InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Eten is lekkerder dankzij de VOC

Eten is lekkerder dankzij de VOC

De VOC is de afkorting van Verenigde Oost-Indische compagnie. Het is al weer meer dan 400 jaar geleden dat de VDe VOC bestaat al heel lang niet meer. De VOC was uit op de specerijen, maar ook thee en katoen was belangrijk. Van de specerijen waren nootmuskaat, foelie, kaneel en kruidnagels erg belangrijk maar peper het allerbelangrijkst. Dus ons eten is lekkerder dankzij de VOC!!

De oprichting

In 1497 ontdekte de Portugese zeevaarder Vasco Da Gama hoe je over de zee vanuit Europa naar Azië kon varen. Precies 100 jaar later bereikte de eerste Nederlandse schepen Oost-Indië. Het was een vloot van 4 schepen onder leiding van Cornelis de Houtman. Er ging veel fout op die reis maar toch was hij heel belangrijk want hij bewees dat ook de Nederlanders naar Indië konden varen. Nu begonnen allerlei kooplieden kleine clubjes op te richten die schepen klaar maakten om ook die reis te maken. Deze clubjes noemden ze compagnieën. De Nederlandse regering wilden graag dat die compagnieën zouden gaan samenwerken. Ook die compagnieën vonden dit een goed idee want dan hoefden ze niet meer met elkaar te concurreren en konden er hogere prijzen worden gerekend voor de producten. De regering zorgde dat er soldaten meegingen op de schepen ter bescherming tegen piraten. Ook kreeg de nieuwe compagnie toestemming om in het Oosten eigen vestigingen te stichten.

Deze nieuwe compagnie kreeg de naam: Verenigde Oost-Indische Compagnie. Op 20 maart 1602 werd dit een feit. De VOC had in Nederland een aantal kantoren, kamers noemden ze dat. In Amsterdam, Rotterdam, Middelburg, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Verder waren er ook handelskantoren in het Oosten, Batavia was de belangrijkste. De bazen van de VOC, noemden ze De Heren Zeventien dat waren afgevaardigden uit de verschillende kamers. Zij beslisten of er reizen werden gemaakt, waarnaar toe en op welke schepen. De kamers zorgden voor de bouw van de schepen en de uitrusting en dergelijke. Ook zorgden zij voor het goud en zilver dat de kooplieden op de schepen mee kregen om handel te kunnen drijven.

De schepen van de VOC

De schepen van de VOC waren de grootste schepen die in Nederland gebouwd werden. Ze waren wel 40 meter lang en 8 meter breed. De zijkanten bolden breed uit en de achterkant was plat. De achterkant werd ‘spiegel’ genoemd en was altijd mooi versierd met houtsnijwerk en beschilderingen. De naam van het schip werd vaak op de spiegel uitgebeeld. VOC schepen waren speciaal voor de compagnie gebouwd. De grootste schepen noemden ze ‘retourschepen’ omdat die (de naam zegt het al) heen en weer voeren tussen Nederland en Azië. Kleine schepen werden gebouwd om in Azië tussen alle vestingen heen en weer te varen. Op de scheepswerven van de VOC werden nieuwe schepen gebouwd. De scheepsbouwmeester van de compagnie was verantwoordelijk voor de bouw van de schepen. Hij had een heel leger scheepstimmerlieden, touwslagers en zeilmakers. Het duurde ongeveer een jaar om een schip af te krijgen. Het bouwen begon met de kiel, de lange balk die het onderste stuk van het schip was. Vanuit de kiel werden de zijkanten opgebouwd. Eerst werden de spanten opgezet en daartegenaan werd de scheepshuid getimmerd. Er werden altijd een paar verdiepingen in gebouwd: de dekken. Als de scheepsromp klaar was, werd het schip in het water gelaten. Het schip werd verder gebouwd in het water. Binnenin kwamen de hutten en andere ruimtes voor de bemanning en de lading. De bouw ging verder met de boegspriet en de masten. De masten: de fokkenmast, de grote mast en bezaansmast waren 40, 50 en 35 meter lang. Ze bestonden uit 3 lange stukken rondhout boven op elkaar. Ze werden met een netwerk van touwen rechtovereind gehouden. De boegspriet en de masten hadden dwarsbalken (ra`s) waar zeilen aan vastgemaakt werden. Elke mast kon 3 zeilen boven elkaar voeren. Met honderden touwtjes en lijntjes, katrollen en hijsblokken werden de zeilen gehesen en de ra`s versteld.

