InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Franciscus van Assisi en de armoede

Franciscus van Assisi en de armoede

Franciscus van Assisi (1181/1182-1226) was een zoon van een rijke stoffenhandelaar in de welvarende stad Assisi in Noord-Italië. Hij was vervuld van ridderidealen en vierde graag feesten met zijn vrienden. Rond zijn twintigste levensjaar kiest hij radicaal voor een ander leven en gaat hij vrijwillig in armoede leven. In zijn tijd ontstonden er meerdere zogenaamde bedelorden (bijvoorbeeld: Katharen, Waldenzen, Karmelieten, Augustijner eremieten). Franciscus zag rijkdom als macht, hij wilde leven zonder bezit en nederig zijn. Hij stichtte de orde van de Minderbroeders, O.F.M.: Ordo Fratrum Minorum, de Franciscaanse orde (1210).
Bron: Roberto Ferrari, Wikimedia Commons (CC BY-SA-2.0)Bron: Roberto Ferrari, Wikimedia Commons (CC BY-SA-2.0)

Honger en armoede in de dagen van Franciscus

Franciscus leefde in een wereld van honger, ziekte en armoede. De akkerbouw in zijn dagen leverde niet genoeg op om alle mensen te voeden. Epidemieën (o.a. de pest en melaatsheid) troffen velen. De dood lag op straat.
Een feodale wereld ging langzaam over naar een vroeg-kapitalistische maatschappij. De steden kwamen op, de burgerij werd rijker, maar het wemelde ook van bedelaars. De vrijwillig aanvaarde armoede van Franciscus maakte grote indruk in zijn tijd. De kloosters, waarin privé-bezit was verboden, hadden toch grote rijkdommen aan gebouwen en grond. De bedelorden kwamen in verzet tegen de rijkdom van de kerk en de burgerij.

Veranderingen in de feodale wereld

In de 12e en 13e eeuw ontstond er een betrekkelijke welvaart in West- Europa (Vlaanderen, Zuid-Frankrijk en Noord-Italië). Naast de adel kwam er een rijke burgerij. In rijke gebieden ontstonden er conflicten tussen de oude rijke mensen (veelal: de adel) en de opkomende welvarende steden en hun kooplieden.

Er kwam een trek naar de steden van goedkope arbeiders en een deel van hen verviel in armoede. De kerk was zich bewust van haar macht en rijkdom. Er deed zich een nieuw vreemd verschijnsel voor: kinderen van rijke ouders kozen voor de vrijwillige armoede. Franciscus was een van hen.

De geïnstitutionaliseerde kerk van Rome stond aanvankelijk afwijzend tegen de bedelorden, maar probeerde later deze bewegingen in te kapselen. De Franciscaanse orde bleef gehoorzaam aan de kerk van Rome. Afwijkende meningen werden streng afgestraft door de inquisitie.
De Waldenzen werden vervolgd. Echter de Franciscaanse beweging onderwierp zich aan de paus en er kwam een eigen kloosterorde. Franciscus zocht naar een nieuwe levensstijl in en sterk veranderende wereld, maar bleef trouw aan zijn kerk en de sacramenten. Kerken die vuil waren, veegde hij schoon met een bezem en hij herstelde vervallen kerken en kapellen.

Armoede is bij Franciscus een weids begrip

  • Franciscus was arm omdat hij in de armen de trekken van Christus zag.
  • Armoede beschouwde hij ook als boetedoening, wat bij hem resulteerde in alles weggeven aan de armen.
  • Door zijn consequente armoede kon hij ook blij, onbezorgd en vrij door het leven gaan.
  • Zijn openlijke armoede was een demonstratie tegen de rijken.

Franciscus wilde geen geld bezitten, daar had hij een fobie voor. Hij bezat geen boeken en hij was anti-intellectualistisch ingesteld. Als iemand zei: Dit is de cel (verblijfplaats) van Franciscus, dan ging hij er nooit meer in! De heilige wilde in alles bescheiden en nederig (humilitas) zijn. Hij ging langs de deuren om te bedelen en zat aan tafel bij de rijken om zijn armoede te demonstreren en deelde daar zijn gebedelde korstjes brood uit.
Franciscus was van oordeel dat een geschenk aan de arme betekende dat je hem zijn eigendom teruggaf. Eigendom beschouwde hij als diefstal.

