InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Spaanse kunst van voor de burgeroorlog

Spaanse kunst van voor de burgeroorlog

Spaanse kunst van voor de burgeroorlog Het begin van de twintigste eeuw was in Spanje een roerige tijd, die ook in de kunst merkbaar was. Veel kunstenaars zochten hun heil in Parijs, waar het klimaat veel vrijer was. Toen in 1931 de Republiek werd uitgeroepen, gingen velen hoopvol terug om hun werk voort te zetten. Maar de Spaanse Burgeroorlog (1936-39) maakte daar abrupt een einde aan. Het Modernisme català (zie: Spanje: kunst en cultuur van de Renaissance tot 1926) was behalve een kunststroming ook een cultureel-politieke stroming. Spanje was in die periode zeer centralistisch geregeerd land, met als staatshoofd de koning Alfonso XII (1857-1885). Catalonië werd politiek overheerst door Madrid. Onderwijs in het Catalaans was verboden, wat veel verzet ten gevolge had. Gaudí was bijvoorbeeld een echte 'Catalanist', lid van de Centre Excursionista, een groep jongeren die de historische rechten van Catalonië ter sprake bracht. Ook in de restvan Spanje zou het verzet tegen centrale regering en het algehele conservatisme steeds heftiger worden naarmate het land de twintigste eeuw binnenkwam. Dat zou uiteindelijk leiden tot de dictatuur van Primo de Rivera (1923-31), de Tweede Republiek (1931-39) en uiteindelijk dus de Spaanse Burgeroorlog.

De Generatie van ‘27

De Generación del 27 was een kunststroming, die vooral bekend is geworden door het hoge gehalte avan de dichters, die eronder gerekend kunnen worden. Belangrijke kunstenaars, die hieronder vielen, waren o.a. Federico García Lorca, Vicente Aleixandre, Rafael Alberti, maar ook zijdelings Miguel Hernández, de schilder Salvador Dalí en de cineast Luis Buñuel, allemaal voorstanders van de republiek. De groep werd moreel gesteund door buitenlandse kunstenaars, als José Luis Borges, Pablo Neruda en de dadaïst Francis Picabia. De naam, 'Generación del 27', komt eigenlijk van het feit dat in het jaar 1927 in het Ateneum van Sevilla een hommenage werd gegeven ter ere van de dichter Luis de Góngora. Kunstenaars met een nieuwe visie, die in die jaren het culturele panorama van Spanje bestormden, waren daar toen in grote getalen aanwezig.

Federico García Lorca

Federico García Lorca (1898-1936) is de belangrijkste exponent van de Generatie van '27. Als dichter toonde hij zijn Andalusische afkomst in de inspiratie, die hij putte uit de volksverhalen en de muziek uit zijn eigen Zuid-Spaanse cultuur en die van de zigeuners (gitanos) Zijn poëzie is dan ook een afspiegeling van de heersende comtemporane stijlen van dat moment gecombineerd met oude tradities, zoals zijn beroemste wer, 'Romancero gitano'. Deze bundel is opgebouwd rond het thema van de Spaanse zigeuners, en weet het traditionele te combineren met het moderne. Er wordt een sprookjesachtig beeld geschapen van het Andalusië uit die tijd. Deze bundel kent nog altijd grote weerklank in het binnen- en buitenland. Uit deze bundel blijkt ook dat Federico Garcia Lorca het opnam voor de zwakkeren binnen de Spaanse samenleving. Dat werd hem niet in dank afgenomen door de conservatieven in het land. Ook zijn homosexualiteit werkte daarin tegen hem, zodat hij vlak na het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog werd hij opgepakt door Nationalisten. Enkele dagen later werd hij geëxecuteerd.

Het surrealisme: Salvador Dalí

Salvador Dalí (1904–1989) is vooral bekend geworden vanwege zijn surrealistische schilderijen. Toch was hij in zijn jonge jaren al geïnteresseerd, behalve in El Greco, in het impressionisme en het kubisme. Ook maakte hij een periode deel uit van de kunstenaarsgroep 'Dada'. Deze periode karakteriseerde zich in experimenten met texturen; hij hanteerde, behalve ook verf, verscheidene kunstharsen, grof zand en grind, stenen, kurk en andere materialen.

In 1929 ontmoette Dalí in Parijs André Breton, de grondlegger en theoreticus van het surrealisme, en de Spaanse cineast Luis Buñuel, en met de laatste begon hij een film te maken, die de kunstwereld op zijn grondvesten zou doen bewegen, ‘Un chien andalou’. Het was de allereerste surrealistische film. Vreemd genoeg beschouwde García Lorca, die met Dalí bevriend was, die film als een persoonlijke aanval op zijn persoon.

Het surrealisme ging ervan uit dat er meer was dan alleen wat het oog kan zien. Daarom wendden de surrealistische kunstenaars, in een poging de grenzen van de rede te overschrijden, zich tot het onderbewuste en tot de wereld van de dromen. De invloed van de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud was manifest. Dalí begon binnen deze ideeën zijn eigen angsten en fantasieën te verkennen en legde deze door symbolische beelden in een fotografische stijl op doek vast. Hij noemde de resultaten ‘handgeschilderde droomfoto’s’.