Binnenin een schip was alles keurig verdeeld, helemaal onderin was het ruim, hier lag het eten en de spullen opgeslagen. Boven het ruim was het koebrugdek. Dat is de plek waarop de heenweg de soldaten zaten, soldaten hoeven niet te werken op het schip maar gaan mee om de vestingen te beschermen. Het koebrugdek was zo laag dat je er net niet kan staan. Het was er donker en benauwd want er waren geen openingen in de zijkant ven het schip. Alleen het rooster van de vloer van het dek erboven gaf een beetje licht en lucht. Soldaten kwamen alleen maar naar buiten om op wacht te staan bij de kajuit of bij het watervat, en om militaire oefeningen te doen. Het koebrugdek werd op de terugreis gebruikt als opslagplaats voor de specerijen. Boven het koebrugdek lag het overloopdek. Hier sliepen de mensen die overdag op het schip werkten zoals de matrozen. Het overloopdek was niet zo benauwd als het koebrugdek. In de zijkanten zaten geschutspoorten voor de kanonnen. Da kanonnen werden vast gebonden aan de wanden zodat ze zo weinig mogelijk ruimte innamen. Het achterste deel was afgesloten. Hier was de konstabelskamer waar de geweren en de kogels achter slot en grendel werden bewaard. De bottelier, die het proviand beheerde, had op het overloopdek een hokje, waar hij kleine voorraden voedsel en drank bewaarde. Op het verdek, boven het overloopdek, waren geen slaapplaatsen. Hier werd dag en nacht gewerkt. Midden op het verdek achter de grote mast stond de kaapstander. Dit was een grote ronde spil waarmee het zware hijswerk werd gedaan. In de buurt van de kaapstander stonde de pompen. Er zaten buizen tot onder in het schip want er was geen een schip wat helemaal waterdicht was. Er moest op het verdek ook plaats zijn voor de dieren. Varkens en schapen om onderweg te slachten stonden de hele reis in hokjes op het verdek. Boven het voorste deel van verdek was het baksdek. Hier waren zeelui, die niet aan het werk waren, een pijpje te roken, liedjes te zingen, kleding te verstellen en muziek te maken. Via het baksdek kon je bij de luizenplecht helemaal voor in het schip komen. De luizenplecht was een WC. Er stonden tonnen om je behoefte te doen of je moest gewoon met je billen buitenboord. Achter het verdek lag de kajuit, een ruime kamer waar de officieren overdag zaten. Hier vergaderde ze over scheepszaken, en aten ze samen met de passagiers. Aan de zijkant van de kajuit zat een apart hokje: het gemak. Hier gingen de mensen van de kajuit naar de WC. Vanuit de kajuit kon je naar boven naar de kamer van de schipper. Bij de kamer van de schipper waren ook nog andere kleine hutten. De hutten kwamen uit op het halfdek. Vanaf het halfdek hadden de officieren een goed uitzicht over het schip. Boven de hutten lag tenslotte nog het kampanjedek. Hier stonden de hokken van de kippen. De VOC had dus de grootste schepen van Nederland. Maar hoe groot ze ook waren, met 200 tot 300 mensen was het altijd vechten om een plek om te slapen of te zitten. Het was voor niemand een pretje om maanden op zo`n schip te leven en werken.

Werken voor de VOC

Omdat er aan boord en in Azië heel veel mensen stierven had de VOC elk jaar weer nieuwe nodig. Er waren duizenden mensen in dienst van de VOC. Al die mensen werkte jaren, soms hun hele leven voor de VOC. De VOC had werknemers in Nederland, in Azië en op de schepen. De werknemers in Nederland waren de klerken en boekhouders die de administratie bijhielden, de timmerlieden die de schepen bouwden, en de sjouwers en bewakers die in de pakhuizen werkten. In Azië werkten ook vele duizenden voor de VOC. De kooplieden waren het belangrijkst, het hel bedrijf draaide om hun werk. Ze hadden assistenten: boekhouders en klerken die hun werk ondersteunden. De soldaten waren het grootst in aantal. Hun taak was op wacht staan, verdedigen en aanvallen. In grote vestingen werken mensen net als in een Nederlandse stad. Predikanten in kerken, chirurgijns in de ziekenhuizen, schoolmeesters in scholen, enz. de grootste VOC vesting: Batavia (nu Jakarta) had zelfs een eigen scheepswerf waar schepen gebouwd werden.
Aan boord van de schepen werkten ook erg veel mensen. De kapitein, die altijd schipper genoemd werd, bepaalde hoe er gevaren werd. Omdat de VOC om de koopmannen draaide hadden die de hoogste rang op een schip en de schipper niet. Een koopman liet de route toch vaak aan de schipper over omdat die er veel verstand van heeft. De schipper wordt bijgestaan door 2 of 3 stuurmannen. Zij hadden bootslieden en kwartiermeesters onder zich, die op hun beurt de leiding hadden over de matrozen. De jongste en onbelangrijkste mensen waren de scheepsjongens. Ze waren meestal wezen zonder dak boven hun hoofd die meegingen om een dak boven hun hoofd te hebben en wat te verdienen al is het niet veel. De koopman doet bijna het minst op een schip maar verdient het meest, dan volgen de schipper en predikant. Maar dat kun je allemaal in het schema hier links zien, en daar zie je ook wat iemand verdient per maand. Maar in de tijd van de VOC werd er nog in guldens gerekend.

