InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Habsburgse Nederlanden: De Tachtigjarige Oorlog

Habsburgse Nederlanden: De Tachtigjarige Oorlog

Habsburgse Nederlanden: De Tachtigjarige Oorlog In de vijftiende eeuw stond de Rooms Duitse keizer Karel V aan het hoofd van de Nederlanden als landsheer. Dit ging lange tijd goed tot er in het christendom een nieuwe stroming ontstond die de naam het protestantisme kreeg. De rooms-katholieke Karel bond de strijd met het protestantse geloof aan en zijn zoon en opvolger Filips II, Landvoogd der Nederlanden en koning van Spanje, zette deze strijd met harde hand voort. De geloofskwestie in de Nederlanden leidde tot veel onrust en het was de stadhouder van Holland en Zeeland, Willem van Oranje, die de Nederlanden wist aan te zetten tot een opstand. De opstand van de Nederlanden, die in totaal tachtig jaar zou duren, ging de geschiedenisboeken in als de Tachtigjarige Oorlog en Willem van Oranje werd als de oprichter van de nieuwe Republiek der zeven Verenigde Nederlanden gezien.

Inhoud


Machtsstrijd

In de vijftiende eeuw stonden de Habsburgse Nederlanden onder leiding van hun landsheer Karel van Luxemburg. Karel was een zoon van de huidige Roomse Duitse keizer en hierdoor een machtig man. Na het aftreden van zijn vader werd Karel in 1516 tot koning Karel I van Spanje gekroond en drie jaar later wist hij het zelfs te schoppen tot Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Aan het hof van Karel V in Brussel groeide een jongeman op die van groot belang voor de toekomst van de Nederlanden zou zijn. Zijn naam was Willem van Nassau, de toekomstige prins van Orange (Oranje). Karel V was erg gecharmeerd van de jonge Willem en zag een grote toekomst voor hem weggelegd als diplomaat van de Habsburgse Nederlanden. Toen Karel V op zesenvijftigjarige leeftijd aftrad als landsheer der Nederlanden was het de beurt aan zijn zoon Filips II om hem op te volgen. Helaas bleek Filips een andere koers te varen dan zijn vader Karel en Filips kwam hierdoor al snel in botsing met zijn raadsman Willem van Oranje.

Willem van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)Willem van Oranje / Bron: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Willem van Oranje (1533-1584)
In 1533 kwam in het Duitse stamslot Dillenburg een jongen ter wereld die de naam Willem van Nassau-Dillenburg kreeg. Willem was de eerstgeborene van Willem de Rijke (1487-1559), graaf van Nassau en Dillenburg en zijn vrouw Juliana van Stolberg (1506-1580). Vader Willem de Rijke was voornamelijk rijk aan kinderen want na Willem werden er nog elf kinderen geboren, zeven meisjes en vier jongens:
  • Hermanna (1534-onbekend), Hermanna stierf helaas al op jonge leeftijd.
  • Jan van Nassau (1536-1606)
  • Lodewijk van Nassau (1538-1574)
  • Maria van Nassau (1539-1599)
  • Adolf van Nassau (1540-1568)
  • Anna van Nassau (15441-1616)
  • Elisabeth van Nassau (1542-1603)
  • Catharina van Nassau (1543-1624)
  • Juliana van Nassau (1546-1588)
  • Magdalena van Nassau (1547-1633)
  • Hendrik van Nassau (1550-1574)

De kinderen van Nassau werden, net als hun moeder Juliana als kind, volgens het lutherse geloof (een stroming binnen het protestantse christendom) opgevoed. Toen neef René van Charlon (1519-1544) overleed zonder kinderen na te laten veranderde het leven van de familie Nassau voorgoed. René liet zijn prinsdom Orange (Oranje) en diverse rechten en bezittingen in de Habsburgse Nederlanden na aan de elfjarige Willem. Het prinsdom Orange viel onder de leiding van de Rooms Duitse keizer Karel V en zoals gebruikelijk was in die tijd vroegen de ouders van Willem toestemming aan de keizer om de erfenis te accepteren. Karel V ging akkoord maar onder één voorwaarde; de lutherse Willem zou zijn verdere opvoeding krijgen aan het Brusselse hof en moest zich bekeren tot het rooms-katholieke geloof.

