Biografie en Italië

Amedeo Modigliani: Zijn jeugd in Italië

Amedeo Modigliani: Zijn jeugd in Italië

De artistieke carrière van Amedeo Modigliani, de flamboyante schilder van vrouwen met langgerekte gezichten, speelde zich voornamelijk af in het kunstenaarsscène van het Parijs aan het begin van de 20-ste eeuw. Maar Modigliani was een echte Italiaan, geboren en getogen in Lovorno.


Ouders

Livorno (Italië) was in de achttiende eeuw een vluchtoord voor duizenden mensen die om hun geloof vervolgd werden. Salomon Garsin was één van de velen Portugese en Spaanse Sefardische joden die in Livorno een nieuw bestaan trachtten op de bouwen. Deze Salomon Garsin was de overgrootvader van Eugenia Garsin, Amedeo’s moeder. De familie van Flaminio Modigliani kwam oorspronkelijk uit Rome. In 1872 trouwden Flaminio en Eugenia. Flaminio was een kleine, onsuccesvolle zakenman. Zo onsuccesvol dat hij gedwongen was lange tijd in Sardinië te werken terwijl zijn gezin in Livorno achterbleef. Eugenia had een goede opleiding genoten en hield van literatuur. Ze gaf Engelse en Franse lessen en vertaalde in het Italiaans. Enkele bronnen suggereren zelfs dat ze de ghostwriter (van haar krankzinnige zuster?) was van verschillende Engelse novellen. De kleine Amedeo, de jongste van haar vier kinderen was haar oogappeltje.

Broers en zus

In het jaar van hun trouwen, 1872, werd Flaminio en Eugenia’s oudste zoon geboren: Giuseppe Emanuele. Als volwassen man werd Emanuele Modigliani een jurist met uitgesproken politieke ideeën. In 1898 wordt de dan zesentwintigjarige Emanuele veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens subversieve (anarchistische) acties.

In 1874 werd het tweede kind in het gezin Modigliani geboren: een dochter met de naam Margherita Olimpia . In 1878 komt het derde kind ter wereld, een jongetje: Umberto Isacco. Hij zal later een mijningenieur worden. Twee jaar na de geboorte van haar jongste kind, begint Eugenia met het schrijven in een soort van familiedagboek, één van de belangrijkste informatiebronnen over Modi’s jeugd. In datzelfde jaar verhuist het gezin voor een kleiner huis aan de Via delle Ville.

De familie Garsin

De familie van Eugenia; haar ouders en haar zusters Laure en Gabrielle, wonen in bij het gezin Modigliani. Amedeo ontwikkelt een hechte band met zijn inwonende grootvader, Isac Garsin, een intelligent en belezen man en volgens bronnen waar velen ernstige twijfels bij hebben een nazaat van de bekende filosoof Baruch Spinoza. Hij brengt uren met zijn grootvader door, pratend, discussieerden over kunst en filosofie, iets waar de andere Modigliani kinderen niet zoveel interesse voor kunnen opbrengen. Het is goed mogelijk dat grootvader Garsin een belangrijker rol in het leven van de kleine Dedo (zo wordt Amedeo in zijn jeugd door zijn familie liefkozend genoemd) heeft gespeeld dan zijn eigen vader, die bijna altijd van huis is. Hoewel ik uit de geschriften een positieve indruk van de familie Garsin krijg, denkt de dochter van Amedeo, Jeanne Modigliani, daar anders over. Zij gelooft dat er iets mis is met het bloed dat door de aderen van de Garsins stroomt (en suggereert dat dat te wijten is aan inteelt: in de familie zou te vaak getrouwd zijn tussen volle neven en nichten). ‘In die familie lijden zoveel leden aan neuroses, plegen er zo veel zelfmoord, dat je gerust kunt spreken van een krankzinnige familie.’

Het is inderdaad zo dat één van Eugenia’s zusters zelfmoord heeft gepleegd door zich van de trap te storten. Eén van haar andere zusters leed aan achtervolgingswaan en is verschillende malen opgenomen in een psychiatrische inrichting. Ze was bang dat alle beroemde schrijvers uit haar tijd haar zouden komen verkrachten. Toch lukte het haar te schrijven en haar werk gepubliceerd te krijgen in het Frans, Italiaans en Engels en honderd jaar te leven.

