InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Beoordeling van het presidentschap - van Obama tot Roosevelt

Beoordeling van het presidentschap - van Obama tot Roosevelt

Beoordeling van het presidentschap - van Obama tot Roosevelt De eerste periode van het presidentschap van Donald Trump werd door een meerderheid van het Amerikaanse volk negatief beoordeeld. Hoe worden de Amerikaanse presidenten over het algemeen beoordeeld en dan met name de eerste periode? En zegt dat veel over de héle periode? De hele periode kan worden beoordeeld voor wat betreft zijn voorgangers: B. Obama, G. Bush jr., W. (Bill) Clinton en zo verder terug. Terug tot F. D. Roosevelt (president van 1933-1945), de eerste van hen voor wie de beoordelingstermijn 'de eerste 100 dagen' een rol ging spelen en die bovendien volgens de 'C-SPAN-lijst' het hoogst gewaardeerd werd (Bush jr. eindigde als laagste van de presidenten Obama tot en met F. D. Roosevelt).

Inhoud


Ranking

Er wordt in de VS veel aan ranking van onder meer presidenten gedaan. Wat alle Amerikaanse presidenten betreft kwam het (Amerikaanse) kabel- en satelliet televisienetwerk C-SPAN in 2017 met een lijst van de beste president volgens 100 historici en biografen. Aanvoerder van de lijst is A. Lincoln; F. D. Roosevelt komt op de 3e plaats, D.D. Eisenhower op de 5e en op de 6e plaats H. S. Truman. Let wel: 100 historici en biografen – de uitslagen van publieksenquêtes leveren meestal andere resultaten op. Bovendien: het gaat bij C-SPAN niet om de eerste periode, maar om de beoordeling van de hele ambtstermijn.

Obama

Het presidentschap van Barack H. Obama van 20-1-2009 tot 20-1- 2017 betekende een mijlpaal in de Amerikaanse geschiedenis: met hem kwam de eerste ‘zwarte’ president in het Witte Huis. In 2008 won hij de verkiezingen met rond 52%. Een goed resultaat, maar niet uitzonderlijk; meer uitzonderlijk was dat hij een bijna even hoog percentage haalde bij zijn herverkiezing in 2012.

De president van hoop

Opmerkelijk was het enorme enthousiasme dat hij bij zijn aanhangers in Amerika en ook elders in de wereld, zeker in Europa, teweeg bracht - al tijdens zijn campagne en ook in de eerste periode. Hij werd bejubeld als de president van hoop – het resultaat van een uitstekende campagne gedragen door de slogan Yes we can en groot sprekerstalent van Obama. Het vertrouwen in zijn (nog te voeren) beleid was zo groot dat hem al negen maanden na zijn verkiezing de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend vanwege “zijn uitzonderlijke inspanningen ter versterking van de internationale diplomatie en de samenwerking tussen de volkeren” terwijl hij toen op dat terrein reëel nog weinig bereikt had.

Beleid

Spoedig nam hij maatregelen om zijn beleid uit te voeren. Om te beginnen met betrekking tot de toen heersende economische crisis. Op 17 februari ondertekende hij de American Recovery and Reinvestment Act of 2009, een pakket maatregelen om de economie die er slecht voor stond door de zogenaamde kredietcrisis weer vlot te trekken. De aanpak had succes en een aantal jaren later draaide de economie weer naar behoren.

Wat sceptici al hadden beweerd, gebeurde: echt, ingrijpend veranderde er minder dan wat er aan verwachtingen was gewekt tijdens de verkiezingscampagne. Wel werd de organisatie van gezondheidzorg drastisch hervormd: Obama care, met als fundamentele maatregel een verplichte zorgverzekering om het probleem van de miljoenen onverzekerde Amerikanen op te lossen. De overgrote meerderheid van de Republikeinen verzette zich daar fel tegen.

Eindoordeel

Eigenlijk zijn van alle presidenten wel positieve en negatieve punten te vermelden. Daarin onderscheidt Obama zich niet. Wel had hij grote verwachtingen gewekt tijdens de verkiezingscampagne. Hij heeft belangrijke dingen bereikt maar ook nogal wat laten liggen of niet echt waar gemaakt; hij bleek niet de halve heilige te zijn waarvoor velen hem eerst hielden. Natuurlijk was de overgrote meerderheid van de Republikeinse aanhang fel tégen hem – en dan gaat het dus over een groot deel van de Amerikanen! Toch is het duidelijk dat gemiddeld genomen hij een gewaardeerde president is geweest in binnen- en buitenland.