Als je een contract hebt getekend gold die voor minimaal 5 jaar. Een predikant, 2 à 3 chirurgijns, een kok en een bottelier zorgde voor de bemanning. Als je een kind was die bij de VOC werkte dan moest je minsten 11 jaar zijn. De meeste scheepsjongens werden later matroos. Dan moet je harder werken maar je verdiende wel iets meer. Goud en edelstenen, thee, peper en andere specerijen mochten alleen maar verhandeld worden maar illegale handel glipte er toch door. Meestal werd illegale handel door de hoogste officieren gedaan want zij hadden genoeg geld. Voor een scheepsjongen was het veel moeilijker want zij moesten gewoon werken voor hun weinige loon.

Eten en drinken

Een reis naar Azië duurde ongeveer 9 maanden. Er waren 2 à 3 honderd man aan boord dus moest er heel veel eten mee. Honderden tonnen bonen, hard brood, rijst en gezouten vlees. Water, bier en wijn was nog veel belangrijker. Met een lege maag was het rottig werken maar als je soldaat, passagier of koopman was dan verveelde je je dood en als er dan etenstijd was dan had je iets te doen. Iedereen, van scheepsjongen tot koopman kreeg vlak voor vertrek 4 ronde kazen en elke week een voorraadje brood en boter. De VOC had dus heel veel voedsel bij zich. Omdat de bemanning sterk en gezond moest blijven zorgde de VOC er voor dat er genoeg gezond en voedzaam eten was, of het nou wel of niet lekker was, dat maakte niets uit. In die tijd kon voedsel alleen bewaard worden als het werd gedroogd, ingezouten of ingemaakt in azijn. Erwten, bonen, gort en rijst waren de droge producten. Het brood was ook droog maar ook keihard. Je kon het alleen eten als het werd zacht gemaakt in water. Stokvis moest op tijd in de week worden gezet, anders was het niet te eten. Vlees, spek en zuurkool werd ingezouten. De kok waste het ingezouten voedsel in water maar dat verhinderde de zoute smaak niet. Als het aan boord tijd was om te eten werd de scheepsbel geluid. De bemanning verzamelde zich in groepjes van 7. elke groep at met alle 7 mensen uit 1 houten bak. De jongste van het groepje moest in de rij gaan staan voor de kok. Met zijn zevenen schrokten de mannen het eten naar binnen. Om te drinken was er voor de hele bemanning: bier, water en wijn. Het bier moest eerst op, dan het water, er werd zoveel mogelijk water uit Nederland meegenomen maar als het niet genoeg was dan stopte men bij ‘kaap de goede hoop’ om daar weer bij te tanken. Dan ging de reis door naar Azië.

Schipbreuk

De grootste angst van iedereen was altijd dat zijn schip aan schipbreuk leed. Als een schip op zee verging dan kon iedereen er zeker van zijn dat hij het niet zal halen. Sommige schepen waren zo lek dat de matrozen de hele reis zaten te pompen. Andere schepen waren zo oud dat ze moesten verstevigd worden om te voorkomen dat de mast als een luciferhoutje brak. Maar de oude schepen kwamen toch vaker aan dan gloednieuwe. De belangrijkste oorzaken van schipbreuk waren zware stormen en verkeerde navigatie. Van de tienduizend reizen die de VOC schepen maakten, eindigde er 250 in een schipbreuk. De Indische oceaan was het gevaarlijkste stuk voor de schepen. Als een schip zonk gingen de meeste mensen in de reddingsboot maar sommige mensen gingen pompen en weer andere gingen de wijn en bier voorraden plunderen. Als je niet in de boot ging zitten was je zo goed als dood, behalve als de boot dicht bij land verging. Op zo`n schip was het niet egt leuk. Soms zat je met zijn honderden op een klein bootje voor 30 personen. Het bootje heeft geen zeil dus maakte men een zeil met een roeispaan en een doek, en anders roeiden ze naar een land of eiland. Op een klein schip was water de grootste vijand, dat kan op 2 manieren. Er was storm en het bootje zonk of er was niet genoeg drinkwater. Drinkwater was vaker het probleem. Zo`n scheepje had allen maar brandewijn aan boord. Elke dag kreeg iemand 1 klein slokje. Eten was ook niet veel, alleen een beetje brood en kaas. De mensen werden soms gek van de dorst en gingen zeewater drinken, dat is zo ongezond dat binnen enkele uren je hersens waren aangetast. Er waren natuurlijk ook slimme mensen bij die hun eigen urine dronken, dat is niet echt lekker maar het hielp tenminste tegen de dorst.