Willem in opleiding

Willem de Rijke en Juliana van Stolberg twijfelden geen moment en gingen akkoord met de voorwaarde van Karel V. De jonge Willem verhuisde op elfjarige leeftijd naar het hof van keizer Karel in Brussel en zou hier opgeleid worden tot diplomaat. In het kader van zijn opleiding leerde de Duitstalige Willem onder andere Spaans, Frans, Latijn, Italiaans maar ook het plaatselijke Nederlands en hij bleek al spoedig een zeer goede leerling. In navolging van de afspraak met Karel bekeerde Willem zich ook tot het rooms-katholieke geloof. Keizer Karel was onder de indruk van de verrichtingen van de jonge prins van Oranje en zag al snel een grote rol voor hem weggelegd. Door zijn belangrijke positie aan het Brusselse hof leerde Willem ook diverse hoogwaardigheidsbekleders kennen die hij in de toekomst als vijand tegenover zich zou krijgen. De hertog van Alba, beter bekend als Alva (1507-1582) en de staatssecretaris Granvelle (1484-1550) waren hier twee voorbeelden van. Willem kreeg zijn bijnaam de Zwijger ook in zijn tijd aan het hof. Willem was een zeer bekwaam spreker maar liet bij een onderhandeling nooit het achterste van zijn tong zien. Door deze goede eigenschap kreeg hij al snel uit bewondering de bijnaam de Zwijger toebedeeld. Met goedkeuring van keizer Karel stapte Willem in 1551 in het huwelijksbootje met Anna van Egmont (1533-1558). Naast dat dit huwelijk Willem's belangen in de Nederlanden aanzienlijk vergrootte schonk Anna Willem ook zijn eerste kinderen en toekomstig opvolger:
  • Maria van Nassau (1553-1554)
  • Filips Willem van Nassau (1554-1618), toekomstig prins van Oranje.
  • Maria van Nassau (1556-1616)

Koning Filips II / Bron: Antonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)Koning Filips II / Bron: Antonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Filips II (1527-1598), koning van Spanje en Landheer der Nederlanden
In 1555 vond keizer Karel het genoeg geweest en steunend op de schouder van zijn trouwe adviseur Willem van Oranje, droeg hij het stokje over aan zijn zoon Filips II. Filips werd hiermee Landheer der Nederlanden en koning van Spanje. De jongere broer van Karel, Ferdinand I (1503-1564) werd gekozen tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Zoals gebruikelijk was nam Filips het grootste gedeelte van zijn vaders raadsmannen en adviseurs over en zo werd Willem van Oranje in de nieuwe regering één van de raadsmannen van de Spaans koning Filips. Onder invloed van de Spaanse vorst begon de naam Habsburgse Nederlanden te verdwijnen en de Spaanse Nederlanden werden een gebruikelijkere naam om de gebieden mee aan te duiden. Onder het bewind van de voormalig keizer Karel had een nieuwe stroming binnen het christendom zijn intrede gedaan wat de naam protestantisme kreeg. De katholieke Karel had hier op diverse manieren tegen proberen op te treden maar was vergeleken met zijn zoon Filips erg mild geweest. Filips was overtuigd katholiek en van mening dat het rooms-katholieke geloof het enige en ware geloof was. Willem van Oranje, opgevoed als Lutherse en bekeerd tot het rooms-katholieke geloof onder druk van Karel, stond wel open voor de nieuwe stroming binnen het christendom en dit leidde al snel tot flinke meningsverschillen tussen Filips en Willem. Filips voerde steeds meer maatregelen tegen het protestantisme in en de onrust in de Nederlanden begonnen te groeien. Net als Willem van Oranje waren veel steden en gewesten van mening dat de keuze voor het geloof bij het volk lag en niet bij een vorst en de maatregelen van Filips waren het gesprek van de dag. In een laatste poging Willem aan zijn kant te krijgen benoemde Filips hem tot stadhouder (plaatsvervanger van de regerend vorst) van Holland en Zeeland.

De Spaanse Nederlanden

Het plan van Filips om Willem onder de duim te krijgen door hem te benoemen als stadhouder, werkte averechts. Willem kreeg als stadhouder meer macht en invloed en al snel steeg zijn populariteit onder de inwoners die, net als hij van mening waren, dat de keuze voor de godsdienst bij het volk lag. De verhoudingen tussen Filips en de invloedrijke Nederlandse adel verslechterden in hoog tempo en niemand was er rouwig om toen Filips in 1559 naar Spanje vertrok om daar zijn taak als koning uit te voeren. Bij zijn vertrek had Filips zijn halfzus Margaretha van Parma aangesteld als landvoogdes der Nederlanden, maar aangezien Margaretha totaal geen ervaring had op dit gebied liet Filips zijn trouwe adviseur en staatssecretaris Antoine Perrenot de Granvelle bij haar achter. Dit maakte Margaretha niet meer dan een pion op het schaakbord van Filips en Granvelle.

