reis naar Londen op uitnodiging van het Philharmonic Society of London afzeggen, maar begon wel met het componeren van twee symfonieën voor hen. Terwijl Ludwig aan zijn symfonieën werkte had Karl zijn eigen plan getrokken en keerde stiekem terug naar zijn moeder. Ludwig was woedend wegens het 'verraad' dat zijn neefje had gepleegd en liet hem door de politie ophalen. Bij thuiskomst stuurde Ludwig Karl meteen naar een internaat om bij zinnen te komen en maakte voor de tweede keer de gang naar de rechtbank om de strijd met Johanna aan te gaan.

Toen Ludwig niet kon aantonen dat het tussenvoegsel 'van' in zijn achternaam duidde op een adellijke afkomst werd de voogdijzaak door de hoge rechtbank – het Landrecht – doorverwezen naar een lagere rechtbank – het Magistrat – die Johanna in het gelijk stelde. Johanna haalde Karl direct van het internaat maar Ludwig weigerde zich bij de beslissing van het Magistrat neer te leggen. Hij schreef een lange brief aan het Hof van Appèl die zich vervolgens boog over de zaak, de beslissing van het Magistrat herriep en de voogdij over Karl – na jaren van touwtrekken in 1821 – weer aan Ludwig toekende. Op aandringen van zijn oom besloot Karl vervolgens om een studie filologie te volgen – overigens zonder succes – en kreeg knallende ruzie met zijn oom toen hij liet weten te stoppen met zijn studie om een militaire opleiding te kunnen volgen. Na lang ruziën wist Ludwig Karl te overtuigen om een ingenieursopleiding te gaan volgen en naar aanleiding van zijn nieuwe studie verhuisde Karl voor de zoveelste keer in zijn jongen leven naar een internaat. Kort na aankomst ondernam Karl een zelfmoordpoging – die mislukte – aangezien hij de bemoeienissen van zijn oom Ludwig niet langer meer kon verdragen en werd uiteindelijk met een flinke hoofdwond bij zijn moeder afgeleverd. Naar aanleiding van het incident begon Ludwig in te zien dat hij niet de juiste persoon was om Karl op te voeden en droeg de voogdij dan ook officieel over aan zijn goede vriend Stephan von Breuning.

Gezondheidsproblemen

Het gedoe met Johanna en het getouwtrek om Karl hadden zijn tol van Ludwig geëist en in juli 1821 stelde zijn arts geelzucht vast. Ondanks zijn ziekte bleef Ludwig stug doorwerken en schreef in november aan zijn vriend Franz Wegeler dat hij al weer volledig was hersteld en zijn Missa Solemnis in D (opus 123) – ter ere van de inwijdingsplechtigheid van zijn oud leerling aartshertog Rudolph von Habsburg – bijna had voltooid. Na voltooiing van de mis in 1822 bood Ludwig deze – zoals gebruikelijk – bij diverse uitgeverijen ter publicatie aan, maar trok zijn mis op aanraden van zijn jongere broer Johann weer terug. In plaats daarvan stuurde Ludwig een selectief aantal handgeschreven partituren naar diverse vorstenhuizen waarna hij het stuk verkocht aan de hoogste bieder. het hof van Mainz. In februari 1824 voltooide Ludwig zijn volgende grote werk; zijn Symfonie nr. 9 in d (opus 125) ook wel bekend als 'het koor' in opdracht van de Philharmonic Society of London en bracht hij het voor het eerst op de planken in het Kärntnertor Theatre te Wenen. Aangezien Ludwig tijdens de première al volledig doof was, was hij niet in staat zijn eigen stuk te dirigeren maar stond wel op het toneel om de maat aan te geven. Aan het einde van het stuk draaide één van de solisten Ludwig met zijn gezicht naar het publiek zodat hij de staande ovatie kon zien én op passende wijze in ontvangst kon nemen.

In 1826 reisden Karl en Ludwig gezamenlijk naar Gneixendorf waar ze logeerde bij Ludwigs jongere broer – en Karls andere oom – Johann in afwachting van Karls uitzending naar het buitenland. Na vele ruzies had Karl de strijd uiteindelijk gewonnen en ging een carrière als militair tegemoet en in afwachting van zijn vertrek componeerde Ludwig een geheel nieuwe finale voor zijn eerder gecomponeerde Strijkkwartet nr. 13 in Bes (opus 130) die bekend werd als de 'Grosse Fuge' (opus 133). In december kreeg Karl het bericht dat zijn uitzending werd uitgesteld en hij reisde samen met Ludwig weer terug naar Wenen. Helaas liep Ludwig tijdens de terugreis een flinke longontsteking op die mogelijk ook de geel- en waterzucht veroorzaakte waar hij aan leed en onderging in totaal vier puncties om het overtollige vocht in zijn voeten en buik af te voeren. Tijdens één van deze puncties ontdekte Ludwigs arts dat hij ook ernstige problemen met zijn lever had en Ludwigs gezondheid ging met sprongen achteruit.

