InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Syrië in de Oudheid

Syrië in de Oudheid

Tijdens de Oudheid was Syrië het strijdtoneel van vele verschillende groepen, Perzen, Grieken en Romeinen, allemaal probeerden ze greep te krijgen op het gebied, dat op een kruispunt van wat betreft handel en culturen. Ook de vroege Christenen vonden vruchtbare grond in Syrië.

Perzen

In 539 v.Chr. veroverde de Perzische koning Cyrus de stad Babel en van daaruit rukte hij verder op en veroverde het hele gebied van de Vruchtbare Halve Maan. Anders dan hun voorgangers richtten de Perzen in de steden die zij veroverden geen verwoestingen aan. Niet alleen de bewoners, maar ook hun goden werden ongemoeid gelaten. De centrale regering bevorderde de eenheid en stabiliteit van het rijk door de invoering van een rijksmunt en een officiële taal, het Aramees. Door de relatieve rust en de aanleg van nieuwe wegen kon er weer volop handel gedreven worden tussen de verschillende rijksdelen.

Alexander en het Hellenisme

In 334 v. Chr. viel Alexander van Macedonië het Midden-Oosten binnen. Na Alexanders dood in 323 v. Chr. ontstond er onder zijn generaals strijd over het te verdelen wereldrijk. In 312 wist Seleucus 1 Nicator de macht te grijpen in Babylonië, en het Seleucidische koninkrijk kreeg daarna vaste voet aan de grond in Syrië. De hoofdstad werd Antiochië. De grens met het Ptolemeïsche koninkrijk van Egypte, gesticht door een andere generaal van Alexander, liep aanvankelijk ten zuiden van Hama. Van de rivaliteit tussen de beide koninkrijken profiteerden de Arabische Nabateëen: zij breidden hun invloedssfeer gestaag uit naar het noorden. Intussen veroverden de Parthen het gebied ten oosten van de Eufraat en drongen herhaaldelijk door tot in het Seleucidische Rijk.

Tijdens Alexanders veltochten waren overal koloniën gesticht, waarvanuit zich de Hellenistische cultuur in de daaropvolgende eeuwen had verspreid. Een golf van verkeer tussen oost en west kwam op gang en Syrië lag precies in het midden: het werd vanuit alle zijden 'gehelleniseerd'. Het Grieks verving het Aramees als officiële taal. Nieuwe steden als Laodicea (Latakia) en Apamea werden gebouwd volgens de Griekse principes van stadsplanning. De autochtone bevolking begon Griekse modellen te integreren in de eigen kunst en architectuur; de Nabatese en de Palmyreense architectuur zijn daarvan de meest sprekende voorbeelden.

Tegen de tijd echter dat de Romeinen arriveerden, hadden de Seleuciden te maken met vijanden en opstanden op bijna alle fronten.

De Romeinen

Het Seleucidische Rijk liep op zijn laatste benen toen de Romeinse generaal Pompeius in 64 v. Chr, binnentrok en de Romeinse provincie Syria in het leven riep, met Antiochië als hoofdstad. Ten zuiden van deze provincie creëerde Pompeius de Dekapolis, een tien-steden bond, waar ook Damascus deel van uitmaakte. Deze steden moesten de Romeinse handelsbelangen dienen en vormden bases waarvandaan het lastige Judea en het Nabatese koninkrijk in de gaten konden worden gehouden. In 73 n. Chr. verwoesten de Romeinen Jeruzalem en verdreven de bevolking. Judea werd voortaan Palestina genoemd.

De provincie Syria en de Dekapolis profiteerden van de nieuwe politieke verhoudingen. Nieuwe wegen werden aangelegd en de belangrijkste steden kregen een Romeins aanzien. Ook de landbouw kreeg een nieuwe impuls. De Hauran, het gebied ten zuiden van Damascus, werd als graanschuur van Rome een welvarend gebied.

Het Nabetese koninkrijk werd voorlopig door Rome gedoogd en controleerde het noord-zuid verkeer van Damascus, via Bosra en Petra, naar Arabië. In 106 n. Chr. versterkte Rome onder keizer Trajanus zijn greep op de regio. Hij maakte een einde aan het Nabatese koninkrijk en creëerde op de oostoever van de Jordaan de provincie Arabia, met Bosra als hoofdstad.
In Syrië voerden de Romeinen oorlog tegen de Parthen en veroverden een gedeelte van hun gebied, waaronder ook de Parthische stad Doura Europos aan de Eufraat. Toch bleven de Parthen het Romeinse Rijk onrust bezorgen.

In 193 n. Chr. werd de legeraanvoerder van een Syrisch legioen, Septimius Severus, keizer van het Romeinse Rijk. De Severiden-familie bracht daarna nog drie soldatenkeizers voort: Caracalla, Elagabalus en Alexander. Dat een Syriër keizer kon worden laat zien hoe belangrijk de oorlog tegen de Parthen was geworden. Van 244-248 was opnieuw een Syriër keizer: Philippus Arabus, geboren in het dorp Shahba in de Hauran. Tijdens zijn regeringsperiode kreeg hij te maken met de Sassaniden (ook Nieuw-Perzen genoemd), die de Parthen in 224 hadden verslagen. In 256 veroverden de Sassaniden Doura Europos en in 259 namen zij keizer Valerianus gevangen. Dit was de aanleiding voor Rome om de Palmyreen Odenathus te hulp te roepen, die met zijn leger de Sassaniden voorlopig tot ver achter de Eufraat terugdrong. Zijn vrouw Zenobia wist na zijn dood het machtsgebied van Palmyra uit te breiden tot in Egypte en Anatolië en riep zichzelf uit tot Keizerin van het Oosten. In 272 werd haar leger uiteindelijk door keizer Aurelianus verslagen. Na de val van Doura Europos kwam de Romeinse verdedigingslinie tegen de Sassaniden te liggen op een noord-zuid lijn van de Eufraat via Resafe en Palmyra naar Damascus, dus dwars door de Syrische woestijn. De bedenker van deze linie was keizer Diocletianus (reg. 284-305).