Veranderingen

Zodra Filips in Spanje arriveerde merkte hij dat het protestantisme ook daar haar intrede had gedaan en hij besloot korte metten met het nieuwe geloof te maken. Hij vaardigde diverse plakkaten (wetsverordeningen) uit die de vervolging van ketters toestond en richtte in Spanje de zogenaamde inquisitie op; een groep mannen die als enige opdracht hadden toezien op de uitvoering van de plakkaten. Landvoogdes Margaretha kreeg van Filips de opdracht om de plakkaten in de Nederlanden te verspreiden en deed dit met grote tegenzin. Ondertussen zag staatssecretaris Granvelle met behulp van Filips' Geheime Raad toe op de uitvoering van de plakkaten. Om de gearresteerde ketters te kunnen veroordelen richtte Filips ook de Raad van Beroerte op. Door de vele doodvonnissen die deze gevreesde Raad uitsprak kreeg ze onder de inwoners van de Nederlanden al snel de bijnaam de Bloedraad. De bodem van de Spaanse schatkist begon inmiddels inzicht te komen door Filips' strijd tegen het protestantisme en hij voerde diverse nieuwe belastingen in om zijn strijd te kunnen voortzetten. Willem van Oranje had even wat andere dingen aan zijn hoofd gehad want zijn vrouw Anna van Egmont was in 1558 al op jonge leeftijd overleden. Willem had inmiddels een nieuwe vrouw gevonden en was in 1561 in het huwelijk getreden met Anna van Saksen (1561-1571). Ook deze Anna schonk Willem een aantal kinderen en het gezin Nassau werd verder uitgebreid met:
  • Anna (1562-1561), helaas overleed de kleine Anna al kort na haar geboorte.
  • Anna van Nassau (1563-1588)
  • Maurits (1564-1566), de kleine Maurits en tweede opvolger in lijn overleed als peuter.
  • Maurits (1567-1625), toekomst stadhouder en prins van Oranje.
  • Emilia (1569-1629)

Door het huwelijk van Willem met Anna van Saksen breidde Willem niet alleen het aantal gezinsleden uit maar ook het aantal belangrijke contacten in Duitsland.Toen Filips ter oren kwam dat Willem was getrouwd werd hij woedend. Ten eerste had Willem zijn huwelijk niet met hem overlegd en ten tweede verkreeg Willem door het huwelijk nog meer macht en dat probeerde Filips juist koste wat kost te voorkomen.

Het standbeeld van de heren van Egmont en (van) Horne in Brussel / Bron: Jahoe, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)Het standbeeld van de heren van Egmont en (van) Horne in Brussel / Bron: Jahoe, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
Het Eedverbond der Edelen
In de tijd dat Willem op zoek was naar een vrouw in Duitsland hield hij zich als stadhouder van Holland en Zeeland ook veelvuldig bezig met het politieke bestuur van de de Nederlanden. Zowel in de steden als in de Staten-Generaal nam de onrust over het beleid van de Spaanse koning Filips II steeds meer toe en het was Willem van Oranje die voorstelde een verbond te sluiten. Willem benaderde diverse hooggeplaatste edelen en vroeg hen om hem te steunen in zijn strijd voor de godsdienstvrijheid. De heren Filips van Montmorency (1524-1568), de graaf (van) Horne en Lamoraal van Egmont (1522-1568), graaf van Egmont betuigden Willem openlijk hun steun en met zijn drieën richtten ze het Eedverbond der Edelen op. De heren schreven gezamenlijk een brief aan hun landvoogdes Margaretha van Parma waarin ze haar vroegen het beleid ten opzichte van de kettervervolging te versoepelen. Margaretha stond hier niet afwijzend tegenover maar kon deze beslissing niet nemen zonder haar halfbroer Filips te raadplegen. Ze besloot Willem en zijn aanhangers het voordeel van de twijfel te geven en schortte de kettervervolging tijdelijk op zodat Willem in staat was genoeg handtekeningen te verzamelen om een officiële brief aan koning Filips te sturen. Door veel steden werd de boodschap van Margaretha verkeerd begrepen en ze dachten dat ze de strijd definitief hadden gewonnen. De protestanten die zich lange tijd hadden verborgen kwamen massaal te voorschijn en Willem had binnen no time het benodigde aantal handtekeningen om een officieel verzoek aan koning Filips te sturen.

Willem van Oranje; leider van de Nederlandse opstand

In navolging van de positieve reactie van Margaretha van Parma stuurde het Eedverbond der Edelen een brief aan koning Filips waarin ze hem rechtstreeks vroegen om het beleid ten aanzien van de ketters te versoepelen. Maar helaas werkte de brief van de Nederlandse edelen als een rode lap op een stier bij Filips. Hij was woedend over het verraad van Willem van Oranje en zijn aanhangers en besloot in navolging van de strenge plakkaten een nieuw plakkaat in te voeren. Dit plakkaat kreeg al snel de bijnaam het Bloedplakkaat door de vele doden die het tot gevolg had. Tevens besloot hij zijn strenge en gevreesde Spaanse inquisitie naar de Nederlanden te sturen om de rust en orde te herstellen. Als leider van de inquisitie stelde Filips zijn befaamde Spaanse generaal Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel (1507-1582), kortweg Alva genoemd, aan. Al snel stroomden de berichten over de komst van de Spaanse inquisitie de Nederlanden binnen en Willem besloot dat het tijd was om de strijd met de Spaanse macht aan te gaan. Hij verzamelde zijn aanhangers, voornamelijk gebieden en steden uit de noordelijke Nederlanden, en probeerde hen voor te bereiden op de strijd die komen zou.

Spaanse inquisitie

Hertog Alva was een trouw generaal gebleken in de tijd van keizer Karel en tevens waren Willem en Alva geen onbekende van elkaar. De beide heren hadden enige tijd tot de trouwste adviseurs van koning Filips behoord. Maar de tijd dat de heren hadden samengewerkt was nu definitief voorbij. Hertog Alva had tijdens zijn veldslagen voor Spanje de bijnaam de IJzeren Hertog gekregen omdat hij bruut en meedogenloos was in de strijd. En toen Alva en zijn leger in de Nederlanden arriveerden nam de angst onder de bewoners in hoog tempo toe. Willem probeerde op diverse manieren in opstand te komen maar zijn strijd tegen de Spaanse Alva zou ruim zes jaar in beslag nemen.

