Het verzet van Nederlandse kunstenaars tegen de nazi's

Het verzet van Nederlandse kunstenaars tegen de nazi's In 1933 richtte Joseph Goebbels in Duitsland de Reichskulturkammer op, een organisatie waar kunstenaars zich bij aan moesten sluiten. Dit paste in het streven van de Duitse overheid naar gelijkschakeling: zij bepaalde voortaan wat kunst was, namelijk alleen die werken die door Ariërs gemaakt waren en bijdroegen aan de verheerlijking van het Germaanse ras. Nadat de Duitsers Nederland hadden bezet, besloot Tobie Goedewaagen, secretaris van het departement Volksvoorlichting en Kunsten Nederlandse kunstenaars te onderwerpen aan eenzelfde systeem en een Kultuurkamer op te richten. Deze instelling moest in dienst staan van het nationaal socialisme. Van kunstenaars die zich inschreven, werd een pro-Germaanse houding verwacht en zij moesten kunst maken waaruit hun verbondenheid met hun land en volk bleek. Elke kunstenaar was verplicht lid te worden van de Kultuurkamer, anders kon hij zijn werk niet meer doen. Bovendien riskeerde hij een boete van maximaal 5 duizend gulden. Joden mochten zich niet inschrijven.

Vanaf het voorjaar van 1941 konden de kunstenaars zich aanmelden. De Kultuurkamer bestond uit zes afdelingen of gilden, voor elke kunstuiting één: het Muziekgilde, Persgilde, Filmgilde, Theather- en dansgilde, Letterengilde en het Gilde voor de Bouwkunst, Beeldende kunst en kunstnijverheid. Alle gilden waren verdeeld in vakgroepen.

De Nederlandse organisatie van kunstenaars

Nederlandse kunstenaars hadden helemaal geen behoefte aan Duitse bevoogding. Er zou, vreesden zij, binnen een door de bezetter gecontroleerde organisatie niet veel vrijheid zijn. Dat bleek reeds in hetzelfde jaar toen de Duitsers het Boekenweekgeschenk in beslag namen, omdat een van de redacteuren Joods was en er bijdragen instonden van Joodse auteurs en van de communist Theun de Vries. Daar kwam bij dat de kunstenaars zich al hadden verenigd in de Nederlandse Organisatie van Kunstenaars (NOK).

Protest

De Nederlandse kring van Beeldhouwers had al in 1940 besloten om alle nieuwe Duitse instellingen te boycotten en een strijdkas gevormd om leden te betalen die, doordat ze overheidsopdrachten weigerden, in financiële problemen zouden komen. Een groep beeldhouwers, onder wie Gerrit van der Veen, besloot te protesteren tegen de Duitse plannen om de kunst gelijk te schakelen. Zij richtten een comité op, waarin ook de architecten, musici en schilders vertegenwoordigd waren. Met elkaar schreven ze een vlammend protest tegen het verplichte lidmaatschap van een organisatie die kunst ondergeschikt maakte aan 'vooropgestelde politieke beginselen, waarbij het kunstleven geregeld wordt door met autoritaire macht beklede leiders en waarvan al of niet toelating niet uitsluitend afhangt van de mate van kunstenaarschap'.

Op 19 februari 1942 bood een groep kunstenaars het manifest aan het Reichskommissariat aan. Het was door 1902 kunstenaars ondertekend. Gerrit van der Veen dook onder.
De Duitsers waren woedend. De aanmelding voor de Kultuurkamer was toch al niet overweldigend en na deze actie zou dat niet beter worden. De SD startte een onderzoek om te achterhalen wie de schrijvers van het manifest waren. Zij arresteerden enkele betrokkenen en voerden hen af naar kamp Amersfoort.

Lidmaatschap Kultuurkamer

De dreiging van arrestatie veranderde de afwijzende houding van een groot aantal kunstenaars. Velen besloten toch lid van de Kultuurkamer te worden, vooral zij die anders geen middelen van bestaan meer zouden hebben.
Goedewaagen was zijn werk begonnen met de gelijkschakeling van de pers. Het Persgilde had al snel veel leden. Dat kwam doordat Goedewaagen van het Verbond van Nederlandse Journalisten een vakgroep van het Persgilde maakte. Daarmee waren alle leden in één keer lid van de Kultuurkamer.

