Snelle uitvinding: de fiets

Snelle uitvinding: de fiets In Nederland heeft een groot deel van de bevolking er één, of zelfs meer dan één: een fiets. De ontwikkeling hiervan begon ongeveer tweeënhalve eeuw geleden. Een groot succes waren de eerste fietsen nog niet. Het waren namelijk loopfietsen die je niet eens kon besturen. Door allerlei ontwikkelingen heeft de fiets toch een belangrijke plek weten te veroveren in de wereld en zeker ook in Nederland.

Loopfietsen

De geschiedenis van de fiets begint ongeveer tweeënhalve eeuw geleden. Echte fietsen, zoals we die nu kennen, waren het nog niet, het waren namelijk loopfietsen. Michael Kessler was in 1760 de eerste die een loopfiets ontwierp. Hij was gemaakt van hout en had geen trappers, vandaar ook de naam. De Fransman Mede de Sivrac ontwikkelde in 1771 eveneens een loopfiets, net als die van Michael Kessler zonder trappers en evenmin kon deze fiets bestuurd worden. De voorvork kon namelijk niet bewegen, maar zat vast. Mede de Sivrac noemde zijn ontwerp velociféra. De velociféra en de loopfiets van Michael Kessler werden beide geen succes.

In 1817 werd een nieuwe loopfiets ontworpen door de Duitser Karl von Drais. De reden hierachter was de vulkaanuitbarsting op het Indonesische eiland Soembawa in 1816. Na deze uitbarsting mislukten over de hele wereld de oogsten. Dit had tot gevolg dat dieren die in deze tijd nog veel werden gebruikt als vervoermiddel, te weinig te eten hadden. Hierdoor ontstonden problemen met transporten. Karl von Drais zocht daarom naar een alternatief voor last- en trekdieren, die hij vond in de loopfiets. Zijn fiets was wel voorzien van besturing, wat het gebruik ervan al een stukje gemakkelijker maakte. Trappers waren nog niet aanwezig, ook was er geen rem. Het ontwerp van Karl von Drais werd een draisine genoemd. Hij was gemaakt van hout en woog zoín 22 kilo. De draisine werd al iets bekender en meer gebruikt, maar toch was het nog steeds geen groot succes.

De vélocipède

De Fransman Pierre Lallement voegde in de jaren zestig van de negentiende eeuw pedalen toe aan het ontwerp van een loopfiets. Deze wilde hij bevestigen aan het iets grotere voorwiel van de fiets. Pierre Michaux en de gebroeders Olivier zagen wel wat in zijn plannen en begonnen een fietsfabriek. Pierre Lallement vertrok later naar Amerika, waar hij in 1866 patent aanvroeg op zijn uitvinding. In de fietsfabriek van de gebroeders Olivier en Pierre Michaux werden ondertussen vele vélocipèdes vervaardigd. Het is echter niet helemaal duidelijk of het hier nou ging om het ontwerp van Pierre Lallement, of dat het ontwerp van Ernest Michaux, zoon van Pierre Michaux, was. Mogelijk zijn er nog meer mensen die in dezelfde tijd een soortgelijke uitvinding deden, maar deze fietsen zijn nooit in gebruik genomen. De vélocipède werd wel een succes: vele mensen schaften er één aan. Erg comfortabel waren deze vroege fietsen nog niet. In eerste instantie werden ze gemaakt van hout, later van ijzer. Rubberen banden waren er nog niet en een vering ontbrak. Ook werd de vélocipède nog niet aangedreven door een ketting. De fietser werd dan ook aardig door elkaar geschud, ook omdat veel wegen nog niet zo strak aangelegd waren.

De hoge bi

Omdat fietsen nog niet werden aangedreven door een ketting, lag de snelheid nog niet zo hoog. Daarom werd rond 1870 een nieuw soort fiets ontwikkeld waarmee een hogere snelheid kon worden behaald: de hoge bi. Dit werd bereikt door het voorwiel zeer groot te maken en het achterwiel klein. James Starley was in Engeland de ontwerper van de eerste hoge biís, waar deze de Ariel werd genoemd. Deze was voorzien van draadspaken, waar James Starley ook het patent op kreeg. De hoge bi was niet makkelijk in gebruik en zorgde dan ook voor veel ongelukken. Wanneer een fietser op een hoge bi plotseling remde of over een flinke hobbel reed, was de kans groot dat hij aan de voorkant over zijn fiets vloog. Sowieso was het al niet gemakkelijk om op de hoge fiets te komen, en door de hoge zit was het niet mogelijk om snel even een voet op de grond te zetten om het evenwicht te herstellen. Daarom werd er gezocht naar alternatieven, die enkele jaren later zouden volgen.

