InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Biografie > Johann Sebastian Bach (1685-1750) - Componist

Johann Sebastian Bach (1685-1750) - Componist

Johann Sebastian Bach (1685-1750) - Componist De in Duitsland geboren componist Johann Sebastian Bach was afkomstig uit een enorm muzikaal nageslacht dat al musiceerde vanaf het begin van de zestiende eeuw. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij in de voetsporen van zijn voorouders trad en zowel orgel, klavecimbel als viool speelde en dirigent, componist en muziekleraar was. Zijn werken waren van grote invloed op de barokmuziek uit zijn tijd door zijn verrassende gebruik van het contrapunt en zijn creativiteit op het gebied van melodie, ritme en harmonie en vormden een grote bron van inspiratie voor de generatie componisten die na hem kwamen.

Inhoud


Johann Sebastians Jeugd

Johann Sebastian Bach was afkomstig uit een zeer muzikale familie die al sinds het begin van de zestiende eeuw actief was in de muziek. Hij kende tot zijn negende jaar een onbezorgde jeugd tot zijn beide ouders plotseling overleden en hij in huis werd genomen door zijn oudste broer. Ondanks zijn kunnen op muzikaal gebied kreeg hij op zijn vijftiende een studiebeurs aangeboden als koorknaap waarna hij verhuisde naar de stad Lüneberg gelegen in het noorden van Duitsland.

Muzikaal nageslacht

Op 21 maart 1685 kwam in het kleine stadje Eisenach - gelegen in de Duitse deelstaat Thüringen - een jongen ter wereld die al op jonge leeftijd liet blijken de muzikale genen van zijn voorouders te hebben geërfd. Johann Sebastian Bach (1685-1750) was het achtste (en tevens laatste) kind van stadsmuzikant Johann Ambrosius Bach (1645-1695) en zijn vrouw Elisabeth Lammerhirt (1644-1694), waarbij Johann Ambrosius afkomstig was uit een zeer muzikale familie. Volgens diverse verhalen waren de leden van de familie Bach al actief in de muziek sinds de eerste helft van de zestiende eeuw en waren er uit zeven generaties al meer dan 120 musici voortgekomen. Twee dagen na zijn geboorte werd de kleine Johann Sebastian Bach gedoopt in de Sant Georgenkirche en werd zowel naar zijn vader Johann als naar zijn peetoom Sebastian Nagel (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) vernoemd. Peetoom Sebastian kende de familie Bach via de muziek aangezien hij stadsblazer was van de nabij gelegen stad Gotha.

Vader Johann Ambrosius Bach / Bron: Johann David Herlicius / Wikimedia CommonsVader Johann Ambrosius Bach / Bron: Johann David Herlicius / Wikimedia Commons
Familie Bach
Het was een drukke boel bij de familie Bach aangezien Johann Sebastian opgroeide met vier oudere broers - Johann Rudolf (1670-1670), Johann Christoph (1671-1721), Johann Baltasar (1673-1691), Johann Jonas (1675-1685) en Johann Jacob (1682-1722) - en twee oudere zussen - Maria Salome (1677-1728) en Johanna Juditha (1680-1686) -. Net als zijn oudere broers volgde Johann Sebastian een algemene opleiding aan de lagere school van zijn woonplaats waar hij naast lezen, schrijven en rekenen ook de basisbeginselen van het Latijn kreeg bijgebracht. De momenten thuis stonden daarentegen geheel in het teken van de muziek waarbij vader Johann Ambrosius al zijn kinderen leerde om meerdere muziekinstrumenten te bespelen en met name de kleine Johann Sebastian de aandacht op zich wist te vestigen door blijk te geven van een enorme muzikale aanleg. Op negen jarige leeftijd veranderde Johann Sebastians leven drastisch toen eerst zijn moeder en - korte tijd later - zijn vader overleed en hij achterbleef als wees.

Johann Christoph

Na het overlijden van hun ouders besloot Johann Christoph om zijn jongste broertje in huis te nemen waarbij hij - en zijn vrouw Dorothea von Hof (1674-1745) - voor Johann Sebastian zorgde alsof het hun eigen kind was. Christoph schreef Sebastian in op de lagere school van zijn woonplaats Ohrdruf en nam hem regelmatig mee naar zijn werk als organist van de plaatselijke kerk. Daarnaast zag Christoph ook in over wat voor uitzonderlijk talent zijn jongere broertje beschikte en zette de muzieklessen van hun vader voort waarbij de aandacht van het bespelen van de viool werd verlegd naar het bespelen van het orgel en klavier. Aangemoedigd door de lessen van zijn broer componeerde Sebastian in jaren 1695 tot en met 1702 zijn - pas jaren na zijn dood ontdekte - 'Neumeister-Koralen' (BWV 1090 tot en met BWV 1120) die een duidelijke blijk gaven van zijn kunnen. Opvallend genoeg was het niet zijn muzikale kunnen op het gebied van het componeren en spelen van muziek, maar zijn stem die Sebastian op vijftienjarige leeftijd een studiebeurs opleverde.

