InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De berechting van oorlogsmisdadigers na de bevrijding

De berechting van oorlogsmisdadigers na de bevrijding

De berechting van oorlogsmisdadigers na de bevrijding Na de bevrijding werden 150.000 Nederlanders gearresteerd op verdenking van het plegen van oorlogsmisdaden. De meesten herkregen snel hun vrijheid en voor de overigen stelde de regering negentien tribunalen, vijf bijzondere gerechtshoven en een Bijzondere Raad van Cassatie in. De rechters legden vooral gevangenisstraffen en vermogensstraffen op. Zij hadden ook de mogelijkheid om de doodstraf uit te spreken De naoorlogse rechtspleging was voorbereid door de regering in Londen. Koningin Wilhelmina had al in mei 1941 gezegd dat er voor de ‘handvol verraders’ geen plaats meer zou zijn na de oorlog. In de jaren die volgden, begreep de regering dat er meer dan een handvol mensen gearresteerd moest worden. Zij besloot daarom iedereen die ‘fout’ geweest was te interneren in afwachting van berechting. De regering voerde ook de doodstraf weer in.

De eerste oorlogsmisdadiger die de doodstraf kreeg was de NSB’er Max Blokzijl. Op 16 maart 1946 stond hij voor het vuurpeloton op de Waalsdorper vlakte. Blokzijl had door zijn propagandistische radiopraatjes geprobeerd om het verzet van het Nederlandse volk tegen de bezetter te breken. Twee maanden later, op 7 mei, kreeg NSB-leider Anton Mussert de kogel.

Executie Ans van Dijk

Het was niet de bedoeling van de regering om zoveel mogelijk oorlogsmisdadigers dood te schieten. Het kabinet Schermerhorn-Drees vond ‘enkele tientallen’ executies voldoende. Koningin Wilhelmina moest hierbij assisteren, omdat zij een terdoodveroordeelde gratie kon verlenen. Hoewel Wilhelmina liever geen gratie verleende, ging ze toch regelmatig overstag. Toen ze in september 1948 troonsafstand deed, had zij 50 gratieverzoeken ingewilligd en waren er 21 mannen en een vrouw gefusilleerd.

De vrouw was Ans van Dijk uit Amsterdam. Zij was joods en deed zich voor als illegaal werkster die onderduikadressen en valse persoonsbewijzen kon leveren. Ze liet haar slachtoffers naar haar huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt komen, waar ze door de Sicherheitsdienst werden gearresteerd. Ze verraadde iedereen die op haar pad kwam: haar familie, vrienden en de familie van haar vriendin, waar ze mee samenwoonde. Slechts een klein deel van deze mensen overleefde de concentratiekampen. Ans van Dijk werd in 1948 geёxecuteerd.

Greet Hofmans

Juliana keek anders aan tegen de doodstraf aan dan haar moeder. Zij was minder betrokken geweest bij de strijd tegen de Duitsers en bovendien had zij een milder karakter. Juliana was niet tegen de doodstraf, maar oefende steeds meer druk uit om oorlogsmisdadigers gratie te verlenen. Tijdens haar regering werd de doodstraf nog wel voltrokken, onder meer aan Karl Peter Berg, commandant van kamp Amersfoort en aan Hanns Albin Rauter, de hoogste SS’er in ons land, maar het verzet van de vorstin tegen de executies nam toe. Wellicht speelde de alternatieve genezeres Greet Hofmans daarbij een belangrijke rol.

‘U-boot Spiel’

Zo wilde Juliana geen beslissing nemen over Franz Fischer en Ferdinand aus der Fϋnten. Zij hadden de doodstraf gekregen en een gratieverzoek ingediend. Fischer had zich als lid van de SD bezig gehouden met de deportatie van Joden en de opsporing van Joodse onderduikers. Zijn specialiteit was het ‘U-boot Spiel’, waarbij slachtoffers in een badkuip onder water werden gehouden om hen een bekentenis af te dwingen.
De SS’er Aus der Fϋnten was ook betrokken bij de deportatie van Joden. Zo liet hij in 1943 1250 patiёnten en medewerkers van de Joodse psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bosch afvoeren. Zij kwamen allen om in concentratiekampen.

