Barok en rococo: relatie met absolutisme, typeringen en meer

De barok en rococo, kunststromingen die op elkaar overliepen. De barok ontstond in de 17e eeuw en liep in de eerste helft van de 18e eeuw over in de rococo (ook wel laatbarok genoemd). Wat houden deze stromingen nu precies in, wat heeft de barok met het absolutisme te maken, wat zijn de verschillen tussen de zuidelijke en noordelijke barok en hoe uitte de 'macht' van de gouden eeuw in Nederland zich in de barokkunst?

Barok in het kort

De barok is een Europese kunststroming, populair vanaf de 17e eeuw tot in de eerste helft van de 18e eeuw. Deze feestelijke en uitbundige kunststijl is ontstaan in Italië en kwam tot uiting in de schilderkunst, beeldhouwkunst, (tuin)architectuur, muziek en literatuur. Het woord Barok is afgeleid van het Portugese ‘barocco’, dat staat voor ‘onregelmatig gevormde parel’. Deze stijlperiode is te verdelen in drie delen: er zijn een vroege, hoge en late barok. De laatbarok wordt ook wel aangeduid met rococo.

Rococo in het kort

Het rococo wordt gezien als de laatbarok, maar scheidt zich van de barok af door andere onderwerpen, ander kleurgebruik en meer. Deze stijlperiode komt langzaam op vanaf 1700 en eindigt rond 1775. De naam is een samentrekking van het Franse woord ‘rocaille’, een schelpmotief dat in de 18e eeuw vooral wordt aangetroffen in de toegepaste kunst en de barok.

Welke relatie had het Absolutisme (Lodewijk de 14e) met de Barok?

Het absolutisme was een regeringsvorm waarbij de vorst alle macht naar zich toe mocht trekken. De vorst had de rechtgevende macht. Lodewijk de 14e, de Franse koning, was zo’n alleenheerser. Hij en andere absolute vorsten gaan zich bedienen van de uitbundige barokstijl, waardoor deze stijl benoemd wordt tot de hofstijl. De absolute vorsten wilden hun macht laten zien door sterk versierde paleizen waar pracht en praal de boventoon voerden.

Om de paleizen heen waren er geweldig mooie tuinen, ze waren geometrisch en de besnoeiing en beplanting werden strak in de hand gehouden. De tuin van Paleis het Loo was er zo een.

Dat heeft ook weer te maken met het absolutisme; heerschappij over alles, over mensen, maar dus ook over de natuur. De absolute vorsten lieten door middel van veelvoudig gebruik van tierlantijnen, krullen en goed zien aan anderen hoe rijk ze waren.

De verschillen tussen de zuidelijke ‘flamboyante’ en de meer noordelijke ‘klassieke’ barok.

In het zuiden was de barok, zoals eerder gezegd, de hofstijl geworden. De (absolute) vorst was een groot opdrachtgever. Dit was in het noorden niet het geval. In het noorden was er namelijk niet zo’n enorme hofhouding, vooral het protestantisme speelde daar een rol. Daarom was er in het noorden meer sprake van de ‘klassieke’ barok, er werd daar gebruik gemaakt van klassieke elementen zoals tempanen en pilasters. Het had een sobere uitstraling. Dus veel minder uitbundig dan de ‘flamboyante’ barok uit het zuiden. In het zuiden was het mede zo uitbundig omdat de barok daar de hofstijl was, ook omdat het katholicisme daar het grootste geloof was. Het katholicisme was namelijk in tegenstelling tot het protestantisme wel een grote kerkelijke opdrachtgever. Hierbij speelde ook het vieren van de contrareformatie een belangrijke rol voor de uitbundigheid van het zuiden.

De flamboyante barok in het zuiden was een erg drukke stijl met veel versieringen die uitbundig aandeed. In de schilderkunst kwamen veel diagonalen voor, er werd veel beweging in weergegeven, waardoor drukke asymmetrische composities ontstonden. Ook werd er gebruik gemaakt van de licht-donker werking. Naar het midden toe was een climax van versieringen en er zat veel gevoel en emotie in de schilderijen. De architectuur werd vaak zo gemaakt, dat het één werd met de omgeving. Tuinarchitectuur speelde ook een rol, er werden vaak erg mooie (geometrische) tuinen aangelegd, die goed werden bijgehouden door tuinman(nen). Er was ook vaak sprake van het samenvloeien van bouwkunst, schilderkunst en beeldhouwkunst.

