De Renaissance en het gebruik van Ornamenten

Een ornament, dit is een term die je vaak hoort in verband met de architectuur, maar wat houdt dit begrip eigelijk in en wat is de functie van een ornament? Versiersel, zo zouden wij een ornament ook wel kunnen noemen, dit betekent dat een ornament deel uitmaakt van een gebouw en niet op zichzelf staat. Een ornament zou dus een dienend karakter hebben. Er bestaan statische en dynamische ornamenten.

Inleiding

In de 15e eeuw besloot men in het zuiden de vormentaal van de antieken opnieuw toe te passen. Men kende de regels van de oude zuilenordes en door het bestuderen van antieke ruïnes was men op de hoogte van de antieke verhoudingen en maten. De essentie van de antieke architectuur werd al door Vitruvius rond het begin van onze jaartelling opgetekend. In een traktaat beschreef hij hoe men de juiste verhoudingen en maten moest toepassen om tot de gewenste symmetrie en regelmaat te komen. Volgens hem zou schoonheid in architectuur gerealiseerd worden door de harmonische verhouding van de bouwonderdelen. Het gebruik van de zuilenorden sloot hierbij aan. We onderscheiden de Dorische, Ionische en Corinthische orde, waarbij de eerste de eenvoudigste orde is en de laatste de meest gecompliceerde. Bij het toepassen van deze orden werd rekening gehouden met de hiërarchie. De functie van het gebouw of de plaats in het gebouw waar de orde werd gebruikt was bepalend voor de keuze van de te gebruiken orde. Ook ornamenten speelden een belangrijke rol in de renaissancearchitectuur. Maar de functie van deze ornamenten kon nog wel eens verschillen. Dit kon liggen aan de architect, de landstreek of de periode. In dit essay zal ik de verschillende functies die de architectuurornamenten in de 15e en 16e eeuw konden hebben beschrijven.

Ornamenten

Een ornament, dit is een term die je vaak hoort in verband met de architectuur, maar wat houdt dit begrip eigelijk in en wat is de functie van een ornament? Versiersel, zo zouden wij een ornament ook wel kunnen noemen, dit betekent dat een ornament deel uitmaakt van een gebouw en niet op zichzelf staat. Een ornament zou dus een dienend karakter hebben. Er bestaan statische en dynamische ornamenten. Een statisch ornament, het woord zegt het al, suggereert geen beweging, dit is kenmerkend voor de Italiaanse renaissance. In het dynamische ornament wordt juist wel spanning en beweging gesuggereerd. Dit is weer kenmerkend voor de kunst in het noorden waar ook de gotische stijl meer aanwezig was.

Ornamenten in Italië

De Italiaanse architecten hadden soms verschillende meningen over het gebruik van ornamenten in de bouwkunst, en hoe belangrijk de rol van het ornament was binnen een gebouw. Ik zal op chronologische wijze een paar gedachtes van belangrijke Italiaanse architecten formuleren op het gebied van ornamentatie.

Filippo Brunelleschi (1377-1446)
Brunelleschi is ongetwijfeld het meest beroemd om zijn befaamde koepel van de Santa Maria del Fiore in Florence. De koepel is zo revolutionair omdat hij geen steunpilaren of draagbalken nodig heeft. Hij wist de opwaartse en neerwaartse druk tegen elkaar uit te spelen, waardoor het gewicht van de koepel op de buitenwanden zou rusten.
Brunelleschi vond de structurele functie van een gebouw daarom ook belangrijker dan de decoratieve functie. Zo liet hij bijvoorbeeld de muren kaal en simpel om zo de nadruk te leggen op de pilasters en zuilen en hun structurele functie, zo leek deze nog krachtiger.

Leon Battista Alberti (1404-1472)
Alberti was een Italiaanse schilder, dichter, taalkundige, filosoof, cryptograaf, musicus en architect. Hij heeft dus erg veel toegevoegd aan de Italiaanse Renaissance.
Hij was van mening dat de schoonheid in een bouwconstructie pas werd behaald als alle bouwonderdelen in harmonie met elkaar waren. Er was sprake van harmonie als alle onderdelen de juiste verhoudingen en maten ten opzichte van elkaar hadden. De harmonie zou verloren gaan als er nog iets zou worden toegevoegd of zou worden weggelaten, deze perfectie is erg moeilijk te bereiken. Een ornament zag hij slechts als uiterlijk toevoegsel, een versiersel, en moest dus niet te overdadig, maar ook niet te miniem gebruikt worden.

