InfoNu.nl > Kunst en Cultuur > Geschiedenis > De opkomst van speelgoed in de 18de eeuw

De opkomst van speelgoed in de 18de eeuw

De opkomst van speelgoed in de 18de eeuw Speelgoed is er waarschijnlijk altijd geweest, maar in bescheiden oplage. Het werd niet op grote schaal gefabriceerd. Mensen vonden het onbelangrijk omdat men het geen opvoedkundige waarde toekende en voor het grootste gedeelte van de bevolking was het te duur. In de loop van de 18de eeuw vond er echter een omslag plaats. Nieuwe pedagogische opvattingen, een groeiende welvaart, technische ontwikkelingen en de opkomst van gespecialiseerde speelgoedmakers, zorgden voor een snel groeiende hoeveelheid speelgoed in steeds meer kinderhanden. Artikelindeling (interne links)

Speelgoed tot aan de 18de eeuw

Al uit zeer oude tijden is er speelgoed teruggevonden. Het is bijvoorbeeld aangetroffen in Egyptische graven en Griekse kinderen hadden paardjes op wielen. Romeinse kinderen hadden zelfs een ruime keus uit verschillende typen speelgoed.

Vanaf de late middeleeuwen is er een breder assortiment bekend. Het betreft dan grotendeels speelgoed waar kinderen mee op straat speelden, zoals ballen, knikkers, jojo's, zwaardjes en diabolo's. Deze spullen werden vervaardigd door ambachtslieden die het maakten naast andere gebruiksvoorwerpen. Er waren dus geen aparte 'speelgoedmakers'. Lees hier meer over middeleeuws speelgoed.

Gedurende de twee eeuwen die volgen veranderd er weinig. Wel is het zo dat het beschikbare assortiment langzaamaan wordt uitgebreid en er meer verschillende soorten ambachtslieden speelgoed gaan fabriceren. Daarbij maken ze vaak kleine versies van de voor hen gebruikelijke producten. Tinnegieters en pottenbakkers maakten bijvoorbeeld kleine potten en pannen om mee te spelen of zelfs miniatuurversies voor een nieuw type speelgoed: het poppenhuis. Meubelmakers en houtdraaiers maakten poppenhuizen en -meubels, hobbelpaarden, tollen en hoepels en wagenmakers kwamen met vervoersmiddelen voor de kleine mens zoals trekwagentjes, kinderkruiwagens of sleeën.

Ook begonnen naast ambachtslieden bouwers van mechanische apparaten, waaronder zogeheten automata, zich te interesseren voor het maken van mechanisch werkend speelgoed. In de 16de en 17de eeuw waren dit nog grotendeels hoogwaardige ontwerpers die in dienst waren van ultrarijke weldoeners zoals vorsten. Leonardo da Vinci was bijvoorbeeld zo'n ontwerper. Het moge echter duidelijk zijn dat het door deze personen vervaardigde speelgoed alleen beschikbaar was voor de kinderen uit de betreffende hofhouding.

In de loop van 18de eeuw veranderde dit alles echter. Toen vonden er ontwikkelingen plaats die de aanzet zouden geven tot een bloeiende speelgoedindustrie in de westerse wereld. Deze ontwikkelingen worden in de hoofdstukjes hieronder besproken.

John Locke 1697 / Bron: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)John Locke 1697 / Bron: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)

Nieuwe pedagogische opvattingen

De Verlichting was een filosofische stroming die veel nieuwe denkbeelden voortbracht. Binnen dit kader lanceerden enkele filosofen ook nieuwe ideeën over kinderen en hun opvoeding. De twee belangrijkste onder hen waren de Brit John Locke (1632-1704) en de Fransman Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Zij legden daarmee de basis voor de moderne opvoedkunde of pedagogie.

Het begon ermee dat genoemde filosofen de gangbare kijk op kinderen radicaal wisten te veranderen. Tot dan toe werden echt jonge kinderen nog wel gezien als onmondig en werd erkend dat ze nog veel moesten leren, maar daar bleef het wel bij. Vanaf hun 10de of 12de jaar (afhankelijk van tijd en plaats) werden kinderen meerderjarig en volledig verantwoordelijk voor hun eigen gedrag.

Locke en Rousseau propageerden echter met succes het idee dat een kind iets heel anders is dan een klein model volwassene. Dat het een eigen individu is dat door een ontwikkelingsproces gaat en in dat kader een heel eigen belevingswereld heeft. De opvoeding van een kind tot een volwassen persoon met een eigen persoonlijkheid en karakter diende daarop aan te sluiten.

Tabula rasa

In dit kader verdedigden ze beiden de theorie van de 'tabula rasa'. Deze was waarschijnlijk al in de middeleeuwen voor het eerst geopperd door de filosoof Thomas van Aquino. Volgens deze opvatting was een pasgeborene nog een 'onbeschreven blad' (in het Latijn: tabula rasa) dat door alle ervaringen, indrukken en kennis die hij later in het leven opdoet, wordt 'beschreven' en dus gevormd. Binnen dit kader vervullen de opvoeders een belangrijke rol, want zij bepalen in hoge mate wat de eerste indrukken van het kind zullen worden.