Bush jr.

Dat steekt schril af tegen zijn voorganger George W. Bush (jr.), president van 20-1-2001 tot 20-1-2009. Zijn eerste periode werd, net als die van zijn voorganger Clinton niet hoog gewaardeerd. Maar anders dan zijn voorganger wist hij dat niet ten goede te keren. In tegendeel, op de lijst van C-SPAN brengt hij het niet verder dan plaats 33.

Too close to call

De verkiezingsoverwinning van Bush jr. op zijn democratisch tegenstander Al Gore, vicepresident onder Clinton, was al geen goede voorbode voor zijn optreden als president. Aan het eind van de strijd was het verschil zo minimaal dat het too Close to Call werd genoemd. Uiteindelijk had Bush jr. minder uitgebrachte stemmen dan zijn tegenstander en dankte hij zijn overwinning slechts aan een meerderheid in het kiescollege - een situatie die sinds 1884 niet meer voorgekomen was. Met steun van de Republikeinse meerderheid in het congres voerde hij spoedig een forse belastingverlaging door.

Financiën / Economie

De verlaging had tot resultaat dat het begrotingsoverschot dat onder Clinton was ontstaan veranderde in een staatsschuld. Het begrotingstekort liep in de jaren na 2001 alleen maar op en bedroeg in 2004 al ruim 400 miljard dollar. Dat mede onder invloed van de oorlogen die Amerika in Irak en Afghanistan voerde – in verband met de War on terror naar aanleiding van 11/9. De regering-Bush vulde het begrotingstekort aan door de staatsschuld te verhogen. De financiële/economische problemen werden nog eens versterkt door de kredietcrisis die in de zomer van 2007 begon, in het najaar van 2008 een hoogtepunt bereikte en tot 2011 voortduurde.

11 september 2001 en orkaan Katrina

De War on terror werd gevoerd naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001 door de islamitische terreurorganisatie Al Qaida op doelen in Amerika. Die aanslagen hebben het presidentschap van Bush jr., en zeker ook de waardering ervan, in belangrijke mate bepaald. De mate van betrokkenheid van de president op de beruchte dag en ook de maatregelen die vervolgens onder zijn verantwoordelijkheid werden genomen waren nogal eens onderwerpen van kritiek op hem – hoewel, in de maand van 11/9 vond maar liefst 90% van de Amerikanen dat de president zijn werk goed deed.

Schadelijker voor het imago van Bush jr. was zijn optreden tijdens een andere ramp die zich tijdens zijn presidentschap, eind augustus 2005, voltrok: orkaan Katrina die de kust van Louisiana en met name New Orleans teisterde. De evacuatie mislukte compleet. Vooral arme, zwarte inwoners van New Orleans bleven achter. De storm kostte 1836 mensen het leven en richtte voor meer dan 80 miljard dollar schade aan.

Toch nog een positief oordeel

Bij zijn aftreden kreeg Bush jr. een dikke onvoldoende als eindcijfer van de Amerikanen mee. Maar toch, acht jaar later kreeg hij lof toegezwaaid en nog wel uit liberale hoek. Dat was toen hij in een interview met de televisiezender NBC in maart 2017 kritiek uitte op het optreden van president D. Trump die in januari dat jaar was aangetreden en het toen al zo bont gemaakt had dat hij overwegend zware kritiek kreeg en het laagste waarderingspercentage ooit voor een presidentschap in de beginfase.

Clinton

William (Bill) F. Clinton, president van 20-1-1993 tot 20-1-2001, scoorde wat zijn eerste 100 dagen betreft niet echt goed: iets meer dan de helft van de Amerikanen vond dat hij het goed had gedaan. Evenwel, op de C-SPAN-lijst staat hij op de 15e plaats (vergelijk Bush jr…).

