InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > Oorzaken van de Grote Depressie

Oorzaken van de Grote Depressie

Oorzaken van de Grote Depressie De Grote Depressie tijdens het Interbellum kwam onverwacht en sloeg in als een bom. Het is eenvoudig om achteraf verklaringen te geven voor de oorzaken van de Grote Depressie, maar we moeten in het oog houden dat de informatie die wij nu hebben, toen niet beschikbaar was. Een samenvatting van de oorzaken van de economische veldslag. Van 1929 tot 1939 had de wereldeconomie te kampen met terugloop van handel, inflatie en instabiele wisselkoersen. De productieaantallen liepen terug en veel landen verlieten de gouden standaard. Deze tijd noemen we de Grote Depressie, ingeluid door de beurskrach van 1929. Het zou echter onjuist zijn de beurskrach als oorzaak van de Grote Depressie aan te wijzen, omdat er legio factoren meespeelden. De centrale vraag in dit essay is dan ook: Welke factoren zorgden voor de Grote Depressie in de wereldeconomie en hoe reageerden de overheden van Europa en Amerika daar op? Om een antwoord te vinden zal ik eerst kijken naar de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de economische naoorlogse structuur, vervolgens naar de jaren van bloei tussen 1925 en 1929 met ten slotte de beurskrach en de antwoorden van de overheden op de malaise.

De Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog was vernietigend voor de West-Europese mogendheden. De oorlog duurde veel langer dan verwacht, veel mensen vonden de dood en de kosten waren vele malen hoger dan aanvankelijk gedacht werd. Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland kwamen verzwakt (en met hoge schulden) de oorlog uit, waar zij al snel tegen nieuwe problemen aanliepen. Zo hadden Japan en Amerika de leidende rol in de wereldhandel overgenomen en bleken de Europese boeren niet te kunnen concurreren met de Amerikaanse boeren die grotere arealen hadden en verder waren op het gebied van mechanisatie. Landbouwproducten uit de Verenigde Staten overspoelden opnieuw de Europese markt waar de eigen boeren van af gedrukt werden. Een ander groot probleem voor de Europese leiders waren de torenhoge schulden. Nu hadden meerdere Europese landen voor de oorlog al een schuld, na de oorlog werd deze problematisch groot. Door allerlei leningen en afhankelijkheid wat betreft import en export was de economische verwevenheid tussen de Westerse landen groot. Deze verwevenheid, tezamen met het gevoerde open kapitalistische beleid, zorgde voor een gevaarlijke constructie. Wanneer één van de landen schade op zou lopen, zouden de andere landen daar negatief door beïnvloed worden. Tevens bleek na de Eerste Wereldoorlog dat Amerika (en met name New York) de leidende positie in de financiële wereld overgenomen had van Engeland. De Amerikaanse banken waren meer gericht op het binnenlandse monetair systeem dan de internationale financiën. Een ander groot probleem voor Europa bleek de naoorlogse inflatie, van een milde vijftig procent in Groot-Brittannië over drie jaar tot hyperinflatie in Oost-Europa van tweeduizend procent per jaar. De Weimarrepubliek (zo werd het Duitse Rijk van 1919 tot 1933 genoemd) wees als oorzaak voor de inflatie naar de herstelbetalingen die Duitsland in 1919 opgelegd kreeg bij het Verdrag van Versailles. Frankrijk en België namen daarop het Ruhrgebied in omdat Duitsland naar hun mening de vredesregelingen ondermijnde. Door deze actie zakte de Mark in elkaar; in januari 1923 kon met één dollar 7260 mark worden gekocht, in december 4210 biljoen mark. In 1924 betrad Amerika na een aantal jaar van isolationisme het Europese toneel weer, en wel met het Dawes plan. Dit plan hield hoofdzakelijk in dat de herstelbetalingen en de termijnen werden herzien en belangrijker, dat de Weimarrepubliek geld zou kunnen lenen van buitenlandse mogendheden. Door dit plan werd de Mark weer stabiel en kon Duitsland verder met de herstelbetalingen, hetgeen een positieve uitwerking had op Engeland, Frankrijk en de VS.

Misplaatst vertrouwen

In 1925 kwam een einde aan de naoorlogse depressie. Veel Europese landen pakten de gouden standaard weer op en er werd vol vertrouwen naar de toekomst gekeken. De Europese landen leken weer grip te krijgen op het monetaire beleid, hoewel overwaardering en onderwaardering nog wel parten speelde was het minder ernstig dan de hyperinflatie. Wat echter wel een probleem bleek, waren de verschillen in beleidsvoering binnen de Volkenbond. De lidstaten namen vaker tegengestelde besluiten, waarmee ze elkaar bewust of onbewust tegenwerkten, dan dat ze een eensgezind beleid voerden. Amerikaanse banken en investeerders begonnen in 1928 hun geld uit Europa te halen om dat geld te beleggen in effecten in New York (die een grote stijging te zien gaf). Eind 1929 stopte de Amerikaanse economie met groeien en binnen een half jaar nam de productie van auto’s met 200.000 af.

Op 24 oktober 1929 (‘zwarte donderdag’) begonnen de aandelenkoersen te dalen, gevolgd door ‘zwarte dinsdag’ op 29 oktober waarop de koersen nog verder kelderden. Doordat banken massaal leningen terugvroegen werden veel aandelen op de markt ‘gedumpt’ om de leningen terug te kunnen betalen. Alle Amerikaanse investeringen in Europa werden stopgezet, zodat nu ook daar de financiële markt onder onhoudbare druk kwam te staan. In 1931 ging de leidende bank van Wenen (Kredit Anstalt) over op noodzakelijke reorganisatie op internationaal krediet. De vrees voor een faillissementenreeks onder banken bleek een self-fulfilling prophecy te zijn; door massale opname van tegoeden gingen de banken inderdaad failliet.

