InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Geneeskunde in de middeleeuwen

Geneeskunde in de middeleeuwen

Geneeskunde in de middeleeuwen Ben je geïnteresseerd in de geneeskunde en ben je benieuwd hoe dit er in de middeleeuwen aan toe ging? Lees over de verschillende soorten geneeskundigen uit de middeleeuwen. Wie waren destijds bekende geneeskundigen en wat waren veelgebruikte middeleeuwse chirurgische technieken? Ook de beruchte ziekte de pest die een grote impact had op Europa wordt beschreven.

Welke geneeskundigen waren er in de middeleeuwen?

In de middeleeuwen had je vijf verschillende soorten geneeskundigen: de gewone arts, een chirurgijn, een apotheker, een barbier en een kwakzalver. Iedere geneeskundige wordt apart beschreven.

Arts

Een arts stond bovenaan de maatschappelijke ladder. Hij had een lange universitaire opleiding gehad van ongeveer vijftien jaar, net als nu dus. De arts hield zich vooral bezig met de geneeskunde van inwendige organen. Zo probeerde hij ziekten te genezen door middel van medicijnen, diëten enzovoort. Artsen sneden ook dieren open, bijvoorbeeld varkens. De ingewanden van een mens leken immers veel op die van een varken.

Chirurgijn

De chirurgijn was de voorloper van de moderne chirurg en hield zich bezig met kleine en grotere ingrepen aan het menselijk lichaam. Hij werkte met niet-gesteriliseerde gereedschappen en had zijn opleiding gevolgd door mee te lopen met zijn leermeester. Aan het eind van die opleiding moest hij een examen afleggen. Narcose was er destijds niet en de meeste ingrepen vonden plaats zonder verdoving. De patiënt werd bij zwaardere ingrepen zoals een beenamputatie onder invloed van alcohol gebracht of simpelweg buiten westen geslagen. Ook was er destijds geen antibiotica en werden grotere wonden dicht gebrand met een gloeiend stuk ijzer. Veel patiënten overleefden de operaties van de chirurgijn dan ook niet. De chirurgijn had minder aanzien dan de arts en stond niet hoog op de maatschappelijke ladder.

Apotheker

De apotheker behoorde tot de middenklasse en hield zich bezig met geneesmiddelen. Die maakte hij zelf. Een apotheker kon op twee manieren worden opgeleid: studeren aan de universiteit (wat de meeste apothekers deden) of, net als een chirurgijn, via een leermeester opgeleid worden. Een universitaire opleiding had veel voordelen. Zo leerde hij veel beter Latijn en kon hij medische boeken lezen in het Latijn. De apotheker had echter minder aanzien, omdat hij in de ogen van veel mensen geheimzinnig werk deed en velen dachten dat hij hierbij gemakkelijk kon frauderen.

Barbier

De meeste mensen verstaan tegenwoordig onder de barbier een kapper, maar in de middeleeuwen deden ze ook andere behandelingen, zoals tanden trekken en open wonden behandelen. Ze waren belangrijke figuren tot na de middeleeuwen. Ook een barbier heeft een opleiding gehad bij een leermeester. Het gewone volk kwam bij de barbier vanwege de scherpe prijs, want een arts of chirurgijn vroeg veel meer geld. Een barbier stond echter wel onderaan de maatschappelijke ladder.

Kwakzalver

Tot slot is er nog een overige groep: de kwakzalvers. Een kwakzalver is een ongeschoolde, illegale dokter die zijn patiënten (soms op de meest gruwelijke wijze) behandelde. Ze verkochten ook vage, zelfgemaakte “geneesmiddelen” die geen enkele werking hadden op de te behandelen kwaal of ziekte. Sterker nog, vaak werd de patiënt alleen maar slechter als hij dit “geneesmiddel” gebruikte. De kwakzalver trok rond en kwam met veel ophef een stad binnen, soms met een complete show. Na een paar mensen te hebben behandeld kwamen ze snel achter zijn kwaliteiten als dokter en moest de kwakzalver snel weer naar de volgende stad trekken.

Bekende middeleeuwse geneeskundigen

In de middeleeuwen waren er niet veel bekende medici. In de meeste boeken kom je één persoon tegen die veel invloed had op de geneeskunde: Claudius Galenus. Voor andere bekende medici kom je in de Arabische wereld terecht en vind je hier nog enkele bekende artsen: Rhazes is de meest bekende.

Claudius Galenus

Galenus was een arts uit de tweede en derde eeuw. Hij heeft de geneeskunde meer dan duizend jaar beïnvloed. Claudius studeerde geneeskunde in Pergamum. In 162 ging hij naar Rome, waar hij al snel bekend werd zowel als arts als schrijver. Hij werd de lijfarts van twee keizers, Marcus Aurelius en Lucius Verus.