Schandalen

Dat laatste is niet zo vanzelfsprekend omdat het presidentschap van Bill Clinton gekenmerkt werd door een aantal opzienbarende schandalen waaronder het zogenaamd Whitewater-schandaal. Een jaar na zijn aantreden werd door de Amerikaanse minister van justitie een speciale aanklager benoemd die Clintons rol moest onderzoeken in de Whitewater-affaire – een zaak die had gespeeld in de tijd dat de president gouverneur van Arkansas was. Daarna werd hij in verband gebracht met de zelfmoord van een adviseur en werd hij beschuldigd van seksuele intimidaties en een verhouding met Witte-Huis-stagiaire Monica Lewinsky. Wat betreft de laatste zaak kwam hij na aanvankelijke ontkenning, uiteindelijk tot een schuldbekentenis. Op verdenking van meineed en tegenwerking van de rechtsgang startte in december 1998 het Huis van Afgevaardigden een impeachment-procedure (om te komen tot afzetting). De Senaat besloot, na zijn bekentenis inzake Lewinsy, Clinton niet te veroordelen en zo kon hij zijn tweede termijn als president voltooien.

Populariteit

Clinton boekte successen op gebied van zijn (progressieve) binnenlandse politiek. Ook zijn buitenlandse politiek wordt over het algemeen positief beoordeeld. Economisch ging het Amerika tijdens zijn bewind voor de wind. Veel van zijn plannen wist hij gerealiseerd te krijgen, hoewel hij tijdens zijn tweede termijn te maken kreeg met een Republikeinse meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat. Wel werd zijn presidentschap dus overschaduwd door de schandalen. Desondanks kan Clinton gemiddeld genomen een populaire president genoemd worden. Veelzeggend is dat in 1998 toen er sprake was van impeachment, slechts 27 % van de Amerikanen vond dat de president inderdaad afgezet zou moeten worden. Ook veelzeggend: op de C-SPAN-lijst met 44 presidenten eindigde hij op de 15e plaats.

Bush sr.

G. H. W. Bush was president van 20-1-1989 tot 20-1-1993.

George Bush sr. was de eerste zittende vicepresident – dat was hij onder Reagan – die tot president werd verkozen sinds in 1836. Tijdens zijn bewind vond de Golfoorlog plaats (1990-’91). Daarin werd de Irakese dictator Saddam Hoessein verslagen door de VS en bondgenoten nadat deze Koeweit was binnengevallen. En toen stopte Amerika: het regime van Saddam Hoessein werd niet aangepakt. Later in 2003 maakte de zoon van Bush sr., Bush jr. (president van 2001-2009) de klus af in die zin dat onder zijn bevel door middel van de Irakoorlog (die begon in 2003) Saddam alsnog verslagen en later ook opgepakt en gedood werd.

Economische problemen

Het succes van de Golfoorlog bezorgde Bush sr. populariteit. Echter een economische crisis deed die weer verminderen. Onder zijn voorganger R. Reagan was de staatsschuld hoog opgelopen. Er werd voor gepleit om als remedie de belastingen te verhogen in plaats van korting op de overheidsuitgaven (zoals Republikeinen traditioneel bepleitten in zo’n situatie). Bush sr. had nadrukkelijk gesteld tijdens de verkiezingen dat er wat hem betreft geen belastingverhoging zou komen. Toch ontkwam hij in de praktijk niet aan die verhoging, wat zijn populariteit flink deed dalen. Dit te meer toen duidelijk werd dat de president er niet in slaagde de economie uit het slop te halen.

Beoordeling

Op de C-SPAN-lijst staat Bush sr. niet op een slechte plaats – dankzij zijn gewaardeerde buitenlandbeleid –, maar toch nog relatief ver beneden Clinton (nr. 15), Obama (nr. 12) en L.B. Johnson (10). Met zijn 20e plaats is Bush sr. op die lijst een middenmoter. Op de meeste andere rankings neemt hij die positie ook in.

Reagan

De Republikein Ronald W. Reagan, president van 20-1-1981 tot 20-1-1989, won de verkiezingen van zijn voorganger J. Carter met overmacht. Hij verschilde sterk van zijn voorganger: waar Carter een exponent van 'links' genoemd zou kunnen worden, was Reagan dat van 'rechts'. Hij was van eenvoudige afkomst en had een verleden als Hollywood-filmster. Daarbij was het wel veelzeggend dat hij het vanuit die positie wist te brengen tot gouverneur van Californië.

