InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Taal > In de naam van... Klis

In de naam van... Klis

Wat moet ik in mijn tuin met zo een grote grove plant, die tussen mensenrommel in het gezelschap van varkensgras en brandnetel, braakliggende terreinen probeert te veroveren. Of is het weer zo een onkruid dat ons wat te vertellen heeft? Wel ja, als je na gaat dat deze plant als een soort schorseneergroente te eten is, dat hij een grote reputatie had als haarlotion ‘tegen het grijs worden van het haar’, dat hij zonder meer bij suikerziekte een hulp kan zijn en dat hij bij allerlei huidaandoeningen gebruikt geweest is, dan kijk je toch wel even met andere ogen naar dit onkruid.

Klis, klit of stekende bollekens

Klis of klitwortel, is duidelijk genoeg, de zaadbollen met hun hakerig uiterlijk, blijft hangen aan dierenhuid en mensenhaar, om zich op die manier te verspreiden. Deze zaden werden zelfs als kinderspel gebruikt. Als ik de plant een zekere intelligentie mag toedichten, zou je kunnen zeggen dat de klis er voor gezorgd heeft dat kinderen zich met zijn zaden kunnen amuseren, waardoor hij zich gemakkelijker kan voortplanten. Al zal hij in onze tijd wel nieuwe trucjes moeten verzinnen om in leven te blijven. Ten andere de Klis is de uitvinder van de industriële klittenband, denk maar aan onze moderne sportkleding en schoenen met klittenband. Patent heeft de plant er niet op gekregen en beroemd is hij er ook niet van geworden.
Mogelijk is zijn gebruik als haarmiddel ook een vorm van signatuurleer. Zaden die zo sterk in het haar hechten, moesten wel goed (of slecht) zijn voor het haar.

De naam ‘Clissen of te stekende bollekens’ werd ten andere al in de Middeleeuwen gebruikt. De oorsprong is mogelijk het Germaanse kli, dat kleven of aan mekaar hangen betekent.

Arctium komt van het Griekse ‘arcteiion, ontstaan uit arctos, beer, waarschijnlijke omwille van het ruige uiterlijk van de plant. Dodoens schrijft in zijn Cruydeboek van 1554: ‘Die groote Clissen heeten in Griecx Arcteion, Arcton en Prosopion. In Latijn Personatia, Personata en Arctium, by Apuleium oock Dardana. In Apoteken Bardana maior en Lappa maior. In Hoochduytsch grosz Kletten. In Franchois Glouteron ou Gleteron’.

Bardan en Lappa

De naam Bardan vinden we nu nog steeds terug in de apothekersboeken als Radix Bardanae, maar ook sommige hedendaagse koffiesurrogaten, gemaakt van de geroosterde klitwortel, draagt nog die naam. Deze naam komt waarschijnlijk van het Italiaanse barda, wat paardendeken betekent. Het grote blad lijkt op een ruw deken. In de Capitulare de vilis van 795, wordt de naam als ‘parduna’ vermeld, al zou dat ook ons Groot hoefblad kunnen zijn. Maar we zijn er nog niet uit. De Latijnse naam voor het geslacht is wel Arctium maar de rest van de soortnaam is lappa en dat zou wel eens de eerste naam voor onze Grote klis geweest kunnen zijn. Reeds Plinius, 2000 jaar geleden, gebruikte deze naam, die terug te voeren is op het Griekse ‘labein’, wat weer verwijst naar het klitten, plakken van de vruchthoofdjes.

Ondanks de grote geneeskrachtige waarde in het verleden vinden we niet veel namen die daar naar verwijzen. Als kruid voor het haar werd hij al bij Plinius vermeld. Dodoens kende blijkbaar die werking niet, hij verwees meer naar het gebruik voor de huid. Met ouden wijn ghedroncken eest goet teghen alle beten en steken van alle fenijnnighe ghedierten. Die bladeren ghestoten met sout, zijn seer goet op den beet oft steeck van slanghen, verwoede honden ende andere fenijnnighe ghedierten. Die groene bladeren ghestooten ende met wit van den eye ghemenght heylen verbrantheyt ende zijn goet op alle oude ulceratien gheleyt.

Kladden of Prollen

Blankaart in de Nederlandsche Herbarius van 1698 heeft het over Kladden ofte Klissenkruid, de wortel gebruiken vele in de plaats van Salsa uit China, schrijft hij en hij voegt er aan toe’ en zij dwalen niet’. Dat kladden zal mogelijk wel uit klissen ontstaan zijn of van kladderen, besmeren. In het Duits is het nu ‘Klette’ en vroegere volkse namen waren ook Klad en Kladdebossen. Ook Prollen komen we wel tegen en dat zou eveneens zo iets als morsen of knoeien betekenen. Tussen de klisplanten kruipen, is er ook echt een knoeiboel van maken, hakerige zaadbollen in haar en kleding en je krijgt ze er niet zomaar uit.

Tochtkruid

Een vreemde en in onbruik geraakte volksnaam is Tochtkruid, de boeren zouden de bladeren aan hun vee gegeven hebben om ze tochtig of bronstig te maken, een soort afrodisiacum dus. Spijtig genoeg is er mij niks van afrodisiake werking bekent.
© 2009 - 2017 Herborist, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De geneeskracht van grote klitDe geneeskracht van grote klitGrote klit houdt van vochtige grond en wordt regelmatig gevonden op braakliggende terreinen of bosranden. Naast de grote…
De plant als bouwmeesterDe plant als bouwmeesterOveral in de natuur, van de hoogste bomen tot de kleinste micro-organismen vinden we de merkwaardigste, de gekste maar o…
Acne, zo kom je er vanaf!Acne, zo kom je er vanaf!Het maakt je hopeloos en onzeker. Bijna iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad. Vervelende rode bultjes met pus e…
Suikerziekte en kruidenOuderdomdiabetes is in de kruidengeneeskunde altijd een ‘populaire’ ziekte geweest. Ook in onze tijd zijn mensen nog bez…
Grote klis als groenteDe klis kennen de kinderen vooral van de ronde vruchten die zich aan de kleren of in de vacht van dieren kunnen vasthake…
Bronnen en referenties
  • Planten en hun naam. Kleyn. KruidMail Arctium. Dokumentenmap Herboristen Opleiding 'Dodonaeus'.

Reageer op het artikel "In de naam van... Klis"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Herborist
Gepubliceerd: 10-05-2009
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Taal
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!