Hij schreef ruim honderd boeken, maar de meeste zijn in de brand gevlogen en verloren gegaan. In zijn boek "Over de functie van de delen van het menselijk lichaam" verklaarde hij dat elke verandering in het functioneren van het lichaam voortkomt uit een letsel en dat elk letsel leidt tot een functieverandering. Dat onderzocht hij bijvoorbeeld door zenuwen door te snijden.

Galenus was een aanhanger van de door Hippocrates (460 v.Chr.-370 v.Chr.) ontwikkelde theorie. In deze theorie stond centraal dat het lichaam gevuld was met vier sappen (humores) die met elkaar in balans moesten zijn. Deze sappen waren:
  • “Sanguis”: bloed
  • “Colera”: gele gal
  • “Melancolia”: zwarte gal
  • “Flegma”: slijm

Galenus heeft aan deze sappen een aantal grondkwaliteiten gekoppeld in zijn versie van de theorie. De grondkwaliteiten voor bloed waren warm en vochtig, voor gele gal warm en droog, zwarte gal koud en droog en slijm koud en vochtig.

Rhazes

Rhazes werd geboren in 860 en was één van de grootste medici van de middeleeuwen in de Arabische wereld. Hij studeerde geneeskunde in Bagdad. Naast medische kennis was hij ook geïnteresseerd in wiskunde, filosofie en religie. Verder leidde hij twee ziekenhuizen waar hij geestesziekten behandelde.

Zijn medische schriften zijn bij elkaar gebracht in de al-Hawi die wij kennen als het Liber Continens. Het is een encyclopedie van allerlei bronnen over bijvoorbeeld behandelingen van ziekten. Zijn belangrijkste boek gaat over de behandeling van pokken en waterpokken, genaamd het Liber de Pestilentia. In zijn boek heeft hij zijn waarnemingen nauwkeurig beschreven.

Middeleeuwse chirurgische technieken

Artsen en chirurgijns zochten steeds meer manieren om ziekten te bestrijden. Aan het eind van de middeleeuwen verdiepten artsen zich steeds meer in de menselijke anatomie. Tot de veertiende eeuw waren het vooral dieren die ze open sneden. Bekende technieken waren bijvoorbeeld aderlaten en cauteriseren.

Aderlaten

Een aderlating is het weghalen van bloed uit bloedvaten. Het doel was om een ziekte of andere klachten als rugpijn en hoofdpijn te genezen. Het werd in Europa op grote schaal toegepast. Aderlating paste precies in de theorieën van Galenus. Artsen, chirurgijns en soms barbiers voerden de aderlating uit.

Aderlating kon op verschillende manieren. Met een scherp mesje sneed de medicus door het weefsels van de patiënt op zoek naar een bloedvat. Als de medicus bij een bloedvaatje arriveerde, maakte hij hierin een lengtedoorsnede en kon het bloed worden opgevangen in een kom. Deze manier van aderlating was de meest voorkomende en bekendste. Een andere manier van aderlaten werd uitgevoerd door speciale aderlaatkoppen op de huid te zetten. Eerst maakte de medicus een sneetje in de huid op de plek waar de kop op kwam. Onder een dergelijke kop werd een vacuüm gecreëerd met een brandbare stof waardoor het bloed uit het lichaam werd gezogen. Soms werd er gebruik gemaakt van bloedzuigers om bloed uit het lichaam te halen op plekken waar geen aderlaat-koppen konden worden geplaatst.

Na de aderlating werd het bloed bekeken, maar niet op de manieren zoals wij ze tegenwoordig kennen. Door te kijken, voelen, ruiken en zelfs te proeven beoordeelde de medicus welke kwaal of ziekte de patiënt had.

Cauteriseren

De pijnlijkste ingreep was cauteriseren. Bij cauteriseren werden wonden met hete, ijzeren staven zeer zorgvuldig schoongemaakt en dichtgeschroeid. De techniek werd toegepast na een amputatie maar ook om te voorkomen dat de vier lichaamssappen uit balans zouden raken. Omdat het cauteriseren vaak werd gedaan door minder ervaren chirurgijns en barbiers vielen er veel doden bij.

Schedelboring

Een van de oudste technieken die nog steeds in de middeleeuwen werd toegepast was de schedelboring, ook wel trepanatie genoemd. De trepanatie werd toegepast als mensen krankzinnig waren. Veelal waren het de kwakzalvers die deze techniek toepasten. Het idee achter de schedelboring om krankzinnigheid te genezen was dat er een “demon” in het hoofd van de patiënt zat en deze via het gat in de schedel het hoofd kon verlaten. Bij deze techniek werd met een zogenaamde slingerboor een gat in de schedel geboord van de patiënt achter het oor of in het voorhoofd. Het boren vond veelal plaats zonder verdoving en veel patiënten overleefden de operatie niet.