Het ere-graf van Ludwig van Beethoven / Bron: Daderot, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Het ere-graf van Ludwig van Beethoven / Bron: Daderot, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Overlijden en begrafenis(sen)
Toen Karl in januari 1827 opnieuw werd opgeroepen voor militaire dienst en vertrok naar Iglau was hij er van overtuigd dat hij zijn oom niet meer terug zou zien. Drie maanden na Karls vertrek schreef Ludwig – eigenhandig – een extra aanvulling op zijn testament en blies drie dagen later, op 26 maart 1827 tussen 17:00 en 18:00 uur, op lugubere wijze zijn laatste adem uit. Volgens Ludwigs goede vriend Anselm Hüttenbrenner (1794-1868), die bij hem was tijdens zijn overlijden, stak er kort voor Ludwigs overlijden een enorme storm op. Toen de bliksem dicht bij de woning van Ludwig insloeg kwam hij bij uit zijn bewusteloze toestand, stak zijn rechterhand als een gebalde vuist in de lucht en keek met een ernstige en dreigende uitdrukking op zijn gezicht voor de laatste keer de kamer rond. Op het moment dat hij zijn hand weer liet zakken blies Ludwig tevens zijn laatste adem uit.

Op 29 maart 1827 werd Ludwig van Beethoven onder enorme belangstelling van zijn woning aan de Schwarzspanierstrasse overgebracht naar de Alserkirche waar Ludwigs inzegening plaats vond. Na de plechtigheid trok een rouwstoet van ongeveer 20.000 mensen naar het Wälringer Ortsfriedhof om Ludwig na zijn laatste rustplaats te begeleiden en de politie moest er aan te pas komen om het voor de Oostenrijkse toneelschrijver Franz Grillparzer (1791-1872) mogelijk te maken Ludwigs grafrede uit te spreken. In 1863 werd het lichaam van Ludwig van Beethoven opgegraven om sectie te verrichten en zo de daadwerkelijke doodsoorzaak vast te stellen om vervolgens in 1888 nogmaals te worden opgegraven om naar zijn definitieve rustplaats gebracht te worden; het ere-graf op het Zentralfriedhof in Wenen.

Beethovens muziek

Ludwig begon al op zeer jonge leeftijd met componeren maar ontwikkelde in de loop der jaren zijn geheel eigen en verfijnde manier. Ludwig werkte graag met de afzonderlijke delen van een muziekstuk en voerde diverse vernieuwingen door die voor de generatie componisten na hem een standaard manier van werken werden. Het oeuvre van Ludwig was enorm en hij liet vrijwel geen genre in de muziek ongemoeid.

Stijlperiodes

Ludwig van Beethoven begon al op zeer jonge leeftijd met componeren en er waren dan ook duidelijke verschillen hoorbaar in zijn werken door de jaren heen. Mede door de verschillen besloot men om Beethovens werken na zijn dood in te delen aan de hand van een drietal stijlperiodes die ieder hun eigen eigenschappen en vernieuwingen hadden. Zo werden de allereerste composities van Ludwig in zijn tijd in Bonn plus de werken die hij componeerde in Wenen tot ongeveer aan het jaar 1800 gerekend tot zijn eerste stijlperiode en vielen met name op door het enorme muzikale genie dat eruit sprak.

Vanaf het jaar 1800 begon Ludwig met het componeren van zijn eerste symfonieën die dan ook tot zijn midden stijlperiode werden gerekend. Het begin van Ludwigs midden stijlperiode werd ook wel zijn heroïsche periode genoemd wat een directe verwijzing was naar zijn derde symfonie getiteld 'Eroïca' ('de heroïsche). Wanneer de middenstijl periode precies ten einde kwam was niet geheel duidelijk aangezien de meningen op dit punt nogal verschilden. Waar het merendeel van de historici van mening was dat Ludwigs middenstijl periode eindigde rond het jaar 1813 waren anderen van mening dat ook zijn vijfde en zesde symfonie (opus 67 en 68) nog tot deze periode moesten worden gerekend, aangezien er pas na zijn zesde symfonie een aanzienlijke verandering in zijn werk was waar te nemen. Van de veelal grote compositorische symfonieën ging hij vanaf de zesde symfonie over tot het componeren van een serie intieme werken zoals zijn sonate in fis (opus 78). Als laatste was er ook nog een kleine groep die van mening was dat zijn middenstijl periode pas eindigde in 1818, het jaar dat hij volledig doof werd en gebruik moest maken van zijn 'Konversationshefte'.