Rijkdom betekent voor hem niet alleen geld, maar ook huisraad, kennis en positie!
Hij wilde niet populair zijn en geen voorrechten bezitten als leider van zijn volgelingen.
Zijn orde kende niet de titel: prior (eerste). Het hoofd van een Franciscaanse broederschap werd Minister (= dienaar)- generaal genoemd. Zijn ondergeschikten zag de heilige als heer en hij was de dienaar.

Afstand van zijn leiderschap

Op een gegeven moment (1220) deed hij afstand van zijn leiderschap (afzien van macht!) en in zijn Testament spreekt hij iemand anders aan als Minister-generaal, maar in de praktijk is Franciscus tot aan zijn dood de eigenlijke overste van zijn orde gebleven. De nieuwe Minister-generaal werd broeder Petrus Catanei (eigenlijk een vicaris, vervanger van Franciscus). Franciscus voelde zich lichamelijk te zwak om de inmiddels grote orde te leiden.
Duizenden sloten zich aan bij de broederschap, ook jongeren uit de rijke milieus!
Hij bleef zich toch bemoeien met allerlei zaken en verbood om maar iets aan zijn Testament te veranderen. Bovendien vroeg men hem vaak om advies.
Heel bijzonder: als Franciscus een straf uitdeelde kon hij een broeder hoger plaatsen in de hiërarchie van de orde!

Vrouwe Armoede

Zowel de zieke als de arme was voor hem een spiegelbeeld van Christus. Hij wilde een huwelijk met, zoals hij het noemde: de bruid Vrouwe Armoede.
Franciscus verwaarloosde zijn eigen lichaam. Hij sliep op stenen vloeren, kuste melaatsen en geselde zichzelf. Een vreemde inconsequentie in het leven van de heilige, omdat hij tegelijk de schoonheid van de schepping bezong (het Zonnelied). Zelf was hij vel over been. Hij had een ernstige oogkwaal en was aan het einde van zijn leven bijna blind.
Echter zijn volgelingen draagt hij op het lichaam te sparen. Franciscus ging trouwens zelf wel eens naar een arts.

De heilige vond wel dat zijn broeders handenarbeid moesten verrichten, zij mochten de echte arme bedelaars niet in de weg zitten. Als er geen inkomsten voor hen waren, mochten zij bedelen. Het Testament van Franciscus werd door zijn opvolger Elias (hij volgde Petrus Catanei op) niet bindend verklaard ten aanzien van de armoede en de bezittingen. De oude gezellen van Franciscus, die volkomen armoede nastreefden, waren woedend.

Rijkdom na zijn dood

Maar honderd jaar na Franciscus’ dood waren er 1500 Franciscaanse kloosters met eigendommen en duizenden broeders. In 1323 sprak de paus uit dat het een ketterij was dat Christus geen eigendom had bezeten. Uiteindelijk werden de Franciscaanse orden rijk, geheel in strijd met de oorspronkelijke idealen van de kleine arme (il poverello) Franciscus. Echter een kloosterorde zonder bezit is nauwelijks mogelijk. De hoge eisen die de heilige stelde, bleken in de praktijk niet altijd uitvoerbaar.

Loflied op de deugden

Er waren zes deugden die voor Franciscus heel belangrijk waren en ze hangen allemaal met elkaar samen. Het lied of gedicht van de heilige over de deugden is al vóór 1247 bekend.
De eerste regels luiden:
Wees gegroet, Koningin Wijsheid, de Heer behoede U met uw zuster, de heilige pure Eenvoud.
Vrouwe heilige Armoede, de Heer behoede U met uw zuster de heilige Nederigheid.
Vrouwe heilige Liefde, de Heer behoede U met Uw zuster de heilige Gehoorzaamheid.

Even verder:
De heilige Armoede verdrijft alle hebzucht en gierigheid en aardse zorgen.
De heilige Nederigheid verdrijft de hoogmoed…
De heilige Gehoorzaamheid…houdt het lichaam ondergeschikt aan alle mensen op de wereld, en niet alleen aan de mensen, maar ook aan alle dieren…


Bekering tot de armoede

Als rijke koopmanszoon heeft Franciscus een onbezorgde jeugd. Hij is de aanvoerder van feesten met zijn vrienden. Er waren voor hem geen geldzorgen en graag liep hij in mooiste kleren rond die hij zelf kon verstellen en versieren met de dure stoffen uit de zaak van zijn vader. Hij droomde ervan om ridder te worden en tijdens een strijd tegen de stad Perugia
(1202) belandde hij in een gevangenis in Perugia.

