InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De Waddenkust van Noordoost-Friesland: landschap en bewoning

De Waddenkust van Noordoost-Friesland: landschap en bewoning

Al eeuwenlang zijn in het kustgebied van Friesland en Groningen – en dat geldt in wezen voor het hele Nederlandse kustgebied – de mens en het water betrokken bij een proces van geven en nemen. De kustlijn is in de loop der tijd in noordelijke richting opgeschoven, dus al met al heeft de mens meer land gewonnen dan de zee genomen heeft. Bij dat proces doet zich tegenwoordig een nieuwe fenomeen voor: de mens geeft ‘moedwillig’ land prijs aan de zee, ter wille van de natuurontwikkeling. In ieder geval: het kustgebied is in cultuurhistorisch opzicht, wat betreft de ontwikkeling van landschap en bewoning, een boeiend gebied om kennis van te nemen en aangenaam om te recreëren. Dat geldt voor het hele Waddenzee-kustgebied. Ook in Noordoost-Friesland.

Inhoud


Tocht langs de kust

Wat betreft landschapsvorming, ontstaan van woonplaatsen en in ´t algemeen de ontwikkeling van de cultuurhistorie tot ver in de middeleeuwen, onderscheidt het Friese deel van het waddenkustgebied zich niet het van het Groninger deel. Dat het gebied wat nu Noord-Groningen is, in het verleden ´de Friese Ommelanden’ werd genoemd, is veelzeggend. En ook in de tijd van de nieuwe geschiedenis zijn er diverse parallelle ontwikkelingen. Veel van wat er in deze artikelenserie over de kust van Noordoost-Friesland komt dan ook overeen met wat er in de artikelen van de special 'Het Groninger kustgebied' te lezen staat (klik hier voor het eerste artikel).

We maken aan de Friese kant een tocht die begint in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Via Lauwersoog gaan we dan verder langs de Friese kust tot Hallum. U kunt die tocht ook echt maken. Dan is het wel handig om ook een kaart mee te nemen.

Het landschap

Langs de kust dankt de mens zijn bestaansmogelijkheden aan het water. Maar om er te kunnen bestaan moet hij zich ook beschermen tegen het water. In eerste instantie gebeurde dat door het opwerpen van woonheuvels (terpen /wierden). Later werden dijken aangelegd.

Plm. 500 jaar voor de geboorte van Christus was in het Noordfriese kustgebied, door een langdurig proces van aanslibbing, land ontstaan dat alleen bij hoogwater onderliep en waar begroeiing mogelijk was: kwelderland. Het gebied ten noorden van de lijn Dokkumer Nieuwe Zijlen-Dokkum-Leeuwarden zag er ongeveer uit zoals het huidige waddengebied direct ten noorden van de zeedijk. In dit land was hier en daar de zee diep ingedrongen (zo was bij voorbeeld de Middelzee ontstaan) en het werd doorsneden door een aantal waterstromen/-stroompjes die hun oorsprong vonden op het zogenaamde Drents Plateau en door een wirwar van geulen, kreken en prielen.

Bewoning

Voor bewoners van de oostelijke/zuidelijke veen- en zandgronden waren de vruchtbare kleivlaktes aantrekkelijk om er een bestaan op te bouwen, vooral toen bewoning mogelijk was van de hogere gedeelten: de kwelder- en oeverwallen. Hoewel, aantrekkelijk is een relatief begrip: bij hoog water liep niet alleen het land onder, ook de woonplaatsen werden dan bedreigd. Toen de zeespiegel geleidelijk aan steeg, waren de kustbewoners genoodzaakt hun woonplaatsen steeds meer te verhogen; zo woonden ze eigenlijk op heuveltjes (terpen), opgeworpen op de kwelder- en oeverwallen.

Aan de ligging van de woonplaatsen, voor zover nu nog in takt, is te zien waar de kustlijn en de waterstromen (waarvan de ligging en omvang in onbedijkt land in de loop der tijd flink kon variëren) vroeger ongeveer liepen. Er ontstonden rijen van terpdorpen, bijvoorbeeld de rij Holwerd-Waaxens-Brantgum-Foudgum

Door aanslibbing schoof de kustlijn –globaal genomen - op in noordelijke richting. Het is niet zo dat er alleen maar land bijkwam. Zoals al hiervoor gezegd: het was een proces van geven en nemen. De zee nam ook weer terug. Zo nam zij in de vroege middeleeuwen geleidelijk aan weer stukken terug van het land dat was ontstaan in de boezem van de Hunze (het huidige Reitdiep, en de Lauwers: de Lauwerszee ontstond.

