InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Strafrecht in de Middeleeuwen

Strafrecht in de Middeleeuwen

Strafrecht in de Middeleeuwen Door de opkomst van de steden ontstond in de Lage Landen een wreed strafstelsel dat beoogde mensen van verkeerde daden te weerhouden en misdaden te wreken. De overheden gingen zelf misdadigers vervolgen en straffen. Strafrecht werd een zaak van de staat tegen een verdachte. De uitvoering van de straffen was een openbare aangelegenheid, bijgewoond door familie, vrienden en overige belangstellenden.
Naast de rechtspraak door de stadsbesturen bestonden er kerkelijke rechtbanken en hadden ridders in de orde van het Gulden Vlies hun eigen rechtspraak. De achterliggende gedachte hierbij was dat iedereen berecht moest worden door zijn gelijke. Niet iedereen was namelijk gelijk voor de wet.

Mes trekken

Welke straf een rechter oplegde, hing af van het gepleegde misdrijf en van iemands status. Wie een ander het leven benam, kreeg in de meeste gevallen de doodstraf. Doodslag kwam vaak voor omdat men in de Middeleeuwen voor de eigen vrijheid moest zorgen. Mannen waren daarom vaak gewapend en trokken gemakkelijk hun mes, bijvoorbeeld als zij te veel gedronken hadden.
Onder doodslag verstond men het doden van iemand in een opwelling. Dit in tegenstelling tot moord, waarbij sprake was van voorbedachte rade. Doodslagen hadden vaak het karakter van mishandeling met dodelijke afloop. Soms leefde het slachtoffer nog even, waarna hij aan zijn verwondingen stierf. In veel plaatsen was het daarom verboden om de doodslager te berechten zolang het slachtoffer leefde. Er was dan nog geen sprake van doodslag. Soms werd er een tijdslimiet gesteld. Leefde een slachtoffer bijvoorbeeld nog dertig dagen dan was er geen verband tussen zijn verwondingen en overlijden, zo meende men.

Wurging aan een paal

De doodstraf kon op verschillende manieren voltrokken worden, namelijk door onthoofding, ophanging, iemand levend begraven, verdrinking, wurging, verstikking of verbranding. Gewone mensen werden opgehangen aan de galg; hoge militairen, edelen en andere aanzienlijke personen onthoofd. Ongetwijfeld was onthoofding de minst erge doodstraf. Vrouwen werden gewurgd aan een paal, waarbij de rechters soms bevalen de wurging even te onderbreken en daarna verder te gaan. Levend verbranden was de straf voor ketters. Vrouwen die verdacht werden van hekserij, werden eerst gedood en daarna verbrand, omdat men geloofde dat het dode lichaam anders verder zou gaan met hekserij. Valsemunters dompelde men onder in een grote teil met hete vloeistof, zodat ze stikten.

Een rechter kon kiezen voor een verzwarende doodstraf, bijvoorbeeld voor radbraken, een strenge, oneervolle straf, waarbij de veroordeelde op een houten wiel werd gebonden, waarna de ledematen met een ijzeren staaf kapotgeslagen werden. Daarna werd het slachtoffer onthoofd of hij kreeg de genadeslag: een slag op het hart.

Beul

De beul voltrok de vonnissen. Hij was in dienst van het stadsbestuur en ontving salaris. Het spreekt vanzelf dat een beul niet geliefd was in een stad. Het kwam voor dat een stadbestuur maatregelen moest nemen om hem tegen de woede van het volk te beschermen.
Een beul was niet alleen aangesteld om vonnissen ten uitvoer te brengen maar had ook tot taak om bij onwillige daders een bekentenis af te dwingen. Daarvoor stonden hem diverse werktuigen ter beschikking. Zo kon hij de verdachte op een pijnbank leggen, hem de duimschroeven aandraaien, uitrekken, kaarsvet op zijn lichaam laten druipen, de tanden uittrekken of vol laten lopen met zout en water.