De Spaanse generaal Alva, officieel de hertog van Alba, beter bekend als hertog Alva / Bron: Anthonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)De Spaanse generaal Alva, officieel de hertog van Alba, beter bekend als hertog Alva / Bron: Anthonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Hertog Alva (1507-1582)
Toen de Spaanse generaal Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, kortweg hertog Alva, voet op Nederlandse bodem zette werd hij vergezeld door een immens leger van tienduizend Spanjaarden. Het was de bestuurders van de Nederlanden al snel duidelijk dat het hem menens was want Alva begon direct met het uitvoeren van de drie opdrachten die hij van koning Filips had gekregen:
  • De personen die mee hadden gedaan aan de opstand van Willem van Oranje en zijn edelen dienden streng te worden gestraft.
  • Het katholieke geloof werd het algemene geloof in de Nederlanden en het was de taak van de hertog van Alva om er voor te zorgen dat dit ook zo bleef.
  • Het bestuur van de Spaanse Nederlanden moest verder worden gecentraliseerd. Of in andere woorden, Alva moest er voor zorgen dat de Staten-Generaal monddood werd gemaakt.

De Spaanse troepen sloegen, met name in de gebieden rond het huidige regeringscentrum Brussel, hard toe en honderden protestanten werden gevangen genomen en door de Bloedraad ter dood veroordeeld. De protestanten die wisten te ontsnappen vluchtten voornamelijk naar Duitsland, Frankrijk en de noordelijke gebieden van de Nederlanden. Het zat hertog Alva dwars dat de edelen in opstand waren gekomen en hij besloot de drie heren die het eedverbond der edelen hadden opgericht bij hem thuis uit te nodigen om met ze te praten over een staakt het vuren. Helaas voor Alva was zijn plan nogal doorzichtig en alle drie de heren doorzagen dat het een list was. Op het afgesproken tijdstip stonden Alva en zijn mannen voor niets klaar want geen één van de drie heren kwam opdagen. Woedend opende Alva de jacht op de Edelen en dit leidde al snel tot de arrestatie van de graven van Egmont en (van) Horne. Na een aantal dagen in gevangenschap te hebben doorgebracht werden de beide heren door de Bloedraad ter dood veroordeeld. Samen met achttien andere hooggeplaatste edelen werden van Egmont en (van) Horne op de Grote Markt van Brussel ter dood gebracht door middel van de brandstapel. Willem van Oranje werd bij verstek vogelvrij verklaard en vluchtte in allerijl met zijn gezin naar zijn geboorteplaats Dillenburg in Duitsland.

Zoon en opvolger van Willem van Oranje; Filips Willem van Oranje-Nassau / Bron: Michiel van Mierevelt, Wikimedia Commons (Publiek domein)Zoon en opvolger van Willem van Oranje; Filips Willem van Oranje-Nassau / Bron: Michiel van Mierevelt, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Gijzeling en de Geuzen
De enige zoon van Willem die in de Nederlanden achterbleef was zijn oudste zoon en opvolger Filips Willem van Nassau (1554-1618). Filips Willem, die overigens deels vernoemd was naar de Spaanse koning Filips, studeerde aan de Universiteit van Leuven toen hij op veertienjarige leeftijd door de hertog van Alva werd gegijzeld en overgebracht naar Spanje. Als vergelding voor Willem's aandeel in de opstand had Filips besloten Willem's zoon een rooms-katholieke opvoeding te geven en aangezien Willem hier nooit vrijwillig mee zou instemmen had de koning besloten dat het dan maar met geweld moest. De jonge Filips Willem werd per schip naar Spanje gebracht en zag zijn vader Willem nooit meer terug. Filips Willem groeide aan het Spaanse hof in betrekkelijke vrijheid op tot er werd ontdekt dat hij een intensieve briefwisseling met zijn vader Willem van Oranje onderhield. Willem probeerde ondertussen vanuit Duitsland de opstand nieuw leven in te blazen maar vond weinig steun in de Nederlanden. De angst bij de bestuurders en edelen zat er goed in na de heftige aanpak van hertog Alva en de meeste gewesten besloten zich gedeisd te houden. Willem gaf de moed niet op en besloot de Geuzen te benaderen. De Geuzen waren een groep op drift geraakte kapers afkomstig uit alle rangen en standen van de Nederlandse bevolking. Onder de Geuzen bevonden zich hoge edelen en marine-officieren die op de vlucht waren geslagen voor de Spanjaarden maar ook dieven, bedelaars en veroordeelde misdadigers. Willem van Oranje kwam al snel tot de conclusie dat deze mannen niet bang waren uitgevallen en dat was precies wat hij zocht om de Spaanse Alva enig weerstand te kunnen bieden. Willem en de Geuzen werden het al snel eens. De Geuzen ontvingen kapersbrieven van Willem waarmee ze het recht hadden om uit zijn naam vijandelijke schepen en nederzettingen te overvallen en te plunderen en Willem kreeg in ruil daarvoor de leiding over de veroverde gebieden in handen.