Ziekte en dood

Een ziekte lag altijd op de loer, op land maar nog meer op zee. Op de eerste plaats natuurlijk omdat iedereen dicht op elkaar zat. Ook luizen en vlooien, als 1 man ze heeft dan heeft binnen No time iedereen ze. Vooral besmettelijke ziekten verspreidden zich snel. Elk schip had twee of drie chirurgijns aan boord, dat zijn scheepsdokters. Zij hadden allerlei middeltjes tegen ziekten bij zich en konden ook gebroken benen spalken en zo.
De middeltjes hielpen vaak niet echt want echte medicijnen zoals antibiotica bestonden toen nog niet. Ziekten die veel voorkwamen waren:
  • longontsteking
  • Oogontsteking
  • Keelontsteking
  • Hoofdluis
  • Kleerluis
  • Rode loop (dysenterie)
  • Scheurbuik

Scheurbuik was een van de meest voorkomende ziekten. Het was een ziekte die ontstond door vitamine gebrek. Vooral het tekort aan vitamine C.
Er was aan boord van de schepen niet veel verse groente of fruit. Rode loop was een ernstige vorm van slijmerige bloederige diarree, die ook veel buikkrampen veroorzaakte. Je hoefde er niet aan dood te gaan maar je verzwakte wel erg. Er was ook veel last van luis, de hoofdluis was niet zo erg, die zorgde alleen voor heel veel jeuk. De kleerluis was veel gevaarlijker want die bracht weer een andere ziekte over namelijk vlektyfus, dit was wel dodelijk. De chirurgijn hield meestal iedere morgen een “spreekuurtje”. Hij stond dan bij de mast en riep:”Kreupelen en blinden laat u verbinden, boven bij de grote mast zult gij de meester vinden.” De behandeling door de chirurgijn was gratis. Een voorbeeld van de middeltjes die hij bij zich had zijn:
  • Anijsolie
  • Zwavel
  • Spaanse vlieg
  • Kwikzilver
  • Gedroogde paddestoelen
  • Kaneelwater

Voor scheurbuik was er eigenlijk maar één echt medicijn namelijk vers fruit. Soms konden de schepen dit tussendoor op Kaap de Goede Hoop halen.
Als je op een schip stierf, kreeg je een zeemansgraf. Dit betekende dat ze je lijk in een hangmat of deken rolde met een paar stenen of kanonskogels erbij en dan overboord gooide. Omdat iedereen op het schip erg christelijk was sprak de predikant altijd een gebed uit tijdens het overboord gooien.
© 2007 - 2019 Cheri, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hoe maak je een werkstuk?Hoe maak je een werkstuk?Een werkstuk te maken is heel erg eenvoudig, als je wilt weten hoe dat moet lees dan verder. Zie dit als een handleiding…
Voorwoord & nawoord schrijvenVoorwoord & nawoord schrijvenEen voorwoord of nawoord schrijven is niet verplicht, maar komt wel vaak naar voren bij het schrijven van een werkstuk,…
Werkstuk laten maken door iemand andersWerkstuk laten maken door iemand andersEen werkstuk of scriptie maken, kunt u tegenwoordig eenvoudig uitbesteden. Afhankelijk van de omvangrijkheid van de scri…
Het maken van een boeiend werkstukHet maken van een boeiend werkstukHet maken van een werkstuk is geen eenvoudige opgave. Wat wordt het onderwerp van het werkstuk? Welke deelonderwerpen ko…
Een voorwoord schrijvenEen voorwoord schrijvenEen voorwoord schrijven voor een werkstuk is vaak een lastige taak. Het is immers het eerste stuk tekst dat de lezer te…

Reageer op het artikel "Eten is lekkerder dankzij de VOC"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Johanna Maria Lubbinge, 14-05-2013 12:00 #1
Hee, was er altijd genoeg eten in Enkhuizen?
Met vriendelijke groeten Maria Lubbinge.

Infoteur: Cheri
Gepubliceerd: 15-03-2007
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Reacties: 1
Schrijf mee!