Na een jaar kwam hij weer thuis, vrijgekocht door zijn vader. Intussen was zijn gezondheid ernstig aangetast. In die tijd ging Franciscus nadenken over zijn leven en over God. Wanneer hij als ridder vertrekt met een expeditie tegen Alpulië, voelt hij zich onderweg verzwakken en besluit te gaan rusten in de buurt van de stad Spoleto. In een droom hoorde hij een stem die hem zegt dat hij terug moet keren naar Assisi. Hij gaf zijn kostbare wapenrusting weg en ging naar huis. Daarna zal hij nooit meer een wapen opnemen (pacifisme).

Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Ontmoeting met een melaatse en het kruis van San Damiano

Steeds vaker ging Franciscus nadenken over God. In 1205 ontmoette hij- rijdend op zijn paard- een melaatse. Hij liep op de zieke af en kuste zijn half weggerotte hand. Het maakte Franciscus gelukkig en gaat daarna geregeld melaatsen verzorgen. Na deze gebeurtenis zal hij altijd partij kiezen voor de zwakkeren, verdrukten en armen in de maatschappij.

Na de ontmoeting met de melaatse gaat Franciscus geregeld bidden in het kerkje van San Damiano. Hij bad voor het kruis en hoorde een stem: Ga, Franciscus, repareer mijn huis, want je ziet dat het op instorten staat. Franciscus had geld nodig had voor het herstel van het kerkje. Daarvoor nam hij dure stoffen uit de winkel van zijn vader en ging naar Foligno. Daar verkocht hij de stoffen en zijn paard.

Bron: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)Bron: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)

De breuk met zijn ouders

Vader Bernadone werd woedend over de voornoemde verkoop en sleepte zijn zoon voor het gerecht. Vader en zoon verschijnen in 1206 voor de bisschop. Als de aanklacht is voorgelezen, trekt Franciscus zijn kleren uit en geeft ze aan zijn vader met de woorden: Voortaan zeg ik alleen nog: Onze Vader die in de hemel is, en niet meer vader Pietro di Bernadone. Hij deed afstand van alle bezit en van zijn rechten op een erfenis.

Franciscus vindt zijn bestemming

In 1208 hoorde Franciscus een evangelielezing uit Mattheüs 10 over de wegzending van de discipelen. De volgelingen van Jezus mochten geen goud en zilver bezitten, geen beurs, tas en stok meenemen onderweg en geen sandalen dragen (Matteüs 10:9) Zo moesten ze op pad om te prediken. Nu wist Franciscus het: hij trok zijn sandalen uit, paste zijn kleding aan (een armelijke pij met als riem een touw). Zijn verdere leven heeft hij zich verzet tegen geld en bezit.

In1209 vertrokken Franciscus en zijn eerste volgelingen naar Rome om de paus goedkeuring te vragen voor hun manier van leven. De paus was verheugd dat deze beweging binnen de kerk wilde blijven en de navolging van Christus in armoede wilde beleven. Het was begin van de broederschap. De broeders trokken eerst naar een stal in Rivotorto en later naar de kleine kapel van Portiuncula in een dal vlakbij Assisi. Ze leefden in volstrekte armoede en trokken rond om te werken en te prediken. De mensen kregen steeds meer waardering en liefde voor Franciscus en zijn arme broeders.

De Regel van Franciscus en de armoede

Op 29 november 1223 wordt de zogenaamde Tweede Regel (voorschriften voor de broederschap) van Franciscus door de paus goedgekeurd (de Eerste Regel dateert van 1221). In feite is deze regel nog steeds geldig voor de Franciscaanse orde. Hieronder volgen enkele van de Regels (niet alle letterlijk) uit 1223:

De broeders moeten het heilig Evangelie onderhouden door een leven te leiden in gehoorzaamheid, zonder eigendom en ongehuwd.
Broeders die voorgoed zijn ingetreden mogen één habijt hebben met een kap; een tweede zonder kap, als zij dat willen. En zij die door noodzaak gedwongen zijn, kunnen schoeisel dragen. En alle broeders moeten goedkoop gekleed gaan. En zij kunnen hun kleren onder Gods zegen met zakkengoed of andere stukken stof oplappen.
Zij mogen geen paard rijden, tenzij ze hiertoe duidelijk door nood of ziekte gedwongen worden.