Studie

Zijn opleiding aan het Sint Michaelis gymnasium in de Noord-Duitse stad Lüneburg leek in het honderd te lopen toen hij een stembreuk opliep - oftewel de baard in de keel kreeg - en acht dagen lang alleen maar een octaaf lager kon zingen en spreken. Door de stembreuk was Johann Sebastian helaas niet meer geschikt als sopraan maar mocht aanblijven als lid van het koor in de functie van dan als bas. Gedurende zijn tijd op het gymnasium leerde hij zoveel mogelijk instrumenten te bespelen en vergrootte zijn kennis over het orgel en de orgelbouw toen de (zeer ervaren) orgelbouwer Johann Balthasar Held (geboortedatum onbekend - 1709) de school in 1701 bezocht om het schoolorgel te inspecteren en te voorzien van een extra register*.

Door zijn grote interesse in het orgel leerde Johann Sebastian diverse belangrijke organisten kennen waaronder Georg Böhm (1661-1733) - organist van de grootste en belangrijkste kerk van Lüneberg, de Johanneskirche - en de Nederlands-Duitse componist, organist, klavecinist, gambaspeler en muziekorganisator Johann Adam Reincken (1643-1722). Beide heren bleken van grote invloed te zijn op Johann Sebastians latere werk, waarbij Böhm zich tevens opwierp als zijn mentor. Na het voltooien van zijn studie in 1702 eindigde ook zijn studiebeurs (dus de kost en inwoning) waarna Johann Sebastian terug keerde naar huis. Kort na zijn thuiskomst solliciteerde hij naar de functie van organist van Sangerhausen maar werd afgewezen.

* Het register van een orgel is een serie orgelpijpen met dezelfde klankkleur (timbre).

Eerste baan

Na zijn eerste baan als hofmusicus te Weimar ging Johann Sebastian aan de slag als organist van de Neue Kirche in Arnstadt, maar verschilde op vele punten van mening met het bestuur van de kerk - en de daar aan verbonden school -. Na een aantal incidenten kreeg Johann Sebastian een officiële (laatste) waarschuwing waar hij zeer tegendraads op reageerde.

Johann Sebastian Bach in de periode dat hij organist was te Arnstadt, omstreeks 1717 / Bron: Johann Ernst Rentsch / Wikimedia CommonsJohann Sebastian Bach in de periode dat hij organist was te Arnstadt, omstreeks 1717 / Bron: Johann Ernst Rentsch / Wikimedia Commons
Organist te Weimar en Arnstadt
In januari 1703 ontving Johann Sebastian - op achttien jarige leeftijd - het verzoek van hertog Johann Ernst von Saksen-Weimar (1664-1707) om organist te worden aan zijn hof in Weimar waarna hij zijn spullen pakte en verhuisde. Na enkele maanden werkzaam te zijn geweest aan het Weimarse hof ontving hij een uitnodiging van het bestuur van de Neue Kirche te Arnstad om het orgel van de nieuwe kerk officieel in te wijden. Tijdens de inwijdingsplechtigheid bracht Johann Sebastian zijn 'Toccata con Fuga in D-mol' (BWV 565) ten gehoren, een compositie die was geïnspireerd op de werken van de (eerder genoemde) componist Johann Adam Reincken en Dietrich Buxtehude (circa 1637-1707) - die hij tijdens een studiereis naar Hamburg had ontmoet -. Zijn optreden in Arnstadt had zo'n indruk gemaakt dat hij een maand later de functie van organist van de Neue Kirche aangeboden kreeg tegen zo'n uitzonderlijk hoog salaris - gezien zijn leeftijd en ervaring - dat Johann Sebastian onmogelijk nee kon zeggen.

De leerlingen van de Neue Kirche

Johann Sebastian had een geheel eigen kijk op de invulling van zijn functie waardoor hij al snel problemen met het bestuur van de Neue Kirche kreeg. Zo werd zijn weigering om met het - aan de kerk verbonden - schoolorkest en -koor te repeteren hem niet in dank afgenomen net als het feit dat hij meerdere keren de confrontatie met diverse leerlingen aanging. Na een handgemeen met leerling Johann Heinrich Geysersbach, die Johann Sebastian een klap in zijn gezicht gaf nadat deze zijn zangkunsten voor de zoveelste keer beledigde, stelden het bestuur een onderzoek in en riepen Johann Sebastian op het matje. Hij kreeg het vriendelijke doch dringende verzoek om de repetities van zowel het schoolorkest als het -koor te begeleiden én zich vriendschappelijk op te stellen naar de leerlingen.

Laatste waarschuwing

In de winter van 1705 vroeg Johann Sebastian een vier weken durend verlof aan zodat hij zijn vriend Dietrich Buxtehude kon bezoeken die woonachtig was in de Hanzestad Lübeck, maar haalde zich de woede van het bestuur op de hals toen hij pas na vier maanden (!) terugkeerde naar Arnstadt. Het feit dat hij nog steeds weigerde om met het schoolorkest en -koor te repeteren plus het feit dat hij zonder toestemming was weggebleven leverde Johann Sebastian een officiële eerste - en tevens laatste - waarschuwing op. Daarnaast besloot het bestuur ook meteen haar beklag te doen over het feit dat de inleidingen van zijn koraal-gezangen veel te lang waren plus de begeleiding op het orgel veel te ingewikkeld waardoor de gemeente in de war raakten. Johan Sebastian reageerde op de klachten van het bestuur door voortaan alleen nog maar veel te korte begeleidingen te spelen tijdens de zang en op de andere punten reageerde hij in zijn geheel niet of pas na enkele maanden.