Voorspoedig begin

Zijn grote verkiezingsoverwinning betekende dat Reagan met veel vertrouwen aan zijn presidentschap kon beginnen. Zijn populariteit steeg nog toen er in de beginperiode, in maart 1981, een aanslag op hem werd gepleegd die hij manmoedig doorstond.
Zijn politiek werd gekenmerkt door neo-liberalisme voor wat betreft de economie: terugdringen van de bemoeienis van de (federale) overheid, verlagingen van belastingen en sociale uitkeringen. Ten aanzien van de buitenlandse politiek voerde hij een hard anti-communistisch beleid.

Herverkiezing

In 1984 werd Reagan herkozen voor een tweede termijn met een grote meerderheid (59 % van de stemmen). Wel kreeg in die periode zijn imago een flinke knauw door de zogenaamde Iran-Contra-affaire van ’86 (daardoor werd bekend dat de VS illegaal wapens hadden geleverd aan de tegenstanders van de linkse regering in Nigaragua). Het werd Reagan aangerekend dat die affaire plaats kon vinden zonder dat hij op de hoogte was. Hij wist zich echter goed te herstellen en op de C-SPAN-lijst staat jij op de negende plaats – direct na J.F. Kennedy. Vanzelfsprekend krijgt en kreeg hij onder de conservatieven de meeste waardering.

Beoordeling

Reagan was het voorbeeld van een Amerikaanse president die in eigen land hoog werd gewaardeerd, maar in het buitenland, zeker ook in Europa, juist niet. Integendeel, een negatief oordeel en minachting vielen hem vaak ten deel. Pas in latere jaren kwam daarin verandering, vooral omdat de vermindering van bewapening en vermindering van spanning tussen de opponenten VS en Sovjet-Unie in toenemende mate werd toegeschreven aan zijn halsstarrige houding jegens de Sovjet-Unie.

Carter

James E. Carter was president van 20-1-1977 tot 20-1-1981.

Jimmy Carter verschilde als persoon en wat zijn politiek betreft duidelijk van zijn twee voorgangers, met name van R. Nixon. Dat betrof de partij: Carter was een Democraat. Zijn anders-zijn (ook wíllen zijn) werd als verkiezingsleuze gebruikt: Jimmy Carter, a leader, for a change. Hij was ook 'de andere president' vanwege zijn afkomst: een pindaboer uit een zuidelijke staat, Georgia, en vanwege de nadruk die hij legde hij op de moraal in de politiek, zowel wat betreft binnen- als buitenland.

Een moeilijke beginperiode

Het nadruk leggen op de moraal en de ethiek - onder meer door expliciet de mensenrechten aan de orde stellen - bleek in de beginperiode ook tegen Carter te werken: de bijbehorende politiek viel al te vaak niet in de smaak bij het Congres. Hij kwam zodoende nogal eens in de politieke problemen en gaf de indruk die nauwelijks het hoofd te kunnen bieden. Zijn populariteit daalde spoedig.

Plus en min

Met de akkoorden van Camp-David in september 1978, die vrede in het Midden-Oosten dichterbij brachten, verwierf Carter waardering. Echter, met de gijzelingsactie in de Amerikaanse ambassade in Teheran door Iraanse moslimrevolutionairen het jaar daarop en met name het gegeven dat de regering Carter die niet wist te beëindigen, verspeelde hij veel, te veel, krediet. Hij verloor de presidentsverkiezingen van 1980.

Herwaardering

Tijdens het presidentschap van zijn opvolger R. Reagan, viel hem al spoedig herwaardering ten deel. Dat werd versterkt onder het presidentschap van Clinton toen Carter optrad als diplomatiek bemiddelaar in buitenlandse kwesties. Ook later bleef hij actief in het binnenland met humanitair werk. Veelzeggend is dat hij in augustus 2017 door het blad Trouw werd uitgeroepen tot de beste ex-president van Amerika. Dat neemt niet weg dat hij bij C-SPAN niet hoog is gekomen: 26e plaats.

H. Ford

De voorganger van Carter, Gerald R. Ford (president van 9-8-1974 tot 20-1-1977) was een tussenfiguur die het waarschijnlijk niet tot president zou hebben gebracht als hij niet als vicepresident had moeten aantreden na het aftreden van president R. Nixon. Duidelijk is ook dat hij, vanwege dat aftreden, opgescheept zat met een vervelende erfenis die zijn taak extra moeilijk maakte. Dat was een moeilijkheid, maar het gaf hem ook wel respijt.