De bewoners

De eerste bewoners van het kweldergebied, op de terpen, hebben geleefd van veeteelt, akkerbouw, visvangst en jacht, waarbij de veehouderij 't belangrijkst was. Ze waren in staat zelf in hun levensonderhoud te voorzien. Huisnijverheid leverde de gewenste gebruiksvoorwerpen op. Pas in de late middeleeuwen werden ook stenen, gebakken van klei, gebruikt bij de bouw, maar dan alleen nog bij de bouw van huizen voor de rijksten.

Bepalend voor de verdere ontwikkeling van de cultuur was de komst van het christendom in deze streken. Die kan in de tweede helft van de achtste eeuw gesteld worden, als we als beginpunt de moord in/bij Dokkum op de evangelieprediker Bonifatius in 754 na Chr. nemen. De Friezen gaven zich echter niet zo snel gewonnen voor het nieuwe geloof en misschien is het meer reëel het jaar 1109 te nemen, toen ten zuiden van Ferwerd het Benedictijner klooster Foswerd of Bethanië werd gesticht (volgens overlevering). Later in de 12e eeuw werden in het kustgebied meer, vaak grote kloosters gesticht. We moeten dan Mariëngaard (bij Hallum) noemen en Claarkamp (Rinsumageest) en aan de Groninger kant het Oldeklooster (waar nu het dorp Kloosterburen ligt).

Dijken en polders

Ook in de geschiedenis van de waterbeheersing in het kustgebied speelde de kerk, dat wil zeggen de kloosterlingen, al spoedig een rol van betekenis. We denken dan als vanzelf aan de bedijking. Het waren de kloosterlingen die in de 12e eeuw een leidende rol gingen spelen bij de dijkaanleg, eerst ter bescherming, later ook om nieuw land te winnen. En niet alleen het opwerpen van dijken, maar ook het graven van afwateringsgeulen, de bouw van pompen, sluizen ("zijlen") en dergelijke, namen zij ter hand.

Vanaf die tijd ontstond langzamerhand een lange dijk langs de Friese (en Groninger) waddenkust: de oude zeedijk. Vanaf de 13e eeuw tot 1969 toe (afsluiting van de Lauwerszee met een dijk) zijn de bewoners van het noordelijk kustgebied bezig geweest hun land te beschermen tegen het zeewater en het landbezit uit te breiden door inpoldering van stukken waddengebied. Zo ontstonden reeksen polders en schoof de kustlijn op.

Dokkumer Nieuwe Zijlen

De natuur, het landschap en de cultuurhistorische bezienswaardigheden in het kustgebied staan grotendeels in verband met water en waterwerken. We lichten er hier, ter illustratie, één plek uit: Dokkumer Nieuwe Zijlen.

Vroeger stroomde de Ee als rivier door Dokkum met een brede uitmonding in de Lauwerszee. Dokkum was zodoende een zeehaven en het water vanaf die stad tot de zee was omgeven door zeedijken. De Friese Admiraliteit was zelfs in Dokkum gehuisvest. (Het Admiraliteitshuis is er nu als museum te bezoeken). En binnen de stad, tegenover het raadhuis was een sluis (zijl) - het pleintje daar heet nog altijd De Zijl.

Einde aan de open verbinding van Dokkum met de zee

Mede vanwege de zogenaamde Kerstvloed van 1717 werd het ‘Dockumerslijk’ (de aanslibbing bij Dokkum) ingepolderd en er kwamen nieuwe spui- en schutsluizen in de buurt van Engwierum: Dokkumer Nieuwe Zijlen. Het vaarwater werd verlegd en gekanaliseerd (Dokkumer Grootdiep). De kustlijn en daarmee de zeedijk werd zodoende aanmerkelijk ingekort; de oude zeedijken werden nu slaperdijken die gedeeltelijk zijn afgegraven De ontwerper van de nieuwe zeedijk met sluizencomplex was Willem Loré en uitvoering was in handen van de Leeuwarder bouwmeester Claes Balck. Het project behoorde in die tijd tot de grote waterstaatkundige werken van het land. Bij de sluizen op de dijk, tegenover herberg De Pater, werd een zuil opgericht (hij staat er nog altijd) ter eeuwiger gedachtenis. Hij diende ook als grenspaal tussen de toenmalige gemeenten Oost-Dongeradeel en Kollumerland. Het haventje bij de sluis heeft zich tot een nostalgische plek ontwikkeld met een paar karakteristieke panden aan de waterkant. Lunegat aan het Lauwersmeer is er nu de grote haven, maar wel voor de pleziervaart.