Organisatie Geuzen

Na het ontvangen van de kapersbrieven trokken de Geuzen er al snel op uit en binnen korte tijd waren de eerste overvallen op Spaanse schepen en nederzettingen een feit. Alva reageerde vrij laconiek op de Geuzen en stuurde een aantal schepen op pad om de Geuzen op zee te verslaan. Hertog Alva was hierbij alleen niet op de hoogte van het feit dat de Geuzen voornamelijk zeer ervaren zeelieden waren en de Spaanse schepen delfden al snel het onderspit. Gesteund door de eerste overwinningen begonnen Willem en zijn Geuzen steeds meer moed te krijgen en al snel zaten ze de Spanjaarden dwars waar ze maar konden. Willem probeerde op zijn beurt meer orde in de Geuzen aan te brengen en stelde een admiraal aan die de naam Lumbres (geboorte- en overlijdensdatum onbekend) had. Lumbres had op zijn beurt goede contacten met Queen Elizabeth I van Engeland en al snel meerden de Geuzen ook in de Engelse havens aan. De macht en het bereik van de Geuzen werd hierdoor enorm vergroot en de Geuzen begonnen een serieuze tegenstander te worden voor de Spanjaarden. Om onduidelijke redenen werd Lumbres door Willem vervangen en in zijn plaats kwam Willem's halfbroer Lodewijk van Nassau (1538-1574) aan het hoofd van de Geuzen te staan. De organisatie van de Geuzen leek te lukken en de eerste "marine" van de noordelijke Nederlanden was geboren.

Verdeeldheid

Terwijl Lodewijk samen met de Geuzen de Spanjaarden te lijf ging was Willem druk bezig om steun te vinden voor zijn opstand bij de Nederlandse gewesten. De overwinningen van de Geuzen bleven ook in de steden niet onopgemerkt en steeds meer steden schaarden zich achter Willem van Oranje. Net als Willem was ook de hertog van Alva niet van plan zijn strijd te staken en hij diende een verzoek in bij koning Filips om meer Spaanse legers tot zijn beschikking te krijgen. Koning Filips stemde in met het verzoek en stuurde Alva's eigen zoon Fadrique Álvarez de Toledo (1537-1583), ook wel Don Frederik genoemd, richting de Nederlanden. Vader en zoon sloegen de handen ineen en gingen de Geuzen te lijf. Ondertussen werd het Willem en Lodewijk steeds duidelijker dat het vrijwel onmogelijk was de opstandige Geuzen onder controle te houden. Na de vele doden die er waren gevallen aan protestantse zijde besloten de Geuzen wraak te nemen door de katholieken vogelvrij te verklaren. Waar Willem hard zijn best deed de gewesten aan zijn kant te krijgen deden de Geuzen hard hun best de gewesten af te schrikken om met hen samen te werken. Met name de zuidelijke gebieden die onder strenge controle van de Spaanse inquisitie stonden zagen Willem, Lodewijk en hun Geuzen liever gaan dan komen. Ondanks de steun die Alva had gekregen van zijn zoon was het hem na zes jaar nog steeds niet gelukt om de Nederlandse opstand de kop in te drukken en de Spaanse koning Filips begon in te zien dat de harde lijn van Alva averechts had gewerkt. Hij riep Alva en zijn zoon in 1573 terug naar Spanje en stelde de meer gematigde Luis de Zúñiga y Requesens (1528-1576) - Don Luis- aan als landvoogd der Nederlanden.

Noord VS Zuid

Toen bekend werd in de Nederlanden dat de Spaanse hertog Alva vervangen zou worden door een ander was de vreugde onder de bevolking groot. De opstandelingen zagen het terugroepen van Alva als een kleine overwinning en vol goede moed trokken Lodewijk van Nassau en zijn Geuzen ten strijden tegen de Spanjaarden in de Slag om de Mookerheide. Helaas keerde het tij hier en zowel Lodewijk als zijn broer Hendrik van Nassau vonden tijdens deze slag de dood. De verslagenheid onder de opstandelingen na de dood van de beide broers van Nassau was groot. Toen Don Luis na zijn onverwachte overlijden werd opgevolgd door de halfbroer van Filips, (Don) Juan van Oostenrijk besloten de Staten-Generaal dat het tijd werd om in onderhandeling te treden over de vrede tussen Spanje en de Nederlanden.