Beoordeling

Dat respijt kon Ford goed gebruiken want hij is tijdens zijn presidentschap nooit hoog geprezen. Hij werd vaak een brekebeen genoemd. Maar eigenlijk vond iedereen hem wel fatsoenlijk en eerlijk. Ook werd het van hem op prijs gesteld dat hij bereid was compromissen te sluiten. Een belangrijk punt van kritiek op Ford was dat hij al spoedig na zijn aantreden Nixon zonder meer gratie verleende. Dat hij de eerstvolgende presidentsverkiezingen verloor van J. Carter wordt door analisten wel in verband gebracht met die gratieverlening. Geen wonder dat hij op de C-SPAN-lijst pas op nr. 25 genoteerd staat.

Nixon

R.M. Nixon was president van 20-1-1969 tot 9-8-1974.

Richard Nixon wordt door sommige historici (M. van Rossum bijvoorbeeld) beschouwd als slechtste president van Amerika ooit; hij trad af, anders was hij met een impeachement afgezet, zo wordt gesteld. Maar, verschil van mening is altijd mogelijk; er wordt ook gesteld: Nixon was onsympathiek, maar hij was wel degene die uiteindelijk inzag dat de oorlog in Vietnam niet te winnen was. En hij was de eerste die werkte aan de vermindering van massavernietigingswapens; daartoe sloot hij in 1972 een akkoord met de Sovjet-Unie.

Positieve beoordeling van buitenlands beleid

Ook bezocht Nixon dat jaar Peking en legde daarmee de basis voor een normalisering van de betrekkingen van het Westen met China. Bovendien werden tijdens zijn regering de akkoorden van Parijs gesloten (1973) die leidden tot het beëindiging van de oorlog in Vietnam. Dus wat het buitenlands beleid betreft komt Nixon er gemiddeld genomen goed af. Dat geldt ook, zij het in wat mindere mate, voor zijn economische en sociale politiek. En bij de verkiezingen van 1973 behaalde hij een klinkende overwinning.

Impeachment

Duidelijk is dat Nixon, ondanks die positieve zaken over het algemeen negatief beoordeeld wordt. Want er dreigde inderdaad impeachment. En dat hing, paradoxaal genoeg, samen met den klinkende verkiezingszege na zijn eerste termijn. Naar later bleek was die zege mede te danken aan manipulaties waarbij het Witte Huis betrokken was (het Watergate-schandaal, 1972). Nixon hield echter vol dat hij zelf van niets wist. Toen hij gedwongen werd gegevens openbaar te maken, bleek in 1974 het tegendeel; er dreigde impeachment en daarom trad hij datzelfde jaar, in augustus, af.

Conclusie

Uit ‘het geval Nixon’ blijkt dat ook van een president die bewijsbaar ernstig over de schreef is gegaan er toch ook nog wel positieve zaken te vermelden zijn. Maar ook blijkt dan dat een president die echt duidelijk en bewijsbaar ernstige fouten maakt, er niet zonder kleerscheuren afkomt. Op de genoemde C-SPAN-lijst staat hij op 28e plaats; dat is de op een na laagste plaats van de presidenten die hier aan de orde komen.

Johnson

Lyndon B. Johnson was president van 22-11-1963 tot 20-1-1969.

De moord op Kennedy bracht zijn vicepresident Johnson aan de macht. Als opvolger van de president was deze tot 20 januari 1964 in functie. Het gegeven dat hij de daarop het presidentschap kon voortzetten na een klinkende verkiezingsoverwinning, waardoor hij nog eens vijf jaar president was, toont wel aan dat zijn beginperiode in ieder geval door het Amerikaanse volk als positief werd beoordeeld. Dat was met name daaraan te danken dat hij een sterk verbeterde wetgeving op het gebied van de burgerrechten (1964) en kiesrecht en sociale zaken (1965) wist te realiseren.

