InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Diversen > De eetcultuur in de prehistorie

De eetcultuur in de prehistorie

De eetcultuur in de prehistorie De prehistorische mens beschikte over vuur om zijn voedsel te bereiden. In de steentijd werd het voedsel in eerste instantie verhit met behulp van kookstenen. Het latere gebruik van aardewerk en ijzeren potten in de ijzertijd en de uitvinding van stenen ovens vergemakkelijkte het bereidingsproces. Om het voedsel te conserveren werd het gedroogd of gerookt. Later werd zout als conserveermiddel ontdekt en melk verduurzaamd door er kaas van te maken.

Van rendierjagers tot boerensamenlevingen

De prehistorie loopt van tienduizenden jaren tot 50 jaar v. Chr. en wordt ingedeeld in drie perioden: steentijd, bronstijd en ijzertijd, genoemd naar de materialen waarvan de mensen hun gereedschappen maakten. De rendierjagers waren de eerste bewoners van onze streken. Zij leefden als nomaden in tenten van rendierhuiden en jaagden behalve op rendieren, ook op vossen, wolven en wilde paarden. In de steentijd gebruikte men behalve steen ook veel been en geweien voor het maken van gebruiksvoorwerpen. De stenen voorwerpen -zoals messen en bijlen- waren gemaakt van vuursteen en vlijmscherp. Aan het einde van de steentijd ontstonden de eerste permanente agrarische samenlevingen in het Midden-Oosten, zo'n 10.000 jaar v. Chr. Men ontdekte het verbouwen van graansoorten als ideale voedselbron. Ook ging men dieren houden die voedsel, leer en wol leverden. Zo'n 5300 jaar v. Chr. bereikte deze levenswijze ons land. In Limburg vestigden zich de eerste boeren.

Voedselbereiding in de steentijd

De jagers, vissers en verzamelaars uit de steentijd beschikten over vuur, waarmee ze het voedsel konden klaar maken. Ze
hadden geen potten en pannen en ook geen oven. Dat betekent niet dat ze alleen vlees of vis boven een vuur roosterden. Er waren diverse andere mogelijkheden om het eten klaar te maken: in een kuil met hete stenen of verpakt in klei in de hete as. Ook konden ze voedsel gaar maken in kokend water. Men maakte zakken van een huid of maag van een dier en hingen die boven het vuur. Dit soort kookzakken kon men enkele maanden gebruiken. Ook maakte men houten potten of gevlochten manden die van binnen met leem waterdicht waren gemaakt. Deze konden niet boven het vuur gehangen worden. Om het water in de pot of mand te verwarmen gebruikte men kookstenen, die verhit werden in het vuur. Graniet, basalt en kwarts waren de meest geschikte steensoorten om te verhitten.

Het gebruik van aardewerk en ijzer

De boeren uit de latere (jonge) steentijd gebruikten aardewerken potten. Omdat zij niet meer hoefden te trekken om aan voedsel te komen, hadden zij een uitgebreidere keukenuitrusting. Een belangrijke uitvinding was het gebruik van een lemen oven om broden in te bakken (zie afbeelding inleiding). De aardewerken potten hadden als nadeel dat ze door ongelijkmatige verwarming gemakkelijk braken. Ze moesten regelmatig gerepareerd of vervangen worden. Gemakkelijker werd het in de ijzertijd, toen men ijzeren kookpotten fabriceerde. Deze waren veel duurzamer en hoefden minder gelijkmatig verhit te worden. Boven een vuur bereidde men stoofpotten van vlees, bonen en groenten.

Voedselconservering bij de jagers en vissers

Omdat de prehistorische mens voor de voedselvoorziening afhankelijk was van de seizoenen, moest hij manieren bedenken om het voedsel veilig te bewaren. Het moest worden beschermd tegen vraat en bederf. De jagers en vissers konden hun voedsel bewaren in leren zakken, in magen en darmen van dieren, in gevlochten tenen manden en in uitgeholde stukken hout. Om het langer houdbaar te maken werd het gedroogd en gerookt, zoals vis, vlees, appels, bessen, paddestoelen en kruiden. Hazelnoten konden gemakkelijk bewaard worden in de schil, waardoor ze minstens een jaar goed bleven. Fruit zoals bosaardbeien, frambozen, vlierbessen, bramen en appels kon men indampen tot een dikke moes. Als men er honing aan toevoegde ontstond een soort jam. Om het voedsel koel te bewaren groef men kuilen.

