InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Abraham: prins en pooier; een nuchtere geschiedenis

Abraham: prins en pooier; een nuchtere geschiedenis

Abraham: prins en pooier; een nuchtere geschiedenis Abraham, de "vader van velen" en drie religies. Hij is één van de meest besproken figuren in zowel religieuze als seculiere geschiedenisboeken. Zijn nalatenschap vormt een niet te onderschatten deel van bijna 4.000 jaar geschiedenis en beïnvloedt zelfs vandaag nog de internationale politiek. Ook Abraham had ouders, broers en zussen en was een kind van zijn tijd. Wat weten we eigenlijk van hem en de omgeving waarin hij opgroeide? Een nuchtere en daardoor controversiële geschiedenis.

Indeling


Canonieke en apocriefe bronnen

De meeste informatie over Abraham vinden we in het Oude Testament. Hij wordt het eerst vernoemd in hoofdstuk 11, vers 26. Het boek wijdt hoofdstuk 12 t.e.m. 24 specifiek aan de patriarch, waarna het in hoofdstuk 25 nog zijn dood beschrijft in de eerste 11 verzen. Binnen het Oude Testament is dat aanmerkelijk meer dan het scheppingsverhaal. We kunnen nog veel meer te weten komen over Abraham wanneer we tussen de regels lezen, en onze blik tegelijk richten op zgn. apocriefe bronnen. Dat wil zeggen, de verhalen en geschriften die wel bestaan, maar niet in de "officiële versie" van de Bijbel zijn opgenomen. Die zijn daarom niet minder belangrijk. Voorbeelden daarvan zijn het Eerste en Tweede Boek van Adam en Eva, twee werken die nog wel in de Koptische en Ethiopische religie bewaard zijn gebleven (zoals ook het boek Henoch). Buiten de bijbel moeten we ons verlaten op de bewaard gebleven annalen van vooral de Sumerische literatuur (waarbij Sumerisch de verzamelnaam is voor Assyrië - Akkadië enz.)

Vergeten we ook niet dat het Oude Testament vooral op schrift gesteld is, of in belangrijke mate gecompileerd door een priesterlijke traditie in Babylon en dit om de Hebreeuwse cultuur duidelijk af te zetten tegen de Assyrisch-Babylonische overheersing. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan, vinden we in de verwijzing naar "Ur der Chaldeeën". De Chaldeeuwse (Semitische) dynastie van Babylon, die Ur schatplichtig maakte kwam pas rond 600 v.Chr. aan de macht. Jeruzalem, dat naast het politieke centrum ook de centrale religieuze bibliotheek was voor de Israëlieten, is in de loop van haar bestaan meermaals veroverd en geplunderd geweest. De Assyriërs waren één van die "vreemde" mogendheden. Het is waarschijnlijk door toedoen van die omstandigheden dat over Abrahams afkomst heel selectief geschreven wordt. Bovendien is het heel moeilijk om Abraham en religie te scheiden. Alsof je een biografie zou schrijven van paus Johannes Paulus II zonder de kerk erin te betrekken. Tenslotte is een reële scheiding van kerk en staat zelfs nu nog heel relatief, laat staan dat een koningshuis vroeger zich niet op een god beroemde om de heerschappij op te eisen. De spreekwoordelijke vos, in casu een koninklijke dynastie, verliest zijn haren, maar niet zijn streken.

De god van Abraham

Abraham heeft god nooit als 'Jahweh' gekend. Zelfs binnen de Joodse geschiedenis is het moeilijk precies vast te stellen wanneer die naam in gebruik wordt genomen. De bijbel zelf verklaart hoe Jahweh zich pas onder die naam kenbaar maakt aan Mozes, vele generaties later. Zo Abrahams relatie met het goddelijke zich al beperkte tot één God/god, zal hij die god zeker niet Jahweh genoemd hebben. En we merken inderdaad dat ook binnen het Oude Testament die naam door de eeuwen heen verandert. De monotheïstische geloofsvisie op zich is een al even diepgaand en breed discussiepunt. Zo zien we dat de Egyptenaren vele goden kenden en aanbaden, maar die tegelijk als manifestatie zagen van één goddelijke, scheppende kracht. Hetzelfde vinden we terug in bijna alle religies. Zelfs binnen de strenge dogma's van de katholieke kerk laat men ruimte voor het aanbidden van Maria of de heiligen. Een overgang naar een strict monotheïsme vinden we pas in het boek Samuel, waar de "Israëlieten zich ontdeden van de Baäls en Ashtoreths" (Sam 7:4). Maar zelfs daarna is van bijvoorbeeld koning Salomo geweten dat hij nog andere goden en godinnen aanbad (dat zou dan ook de reden geweest zijn dat zijn beroemde tempel werd verwoest).
Dit neemt niet weg dat Abraham met één bepaalde god een speciale band had en zoveel blijkt wel uit de gegevens die we hebben.

In die relatie zou Abraham die speciale god wel als "de meest verhevene" of "de hoogste van de goden" hebben kunnen zien. Als losse vertaling daarvan is El-Elyon zeker een mogelijkheid. Niet alleen komt die benaming in de vroegste bronnen binnen de bijbel voor, ze sluit taalkundig ook nauw aan bij de wereld waar Abraham in opgroeide. Gekende varianten zijn ook El, waarvan Elohim de meervoudsvorm is of namen als El-Roï (de "ziende god") of El-Sjaddaj (van Akkadisch 'sjadu', berg). De naam 'El' kan etymologisch ook teruggevoerd worden op het Sumerisch 'il, ilu' waar het evengoed op 'grote man' of 'lange man' kan slaan. Om ons niet te verliezen in theologische disputen houden we gemakshalve 'El-Elyon' als naam van God/god aan. Abraham was net zozeer een mens binnen een bepaalde samenleving als wij dat zijn. Om welke reden dan ook koos El-Elyon hem uit. Misschien maakte dat Abraham niet alleen een speciaal iemand, maar was hij dat al en koos El-Elyon hem daarom uit.