Over het moment dat Ludwigs late stijlperiode aanving waren de meningen dus verdeeld maar over het algemeen wordt hier toch het jaar 1813 voor aangehouden aangezien hij in dit jaar last had van een hevige depressie en zijn brief aan de 'Unsterbliche Geliebte' schreef. Men was van mening dat de voornoemde redenen de oorzaak waren dat Ludwig overging van het componeren van grote en uitbundige werken naar een serie kleinere en intiemere werken zoals zijn Pianosonate nr. 27 in e (opus 90), Pianosonate nr. 28 in A (opus 101) en 2 Cellosonates: Cellosonate nr. 4 in C en Cellosonate nr. 5 in D (opus 102).

De originele autograaf van opus 109  / Bron: loc.gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)De originele autograaf van opus 109 / Bron: loc.gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Invloed
Ludwig van Beethoven had het geluk om op te groeien in het kielzog van bekende (Weense) componisten zoals Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn en de werken van beide heren waren dan ook van grote invloed op het werk van Ludwig in zijn jonge jaren. Waar de werken van Mozart en Hayden de overgang van de barokke naar de klassieke muziek hadden ingeluid, luidden de werken van Beethoven de overgang van de klassieke naar de romantische muziek in. Simpel gezegd ging Ludwig van Beethoven verder waar Mozart en Haydn waren gestopt. De werken van de voornoemde componisten, Mozart en Haydn, werden overigens aan Ludwig beschikbaar gesteld door keurvorst Maximilian Franz (1756-1801) en mede door goed te kijken naar de werken van Mozart was Ludwig in staat zijn eerste sonates te componeren.

Verandering en vernieuwing

Naarmate Ludwig meer en meer zijn eigen stijl ontwikkelde introduceerde hij ook diverse nieuwe manieren voor het componeren van muziek, maar de veranderingen van Beethovens hand lieten zich maar moeilijk omschrijven. Zo was de manier waarop hij de absolute omvang van een muziekstuk vergrootte revolutionair te noemen: Beethoven koos er voor om twee geheel nieuwe muziekstukken te schrijven en deze samen te voegen door er een bestaand muziekstuk tussen te plaatsen in plaats van het bestaande muziekstuk simpelweg te verlengen, wat op dat moment een gebruikelijke manier van componeren was. Op deze manier verlengde hij niet alleen de absolute omvang van zijn stuk maar hield hij de muziek ook spannend en afwisselend. Deze manier van componeren was met name terug te zien én te horen in het eerste deel van zijn drie bekende strijkkwartetten (opus 59); strijkkwartet nr. 7 in F.

Ook op het gebied van de tonale en/of thematische integratie van delen ontwikkelde Ludwig zijn eigen manier waarbij hij er voor koos de verschillende delen van zijn compositie in elkaar te laten overlopen in plaats van achter elkaar te plaatsen. Op deze manier waren de overgangen tussen de verschillende delen van het muziekstuk aanzienlijk vloeiender en beter passend in het totale stuk dat de overgangen bij de stukken van zijn collega's. Als laatste zag Ludwig het als een uitdaging om te experimenteren met delen van ongelijke omvang; hij schreef dan een compositie die te kort was om als opzichzelfstaand muziekstuk te dienen maar te druk en te vol met ideeën om te dienen als introductie op een ander muziekstuk. Door meerdere van deze 'losse' stukken muziek met elkaar te combineren wist hij een volledig nieuwe compositie op papier te zetten die vaak zeer afwisselend en verrassend was om naar te luisteren. Een groot deel van de elf bagatellen voor piano (opus 119, nummers 7 tot en met 11) en zijn zes bagatellen voor piano bekend als opus 126 werden op deze manier door hem gecomponeerd.