Mülhausen & Weimar

Ondanks het feit dat er van Johann Sebastian werd verwacht dat hij in Mülhausen ook zou repeteren met een schoolorkest en -koor, accepteerde hij de baan zonder twijfelen aangezien het een aanzienlijke verbetering van zijn maatschappelijke status betekende. Kort na het accepteren van zijn nieuwe baan trad Johann Sebastian in het huwelijk met zijn achternicht Maria die hem in de loop der jaren zes kinderen schonk. Na diverse jaren met plezier gewerkt te hebben aan het hof van Weimar zorgde problemen in de hertogelijke familie ervoor dat Johann Sebastian ging uitkijken naar een andere functie.

Omslag

In 1707 liet Johann Sebastian Arnstadt achter zich en accepteerde een baan als organist van de Blasiuskirche gelegen in de vrije rijksstad Mülhausen*. Opvallend genoeg werd er ook in deze functie van hem verwacht dat hij nauw zou samenwerken met de leerlingen van het plaatselijke gymnasium en diverse stadsmuzikanten wat dit keer blijkbaar geen enkel bezwaar voor hem was. Naast het onderwijzen van de leerlingen diende hij zich oprecht en ijverig in te zetten voor de missen op zondagen, heilige - en feestdagen, ten alle tijden beschikbaar te zijn en werd van hem verwacht dat hij loyaal zou zijn aan het stadsbestuur van Mülhausen. Voor zijn werkzaamheden ontving Johann Sebastian een jaarsalaris van 85 florijnen - gelijk aan zijn salaris in Arnstadt - plus een vergoeding in natura in de vorm van graan, aanmaak- en brandhout en betekende zijn nieuwe functie een aanzienlijke stijging van zijn maatschappelijke status.

* Een 'Freie Reichsstadt' (vrije rijksstad) was een onafhankelijke stad gelegen in het Heilige Roomse Rijk. Deze vrije rijkssteden vielen direct onder het bewind van de keizer zonder tussenkomst van een vorst of edelman.

De kerk in Dorheim waar Johann Sebastian en Maria Barbera elkaar hun jawoord gaven / Bron: Mazbln / Wikimedia CommonsDe kerk in Dorheim waar Johann Sebastian en Maria Barbera elkaar hun jawoord gaven / Bron: Mazbln / Wikimedia Commons
Huwelijk
Het jaar 1707 was een jaar vol veranderingen voor Johann Sebastian aangezien hij niet alleen een nieuwe baan accepteerde maar tevens ook in het huwelijk trad met zijn achternicht Maria Barbera Bach (1684-1720), dochter van de componist Johann Michael Bach (1648-1694) en tevens een volle neef van Johann Sebastian. In de loop der jaren schonk Maria Johann Sebastian zes kinderen - Catharina Dorothea (1708-1774), Wilhelm Friedemann (1710-1784), Johann Christoph (1713-1713), Maria Sophia (1713-1713), Carl Philipp Emanuel (1714-1788), Johann Gottfried Bernhard (1715-1739) en Leopold Augustus (1718-1719) -.

Nog voor de geboorte van zijn eerste kind bracht Johann Sebastian zijn cantate 'Gott ist mein Köning" (BWV 71) ten gehoren die hij had gecomponeerd ter ere van de wisseling van het stadsbestuur van Mülhausen. Het nieuwe bestuur was op haar beurt zo onder de indruk van de cantate - die Johann Sebastian zelf overigens steevast omschreef als motet - dat ze besloten het werk eenmalig uit te brengen in de vorm van een stemboek. Een eer die nog geen andere componist uit Johann Sebastians tijd had gehad. In juni van het jaar reisde hij naar Weimar om het gerestaureerde orgel van de plaatselijke hofkapel te keuren aangezien zijn vriend en organist van Weimar - Johann Effler (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) - zichzelf niet in staat achtte de klus te klaren in verband met problemen met zijn gezondheid.

Terugkeer naar Weimar

Het orgelspel van Johann Sebastian had zo veel indruk gemaakt op hertog Ernst von Saksen-Weimar (1662-1728) dat deze hem direct na de uitvoering een baan als hof-organist aanbood tegen een salaris van 150 florijnen per jaar. Johann Sebastian twijfelde op zijn beurt geen moment en accepteerde het aanbod aangezien hij met dit salaris in staat werd gesteld een 'rianter en aangenamer' leven te leiden, wat geen overbodige luxe was aangezien Maria zwanger was van hun eerste kindje. Het stadsbestuur van Mülhausen accepteerden Johann Sebastians ontslag zonder wrok en onderhielden in de jaren daarna een goed contact met hem, waarna Johann Sebastian op zijn beurt nog tweemaal een cantate componeerde - en in hoogst eigen persoon dirigeerde - ter ere van de wisseling van het stadsbestuur.