De voorouders van Abraham

Zowel in het Oude Testament als de 'Sumerische' teksten wordt verteld hoe Noach (of Ut-Napisjtim / Zi-U-Sud-Ra) met zijn directe familie de zondvloed overleeft en de afstamming van Adam (Adâmu / Adapa) voortzet. De vraag of we die zondvloed als een wereldwijde ramp of lokale overstroming moeten bezien is binnen dit artikel niet relevant. Wat wel van betekenis is dat opgravingen onder vooral sir Leonard Woolley in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw bewijs leveren voor een grote overstroming in Irak. Deze overstroming kon door de sedimentatie van een dikke kleilaag in de streek ook vrij nauwkeurig gedateerd worden (in geologische termen). Deze overstroming deed zich voor rond 4.000 v.Chr. en daarmee hebben we een tijdskader van waaruit we kunnen vertrekken. Dat blijft echter onder voorbehoud, want om de periode van Noach te dateren aan de hand van die overstroming gaan we uit van twee hypothesen, nl. dat het deze overstroming was die Noach overleefde, en ten tweede, dat Noach dezelfde persoon is als de Babylonische-Sumerische Ziusudra. Géén van de twee zijn zekerheden, dat wordt hier wel nadrukkelijk gesteld.

Aan de hand van de afstammingslijst in het Oude Testament kunnen we het aantal jaren vaststellen die tussen Noachs en Abrahams geboorte liggen. Als de zondvloed in 4.000 v.Chr. plaats vond,dan komen we uteindelijk uit op Abrahams geboorte in 3.724 of 3.726 v.Chr. Dat stelt ons echter voor zware problemen. Wanneer Abraham 75 jaar is, vertrekt hij uit Haran (nu Turkije) en verblijft na een korte tussenstop in Kanaän een tijdje aan het hof van de Egyptische farao. Maar in dat jaar, 3.649 of 3.651 v.Chr. bestonden er nog helemaal geen farao's of Egyptische beschaving (althans volgens de egyptologen; de Egyptische koningslijsten zeggen zelf van wel). Er zijn dus de volgende mogelijkheden.
  • Ofwel is heel de Egyptische chronologie verkeerd (wat mogelijk is; de huidige is een vrij onzekere consensus)
  • Ofwel is de geologische datering van de zondvloed volledig verkeerd (en dat is minder waarschijnlijk)
  • Ofwel is de chronologie van het Oude Testament verkeerd.

Revisie van de afstamming

We moeten er rekening mee houden dat het Oude Testament is geschreven door Joodse priesters, tégen de Assyrische priester-koningen en met retroactieve werking. We kunnen dan ook niet anders dan heel argwanend staan tegenover deze gekleurde informatiebron, zeker als we de geschiedenis objectief proberen te volgen. Dat wil niet zeggen dat we er geen informatie kunnen uit halen. Wanneer we de geslachtslijst van Abraham vanaf Adam berekenen op basis van het Oude Testament, stellen we vast dat hij 2.040 of 2.038 jaar na Adam geboren wordt. Plaatsen we Adams geboorte, of schepping, nà de zondvloed of er gelijk mee, krijgen we plots een tijdskader dat een grotere waarschijnlijkheid presenteert. Op basis van deze hypothese wordt Abraham rond 1.960 v.Chr. geboren. We zullen zien dat dat inderdaad een periode is, waar we hem makkelijker met de historische gebeurtenissen van zijn tijd in verband kunnen brengen.

De wereld van Abraham

Noch in de 'Sumerische' literatuur, noch in de Egyptische wordt er veel belang gehecht aan Abraham. Zijn naam wordt, in tegenstelling tot sommige van zijn kennissen (en dan nog heel indirect) bijna nergens genoemd. Toch was Abraham geen simpele herder, zoals hij steevast wordt afgebeeld in filmklassiekers of bijbelse taferelen uit de christelijke kunst van de laatste twee millennia. Een blik op de villa's van Ur, waar zijn ouders woonden, zegt genoeg. Dit waren geen kleine rijhuisjes, maar zelfs voor ons enorme huizen, die een grote macht en rijkdom tentoonstelden. De huizen kunnen met recht vergeleken worden met sommige van de grote villae van Romeinse patriciërs; die eveneens een kleine toplaag van de maatschappij vormden. De bevestiging van Abrahams status is consistent, zelfs binnen het Oude Testament, zoals we verder zullen zien. We zoomen echter nog even in op dat 'Ur', vanwaaruit Abrahams roemrijke zegetocht begint, en wanneer dat plaatsvindt.


