Julio González, smederij in de beeldhouwkunst
Julio González Pellicer (1876-1942) was de eerste beeldhouwer die zijn beelden maakte door middel van smederij. In Barcelona, waar hij geboren was, werkte hij als jongen enige tijd in de goudsmederij van zijn vader. In de jaren negentig van de 19de eeuw exposeerde hij al werken op de ‘Exposición de bellas artes e industrias artísticas’ in Barcelona.
Julio González had een broer, Joan, die van groot belang is geweest voor zijn ontwikkeling als kunstenaar. Samen volgden ze een avondopleiding aan de kunstacademie van Barcelona en bezochten ze regelmatig het artiestencafé
Els Quatre Gats, waar ze o.a. Picasso ontmoetten.
Emigratie naar Parijs
Toen in 1896 de vader van Julio en Joan overleed, nam de laatste de leiding van de smederij over. Maar vanwege een slechte gezondheid moest het enkele jaren later verkocht worden. Daarom besloten ze in 1899 om met hun moeder en zussen, Pilar en Lola, naar Parijs te verhuizen. Daar leerden de broers al snel vele kunstenaars kennen. Julio en Joan besloten beiden als kunstschilder aan de kost te komen. Julio wijdde zich voornamelijk aan het maken van verkoopbare pasteltekeningen, en Joan exposeerde zijn werk zelfs op de grote Parijse Salons.
Invloeden. In die tijd raakte Julio vooral onder invloed van het werk van de beeldhouwer Auguste Rodin en van de schilderijen van Gauguin en Puvis de Chavannes. Zijn belangrijkste schilderij uit die periode is 'Paysanne à la chèvre' (1903).
In 1904 betrok Julio het atelier van Pablo Gargallo. Dat was twee jaar voordat Joan naar Barcelona terugkeerde vanwege een verslechtering van diens gezondheid. In maart 1908 zou hij sterven, waarna Julio lange tijd er niet toe in staat zou zijn om ook maar iets uit zijn vingers te krijgen. In die periode zonderde hij zich af van het sociale leven in Parijs.
Huwelijk. In 1909 huwde Julio evenwel met Louise Breton, oftewel 'Jeanne'. In de periode van hun huwelijk maakte hij vele tekeningen, naakten en portretten van Jeanne. In 1912 ging het paar echter al weer uit elkaar. Hun dochter Roberta bleef bij de vader wonen.
De invloed van Picasso
Julio had ondertussen veelvuldig contact met Picasso gehouden en was aanvankeijk sterk beïnvloed door diens blauwe periode. In 1902 bezocht hij hem in Barcelona, wat meteen de laatste keer in zijn leven zou zijn dat Julio op Spaans grondgebied zou komen. Later raakten Picasso en Joan evenwel in onmin, wat zelfs zover kwam dat de eerste de toegang tot het huis van de González werd ontzegd. Julio zou Picasso daarom niet meer ontmoeten tot na de dood van zijn broer.
Eerste schreden naar het beeldhouwen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte Julio González als leerling-lasser in de Renaultfabriek in Boulogne-Billancourt en zocht ernaar om die kennis in de praktijk brengen op een kunstenaarsatelier. Vanaf 1918 kreeg hij de kans om als studio-assistent te werken voor de kunstenaar Pablo Gargallo, met wie hij bevriend was. Ook hielp hij Picasso, met wie hij na de dood van Joan opnieuw contact had gekregen, bij het maken van diens metaalbeelden. Er ontstond een nauwe samenwerking tussen beide kunstenaars, welke tot 1932 zou duren. Daardoor zou Julio, die in 1913 ook bevriend was geraakt met een andere Spaanse kubist, Juan Gris, op den duur ook zijn eigen stijl als beeldhouwer vinden binnen datzelfde kubisme en binnen het constructivisme, een verwante stijl. Vanaf 1927 maakte hij hierin zijn geheel eigen werk.
Dat resulteerde in 1937 tot een uitnodiging voor deelname aan een expositie in het Spaanse paviljoen tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs. Daar exposeerde González het ijzeren beeld 'La Montserrat' (1936-37), wat naast Picasso’s 'Guernica' kwam te staan. 'La Montserrat' (1.65 meter hoog) maakt heden deel uit van de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam.
In datzelfde jaar ging hij wonen in Arcueil, een voorstad van Parijs, waar hij op 17 maart 1942 zou overlijden.
Musea
Het werk van Julio González is tegenwoordig te bewonderen in diverse musea over de wereld. De belangrijkste zijn het
Museu Nacional d'Art de Catalunya in Barcelona, het
Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía te Madrid, het
Centre Georges Pompidou in París en het IVAM (
Instituto Valenciano de Arte Moderno) te Valencia), De laatste heeft een aparte ruimte, het
Centro Julio González, waaraan de erfgenamen, Carmen Martínez en Viviane Grimminger, vele werken van de beeldhouwer hebben geschonken.
Foto boven: 'La petite faucille' (Museo Arte Público, Madrid).