Na de verhuizing naar Weimar in 1708 werd Johann Sebastian al snel benoemd tot persoonlijk kamermusicus van de hertog en componeerde in zijn opdracht vele van zijn bekende orgelwerken en cantates. Opvallend genoeg stond de hertog bekend als een streng gelovig en autoritair man maar gaf Johann Sebastian voornamelijk opdrachten voor het componeren van cantates die werelds 'aanvoelden' door de vrolijke harmonisaties die Bach gebruikte. Na enkele jaren stond er weer een promotie op het programma waarbij Johann Sebastian zich voortaan concertmeester mocht noemen en kreeg de eervolle taak om - samen met diverse andere componisten - de zieke hofkapelmeester van Weimar te vervangen door diverse cantates te componeren die tijdens de zondagse dienst in de hofkapel van Weimar ten gehoren werden gebracht.

Onrust

In de periode dat Johann Sebastian de zieke kapelmeester van Weimar verving ontstond er een goede vriendschap tussen hem en de hof-kapelmeester van Eisenbach, Georg Philipp Telemann (1714-1788), die zelfs peetoom werd van Bachs tweede zoon Johann Christoph (1713-1713). Helaas kon de vriendschap niet voorkomen dat Johann Sebastian steeds minder plezier kreeg in zijn werk wat werd veroorzaakt door diverse ruzies in de hertogelijke familie von Saksen-Weimar. Door de ruzies ontstond er steeds meer onrust aan het hof en aan het begin van het jaar 1717 begon Johann Sebastian uit te kijken naar een andere baan. Na enige tijd zoeken kon hij aan de slag als kapelmeester aan het hof van prins Leopold van Anhalt-Köthen (1694-1728) en diende zijn ontslag in bij hertog Ernst von Saksen-Weimar. Deze werd - tot grote schrik van Johann Sebastian - woedend en zag het indienen van het ontslag als een misdrijf gezien het riante salaris dat hij 'zijn' componist bood. Als gevolg van het 'misdrijf' werd Johann Sebastian gearresteerd en een maand door de hertog vastgehouden in de kerkers aan het hof van Weimar.

Anhalt-Köthen

De verandering van baan betekende niet alleen een verdubbeling van Johann Sebastians salaris maar tevens ook een omslag op het gebied van zijn werk. Aan het calvinistische hof van prins Leopold was geen plaats voor de kerkelijke werken van Johann Sebastian en hij richtte zich voortaan op het schrijven van werken voor feesten en bijzondere gelegenheden. Helaas overleed aan het hof ook zijn vrouw Maria geheel onverwachts waarna hij - ruim een jaar later - voor de tweede keer in het huwelijk trad.

Kapelmeester

Na zijn vrijlating aan het einde van het jaar 1717 pakte Johann Sebastian en zijn gezin per direct hun spullen en verhuisden naar Anhalt-Köthen waar hij aan de slag ging als kapelmeester tegen een salaris van 300 florijnen per jaar. Zijn nieuwe baan betekende overigens een radicale breuk met de werken uit zijn verleden aangezien er aan het calvinistische hof van de prins geen plaats was voor de kerkelijke werken waar Johann Sebastian met name bekend om stond. In plaats daarvan componeerde hij het merendeel van zijn werken 'pour le divertissement et le plaisir' oftewel 'ter vermaak en plezier' van de prins en zijn genodigden en kreeg hierbij al snel de leiding over een ensemble van zeventien zeer ervaren musici, waarvan er een aantal zelfs werkzaam waren geweest aan het Pruisische hof in Berlijn en Postdam.

Helaas gingen in de jaren na zijn dood het merendeel van de werken - die hij componeerde in opdracht van prins Leopold - verloren en bleven slechts enkele vioolconcerten, sonates en (Franse en Engelse) suites bewaard, die opvielen door de rollen die de muziekinstrumenten hadden toegekend gekregen. Waar het gebruikelijk was om het klavecimbel de baslijn in een muziekstuk te laten spelen koos Johann Sebastian er voor het instrument een vrije rol te geven waardoor het klavecimbel op gelijk niveau kwam te staan met de overige instrumenten in het stuk. Hierdoor was hij niet alleen in staat zeer vernieuwende melodieën te componeren maar klonk zijn muziek ook een stuk 'voller' dan de werken van de andere componisten.

Het titelblad van Anna's Notenbuchlein / Bron: J.S. Bach / Wikimedia CommonsHet titelblad van Anna's Notenbuchlein / Bron: J.S. Bach / Wikimedia Commons
Tweede huwelijk
In de jaren aan het hof ondernam Johann Sebastian tweemaal een dienstreis naar Karlsbad maar kreeg bij terugkeer van zijn tweede reis in 1720 de schrik van zijn leven. Bij het betreden van zijn woning kreeg hij te horen dat zijn geliefde vrouw, Maria, geheel onverwachts op de leeftijd van pas zesendertig jaar was overleden en al was begraven. Het feit dat Johann Sebastian zijn geliefde vrouw na een huwelijk van ruim twaalf en half jaar plotseling moest missen plus het feit dat ze samen al drie van hun kinderen hadden moeten begraven drukte een flinke stempel op zijn gemoedstoestand.