Ur

Na de val van de derde dynastie van Ur / Urim rond 2.000 v.Chr. verschuift het politieke machtscentrum van Mesopotamië voorgoed naar noordelijker gelegen steden als Ninivah, Isin en Babylon (Bab-Ilim). Tegen 1.800 v.Chr. had de stad ook geen religieus of commercieel belang meer en we vernemen bijvoorbeeld dat het eens zo bloeiende handelsverkeer over zee tussen het Tweestromenland en de Indus volledig stilvalt. Na duizend jaar over en weer gaande strijd tussen de Sumerische stadsstaten verdwijnt Ur voor meer dan 3.000 jaar onder het zand. Dit plaatst de reden van het vertrek van Abrahams rijke familie in een logisch kader. Als Abrahams vertrek een antwoord is op El-Elyons roep om naar Kanaän te gaan, waarom dan de lange reis eerst naar het noorden? Het klassieke beeld is dat Abraham alles moest achterlaten en de woestijn doortrok, maar wat zien we? Terach, Abrahams vader, neemt zijn familie mee en volgt de Eufraat stroomopwaarts; niet toevallig gelijk met de zich terugtrekkende invloedssfeer van de Akkadische dynastieën van die tijd. En waar installeert de familie zich? In Haran, de stad met de naam van Abrahams broer.

St.-Petersburg, Willemstad, Leopoldville en Haran

Haran is de vraag van de kip of het ei. Was de stad naar Abrahams broer genoemd, of zijn broer naar de stad? In moderne tijden zien we dat politiek belangrijke figuren hun naam vaak uitlenen aan nieuwe steden. St.-Petersburg werd genoemd naar de beroemde tsaar Peter de Grote, Willemstad (NB) dankt zijn naam aan Willem van Oranje, Willemstad in Curaçao aan Willem II. Het huidige Kinshasa, vroeger Leopoldville, aan de Belgische koning Leopold. Omgekeerd ontlenen veel adellijke families hun titel aan de streek of stad waarover ze heersen. Welk van de twee op Haran ook van toepassing is, het maakt duidelijk dat dit geen gewone familie was. Net zoals Haran, de broer van Abraham, een titel kon zijn, was Abrahams naam dat ook. De latere naamsconstructie is zelfs binnen het Hebreeuws niet etymologisch te verklaren; zijn naam was dan ook Ab-Ram en geen naam maar de titel: Hoge Vader. Het duidt ofwel op een belangrijke politieke, een hoge priesterlijke functie of een combinatie van beide. In het licht van Abrahams mythische betekenis mag zelfs de laatstgenoemde mogelijkheid verondersteld worden. Was de adellijke familie van Abraham door de politieke omwentelingen een familie zonder land geworden, op zoek naar een nieuwe thuisbasis? Koningen zonder land? Gezien de duidelijke territoriale aanspraken die door de 'belofte van El-Elyon' verantwoord worden, is dit geen ongerechtvaardige zienswijze; de strijd om territorium duurt op basis van die "belofte" al bijna 4.000 jaar.

Wie Haran op een kaart localiseert, ziet dat de stad is gelegen op het kruispunt van culturen. Vanaf ca. 2.000 v.Chr. bevindt de streek zich onder de invloed van de Hethieten, een belangrijke cultuur die nog eeuwenlang een geduchte medespeler van Egypte en Babylon zou zijn. Daarnaast is de streek op meer dan één manier verbonden met de naam Nimrod, die ook in het Oude Testament bekend is als de "eerste machtige heerser op aarde, een geweldige jager voor Jahweh..." Gen 10: 8-9. Het Oude Testament geeft op verschillende momenten blijk van een zeker minderwaardigheidscomplex op politiek vlak, of probeert het belang van de afstamming van Abraham toch op te waarderen. Het verdoezelt vaak genealogischische gegevens, maar doet dat niet altijd even consequent en valt daardoor maar al te vaak door de mand. Nimrod is via Cham de kleinzoon van Noach, zoals Abraham een directe afstammeling moet zijn. In het Oude Testament wordt Cham vervloekt, hoewel hij de vader is van Nimrod en Egyptische farao's, en is eerst de jongste, dan de middelste, en daarna opnieuw de jongste zoon van Noach. (vgl. Gen 5:32, Gen 6:10 met Gen 9:24!) Het is één van de vele gevallen waar theologische beschouwingen boven objectieve gegevens lijken te primeren. Op het moment van het samenstellen van het Oude Testament zijn niet alleen de Israëlieten een ontheemd volk, ook hun stamvader, langs wie ze hun territoriale aanspraken baseren is een ontheemde "Sumeriër".

Abrahams "roeping"

Met Harans dood, waar niet al te veel woorden aan vuil gemaakt worden, kan Abraham blijkbaar geen aanspraken doen gelden in het gebied van de Hethieten en "moet" dus vertrekken. In dat kader citeren we de vertalers-auteurs van de meest recente officiële Nederlandstalige versie van Genesis: "Abram geeft blijk van een onvoorwaardelijke overgave in geloof. Hij breekt alle menselijke banden, vertrekt naar een onbekend land..." Dat is hun commentaar op hun eigen vertaling van Gen 12:1, maar in Gen 12:5 lezen we: "Met zijn vrouw Sarai en met Lot, de zoon van zijn broer, met al hun bezittingen en met degenen die zij in Haran in dienst hadden genomen ging Abraham op weg..." Het breken van alle menselijke banden is dus wat overdreven, om het zacht uit te drukken. De enige die hij achterlaat is zijn broer Nachor, maar we zien dat hij later nog de vrouwen voor zijn kinderen zal uitkiezen uit de dochters van zijn broer, dus ook die band kan moeilijk gebroken worden genoemd. Vreemd genoeg is het nu net dat fabeltje van het "breken met menselijke banden" dat één van de steunpunten vormt van de religieuze mythes rond Abraham.