Het ziekelijke kind

Eugenia beschrijft haar zoon in haar dagboek als een beetje verwend, een beetje grillig maar een plaatje om te zien. Ondanks de armoede in het gezin, zorgen vader en moeder Modigliani dat hun kinderen goed onderwijs genieten. Maar pas als Emanuele en Umberto beiden al aan de universiteit van Pisa studeren gaat Amedeo op tienjarige leeftijd voor het eerst naar school in Livorno. Amedeo heeft een zwakke gezondheid en zijn moeder houdt hem zo lang mogelijk thuis, ze geeft de jongen samen met haar zusters zelf onderwijs. Op school raakt bevriend met Uberto Mondolfi, zoon van zijn klassenleraar en vriend van zijn moeder Rodolfo. Ondanks zijn vriendschap met dit leeftijdsgenootje is Amedeo een vroegwijs kind dat meestal in het gezelschap van volwassen verkeerd. Er wordt beweerd dat de kleine Dedo veel las en hele stukken uit het werk van onder andere Dante uit zijn hoofd kende en dat hij een vurige bewonderaar was van Baudelaire en Nietzsche.

In 1894, Amedeo is dan tien jaar, overlijdt zijn grootvader Garsin. De dood van zijn geliefde opa zal hoogstwaarschijnlijk een diepe indruk op het kleine mannetje gemaakt hebben. Net als meer leden van zijn familie kampt de kleine Amedeo met problemen met zijn longen. In de zomer van 1895 lijdt Amedeo aan een ernstige borstvliesontsteking. Zijn moeder vraagt zich in het dagboek af wat er van haar jongste zoon terecht zal komen, opnieuw beschrijft ze hem als verwend maar intelligent kind:'‘We zullen moeten afwachten hoe hij zich ontpopt. Misschien als een kunstenaar?,’ noteert ze met vooruitziende blik. In datzelfde jaar 1895 voltooit zijn broer Emanuele zijn studie rechten aan de universiteit van Pisa en wordt lid van de socialistische partij in Livorno. De familie Modigliani is niet bijzonder religieus, volgens mijn moeder voelden ze zich vooral Italiaans en in tweede instantie pas Joods. Toch doet Amedeo in augustus 1897 zijn bar mitzwah. Het jaar daarop, 1898 dus, is het geboortejaar van Jeanne Hébuterne de vrouw die in de toekomst zijn kind zal baren. De belangrijkste gebeurtenis voor de Modigliani’s dat jaar is ongetwijfeld de arrestatie van Emanuele in mei en zijn veroordeling in juli wegen anarchistische acties. Amedeo is reuze trots op zijn broer en noemt hem ‘een held’.

De ontdekking van een passie

Amedeo neemt tekenlessen bij de beste leraar in Livorno, de schilder Guglielmo Micheli (1866-1926). Helaas speelt zijn slechte gezondheid hem opnieuw parten, door longproblemen moet hij de lessen tijdelijk staken. In april 1899 schrijft zijn moeder in het familiedagboek dat Dedo geen aandacht meer schenkt aan zijn schoolwerk en zich volledig en met overgave op tekenen en schilderen heeft gestort. In het atelier van Micheli ontmoet hij Oscar Ghiglia, met wie hij al snel goed bevriend raakt. Oscar was een paar jaar ouder dan Amedeo. Oscars werk was, weliswaar niet bijster origineel, populair, het verkocht regelmatig. Guglielmo Micheli is Amedeo’s eerste leermeester en speelt daarmee een belangrijker rol in het leven van zijn pupil. Tenminste: dat zou je denken. In de bibliotheek heb ik niet veel informatie kunnen vinden over deze Micheli, het lijkt erop dat zijn werk grotendeels in de vergetelheid is geraakt. Alleen zijn betrokkenheid bij de ontwikkeling bij Modigliani zorgt ervoor dat zijn naam hier en daar nog opduikt. Micheli was een landschapschilder, die vooral succes had met zijn zeegezichten. Zijn stijl doet ouder aan dan eind 19e, begin 20 ste eeuw en de schilderijen roepen weinig gevoelens op maar het vakmanschap van de maker staat buiten kijf. Modi was een echte portretkunstenaar, hij heeft in zijn leven maar een paar landschappen gemaakt die daarbij ook nog eens duidelijk op Cezanne en niet door zijn oude leermeester geïnspireerd zijn. Het is een opvallend verschil dus leraar en leerling . Micheli was weliswaar de beste tekenleraar in Livorno die moeder Modigliani in kon huren, een jaar nadat Amedeo Micheli’s atelier definitief had verlaten schreef hij tijdens een rondreis door Capri aan zijn vriend Ghiglia: ‘Micheli? Mijn God, er zijn regimenten schilders van zijn kaliber hier in Capri.’