Lauwersmeer en Oostmahorn

Het volgende grote waterstaatkundige werk was de inpoldering van de Lauwerszee. Zo ontstond de Lauwersmeer in 1969. Het voormalige werkeiland Lauwersoog werd de nieuwe zeehaven met alle faciliteiten van dien en het ontwikkelde zich als centrum voor toerisme en recreatie met onder meer een jachthaven, een camping, zeilschool, bootverhuur en bijpassende horeca. Ook de veerboot naar Schiermonnikoog, die tot de inpoldering vanuit Zoutkamp vertrok en ook Oostmahorn aandeed, voer nu vanaf Lauwersoog naar Schier.

Ook hier: einde aan de open verbinding met de zee

Wat ruim 250 jaar daarvoor met Dokkum was gebeurd, gebeurde nu ook met Zoutkamp en Oostmahorn: ze lagen nu niet meer aan zee. Zeker ook de vissers van Zoutkamp zagen de toekomst somber in. En inderdaad, verschillende activiteiten die altijd brood op de plank en levendigheid in het dorp hadden gebracht, verdwenen naar Lauwersoog. Maar toch, 37 jaar later kan gesteld worden dat het uiteindelijk niet slecht gegaan is met het oude vissersdorp. Dat is mede te danken aan de bedrijven die er zijn gebleven en er bijkwamen en aan de gunstige ontwikkeling van Lauwersoog en de Lauwersmeer, ook als natuur- en recreatiegebied.

Voor Oostmahorn lagen de zaken wat anders. Die plaats had weliswaar, net als Zoutkamp, een verleden als verdedigingsschans en (in de Frande tijd) geschutstelling, maar de visserij en bijbehorende bedrijvigheid waren er nooit zover tot ontwikkeling gekomen. Wel hadden zich in Oostmahorn in de jaren rond 1930 veel kansen voor uitbreiding van de visserijactiviteiten aangediend. Er waren toen plannen voor de aanleg van een grote vissershaven. Er was zelfs sprake van de mogelijkheid dat het gehucht zich zou ontwikkelen tot de grootste havenplaats van het Noorden! Zoutkamp was echter ook kandidaat voor uitbreiding van de havenfaciliteiten. Uiteindelijk werd daar de gewenste vissershaven aangelegd.

Esonstad

Oostmahorn bleef weliswaar een station voor de reddingsboot en een vertrekpunt voor de boot naar Schiermonnikoog, maar toen na 1969 die twee activiteiten ook nog verdwenen, zag het er niet naar uit dat het ooit nog wat zou worden met de voormalige schans aan de Lauwerszee. Hoewel, wat er overbleef had z’n eigen charme: de ligging aan het meer was prachtig en er kwamen enige recreatieve activiteiten tot ontwikkeling vooral wat betreft de accommodaties voor vakantiegangers. En de toekomst ziet er zonnig uit, want met het Esonstad-project is een toeristisch-recreatieve trekker van groot formaat gerealiseerd.

Lees verder

© 2012 - 2019 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het zeekleilandschapHet zeekleilandschapHet zeekleilandschap beslaat de kustlijn van Noord-Nederland en Zuidwest-Nederland. Zeeklei is een afzetting van zee in…
Friese natuur: van boezems, wouden en bonkige kleiFriese natuur: van boezems, wouden en bonkige kleiToen de eerste mensen zich in Friesland vestigden, stonden het westen en noorden regelmatig onder water. Met terpen en d…
Groningen - Friesland: route Winsum - Kollum - Ee - DokkumWierden en terpen – twee woorden voor dezelfde woonheuvels die vanaf plm. 500 voor Chr. tot plm 12e/13e eeuw na Chr. wer…
Bezienswaardigheden in FrieslandFriesland is een hele mooie provincie. Er zijn vele bezienswaardigheden. Waar moet je zeker zijn geweest?
Lauwersland - VakantielandBij de verkiezing van “de mooiste plek van Nederland” (NCRV-TV) in het najaar van 2004 won in de provincie Groningen het…

Reageer op het artikel "De Waddenkust van Noordoost-Friesland: landschap en bewoning"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 08-01-2019
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Schrijf mee!