Guido Gezelle, Vlaams priester-dichter (1830-1899)

Guido Gezelle ( 1 mei 1830 - 27 november 1899) was priester en dichter. Als geen ander heeft hij geprobeerd het Vlaams als volkstaal te promoten. Daartoe verzamelde hij zo veel mogelijk -soms eeuwenoude en in onbruik geraakte- Vlaamse woorden. Zijn gedichten zijn rake typeringen van de natuur en uitingen van religieus gevoelen in de taal van zijn land, zonder opsmuk, direct en aansprekend. Tot op de dag van vandaag zijn veel van zijn gedichten nog overbekend.

Afkomst

Zijn vader, Pieter Jan Gezelle, was een echte Vlaming. Van zichzelf zei hij: "Pieter Jan, die geen Frans en kan". Vaak gebruikte hij zegswijzen en uitdrukkingen van eigen bodem. De dichterlijke aard heeft Guido zonder twijfel van zijn vader geërfd. "Mijn vader", zegt hij later, "was een aardigaard (een originele)". Zijn moeder, Monica Devriese, was ernstig en vroom en neigde tot zwaarmoedigheid. Van moederszijde erft Guido het melancholieke en het beschouwende. Deze twee eigenschappen, het nationalistische zelfbewustzijn van zijn vader en het zwaarmoedige en ernstige van zijn moeder, zijn in hem onmiskenbaar aanwezig en werken in veel van zijn gedichten als elkaars tegenkrachten.

Guido Gezelle, Vlaams dichter

Guido Gezelle probeerde het Vlaamse volk een gevoel van eigenwaarde bij te brengen. De Vlamingen mochten er zijn! Denk maar aan het sterke volk in de Middeleeuwen! Hij stimuleerde een herleving van de rijke Middeleeuwse Christelijke cultuur. Hij zag die tijd als een lichtend voorbeeld. Deze (romantische) terugkeer tot de dagen van de Middeleeuwen zien we allerwegen. Te denken valt hierbij aan o.a. Alberdingk Thijm in Nederland.

Guido Gezelle heeft een grondige afkeer van het stijve-boeken-Hollands dat hij op school kreeg voorgeschoteld. Al op jonge leeftijd gaat hij Vlaamse woorden verzamelen, opdiepen uit de mist van het verleden. Om die verzameling zo compleet mogelijk te krijgen, schakelt hij ook anderen in. Als hij eenmaal leraar is, spoort hij zijn leerlingen aan hun gedachten in hun moedertaal weer te geven.

In zijn gedichten gebruikt hij het West-Vlaams. Dat wordt niet door alle Vlamingen in dank afgenomen; het wordt gezien als een blokkade tot de vorming van een algemeen Vlaams. In Kortrijk geeft hij een blad uit "Loquela", voor iedereen die de Vlaamse taal ziet als "uiting van eigen Vlaams wezen en leven". Op den duur heeft hij om en nabij 150.000 (!) Vlaamse woorden met hun betekenis verzameld.

Na 1893 krijgt hij ook buiten West-Vlaanderen de waardering die hem toekomt. August Vermeylen noemt hem "de grootmeester van de Vlaamse poëzie". In Zijn "Kritiek der Vlaamsche Beweging" schrijft Vermeylen:....Ïk weet dat wie geen Vlaming is moeilijk zal vatten waarom wij b.v. Gezelle, Hugo Verriest, Albrecht Rodenbach en anderen, bewonderen en liefhebben: zij zijn de geest van ons land; hun gesproken en geschreven woord, dat rechtstreeks op hun omgeving inwerkt, is gedragen door een trouw en waar gevoel, het heeft de reuk onzer aarde. Het is iets van dat streven naar zelfstandigheid van het Vlaamse volkseigen...." Ook in Nederland oogst Guido Gezelle lof. Mede dank zij de lezingen die Pol de Mont over hem geeft.
Wat in Nederland de Tachtigers doen: breken met alle retoriek, doet Guido Gezelle al vóór die tijd. Zijn liefde voor de eenvoudige Vlaming en zijn eenvoudige taal zetten hem daartoe aan. Wat hij niet gemeen heeft met de Tachtigers is het gevoel in een "ivoren toren" te moeten kruipen om van bovenaf hoofdschuddend het onbegrip van van het gewone volk te kritiseren.