Daarna richtte hij zijn aandacht op het Theater- en Dansgilde. Daarvoor was aanvankelijk weinig belangstelling, omdat de directeuren van de belangrijkste toneelgezelschappen afgesproken hadden de Kultuurkamer niet te erkennen. De Duitsers zetten daarop twee van hen, Johan de Meester en Dirk Verbeek, onder druk om zich aan te melden. Weigerden ze dan volgde arrestatie. Beide mannen gingen overstag en het aantal aanmeldingen steeg.

De toneelspelers

Meer moeite had Goedewaagen met de toneelspelers. Zij verzetten zich ertegen dat geen enkel toneelstuk meer opgevoerd mocht worden voor het departement Volksvoorlichting en Kunsten de teksten had gelezen en goedgekeurd. Het aantal weigeraars steeg snel toen in april 1942 bleek dat wie lid werd een Arierverklaring moest tekenen. Eind 1942 waren ongeveer 100 van de 300 toneelspelers gestopt. Zij ontvingen ondersteuning uit een speciaal voor hen ingestelde kas.
Verschillende illegale bladen toonden zich solidair met de weigerachtige toneelspelers. Zo riep Vrij Nederland mensen op niet naar de schouwburgen te gaan, zodat de overgebleven spelers zouden spelen voor lege zalen.

Het Muziekgilde

Musici moesten zich aansluiten bij het Muziekgilde, want anders konden zij niet meer optreden. Werk van Joodse componisten mocht niet meer uitgevoerd worden en van Franse componisten mondjesmaat. Amusementsorkesten moesten afstand doen van hun Engelse of Amerikaanse namen. Daarom trad 'The Blue Stars' van Pi Scheffer voortaan op onder de naam 'De Blauwe Sterren' en verzorgde 'Jack and his Swinging Queens' optredens onder de naam 'Jaap met zijn Zwaaiende Koninginnen' .

Veel muziekverenigingen schreven zich in, ook protestants-christelijke. De rooms-katholieke verenigingen stopten met hun activiteiten. Bijna alle dirigenten, onder wie Willem Mengelberg, conformeerden zich aan de eisen van de Duitsers.
Slechts een paar musici besloten geen lid te worden van de Kultuurkamer. Zij gaven optredens bij particulieren of in hun eigen huis. Een van hen was de bekende zangeres Jo Vincent.

Weigerachtige schrijvers

Ook het Letterengilde kreeg te maken met allerlei regels. Duizenden boeken werden verboden, bijvoorbeeld van Joodse of Sovjet-Russische auteurs, en werken van Engelse en Amerikaanse schrijvers van na 1904. Boeken over onder meer het communisme, de psychoanalyse en de vrijmetselarij mochten niet meer verkocht worden of uitgeleend door bibliotheken. Voor nieuwe publicaties was verlof nodig van Goedewaagens departement. Daar beoordeelden meer dan 120 lectoren elke dag manuscripten. Per gelezen vel papier kregen zij 50 cent. Pas na hun goedkeuring mocht een boek gedrukt worden.

Verschillende auteurs hadden geen enkele moeite met het lidmaatschap. P.C. Boutens, Jan H. Eekhout en K.J.L. Alberdingk Thijm schreven zich zonder te protesteren in. Anderen, zoals Bertus Aafjes, Ina Boudier-Bakker, F. Bordewijk, Theun de Vries, H.M. van Randwijk en Henriette Roland-Holst, weigerden. Henriettes man Adriaan liet weten geen lid te worden omdat het een 'Duitse politiemaatregel' betrof en geen 'Nederlandse cultuurmaatregel'. De politie kreeg opdracht hem te arresteren, maar Adriaan dook onder. Vanuit zijn onderduikadres schreef hij brieven om andere weigeraars te bemoedigen.
De protestants-christelijke auteurs weigerden bijna allemaal om lid te worden. Alleen C. Gerretson (Geerten Gossaert) schreef zich in.

Toch ingeschreven

De bioscoopwereld bood geen tegenstand. Men was daar al gewend om uitsluitend Duitse of door de Duitsers toegelaten films te draaien. Uiteindelijk was vier vijfde deel van alle vertoonde films Duits.
Verschillende architecten verzetten zich wel. Toen de beeldhouwers vergaderden over toetreding, verklaarde Gerrit van der Veen dat hij zeer tegen inschrijving was en verliet met drie andere mannen de vergaderzaal. Zij namen de kas mee, waaruit zij in de jaren die volgden kunstenaars zouden betalen die in financiele problemen waren gekomen.
Veel schilders meldden zich wel. Ook docenten van de Rijksacademie in Amsterdam bleken geen moeite te hebben met lidmaatschap. Uiteindelijk hebben veel kunstenaars die lidmaatschap in eerste instantie afwezen zich toch ingeschreven. In november 1942 bleken ongeveer 30.000 kunstenaars zich aangemeld te hebben.