Ik (Franciscus) verbied uitdrukkelijk alle broeders om hoe dan ook, zelf of door een tussenpersoon, munten of geld aan te nemen.
De broeders mogen loon aannemen voor hun werk wat nodig is voor hun levensonderhoud, maar nooit munten of geld.
De broeders mogen zich niets toe-eigenen, geen huis en geen verblijfplaats, en ook verder niets.

Als pelgrims en vreemdelingen in deze wereld dienen de broeders in armoede en nederigheid de Heer en kunnen zijn met vertrouwen bedelen. En daar moeten zij zich niet voor schamen, want de Heer heeft zich voor ons op deze wereld arm gemaakt.
De broeders moeten oppassen voor elke vorm van hoogmoed, eigen roem, afgunst, hebzucht, wereldse zorg en ongerustheid, voor kwaadspreken (over anderen) en kankeren. En zij die niet kunnen lezen, moeten zich niet druk maken om het te gaan leren.
Uitdrukkelijk verbied ik (Franciscus) alle broeders verdachte relaties of gesprekken met vrouwen te hebben.


(Het bovenstaande is genomen uit de volgende Regels: 1, 6, 10, 15, 18, 21b, 22, 37a en 38a).

Opmerkelijke verhalen over de armoede van Franciscus

Thomas van Celano, de biograaf van Franciscus, heeft in zijn Tweede Levensbeschrijving van Franciscus in 1247 voltooid. Enkele bijzondere gegevens uit die biografie volgen hieronder:

Behuizing

Franciscus wilde niet dat zijn volgelingen in stenen huizen woonden, het moesten eenvoudige houten hutten zijn.
Toen men eens een huis bouwde voor Franciscus en zijn broeders, begon de heilige, toen hij het zag, direct met het afbreken van het huis, want Jezus, zei hij, had ook geen plek om zijn hoofd neer te leggen.
De broeders sliepen op stro, een kussen met veren gooide Franciscus weg.

Geld en kleding

Broeders die geld aannamen werden streng bestraft door Franciscus die geld beschouwde als mest. Een broeder die geld had aangeraakt en bewaard moest van de heilige het geld in de mond opnemen en buiten het klooster de munten in de ezelmest laten vallen.
Franciscus had een afschuw van zachte en rijke stoffen. Zijn broeders mochten niet meer dan twee habijten bezitten van armelijke stoffen. Als een broeder ziek was mocht hij een zachte tuniek dragen, maar de habijt die er overheen werd gedragen moest ruw en versleten zijn. Franciscus vond oud zakkengoed goed genoeg om kleding op te lappen.
De heilige liet een man niet toe tot de orde omdat hij zijn bezittingen niet gegeven had aan de armen, maar aan zijn familie.

Franciscus had medelijden met de armen en was jaloers wanneer zij armer waren dan hij.
Hij zei tegen een broeder: Als je een arme ziet, zie je als in een spiegel de trekken van de Heer en zijn arme moeder. Bij zieken en lijdenden is het precies hetzelfde. Zie daarin het lijden, dat Hij Christus) voor ons op zich genomen heeft. In de armen zag Franciscus het gelaat van Christus.

Bron: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)Bron: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Dikwijls gaf Franciscus een gekregen mantel aan de armen. Hen die onthouden beschouwde hij als diefstal.Hij was ertegen, dat de broeders boekenverzamelingen aanlegden. Als hij (vegetariër) vlees at, liet hij zich streng bestraffen door zijn broeders.
Bijzonder getroffen werd hij door het woord van Jezus tegen de rijke jongeling:
Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis en verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten (Matteüs 10: 21, Nieuwe Bijbelvertaling).
(Bron: Thomas van Celano, Tweede Levensbeschrijving, hoofdstukken 26- 60).

