InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Geschiedenis van Cuba: de onafhankelijkheidsstrijd

Geschiedenis van Cuba: de onafhankelijkheidsstrijd

Drie eeuwen lang leefde Cuba onder het koloniale juk van Spanje. Maar "trop is te veel" en in de 2de helft van de 19de eeuw breekt in Oost-Cuba een eerste onafhankelijkheidsoorlog uit, het begin van een lange strijd voor nationale autonomie.

De onafhankelijkheidsoorlogen en de VS-inmenging

Door de erbarmelijke omstandigheden waarin heel wat Cubanen leefden onder het koloniale juk van Spanje barstte uiteindelijk in 1868 een eerste onafhankelijkheidsoorlog los, in het oosten van het land. Landeigenaar Carlos Manuel de Cespedes luidde de klokken op zijn landgoed La Demajagua, gaf zijn eigen slaven de vrijheid en riep op om de strijd aan te gaan tegen de Spanjaarden. Hij verdiende er de naam 'vader des vaderlands' mee. De rebellen stonden onder leiding van de zwarte generaal Antonio Maceo en die van generaal Maximo Gomez en slaagden erin om snel het oostelijke deel van Cuba in hun macht te krijgen. Toch duurde deze onafhankelijkheidsoorlog uiteindelijk 10 jaar, tot 1878. Op dat moment wordt een pact gesloten waarbij aan de rebellen amnestie wordt verleend. Antonio Maceo, later gekend onder de bijnaam de Bronzen Titaan, weigerde samen met een aantal anderen dit te aanvaarden en vocht nog drie maanden verder vooraleer in ballingschap te gaan. De 10-jarige oorlog bleek dan ook geen grote veranderingen te hebben gebracht en Cuba bleef tot nader order een Spaanse kolonie.

In de jaren 1880 werden intussen meer en meer spoorlijnen aangelegd gezien de suikercentrales en plantages groter werden. Veel Noord-Amerikaanse investeerders kochten noodlijdende Spaanse plantages op voor een appel en een ei terwijl veel Cubaanse landeigenaars bleven aandringen op een annexatie met de VS, iets wat verschillende Amerikaanse presidenten ook wel zagen zitten (onder meer Thomas Jefferson). In 1890 werden alle belastingen op handel tussen beide landen opgeheven waardoor uiteindelijk tegen het einde van de eeuw de handel tussen Cuba en de VS groter was dan de handel van de VS met de rest van alle Latijns-Amerikaanse landen. Cuba was hiermee meteen de derde belangrijkste handelspartner van de VS, na Groot-Brittannië en Duitsland.

Intussen broeiden er plannen voor een tweede poging om onafhankelijk te worden. Voortrekker van deze tweede poging was niemand minder dan José Marti, dé grote held des vaderlands, een naam die tot op vandaag bij elke Cubaan trots en ontzag oproept. De man was nochtans geen grote “doener”, maar een “denker”, meer bepaald, schrijver, journalist, filosoof en drijvende kracht achter de Cubaanse onafhankelijkheidsbeweging. Het grootste deel van zijn leven bracht hij in het buitenland door waar hij voortdurend bleef opkomen voor de onafhankelijkheid van Spanje, maar eveneens waarschuwde voor de groeiende rol en het imperialisme van de VS in de regio (hoe visionair zou dit later niet blijken). In 1892 achtte de onafhankelijkheidsbeweging zich sterk genoeg om een tweede aanval op het Spaanse koloniale systeem op gang te trekken. Marti reisde naar Santo Domingo (Dominikaanse Republiek) waar hij de Dominikaanse generaal Maximo Gomez opnieuw voor zijn kar kon spannen en waar men de in Costa Rica in ballingschap levende generaal Antonio Maceo eveneens opnieuw optrommelde. Samen reisden ze naar Cuba waar ze landden in het oostelijke plaatsje Cajobabo. Marti zelf sneuvelde al heel snel tijdens een schermutseling in Dos Rios; de verdere strijd werd geleverd onder leiding van Maceo en Gomez.

Dit keer blijven de gevechten drie jaar duren alvorens er een beslissing valt, maar niet zonder een voor de toekomst van Cuba verrassende wending. Zoals Marti al had gewaarschuwd zagen de VS in deze oorlog hun kans om zelf het eiland onder controle te krijgen. In de Amerikaanse media worden allerhande echte en vermeende Spaanse wreedheden vermeld zodat uiteindelijk niemand nog gekant blijft tegen een interventie in dit conflict. In januari 1898 sturen de VS het oorlogsschip Maine naar Havana, zogezegd om hun staatsburgers te beschermen. In februari van datzelfde jaar explodeert het schip in de haven en 266 matrozen komen om. De Amerikanen beweren dat de Spanjaarden hierachter zitten en na een mislukte poging om het eiland voor 300 miljoen US$ van Spanje te kopen verklaren de VS Spanje de oorlog.