Ten derde vertrok Abraham niet naar een onbekend land. Of hij het persoonlijk kende is natuurlijk iets anders, maar Kanaän was een rijke, vruchtbare en dichtbevolkte streek (waarom zou er anders zo vaak over gevochten worden?) en een belangrijke verkeersroute tussen Mesopotamië en Egypte. Het beroemde cederhout van Libanon dat zowel naar Mesopotamië als Egypte en Kreta werd uitgevoerd, moest toch wel langs bepaalde wegen reizen? En dat hijzelf geen onbekende was in de streek, blijkt overduidelijk uit het vervolg van Genesis zelf.

Abraham en Egypte

De goedgekeurde of 'canonieke' versie van het Oude Testament wijdt slechts enkele zinnen aan Abrahams connectie met Egypte. Het is enkel in de apocriefe bronnen dat we wat meer informatie vinden over Abrahams connectie met de Egyptische adel van zijn tijd. Het Oude Testament zelf verdoezelt de gegevens in zulke mate, dat twee analoge verhalen over Sarah totaal onverstaanbaar worden gemaakt. Het is echter net door zijn huwelijksrelaties dat Abraham zijn banden met de adel verstevigt en onderhoudt.
In de officiële Genesis lezen we hoe Abraham zich bij de "eik van Mamre / More" vestigt (Later vernemen we overigens dat Mamre een Amoritische bondgenoot is van Abraham) Dat dit duidt op een cultusplaats is al een apart verhaal (vgl. de relatie van druïden met eiken). Door een hongersnood wordt hij vervolgens naar Egypte gedreven. Uit het "Genesis Apocryphon" vernemen we wat meer. Daar lezen we onder andere dat hij niet alleen de stad Hebron bouwt, maar in het land Gosen ook de Egyptisch / Semitische stad Tanaïs / Tanis. Dit is op verschillende vlakken veelbetekenend. Wie zich alleen op het Oude Testament verlaat zou het vreemd kunnen vinden dat hij op Egyptisch grondgebied een stad bouwt. Het is in Egyptische bronnen dat we een verband vinden met die mogelijkheid. In het apocriefe Genesisverhaal verblijft Abraham tien jaar in Egypte. Deze periode valt samen met de tijd van de Hyksos-dynastieën van Egypte, die gelijktijdig met "echte" Egyptische farao's over delen van Egypte regeerden. Het is enkel in die tijd dat de Egyptische bronnen gewag maken van de "Habiru". Of dit specifiek verwijst naar de Hebreeuwen (van Hebron) is niet zeker, maar het slaat in ieder geval op Semitische clans uit het gebied tussen Egypte en Syrië. Het is pas met de 19e dynastie dat Egypte zich van deze Semitische vorstenhuizen kan ontdoen (wat samenvalt met de tijd van Exodus). Abraham kan best één van deze Semitsche nobelen geweest zijn, die deel uitmaakten van de "vreemde" bezetters van een deel van de Nijldelta. Niet toevallig is één van Terachs vrouwen een Egyptische prinses, ondermeer gekend als Tôhwaît. Dat maakt Abraham in de ware zin een Egyptische prins. Zowel het Egyptische koningschap als het "Jood zijn" worden verworven via de moeder, niet de vader. Dit was hetzelfde geval in de Sumerische dynnastieën. Net als een Egyptische farao trouwt Abraham zelf met zijn halfzuster. Sarah is niet alleen de dochter van Tôhwaît en daardoor een Egyptische prinses, haar eigen naam bevestigt dat: Sara betekent niets anders dan 'prinses'. De naamsveranderingen van Ab-Ram in Abraham en Sarai in Sarah zijn slechts een zoveelste stap in het doorknippen van de banden met vorstenhuizen die de Israëlieten al eeuwen overheersen. Die banden worden echter alleen redactioneel doorgeknipt in het Oude Testament, want in de realiteit blijven ze continu bestaan. Dat zien we niet alleen bij Abraham, maar ook bij zijn zonen, bij koning David en bij Salomo. In de moderne Europese vorstenhuizen gebeurt al tweeduizend jaar net hetzelfde.

Wie zich bij Abraham de klassieke voorstelling maakt van een simpele herder-nomade, vraagt zich waarschijnlijk ook niet af waar die Egyptische slavin van Sarah, Haggar plots vandaan komt. De Egyptische, prinselijke afstamming speelt een veel belangrijkere rol dan in het Oude Testament wordt aangegeven. Waarover zou anders de beruchte twist tussen Ishmaël en Isaäc gaan? Over een kom linzensoep? De Joden beschouwen hun recht op het 'Beloofde Land' op basis van de afstamming via Isaäc; de Palestijnen doen net hetzelfde maar op basis van de afstamming via Ishmaël. Het eerstgeboorterecht heeft nog steeds dramatische consequenties. In Genesis 15:18-21 belooft El Elyon Abrahams nakomelingen de heerschappij van de Nijl tot de Eufraat. Zelf past Abraham blijkbaar nog niet in die retroactieve belofte, maar zijn zonen hebben daar via hun afstamming politiek gezien wel aanspraken op. De huwelijksrelaties van de aartsvaders worden verdoezeld, maar zijn dezelfde als de Habsburgse huwelijkspolitiek in latere tijden.