Lijfstraffen

Naast de doodstraf kon de rechter lijfstraffen opleggen, die vaak voltrokken werden aan het lichaamsdeel waarmee een misdaad was gepleegd, bijvoorbeeld een hand of vingers afhakken bij diefstal of de ogen uitsteken bij een spion. Meestal hoorde daar ook geseling of brandmerken bij. Daarbij drukte de beul met een brandijzer tegen het gezicht of de rug. Elke stad had zijn eigen brandmerk. Lijfstraffen werden ook gegeven omdat lange gevangenisstraffen niet gebruikelijk waren, doordat de mogelijkheden om misdadigers op te sluiten niet zo groot waren.

Een onderdeel van de lijfstraffen vormden de schandstraffen. Die waren bedoeld tot lering maar meestal ook zeer vermakelijk voor de omstanders. Een bekende schandstraf was het vastbinden van een delinquent aan een schandpaal, waarna stadsbewoners hem met fruit, vuil of stenen konden bekogelen Het kwam voor dat een veroordeelde daarna stierf aan zijn verwondingen. Dat was vooral het geval als zijn handen vastgebonden zaten en hij zich niet kon beschermen tegen zware voorwerpen die naar zijn hoofd gegooid werden. Een veroordeelde zette men ook wel op de ‘schupstoel’, een soort schavot, waarna hij eraf geschopt werd en in modder en vuil terechtkwam. Vrouwen moesten vaak voor straf een steen ronddragen op een vooraf vastgestelde route door de stad. Dat was zeer onterend, omdat ze gewoonlijk gevolgd werden door een joelende en schreeuwende menigte.

Gevangenisstraffen

Rechters konden ook een gevangenisstraf opleggen, aan misdadigers die wachtten op de voltrekking van hun vonnis of aan mensen die verzuimd hadden om een boete te betalen. Gevangenen werden opgesloten in de stadspoort, in het stadhuis of in een speciale gevangenis. Ze werden vastgebonden aan handen en voeten en kregen twee keer per dag water en brood.
Wie vast zat omdat hij zijn boete niet had betaald, moest zelf voor eten zorgen. Meestal kon zo iemand dat niet en dan liep hij kans om te verhongeren. Voor zulke mensen hing vaak wel een bus aan de buitenkant van het gevangenenverblijf, waar voorbijgangers geld in konden doen. Soms mocht er in de stad gebedeld woorden voor armlastige gevangenen. Niet zelden ging de collectant er daarna met de opbrengst vandoor.
Daders van lichtere overtredingen kregen soms een vrijheidsstraf. Meestal was dat voor korte tijd. Wie gevochten had, kreeg een straf van acht dagen en had je een ander verwond dan moest je voor een maand de gevangenis in.

Verbanning

Lijfstraffen en gevangenisstraffen werden niet heel vaak gegeven. Verbanning echter kwam vaak voor. Een gestrafte mocht zich dan gedurende een bepaalde tijd of levenslang niet meer laten zien in een bepaalde stad of rechtsgebied. Vaak werd hij gebrandmerkt zodat hij herkend werd als hij terug probeerde te komen. Het omgekeerde kwam ook voor: in 1458 kreeg kleermaker Edo te horen dat hij zwijgen moest over zijn geloof en zijn woonplaats Haarlem niet mocht verlaten, zodat hij zijn ketterse ideeën niet buiten de stad kon verspreiden. Deed hij dat toch, dan kreeg hij de doodstraf. Wie verbannen was, kon geen aanspraak maken op rechtsbescherming en was dus vogelvrij.