Het Christendom

Vanaf 250 hadden de christenen voortdurend te maken gehad met anti-christelijke maatregelen van overheidswege. Onder Diocletianus werd opnieuw ernst gemaakt met de systematische vervolging van christenen. In de ogen van Diocletianus diende alleen de keizer object te zijn van verering en hij vaardigde dan ook een verbod uit op christelijke samenkomsten, wat in de eerste jaren van de vierde eeuw uitliep op bloederige onderdrukking, vooral in Syrië. De martelaar Sergius was een van de slachtoffers van Diocletianus' bewind. Het tij keerde toen keizer Constantijn in 312 aanhanger werd van het Christendom. Langzamerhand werd het bestuur van de kerk centraal en hiërarchisch: in 381 kreeg de bisschop van Rome het gezag over alle andere bisschoppen.

Juist omdat het christelijke geloof vaste voet aan de grond had gekregen, kwamen het kluizenaarschap en het kloosterleven in zwang. Door de nabijheid van het Heilige Land en door de vele vroeg-christelijke martelaren uit deze regio ontstonden er al vroeg pelgrimsoorden, zoals de woestijnstad Resafe, waar Sergius werd omgebracht.

Theodosius (reg. 383-395) was de laatste keizer van het ongedeelde Romeinse Rijk. Hij verhief het Christendom in 394 tot staatsgodsdienst. Nieuwe kerken kwamen nu overal op.

Onder Byzantium

Byzantium of Constantinopel (teg. Istanbul) werd de hoofdstad van het Oostromeinse of Byzantijnse Rijk. De vierde en vijfde eeuw waren voor Syrië een tijd van vrede en welvaart. Binnen de kerk ontstond in die tijd een hevige richtingenstrijd over de natuur van Jezus Christus: was hij God of was hij mens? Hier kwamen de monofysieten (Jezus is God) tegenover de Nestorianen te staan (Jezus is soms God, soms mens); er kwam een derde oplossing: Jezus is tegelijkertijd God en mens. Hierop wendden de monofysieten en Nestorianen zich permanent af van de orthodoxe moederkerk. Het politieke gezag van Byzantium werd hiermee in de Syrische provincie ondermijnd.

In deze periode was de Byzantijnse keizer echter afhankelijk van de Ghassaniden, een bedoeïenenstam en aanhangers van het monofytisme. Deze stam had zich gevestigd in de Hauran en de Golan en verdedigde het Byzantijnse Rijk tegen de Sassanidische Perzen. De Hauran werd in deze tijd een dichtbevolkt gebied, dat rijk werd door de graanexport. Een andere streek die bloeide in deze periode was het Belus-massief, dit gebied strekt zich uit tussen Apamea en Aleppo. Deze streek had zijn welstand van de vierde tot de zevende eeuw te danken aan de export van olijfolie. De route naar het afzetgebied werd afgesneden toen de Sassaniden in het begin van de zevende eeuw Antiochië veroverden. Later, toen de Islam heel Syrië had veroverd, kwam in deze situatie geen verbetering en langzaam trok de bevolking weg uit het gebied.

In het begin van de zevende eeuw waren de oorlogen tussen Byzantium en de Perzische Sassaniden weer in alle hevigheid opgelaaid. In 614 werd Damascus veroverd en Jeruzalem, in 617 Egypte. Syrië was, na de verdwijning van de Ghassaniden, overgeleverd aan dit leger uit het oosten. Bovendien had men weinig behoefte om de ene overheerser te helpen verdedigen tegen de ander.

Lees verder

© 2008 - 2019 Sasati, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Oudheid: Byzantijnse munten kopen en verkopenOudheid: Byzantijnse munten kopen en verkopenEr wordt veel gehandeld in Byzantijnse munten. Met de koop en verkoop van deze munten kan er goed geld worden verdiend.…
Pelgrimsoord SeidnayaSeidnaya is een van de belangrijkste christelijke pelgrimsoorden in Syrië en de rest van de Levant. Het stadje staat vol…
De geschiedenis van badhuizenDe geschiedenis van badhuizenHet gebruik van badhuizen is al eeuwenoud en het werd door de Grieken en Romeinen al gedaan. De Romeinen ontwikkelden th…
De Nabateërs van PetraDe Nabateërs waren de inwoners van Petra, de beroemdste toeristische bezienswaardigheid in Jordanië. Zij waren degenen d…
De Grieks-Romeinse godenwereldDe Grieks-Romeinse godenwereldDe Griekse en Romeinse godenwereld zijn in het begin zeer verschillend van elkaar. Toch zijn ze nauw met elkaar verbonde…
Bronnen en referenties
  • www.unexpectedtours.com

Reageer op het artikel "Syrië in de Oudheid"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sasati
Laatste update: 15-04-2008
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Syrie
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!