Voedselconservering bij de boeren

De Bandkeramiekboeren (genoemd naar de versiering van hun aardewerk) van rond 5000 v. Chr. sloegen hun graan op in manden
en zakken die zij op de zolders van hun huizen bewaarden. Boeren uit een latere periode bouwden spiekers: speciale graanschuren op houten palen (zie afbeelding links). Hierin kon het graan droog en buiten bereik van ongedierte worden opgeslagen. Ook zij droogden en/of rookten vis en vlees. Een belangrijk conserveermiddel was zout. Mensen die bij de zee woonden hebben dit waarschijnlijk al vroeg gebruikt. Vanaf zo'n 500 v. Chr. werd zout een wijd verbreid conserveermiddel. Door vlees te zouten, in een darm van een geslacht varken, geit of rund te stoppen, te roken en/of te drogen ontstond worst. Een belangrijke ontdekking was het verduurzamen van melk door er kaas van te maken. De vloeibare wei die overbleef werd misschien in de prehistorie en in ieder geval in de middeleeuwen -eventueel gezoet met honing- veel gedronken. Bij de Friezen zijn kaasvormen gevonden die duiden op de bereiding van harde kaas. Bij de keramiekboeren zijn vergieten gevonden die waarschijnlijk voor de kaasbereiding zijn gebruikt.

Enkele prehistorische recepten

Brood (zuurdesembrood)
In de prehistorie begon de broodbereiding niet met het mengen van water en meel, maar moest men eerst de graankorrels tot meel vermalen. Op een zware grote steen (de ligger) werd een handje graankorrels neergelegd dat met een kleinere steen (de loper) werd fijn gemalen. Pas in de 4e eeuw v. Chr. ging men grote ronde molenstenen gebruiken. De tarwesoorten die men in de prehistorie gebruikte -eenkoorn, emmer en spelt- bevatten minder gluten dan onze huidige tarwesoorten. Gluten zijn elastische eiwitten die zorgen voor een mooi gerezen brood. Graansoorten met een laag glutengehalte geven een minder luchtig brood. Behalve tarwemeel en water gebruiken wij gist bij de broodbereiding. Onze voorouders in de oudheid kenden dit produkt nog niet. Men werkte met restjes van het vorige deeg dat wat zuur was geworden: zuurdesem. Door het deeg een paar dagen te laten staan gaan bepaalde micro-organismen in het deeg zich vermenigvuldigen. Op deze manier wordt het deeg vanzelf wat luchtiger. Door het gebruik van zuurdesem krijgt het brood een andere, wat zure smaak.

Geroosterde hazelnoten
Hazelnoten kunnen rauw gegeten worden, maar ze zijn lekkerder als je ze in de schil roostert in hete as. Pas op met verse hazelnoten; deze kunnen wegspringen. Van hazelnoten zijn sporen gevonden in de midden-steentijd. Waarschijnljk zijn ze veel gegeten. Hazelaars zijn gemakkelijk groeiende bomen en de noten zijn voedzaam (bevatten vet) en kunnen een hele winter bewaard worden.

Kruidendranken
Het verzamelen van kruiden in het wild heeft zeker bij de jagers en ook bij de latere boeren een wezenlijke bijdrage geleverd aan het dagelijks menu. De bladeren, stengels en bloemknoppen gaven smaak aan het voedsel en zorgden voor de nodige vitamines en mineralen. De kruiden werden aan een soep of stoofpot toegevoegd en er werden drankjes van gemaakt, een soort kruidenthee. Kruiden die hiervoor is aanmerking kwamen waren bijvoorbeeld: berkeblaadjes, brandnetel, herderstasje, verse lindebloesem, munt, muur, perzikkruid, rozebottels, verse vlierbloesem, waternavel en weegbree. Deze kruiden kunnen in het voorjaar lang bewaard worden.

Lees verder

© 2011 - 2014 Staal, gepubliceerd in Diversen (Kunst en Cultuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Een korte geschiedenis van het lichtIn 1879 werd de uitvinding van de gloeilamp toegeschreven aan Thomas Edison. In werkelijkheid was hij slechts onderdeel…
Prehistorie en/of Oudste Tijden: van zwerver tot landbouwerPrehistorie en/of Oudste Tijden: van zwerver tot landbouwerDe Prehistorie is de eerste periode waar de leerlingen van de lagere school kennis mee maken. Dit is uiteraard ook het b…
Geschiedenis, de tien tijdvakkenEr is een nieuwe tijdsindeling gekomen voor geschiedenis. In plaats van de klassieke indeling in vijf tijdvakken, van pr…
Prehistorie in de Serranía de Ronda (Zuid Spanje)Prehistorie in de Serranía de Ronda (Zuid Spanje)Het centrum "La Algaba" is een privé initiatief van een aantal mensen die willen aantonen dat de natuur respect verdient…
Ariège: de grottenFrankrijk is aan het einde van de 19e eeuw begonnen met de exploitatie van grotten. Eerst onder leiding van E.A. Martel,…
Bronnen en referenties
  • Eten als onze voorouders - N.E. Stegeman
  • Oerdis: Ons menu was vroeger zo gek nog niet - Liesbeth Smits en Henk Huizing

Reageer op het artikel "De eetcultuur in de prehistorie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Staal
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Diversen
Special: Eetcultuur vroeger
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!