Abraham de pooier

Het eerste wat Abraham volgens het Oude Testament in Egypte doet, is zijn zuster-vrouw-prinses versjacheren aan de farao uit een niet nader verklaarde vrees voor zijn leven. Hij wordt hiervoor uiteraard rijkelijk beloond met schapen, runderen (uiterst waardevolle dieren!), ezels, slaven en slavinnen. Gezien het feit dat Sarah een lange tijd aan het Egyptisch koninklijk hof (of harem) verbleef en Abraham tevens de bouwer was van een Egyptische stad, mag verondersteld worden dat hij wel meer dan een éénmalige gast van de farao was. De farao en Sarah zullen wel meer gedaan hebben dan met Lego-blokjes spelen. El-Elyon bracht de farao omwille van Sarah immers zware slagen toe. Maar als Abraham enkel zijn zuster aan de farao uitleent, zoals Abraham hem zegt, wat heeft die dan misdaan om straf te verdienen? Zou het niet logischer zijn Abraham te straffen voor zijn laffe bedrog? Het klassieke antwoord hierop is natuurlijk de nietszeggende dooddoener "de heer werkt in wonderbaarlijke wegen". Het is niet het enige voorbeeld van El-Elyons onbegrijpelijke, grillige en immorele gedrag. Als we echter rekening houden met de regels en wetten rond het zogenaamde "zwagerhuwelijk", kan Abrahams handelen weer in een ander licht geplaatst worden. Door Sarah zwanger te laten worden van de farao en een daaruit voortspringend kind te "adopteren", onstaat een de facto erfopvolging. In onze tijd noemen we dit een "volle adoptie", met dit verschil dat het kind dan de erfrechten op zijn biologische ouders verliest. In Abrahams tijd bleven die echter behouden en kreeg het kind een dubbele afstamming. Deze mogelijke redenering valt niet strict binnen "het zwagerhuwelijk" maar ze is plausibeler dan de totale afwezigheid van morele gronden in het Oude Testament. Sarah zal zelf in dit verband haar slavin Haggar aanbieden aan Abraham ter compensatie van haar eigen veronderstelde onvruchtbaarheid ( "misschien krijg ik een zoon van haar", Gen 16:2) We zullen nooit Abrahams werkelijke gedachten rond deze zaak weten. Abraham een pooier noemen is brutaal, maar hoe noem je iemand die een vrouw tot prostitutie dwingt om er eigen voordeel mee te doen?

Tweede keer, goede keer?

In Genesis 20 schaakt koning Abimelek van Gerar (Gaza) nogmaals de onfortuinlijke Sarah, maar wederom gebeurt dit nadat Abraham openlijk verklaard heeft dat Sarah enkel zijn zuster is. Opnieuw is de motivatie eigen lijfsbehoud. Deze keer vermeldt de bijbel er wel bij dat Sarah zelf die halve leugen ondersteunt. Het resultaat is deze keer nog winstgevender. Naast schapen, runderen, slaven en slavinnen ontvangt Abraham op de koop toe duizend zilveren munten. Prostitutie, terecht één van de oudste beroepen, was ook toen al 'big business'. Jammer genoeg voor vrouwen gold dit ook in die tijd meer voor de pooier dan de prostituée zelf. Sarah had Abraham tot dan nog geen erfgenamen bezorgd, maar het belette Abraham niet massa's rijkdommen aan haar te verdienen. Ook deze tweede maal is het Abimelek die gestraft wordt door El-Elyon en niet Abraham, al wordt dit deze keer maar heel terloops opgemerkt. Misschien wordt aan Abimeleks "zondige gedrag" minder gewicht toegekend omdat hij en Abraham goede vrienden bleven? We lezen immers dat ze een verbond sloten en dat in Gen 21:34 "Abraham geruime tijd in het land van de Filistijnen verbleef". In de marge stippen we daarbij nog aan dat de Filistijnen van toen de Palestijnen van nu zijn. We zien nogmaals dat gedeelde economische belangen een goede basis voor vriendschap kunnen zijn, maar dat het omgekeerde nu een basis is voor de vijandschap tussen Israëlieten en Palestijnen, nog versterkt door religieuze haarkloverij.

Gefrustreerde mannetjes

In een breder kader vinden we deze vrouwenhandel overal in het Oude Testament terug. Minachting en onderdrukking van vrouwen is sinds het derde millennium v.Chr. tot enkele decennia geleden een jammerlijk maar reëel aspect van onze "beschaving". Gelukkig helt de balans weer wat over. Een groot deel van de vrouwen in de bijbel komt enkel maar aan bod in de hoedanigheid van hoer en het Oude Testament is hierin ronduit obsessief. Dit zadelt de samenstellers van het Oude Testament met grote redactionele problemen op. Ondanks de degradatie tot hoeren zijn het immers net die belangrijke prinsessen die voor de continuïteit van de koninklijke afstamming zorgen. Zelfs de "vrouwenhaters" die het Oude Testament redigeerden konden daar niet om heen, maar probeerden op alle mogelijke manieren hun belang uit de geschiedenis te schrappen. Het is tekenend dat veel bijbelse verhalen die uit de canon geweerd en daardoor "apocrief" werden, teksten zijn die die vrouwen in een gunstiger daglicht plaatsen (vb. Evangelie van Eva, het boek Judith, de geschiedenis van Susannah, evangelie van Maria Magdalena e.a). De "bijna Freudiaans geschifte" tegenspraak binnen het Oude Testament beperkt zich niet tot het seksuele, maar uit zich in alle aspecten van de menselijke samenleving van die tijd. Zowel katholieke priesters, protestantse predikers als imams vermijden bewust sommige passages van het Oude Testament in hun leringen (er bestaat binnen de katholieke liturgie een soort index van niet bespreekbare hoofdstukken) omdat ze gewoon te gortig zijn als men ze nader bekijkt. Het absolute voorbeeld van "doe wat ik zeg, maar niet wat ik doe" en absurde grilligheid is El-Elyon zelf, de figuur waar miljarden tegenwoordig hun "geloof" op baseren.