Vietnam

Hij erfde echter van zijn voorganger een heikel politiek probleem: de kwestie Vietnam. Daar was de VS in ’57 een militaire actie begonnen om uitbreiding van het communisme te bestrijden; in ’63 waren er al 15.000 Amerikaanse militairen actief. De oorlog was duur voor Amerika; de financiële lasten drukten ook zwaar op de beoogde binnenlandse hervormingen. De oorlog was ook duur wat betreft mensenlevens: duizenden Amerikaanse soldaten sneuvelden, en dat voor een schijnbaar hopeloze zaak. Daarnaast waren er door het optreden van de Amerikanen vele burgerslachtoffers in Vietnam te betreuren, onder meer door bombardementen. Het machtige Amerika was blijkbaar niet in staat een guerrilla in een relatief klein land te onderdrukken. De kritiek op Amerika’s Vietnambeleid nam toe, in binnen- en buitenland. De demonstraties tegen dat beleid werden wereldwijd grimmiger. ‘Johnson Moordenaar’ was de leus bij die demonstraties in Nederland.

In 1968 was het duidelijk dat een goede afloop van de oorlog voor Amerika nog steeds ver weg was. De kritiek nam nog meer toe en Johnson deelde dat jaar mee zich niet weer verkiesbaar te willen stellen voor de komende presidentsverkiezingen. Na het aflopen van zijn termijn (20 januari 1969) trok de president zich gedesillusioneerd terug op zijn boerderij in Texas.

Positief en negatief

Johnson wist in de beginperiode van zijn regering een uitgebreid wetgevende programma, de Great Society, door het Congres aangenomen te krijgen. Het betrof wetgeving op het gebied van armoedebestrijding, racisme en de ziektekostenverzekering. Maar de uitvoering ervan werd bemoeilijkt door de kosten van de militaire activiteiten in Vietnam. Toch had hij gemiddeld genomen in eigen land, met name in de beginperiode, een positief imago. Dat imago was echter in het buitenland spoedig negatief en is daar ook niet weer echt verbeterd. Maar op de C-SPAN-lijst scoorde hij hoog: 10e plaats.

Kennedy

John F. Kennedy (‘JFK’) was president van 20-1-1961 tot 22-11-1963.

Mede door de minder geslaagde tweede termijn van Kennedy’s voorganger de Republikein Eisenhower kon de jonge, charismatische kandidaat van de Democraten, J. Kennedy, de verkiezingen van ’60 winnen. Wel was het een nipte zegen – op zijn Republikeinse tegenstander, de latere president Nixon, toen vicepresident onder Eisenhower.

Een moeizaam begin

Kennedy zou, mede door het tragische einde van zijn (korte) presidentschap, uitgroeien tot een van de meest tot de verbeelding sprekende presidenten van Amerika. Maar de beginperiode van zijn regering was niet succesvol. Aangetreden op 20 januari ’61 kreeg hij in april van dat jaar te maken met de mislukte invasie van Cubaanse ballingen in de Varkensbaai van Cuba. Mede daardoor gesteund dreigde de Russische leider Chroesjtsjov, op de conferentie in juni ’61 in Wenen, met een ultimatum in zake het geschil tussen Rusland en de andere voormalige geallieerden over Berlijn. Kennedy gaf echter geen duimbreed toe. Hij kon evenwel niet verhinderen dat twee maanden later de Berlijnse muur werd opgetrokken en in september dat jaar verbrak Chroesjtsjov de overeenkomst in verband met beheersing van de (atoom)bewapening.

Cubacrisis, reis naar de maan en burgerrechten

Het incident in de Varkensbaai had ook tot gevolg dat Chroesjtsjov meende in oktober 1962 hoog spel in verband met Cuba te kunnen spelen: Rusland bouwde raketbases op Cuba waarvandaan de VS met kernwapens bestookt zouden kunnen worden. Kennedy reageerde ferm met de afkondiging van een blokkade voor Russische schepen die geladen met oorlogsmateriaal, met name raketten, Cuba probeerden te bereiken. Toen eind oktober Russische schepen de blokkadezone bereikten hield de wereld de adem in. Een wereldkernoorlog dreigde. Chroesjtsov bond in, de wereld haalde opgelucht adem en het aanzien van Kennedy steeg sterk.

JFK wordt ook gewaardeerd als president die de basis legde voor de prestigieuze eerste ruimtereis naar de maan in 1968. Vermeld dient tevens te worden dat hij ook sociale hervormingen wilde doorvoeren maar slaagde daar onvoldoende in door tegenstand van het Congres. Wel kwam hij in 1963 met een uitgebreid wetsvoorstel voor verbeterde burgerrechten – hoognodig vanwege het ernstige rassenprobleem dat de Amerikaanse maatschappij beheerste.