Vrede van Gent

Het verdriet en de verslagenheid onder de aanhangers van Willem van Oranje was groot na het verlies van beide broers van Nassau. De meeste steden en gewesten gingen nog eens goed bij zich zelf te raden over het doel van de opstand en de fut bleek er grotendeels uit te zijn. Willem van Oranje bleef ook in deze periode hard zijn best doen om de noordelijke en zuidelijke Nederlanden met elkaar te laten samenwerken om op deze manier de Spanjaarden te verslaan. Maar zeker in de zuidelijke gebieden, die erg hadden geleden onder de Spaanse inquisitie, was de animo om mee te doen aan de opstand niet groot. De Nederlandse opstand leek langzaam dood te bloeden tot in september 1575 Spanje voor de tweede keer failliet werd verklaard. Het gevolg was dat de Spaanse koning Filips geen geld meer had om de Spaanse troepen die in de Nederlanden waren gelegerd hun soldij (loon) uit te betalen. De Spaanse troepen sloegen hierop aan het muiten en plunderen en vooral in zuidelijke Nederlanden waren de steden de pineut. Tot overmaat van ramp overleed in dezelfde periode ook nog de Landvoogd der Nederlanden, Don Luis, zonder dat hij een opvolger had benoemd. De Spaanse troepen in de Nederlanden waren zonder Spaanse legerleider compleet stuurloos. Toen de steden Mechelen en Antwerpen door de Spaanse troepen werden bedreigd was voor de gewesten Brabant en Henegouwen de maat vol en ze besloten de Staten-Generaal bijeen te roepen. Een uitzonderlijke situatie want het bijeenroepen van de Staten was alleen voorbehouden aan de regerend vorst of zijn stadhouder. De zuidelijke gebieden besloot om toenadering te zoeken met de meer radicale noordelijke gebieden om zo samen de Spanjaarden te verdrijven. De droom van Willem van Oranje om als een gezamenlijk land ten strijde te trekken tegen de Spanjaarden werd hierdoor zo goed als werkelijkheid. De noordelijke en zuidelijke Nederlanden werden het al snel eens over een plan om de Spanjaarden te verjagen. De geloofskwestie negeerden de Staten voor het gemak, ze hoopten deze later te kunnen oplossen als de Spanjaarden verdreven zouden zijn. De noordelijke en zuidelijke Nederlanden sloegen de handen ineen en legden hun afspraken vast in de Pacificatie van Gent. In 1577 trokken de opstandelingen, onder leiding van Willem van Oranje, gezamenlijk ten strijde en als snel wisten de Nederlanden de Spaanse troepen uit diverse steden te verdrijven.

Unie van Brussel

Toen het de Spaanse koning Filips ter oren kwam dat de Nederlanden zich hadden verenigd en de opstand weer nieuw leven hadden ingeblazen kon hij zijn oren niet geloven. Na al die jaren onder Spaanse heerschappij hadden de Nederlanden zich hier nog steeds niet bij neergelegd en Filips wist op zijn beurt niet zo goed wat hij nu met de Nederlanden aan moest. Na het overlijden van Don Luis stelde Filips zijn halfbroer (Don) Juan van Oostenrijk (1547-1578) aan als landvoogd der Nederlanden in de hoop dat hij de situatie onder controle kon krijgen. In januari 1577 zette Don Juan voet op Nederlandse bodem vergezeld van een groot aantal Spaanse soldaten. De Staten-Generaal was bang dat de opstand zou escaleren in een oorlog en nodigden Don Juan direct uit om te onderhandelen over een staakt het vuren. Don Juan en de Staten-Generaal wisten een vrij summiere vredesovereenkomst op papier te zettend die de naam Unie van Brussel kreeg. Naast de Staten-Generaal en Don Juan zette ook de Spaanse koning Filips zijn handtekening onder de Unie, al was dat zonder enige overtuiging. Zodra Filips zijn handtekening onder de Unie had gezet gaf hij zijn Spaanse legers de opdracht om zich terug te trekken en de strijd tussen de "Spaanse" Nederlanden en Spanje leek voorgoed ten einde.

Schending

Ondanks de vrede die heerste door de Unie van Brussel waren de Nederlanden niet eensgezind over deze oplossing. De Spaanse troepen hadden zich dan wel terug getrokken maar officieel stonden de Nederlanden nog steeds onder Spaans gezag. Willem van Oranje besloot zich in de tussentijd neer te leggen bij de Unie al had ook hij er weinig vertrouwen in dat de overeenkomst stand zou houden. Helaas bleken de vermoedens van Willem en veel andere inwoners te kloppen want zes maanden na het tekenen van de overeenkomst schond Don Juan deze door de citadel van Namen in te nemen. De Spaanse koning Filips gaf hierop de opdracht aan zijn Spaanse troepen om weer terug te keren naar de Nederlanden. De Staten-Generaal kwam met spoed bijeen om te overleggen wat ze moesten doen tegen de actie van Don Juan, maar waar de Staten bij de pacificatie van Gent hun meningsverschillen nog opzij konden zetten, bleek dat deze keer niet meer mogelijk. De mening van de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden lagen te ver uiteen om nogmaals een vuist te kunnen vormen tegen de Spaanse troepen. Toen Don Juan ook nog hulp kreeg in de vorm van Alexander Farnese (1545-1592), de zoon van voormalig landvoogdes der Nederlanden Margaretha van Parma, was de situatie in de Nederlanden niet langer meer houdbaar.