De definitieve slag in deze tweede onafhankelijkheidsoorlog was die bij de San Juan heuvel nabij Santiago de Cuba, waar eveneens de Spaanse vloot in de baai van Santiago volledig tot zinken werd gebracht. De Spanjaarden sluiten hierop een vredesakkoord met de VS waarbij Cuba onafhankelijk wordt van Spanje (de Cubanen worden helemaal niet geraadpleegd tijdens dit vredesoverleg) maar meteen onder bescherming van de VS komt te staan. Immers, de VS hadden Cuba toch geholpen in hun strijd tegen de Spanjaarden, zo redeneerden de Amerikanen (dat de Amerikanen pas helemaal op het einde op het strijdtoneel waren verschenen, toen de Cubanen nagenoeg zelf de Spanjaarden reeds verdreven en overwonnen hadden, werd gemakshalve vergeten). Cuba kwam onder Amerikaans militair bestuur terecht.

De Amerikaanse periode

Deze situatie duurt tot 1902 wanneer Cuba uiteindelijk een soort "grondwet" krijgt gebaseerd op die van de VS maar met een belangrijk amendement als aanhangsel: het Platt-amendement (genoemd naar senator Orville Platt). Dit amendement stelt onder meer dat de VS het recht behouden om militair in Cuba tussen te komen telkens wanneer ze dit nodig achten. Anderzijds wordt hier ook vastgesteld dat de VS een militaire basis op het eiland krijgen, voor onbepaalde tijd: Guantanamo.
Het duurde niet lang vooraleer de VS daadwerkelijk van hun interventierecht gebruik gingen maken. In 1906 was er al een eerste militaire interventie (met een bezetting die duurde tot 1909), in 1912 waren ze er opnieuw om een opstand van voormalige slaven in de kiem te smoren en in 1917 kwam er alweer een interventie, dit keer om een continue suikerbevoorrading te garanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Tijdens de jaren 1920 was dictator Gerardo Machado aan de macht, een figuur die bekend stond omwille van zijn harde aanpak van eender welke onrust. Tijdens zijn bewind bloeide ook het Amerikaanse toerisme, gebaseerd op casino's, drankgelegenheden en prostitutie. In de VS had men in die periode immers de Drooglegging ingesteld (waarbij alcohol niet legaal kon geconsumeerd worden) en veel Amerikanen zochten hun vertier en hun drankje(s) dan maar op Cuba.
Intussen hadden Amerikaanse bedrijven reeds 2/3 van Cuba's landbouwgrond en de meeste mijnen in handen.
Tijdens de Grote Depressie van 1929 ontstond sociale onrust als protest tegen de armoede van de bevolking die in schril contrast stond met de wereld van luxe en vertier van de hogere klasse en de Amerikanen. In 1933 wordt Machado uiteindelijk onderuit gehaald tijdens een algemene staking waarbij een zekere sergeant Fulgencio Batista de macht grijpt. Hij blijft stafchef en bevelhebber van het leger tot 1940 en heeft tijdens die periode ook effectief de touwtjes in handen van 's lands bestuur. In dat jaar stelt Batista een democratische grondwet voor en laat hij zich tot president benoemen. De jaren 1940 worden echter een chaotische politieke periode waarin verschillende kandidaten van verschillende nieuw opgerichte partijen elkaar heel snel afwisselen. De economische situatie van de meeste Cubanen blijft onveranderd en bij de nakende verkiezingen van 1952 ziet het er naar uit dat een jonge kandidaat van de Partido Ortodoxo, een zekere Fidel Castro Ruz, het pleit zou winnen. Batista steekt hier snel een stokje voor en pleegt een tweede staatsgreep waarmee hij meteen zijn eigen democratische grondwet van 1940 naar de prullenmand verwijst. Tegen de tweede helft van de jaren 1950 is zowat de helft van Cuba's grond, industrie en diensten in buitenlandse handen, Batista en co. hebben zichzelf buitensporig verrijkt via corruptie en inhaligheid, de doorsnee Cubaan blijft labeuren in armoede.
© 2010 - 2019 Youriblieck, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Invasie van de varkensbaai: poging om Fidel omver te werpenOp 17 april 1961 moesten speciaal opgeleide Cubaanse mannen het bewind van Fidel Castro omver werpen. Dit mislukte jamme…
Fidel Castro, schurk of staatsman?Fidel Castro, schurk of staatsman?De guerrillastrijder Fidel Castro heerste van 1959 tot 2008 als opperbevelhebber van Cuba, sinds 1976 ook als staatsman.…
Cuba Crisis (1962)Achteraf gezien was het ongetwijfeld de meest spannende gebeurtenis tijdens de Koude Oorlog; Amerikaanse en Russische sc…
Dwars door Cuba: de zuidkust van MatanzasAan de zuidkust van de Cubaanse provincie Matanzas slaan natuur en geschiedenis de handen in elkaar: een project om de C…
Cubaanse film Azucar Amarga (Bitter Sugar)recensieCubaanse film Azucar Amarga (Bitter Sugar)Azucar Amarga is een Cubaanse film die ook wel bekend staat onder de Engelstalige titel Bitter Sugar. De film geeft een…

Reageer op het artikel "Geschiedenis van Cuba: de onafhankelijkheidsstrijd"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Youriblieck
Laatste update: 22-04-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Schrijf mee!