Sebastiano Serlio (1475-1554)
Serlio heeft bijgedragen aan het verspreiden van de kennis over de klassieke zuilenorden in de architectuur, door middel van zijn invloedrijke traktaat; ‘L’opere d’archittura Tutte et prospertiva’. Dit traktaat werd in vele talen vertaald en verspreidde zich over Europa.
In een van zijn traktaten schreef hij dat een ornament een afhankelijk, complex en belangrijk voorwerp is, en dat deze veel meer aandacht zou moeten krijgen dan dat het op dat moment kreeg. Zo werd het ornament niet alleen een visueel middel, maar werd het een middel om als architect je virtuositeit en fantasie te tonen. Ook moest volgens Serlio het ornament de functie van het gebouw uitdrukken.

Michelangelo Buonarroti (1475-1564)

Michelangelo was een Italiaanse Renaissanceschilder, beeldhouwer, architect en dichter.
Michelangelo wijkt af van de klassieke regels in de renaissancearchitectuur, hij wijkt niet af in proporties of maatvoering, maar in het gebruik van de ornamenten, deze spelen bij hem een belangrijke rol. Het ornament drukt de functie van het bouwwerk uit. Het gebruik van de ornamenten is afhankelijk van voor wie of wat het gebouw bestemd is. Michelangelo was meer beeldhouwer dan architect, hij gebruikte dan ook de architectuur om zijn beeldhouwkunst te tonen, en dat deed hij dus door middel van de ornamenten.

Gherardo Spini (rond 1570)
Spini was geen architect, maar een schrijver. Hij was een criticus en schreef vaak over de renaissancearchitectuur.
Hij was van mening dat je de architectuur met de literatuur moest verbinden. Bij het ontwerpen van een ornament moest de architect het voorbeeld nemen aan een dichter. Zoals een gedicht een genot is voor het oor, zo moest een ornament een genot zijn voor het oog. Het ornament heeft dus volgens Spini een versierende functie.

Ornamenten in het Noorden

In het vroeg 15e eeuwse noorden werd nog steeds gebruik gemaakt van hoge gewelfconstructies met traceerwerk en overdadig gebruik van ornamenten aan onder andere de gevel. De antieke vormentaal word in eerste instantie alleen nog maar toegepast in de schilderkunst, later ook in houtsnijwerk of als een soort decorstukken. Pas in de eerste helft van de 16e eeuw wordt de antieke vormentaal pas echt toegepast in de architectuur. In het noorden was het ook gebruikelijk om beide stijlen naast elkaar te gebruiken, zo zag je in verschillende bouwwerken vaak gotische en antieke elementen.
Ik zal nu aan de hand van een paar voorbeelden laten zien dat het in het noorden gebruikelijk was om de gotiek en de renaissance met elkaar te vermengen. Zo zag je in het noorden veel gebouwen met een gotische basisstructuur waarop renaissanceornamenten waren toegepast.

Klooster in Brou (1513-1532) Jan van Roome (1498-1521) & Louis van Boghem (1470-1540)
In 1504 vond Margaret van Oostenrijk een geschikt klooster in Brou waarin de tombes van haar man, haar schoonmoeder en haarzelf konden staan. Ze koos voor de laatgotische stijl en de architecten Jan van Roome en Louis van Boghem, beide afkomstig uit de Nederlanden.
Er zijn veel antieke ornamenten te vinden in de kerk, er zitten bijvoorbeeld 6 putti op de tombe van haar man. Deze beelden zijn waarschijnlijk ook gemaakt door een Italiaanse assistent van Conrad Meit. De graftombe zelf daarentegen is voornamelijk in de gotische stijl uitgevoerd.
Er waren ook veel overeenkomsten met Spanje te zien. Daar heeft Margaret een tijd gewoond. In Iberische ornamenten zie je veel geometrische thema’s en die komen ook terug in Brou.
Margaret moest deze kerk bouwen van haar schoonmoeder om zo een identiteit te krijgen tegenover de rest van Europa. Daarbij richtte ze zich niet op de Italiaanse standaards of die van de Bourgondische tijd, ze zocht overeenkomsten met andere leiders van die tijd. En daarvoor nam ze vooral de Bourbons en de Spaanse vorsten als voorbeeld. Want hun grootse gotische stijl gaf haar dynastie grootheid.
De ornamenten en stijl in de kerk in Brou stralen dus autoriteit uit. Op deze manier liet ze haar leiderschap zien aan de rest van Europa.

De Vleeshal in Haarlem (1602-1605) Lieven de Key (1560-1626)
Dit gebouw is een goed voorbeeld van de Hollandse Renaissance. De basisstructuur, zoals het grondplan en de opstand zijn gotisch, maar de ornamenten zijn typisch renaissance. Tot die renaissancevormen behoren pilasters, rustica, toscaanse zuilen en obelisken. Lieven de Key maakte twee ontwerpen voor de bouw van deze vleeshal. Het bestuur van Haarlem koos voor de duurste want de vleeshal moest een prestigeobject worden. De ornamenten in renaissancestijl moesten de belangrijke functie van het gebouw benadrukken.