Na bekomen te zijn van de ergste schrik kwam Johann Sebastian al spoedig in contact met Anna Magdalena Wilcke (1701-1760) die aan het hof van Anhalt-Köthen werd opgeleid tot zangeres en ongeveer een jaar na het overlijden van Maria trad Johann Sebastian voor de tweede keer in het huwelijk. Anna schonk Johann Sebastian nog eens dertien kinderen, waarvan er helaas maar zes in leven bleven - Gottfried Heinrich (1724-1763), Elisabeth Juliana Friederica -ook wel Liesl genoemd- (1726-1781), Johann Christoph Friedrich (1732-1795), werd bekend als de Bückeburger Bach, Johann Christian (1735-1782), werd bekend als de Milanese en/of Londense Bach, Johanna Carolina (1737-1781) en Regina Susanna (1742-1809) - en samen met de vier kinderen uit zijn eerste huwelijk was het dan ook een drukke boel bij de familie Bach thuis.

Notenbuchlein für Anna Magdalena Bach

Johann Sebastian maakte tijdens zijn tweede huwelijk zogenaamde 'Notenbuchlein' (muziekboekjes) voor zijn vrouw en kinderen waarbij met name het exemplaar dat hij voor zijn vrouw maakte opviel. In de eerste plaats was het boekje met veel zorg gevuld door zowel Johann Sebastian als Anna en was het gebonden in een mooie groene kaft versierd met gouden ornamenten. Op het titelblad waren Anna's initialen - A.M.B. - gedrukt plus het jaartal dat Johann Sebastian het boek cadeau gaf (1725). In het boekje had Johann Sebastian diverse korte 'galanterie' stukken geschreven, zoals menuetten, polonaises en marsen, maar ook werken van de kinderen toegevoegd. Verder vulde Anna het boekje aan met dankbetuigingen van vrienden die bij hen hadden gelogeerd en noteerde diverse koralen en liederen die ze graag voor de kinderen zong, bijvoorbeeld tijdens bedtijd. Het muziekboekje van Anna Magdalena gaf hierdoor een uniek kijkje in het persoonlijke leven van haar en haar gezin.

Leipzig

Door diverse wijzigingen aan het hof van prins Leopold besloot Johann Sebastian op zoek te gaan naar een andere baan die hij uiteindelijk vond in de stad Leipzig. Na de verhuizing in 1723 braken er een aantal zeer vruchtbare jaren aan voor Johann Sebastian aangezien hij zijn beide passies op de planken wist te brengen én het overgrote deel van zijn (kerkelijke) cantates componeerde tijdens zijn jaren in Leipzig.

Veranderingen

Na het huwelijk van prins Leopold met Frederika Henriëtte van Anhalt - Bernburg (1702-1723) vonden er diverse veranderingen plaats aan het hof die Johann Sebastian deden uitkijken naar een andere baan. Op het gebied van muziek hadden de prins en prinses namelijk een geheel andere smaak waardoor er meerdere nieuwe componisten werden aangenomen en er steeds minder vraag was naar de diensten van Johann Sebastian. Dit keer speelde er meerdere belangen mee en Johann Sebastian zocht dan ook niet alleen naar een goede functie voor zichzelf maar tevens naar een goede Universitaire opleiding voor zijn twee oudste zonen. Hij solliciteerde in eerste instantie naar de functie van kapelmeester aan het hof van de Markgraaf van Brandenburg en componeerde - bij wijze van sollicitatie - zijn zogenaamde 'Brandenburgse concerten' (BWV 1046 tot en met 1051), maar werd niet aangenomen.

Verzameling

Tussen het zoeken naar een nieuwe baan en goede Universiteit door vond Johann Sebastian ook nog de tijd om zijn werken te ordenen en te bundelen. Zo verzamelde hij alle koraalspelen die hij had gecomponeerd in zijn tijd in Weimar en gaf het werk de officiële titel 'Orgel-Buchlein'. Daarnaast bundelde hij de korte (losse) twee- en driestemmige stukken voor klavecimbel - die hij had geschreven voor het muziekboekje van één van zijn zoons - tot een cyclus bestaande uit dertig delen die hij 'inventies' (tweestemmige stukken) en 'sinfonia's' (driestemmige stukken) titelde. Als laatste begon hij ook met het vormen van het eerste deel van zijn bekende klavecimbel-cyclus 'Das Wohltemperierte klavier' dat ontstond uit het samenvoegen van eerder geschreven preludes en fuga's plus nieuw gecomponeerde delen.

Aan het verzamelen kwam een einde in 1722 toen Johann Sebastian via zijn goede vriend Georg Philipp Telemann op de hoogte werd gebracht van het feit dat de functie van cantor te Leipzig vrij was gekomen en Johann Sebastian solliciteerde meteen. Het stadsbestuur zat op hun beurt helemaal niet te wachten op de sollicitatie van Bach aangezien zij Georg Philipp hadden benaderd, maar die had bedankt voor de eer. Gezien de beperkte keuze en de lovende aanbevelingsbrief van prins Leopold - die onder ander vermeldde dat Johann Sebastian een eervol ontslag had gekregen - kon het stadsbestuur van Leipzig niet om Johann Sebastian heen en namen hem - na enig beraad - aan.