Pest: de bekendste ziekte in de middeleeuwen

Veel ziekten en kwalen uit de middeleeuwen waren vergelijkbaar met die van nu. Het verschil was dat je destijds veel kans had om te overlijden door een slechte behandeling. Het middel was dikwijls erger dan de kwaal. Een van de meest tot de verbeelding sprekende ziekten uit de middeleeuwen was de pest; ook wel de “Zwarte Dood” genoemd. Gelukkig kennen we deze ziekte tegenwoordig niet meer. De ziekte heeft veel impact gehad op Europa.

De pest in de middeleeuwen

Europa kent drie uitbraken van de pest. Een uitbraak in de 6e eeuw, één in de 14e eeuw en één in de 19e eeuw. De uitbraak in de 14e eeuw kostte minimaal een kwart van de Europese bevolking het leven. Het heeft vier eeuwen geduurd voordat de bevolkingsdichtheid weer hetzelfde was als voor de uitbraak. Complete economieën zijn ontwricht door de pest. Er wordt zelfs geschreven dat in de lichter getroffen gebieden vijftien tot twintig procent van de bevolking overleed aan de pest.

Verspreiding

De pest was via Genuese zeeschepen in 1347 naar Europa gekomen. Aan boord waren ernstig zieke zeelui die vaak binnen een week stierven. De aanwezige ratten op het schip zorgden ook voor de verspreiding van de ziekte. De schepen kwamen aan in Messina (Sicilië). Een paar maanden later bereikte de ziekte de rest van Italië. Eind 1347 is ze aan de kust van Frankrijk gekomen, bij Marseille. In 1348 was ook de rest van Frankrijk besmet. Nog in datzelfde jaar was het zuiden van Engeland de klos. In 1349 bereikte de ziekte Schotland en Denemarken en in 1350 Rusland en Scandinavië. Pas in 1352 was er een afname van verspreiding van de pest.

Vormen van de pest

De bacterie Yersinia Pestis veroorzaakt de pest. Ze wordt overgebracht door vlooien van ratten. Als het besmette bloed bij een mens komt, zit de bacterie in het lichaam en heeft die persoon dus de pest.

De twee bekendste vormen van de pest zijn de builenpest en de longpest. De laatste vorm is de meest besmettelijke vorm en het dodelijkst. Bijna iedereen overleed in de middeleeuwen aan deze vorm van de pest.

Behandeling

Omdat de medische kennis in de middeleeuwen op een zeer laag niveau lag, werden er geen voldoende maatregelen genomen om de ziekte te stoppen. Vaak was een zeer groot deel van de bevolking in een bepaald gebied besmet en was er om deze reden geen mankracht genoeg om de lijken op te ruimen. Hierdoor lagen deze te rotten op straat en verspreidde de ziekte zich nog sneller.

Wel hadden de middeleeuwers in de gaten dat de ziekte verspreid werd door zieke mensen, maar slechts in enkele steden werd een soort vorm van quarantaine toegepast. De dokters droegen een soort masker met een snavel en hoopten op deze manier een besmetting te voorkomen.

Naast deze beperkte maatregelen om de ziekte te stoppen, konden de mensen weinig voor de zieken doen. Wel werd er gedacht dat de ziekte een soort wraak van God was. Er werd gesproken van ‘de gesel des Gods’. Ook werden de Joden als schuldige aangewezen voor de uitbraak van de pest en zijn er velen uitgemoord.
© 2015 - 2019 Grote-beer, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Middeleeuwen in vogelvluchtMiddeleeuwen in vogelvluchtAlgemeen wordt onder de middeleeuwen de periode beschouwd van de achtste tot en met de veertiende eeuw. De vijftiende en…
Geschiedenis van de psychiatrieGeschiedenis van de psychiatrieDe psychiatrie bestaat nog niet zo lang zoals wij het kennen, mensen met een psychiatrische stoornis werden begin vorige…
De geschiedenis van SinterklaasDe geschiedenis van SinterklaasRond half november komt sinterklaas weer in Nederland. Maar wie is die sinterklaas en waarom vieren we sinterklaas?
Verzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenVerzamelen: het kopen en verkopen van middeleeuwse muntenEr zijn veel verzamelaars die munten uit de middeleeuwen verzamelen. Er is daarom ook goed geld te verdienen met het kop…
Wanneer..? Weetjes over uitvindingen en gebeurtenissenWanneer..? Weetjes over uitvindingen en gebeurtenissenWanneer werd zuurstof ontdekt? Wanneer vond Alfred Nobel het dynamiet uit en voerde hij de Nobelprijs in? Kan je regenbo…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: I. Columbina, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Konstam, K. (2001). Atlas van Middeleeuws Europa
  • Lieburg, M.J. van & Huisman, F. (2009). Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Lewis, P. & Margotta, R. (1996). Ontwikkeling van de geneeskunde

Reageer op het artikel "Geneeskunde in de middeleeuwen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Grote-beer
Gepubliceerd: 27-04-2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!