Subsidies

Zij konden profiteren van Goedewaagens subsidiebeleid. Voor de Tweede Wereldoorlog overheerste het adagium van Thorbecke dat kunst geen zaak was van de regering. Goedewaagen voerde echter een actief stimuleringsbeleid. Hij gaf subsidie aan kunstenaars en er kwamen betere beloningen en arbeidsvoorwaarden. Het is waarschijnlijk niet te veel gezegd dat hij aan de basis stond van het huidige cultuurbeleid. Goedewaagen stimuleerde vooral de kunst die volgens hem voortkwam uit de 'Germaanse volksziel', zoals de realistische schilderijen van Pyke Koch en Henri van de Velde. Zijn schilderij 'De nieuwe Mensch' hing tijdens de oorlog in de kamer van Mussert. De man die op dit schilderij staat, werd gezien als een Christusfiguur die strijdt tegen kapitalisme en communisme. Pyke Koch maakte realistische schilderijen met fascistische elementen

De letterensector hield het verzet het beste vol. Dat had ook te maken met hun maatschappelijke positie. Toneelspelers en musici verdienden hun brood met optredens; architecten waren afhankelijk van overheidsopdrachten en schilders van materiaaltoewijzingen, die via de Kultuurkamer liepen. Schrijvers hadden vaak andere inkomsten.

De strijd tegen de Kultuurkamer leidde tot verschillende illegale acties. Zo begonnen in mei 1942 Gerrit van der Veen, met de componist Jan van Gilse en zijn zoon Maarten de uitgave van het illegale blad De Vrije Kunstenaar.

Steun aan weigeraars

Wie weigerde lid te worden van de Kultuurkamer, kon een aanvraag doen om steun. De Rooms-Katholieke kerk richtte voor haar leden het Fonds voor de Bijzondere Noden op, de toneelspelers hadden hun eigen fonds en de beeldhouwers werden gesteund uit de kas die Gerrit van der Veen had meegenomen. De overige kunstenaars ontvingen geld uit een kas, waarin onder meer Twentse ondernemers geld stortten.
De uitgekeerde bedragen waren niet hoog: 100 gulden per maand voor een getrouwde kunstenaar en 75 gulden voor een alleenstaande.

'Zwarte' tentoonstellingen

Verschillende kunstenaars probeerden daarom geld te verdienen door deel te nemen aan 'zwarte' tentoonstellingen bij particulieren. Zij verkochten daar hun werk. Schrijvers werden uitgenodigd om voor te lezen uit hun eigen werk en beloond met etenswaren of geld. Toneelspelers voerden bij mensen thuis een toneelstuk op en musici gaven concerten. Jo Vincent gaf illegale huisconcerten, waarvoor ze meestal een beloning in natura vroeg. Op deze manier probeerden zij de oorlog door te komen.

De oprichting van de Kultuurkamer had uiteindelijk slechts cultuurverarming tot gevolg. Bovendien versterkte het de algemene ergernis tegenover de bezetter en had het verschillende illegale acties tot gevolg. Een aantal kunstenaars besloot zijn tijd uitsluitend te gaan besteden aan verzetswerk.
© 2015 - 2024 Mh1903, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
Gerrit Jan van der Veen, leider van het Amsterdamse verzetGerrit Jan van der Veen, leider van het Amsterdamse verzetTijdens de Tweede Wereldoorlog was Gerrit Jan van der Veen actief in het Amsterdamse verzet. Hij richtte de Persoonsbewi…
Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) toegelichtOm kunstenaars een kans te geven om een onderhoudend beroep te realiseren, is deze uitkering ingesteld. De uitkering gel…
Kunstenaars zijn de actiefste ondernemersKunstenaars zijn de actiefsten onder de zelfstandige ondernemers. Nederland telt 96.000 kunstenaars, maar rijk worden ze…

De Zwarte Dood, een ware pestDe Zwarte Dood, een ware pestIn 1347 werd Europa geteisterd door de ergste ramp in zijn geschiedenis. De pest hield drie jaar lang huis, bijna een de…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Anders Sandberg From Oxford, UK, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)
  • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 6. Den Haag, 1975.
  • Kromhout, B., Van-de-pot-gerukte ideeёn, 16-04-2015,http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/28990/van-de-pot-gerukte-ideeen.html
Mh1903 (118 artikelen)
Laatste update: 12-10-2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 3
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.