Kritiek

De nieuwe ideeën werden niet meteen door iedereen met open armen ontvangen. Met name Rousseau kreeg veel weerstand te verduren. Dat was wel enigszins begrijpelijk. Hij achtte het opdoen van levenservaring voor jonge kinderen (bijvoorbeeld in de vrije natuur) veel belangrijker dan het opdoen van kennis en hij sympathiseerde met heidense natuurreligies. Tot overmaat van ramp verprutste hij de opvoeding van zijn eigen vijf dochters op spectaculaire wijze, door ze allemaal af te geven bij het vondelingenhuis (wat hij zelf tenslotte zou betitelen als 'noodlottig gedrag').

Desondanks zou de nieuwe kijk op kinderen door de 17de en 18de eeuw heen steeds meer aanslaan.

John Locke en een aparte cultuur voor kinderen

Dat leidde tot het ontstaan van een geheel aparte kindercultuur naast de gangbare cultuur voor volwassenen. Deze sloot beter aan op de belevingswereld van het kind. Er kwam kinderliteratuur en kindermode en er werden nieuwe leermethoden op scholen ingevoerd.

Belangrijk bij het ontstaan van deze kindercultuur waren de ideeën van John Locke, die meer dan Rousseau, geloofde in goede leersystemen. Hij betoogde dat spelen van groot belang was voor de ontwikkeling van het kind en het aanleren van vaardigheden. Vandaar dat hij het concept van het 'spelend leren' bedacht. Spelen moest voortaan gezien worden als een wezenlijk onderdeel van de opvoeding.

Het moge duidelijk zijn dat met name deze theorieën en het ontstaan van de kindercultuur een belangrijke stimulans vormden voor de productie van speelgoed alsmede voor het bedenken van nieuwe typen speelgoed.

Luxe pop op schilderij door William Hoare ±1777 / Bron: William Hoare (1707-1792), Wikimedia Commons (Publiek domein)Luxe pop op schilderij door William Hoare ±1777 / Bron: William Hoare (1707-1792), Wikimedia Commons (Publiek domein)

Toegenomen welvaart

Zoals meestal in de geschiedenis waren het eerst de kinderen uit de maatschappelijke bovenlaag die profiteerden van de nieuwe inzichten. Diegenen die werden geboren in minder bedeelde families moesten van jongs af aan meewerken om in het levensonderhoud te voorzien. Aan hen was een op maat gesneden opvoeding nog lang niet besteed. Scholing na het 12de levensjaar was uitzonderlijk, speelgoed nog steeds een luxe.

Gedurende de 18de nam de welvaart echter sterk toe, met name in de steden. Dat kwam door een flinke groei van de internationale handel in deze periode. Met name in Frankrijk, waar protectionistische maatregelen zorgden voor weinig import en veel export, was de groei aanzienlijk. Als gevolg hiervan dijde de maatschappelijke bovenlaag in Frankrijk, maar ook elders, steeds verder uit en kreeg een steeds grotere groep kinderen toegang tot hoogwaardig vervaardigd speelgoed.

De achttiende-eeuwse groei is niet te vergelijken met wat er een eeuw later gebeurde toen de industriële revolutie goed op gang was gekomen, maar was toch afdoende om de fabricage van speelgoed fors te doen toenemen. Daarmee was de omslag in de productie van speelgoed de industriële revolutie dus eigenlijk vooruit.

De opkomst van mechanische speelgoedmakers

Bouwers van grote mechanische machines waren tot aan de 18de eeuw financieel afhankelijk van hun patroonheer. Ze profiteerde echter in hoge mate van de nieuwe welvaart en steeds meer van hen wisten hun zelfstandigheid erdoor te bevechten. Daarbij gingen sommige ambachtslieden zich geheel toeleggen op de fabricage van speelgoed en ontstonden de eerste specifieke speelgoedmakers. Al bleef dat voor mechanisch speelgoed aanvankelijk beperkt tot Franstalige streken en Engeland.

Het pad werd pas echt goed geëffend door twee andere ambachten: dat van de horlogemaker en de werktuigbouwkundige. Beide beroepen bestonden al langer maar groeiden tijdens de 18de eeuw flink. Dat leidde tot een grote toename van kennis over mechanica. En toen kwam er een zeer belangrijke uitvinding: die van het op een veermechanisme lopend uurwerk. Dit deed een wereld van mogelijkheden opengaan, zeker ook voor speelgoed.De meer creatieve geesten onder horlogemakers en werktuigkundigen gingen dan ook aan de slag met de nieuwe kennis om allerlei nieuw speeltuig te ontwerpen.

De opkomst van de Duitse speelgoedindustrie

In Franse en Britse streken mochten de mechanische speelgoedmakers dan hun zelfstandigheid hebben gekregen, het was de vroege Duitse speelgoedindustrie die al in de 18de eeuw de internationale markt wist te domineren.

In Duitsland werd de toenemende vraag naar speelgoed niet verlicht door ambachtslieden, maar door lokale nijverheid. Deze werd verricht door boeren en mijnwerkers die het naast hun andere werkzaamheden deden, niet zelden met hulp van hun hele familie. Deze situatie was gegroeid uit kleinschalige, lokale nijverheid op het gebied van houtbewerking. De eerste speeltjes die zij maakten waren dan ook van hout.