Gouden standaard

Tussen 1930 en 1932 namen de overheden in Europa besluiten op economisch terrein zonder werkelijk overleg met andere overheden. Alleen Frankrijk, België, Nederland, Zwitserland, Italië en Polen hielden vast aan de gouden standaard; de andere Europese landen stapten er één voor één vanaf, vaak als reactie op elkaar. Tevens werden overal tariefmuren opgezet, beginnend in 1930 met de Hawley-Smoot Tariff door president Hoover maar al snel gevolgd door verscheidene tarieven in Europa. Hoover realiseerde toen pas dat er ingegrepen moest worden, maar hij weigerde aan de dollarkoers te komen of de geldcirculatie op te schroeven. Pas na 1932 erkende Hoover dat de Grote Depressie inderdaad geen normale economische beweging is. In 1932 vond de Conferentie van Lausanne plaats, waar Duitsland vrijgesproken werd van verdere herstelbetalingen. Pas na 1933 worden in Amerika en Duitsland effectieve besluiten doorgevoerd, respectievelijk door Franklin D. Roosevelt en Adolf Hitler. Laatstgenoemde bleek de economische politiek van Keynes goed te kennen: door hoge uitgaven vanuit de overheid wist hij de economie op het goede spoor te helpen.

Cameron en Kindleberger wijzen beiden op het effect van de gouden standaard politiek; doordat alle landen afzonderlijk besluiten namen was de aard van de economische malaise anarchistisch. André Kaspi wijst eerder op de politiek die Amerika (en dan met name president Hoover) voerde. Door de late erkenning van de depressie en de opgelegde leidersrol voor de Amerikaanse banken die daar niets van moesten weten, zou volgens Kaspi de depressie verergert zijn.

Conclusie

Welke factoren zorgden nou voor de Grote Depressie? Allereerst moet gewezen worden op de Eerste Wereldoorlog. Europa kampte na de oorlog met hoge schulden, een agrarische depressie en Duitsland ging gebukt onder de herstelbetalingen van de vredesbesprekingen. New York had de leidende positie in de financiële wereld overgenomen van Londen en daarnaast hadden Japan en Amerika de leidende positie verworden in de wereldhandel. De Europese economie stond er na de Eerste Wereldoorlog niet rooskleurig bij. Toen in 1928 het Amerikaanse kapitaal uit Europa verdween (de Amerikanen belegden liever op de effectenbeurs in New York die grote stijgingen aangaf) zakte de economie van Europa verder in. Eind 1929 stopte echter ook de Amerikaanse economie met groeien, gevolgd door de beurskrach op 24 en 29 oktober 1929 waarop de beurs in New York in elkaar zakte. Omdat veel mensen met geleend geld hadden belegd (en nu niet meer terug konden betalen) gingen veel banken failliet en de depressie waaide over van de financiële naar de industriële wereld. De nationale overheden namen daarop zelfstandig besluiten die vaak niet strookten met het beleid van andere landen, met als gevolg een chaotisch monetair beleid. De Amerikaanse president Hoover hield tot 1932 vol dat de Grote Depressie een normale conjunctuurgolf was, maar erkende eind 1932 dat het toch meer om het lijf had dan dat hij dacht. Pas in 1933 werd de economie weer op gang geholpen in Amerika en Duitsland door respectievelijk Roosevelt en Hitler.

Gevolgen voor de toekomst

Tijdens alle crises na de grote Depressie is constant verwezen naar deze crisis. Tijdens de Oliecrisis, maar ook de crisis die in 2014 inzette, werd herhaaldelijk gewezen op de gevolgen van bepaalde ingrepen door de overheid, en de afwachtende houding van sommige staten. Dat in de tussentijd veel veranderd is, lijkt daarbij geen verschil te maken. De basis van de economie is namelijk niet zo veranderlijk.
© 2010 - 2019 Historia, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Postnatale depressie: symptomen, oorzaken & behandelingEen postnatale depressie is een depressie die optreedt bij vrouwen na een zwangerschap. Wat zijn de symptomen? Hoe ontst…
Depressie bij jongeren kan zich anders uitenDepressie bij jongeren kan zich anders uitenVroeger dacht men dat depressiviteit alleen voor kon komen bij volwassenen. Inmiddels is bekend dat niet alleen jongeren…
De grote depressie van 1929De grote depressie was een ernstige, wereldwijde depressie begonnen in 1929 en in veel landen durende tot eind jaren ’30…
Dipje of depressie?Dipje of depressie?Bijna iedereen voelt zich weleens somber, dat is heel normaal. Als deze dip wel erg lang duurt, kan het zijn dat je een…
Depressie: definitie, werking en behandelingMen spreekt van een depressie als de stemming abnormaal verlaagd is. Bij een depressie zien we dat er geen verbetering v…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Geralt, Pixabay
  • Cameron, Rondo, Economische wereldgeschiedenis (Utrecht 1991)
  • Clavin, Patricia, The Great Depression in Europe, 1929-1939 (Londen 2000)
  • Feinstein, Charles H., Peter Temin en Gianni Toniolo, The European economy between the wars (Oxford 1997)

Reageer op het artikel "Oorzaken van de Grote Depressie"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Historia
Laatste update: 15-12-2015
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!