Opnieuw ernstig ziek

In 1900 balanceert Amedeo weken lang op het randje van de dood: er wordt tuberculose bij hem vastgesteld, een ziekte die zijn longen nooit helemaal zal verlaten en een grote bijdrage zal leveren aan de oorzaak van zijn vroege overlijden. Weken lang ligt hij in zijn bed te ijlen en dan wordt het de familie duidelijk hoe serieus Amedeo’s passie voor tekenen en schilderen is en wat zijn diepste wens is: hij wil schilder worden. Op een gegeven moment heeft de jongen een nachtmerrie waarin hij de trein naar Florence mist en daardoor de meesterwerken die daar hangen niet te zien krijgt. Hij wordt huilend wakker. Zijn moeder belooft hem dat ze, zodra hij beter is, samen naar Florence zullen reizen om daar de meesterwerken te gaan bezichtigen. Eugenia houdt zich aan haar belofte, zodra Amedeo in staat is te reizen (begin 1901) vertrekken ze. Amedeo is dan zeker nog niet beter: de dokters verwachtten zelfs dat hij zal sterven maar Eugenia wil zich niet neerleggen bij deze prognose en gelooft dat de warmte van het zuiden haar zoon goed zal doen. De reis voert hen naar Napels, Capri, Amalfi, Rome, Florence en Venetië. Ze bezoeken daar musea, kerken en galerieën. Tijdens deze reis schrijft Modi regelmatig brieven aan zijn vriend Oscar Ghiglia waarin hij vertelt wat hij allemaal gezien heeft.

Na de reis

Na de reis langs alle artistieke hoogtepunten van Italië, valt het Amedeo moeilijk om opnieuw zijn draai te vinden in ‘niet zo artistieke’ Livorno. Begin 1901 verblijft hij daarom op kosten van zijn oom Amédée Garsin in Rome, waar hij schilderijen kopieert in de verschillende musea daar. Later dat jaar volgt hij lessen aan de Scuola libera di Nudo (Vrije school voor naaktstudies) in Florence en deelt een appartementje met zijn vriend uit Livorno, Oscar Ghiglia. Het lijkt er niet op dat Amedeo veel gestudeerd heeft aan deze academie; in de twee jaar dat hij officieel in Florence woont en werkt, brengt hij het meeste van zijn tijd door in Venetië waar hij lessen volgt aan de Istituto di Belle Arti. In 1903 verhuist hij daadwerkelijk naar Venetië waar hij bevriend raakt met onder andere Umberto Boccioni, Manuel Ortiz de Zarate en Cuccolo. Ortiz de Zarate verklaart later dat Amedeo in de tijd al aan hem heeft bekend dat hij intens graag wil beeldhouwen én dat hij het liefst in Parijs zou willen wonen en werken. Beeldhouwen is een probleem omdat de benodigde materialen erg duur zijn en Amedeo nog steeds op kosten van zijn oom leeft. In Venetië gebruikt Modi voor het eerst hasjies en schijnt hij vaak door de slechte wijken van de stad te struinen. In 1905 sterft zijn oom Amédée Garsin. Het is voor de familie Modigliani financieel moeilijk om Amedeo buiten Livorno te laten studeren. Zijn voorgenomen vertrek naar Parijs wordt uitgesteld. Eugenia schrijft in haar familiedagboek dat ze bezorgt is om zijn gezondheid. Later dat jaar bezoekt ze hem in Venetië en geeft ze hem het geld dat hij nodig heeft om naar Parijs te reizen.
© 2009 - 2010 Alba, gepubliceerd in Biografie (Kunst en Cultuur) op 03-03-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Alba is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Modigliani The Melancholy Angel (uitgave Musée Luxembourg)
  • Modigliani Alfred Werner
  • Wikipedia

Reageer op het artikel "Amedeo Modigliani: Zijn jeugd in Italië"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.