Aanvankelijk werd dergelijk speelgoed opgekocht door groothandelaren en alleen binnen het Duitse Rijk verhandeld. Geleidelijk aan werd de macht van deze handelaren groter, waardoor ze halverwege de 18de eeuw de productie volledig controleerden. Zij bepaalden het assortiment en stelden kwaliteitsnormen vast.

In het kielzog hiervan kwamen er centrale Duitse markten voor de verhandeling speelgoed. Tegelijkertijd wisten de groothandelaren een succesvolle internationale handel op touw te zetten voor dit speelgoed. Dat Duits speelgoed ook daadwerkelijk aansloeg in het buitenland, had de volgende redenen:
  • De productiekosten van de gezinsarbeid waren zo laag dat het speelgoed zelf ook goedkoop bleef en prima kon concurreren met lokaal vervaardigde spullen.
  • Het was aantrekkelijke waar, in heldere kleuren geverfd en mooi vormgegeven.
  • Het aanbod was zeer ruim. Daarbij was er zowel laaggeprijsd maar deugdelijk speelgoed voor brede lagen van de bevolking beschikbaar, als duurder, specialistisch speelgoed voor kinderen uit hogere klassen.

Lokale ambachtslieden legde het vaak af tegen het Duitse aanbod. Alleen groot, houten speelgoed als hobbelpaarden en sleeën bleven een lokale aangelegenheid. De transportkosten voor dergelijke zware producten waren te groot om export lonend te maken.

Tegen het eind van de 18de eeuw bestond het Duitse assortiment met name uit de volgende typen speelgoed:
  • Bont gekleurd houten speelgoed, waaronder hele paardenstallen, schoolklassen, keukentjes en poppenkamers. Streken waar deze artikelen veel werden gemaakt waren Thüringen en Saksen.
  • Poppen. Ook daarvoor was Thüringen het centrum.
  • Tinnen en loden figuurtjes, zoals soldaatjes, dierfiguren en historische figuren. Deze producten waren iets duurder. Het centrum hiervoor was Nürnberg en omgeving dat veel tinnegieterijen had.
  • Goedkoop speelgoed van kleurig bedrukt papier en karton, zowel in twee- als driedimensionale vorm. Het betrof dan bijvoorbeeld knipplaten, opzetfiguren om uit te snijden, aankleedpoppen of schimmentheaters.

De toekomst van speelgoed

Alle hier omschreven ontwikkelingen zorgden ervoor dat speelgoed zowel op kwantitatief als op kwalitatief gebied een grote groei beleefde en het een heel andere plaats kreeg in de maatschappij. Daarmee was de ontwikkeling echter nog niet ten einde. Integendeel. De gang van zaken in de 18de eeuw zou slechts de basis zijn voor wat er nog komen ging. De omslag mocht dan plaats hebben gevonden vóór de industriële revolutie plaatsvond, het moge duidelijk zijn dat de latere industrialisering die reeds in gang gezette ontwikkeling nog eens flink aan zou zwengelen. Daarna kwam speelgoed pas echt voor ieder kind beschikbaar.
.

Lees verder

© 2010 - 2017 Varenna, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Spel en speelmateriaal in de negentiende eeuwSpel en speelmateriaal in de negentiende eeuwDe negentiende eeuw staat in het teken van de Industriele revolutie. Speelgoed wordt op steeds grotere schaal geproducee…
Goedkoper speelgoed kopenDoor goed op de prijzen te letten, en door goed te vergelijken, kunt u speelgoed goedkoper kopen. U zou ook kunnen overw…
De speel-o-theek, speelgoed lenen in plaats van kopenHeel veel kinderen hebben veel te veel en te duur speelgoed waar ze uiteindelijk haast niet mee spelen. Het dure speelgo…
Leidse Lakenfeesten, vierdaags festivalHet begin van de zomer wordt in Leiden gemarkeerd door de Lakenfeesten. Gedurende vier dagen is het een groot feest in d…
Joods Historisch Museum: rituelen en geschiedenisJoods Historisch Museum: rituelen en geschiedenisHet Joods Historisch Museum is gevestigd in vier synagogen, die tegen elkaar ‘aangeplakt’ staan in het centrum van Amste…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Mysid, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • W.F. Renaud - 'Wereldleed en kindervreugd. Speelgoed voor de Nederlandse markt, 1860-1960.' Arnhem, 1999
  • Ch. Bartholomew - 'Mechanisch speelgoed.' Alphen a/d Rijn 1979
  • www.wikipedia.nl (' John Locke', 'J. J. Rousseau', 'tabula rasa')
  • Afbeelding bron 1: Sir Godfrey Kneller, Wikimedia Commons (Publiek domein)
  • Afbeelding bron 2: William Hoare (1707-1792), Wikimedia Commons (Publiek domein)

Reageer op het artikel "De opkomst van speelgoed in de 18de eeuw"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Varenna
Laatste update: 14-07-2014
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Geschiedenis speelgoed
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!