De klassieke barok die in het noorden heerste was veel rustiger en ingetogener dan de flamboyante barok. Het noorden richtte zich ook op andere onderwerpen, meer op religieus en mythologische onderwerpen. De kunst in het noorden was minder kleurrijk dan in het zuiden. In de bouwkunst zag je klassieke elementen terug. De klassieke barok richtte zich veel meer op de Klassieke Oudheid dan de flamboyante Barok dat deed.

Op welke manier uitte de ‘macht’ van de gouden eeuw in Nederland zich in de barokkunst?

In de Republiek kan er eigenlijk nauwelijks worden gesproken van echte barok. In de Republiek is de barok niet de hofstijl, er is namelijk geen staatsvorm waar op uitbundige wijze gestalte aan moet worden gegeven. De stadhouder, die in dienst van de Staten Generaal is, voert een erg sobere hofhouding. De Contrareformatie, die in het zuiden zorgt voor de uitbundige architectuur en schilderijen, heeft in deze calvinistische Republiek geen enkele invloed. Er waren wel een paar paleizen die de Oranjes lieten bouwen, maar qua aankleding en schaal waren die niet te vergelijken met andere landen op dat gebied. Vaak wordt gedacht dat het Paleis op de Dam, die in Amsterdam staat, een paleis van de stadhouders is geweest. Dit is niet het geval, het was een stadhuis van het toen zo machtige en rijke Amsterdam. De grootte van het bouwwerk straalt dan wel statigheid uit en is indrukwekkend, maar de stijl is sober en classicistisch.

In de bouwkunst kan je ook maar weinig merken van de barok, slechts wat decoratieve barokelementen zoals frontonvariaties, medaillons en guirlandes worden tegen de gevels geplaatst. Maar verder worden de grote patriciërshuizen, die door regenten en rijke kooplieden worden bewoond, in de stijl van de Renaissance gebouwd.

Bij de schilderkunst ligt het anders, daar neemt de Republiek wel een voorname plaats in. Kerk en adel zijn vrijwel geen opdrachtgevers meer in de Republiek, de gegoede stedelijke burgerij neemt die plek in. De kunstenaar maakt nu dus werk naar eigen idee en biedt dat te koop aan. De burgerij heeft wel als eis dat het niet te moeilijke klassieke schilderijen moeten zijn, maar herkenbare. Dat zijn landschappen, portretten, historiestukken, en huiselijke, alledaagse taferelen. Op deze genres specialiseerden de kunstenaars in de Republiek zich.

De Republiek scheidde zich dus aardig af van de rest van de landen wat betreft kunst. De macht van de Gouden Eeuw uitte zich door schilders die gespecialiseerd waren op een bepaald genre. Ook was nieuw dat de gegoede burgerij veel aan kunst deed, dit kwam door de overvloed. De weinige bouwwerken, waren wel statig en indrukwekkend, dat straalt ook macht uit van de Gouden Eeuw.

Wat houden de meest typerende barok verschijnselen als het zogenaamde ‘trompe-l’oeil’, ‘Gesamtkunstwerk’ en ‘Plein architectuur’ eigenlijk in?

Trompe-l’oeil:

Het trompe-l’oeil wordt vooral in stillevens toegepast, maar je kunt het ook in muurschilderingen terugvinden. Die muurschilderingen werden gebruikt om de echte aanwezigheid van dingen als pilaren of standbeelden te suggereren. Bij plafondschilderingen werd er met deze stijl bijvoorbeeld een koepel gesuggereerd. Zo leek het net alsof er een koepel als plafond was. Een belangrijk kenmerk van het trompe-l’oeil is dat door zeer nauwkeurig schilderen van de vormen en door schaduwen perspectief gecreëerd wordt en zo van de voorwerpen een sterke illusie wordt bereikt. Van zo’n kunstwerk zie je hiernaast een voorbeeld. Het lijkt net of de jongen uit het schilderij stapt.