Abraham de strateeg

Is de belofte van land aan Abraham een goddelijke voorzegging, of "wishful thinking" van de Israëlieten van de eerste diaspora? Welk van de twee het ook moge zijn, het is Abraham die een begin maakt met de gebiedsuitbreiding van wat later Juda en Israël zal worden. Wanneer Abraham, beladen met nog meer rijkdom (Gen 12:16 t.e.m. 13:2) terugkeert naar Kanaän, past El-Elyon zijn eerdere belofte (noodgewongen?) aan. Abraham had zijn 'tent' opgeslagen tussen Betel en Aî (de regio van Hebron) Van die standplaats uit doet El-Elyon hem de belofte dat al het gebied dat hij kan zien aan hem en zijn nakomelingen geschonken zal worden. Dat verkleint het territorium aanzienlijk in vergelijking met "al het land tussen Nijl en Eufraat". El-Elyon doet die belofte daarna nog vele malen, met telkens veranderende grenzen. Het lijkt dat El-Elyons beloftes zich gewoon aanpassen aan de politieke realiteit van het moment.

Een vette prooi

Daarnaast is het vooral Abraham die dat territorium gewapenderhand moet innemen. Het is (binnen de Oudtestamentische chronologie althans) vanaf die tijd dat Abraham een Hebreeër genoemd wordt. Genesis 14 beschrijft heel summier een periode van veertien jaren van oorlog in de regio van Hebron, Sodom en het dal van de Siddim. Dit dal van de Siddim is sinds de tijd van deze oorlogen (waarin onder andere Sodom en Gomorra verwoest werden) opgegaan in de toen ontstane Dode Zee. Dat de regio tot dan een waar land van melk en honing moet geweest zijn, wordt letterlijk bevestigd (Gen 13:10). Het illustreert in korte bewoordingen hoe het uitzicht van de hele Vruchtbare Halvemaan door duizenden jaren oorlog veranderd is (bij de Joodse opstand in 68-69 n.Chr. hakten de Romeinen in een cirkel van 27 km rond Jeruzalem elke boom om teneinde de stad te belegeren). In Abrahams tijd was Kanaän niet enkel een beloofd land, maar vooral een fel begeerd land. Abrahams rijkdom wordt bij zijn aankomst een zoveelste keer benadrukt wanneer hij en Lot besluiten elks weegs te gaan "want hun bezit was zo omvangrijk dat ze niet bij elkaar konden blijven" Gen 13:6

De 14-jarige oorlog

Het is die rijkdom die Abraham in staat stelt om een geducht leger te vormen, wat hem vervolgens nog rijker maakt. Het was immers "in de dagen van Amrafel de koning van Sinear (Babylon)..." dat Abraham samen met zijn Amoritische bondgenoten en o.a. de koning van Sodom de legers van vier andere stadstaten verslaat en een plundertocht tot boven Damascus onderneemt. Het zijn diezelfde Amoritische bondgenoten die van 2.000 tot 1.800 v.Chr. de Amoritische dynastie van Isin (Sumerië) vormen.
Dat Abraham daar zelf een belangrijke bijdrage toe levert, uit zich in de wetenschap dat hij 318 "officieren" in het veld kan brengen. Volgens sommige bijbelgeleerden is dit getal gebaseerd op de getalswaarde van de naam van zijn commandant Eliëzer. Als Abraham echter niet over een aanzienlijk leger beschikt, is de noodzaak van een mede-commandant al twijfelachtig. Maar zelfs als het niet over 318 man gaat, doet dat niets af aan de militaire kracht van Abraham. Een Europese graaf of markies die in de vroege middeleeuwen dertig ridders kon bewapenen en onderhouden was eveneens een (letterlijk) aanzienlijke macht-hebber. Abrahams militaire activiteiten ontplooien zich in dezelfde tijd als die van de Hyksos-koningen, die het paard en de strijdwagen introduceren in de oorlogvoering (en hun overwicht mogelijk maakten). Wie zelf over een paard beschikt kan zich wel voorstellen welke logistiek daarmee gepaard gaat (cfr. woordspeling).

Na afloop van de oorlogsperiode verbroedert Abraham met een andere priester-koning, Melchisedek, de koning van Salem (Jeruzalem), wat tot na de Exodus het gebied van de Jebusieten is. In Abrahams tijd was de relatie met andere Semitische volkeren veel minder een zwart-wit tegenstelling dan vandaag het geval is, maar een constante afweging van bondgenootschappen en belangen. Heel de geschiedenis van Kanaän in die tijd lijkt enorm op de onderlinge strijd van de bekendere Griekse stadstaten als Athene, Sparta, Korinthe en Thebe.