Scheuring en soevereiniteit

Een jaar na de aankomst van Alexander Farnese, de hertog van Parma, overleed Don Juan en hij wist voor zijn overlijden de jonge Farnese aan te wijzen als zijn opvolger. In de zuidelijke Nederlanden, waar het centrum van de Spaanse macht was gelegen, begon de nieuwe Landvoogd Farnese voortvarend aan zijn taak om de Nederlanden te "zuiveren" van de protestanten. De noordelijke Nederlanden weigerden zich daar en tegen neer te leggen bij de Spaanse heerschappij. Onder druk van de hertog van Parma werd een scheuring van de Nederlanden in de zuidelijke en noordelijke Nederlanden een feit, waarbij Willem van Oranje vervolgens hard zijn best deed om de noordelijke Nederlanden als zelfstandig en soeverein land de toekomst in te laten gaan.

De laatste pagina van de Unie van Utrecht met daarop een aantal handtekeningen van de hoogwaardigheidsbekleders van de zeven gewesten (provinciën)  / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)De laatste pagina van de Unie van Utrecht met daarop een aantal handtekeningen van de hoogwaardigheidsbekleders van de zeven gewesten (provinciën) / Bron: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
Atrecht & Utrecht
Naar aanleiding van de aanstelling van de nieuwe landvoogd en de schending van de Unie van Brussel kwam de Staten-Generaal weer met spoed bijeen. Maar dit keer bleken de belangen tussen met name de noordelijke en zuidelijke Nederlanden te ver uit elkaar te liggen om gezamenlijk op te treden. Naast de kwestie over het geloof verschilden de gebieden ook van mening over het accepteren van de Spaanse heerschappij en de handelsbelangen. De Staten-Generaal moest na de bijeenkomst helaas de conclusie trekken dat het op deze manier ook onmogelijk was om gezamenlijk verder te regeren over de Nederlanden. De zuidelijke Nederlanden namen hierop het heft in eigen handen en sloten in januari 1579 het Verdrag van Atrecht. Hiermee verklaarden de zuidelijke gewesten Artesië en Henegouwen en de Franstalige Vlaamse stad Dowaai dat zij trouw waren aan hun Spaanse koning Filips, zijn gezag en regels accepteerden en tevens de hertog van Parma erkenden als hun landvoogd. In de praktijk betekende dit dat de zuidelijke Nederlanden dus ook akkoord gingen met het rooms-katholieke geloof en de nog aanwezige protestanten vluchtten massaal naar de noordelijke Nederlanden. Naar aanleiding van het Verdrag van Atrecht besloten ook de noordelijke Nederlanden steun bij elkaar te zoeken en zij sloten het Verdrag van Utrecht. In dit Verdrag verklaarden de noordelijk Nederlanden hun landvoogd niet te erkennen en tevens was het aan het individu om te kiezen welk geloof hij of zij wilden belijden en niet aan de (Spaanse) vorst. Door de Verdragen van Utrecht en Atrecht vielen de Nederlanden definitief uiteen in een noordelijk en zuidelijk deel, dit tot groot verdriet van Willem van Oranje die altijd de droom had gehouden om de Nederlanden gezamenlijk te laten optreden tegen de Spanjaarden.

De noordelijke Nederlanden

Voor de zuidelijke Nederlanden keerde de rust terug en zij gingen een geheel eigen toekomst tegemoet. Voor de noordelijke Nederlanden begon de strijd tegen de Spanjaarden weer opnieuw. Niet alleen in de Nederlanden hadden er belangrijke wijzigingen in het bestuur plaatsgevonden maar zo ook in het Heilige Roomse Rijk. De Rooms Duitse keizer Ferdinand I (1503-1564) was afgetreden en vervangen door Rudolf II (1552-1612). Rudolf II had de strijd tussen de Spanjaarden en de Nederlanden al enige tijd aangekeken en organiseerde een vredesbespreking onder zijn leiding in de Duitse stad Keulen. Helaas bleken de Spanjaarden niet te willen onderhandelen met de noordelijke Nederlanden en namens koning Filips deden ze de Nederlanden één aanbod: onvoorwaardelijke acceptatie van de Spaanse heerschappij én het rooms-katholieke geloof. Dit was voor de noordelijke Nederlanden ondenkbaar en de poging van Rudolf strandde al snel. Koning Filips had op zijn beurt de vredesbespreking nooit serieus genomen en zijn Spaanse troepen gingen dan ook gewoon door met het belegeren van de gebieden die tot de noordelijke Nederlanden behoorden. Na de bespreking in Keulen ging koning Filips er vanuit dat de opstand in de Nederlanden nu wel voorbij was. De noordelijke Nederlanden was nog een dolend gebied zonder enige vorm van leiding en Filips verplaatste zijn persoonlijke aandacht dan ook naar de oorlog die hij voerde met Portugal. De Nederlanden liet Filips achter in de bekwame handen van de hertog van Parma.