Kennedy’s einde en beoordeling

Het vervolg op zijn politiek van vernieuwing zou Kennedy zelf niet meemaken: op 22 november ’63 kwam hij bij een moordaanslag om het leven. Spoedig begon het imago te groeien van jonge, energieke president, belichaming van het streven naar vernieuwing in de jaren zestig, die door moord werd uitgeschakeld. Later kwamen er ook minder positieve kanten van zijn persoonlijkheid aan het licht, zeker ook met betrekking tot verhoudingen met andere vrouwen dan de first lady.

Kennedy’s eerste regeerperiode was niet een succes. Maar hij is ook het voorbeeld van een president die ondanks een moeizaam begin uit kon groeien tot een waar icoon. Op de C-SPAN-lijst neemt hij de 8e plaats in.

Eisenhouwer

D.D. Eisenhouwers was president van 20-1-1953 tot 20-1-61.

In 1953 was er twintig jaar lang een democratische president aan het bewind geweest. De Republikeinen zetten dat jaar alles op alles om eindelijk eens weer de president te kunnen leveren. In dat kader hadden ze geen betere kandidaat in kunnen zetten dan de in die tijd mateloos populaire oorlogsheld generaal Dwight (‘Ike’) Eisenhower. En inderdaad, hij won de verkiezingen met 9 % meerderheid van stemmen.

Hij was een pragmaticus die bovendien goed kon delegeren. Hij zette het buitenlands beleid van zijn voorganger voort (indammen van de communistische expansie) en probeerde daarbij de kosten in de hand te houden – hoewel dat nauwelijks lukte. Wat het binnenlands beleid betreft beperkte hij, als goed Republikein, zoveel mogelijk de rol van de overheid in de maatschappij. De sociale wetgeving van zijn democratische voorgangers liet hij evenwel - heel pragmatisch - in tact.

Tweede termijn

Al met al was hij een geslaagd president toen hij in 1957 aan zijn tweede termijn begon. Die werd echter als minder positief beoordeeld. Hij had te kampen met zijn gezondheid – in ’55 had hij een hartaanval gehad en in ’57 werd hij getroffen door een lichte beroerte – en toen er in ’58 een economische crisis was werd hem laksheid verweten en ook in de kwestie van burgerrechten / het rassenprobleem trad hij niet krachtig op.

Eindoordeel

Lange tijd na 1960, was het oordeel over het presidentschap van Eisenhower nogal negatief. Volgens Amerika-kenner / publicist Frans Verhagen is dat later danig veranderd: “Zijn stijl van regeren wordt nu als een voorbeeld van afstandelijke maar wel degelijk hands on management gezien. Het was allesbehalve vanzelfsprekend dat de jaren vijftig rustige en welvarende jaren werden, zonder grote oorlogen. Geleidelijk aan is Eisenhower de top tien van de presidenten binnengeslopen.” Ter illustratie: op de C-SPAN-lijst staat hij heel hoog: 5e plaats.

Truman

Harry S. Truman, president van 12-4-1945 tot 20-1-1953, trad aan na de plotselinge dood van F.D. Roosevelt, volgens de C-SPAN-lijst de populairste president sinds George Washington (die regeerde van 1789-1797). Spoedig na Trumans aantreden kwam in Europa de Tweede Wereldoorlog teneinde (7 mei 1945). De oorlog in Azië duurde voort, tot Truman bevel gaf atoombommen te gooien op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki, (resp. op 6 en 9 augustus 1945); op 15 augustus daaropvolgend capituleerde Japan. De beëindiging van de Tweede Wereldoorlog kan daarmee wat het Westen betreft op Trumans lijst van prestaties in de beginperiode bijgeschreven worden.

Verenigde Naties

In de beginperiode van Trumans bewind valt de oprichting van de Verenigde Naties. Een gebeurtenis waaraan de president een belangrijke bijdrage heeft geleverd. Op 25 april ’45 begonnen de vergaderingen die leiden tot de oprichting van de VN. Op 26 juni werd het Handvest van de Verenigde Naties getekend. Een oprichting die dus mede op Trumans conto geschreven kan worden.