De verwoesting van Sodom en Gommorah

Vanuit een theologisch perspectief hecht het Oude Testament veel belang aan de verwoesting van deze "verdorven" steden. Maar hoe objectief is de omschrijving van die steden? Het Oude Testament gebruikt gelijkaardige waardeoordelen nogal arbitrair. Moord is de ene keer slecht en de andere keer goed; prostitutie de ene keer godslasterlijk en de andere keer een heilsmiddel langswaar gods ondoorgrondelijke wil zich uit. Sodom is voor ons vandaag het symbool van zonde, ontucht en goddeloosheid.
In een zeldzame openbaring van almachtige kennis schrijven de auteurs El-Elyons retorische gedachten neer (Gen 18:17 e.v.)
En vervolgens in vers 21, al even vreemd, zegt de "Alwetende": Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot mij is doorgedrongen; ik wil het weten." Als, zoals later blijkt, Lot de enige rechtvaardige is in de hele stad, van wie komt dan die massale roep om wraak om de nog niet vastgestelde ontucht van alle bewoners?
Ondanks de kwalijke reputatie van (of omwille van?) Sodom vestigt Abrahams eigen neef Lot er zich met zijn familie. Abraham woont er niet ver af en is een bondgenoot van de koning van de stad. Abraham schat dit bondgenootschap hoog in en protesteert hevig tegen El-Elyons plan om de steden met de grond gelijk te maken. Denkt hij daarbij alleen maar aan zijn "arme" neef? Of denkt hij tegelijk aan zijn politieke en economische belangen die door dit bondgenootschap vertegenwoordigd worden? Hij begint in ieder geval met zijn allerhoogste te pingelen om de stad te sparen. Wanneer El-Elyon hem een paar alinea's verder vraagt zijn zoon Isaäc te slachten, geeft hij echter geen kik. Abrahams prioriteiten zijn op zijn minst vreemd te noemen.

Successierechten

Wie al of niet als eerstgeborene moet beschouwd worden, is niet alleen binnen de Hebreeuwse dynastieën een omstreden zaak. Binnen de Sumerische mythologie vinden we dezelfde problematiek terug. Is de eerstgeborene de eerste zoon van de eerste vrouw, of de eerstgeboren zoon tout court? Deze vraag stelt zich al in de vroegste dagen van het Sumerische pantheon. Het gaat binnen de bijbelse context natuurlijk alleen maar om mannelijke erfgenamen. Vrouwen zijn binnen het Oude Testament vaak niet meer dan handelswaar en genieten al zeker geen erfrechten. De problematiek van de erfopvolging vertaalt zich duidelijk in het relaas van Sarah, die Abraham zelf haar slavin Haggar aanbiedt, maar haar daarna de dood tegemoet stuurt omdat ze exact doet wat Sarah verlangt: Abraham een zoon schenken. Dat deze erfrechten bron zijn van "paleis-intriges", jaloezie en moordcomplotten is zo oud als het koningschap.

Wanneer we rekening houden met Abrahams plaats in de sociale ladder en de duidelijke materiële welstand die hij in de loop van zijn leven opbouwt, ontstijgt de kwestie van Abrahams opvolging een triviale ruzie om een bord rode soep. Is dit laatste niet eerder een zaak van de koninklijke bloedlijn (en vandaar het allegorisch gebruik van de kleur)? Weinigen denken bij Abraham aan een koning, maar de latere koningen beroepen zich heel duidelijk op hun directe afstamming van deze patriarch (hoewel de rechtlijnigheid van die afstamming weinig aantoonbaar is; tussen Abraham en Mozes liggen vier eeuwen die zo goed als ongedocumenteerd zijn).

Koning Abraham

Na de episodes waar Abraham zijn eerstgeboren zoon Ishmaël verbant en vervolgens zonder tegensputteren zijn enige zoon Isaäc het mes op de keel zet krijgt hij plots "goed" nieuws van zijn broer Nachor uit Haran. Abraham ontvangt een lijst van de nakomelingen van zijn broer. Deze lijst in Gen 22: 20-23, die geen enkele narratieve waarde heeft, moet echter de link met zijn neef Betuël en toekomstige schoondochter Rebekka leggen. Dit bevestigt indirect zijn ongebroken banden met de Hethitische regio. Het is ook van de Hethiet Efron dat Abraham de grot koopt om Sarah in te begraven. We citeren diezelfde lokale Hethieten (Gen 23:6):

"Heer, luister naar ons: u bent voor ons een vorst van God...." Afgezet tegen Abrahams geschiedenis tot hier toe, kunnen we hier weer ondubbelzinnig constateren dat Abraham niets minder is dan een "Hethitische" priester-koning. Aan de onderhandelingen over de prijs van het betreffende stuk grond worden veel meer verzen gewijd dan aan Sarahs dood zelf (op vlak van de waarde van een vrouw tegenover economische waarden is het Oude Testament wel consequent: de prijs van de grond is belangrijker dan de vrouw die er moet in begraven worden). En om het nog wat kleurrijker te maken, wordt er doodleuk bij gezegd dat vierhonderd sikkels zilver hoegenaamd niets uitmaakt voor vermogende edellieden en dat vervolgens Abraham dat bedrag ter plekke persoonlijk afweegt aan de gangbare handelsprijzen.

Daarop wordt overgegaan naar het relaas van de troonopvolger Isaäc. De laatste verzen handelen Abrahams dood vliegensvlug af en in diezelfde verzen zijn de vernoeming van Abrahams derde vrouw en andere bijvrouwen niet meer dan een voetnoot. Wie die vrouwen zijn zullen we misschien nooit te weten komen, maar dat rechtvaardigt wel de bedenking dat de mantel der stilte die er over hen wordt geworpen net een groot politiek-economisch belang verzwijgt. Hoevelen van ons weten na een paar eeuwen nog dat de huidige Britse koningsdynastie dezelfde is als de Nederlandse?

De Kebra Nagast tenslotte windt er hoegenaamd geen doekjes om; we lezen over Abraham en zijn zoons:
"en hij regeerde in Salem [...] en hij beschikte over 318 dienaren die getraind waren in oorlogszaken [...] en zij droegen met goud bestikte tunieken, gouden riemen en gouden halskettingen en ze droegen gouden kronen, [...]
"...en zijn zoon Isaac werd koning [...] en zijn zoon Jacob regeerde [...] en zijn bezittingen werden talrijk...


