Kerkgewelven en beschilderingen
Een gewelf is een boogvormige constructie van elementen die samen een ruimte overspannen. Gewelven zijn vooral in kerken, kelders, kasteelzalen of bruggen toegepast. Kerkgewelven zijn vanaf een bepaald moment in de middeleeuwen vaak beschilderd met Bijbelse taferelen. Helaas zijn veel beschilderingen onder kalklagen verdwenen. Het restaureren daarvan is kostbaar en kost menig uur werk voor de restaurateurs.Bouwtechniek voor een gewelf
Om een gemetseld gewelf te kunnen construeren is een tijdelijke constructie van hout of staal nodig. Zo’n constructie wordt “formeel” genoemd en is noodzakelijk om tijdens de bouw de stenen te ondersteunen totdat deze voldoende in de cement zijn gedroogd. Als het gewelf niet uit één stuk is gebouwd, maar de onderdelen door ribben worden gescheiden, worden alleen de ribben door een formeel ondersteund. De tussenvlakken worden gebouwd met behulp van een los formeel. De drukkrachten van een gewelf zijn zo groot dat de ondersteunende pilaren flinke krachten aan moeten kunnen, willen ze niet uiteen worden gedreven door de druk en het gewelf instorten.De Romeinen waren meesters in het construeren van dergelijke gewelven. Zij maakten koepels met een diameter van meer dan veertig meter als overkoepeling van een ruimte. De technische kennis daarvoor is in later eeuwen verloren gegaan. In plaats daarvan kwamen de bouwers bij de vroeg romaanse bouwwerken niet verder dan eenvoudige kapconstructies. Later zijn de technieken weer hervonden en opnieuw bij grote bouwwerken toegepast.
Beschilderingen ten prooi aan de vlammen
Middeleeuwse kerken waren aan de binnenzijde vrijwel altijd van een afwerklaag voorzien. Tot ongeveer 1250 werden de kerken meestal wit gepleisterd. Daarna werden veelal schilderingen aangebracht of werden architectonische elementen met kleur geaccentueerd. Veel van die gewelfschilderingen zijn verloren gegaan door er één of soms meerdere lagen kalk overheen aan te brengen of door verval. Kerkgewelven zijn niet altijd van steen maar kunnen ook uit hout zijn vervaardigd. Vooral schilderingen op houten gewelven zijn er niet meer omdat die meermaals ten prooi zijn gevallen aan grote stadsbranden.Kleur Godshuizen in middeleeuwen
Voor de middeleeuwer verhoogde de waarde van Gods huis door veel kleur aan te brengen in de muurschilderingen en de plafondversieringen. Maar de schilderingen hadden ook een praktische bedoeling. De meestal ongeletterde gelovigen kregen door de schilderingen onderricht over het geloof. Ook werd de almacht van God in veel taferelen afgebeeld.Voorbeelden hiervan zijn te vinden in de parochiekerk van het Brabantse Herpen. Een kerk die toegewijd is aan de H. Sebastiaan en de H. Hubertus en stamt uit de late middeleeuwen.
De onderwerpen van die beschilderingen zijn het lijden van Christus, de beeltenis van Sint Sebastianus, paus Fabianus en David. De gewelfschilderingen zijn gemaakt in opdracht van Philip van Cleve de toenmalige Heer van Ravenstein, die ook zijn wapen liet meeschilderen. Tijdens de reformatie zijn alle schilderingen bedekt met een kalklaag. Zij kwamen weer tevoorschijn na de grote verbouwing in 1907. In dat jaar werd het middenschip van de kerk verbouwd tot een neogotisch driebeukig schip. Het dak kreeg dezelfde hoogte als het oorspronkelijke koor van rond 1450. Aan de zuidzijde van de kerk werd de sacristie gebouwd en aan de noordzijde de bidkapel. Links en rechts van de toren verschenen de Mariakapel en de doopkapel. Helaas hebben aan het begin van de vorige eeuw overschilderingen van de gewelven plaatsgevonden.