Fair Deal

Zoals Roosevelts naam verbonden is met het economische hervormingsprogramma New Deal zo is Trumans naam verbonden met Fair Deal: uitbreiding van de Amerikaanse AOW (Social Security), een werkgelegenheidsprogramma, bescherming van minderheden, nieuwbouw in binnensteden en federale hulp voor gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek. Hij presenteerde de voorstellen in het najaar van 1945.

Eindoordeel

Truman is een omstreden president. Geprezen worden zijn daadkracht en zijn Fair Deal. Daarentegen wordt hij door sommigen ook wel betiteld als ‘oorlogsmisdadiger’, vanwege de atoombommen op Japan. Was er een enquête gehouden in Amerika en de bevrijde gebieden na 100 dagen dan was het oordeel ongetwijfeld in meerderheid positief geweest. Maar een 6e plaats op S-SPAN-lijst van beste presidenten, was wel verrassend.

F.D. Roosevelt

Bij de beoordeling van de eerste periode van president Franklin D. Roosevelt speelde de termijn van de eerste 100 dagen een speciale rol - en is dat sindsdien blijven spelen. Sterker nog: het peilmoment ‘na 100 dagen’ kreeg iets magisch; het volk en de journalisten laten zich dat niet meer afnemen, aldus de Volkskrant van 29 april 2009. Roosevelt, president van 4 maart 1933 – 12 april 1945, kwam aan de macht in een tijd van diepe recessie. Er was een acute bankencrisis en hij riep direct na zijn aantreden het congres bijeen voor spoedberaad. Hij maakte handig gebruik van de situatie om vervolgens snel verschillende wetten door het parlement te loodsen. 100 dagen na dat eerste spoedberaad gingen de parlementariërs met reces terwijl ze de president mandaat hadden verschaft om de overheid belangrijke economische maatregelen te kunnen laten nemen. Roosevelt en zijn administratie maakten er een dankbaar gebruik van: ze konden nu snel, zonder veel oponthoud de maatregelen nemen die zij de beste achtten. Maatregelen die meestal aangeduid worden met de term New Deal.

Oordeel over Roosevelt

De eerste 100 dagen van Roosevelt werden hoog gewaardeerd en sindsdien gelden ze, terecht of niet, als maatstaf voor de rest van de regeerperiode van een president. Te meer omdat de rest van Roosevelts presidentschap ook een succes was – hij werd niet voor niets vier maal herkozen! – hechten niet alleen het volk en de journalisten, en als gevolg daarvan ook de presidenten, veel waarde aan die eerste, korte termijn.
© 2017 Petervandenburg, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De 45 presidenten van de Verenigde Staten vanaf 1789De 45 presidenten van de Verenigde Staten vanaf 1789George Washington, Abraham Lincoln, Dwight Eisenhower, John Kennedy, Ronald Reagan, ... De Amerikaanse geschiedenis staa…
Presidenten van de Verenigde StatenPresidenten van de Verenigde StatenIn 2016 zijn er opnieuw verkiezingen voor het Amerikaanse Presidentschap gehouden, de volgende staan voor 2020 op het pr…
Democraten versus RepublikeinenDemocraten versus RepublikeinenElke vier jaar worden in de Verenigde Staten de presidentverkiezing gehouden. Op de dinsdag na de eerste maandag in de m…
Presidenten van AmerikaAmerika telt tot nu toe 44 presidenten van 1789 tot nu. Omdat het er teveel zjin om ze allemaal in één keer te behandele…
Amerikaanse Presidentsverkiezingen 2016Amerikaanse Presidentsverkiezingen 2016Op dinsdag 8 november 2016 vinden er presidentsverkiezingen plaats in Amerika. Hillary Clinton is daarbij de kandidaat v…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: FDR Presidential Library & Museum, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)
  • https://www.c-span.org/presidentsurvey2017/?page=overall
  • https://www.volkskrant.nl/geen-president-kan-onder-100-dagen-uit~a327338/
  • [https://nl.wikipedia.org/wiki/Uitslagen_Amerikaanse_presidentsverkiezingen]
  • http://www.meiguo.nl/alle-presidenten
  • https://theusa.nl/presidenten/

Reageer op het artikel "Beoordeling van het presidentschap - van Obama tot Roosevelt"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Petervandenburg
Gepubliceerd: 13-10-2017
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!