Juliana wist dat als zij de gratieverzoeken in haar bureaula liet liggen de kans klein was dat beide mannen werkelijk de doodstraf zouden krijgen. Op humanitaire gronden kon men deze mensen, al hadden ze nog zulke ernstige misdaden begaan, niet te lang in het onzekere laten over hun lot. Minister Struycken van Justitie deed de weigerachtige vorstin in januari 1951 een compromisvoorstel. Hoewel hij de beide Duitsers graag persoonlijk had willen ‘doodtrappen’, zoals hij zei, stelde hij haar voor alleen die oorlogsmisdadigers te laten executeren die in eerste instantie en in hoger beroep de doodstraf hadden gekregen. Dat betekende gratie voor het duo Fischer en Aus der Fϋnten, omdat zij eerst levenslang hadden gekregen. Deze beslissing was een zware klap voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Het Nieuw Israёlitisch Weekblad schreef ‘diep gekwetst’ te zijn omdat de koningin zich had verzet tegen de executie van dit ‘moordenaarstuig’.

Gratieverzoek Lages

Nadat deze zaak was afgehandeld, boog het kabinet zich over een ander gratieverzoek, namelijk van Willy Lages. Hij was als hoofd van de SD onder meer verantwoordelijk geweest voor de executie van Johannes Post en Hannie Schaft. De kwestie- Lages leidde tot een constitutionele crisis. De Bijzondere Raad van Cassatie had namelijk geadviseerd Lages te executeren, maar Juliana weigerde te tekenen. Minister van Justitie Mulderije, de opvolger van minister Struyck, stelde daarop zijn portefeuille ter beschikking. Minister-president Drees ging daarmee niet akkoord, waarop de vorstin voorstelde dat zij zou vertrekken. Zover wilde Drees het niet laten komen en hij staakte zijn verzet.

De Vier van Breda

Lages kreeg gratie en belandde achter de tralies in de Koepelgevangenis in Breda. Daar zaten ook Fischer, Aus der Fϋnten en Joseph Kotȁlla, die zich als een beest had gedragen als commandant van kamp Amersfoort. Het viertal werd bekend als de Vier van Breda. Vanaf de jaren zestig kwam steeds weer de vraag op hoe lang zij nog vastgehouden moesten worden. Verschillende Ministers van Justitie deden voorstellen tot vrijlating, maar die leidden tot zo veel commotie dat het kabinet er vanaf zag.

Lages kreeg in 1966 strafonderbreking, omdat artsen meenden dat hij zo ernstig ziek was dat hij niet lang meer zou leven. Dat bleek niet waar te zijn. Na een darmoperatie leefde Lages nog vijf jaar in vrijheid. Kotȁlla stierf in 1979. De twee overgebleven misdadigers, Fischer en Aus der Fϋnten, herkregen in januari 1989 hun vrijheid en keerden terug naar Duitsland.

De laatste executies

In totaal kregen in de naoorlogse jaren 39 personen de doodstraf. Vooral de uitvoerders van de gruweldaden kregen deze straf. Zij die de misdaden organiseerden, belandden veelal in de gevangenis. De laatste twee executies vonden plaats in maart 1953. Andries Pieters, die als SS’er verantwoordelijk was voor de marteling van verzetsstrijders, kreeg de kogel evenals Wilhelm Artur Albrecht, leider van de SD in Groningen. Albrecht was verantwoordelijk voor tientallen executies, vooral als represaillemaatregel na geslaagde verzetsacties.