Na zijn surrealistische periode kwam Dalí rond 1940, toen hij al in de VS woonde, in een klassieke periode. Zijn interesse ging over naar meer universele thema’s.

Luis Buñuel, het surrealisme in de film

De surrealistische filmregisseur, Luis Buñuel (1900–1983) koos er als zoon van een conservatieve grootgrondbezitter al snel voor van de kunst te leven. Hij ervaarde dat als de weg naar een leven in absolute vrijheid. Het resulteerde in zijn eerste verblijf in Parijs, waar Buñuel Salvador Dalí ontmoette. Met hem maakte hij in 1928 de geroemde film ‘Un chien andalou’,wat nog steeds gezien wordt als een mijlpaal in de filmgeschiedenis en heeft veel invloed gehad op latere films.In zijn latere carriêre zou Buñuel steeds teruggrijpen naar deze stijl. Voortdurend zou hij droom en werkelijkheid door elkaar heen laten lopen. Toch ook is zijn links politieke opvatting steeds merkbaar, wat hem bij zijn tweede film, L'Age D'Or (1929), van de kunstopvattingen van Dalí afdreef. Die vond dat je bij surrealisme niet moest nadenken, en alles wat politiek geëngangeerd is was doordacht.

Uiteindelijk zou Buñuel na allerlei omwegen, ingegeven door de burgeroorlog, die in Spanje uitbrak, nog in Hollywood terechtkomen. Maar zijn artistieke vrijheden werden daar teveel beperkt, zodat hij het daar niet lang uithield. In Mexico, waar hij later ging wonen, maakte hij in 1950 de documentairej 'Los olvidados', over straatjongeren in sloppenwijken van Mexico stad. De film 'Viridiana' (1960) bereidde hem daarna zijn definitieve internationale doorbraak. Deze film is eigenlijk een psychologisch drama, maar nog altijd geheel volgens de –existentialistische- stijl van Buñuel: de hoofdpersoon zoekt op zijn manier naar de vrijheid, deze vrijheid wordt gevonden door zich los te maken van tradities, conservatieve regels en geloof.

Na 'Viridiana' volgden nog o.a. 'Belle de jour' (1967), met o.a. Catherine Deneuve, 'Le fantôme de la liberté' (1974), een terugkeer naar de experimentele film, en 'Cette obscur objet du désir' (1977).

Het kubisme: Juan Gris en Pablo Picasso

Juan Gris (1887-1927) en Pablo Picasso (1881-1973) leerden elkaar kennen rond 1906 in Parijs. Gris, eigenlijk José Victoriano González-Pérez, was daar naartoe gereisd om de militaire dienst te ontlopen. Hij woonde er enige tijd op Montmartre en zou daar behalve Picasso ook Georges Braque leren kennen. Aanvankelijk illustreerde hij voor tijdschriften als' L'Assiette au Beurre' en 'Charivari', maarzo rond 1910 begon hij, beïnvloed door zijn nieuwe vrienden, in een geometrische stijl te schilderen. Twee jaar later, in 1912, was er al echt sprake van 'kubisme'. In dat jaar exposeerde hij in de Salón de los Independientes te Parijs zijn schilderij 'Hommage a Picasso'.

In 1915 reisde Juan Gris met Picasso naar Céret, waar ze samen de collagetechniek ontwikkelden en zo tot het zg. 'Synthetische kubisme' kwamen (i.t.t. het eerdere 'Analytische kubisme'). Tussen 1922 en 1924 werkte Gris ook nog aan scènes voor twee ballets van Sergei Diaghilev, 'Les tentations de la Bergère' en' La colombe'. Na 1925 begon hij vooral te werken in gouache en aquarel en maakte hij tevens illustraties. Doordat hij echter jong overleed heeft hij nooit de kans gekregen om zijn stijl verder te ontwikkelen.

Het werk van Picasso valt natuurlijk niet in zijn geheel onder te brengen onder het kubisme, al heeft het er wel veel aan te danken. Zijn kubistische periode heeft duidelijk zijn latere stijl bepaald. Zonder deze periode zou een beroemd kunstwerk als ‘Guernica’, een aanklacht tegen de gebeurtenissen in de Spaanse Burgeroorlog dat tegenwoordig in het Centro de Reina Sofía hangt, nooit gemaakt hebben kunnen worden. Het heeft weliswaar de ‘regels’ van het kubisme allang losgelaten, maar dankzij die regels zou Picasso er er uiteindelijk toe in staat zijn om die volstrekte anarchie van de vorm te bereiken.

De individuele stijl van Joan Miró

Ook Joan Miró (1893 1983) kan -als dat nodig is- onder het surrealisme gerekend worden. In 1920 verhuisde hij naar Parijs, waar hij vriendschap sloot met Max Ernst, Hans Arp en René Magritte. Dankzij Picasso kwam hij ook onder de invloed van het kubisme. Desondanks bleven zijn vormen altijd poëtisch abstract.