Slotbeschouwingen

Op basis van historische gegevens kunnen we noch Abrahams politieke verwezenlijkingen, noch zijn twijfelachtige morale nalatenschap als revolutionair of vernieuwend beschouwen. Wie kan zeggen wat zijn ware ambities waren? Begeerde hij een Egyptische of Sumerische koningstitel? We kunnen enkel aannemen dat hij een belangrijke vorst was op lokaal vlak, maar in de schaduw van de grote rijken van zijn tijd verdwijnt. In 1975 werden in Syrië kleitabletten gevonden (Tell Mardikh, het toenmalige Ebla) met verwijzingen naar zowel Esau, Israël en Abraham. Ook Abrahams bet-bet-overgrootvader Eber komt in diezelfde kleitabletten voor. Volgens bijbelse chronologie overleefden trouwens zowel Eber, als diens overgrootvader Sem hun afstammeling Abraham met honderd jaar. Hun respectieve namen E-Sa-Um, Is-Ra-îlu, Ab-Ra-Um en Ib-Num verenigen etymologisch zowel Egyptische als Babylonische-Sumerische elementen. Het bevestigt overduidelijk hun bestaan, maar biedt niet noodzakelijk meer historische zekerheden in relatie tot hun tijdgenoten. Misschien vinden we in de toekomst nog concretere aanwijzingen die het historisch-politiek belang van Abraham ondersteunen.

Wie hoedanook ver boven de lokale geschiedenis uitstijgt is Abrahams god, El-Elyon, El-Roï, El-Sjaddai, Elohim of Jahweh. Hoe deze aanvankelijk onbekende god van een klein (maar heel welvarend en snel groeiend) volk zou uitgroeien tot een echte God voor mijarden mensen is historisch gezien misschien nog het grootste wonder. Puur geschiedkundig was de kans dat die miljarden mensen vandaag Zeus, Jupiter of Baäl zouden aanbidden immers veel groter. Op die manier bezien, heeft Jahweh inderdaad zijn belofte aan Abraham ingelost. Met dat wonder gaat echter een grote tragiek samen, want het is in naam van diezelfde Jahweh/ God dat miljoenen mensen vermoord en onderdrukt zijn. Over heel de wereld staan Abrahams nakomelingen met wapens op elkaar gericht in plaats van uitgestoken handen. Het is een droevige ironie dat het geloof in de Enige, Ware God de mensheid zo diep verdeelt in plaats van verenigt.

Lees verder

© 2013 - 2019 Ces1, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Joodse Bijbel: Izaäk en IsmaëlJoodse Bijbel: Izaäk en IsmaëlAbraham verhuist van Hebron naar Gerar in het land van de Filistijnen. Daar krijgen hij en Sara een zoon, Izaäk. Izaäk w…
Joodse Bijbel: Abraham getest - het Akeida altaarJoodse Bijbel: Abraham getest - het Akeida altaarAbraham wordt getest door G'd. Hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Abraham stelt geen vragen en hij volgt het bevel van G'…
Het Oude Testament (Christendom)Het Oude Testament speelt een belangrijke rol binnen het Christendom. Het Oude Testament is het eerste gedeelte van de C…
Het Nieuwe Testament (Christendom)Het Nieuwe Testament is van groot belang binnen het Christendom. Het vormt het tweede deel van de Christelijke Bijbel en…
De eerste vijf boeken van de bijbelDe eerste vijf boeken van de bijbelWie de bijbel leest, begint meestal bij het begin. Om deze reden hier een korte inhoud van de eerste vijf boeken van de…
Bronnen en referenties
  • Dit artikel is een beknopte weergave van uitgebreide lectuur en eigen onderzoek van o.a. :
  • "Het Oude Testament: Genesis-Deuteronomium", Katholieke Bijbelstichting Boxtel, uitgave door Desclée-De Brouwer, 1966
  • Hans Debel (redacteur) "De rollen van de Dode Zee", Vlaamse Bijbelstichting Leuven, uitgave door Acco Leuven / Den Haag, eerste druk 2011
  • "Het Gilgamesj-epos" in een vertaling door Dr. De Liagre Böhl, uitgave Manteau Brussel / Den Haag, 1958, vijfde druk
  • Uittreksels uit de Enûma Ilisj (het Babylonische scheppingsverhaal) via diverse websites
  • Jonathan Kirsch, "De ongehoorde bijbel", Nederlandse vertaling in een uitgave van Servire Uitgevers, Utrecht, 1997
  • Michael Baigent, Richard Leigh, "De Dode Zee Rollen en de verzwegen waarheid", (vertaling)Tirion-Baarn, 1992
  • Sir Laurence Gardner, "De erfopvolgers van de Graal", Tirion-Baarn, 4de druk, 2007
  • Sir Laurence Gardner, "Oorsprong van de Graalkoningen", Tirion-Baarn, 2de druk, 2007
  • "The Sumerian King List", http://www.bibliotecapleyades.net/sitchin/king_list1.htm#The Akkadian period
  • "Meaning and etymology of the Hebrew name Abraham", http://www.abarim-publications.com/Meaning/Abraham.html#.Upeq_7CA2Ul
  • Een heel goede site die veel apocriefe werken bundelt: http://apocrief.skynetblogs.be/archive/2008/08/10

Reageer op het artikel "Abraham: prins en pooier; een nuchtere geschiedenis"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Ces1
Laatste update: 02-01-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Alfa en omega
Bronnen en referenties: 12
Schrijf mee!