Boete

Een vaak opgelegde straf in de Middeleeuwen was de boete. Die kon zowel uit een geldbedrag als uit een verplichte leverantie van stenen voor het herstel van de stadsmuur bestaan. Zo moest Henric Peterssoon uit Utrecht in 1411 samen met vijf compagnons in totaal 250.000 stenen leveren, omdat zij een vrouw, waarop Henric verliefd was, tegen haar zin hadden meegenomen toen ze van de markt kwam. Henric had haar gedwongen met hem te trouwen. Het huwelijk werd ongeldig verklaard en de mannen gestraft.
Enkele jaren later, in 1442, kreeg moeder Griete, de vroedvrouw van Utrecht een soortgelijke straf. Zij moest 30.000 stenen leveren omdat ze een pasgeboren kind, dat waarschijnlijk ongewenst was, meegenomen had en uit medelijden bij een vrouw had gebracht die geen kinderen kon krijgen. De rechters vonden dat een kinderwens niet op deze manier vervuld diende te worden en strafte de vrouw.

Dierenprocessen

Een aparte categorie vormden de processen tegen dieren. Dieren vielen ook onder het strafrecht. De Middeleeuwers zagen het als een misdaad als dieren bijvoorbeeld de oogst hadden opgegeten en sleepten hen voor de rechter. Kleine dieren die je niet zo gemakkelijk mee kon nemen, zoals kevers en rupsen, moesten voor de kerkelijke rechtbank verschijnen, omdat alleen een kerkelijke rechter een banvloek kon uitspreken. De eigenaar van een stuk grond, waarvan het gewas aangevreten was, trad op als aanklager. De dieren kregen daarna het recht om zich te verdedigen, waarna de rechter zijn vonnis uitsprak. De kleine misdadigers kregen dan bijvoorbeeld de opdracht om het stuk land te verlaten en te verhuizen naar een perceel, waar ze geen schade konden aanrichten. Soms mochten ze kiezen: of stoppen met het gewas vernielen of wegwezen.
Grotere dieren, zoals honden en varkens, die kinderen hadden verwond of zelfs gedood, werden gevangen gezet, in afwachting van hun proces. Wanneer het dier werkelijk schuldig bevonden werd, hing de beul het aan zijn achterpoten op aan de galg of aan een boom en wurgde het.

Slot

Misdadigers werden in de Middeleeuwen het vaakst gestraft met verbanning of een boete. Daarin zat een element van vergelding, maar voor het stadsbestuur was handhaving van de openbare orde het belangrijkst. Mensen van aanzien kregen vaak een mildere behandeling dan overige misdadigers.
Voor het vaststellen van de straf hielden de rechters rekening met verzwarende zowel als verlichtende omstandigheden. Het ging daarbij om kwade opzet, herhaalde betrokkenheid bij misdrijven en het feit of een misdrijf gepleegd was door meerdere personen. De straffen waren vaak wreed. Pas rond 1600 was er sprake van enige humanisering in het strafrecht.
© 2015 - 2019 Mh1903, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Soorten strafrechtSoorten strafrechtHet Nederlandse rechtssysteem kent vele soorten rechten en wetten die allemaal onder de noemer 'strafrecht' vallen. In d…
De geschiedenis van SinterklaasDe geschiedenis van SinterklaasRond half november komt sinterklaas weer in Nederland. Maar wie is die sinterklaas en waarom vieren we sinterklaas?
Middeleeuwen in vogelvluchtMiddeleeuwen in vogelvluchtAlgemeen wordt onder de middeleeuwen de periode beschouwd van de achtste tot en met de veertiende eeuw. De vijftiende en…
Een inleiding op het strafrechtEen inleiding op het strafrechtMet deze gids wil ik je wegwijs maken in het Nederlandse strafrecht. Je kunt geen krant openslaan zonder een artikel te…
Verzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenVerzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenEr zijn veel verzamelaars die munten uit de middeleeuwen verzamelen. Er is daarom ook goed geld te verdienen met het kop…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Nationaal Archief NL), Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Berents, D.A., Misdaad in de Middeleeuwen, Utrecht, 1976
  • Steensma, H., Straffen door de eeuwen heen, Franeker, 1981
  • Een zwerm kevertjes voor de rechter, 09-02-2015
  • Plazilla.com/page/4295152586/een-zwerm-kevertjes-voor-de-rechter

Reageer op het artikel "Strafrecht in de Middeleeuwen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Mh1903
Laatste update: 26-01-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!