Oeuvre

Ludwig leerde al op jonge leeftijd pianospelen en dat zijn liefde voor het instrument groot was bleek wel uit de vele werken die hij voor het instrument componeerde. Naast werken voor piano componeerde Ludwig ook aanzienlijk veel kwartetten voor strijkers en diverse andere solo-instrumenten en liet bij zijn overlijden dan ook een omvangrijk oeuvre na;

  • 9 Symfonieën waarbij zijn symfonie nr. 3 in Es, beter bekend als 'Eroïca' (opus 55), symfonie nr. 5 in c (opus 67), symfonie nr. 6 in F, beter bekend als 'Pastorale' (opus 68) en symfonie nr. 9 in d, ook wel bekend als 'het koor' (opus 125) tot zijn bekendste en belangrijkste werken op dit gebied werden gerekend
  • 33 Variaties op een bekende Wals van de Oostenrijkse componist Anton Diabellli (1781-1858) die al de Diabelli variaties' (opus 120) werden genoemd
  • 9 Concerten voor solo-instrument plus orkest waarvan zijn pianoconcert in Es - ook wel bekend als 'Nulde' de meest opvallende was aangezien hij deze op twaalfjarige (!) leeftijd componeerde. Tevens werden er van zijn hoboconcert (H 12) en vioolconcert in C (WoO 5) alleen compositieschetsen terug gevonden
  • 11 Ouvertures zoals 'Coriolan' (opus 62), 'Egmont' (opus 84) en de drie versies van 'Leonore'; waarbij versie 1 bekend is onder opusnummer 138, en versie 2 en 3 als opus 72a en 72b
  • 7 Bagatelles voor piano waarbij zijn bagatelle nr. 25 in a (Für Elise) veruit de bekendste was
  • 32 Pianosonates waarvan zijn pianosonate nr. 8 in c - beter bekend als 'Pathétique' - (opus 10) de tand des tijds het beste doorstond
  • 2 Romances voor een viool met orkest
  • 10 Vioolsonates
  • 5 Cellosonates verdeeld over 2 werken bestaande uit meerdere composities (opus 5 en opus 102)
  • 7 Pianotrio's
  • 16 Strijkkwartetten, waaronder zijn 3 strijkkwartetten getiteld 'Rasumovsky' (opus 59)
  • 1 Opera getiteld 'Fidelio' (opus 72)
  • 2 Missen; De 'Missa Solemnis' in D (opus 123) en zijn Mis in C (opus 86)
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Wat maakt Beethoven een unieke componist?Wat maakt Beethoven een unieke componist?Beethoven was en is nog steeds een erg bekende componist uit de 18e/19e eeuw. Waarom is hij zo bekend en wat maakte hem…
Componist: Ludwig van BeethovenBeethoven is een van de bekendste componisten ooit. Zijn symfonieën en andere werken waren voor die tijd zeer vernieuwen…
De Weense KlassiekenDe Weense KlassiekenHet einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw wordt vaak het tijdvak van de Weense Klassieken ge…
Beethoven, componist met een hemelse roepingLudwig van Beethoven was een authentieke en geniale componist. Hij betrad paden, die geen ander componist vóór hem ooit…
Beethoven: van slecht geschoolde jongen tot componistBeethoven: van slecht geschoolde jongen tot componistAl duizenden jaren wordt er over de hele wereld muziek gemaakt. Mensen die muziek zelf schrijven, noemt men componisten.…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Joseph Karl Stieler, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_van_Beethoven
  • https://www.geni.com/people/Ludwig-van-Beethoven/6000000009471443790
  • https://www.geni.com/people/Johann-van-Beethoven/6000000009471271886
  • https://www.geni.com/people/Lodewijk-van-Beethoven/6000000009471613051
  • https://www.geni.com/people/Maria-Josepha-Poll/6000000009838073236
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_van_Beethoven#Beethovens_muziek
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Oeuvre_van_Ludwig_van_Beethoven
  • http://www.beethovenvereniging.nl/Biografie.html
  • http://www.isgeschiedenis.nl/personen/beethoven-ludwig-van/
  • http://www.classicstogo.nl/features/componist-ludwig-van-beethoven/
  • http://mechelen.mapt.be/wiki/Familie_Van_Beethoven
  • http://www.classicfm.com/composers/beethoven/guides/beethoven-stephan-von-breuning/
  • http://raptusassociation.org/freundewegeler_e.html
  • https://en.wikipedia.org/wiki/Therese_Malfatti
  • Afbeelding bron 1: Kunsthistorisches Museum, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 2: Sir James, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 3: Ferdinand Georg Waldmόller, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 4: Daderot, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 5: loc.gov, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Componist"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 29-03-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Bronnen en referenties: 20
Schrijf mee!