In 1925 ontmoette ook Miró André Breton en raakte geïnteresseerd in zijn theoriën. Toch heeft hij zich nooit officiëel aangesloten bij de surrealistische beweging, noch bij enige andere beweging. Maar in 1926 werkte hij onder andere samen met de surrealist Max Ernst aan decors en kostuums voor de opera ‘Romeo en Julia’ voor Serge Diaghilev. In Parijs ontwikkelde hij dan ook onder invloed van surrealistische schrijvers en schilders zijn heel individuele organische stijl.

Na een terugkeer in het vaderland vluchtte ook Miró voor de Spaanse Burgeroorlog en kwam zo opnieuw in Frankrijk terecht, waar hij eerst in Parijs en daarna in het kustplaatsje Varengeville-sur-Mer verbleef. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak keerde Miró echter definitief terug naar Spanje, waar hij zich in 1956 op het eiland Mallorca vestigde.

Julio González, gesmede beelden

Julio González (1876-1942) was de eerste beeldhouwer die zijn sculpturen maakte door middel van smederij. In Barcelona, waar hij geboren was, werkte hij als jongen enige tijd in de goudsmederij van zijn vader. In de jaren negentig van de 19de eeuw exposeerde hij zo al werken op de Exposición de bellas artes e industrias artísticas in Barcelona. In die tijd bezocht hij ook al regelmatig het café Els Quatre Gats, waar hij Pablo Picasso ontmoette.

In 1899 vertrok Julio met zijn broer Joan naar Parijs, waar ze al snel kunstenaars leerden kennen. Julio raakte geïnspireerd door het werk van onder meer Rodin en sloot vriendschap met o.a. Juan Gris, Max Jacob, Manolo Hugué en Jaime Sabartés. In de eerste tijd wijdde hij zich vooral nog aan tekenen en schilderen.

Pas rond 1918 ging González over op beeldhouwen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij leren autogeen lassen in de Renault-fabriek in Boulogne-Billancourt. Eerst nog stond hij Gargallo en Picasso bij met de tot stand brenging van hun metaalsculpturen. Na 1927 werd González zelf werkzaam als beeldhouwer, waarbij hij onder invloed van Picasso abstract en constructivistisch ging werken. In 1937 werd hij uitgenodigd tot deelname aan de Wereldtentoonstelling in Parijs met zijn werk, bijna altijd abstract kubistische beelden van ijzer.

Typisch Spaanse elementen in de muziek van Manuel de Falla

Manuel de Falla (1876-1946) is bekend geworden vanwege de invloed van Spaanse volksmuziek binnen zijn composities, voor een deel resultaat van zijn vriendschap met de dichter Federico García Lorca. Zijn bekendste werken zijn 'Noches en los jardines de España', 'El amor brujo' en 'El corregidor y la molinera'. Na een bewerking werd deze laatste compositie bekend als 'El sombrero de tres picos'.

Ook schreef hij later o.a. 'El retablo de maese Pedro', waarin de invloed van de Spaanse volksmuziek wat afnam en zijn stijl werd meer neo-classisistisch. De invloed van Maurice Ravel en Claude Debussy in zijn werk is ook merkbaar. Hij verbleef dan ook tussen 1907 en 1914 in Parijs.

Foto boven: 'Personnage' van Joan Miro (1972) in het Japense Hakone Open Air Museum.

Lees verder

© 2010 - 2019 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joan Miro; één van de drie grote surrealistenJoan Miro; één van de drie grote surrealistenJoan Miró staat tegenwoordig bekend als een van de grote surrealisten, terwijl hij zich nooit officieel bij deze stromin…
Salvador Dalí, een geniaal kunstenaarSalvador Dalí, een geniaal kunstenaarSalvador Dalí was een Spaanse schilder, hij staat bekend om zijn surrealistische schilderijen, waaronder "Galatea of the…
Luis Buñuel, het surrealisme in de filmLuis Buñuel, het surrealisme in de filmHet belang van de Spaanse filmer Luis Buñuel (1900-1983) is de internationale filmgeschiedenis is groter dan nog steeds…
Federico García Lorca, de dichter die verdween in de oorlogFederico García Lorca, de dichter die verdween in de oorlogDe Spaanse dichter Federico García Lorca (1898-1936) werd aan het begin van de Spaanse burgeroorlog gefusilleerd door de…
Julio González, smederij in de beeldhouwkunstJulio González, smederij in de beeldhouwkunstJulio González Pellicer (1876-1942) was de eerste beeldhouwer die zijn beelden maakte door middel van smederij. In Barce…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Dan, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)
  • http://www2.museopicassomalaga.org/
  • http://www.salvador-dali.org/
  • http://www.luisbunuel.org/
  • http://es.wikipedia.org/wiki/Juan_Gris

Reageer op het artikel "Spaanse kunst van voor de burgeroorlog"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Danique, 08-11-2014 13:23 #1
Wanneer werd de deze spaanse groep opgericht? Reactie infoteur, 08-11-2014
Als je doelt op de Generatie 1927 dan is dat natuurlijk het jaar 1927 (staat ook in het artikel).

Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 29-09-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Spaanse kunststroming
Bronnen en referenties: 5
Reacties: 1
Schrijf mee!