De veiligheidsfiets

John Kemp Starley, neef van James Starley, produceerde in 1885 de veiligheidsfiets. In 1868 was al de eerste fiets met kettingaandrijving verschenen, en ook John Kemp Starley maakte hier gebruik van. Hierdoor hoefde het voorwiel niet zo groot te zijn om snelheid te kunnen maken, hier zorgde de ketting namelijk voor. Dit had tot gevolg dat de fietser weer wat lager bij de grond kon zitten. De veiligheidsfiets was dan ook een stuk veiliger dan de hoge bi, vandaar ook de naam van John Kemp Starleys ontwerp. In feite was de veiligheidsfiets de eerste fiets die sterk leek op de fiets van tegenwoordig.

De banden van deze fiets waren van massief rubber, maar deze werden vanaf 1888 vervangen door de met lucht gevulde banden van de Schot John Boyd Dunlop. Dunlop vroeg patent aan op zijn uitvinding en kreeg het ook. Later werd dit echter weer ingetrokken, omdat de eveneens Schotse Robert William Thomson in 1845 al rubberen banden had ontwikkeld en er patent op had aangevraagd. Zijn banden waren echter niet bekend geworden omdat er geen vraag naar was.

Latere ontwikkelingen

Na de veiligheidsfiets van John Kemp Starley is het uiterlijk van de gewone fiets tot nu toe eigenlijk niet meer zo veel veranderd. Er zijn nog wel verschillende ontwikkelingen geweest die het fietsen comfortabeler of veiliger maakten, zoals het toevoegen van versnellingen, ofwel de derailleur. Al aan het eind van de negentiende eeuw waren ontwerpers hier mee bezig, maar het duurde nog een aantal jaren voor veel fietsen daadwerkelijk met versnellingen werden uitgerust. De derailleur maakte het makkelijker om bijvoorbeeld een berg op te fietsen of tegen de wind in te trappen door in een lichtere versnelling te fietsen.

Aan het eind van de negentiende eeuw werd eveneens al gekeken naar de mogelijkheid tot het elektrisch aandrijven van fietsen. Ook hier duurde het echter nog een groot aantal jaren voor deze fietsen op de markt kwamen. Pas sinds kort zijn elektrische fietsen en fietsen met trapondersteuning sterk in opkomst in Nederland.
© 2013 - 2020 Muser, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Etymologie van fietsenEtymologie van fietsenNederland is een fietsland! Volgens een onderzoek in 2011 waren er op dat moment ongeveer 19 miljoen bruikbare fietsen i…
Vakantie vieren in de jaren dertigVakantie vieren in de jaren dertigIn de jaren dertig van de vorige eeuw waren er verschillende mogelijkheden om vakantie te houden. Wie geld genoeg had, v…
De tijd van de volkeren, van vernieuwing naar vernieuwingIn de tijd van vorsten en ontdekkingen veranderde er heel wat in onze streken. Er werden nieuwe producten uit verre oord…
De fietsrepubliek; Pete JordanDe fietsrepubliek; Pete JordanHet is soms verleidelijk om te denken dat we in een bananenrepubliek wonen, maar feitelijk wonen we in een fietsrepublie…

Megalithische monumenten en losse menhirsMegalithische monumenten en losse menhirsEen megaliet is een reusachtige steen. Het woord megaliet is afgeleid van het Griekse mega = groot en lithos = steen. Ee…
Het beruchtste criminele stel: Bonnie en ClydeHet beruchtste criminele stel: Bonnie en ClydeBonnie en Clyde, wie heeft nou niet van deze namen gehoord? Al is het alleen al omdat er films over zijn gemaakt en er l…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Lumpi, Pixabay
  • Wikipedia.
  • http://www.cyclofocus.com/wlc/page/Geschiedenis_van_de_fiets

Reageer op het artikel "Snelle uitvinding: de fiets"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Muser
Laatste update: Januari 2016
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!