Gesamtkunstwerk:

Het doel voor de architect van het Gesamtkunstwerk is om van zijn creatie één geheel te maken. Dus om alle kunsten te laten samenvloeien. Dit doet hij door ook de meubelen, het behang en het tafelzilver, tot soms zelfs de kledij van de bewoners van het gebouw te bepalen. Schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst worden zo samengevoegd tot een geheel, dat is het meest typerende voor het ‘Gesamtkunstwerk’.

Plein architectuur:

Plein architectuur komt voor bij bijvoorbeeld de St. Pietersbasiliek in Rome. Het plein van deze bekende grote kerk staat vol met beelden, pilaren, enzovoort. Beeldhouwkunst en bouwkunst worden met elkaar gecombineerd, wat er prachtig uit ziet. Dit is dus een architectuur op zich geworden: de pleinarchitectuur.

De overgang van de barok naar het rococo en de wezenlijke verschillen tussen beide stromingen

De barok is de feestelijke, uitbundige stijl van de Contrareformatie en het absolutisme. Er wordt veel beweging gebruikt met dynamische composities en verspringende vlakken. Ook een kenmerk zijn de sterke gevoelsuitdrukkingen door middel van heftige gebaren en dramatische effecten als gevolg van de sterke licht-donkereffecten. Bij de Barok worden schilder-, beeld- en bouwkunst samengevoegd tot één geheel.

Het rococo is een stijl die is voortgekomen uit de laatste fase van de barok, dat was rond 1700. Het rococo is gekenmerkt door krullerige en speelse vormen. Er wordt veel lichtroze en lichtblauw gebruikt, lichte kleuren dus. Ook veel bladgoud is aanwezig. Dit maakt de stijl soms wat kitcherig. De onderwerpen zijn luchtig en hebben een ondeugend karakter.

De verschillen met de barok zijn dus de onderwerpen, de kleuren die worden gebruikt en het vele gebruik van bladgoud waardoor het kunstwerk een wat kitcherige uitstraling krijgt. Een voorbeeld van zo'n ondeugend kunstwerk is 'De schommel' van J.H. Fragonard. Er is een meisje te zien die aan het schommelen is, en als je goed kijkt zie je een man onder haar jurk gluren. In de barok kwamen dit soort schilderijen niet voor. Die had vooral genre-schilderijen, muurschilderingen waarin ook het trompe-l’oeil wordt toegepast (één geheel met de bouwkunst).

De barok en het rococo, sommigen vinden de rococo perfect op de barok aansluiten, anderen zien vooral de duidelijke verschillen tussen deze twee sierlijke stijlen.
© 2011 - 2020 Liisan93, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Rococo-stijl 1720 - 1775Rococo is een Europese stijlperiode rond 1720 - 1775 Rococo begon in Frankrijk, via Nederland verspreidde de stijl zich…
Kenmerken van kunststijlenKenmerken van kunststijlenAls je op vakantie bent ga je wel eens een stadje bezoeken. Iedere keer weer is het dat ene gebouw dat zorgt voor het ch…
Rococo-meubelen in een modern interieurRococo-meubelen in een modern interieurMeubels geïnspireerd door de rococostijl in combinatie met moderne kleuren zijn in de 21e eeuw weer erg in. De meubels v…
Barok en de katholieke kerkBarok en de katholieke kerkDe term barok wordt pas sinds het eind van de negentiende eeuw op een positieve manier gebruikt. Oorspronkelijk had de t…

Bauhaus en het nieuwe ontwerpenBauhaus en het nieuwe ontwerpenBauhaus was een in 1919 door Walter Adolf George Gropius opgerichte hogeschool voor architectuur en toegepaste kunsten.…
Andrea del Sarto, schilder zonder foutenAndrea del Sarto leefde ten tijde van de Hoogrenaissance in Florence. Hij was in zijn eigen tijd een zeer gevierd kunste…
Bronnen en referenties
  • L.J.A.A. van den Akker - Kunsthistorisch Overizcht 1
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Trompe-l'oeil
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Gesamtkunstwerk
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Barok_(stijlperiode)
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Rococo

Reageer op het artikel "Barok en rococo: relatie met absolutisme, typeringen en meer"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Liisan93
Gepubliceerd: 13-09-2011
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!