De Thomaskirche in Leipzig / Bron: Dirk Goldhahn / Wikimedia CommonsDe Thomaskirche in Leipzig / Bron: Dirk Goldhahn / Wikimedia Commons
Succes in Leipzig
Na hun verhuizing naar Leipzig ging Johann Sebastian aan de slag als cantor van de twee belangrijkste kerken van de stad (de Thomas- en Nicholaikirche) en schreef zijn twee oudste zonen in voor een studie aan de plaatselijke Universiteit. Gedurende de jaren dat Johann Sebastian en zijn gezin in Leipzig verbleven componeerde hij de belangrijkste werken uit zijn leven zoals zijn 'Johannes Passion' (BWV 244), de 'Mattheus Passion' BWV 245), het 'Weihnachtsoratorium' (BWV 248), de 'Hohe Messe' officieel 'mis in b' (BWV 232), zijn zes bekende motetten (BWV 225 tot en met 231) en zijn 'Magnificat' ook wel de 'lofzang van Maria' genoemd (BWV 243). Maar ondanks het feit dat zijn werken zeer goed werden ontvangen waren de verhoudingen tussen Johann Sebastian en het stadsbestuur van Leipzig ronduit slecht. Johann Sebastian nam het hen niet in dank af dat ze het feit dat hij tweede keus was niet onder stoelen of banken staken en het bestuur was op hun beurt van mening dat Johann Sebastian een koppige oude man was die zich te veel bezig hield met verouderde contrapuntische muziek.

Laatste jaren

Naarmate Johann Sebastian ouder werd begon hij steeds meer problemen met zijn zicht te krijgen en werd na een mislukte operatie in 1750 volledig blind. Ook werd hij meerdere malen getroffen door een beroerte maar weigerde ondanks zijn zwakke gezondheid te stoppen met werken. Wel trok hij zich steeds meer terug uit de openbaarheid en had vrijwel niemand hem nog gezien in de jaren voor zijn overlijden. Na zijn overlijden verviel zijn weduwe Anna al snel in armoede aangezien ze met vijf minderjarige kinderen achterbleef en weigerde te hertrouwen om de voogdij over haar kinderen niet kwijt te raken.

Portret

In het jaar 1747 reisde Johann Sebastian op tweeënzestigjarige leeftijd naar Postdam om een bezoek te brengen aan zijn zoon Carl Philipp Emanuel die klavecimbel speelde aan het hof van Frederik de Grote (1712-1786). Na het bijwonen van de uitvoering van zijn zoon vroeg Frederik de Grote Johann Sebastian om een compositie voor hem te schrijven waarna de componist zijn 'Musikalisches Opfer' (muzikale offer) (BWV 1079) schreef. In het zelfde jaar dat hij zijn zoon bezocht viel Johann Sebastian ook de grote eer ten deel om als veertiende lid te worden toegelaten tot de ' Societät der Musicalisch en Wissenschaft' - 'De vereniging van muziek en wetenschap - waarna hij officieel werd vereeuwigd op het doek door de schilder Elias Gottlieb Hausmann (1695-1774). Voor zover bekend was het schilderij van Hausmann het enige doek waar Johann Sebastian voor had geposeerd en dus officieel ook het enige werk waarvan de authenticiteit officieel was vastgesteld.

Blind

Vanaf zijn tweeënzestigste begon Johann Sebastian ook problemen met zijn zicht te krijgen, een gevolg van zijn ouderdomsdiabetes, waardoor zijn zicht langzaam maar gestaag achteruit ging. Vanaf het moment dat zijn zich begon af te nemen trok hij zich ook steeds verder terug uit de openbaarheid maar componeerde binnen de veilige muren van zijn woning driftig door. In het begin van het jaar 1749 werd Johann Sebastian getroffen door een beroerte waarna zijn zicht nog verder afnam en hij tegen de zomer zo goed als blind was. Aan het begin van het jaar 1750 onderging Johann Sebastian een riskante operatie die hem zijn zich weer terug moest geven, maar raakte helaas volledig blind toen er tijdens de operatie iets mis ging. Ondanks zijn 'handicap weigerde hij het werk neer te leggen en wist alsnog de proefdrukken van 'Die kunst der Fuge' (BWV 1080' te voltooien. Tevens dirigeerde Johann Sebastian - volgens de verhalen - zijn laatste koraalspel 'Vor deinem Tron tret ich hiermit' (BWV 688) vanuit bed aan zijn schoonzoon Johann Christoph Altnickol (1720-1759).

Carl Philipp Emanuel Bach / Bron: Franz Conrad Löhr / Wikimedia CommonsCarl Philipp Emanuel Bach / Bron: Franz Conrad Löhr / Wikimedia Commons
Overlijden
Op 18 juli 1750 leek er een wonder te gebeuren toen Johann Sebastian aan iedereen vertelde dat hij plotseling weer kon zien. Helaas voor Johann Sebastian was het geen wonder maar de voortekenen van een nieuwe beroerte die hem enkele uren later troffen. Dit keer kwam hij er een stuk minder goed vanaf en streed na de beroerte nog tien lange dagen voor hij uiteindelijk op vijfenzestigjarige leeftijd zijn laatste adem uitblies. Om onduidelijke redenen werd het stoffelijk overschot van Johann Sebastian Bach drie dagen na zijn overlijden begraven in een anoniem graf op de begraafplaats van de Johanneskirche te Leipzig, waarna het lichaam in 1894 werd opgegraven om plaats te maken voor de uitbreiding van de kerk.