Conclusie

De meningen over het gebruik en de functie van de ornamenten verschilden behoorlijk in de renaissance.
In Italië zie je duidelijk dat de meningen veranderen naarmate de renaissance vorderde. Zo was Brunelleschi nog van mening dat harmonie in een bouwwerk werd bereikt door de nadruk te leggen op de structurele kanten en niet op de decoratieve, en Alberti was van mening dat je niet te veel ornamenten moest gebruiken, want dan verstoorde je de harmonie. Bij Serlio en Michelangelo ontstaat een keerpunt in de gedachtegang over de ornamenten, zij vinden dat het ornament een belangrijke functie heeft binnen het gebouw, en ook de functie van het gebouw kan weergeven. Als laatste in Spini weer van mening dat een ornament alleen een versierende functie heeft, maar dat is vanuit het standpunt van een schrijver en niet een architect.
In het Noorden worden de renaissanceornamenten veel overdadiger gebruikt en ook in combinatie met gotische ornamenten. Wel moest het ornament de functie van het gebouw uitdrukken, dit is wellicht overgenomen van de ideeën van Serlio en Michelangelo.
Het ornament heeft tijdens de renaissance dus vele functies gekend, van slechts een versiersel, tot een manier van het uitdrukken van je virtuositeit, tot zelfs het benadrukken van de functie van het bouwwerk.
© 2008 - 2020 Lisa2008, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Toscane; Florence, de Dom of DuomoIn Florence, de beroemde kunststad, staat een kathedraal van enorme schoonheid. Men wordt verblind door de diverse kleur…
Michelangelo en zijn fresco 'De schepping van Adam'Michelangelo en zijn fresco 'De schepping van Adam'De Italiaanse kunstschilder en beeldhouwer Michelangelo Buonarroti schilderde het plafond van de Sixtijnse Kapel te Rome…
Firenze, een stad vol kunst en architectuur!Firenze, een stad vol kunst en architectuur!Wanneer je door Firenze, ook Florence genoemd, wandelt adem je gewoon cultuur en geschiedenis in. Niet enkel vind je er…
Florence - Bargello MuseumFlorence - Bargello MuseumHet Museo Nazionale del Bargello, oftewel het Bargello, is een van die musea die u gezien moet hebben als u Florence een…

Wassily KandinskyDe schilder Wassily Kandinsky wordt wel gezien als een van de vaders van de moderne schilderkunst en de grondlegger van…
Is dat nou typisch Romaans of toch Gotisch?Over de overgang tussen verschillende stijlperioden In de meeste kunsthistorische handboeken staat altijd keurig in een…
Bronnen en referenties
  • J. Gabriëls, Het Nederlands ornament in de renaissance: De geest der vormen, Leuven 1958 I.M. Breedveldt Boer, Tekenen en vasseren: het bedrijf van Jan Peter van Baurscheit (1699-1768) en de architectuur in het tweede kwart van de achttiende eeuw, Utrecht 2003 J. Burckhardt, The Architecture of Italian Renaissance, Harmondsworth 1987 A.A. Payne, The Architectural Treatise in the Italian Renaissance: Architectural Invention, Ornament and Literary Culture, Cambridge 1999 R. Vos, F. Leeman, Het Nieuwe Ornament: gids voor de renaissance-architectuur en decoratie in Nederland in de 16e eeuw, Den Haag 1986 E.M. Kavaler, ‘Margaret of Austria, Ornament, and the Court Style of Brou’, in: Stephen J. Campbell (ed.), Artists at Court. Image-Making and Identity 1300-1500, Chicago 2004 A. Prater, Michelangelos Medici-Kapelle: ‘ordine composto’ als Gestaltungsprinzip von Architektur und Ornament, Waldsassen 1979

Reageer op het artikel "De Renaissance en het gebruik van Ornamenten"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

B. van Rosmalen, 27-11-2010 20:38 #1
Ik heb meer een vraag: mag dat ook? Het gaat hierom: op een voormalig kasteeleiland vonden wij een steen, gemaakt van bentheimer zandsteen. Hji is een meter lang en perfect afgewerkt. Als ik u een foto toestuur kunt u dan voor mij nagaan wat voor type steen dat geweest kan zijn?

Infoteur: Lisa2008
Gepubliceerd: 07-03-2008
Rubriek: Kunst en Cultuur
Subrubriek: Kunst
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!