Schilderij van de Blijde Inkomst van de hertog van Anjou in Vlissingen / Bron: Monogrammist MHVH (fl. 1582), Wikimedia Commons (Publiek domein)Schilderij van de Blijde Inkomst van de hertog van Anjou in Vlissingen / Bron: Monogrammist MHVH (fl. 1582), Wikimedia Commons (Publiek domein)
Merci France - Bedankt Frankrijk
Willem van Oranje had even nodig gehad om te herstellen van het uiteen spatten van zijn droom; één groot en verenigd Nederland. Maar toen hij hier van hersteld was nam hij al spoedig de leiding van de noordelijke Nederlanden op zich. Filips had zijn aandacht dan wel verlegd naar Portugal maar de Spaanse hertog van Parma veroverde nog steeds gebieden van de noordelijke Nederlanden. In overleg met de nieuwe Staten-Generaal van de noordelijk Nederlanden besloot Willem op zoek te gaan naar een machtige buitenlandse vorst die de soevereiniteit van het gebied wilde accepteren, maar dit bleek nog geen gemakkelijke opgave. Willem benaderde als eerste de protestantse Queen Elizabeth I (1533-1603) van Engeland, maar zij durfde de strijd met Spanje niet aan en wees Willem's verzoek af. Vervolgens ging Willem op zoek naar hulp in Frankrijk en raakte al snel in contact met Frans van Anjou (1555-1584), de hertog van Anjou én broer van de huidige Franse koning. Willem en Frans werden het al snel eens. Ondanks dat Frans van Anjou van huis uit rooms-katholiek was besloot hij Willem toch te helpen. Maar op één voorwaarden. De noordelijke Nederlanden moesten de Spaanse koning volledig afzweren en trouw beloven aan de koning van Frankrijk. Willem keerde met dit bericht terug naar de Staten-Generaal en het bericht werd met gemengde gevoelens ontvangen. Na de scheiding tussen de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden gingen de noordelijke gebieden een onzekere toekomst tegemoet en door de hulp van Anjou te accepteren verklaarden de gebieden zich officieel onafhankelijk van Spanje. Dit was voor veel gebieden een te grote stap en ze besloten tegen het voorstel van Willem te stemmen. Willem had als stadhouder van de gewesten Holland en Zeeland veel macht en uiteindelijk werd het voorstel van Anjou met een nipte meerderheid geaccepteerd.

Plakkaat van Verlatinghe

Na het akkoord van de Staten-Generaal arriveerde de hertog van Anjou en zijn legers in Vlissingen. Ondanks dat de gevoelens over de komst van de hertog zeer gemengd waren gaven de inwoners van de stad de hertog toch een Blijde Inkomst; een middeleeuws gebruik om een machthebber, vorst of ander soort hoogwaardigheidsbekleder te verwelkomen in de stad. Na de aankomst van de hertog werd het Plakkaat van Verlatinghe getekend op 22 juli 1581 in Den Haag en hiermee verklaarden:
  • Brabant,
  • Friesland,
  • Gelre & Zutphen,
  • Holland,
  • Mechelen,
  • Utrecht en
  • Zeeland
dat zij de Spaanse koning Filips II afzetten als hun heerser en verder onafhankelijk de toekomst tegemoet zouden gaan. Met het tekenen van de onafhankelijkheidsverklaring werd officieel de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden opgericht, al zou het nog enige tijd duren voor de Republiek ook officieel werd erkend.

Lees verder

© 2015 - 2019 Marjolijnr, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Willem van OranjeWillem van OranjeWillem van Oranje, wordt in 1533 geboren in Duitsland als Willem van Nassau. Als zijn Oom, prins van Oranje, sterft, laa…
Wie is prins Willem van OranjeWie is prins Willem van OranjePrins Willem was in zijn tijd een echte rebel, werd later een held en zijn broer werd de stamvader van ons huidige konin…
Een liedje van Koppelstok: In naam van OranjeEen liedje van Koppelstok: In naam van OranjeIn de Tachtigjarige Oorlog was elke overwinning op het Spaanse gezag van belang. Het sterkte de opstandige Nederlanden i…
De Spanjaarden in de NederlandenVroeger was er in de Nederlanden helemaal geen sprake van eenheid, alles verschilde per gewest. Karel V wilde dit verand…
René van Chalon, prins van OranjeRené van Chalon, prins van OranjeBij prins van Oranje denken we misschien het allereerst aan de Nederlandse Vader des Vaderlands, prins Willem van Oranje…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Escudo Felipe II.png: Derivative Work: Paul2 19:40, 22 December 2009 (UTC), Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Tachtigjarige_Oorlog
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Opstand
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Keizer_Karel_V
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Oranje
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_I_van_Nassau-Dillenburg
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Juliana_van_Stolberg
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Filips_II_van_Spanje
  • Afbeelding bron 1: Adriaen Thomasz. Key, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: Antonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 3: Jahoe, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • Afbeelding bron 4: Anthonis Mor, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 5: Michiel van Mierevelt, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 6: Onbekend, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 7: Monogrammist MHVH (fl. 1582), Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "Habsburgse Nederlanden: De Tachtigjarige Oorlog"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Marjolijnr
Laatste update: 07-03-2018
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis Nederland
Bronnen en referenties: 15
Schrijf mee!