Helaas was men bij het opgraven van Bachs stoffelijke resten niet geheel zeker van zijn laatste rustplaats waarna ze besloten het graf te delven waarvan men dacht dat Bach daar lag. Deze stoffelijke resten werden vervolgens herbegraven op het nieuwe deel van de begraafplaats nadat de uitbreiding van de kerk was voltooid. Toen de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog volledig werd verwoest door een bombardement werd het 'stoffelijk overschot' van Johann Sebastian Bach nogmaals opgegraven waarna hij zijn definitieve rustplaats kreeg in de Thomaskirche te Leipzig.

Erfenis Johann Sebastian

Na zijn overlijden bleven de proefdrukken van zijn 'Die kunst der Fuge' onvoltooid achter terwijl Johann Sebastians weduwe Maria de inkomsten maar wat goed kon gebruiken. Ze vroeg haar zoon Carl Philipp Emanuel om hulp waarna deze het werk voltooide en in 1751 alsnog publiceerde. Door het uitbrengen van het werk werd de nagedachtenis van Bach nog enige tijd levend gehouden maar bij het stadsbestuur van Leipzig wilde Johann Sebastian blijkbaar zo snel mogelijk vergeten. Tijdens de bijeenkomst voor het kiezen van een nieuwe cantor - krap een week na het overlijden van Bach - sprak niemand met een woord over het overlijden van de componist, behalve om hem een trap na te geven. Zo was één van de bestuursleden van mening dat de Thomasschule een leraar nodig had en geen dirigent.

Ondanks de vele - briljante - werken die Johann Sebastian gedurende zijn leven had gecomponeerd werd hij na zijn dood al snel vergeten waardoor voor zijn weduwe - Anna - de zorgen op financieel gebied al snel toenamen. Van de tien kinderen waren er nog vijf minderjarig en thuiswonend waardoor het geld van de uitgave van 'Die kunst der Fuge' al in 1752 volledig was verbruikt. Om haar hoofd boven water te houden werd Anna gedwongen diverse werken van haar overleden man te verkopen waarvoor ze het 'enorme' bedrag van 40 daalders ontving. Nadat ook dit bedrag in de loop der jaren was verbruikt en Anna geen geld meer had om de huur van haar woning te voldoen werd ze samen met haar twee jongste dochters door vrienden in huis genomen. Bij haar overlijden in 1760 stond Anna als 'Almosen Frau' in de boeken van de plaatselijke kerk, wat betekende dat ze een kleine uitkering van hen ontving om te overleven.

Werken van Johann Sebastian Bach

Na zijn overlijden werden Bach en zijn werken al snel vergeten tot in 1928 zijn Mattheus Passion weer werd opgevoerd in Berlijnse Singsakademie. Hierna kwam er weer meer aandacht voor zijn werk waarbij zijn invloed op de generatie componisten na hem enorm groot bleek te zijn. Met name zijn bijzondere gebruik van het contrapunt maakte zijn werken aantrekkelijker dan dat van zijn collega's en vielen zijn cantates op door het enorme aantal dat hij er van componeerde.

Bach-Werke-Verzeichnis - BWV

Het enorme oeuvre van Johann Sebastian werd in het jaar 1950 verzameld en gecatalogiseerd door de Duitse musicoloog Wolfgang Schmieder (1901-1990) waarna hij zijn werk publiceerde onder de naam: 'Bach-Werke-Verzeichnis' afgekort BWV. De werken in de catalogus werden door Schmieder overigens niet in chronologische volgorde verzameld maar genummerd aan de hand van het soort compositie. Hierdoor was het mogelijk dat vrij nieuw werk van Johann Sebastian een heel laag BWV-nummer had en een oud werk juist een hoog BWV-nummer. De werken van Bach werden na zijn dood al snel gezien als een hoogtepunt in de periode van de barokmuziek - een periode in de klassieke muziek vanaf het jaar 1600 tot circa 1750 - en vormden een unieke samenstelling tussen meerstemmige (polyfonie) en eenstemmige (homofone) muziekstukken. Als laatste viel het op dat het oeuvre van Johann Sebastian muziekstukken van veel verschillende genres omvatten behalve opera, een genre waar hij persoonlijk niets mee had.

Invloed

Na zijn overlijden werd het merendeel van de werken van Johann Sebastian al snel vergeten met uitzondering van zijn composities voor het orgel en klavecimbel. Deze werken waren - gedurende zijn leven - al zeer bekend en geliefd bij andere componisten en dienden dan ook veelal ter inspiratie voor hun eigen werken. Zo werden diverse handgeschreven kopieën van Johann Sebastians 'Hohe Messe' (BWV 232) als studiemateriaal gebruikt door de bekende componisten Ludwig van Beethoven (1770-1827) en Joseph Haydn (1732-1809). Rond het jaar 1829 kwam er verandering in de nagedachtenis van Johann Sebastian werk toen de Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) heel veel moeite deed om Bachs Mattheus Passion (BWV 245) op te voeren in de Berlijnse Singsakademie. De uitvoering werd uiteindelijk zo'n daverend succes dat meerdere componisten zich verdiepte in de 'oude' werken van Johann Sebastian en steeds meer werken van hem ten uitvoer brachten.