Ontsnapping uit Koepelgevangenis

Verschillende gestrafte oorlogsmisdadigers wisten te ontsnappen en brachten jarenlang in vrijheid door. Berucht is de ontsnapping van zeven gevangenen uit de Koepelgevangenis in Breda in 1952. Tot hen behoorden Herbertus Bikker, de beul van Ommen, en Klaas Carel Faber die deel had uitgemaakt van het executiepeloton in Westerbork. Zij vluchtten naar Duitsland en ontvingen daar automatisch het Duitse staatsburgerschap, omdat ze lid waren geweest van de Waffen-SS. Zij konden daardoor niet uitgeleverd worden.

Ook Sander Borgers, die betrokken was geweest bij de liquidatie van verschillende onschuldige Nederlanders als represaillemaatregel, ontsnapte uit de Koepelgevangenis, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzat. Hij week uit naar Duitsland en leefde daar in vrijheid tot zijn dood in 1985.

‘Schrik van Roden’

Jacob Luitjes uit Roden daarentegen was erin geslaagd uit handen van justitie te blijven tot hij in 1980 door particulieren in Canada werd opgespoord. ‘De schrik van Roden’ werd hij tijdens de oorlog genoemd, omdat hij als Landwacht tientallen onderduikers, verzetsstrijders en Joden opspoorde en uitleverde aan de Duitsers. Hij was ook betrokken bij de liquidatie van twee van zijn slachtoffers. Na de bevrijding werd hij opgesloten in kamp Westerbork. Hij zag kans te ontsnappen en ontkwam naar Paraguay. Bij verstek werd hij tot levenslang veroordeeld. In 1961 verhuisde hij naar Canada, waar hij het tot hoogleraar aan de universiteit van Vancouver bracht. Luitjes werd gearresteerd en aan Nederland uitgeleverd. De rechtbank legde hem 28 maanden cel op, een heel verschil met levenslang.

Het ‘beest van Appingedam’

De laatste oorlogsmisdadiger die voor de rechtbank kwam, was Siert Bruins. Hij oefende als lid van de Waffen-SS een ware terreur uit in Delfzijl en omgeving en kreeg de bijnaam ‘beest van Appingedam’. Na de bevrijding vluchtte hij naar Duitsland. Simon Wiesenthal zorgde ervoor dat hij in 1980 berecht werd door de Duitse rechtbank in Hagen voor de moord op de broers Sleutelberg in april 1945. Bruins kreeg daarvoor vijf jaar cel.

In 2012 werd Bruins aangeklaagd voor de moord op Aldert Klaas Dijkema in september 1944. Hoewel de Duitse rechtbank ervan overtuigd was dat Bruins schuldig was aan de moord op deze verzetsman, kreeg hij geen celstraf omdat het misdrijf verjaard was.
© 2015 - 2019 Mh1903, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Siert Bruins, één van de vierIeder jaar op 4 mei herdenken we de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog, en die van alle andere oorlogen. Onder de gev…
Klaas Carel Faber, één van de vierWanneer het weer richting 4 mei gaat, gaan de gedachten weer uit naar de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Gel…
Simon Wiesenthal, de nazi-jagerSimon Wiesenthal, de nazi-jagerSimon Wiesenthal was een erg bekend nazi-jager, hij heeft namelijk enorm veel nazi's opgespoord. Door zijn werk zijn ong…
Tips voor stappen in BredaTips voor stappen in BredaHet uitgaansleven in Breda is al jaren zeer populair in Breda en omstreken. Ook mensen van buiten de directe omgeving wo…
Heinrich Boere, veroordeeld tot levenslangEind april, wanneer de dodenherdenking van 4 mei weer in aantocht is, staat de Tweede Wereldoorlog weer volop in de aand…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Nationaal Archief, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Alberts, J., Juliana en de Vier van Breda, 06-04-2015, http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/30382/juliana-en-de-vier-van-breda.html
  • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12. Den Haag, 1988.
  • De meest gezochte nazimisdadigers, 07-04-2015, http://www.heijmerikx.nl/2012/12/02/de-meest-gezochte-nazi-misdadigers/

Reageer op het artikel "De berechting van oorlogsmisdadigers na de bevrijding"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Mh1903
Laatste update: 12-10-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!