Guido Gezelle, natuurdichter

Guido Gezelle was een natuurliefhebber. Op zijn sterfbed zegt hij: "Ik hoorde zo geerne de vogelkens schuifelen (fluiten)". In zijn gedichten schildert hij met woorden en klanken de natuur. Veel voorbeelden in zijn gedichten, die niet aan de natuur gewijd zijn, haalt hij daar wel uit. Zaken die anderen niet de moeite waard achten, merkt hij op. Luisterend naar de natuur, brengt hij het door hem gehoorde onder in ritme en klank. De natuur werd door hem geduldig en volhardend geobserveerd. Hij zag daarin de grootheid van de Schepper. Hieronder een voorbeeld:

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teeken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken 't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!


Guido Gezelle, religieus dichter

Guido Gezelle was priester. Hij had een diep Godsbesef. Zij natuurbeschrijvingen gaan gepaard met een een innige religiositeit. Als hij de onrust van de fladderende vlinder beschrijft, trekt hij de vergelijking met de woorden van de grote kerkvader Augustinus: "Ons hart is onrustig, tot het rust vindt in God." Het ruisende riet wijst hem op de gevoeligheid van de ziel, die door de zorgen van het leven heen en weer bewogen wordt. Een spa op het veld doet hem een gebed opzenden voor de arbeider die van zijn zware werk moet leven. De distel. onnut en als onkruid aangemerkt, draagt desondanks Gods schoonheid in zich. De lichtstralen in een bos ziet hij als Gods goedheid die de duisternis overwint

Guido Gezelle, leraar en volksopvoeder

Zijn methode van lesgeven was voor die tijd zeer vooruitstrevend. Aanschouwelijk onderwijs, zo mogelijk, had zijn voorkeur. In Brugge liet hij zijn vader, die tuinier was, een tuin aanleggen waar hij met zijn leerlingen regelmatig te vinden was om les te geven. Hij leerde de jongens zelf waarnemen en stimuleerde hun zelfwerkzaamheid. Ook spoort hij zijn leerlingen aan om hun gedachten in hun moedertaal onder woorden te brengen. Zijn opstelonderwerpen liggen binnen de belevingswereld van zijn leerlingen. Zijn klas produceert een stroom van dichtwerken, die hij verbetert, van commentaar voorziet, maar ook dankbaar gebruikt voor zijn eigen gedichten. Er ontstaat een creatieve wisselwerking tussen leerlingen en leraar.

In 1858 bezoekt hij met zijn hele klas de begrafenis van een van de leerlingen. De ontroering die hij toen onderging, heeft zijn weerklank gekregen in de gedichtenreeks "Kerkhofblommen". Zijn "Dichtoefeningen" draagt hij op aan zijn leerlingen te Roeselare. Ongedwongen gaat hij met zijn leerlingen om, steeds er op uit om hun zielen naar God te leiden.
Zijn oorspronkelijke wijze van lesgeven, niet altijd rekening houdend met roosters en exameneisen, zijn aangepaste tempo voor de zwakkere leerlingen en zijn manier van omgang met de leerlingen worden hem door zijn superieuren niet in dank afgenomen en zorgen ervoor dat hij overgeplaatst wordt naar een andere school.

In 1865 begint hij met het uitgeven van een gezinsblad "Rond den Heerd". Daarin komen godsdienstige onderwerpen en heiligenlevens aan bod. Ook beschrijft hij planten en dieren en bespreekt in een rubriek oude volksgezegden. Na verloop van tijd moet hij de uitgave van dit blad stoppen omdat te veel werk op zijn schouders komt te rusten.

