Somalië: van de onafhankelijkheid in 1960 tot de dictatuur

Somalië, het is er al sinds de tijd van het imperialisme onrustig geweest. Na de dekolonisatie die volgde na WOII wisselde Somalië snel van machthebbers en was Somalië verwikkeld in conflicten. Dit artikel beschrijft de situatie in Somalië in de tijd tussen de dekolonisatie rond 1960 en de dictatuur van Siad Barre in de jaren '80. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een proces van dekolonisatie in Afrika. Ook Somalië onderging deze verandering. Op 26 juni 1960 werd Brits Somaliland onafhankelijk, op de voet gevolgd door voormalig Italiaans Somaliland op 1 juli 1960. Samen vormden zij de republiek Somalië, met een bevolking van ongeveer 2 miljoen mensen. De post van president werd door Aden Abdullah Osman bekleed.

Op 9 december 1961 werd een staatsgreep geprobeerd door een groep legerofficieren. Zij streefden naar onafhankelijkheid van het voormalige Brits Somaliland. De beweegredenen hiervoor waren met name de keuze voor Mogadishu als hoofdstad en de opvatting dat het zuidelijk deel van Somalië bevoorrecht werd. De staatsgreep mislukte en Aden Abdullah Osman bleef president. Ook ontstonden in 1961 de eerste spanningen met de buurlanden. Somalië beweerde aanspraak te hebben op de Ogaden woestijn, gelegen in Ethiopisch gebied. Men kon daarnaast niet goed overweg met Djibouti (onder Frans bestuur) en Kenia, waar Somalië de zogenoemde Noord-Oostprovincie opeiste. In deze gebieden leefden namelijk bevolkingsgroepen verwant aan de Somalische bevolking, en Somali sprekend.

In 1962 namen de binnenlandse spanningen toe. Twee ministers traden af als gevolg van de achterstelling van voormalig Brits Somaliland. Op het gebied van internationale betrekkingen werd echter vooruitgang geboekt. Er was zelfs een officieel staatsbezoek van Jomo Kenyatta, president van Kenia, aan Somalië. De VS beloofden hulp aan Somalië op economisch en militair gebied, en Amerikaanse oliemaatschappijen kregen de gelegenheid olie te winnen. Ook de Sovjet-Unie bood hulp aan. In 1963 ging men verder met de pogingen tot integratie van beide delen van Somalië. Men begon met het gelijkstellen van het kiesstelsel en het lokale bestuur. Echter, door gelijkstelling van invoerheffingen door het hele land stegen de prijzen in het Noorden, wat wederom rellen tot gevolg had. Er volgde in juli 1963 een wet op de openbare orde, waardoor dit soort rellen en stakingen niet meer mogelijk waren. Er werd nog steeds gesproken over een ‘Groot-Somalië’, wat de relaties met de buurlanden er niet beter op maakte. Rebellen in de Ogaden woestijn en Noord-Kenia werden actiever. Somalië raakte op politiek gebied geïsoleerd in haar gebied. In Rome werden besprekingen gehouden tussen Somalische en Keniaanse afgevaardigden, maar deze besprekingen faalden.De Somalische autoriteiten concentreerden zich in toenemende mate op de Sovjet-Unie, en toenmalig premier Shermarke bezocht Moskou. Engeland besloot de betrekkingen te verbreken en economische hulp stop te zetten.

De banden met de buurlanden bleven verslechteren; in februari 1964 kwam het tot een openlijke oorlog om de Ogaden woestijn met Ethiopië. De Afrikaanse Eenheid besloot te bemiddelen en in Khartoem (Soedan) werd een wapenstilstand gesloten, met een gedemilitariseerde zone in de Ogaden. Abdirazak Ali Hussein, minder op de Sovjet-Unie gericht dan Shermarke, werd in hetzelfde jaar gekozen tot premier. De internationale hulp kwam goed op gang. Uit de VS werd voedsel ingevlogen, de Sovjet-Unie leverde wapens en ook China beloofde hulp.

In 1965 ontstond een hongersnood als gevolg van aanhoudende droogte. Door het gebrek aan voedsel laaiden de stammenoorlogen weer op. Daarnaast waren er weer conflicten met Ethiopië. Er waren regelmatig gewapende schermutselingen langs de grens in de Ogaden, en als wraakactie voor het optreden van Keniaanse autoriteiten richting Somalische Kenianen werden ruim 100 Keniaanse burgers vermoord door Somalische strijders.

Op 26 juni 1966 trad premier Hussein af door onenigheid over het nieuwe burgerlijk wetboek. Echter, hij werd op 13 juli opnieuw benoemd. Ook de laatste handelsbetrekkingen met Kenia werder verbroken. De relatie met Frankrijk werd ook steeds meer gespannen. Door rellen bij een bezoek van de Franse president aan Djibouti werd besloten een referendum te houden over de toekomst van deze kolonie.

Op 10 juni 1967 werd voormalig premier Shermarke to president gekozen. Er werd een vreedzame buitenlandse politiek gevoerd, hetgeen slecht in de aarde viel bij de Somalische Jeugdbond, een radicale nationalistische partij waarvan ook de nieuwe premier, Mohammed Ibrahim Egal lid was. Egal werd uit de partij gezet en hij liet de vestigingen in Mogadishu sluiten. Op 28 oktober 1967 werd wederom een vredesakkoord met Kenia gesloten. Door de zesdaagse oorlog tussen Israël en haar buurlanden werd het Suezkanaal afgesloten, met grote gevolgen voor de Somalische economie, die voor een groot deel afhankelijk was van de bananenexport naar Italië.