Armoede in het Evangelie

In het Nieuwe Testament leest men nergens over een vrijwillige armoede die leidt tot zelfvernietiging. Jezus gebood een rijke alles te verkopen, maar die boodschap richt hij niet tot allen, alleen tot degenen die vastzaten aan geld en bezit. De bezitloosheid in het Evangelie is meer een afwijzing tegen de geldgod (de Mammon) dan een ‘ja’ tegen gebrek, laat staan een ‘ja graag’
(H. Nolthenius, p. 235). Franciscus was jaloers op armen die minder bezaten dan hij. Echter armoede in de Bijbel is geen doel, juist het oplossen van armoede is de opdracht van de gelovigen. Heeft Franciscus geweten dat hij te radicaal was? Maar juist in zijn overdrijving heeft Franciscus velen aangesproken en aan het denken gezet.

Nederigheid

Franciscus zocht in zijn armoede vooral de nederigheid, hij wilde geen bevoorrechte positie.
Hij noemde zich ‘frater minor’ (kleine broeder), minderbroeder. Zijn volgelingen noemde hij ook zo. Franciscus trad de ander tegemoet als zijn meerdere en hij werd een vriend van armen, zieken en zondaren. Hij moest niets hebben van eer en loftuitingen, daar werd hij alleen maar verdrietig van. Dan riep hij een van zijn broeders die hem moest uitschelden:
boerenkinkel, huichelaar en niksnut! Daarna moest de heilige lachen, omdat hij vond dat zijn broeder de waarheid had gesproken.

Actualiteit en waardering

Honderden jaren na Franciscus’ dood weet de heilige nog steeds velen te inspireren. Vanwege zijn radicale boodschap en zijn originele optreden worden door alle tijden mensen aangesproken.
Zijn leven was een getuigenis tegen de rijken en de zucht naar weelde. In het vermeerderen van bezit kan men zichzelf verliezen, de ander en God kwijtraken. Franciscus leerde de mensen om gelukkig en vrij te zijn zonder bezit. Zijn lijfspreuk was: Armoede met blijdschap. Hij onderwees anderen om gelukkig te zijn met de kleine dingen en de natuur (de zon, de dieren, de bloemen, ect.). Hij was een arm mens, met een grote innerlijke rijkdom.

Zijn armelijke kleding

In de basiliek San Francesco te Assisi wordt de originele habijt van Franciscus bewaard in een glazen vitrine. Het is een eenvoudige pij in kruisvorm met opgelapte stukken. De hedendaagse bezoeker zal wellicht denken aan de kleding van een Hippie of een Provo uit de jaren zestig van de vorige eeuw en aan spijkerbroeken met gaten en aangenaaide stukken stof. Hij was een jongere van een nieuwe protest-generatie. Een heilige toneelspeler die op speelse (ludieke) wijze duizenden heeft beïnvloed tot op de dag van vandaag.
© 2014 - 2019 Commandeur, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Franciscus van Assisi, zijn broederschapNa een leven vol ontberingen sterft Franciscus van Assis op bijna 45 jarige leeftijd in gezelschap van zijn mede broeder…
Stigmata, wat is het?We kennen het woord allemaal wel, maar velen van ons weten niet wat een “stigmata” exact is. Enige uitleg over stigmata.
Stijlvol: gotische kerk voor de Heilige Franciscus in PortoIngreja de Sao Francisco is van oorsprong een stijlvolle, gotische kerk ter ere van de Heilige Franciscus. Deze kerk, in…
St. Franciscus van AssisiWanneer je het stadje Assisi bezoekt, kun je het spoor volgen van 'Il Poverello' ('de arme man'). De legende van de Heil…
Franciscus van Assisi en de natuurFranciscus van Assisi en de natuurFranciscus van Assisi (Giovanni Bernardone, 1181/1182 - 1226) was een zoon van een rijke stoffenhandelaar in de welvaren…
Bronnen en referenties
  • Helene Nolthenius, Een man uit het dal van Spoleto, 8e druk,1995
  • Eloi Leclerc, Symbolen van de godservaring, 1974
  • A. van Corstanje, Franciscus, Bijbel der armen, 1976
  • Thomas van Celano, Tweede levensbeschrijving (van Franciscus), 1976 (oorspronkelijk in 1247 geschreven).
  • H. Loeffen, De geschriften van Franciscus van Assisi, 1976
  • H. Berkhof en O. de Jong, Geschiedenis der kerk, 1975, pag.106-110
  • Afbeelding bron 1: Roberto Ferrari, Wikimedia Commons (CC BY-SA-2.0)
  • Afbeelding bron 2: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 4: Giotto, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Franciscus van Assisi en de armoede"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Commandeur
Laatste update: 14-06-2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 10
Schrijf mee!