Muziekleraar

Over Johann Sebastians kwaliteiten als muziekleraar was niet zo veel bekend behalve de dingen die hij zelf noteerde. Zo was hij bijvoorbeeld overtuigd van het feit dat zijn succes als leraar was gelegen in zijn enorme toewijding en gaf zijn studenten bij voorkeur eigen werken als studiemateriaal. Zo was iedere student verplicht om tijdens de eerste lessen een vierstemmige harmonie te schrijven waarbij ze een werk van Johann Sebastian zelf kregen. Vervolgens had hij al één partij voor de studenten ingevuld en dienden zij zelfstandig de overige partijen in te vullen, daarbij iedere partij noterend op een nieuwe notenbalk zodat de studenten de 'vorm van de melodie' goed konden zien. Herhalingen of saaie melodieën waren hierbij uit de boze en Johann Sebastian vertelde zijn studenten dan ook veelvuldig dat ze iedere partij moesten zien als een sprekende stem, die zijn zinnen juist diende te formuleren en alleen mocht spreken als deze ook daadwerkelijk iets te melden had. Daarnaast raadde Johann Sebastian zijn leerlingen ook aan om hun compositie eerst volledig uit te denken alvorens deze op papier te zetten aangezien hij een hekel had aan zogenaamde 'klavier cavaleristen'; componisten die hun vingers gedachteloos over de toetsen laten glijden in de hoop op inspiratie.

Contrapunt en fuga

Het meest opvallende en bijzondere aspect aan het werk van Bach was zijn complexe én ingenieuze gebruik van het contrapunt; het verband tussen twee of meer (onafhankelijke) stemmen. Met andere woorden in plaats van ieder instrument zijn (gebruikelijke) eigen partij te laten spelen kende Johann Sebastian verschillende rollen aan de instrumenten toe wat zijn composities spannender en afwisselender maakte dan die van zijn collega's. In samenhang met het contrapunt werd ook de fuga - een muziekvorm waarbij meerstemmigheid (contrapunt) en gevarieerde herhalingen de hoofdrol speelde - onlosmakelijk verbonden aan de werken van Johann Sebastian aangezien hij er een enorm aantal van schreef en zelfs een vocale fuga wist te verwerken in zijn Johannes Passion; de fuga's 'Wir haben ein Gesetz' en 'Lässest du diesen los'. Op het gebied van zijn fuga's was zijn 'Wolhltemperierte Klavier' - ook wel bekend onder de afkorting WTK - (deel 1, BWV 846-869 en deel 2, BWV 870-893) ongetwijfeld het meest bekende werk aangezien het bestond uit twee delen van ieder vierentwintig duo-composities; in totaal dus achtenveertig preludes en fuga's, beide gecomponeerd in zowel majeur als mineur.

Kerkelijke en wereldlijke cantates

Naast zijn fuga's verwierf Johann Sebastian zowel tijdens zijn leven als na zijn dood ook veel bekendheid met zijn cantates, mede omdat hij er zo enorm veel had gecomponeerd. De cantates van zijn hand konden in een drietal categorieën worden onderverdeeld namelijk de kerkelijke, de wereldlijke en feestelijke cantates. De kerkelijke cantates componeerde hij met name in zijn beginjaren toen hij werkzaam was als organist te Weimar en Arnstadt en de wereldlijke cantates werden vooral gecomponeerd in opdracht van prins Leopold. De bijzondere gelegenheden waar Johann Sebastian onder meer voor componeerde waren de inwijding van een orgel, de wisseling van het (stads)bestuur en/of trouw- en rouwplechtigheden. Van een aantal cantates was niet geheel duidelijk met welk doel ze waren gecomponeerd maar aangezien het geen kerkelijk - of wereldlijk werk was werd het automatisch ingedeeld bij de feestelijke cantates.
© 2017 Marjolijnr, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Johann Sebastian BachJohann Sebastian BachJohann Sebastian Bach wordt beschouwd als de grootste componist aller tijden. Tijdens zijn leven stond hij bekend als ee…
De Johannes PassionDe Johannes PassionDe Matthäus Passion is dan het meest bekende, maar zeker niet het enige oratorium van Johan Sebastian Bach over de lijde…
Bezienswaardigheden Leipzig – Wat u niet wilt missenLeipzig is een van die Duitse steden die een nieuwe jeugd doormaakt. Jarenlang was de stad van het Westen afgezonderd da…
Prelude en Fuga nummer 2 in c-mineur, BWV 847Prelude en Fuga nummer 2 in c-mineur, BWV 847Geen enkele interpretatie van een muzikant slaagt op iets als het niet gebaseerd is op een analyse en andere informatie…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Johann Sebastian Bach (1685-1750) - Componist"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 02-05-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Bronnen en referenties: 15
Schrijf mee!