In mei 1968 werd een wet aangenomen waardoor het onmogelijk werd partijen op te richten die op stamverwanten gebaseerd waren. Ook werden in hetzelfde jaar de internationale betrekkingen verder verbeterd. De pro-westerse koers werd voortgezet en in het kader hiervan werd de relatie met Engeland verbeterd en bracht premier Egal een bezoek aan West-Europa en de VS. President Shermarke bracht een bezoek aan Kenia om de banden verder te verbeteren. In 1969 werd President Shermarke door een politieagent doodgeschoten tijdens een werkbezoek in Noord-Somalië. Op 21 oktober 1969 pleegden vier kolonels uit het Somalische leger een staatsgreep. Ze benoemden een Opperste Revolutionaire Raad, met Mohammed Siad Bare als voorzitter. Hij werd ook president van Somalië. De revolutionairen vonden dat Somalië strenger islamitisch moest worden, en ze wilden daarnaast de corruptie en stammentraditie tegengaan. In oktober 1970 werd Somalië uitgeroepen tot ‘Socialistische Staat’. De nieuwe regering trad met harde hand op tegen elke vorm van tegenstand. De spanningen met het westen stegen weer, en de VS waren kwaad omdat Somalië banden onderhield met Noord-Vietnam.

In 1970 werd een staatsgreep van twee generaals neergeslagen, en omdat Somalië steeds sterkere contacten onderhield met de Sovjet-Unie zetten de VS de hulp stop. Somalië trad in 1974 toe tot de Arabische liga, geheel in lijn met het beleid van toenadering richting de Arabische landen. In datzelfde jaar werd de noodtoestand afgekondigd door de aanhoudende droogte die wederom tot een hongersnood leidde. In 1975 begon de Sovjet-Unie, naast de grote financiële steun aan Somalië, ook aan de bouw van militaire bases bij Berbera en Wanleweyn. Dit tot grote woede van de VS.
In 1976 besloot Barre het politieke Sovjet-systeem te organiseren. Op 1 juli werd de Revolutionaire Raad vervangen door de Somalische Socialistische Revolutionaire Partij, de enige toegestane partij. Barre was de leider van deze partij. Zijn ‘Filosofie van de Somalische Revolutie’ noemde hij het Heilige Geschrift en moest als richtlijn dienen voor het leven van de burgers.

Op 23 juli 1977 brak (ondanks het afraden van de communistische bondgenoten van Somalië) opnieuw oorlog uit met Ethiopië over de Ogaden woestijn, waarvan het grootste deel van de bevolking (vanwege hun Somalische afkomst) zich aan de kant van Somalië schaarde. Al snel was het hele gebied in handen van Somalië, met name dankzij de materiële steun van de Sovjet-Unie.

Eind 1977 waren de Somalische troepen echter verdreven uit de Ogaden, en Barre (die zich verraden voelde) stuurde zijn Oost-Europese adviseurs naar huis. Op 9 april 1978 werd weer een staatsgreep geprobeerd door het zogenaamde ‘Front voor Democratische Actie’, maar ook deze poging mislukte. Een jaar later werd, met steun van de Ethiopische regering, het ‘Democratisch Front voor de Redding van Somalië’ opgericht, aangevoerd door generaal Mustafa Hadji Nuur. Dit was een 2000 man sterk guerillaleger, dat opereerde vanuit de Ogaden. In de loop van het jaar 1979 waren de betrekkingen tussen Somalië en de Sovjet-Unie verslechterd, en Barre zocht hulp bij de Arabische landen en bood de VS de voormalige Sovjet-basis bij Berbera aan.
© 2007 - 2021 Daan123, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
De raskatten Somali en AbessijnDe raskatten Somali en AbessijnDe Somali is een langharige Abessijn. De Somali en Abessijn zijn bekend om hun vacht die een ticking heeft. Dit betekent…
Somalië in de jaren '80: Siad Barre's regimeSomalië kende een dictatuur in de jaren'80. De communistische revolutionair Siad Barre had de macht overgenomen en voerd…
Een ERP-pakket automatiseert de waardekringloopOver wat een ERP-pakket nu precies is en doet, wordt verschillend gedacht. Sommigen zien het als een logistiek pakket da…
Anarchie in Somalië: hoe het zover heeft kunnen komenNa de Tweede Wereldoorlog volgde een proces van dekolonisatie in Afrika. Ook Somalië onderging deze verandering. In 1960…

De Grieks-Romeinse godenwereldDe Grieks-Romeinse godenwereldDe Griekse en Romeinse godenwereld zijn in het begin zeer verschillend van elkaar. Toch zijn ze nauw met elkaar verbonde…
Koning Arthur (Keltische legeraanvoerder)Koning Arthur was een Keltische legeraanvoerder die vermoedelijk regeerde tussen 454 en 470. Er is vrijwel niets over he…
Daan123 (29 artikelen)
Gepubliceerd: 05-03-2007
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.