Korte levensschets

Tijdens zijn kinderjaren bezoekt Guido Gezelle in Brugge een volksschool met een sterk Hollandse traditie. Zijn middelbare opleiding krijgt hij op College Den Dune, eveneens in Brugge. In verband met financiële moeilijkheden thuis moet hij deze studie afbreken. De middelbare opleiding kan hij afmaken op het klein-seminarie in Roeselare. Als tegenprestatie moet hij daar portiersdiensten verrichten. In die tijd raakt hij in twijfel over zijn priesterroeping. Zijn vader schrijft het verlossende woord: "Stelt u in handen van God gelijk de pot-aarde in de handen van den pottebakker. Betrouwt vastelijk dat Hij van u een nuttig vat zal maken voor Hem en u zelve...."

Van 1850 tot 1854 krijgt hij op het groot-seminarie in Brugge de laatste voorbereiding op zijn priesterschap. In 1854 wordt hij leraar aan het klein-seminarie te Roeselare, de school waar hij zelf eens in de banken zat. Intussen bestudeert hij de klassieken en de christelijke schrijvers van de Oudheid en de Middeleeuwen. Ook de modernere literatuur laat hem niet onberoerd. Deze jaren, vooral wanneer hij les geeft aan de poësis-klas, behoren tot de vruchtbaarste van zijn dichtersleven.

In 1860 wordt hij overgeplaatst naar Brugge. Aan het seminarium Anglo-Belgicum doceert hij wijsbegeerte. Van 1861 tot 1864 is hij onder-rector. In verband met nieuwe moeilijkheden wordt hij in 1865 onderpastoor van de Sint Walburgisparochie in Brugge. In 1872, na moeilijkheden rond zijn tijdschrift "Rond den Heerd", wordt hij onderpastoor te Kortrijk. In 1877 worden door zijn vrienden zijn Volledige Werken uitgegeven. In 1880 verscheen "Liederen, Eerdichten en Reliqua." In 1881 "Driemaal 33 Kleengedichtjes". In datzelfde jaar stichtte hij het taalkundige maandblad Loquela. In 1885 verscheen van zijn hand "Duikalmanakken" en in 1890 was hij mede-oprichter van het tijdschrift Biecorf. Vanaf 1893 is hij ambteloos. Het wordt zijn tweede bloeiperiode. In dat jaar verscheen "Tijdkrans", in 1897 "Rijmsnoer" en in 1901"(postuum) "Laatste verzen".

Guido Gezelle overleed op 27 november 1899.

Gij badt op eenen berg...

Tot slot een van zijn bekendste kleine gedichten "Gij badt op eenen berg alleen", waarschijnlijk gedicht in 1859.

Gij badt op eenen berg alleen,
en...Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!
© 2009 - 2020 Bvell, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Literaire nieuwjaarsgedichtenLiteraire nieuwjaarsgedichtenRond kerstmis en nieuwjaar is het in Nederland de gewoonte om vrienden en kennissen middels kaarten en e-mails prettige…
Lijst met interim- of uitzendkantoren in België (Vlaanderen)Lijst met interim- of uitzendkantoren in België (Vlaanderen)Ontdek de lijst met interim- of uitzendkantoren in België. Werk zoeken is vandaag de dag niet meer zo evident. Interimka…
Nederlands in België: de strijd van de VlamingenNederlands in België: de strijd van de VlamingenIn eentalig Vlaanderen is het Nederlands nu de officiële taal. Pas in 1993 werd dit, na een grondwetsherziening, officie…
Club Brugge vs Anderlecht, onderlinge duels sinds 2004Club Brugge vs Anderlecht, onderlinge duels sinds 2004Club Brugge - Anderlecht is al decennia lang dé klassieker in het Belgische voetbal tussen de twee Belgische ploegen met…
Constantijn HuygensConstantijn HuygensConstantijn Huygens was een Nederlandse dichter en diplomaat. Hij was de vader van natuurkundige Christiaan Huygens, met…
Bronnen en referenties
  • Gedichten Guido Gezelle, E.J.M. Laudy-Arnolds. Utrecht/Antwerpen, 1974
  • Kroniek van de familie Gezelle, Stijn Streuvels. 1960

Reageer op het artikel "Guido Gezelle, Vlaams priester-dichter (1830-1899)"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Bvell
Laatste update: 28-11-2009
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Biografie
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!